31 oktober 2015

Op een miezerige dag


November is een moeilijke maand. Allerheiligen op 1 november mag dan een ‘hoogfeest’ zijn waarop christenen hun heiligen en martelaren herdenken, de laatste tijd zijn het nauwelijks nog de heiligen maar des te meer martelaren die het slachtoffer worden van het barbarisme dat maar niet uitgeroeid raakt. En Allerzielen duwt ons elk jaar opnieuw met onze neus op die onafwendbare zekerheid: de dood.
Daarom wou ik iets schrijven voor deze dagen waarop een neerslachtige sfeer ons, soms kunstmatig, wordt opgedrongen. Heel wat mensen worstelen niet enkel op die dagen met levensvragen en kijken uit naar steun bij familie en vrienden. Maar kleine dingen kunnen helpen.
Stel je een miezerige dag voor aan de kust of in de bossen. Je hoopte op een mooie dag, een heerlijke wandeling in goed gezelschap. Wat doet een mens dan, als de natuur stilletjes weent en de wolken zo laag hangen dat je de druk voelt op je kop?
Wie welgezind is zal daar weinig last van hebben. Met een mutsje op eens flink uitwaaien langs de waterlijn of slijk verzamelen op verzopen bospaadjes deert niet, integendeel. Maar een miezerige dag maakt sommige mensen neerslachtig. Er is nood aan een recept. Geen grote theorieën of dure woorden.
Het ritueel van kleine dagelijkse dingen
Slaap eens wat langer uit. Rek je nog een centimeter langer dan anders vooraleer uit bed te stappen. Neem een flinke douche waarbij je niet op een spatje kijkt en neem je tijd voor een lekker ontbijt met alles erop en eraan. Doe vervolgens je inkopen, want ’s middags wordt het koken.
Doe bij voorbeeld zoals ik vandaag: maak een lekkere pot mosseltjes met een flinke scheut riesling wijn en de nodige groenten en kruiden. Is het u ook al opgevallen dat de mossels nu minder ‘baard’ hebben dan vroeger? Dat het spoelen met bloem in het water om ze ’hun vuiligheid’ te laten uitspuwen niet meer nodig is? Ja, zelfs de mossels hebben we kunnen fatsoeneren. Nu de mensen nog.
Maak een prikkelend mosterdsausje en dat hoeft niet moeilijk te zijn: graantjesmosterd en een beetje mayonaise, meer moet dat niet zijn. Zorg dat iedereen eventueel zijn eigen potje heeft, anders moeten we de mossels allemaal doppen in hetzelfde kommetje. Vroeger konden we daar tegen, nu is dat niet meer zo gepast. Smeer enkele sneden vers boerenbruin brood en het festijn kan beginnen.
Neem je tijd voor het klaar maken. Je moet toch nergens zijn, want het is nog steeds aan het miezeren. Laat vooral de mosseltjes zich ongegeneerd openen vooraleer ze op te dienen. Doe zoals zo lang geleden en pluk ze uit hun schelp met de vingers of met een lege schelp. Laat ze vooral niet uitdrogen onderweg naar je maag en vergeet dus niet de riesling op tafel te zetten.
Durf dromen
En als het dan nog miezerig is? Wel doe dan de radio uit en geniet van de stilte. Een boertje mag, maar niet overdrijven hé. Vlij je neer in een gemakkelijke zetel en doe een tochtje naar het dromenland. Je weet wel, die dromen waarin je de sterkste of de schoonste of allebei bent. Droom er maar op los. Zoals  vissers die dromen van een miraculeuze visvangst, jagers die de grootste leeuw schieten, terwijl ze vooral bokken schieten. Dromen van de grote liefde, van vrede op aarde en geen oorlog, van een volle portemonnee en het eeuwige leven. 
De ene droom al onbereikbaarder dan de andere. Maar bedenk dat slechts weinigen hun dromen kunnen waar maken. Dus droom maar van al wat je hartje zo graag zou hebben. Zo lang je verstand slaapt is er niets aan de hand.
Wat zou een mens veel missen mocht hij niet kunnen dromen!

Hart en verstand
Oh ja, verstand en hart, dat is een moeilijk huwelijk. Wat je ‘van harte’ wilt, mag soms niet van je verstand. Wat je verstand zegt dat je moet doen gaat soms niet van harte. Heel dikwijls komt zelfs ons verstand er niet bij te pas. Het zijn gewoon regeltjes die we geacht worden te volgen. Tot de regeltjes veranderen en niemand nog weet waarom het ooit niet mocht.
Onlangs ontving ik een power point presentatie die eindigde met volgende zinnen:
Wat echt goed is dat is vechten met overtuiging
Het leven koesteren en passioneel leven
Met klasse verliezen en overwinnen door te durven
Het leven is te belangrijk om onbetekenend te zijn
Sommige mensen hebben spijt om wat ze niet deden. Anderen hebben spijt om wat ze wel deden. De eersten waren bang om hun hart te volgen, de tweede vergaten om hun verstand te volgen. Het is een belangrijke keuze, telkens opnieuw.  

Bij het ontwaken uit je dromen
Ga eens in de keuken kijken, daar ben je nog wel een tijdje zoet. Of droom gewoon verder, want men hoeft niet te slapen om te dromen.
Oprecht, vanuit het dromenland,
Pjotr

 

25 oktober 2015

Is vervanging F16 dringend?

MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN

PIERRE THERIE -In een opmerkelijke bijdrage pleit professor Herman Matthijs voor een snelle politieke keuze van de opvolger voor de F16. Anders zal het ons duur te staan komen. Hierbij gaat hij echter kort door de bocht.

 


Herman Matthijs, bron: actua.tv

Professor Herman Matthijs (UGent en VUB) is niet de eerste de beste. Op zijn lijstje met specialisaties staan onder meer, politiek VS, begroting, dotaties, Rekenhof, geheime diensten, overheidsadministratie, Verenigde Staten, overheidsbegrotingen en inlichtingendienst.

Een indrukwekkende lijst ‘kennis’ waardoor het niet anders kan dan dat elke minder onderlegde defensieminister met ontzag naar zo iemand luistert. Toch even zijn laatste advies aan de regering, waarin hij aandringt op een spoedige beslissing, analyseren. Want, zo niet dreigt volgens de professor een zware politiek-diplomatieke factuur.

Kopen of niet?

Economisch argument

Zijn eerste argument om de F16 wel te vervangen is dat we bij niet vervanging ook de bijhorende compensaties kwijt zijn en dat is nefast voor de hoog technologische industrie. Hier spreekt duidelijk niet de wetenschapper maar de lobbyist die militair materieel als een economische noodzaak rekent voor enkele Belgische, vooral Franstalige, wapenproducenten.
Nochtans zijn er andere alternatieven. Geert Noels, ondernemer en macro-econoom, pleit (eveneens) als raadgever van de defensieminister voor het overslaan van deze vervanging en stelt voor om de niet uitgegeven budgetten te besteden aan de markt van de toekomst: hoog technologische onbemande vliegtuigen (drones) waar er wel nog heel wat te ontwikkelen valt en de spin-off vele malen groter is, ook voor niet-militair gebruik.

Verdediging luchtruim
Matthijs vraagt zich af wie het Belgisch luchtruim zal verdedigen als we de F16 niet vervangen. En inderdaad het Belgisch luchtruim verdedigen is een essentiële opdracht voor defensie. Maar of dat impliceert dat we daarvoor dringend de F16 moeten vervangen is nog maar de vraag. Er zijn immers niet enkel vliegtuigen die in staat zijn om ons piepklein nationaal luchtruim te beschermen in oorlogstijd. Trouwens de meest voorkomende opdrachten zijn politionele taken: het begeleiden van burgervliegtuigen die meestal per vergissing of wegens het uitvallen van de verbinding zonder toestemming in ons luchtruim vliegen. Is daarvoor een gevechtsvliegtuig van de vijfde generatie nodig?

Welke dringendheid?
Uit het antwoord op een schriftelijke parlementaire vraag over de dringendheid van de vervanging van de F16 gesteld door de voorzitter van de Commissie Defensie, Karolien Grosemans (N-VA), blijkt dat er maar één argument is waarom de F16 moet vervangen worden: de (theoretische) limiet voor de F16 is 8.000 vlieguren, waarna  de luchtwaardigheid niet meer kan gegarandeerd worden.

In het antwoord staat ook dat (1) er geen specifieke technische problemen zijn waardoor de F16 dringend moet vervangen worden en (2) dat er geen studies zijn over het gebruik van de F16 vliegtuigen eenmaal ze de 8.000 vlieguren bereikt hebben. Met andere woorden ook officieel zijn er geen exclusieve argumenten die elk verder gebruik verbieden. De argumenten lijken meer ingegeven door economische dan wel technische argumenten. Voor zover wij weten werden de maximale vluchturen ook al overschreden zonder dat daar brokken van kwamen.
Overigens is de grens van 8.000 vlieguren ook afhankelijk van hoe intensief men de F16 in de nabije toekomst inzet. We stellen vast dat slechts de laatste jaren - heel toevallig? – de F16 gevechtsvliegtuigen actief werden ingezet tijdens buitenlande opdrachten, in Afghanistan, Libië en Irak. Defensie is sinds de periode van minister Pieter De Crem als het ware de hoogdringendheid van de vervanging zelf aan het creëren. Mochten we, rekening houdend met het budgettaire korset waarin defensie zit, wat zuiniger zijn en ons tijdelijk beperken tot de essentiële taak – de beveiliging van ons luchtruim – dan zou de tijdslimiet van zelf verschoven worden. En nieuw zou dergelijke periodieke onthouding niet zijn. Dat was alvast het advies van Jens Franssen, een andere raadgever van de minister.

Mocht er dan toch een probleem ontstaan en een deel van de bestaande vloot F16 dringend moet vervangen worden, is er nog altijd de mogelijkheid om tweedehands F16 van een recentere versie te kopen. De Amerikaanse luchtmacht heeft er in overtal en zal blij zijn deze te kunnen leveren.

Keuzecriteria

In zijn bijdrage weerhoudt Matthijs volgende criteria: de aankoopprijs, de economische compensaties, wat de industriële knowhow ten goede komt alsook de tewerkstelling, en de werkingskosten.

Welke opdrachten weerhouden worden, het relatieve belang van bepaalde deelcapaciteiten, zoals steun aan grondtroepen (Close Air support, CAS), zijn niet aan de orde. Alleen de nucleaire capaciteit vermeldt hij als ‘een apart vraagstuk’.

Laten we het even over die nucleaire capaciteit hebben. Wanneer we de VS volgen is het eenvoudig; dan blijven er slechts twee  kandidaten in de running, de F18 Super Hornet van Boeiing en de F 35 van Lockheed Martin. Maar is dit wel een zwartwit verhaal zoals het steevast wordt voorgesteld? Ter herinnering, de basisidee om de nucleaire wapens op te slaan in alle lidstaten van de NAVO, was solidariteit. Een solidaire blootstelling aan een eventuele Russische vergelding. Welnu, hier kan ook aan voldaan worden door deze nucleaire wapens hier te laten, maar de inzet ervan – wat volgens experten al sinds de wederzijdse destructieve capaciteit achterhaald is – over te laten aan de eigenaar, de VS, of andere NAVO-leden. Politiek gezien zou deze oplossing zelfs kunnen rekenen op een groter politiek en maatschappelijk draagvlak vermits alle Vlaamse politieke partijen het eens zijn om deze nucleaire capaciteit op termijn te bannen. Alleen ‘wanneer’ zorgt nog voor enige discussie.

Laten we nu even Matthijs zijn financiële analyse bekijken. De aankoopprijs is voor elk van de vliegtuigen niet zo veel verschillend, beweert hij. Dat klopt slechts ten dele. De Rafale is inderdaad ook zeer duur in aanschaf, maar de F18 Super Hornet van Boeiing en de Zweedse Gripen zijn volgens de beschikbare informatie beduidend goedkoper in aankoop en nog veel meer in gebruik en onderhoud. Misschien kan Matthijs als financieel expert eens de juiste cijfers geven om zijn stelling te bewijzen.

Voor de werkingskosten verwijst hij naar het belang van het aantal ‘verkochte’ vliegtuigen, omdat de update-kosten (een deel van de werkingskosten) dalen voor een groter aantal. Dat is een duidelijk pleidooi voor de F35 waarvan het orderboekje volgens Matthijs reeds gevuld is met drieduizend exemplaren, terwijl van de andere vliegtuigtypes slechts een vijfhonderd hooguit zevenhonderd bestaan. Hiermee vergelijkt Matthijs echter operationele vliegtuigen met de verhoopte verkoopcijfers van een vliegtuig in ontwikkeling, en dat is niet erg netjes. De werkelijkheid vandaag is dat er van de F35 ook maar een paar honderd gebouwd werden en er nu reeds diverse updates nodig zijn voor deze vliegtuigen operationeel zullen zijn. Daarenboven, blijft de vraag hoe betrouwbaar deze verkoopcijfers zijn in het licht van de voortdurende daling van de orders, zowel voor de eigen VS klanten als voor partnerlanden waaronder Nederland. En de reden voor deze daling kennen we: de veel hogere aankoopprijs dan initieel beloofd.

Maar erger nog is dat Matthijs niet zegt dat de totale werkingskosten (die veel belangrijker zijn dan de kosten voor de updates)  nog helemaal niet gekend zijn en volgens de laatste berichten van de leidinggevende dienst (Joint Program Office, JPO) er nog veel verbeteringen nodig zijn om deze te doen dalen tot een redelijk niveau. In een eerdere bijdrage verwees ik naar de kost voor tewerkstelling en onderhoud (Operating & Support Cost) in 2010, namelijk meer dan 8 miljoen dollar of ongeveer 7 miljoen euro per jaar per vliegtuig. En dat in de veronderstelling dat de VS het voorziene aantal ook koopt. Wanneer we echter die vliegtuigen alleen maar gebruiken voor het nationaal defilé en de verdediging van ons luchtruim, zal de kost veel lager liggen. Maar net dat zou wel eens kunnen tegenvallen, want in een luchtgevecht (‘dogfight’) zijn ze niet beter dan de vierde-generatie-vliegtuigen.

De kandidaten

In de officiële lijst van weerhouden kandidaten is er geen sprake van de F16 C/D block 50/52 die Matthijs als eerste citeert. Waarom dit type dan citeren? Het wordt helemaal bizar wanneer hij het meteen ook afschrijft wegens niet meer gebouwd na 2020. Weet Matthijs dan niet dat momenteel de meest gesofistikeerde F16 van het type E/F block 60 is waarmee de Verenigde Arabische Emiraten VAE dagelijks missies boven Irak uitvoeren? “De hypermoderne gevechtsjager vliegt aanzienlijk verder, heeft een krachtigere motor, een hypermoderne radar en meer geavanceerde technologie,” is te lezen in de Volkskrant.
Een andere bron verwijst naar een communiqué van Lockheed Martin: “The company completed the maiden flight of its F-16V Viper on Oct. 16, according to an Oct. 21 statement. This marks the first time an F-16 has flown with Northrop Grumman’s advanced APG-83 active electronically scanned array (AESA) radar, which will deliver “a quantum leap in capability” for the plane.” En verder “The Viper’s advanced avionics configuration also includes a new cockpit Center Pedestal Display; a modernized mission computer; a high-capacity Ethernet data bus; and several other mission system enhancements, according to the statement.”  

Het ziet er naar uit dat professor Matthijs (en de defensiestaf) een beetje te snel tot de conclusie kwam dat de recentere F16 versies geen aanvaardbare kandidaten zijn.
De tweede kandidaat, de Zweedse Gripen (Saab) krijgt evenmin veel waardering en, zo merkt hij op, zelfs de buren Noorwegen en Finland kozen niet voor de Gripen. Tja, de Belgische buren kiezen ook niet allemaal voor de F35. Over de keuze van Noorwegen doen er, weliswaar onbevestigde, verhalen van chantage de ronde en lijkt zelfs dat rijke land zijn bestelling naar beneden te willen herzien.

Trouwens het NAVO argument (Zweden is geen lid) kan moeilijk gezien worden als een obstakel vermits er al twee NAVO landen kozen voor de Gripen, Tsjechië en Hongarije, naast Zwitserland, Zuid Afrika en Brazilië. In elk geval is het niet gefundeerd om dit vliegtuig af te serveren op basis van technische criteria. Het heeft zelfs voordelen ten opzichte van de F35, zoals Gerard De Beuckelaer vaststelde in een wetenschappelijk onderbouwde bijdrage.
Over de andere kandidaten, wordt enkel het aantal bestelde - beschikbare toestellen vermeld en de landen die ze in gebruik hebben: de Eurofighter van Airbus, de Rafale van Dassault en de F-18 Super Hornet van Boeing. Zouden dat geen volwaardige kandidaten zijn voor Matthijs? Dat hij niet eens de juiste benaming ervan kent, ‘Rafale’ en niet ‘Rafael’ en ‘Super Hornet’ ipv ‘Hornet’, is geen teken van geloofwaardigheid.

Volgt als laatste, de F-35 van Lockheed Martin, ditmaal zonder vermelding van de bestaande operationele vloot, die gelijk is aan NUL volledig operationele vliegtuigen, enkel het orderboekje. Vergeten is ook het feit dat het aantal orders reeds gedaald is van zo’n vierduizend naar drieduizend exemplaren. Belangrijk steuntje krijgt deze kandidaat wel van Matthijs: “vele NAVO-landen hebben hier al voor gekozen, namelijk: de VS, Groot-Brittannië, Noorwegen, Denemarken, Turkije, Italië en ook Nederland.
Matthijs is niet de enige die zijn voorkeur laat blijken. Uit het antwoord op de hiervoor aangehaalde parlementaire vraag stond er één belangrijk zinnetje dat wellicht weinigen is opgevallen. Onder de argumenten om de F16 snel te vervangen lazen we dat ook “de actuele maturiteit van de vervangingsmarkt” ingeroepen wordt als argument. Voor wie het niet duidelijk is, het énige vliegtuig dat inderdaad nog in ontwikkeling is en althans volgens de vliegtuigbouwer binnenkort ‘matuur’ zal zijn, is de F35. Men moet dus niet van kwade wil zijn om hierin een omfloerste keuze te zien van defensie voor de F35. En vermits parlementaire vragen worden beantwoord door de minister, zou het goed zijn mocht de minister zelf hieromtrent duidelijkheid verschaffen. In afwachting kan het geen kwaad om even het rapport te lezen van de hoorzitting in de Amerikaanse senaat waar de verantwoordelijke van programma Generaal Bogdan (chef Joint Program Office) weinig positief nieuws te melden had. Daarover meer in een afzonderlijk bericht.

Communautaire keuze?

Er zijn ongetwijfeld goede redenen om ook delen van defensie af te stemmen op de noden van de respectievelijke gewesten, maar zijn voorstel – hopelijk slechts een ballonnetje – om voor Wallonië 25 Franse Rafale vliegtuigen te kopen voor Florennes, en de Vlamingen te laten kiezen voor een ander vliegtuigtype met als basis  Kleine Brogel/Peer is te gek voor woorden. Voor Vlaanderen kan het enkel de F35 zijn, want hij schrijft ook: “Een dergelijke koop bindt de Belgische militaire politiek aan Frankrijk. Dan blazen we ook de bruggen op voor een Benelux-samenwerking.” Samenwerken met Nederland betekent voor hem impliciet hetzelfde vliegtuig kopen. Ook dat is geen absolute vereiste, maar wel opnieuw een politiekgeïnspireerd pleidooi voor de F35. Immers, het gaat niet over de nood aan hetzelfde materieel maar om de interoperabiliteit van verscheidene capaciteiten. Dat is de werkelijke troef en geen hinderpaal zoals alle recente buitenlandse operaties bewezen.

Over aantallen gesproken: blijkbaar beseft niemand hoe belangrijk het aantal vliegtuigen is. Een Nederlandse piloot en voorstander van de F35 gaf toe dat met de 37 bestelde vliegtuigen F35A er slecht VIER vliegtuigen permanent beschikbaar zullen zijn. Reken zelf maar eens uit wat dat betekent voor een versnippering in België. Overigens zou men deze overweging best niet naast zich neerleggen wanneer men in plaats van vijfendertig F35A vliegtuigen zowat zestig Gripen zou kunnen beschikken (alle kosten in overweging genomen).
Over de keuze van Nederland hoeven wij ons geen zorgen te maken. Maar het is wel goed om weten dat ze hun initieel aantal flink hebben moeten verlagen, wegens te duur. Dat Nederland als partnerland economische voordelen geniet klopt, maar het mag ook gezegd worden dat voor deze opdrachten het grootste werk (bekabeling) wordt uitgevoerd in Turkije. Overigens wordt erkend dat het globale pakket aan compensaties nauwelijks meer werk zal genereren. Wat dus betekent dat enkel sommigen in de wapenindustrie er wel bij varen.

Besparingen

Matthijs sluit af met een pleidooi om het budget van defensie te verhogen en verwijst naar andere Europese landen, waaronder Frankrijk (onder de socialistische president Hollande) en Nederland die hun budget ook verhoogden. Het zou inderdaad wijs zijn om eerst te weten over hoeveel geld defensie zal beschikken in de komende decennia, want dan moet de factuur voor de vervanger van de F16 betaald worden.

Verder heeft hij zijn twijfels over het blijvend engagement van de VS: “Sinds de Tweede Wereldoorlog wordt een belangrijk deel van de Europese veiligheid betaald door de Amerikanen en het is maar de vraag of de 45ste president van de VS daartoe nog bereid zal zijn.” Wanneer mijn geheugen mij niet in de steek laat werd de VS steun telkens in vraag gesteld wanneer er belangrijke aankoopdossiers op de tafel lagen en de VS hun materieel wilden verkopen. Eenmaal van de baan mocht elk land zoals België opnieuw in slaap vallen. Waarom zou het nu anders zijn? Ik meen dus dat de onderdanige houding van professor Matthijs niet terecht is: “Anders zal de politiek-diplomatieke factuur gepresenteerd worden aan het federale koninkrijk België.” Et alors? Misschien ergens een postje minder?

Maar mocht het waar zijn dat Europa minder belangrijk wordt voor de VS, en ze ons zelf laten opdraaien voor onze veiligheid, zou het dan niet verstandig zijn om Europees te kopen? Zeker als men beseft dat wij voor het optimaal gebruik van alle (o.a. sensor fusion) capaciteiten van de F35 volledig afhankelijk blijven van de Amerikaanse luchtmacht.

Conclusie

In tegenstelling tot professor Matthijs pleit ik net voor meer geduld. Vooral wanneer men wil kiezen voor een vliegtuig dat nog steeds onvoldoende matuur  is, misschien nooit ten volle zal worden, maar niettemin veelbelovend is.

PJOTR

11 oktober 2015

De Chinese werkelijkheid, een andere kijk (2)


MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN


 VAN ONZE CORRESPONDENT IN CHINA - In een reeks over het onderbelichte hedendaagse China publiceren wij verhalen van een Vlaming in China. Ditmaal vroegen we hoe communistisch China wel is.

Communisme in China


Communistisch China, dat lezen we zo vaak in de Westerse media. Onze correspondent ter plaats is het daarmee niet eens. Zijn verhaal zal ogen openen of wenkbrauwen doen fronsen. Precies wat De Bron wil zijn: een bron van inspiratie. Even meelezen:
“In China ben ik ondanks de lange tijd dat ik daar woon, en ondanks mijn talrijke omzwervingen door heel het land (ik was in ongeveer 50 grote steden en in talloze kleine dorpjes), maar weinig communisten tegengekomen. Tenminste als we communisten definiëren op de manier zoals wij dat in het westen doen. De communistische denkbeelden, die bestaan niet meer in China. Meer nog: in China heb ik zelfs geen lichtrode socialisten kunnen vinden.
In een klein stadje in Sichuan heb ik ooit eens met een man gesproken die nog met vuur het donkerrode communisme van Mao Zedong verdedigde  maar hij werd door de rest van zijn omgeving als een zonderling beschouwd. Van de talloze politici, officials en middenkaders van de partij was er niet één die een poging deed om de schijn op te houden, om een woord te zeggen over de communistische idealen.  De meeste van hun hadden het over geld. Investeringen, bedrijven, economie (tijdens de eerste drie ontmoetingen).  Of over vrouwen, Karaoke TV, concubines en maîtresses (na de 3e of 4e diner).
Lang geleden, toen er in Baoding (Hebei province) nog geen luchthaven was, ben ik samen met een andere Vlaming, eens afgehaald op de luchthaven van Beijing door de plaatselijke partijleider van Baoding. In zijn verlengde, geblindeerde BMW (met bar en andere vermakelijkheden)zijn we begeleid door twee 'zwaantjes' door het drukke verkeer van Beijing geraasd, daarna met hoge snelheid over de splinternieuwe, nog onverlichte  autostrade. De chauffeur ging regelmatig over de pechstrook om de traag rijdende vrachtwagens voorbij te steken. Heel de tijd duwden de twee 'zwaantjes' het verkeer opzij om ons door te laten. Na een dikke twee uur waren we al in Baoding. We hebben daar de plaatselijke specialiteit geproefd: ezelsvlees met selder.  De hele tijd en de dag daarna hebben we enkel maar over geld gesproken. Niet één woord over communisme.
Eind 2007 heb ik eens de dochter van de gouverneur/ partijchef van de provincie Henan ontmoet. Nauwelijks 18 jaar, maar al halfweg haar studies aan de befaamde Fudan universiteit in Shanghai. Ze reed met een rode BMW 3 reeks en gedroeg zich als een ‘Shanghai prinses’.  Ze parkeerde haar auto pal midden op een plein in de voetgangerszone. Toen ze even later merkte dat er een politieagent haar auto inspecteerde, spurtte ze naar buiten, stopte hem 200 CNY (yuan, Chinese munteenheid) toe en gaf hem de opdracht om haar auto te bewaken, zodat hij niet weggesleept werd. We hebben toen lange tijd over ‘communisme’ gesproken. Zij zelf was voorzitter van de communistische studentenraad aan de Fudan  ‘maar dit jaar ben ik nog niet naar de bijeenkomsten geweest’ gaf ze toe.  Ze had een assistente die dat voor haar regelde.  Ze had nog twee jaar te doen aan de Fudan universiteit, maar ze hoopte om het volgend jaar al naar Harvard te kunnen gaan; haar pappie zou dat wel geregeld krijgen.  Daarna hebben we het over haar vader gehad. Haar pappie (lid van het partijcomité) had het heel druk, maar kon ook intens van het leven genieten. Ze gingen vaak op reis naar het buitenland. Haar moeder had 5 ayi's, dienstmeiden.  Haar vader was gelukkig getrouwd met haar moeder en had daar bovenop nog 4 concubines (maîtresses) die niet zo ver van hun familiehuis woonden. Op mijn vraag of haar moeder dat goedkeurde, knikte ze heel hevig bevestigend. Eén van de concubines noem ik "tante" zei ze. En ‘mijn moeder kent alle concubines heel goed.’ Op mijn vraag naar de hongbao's (de rode enveloppen, het geld onder de tafel)  zei ze: Ach, dat is een deel van ons leven,  de mensen brengen elke dag zoveel cash geld naar ons huis, verpakt in kartonnen dozen en plastic zakken, we hebben een privésecretaris in dienst om dat allemaal te registreren.
Dát is communisme in China. 
In China zijn ook een aantal gewone mensen lid van de partij. Zij betalen lidgeld volgens hun inkomen. Zo goed als al deze mensen worden lid uit puur opportunisme. Dat wordt ook rechtuit gezegd. Als je promotie wil maken in de administratie, als je tot het middenkader behoort in (de weinig nog overblijvende) staatsondernemingen of als je je wil gaan mengen in de lokale politiek  dan is zo'n lidkaart nuttig.  Overtuigde communisten moet je daar niet tussen zoeken.
Het confucianisme

China en de Chinese bevolking hebben meer dan 2000 jaar geleefd volgens de regels van het confucianisme.  Dit Chinees ethisch en filosofisch systeem zit heel diep in de aderen van de Chinezen.  Zelfs al waren ze Boeddhist of Taoist, confucianist waren ze in elk geval. Tijdens de culturele revolutie is het confucianisme onderdrukt maar na Mao Zedong's dood is het snel weer beginnen bloeien. Vandaag, veelal zonder dat ze het zelf beseffen, zijn de Chinezen weer terug echte confucianisten geworden. Al van voor Christus staat Confucius voor hard studeren, interpersonele competitie, een goed getraind ambtenarenkorps dat respect betuigt voor de bevolking en aanmoediging van prive-initiatief. Allemaal waarden die haaks staan op het communisme.
Ook in Japan en Zuid-Korea zijn er behoorlijk veel confucianisten, maar de ‘kern’, de die-hard confucianisten, die zit in China.
De Chinese regering bestaat vooral uit technocraten, meestal ingenieurs die zich langzaam doorheen de partijstructuren naar de top gewerkt hebben.  Zij nemen beslissingen die gebaseerd zijn op Excel-tabellen en benchmark rapporten.  (terloops: de nieuwste arbeidswetgeving is gebenchmarkt met de Belgische arbeidswetten)  Vorige week in de US heeft Xi Jinping verklaard dat hij pas heel laat (toen hij er niet meer onderuit kon) lid geworden is van de partij.  Er zitten maar heel weinig advocaten of ‘menswetenschappers’ in de hoogste partijrangen.  De vorige regering (Hu Jintao / Wen Jiabao)  bestond bijna uitsluitend uit ingenieurs. Hu Jintao is een waterbouwkundig ingenieur, Wen Jiabao is een mijningenieur.
Communisme dat vind je zelfs in de regeringskringen niet meer.
Tot zover dit verhaal van een Vlaming in China.

Nawoord
Het lijkt er sterk op dat China, net als het Westen in het verleden, onderhevig is aan de groeipijnen en uitwassen die gepaard gaan met een zeer snelle toename van de economische activiteiten en de toenemende welvaart. Een eeuw geleden was Vlaanderen nog een armoedige regio, en het kostte Europa twee wereldoorlogen vooraleer het de vruchten kon plukken van de economische bloei. Zou China beter kunnen?
 
Pjotr

05 oktober 2015

De Wever in Gent, fatalist of realist?



MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN


 

De ene Bart is de andere niet. Wanneer mensen de werkelijkheid negeren, wordt de waarheid moeilijk om dragen. Dan valt zelfs het masker af bij hoofredacteur Bart Sturtewagen van DS en veegt hij doemdenker Bart De Wever de mantel uit.

Professor Carl Devos nodigt De Wever uit


Sturtewagen zal wellicht heel veel kranten lezen, maar blijkbaar weinig over de werkelijkheid die zich afspeelt aan de grenzen van Europa. Ook Europa getuigt van kortzichtigheid wanneer het denkt dat het vluchtelingenprobleem kan aangepakt worden eenmaal de migranten en vluchtelingen binnen de Schengengrenzen aangekomen zijn. Centralisering van de registratie in de frontlijnstaten is geen voldoende oplossing en voorkomt de lucratieve mensenhandel niet, integendeel! Wie bijdragen leest die buiten de bandbreedte vallen van de politiek correcte media, zal Bart De Wever geen fatalist vinden, maar eerder een realist. Naar aanleiding van het college dat hij als N-VA voorzitter gaf aan de studenten van de Gentse universiteit wijdde Sturtewagen, opiniërend hoofdredacteur, hieraan een commentaar in De Standaard.
Sturtewagen: Waarom stelt hij (De Wever) het zo fatalistisch voor alsof we gedoemd zijn de fouten bij de integratie van vorige migratiegolven te herhalen? Alsof het onmogelijk is dat we daarover de voorbije decennia iets zouden hebben bijgeleerd.

Ooggetuigen weten beter


De Bretoense economist-politicoloog Patrick Guiol, gewezen professor aan de Universiteit van Rennes vaart sinds april rond in de Griekse kustwateren en observeert er dagelijks het wel en wee van de vluchtelingen in deze regio. Zijn verhalen bundelde hij in zijn ‘Chronique Grecque’ waarbij hij een heel ander beeld ophangt van de vluchtelingen. Wie hij zoal tegenkwam? Algerijnen wier visa voor Frankrijk geweigerd werd en nu als vluchteling een nieuwe poging deden.
Zijn conclusie (vanuit een Franse invalshoek): “Het wordt hoog tijd dat de EU meer doet dan quota af te spreken. Het wordt hoog tijd dat men niet enkel spreekt over aantallen maar ook over de ‘kwaliteit’ van de vluchtelingen. Zo niet zal Mevrouw Merkel kunnen kiezen tot groot jolijt van het Duitse patronaat.”  
In ‘tempore non suspecto’ wees een hooggeplaatste magistraat mij reeds op de aantrekkelijkheid van (vooral Brussel) ons land voor ongeschoolde immigranten die absoluut geen versterking betekenden voor onze economie maar wel afkwamen op onze genereuze sociale zekerheid. De Wever is dus niet de eerste (en de laatste) die deze in bepaalde kringen onwelkome waarheid verkondigt. 
Een gewezen Belgische topadviseur van het IMF las deze bijdragen van Patrick Guiol eveneens en schreef volgende commentaar (tekst in ons bezit): “Het roept veel vragen op en de toestand is inderdaad verontrustend. Deze massale volksverhuizing zou kunnen de meest ernstige bedreiging van Europa vormen sinds de tweede wereldoorlog met ontrafeling/uitholling van de EU. Het is duidelijk dat er grenzen zijn aan de absorptiecapaciteit van de EU. Het meest karakteristieke is de drijfveer van alle betrokkenen naar het zoeken van het eigen belang en voordeel. Het nieuwe element voor mij zijn de acties aan Turkse zijde, overheid en privé commercieel belang. Ik herinner me niet meer hoe precies de burgeroorlog in Syrië begonnen is, maar de familie Assad is gekend om de macht met niemand te willen delen. De troebelen in Irak zijn het gevolg van de weerwraak van de huidige sjiitische machthebbers voor de geleden onderdrukking door de sunnieten onder Saddam Hussein. Een belangrijk aspect ook is dat naast de vluchtelingen een groot deel van de toestromende massa bestaat uit migranten komende uit verscheidene landen zoals Indië, Pakistan, Afghanistan en Noord Afrika. Wat de EU betreft, het lijkt me onvermijdelijk dat indien de buitengrenzen van het Schengen gebied niet kunnen beveiligd worden dat dan de leden terug hun nationale grenzen moeten bewaken. (…) Wat de stroom uit Syrië betreft wordt nu vermeld dat de bombardementen (met nagels en dergelijke) uitgevoerd door Assad verantwoordelijk zijn voor meer vluchtelingen dan de bedreiging van ISIS. Als dit juist is, dan zal de actieve Russische steun en interventie de exodus nog versterken. En dit zou dan ook bijdragen tot de destabilisering van de EU, een van de objectieven van Rusland. De acties van de Turkse autoriteiten gaan in dezelfde zin en kunnen deels ingegeven zijn door hun ontstemming niet toegelaten te worden tot de EU.  Wat ook opvalt is dat geen vluchtelingen/migranten naar Rusland trekken. Interessant is ook Patrick Guiol’s analyse van de positie van Duitsland, voor wie  omwille van zijn demografische positie en structuur van zijn economie de nieuwkomers een positieve bijdrage zouden leveren, en dat Duitsland bij machte zou zijn om voorkeur te kunnen geven aan de meest geschoolde.”
Sturtewagen is hardleers
Maar laten we de cirkel sluiten en terugkeren naar de geciteerde uitspraak van Sturtewagen. Wie heel even blijft stilstaan bij zijn boodschap kan niet anders dan vaststellen dat hij inderdaad hardleers is.
 
In zijn commentaar verwijst hij onder meer naar het succes waarmee De Wever en zijn N-VA het Vlaams Belang de voorbije verkiezingen versloeg. Hij schrijft daarover: “Terugkeer van de verpletterde adder (…) Onheilspellend is de vaststelling dat de verslagen vijand de kop weer opsteekt. Zonder er zelf iets voor te doen, klimt Vlaams Belang weer op de kaart. Terecht ergert Bart De Wever zich aan het gebrek aan erkenning dat hij kreeg voor het verpletteren van de adder.”
De gebruikte terminologie - zijn de kinderen van het Vlaams Belang dan echt addergebroed, zoals hij hier onverbloemd schrijft? – bewijst alvast dat hij niets heeft geleerd van de verkiezingen op ‘Zwarte zondag’, 24 november 1991. Ook in de aanloop naar die verkiezingen werden de gegronde zorgen van de bevolking genegeerd door onder meer zijn krant en werd deze boodschap die door het Vlaams Blok wel werd opgepikt, dood gezwegen. Maar de kiezers wisten beter dan de politiek-correcte elite en dat resulteerde in een klinkende overwinning van het Vlaams Blok.
Mocht iemand nog twijfelen aan het belang van het ‘Volksempfinden’ dan kan men best eens kijken naar Oostenrijk waar ook een rechts-populistische partij (de Freiheitliche Partei Österreichs, FPÖ, van Jorg Haider zaliger, nu onder leiding van Heinz-Christian Strache) de ene zege na de andere boekt. De FPÖ doet het bijna 4 procent beter en de twee traditionele partijen, socialisten en christendemocraten, verliezen vier procent. Een verschil van 8 % van de stemmen is niet niks. En met bange vooruitzichten op een ware volksverhuizing zonder einde is dat meer dan een onprettig accidentje dat voorbij zal waaien.
Bij de regionale verkiezingen doet de FPÖ het nog beter. Ze wordt zelfs de grootste partij in de provincie Steyermark (Stiermarken). Terug van nooit helemaal weggeweest. Dat bewijst alvast dat niet enkel de charismatische figuur van Haider aan de basis lag van het succes van de FPÖ.

Nood aan een positief Vlaams signaal


Respect voor het gezond verstand van de bevolking is veel belangrijker voor de duurzaamheid van politiek succes dan persoonlijke successen. Vooral daarom is een positief Vlaams verhaal voor een partij als N-VA broodnodig. Was dat niet de vraag waarop professor Carl Devos, en met hem nog veel Vlamingen, graag een antwoord had?
De verkiezingen zijn nog veraf, maar, laten we wel wezen, zonder een positief Vlaamsgezind project zal het in Vlaanderen niet anders zijn dan in Oostenrijk en andere Europese landen, waar de bevolking het gehad heeft met een heersende klasse die enkel denkt aan het eigen overleven, en zo de voedingsbodem van het extremisme – zowel links als rechts - extra vruchtbaar maakt.
Pjotr