Posts tonen met het label confederalisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label confederalisme. Alle posts tonen

01 december 2015

Staat Parijs haaks op confederalisme?


MEDIA EN POLITIEK ANDERS GELEZEN

‘Parijse bom onder N-VA-model’, schrijft Bart Sturtewagen in De Standaard (27/11). Zijn conclusie: ‘Onze buurlanden geloven niet meer dat de verwaseming van België onschadelijk is.’
Met als subtitel ‘BOEIENDE TIJDEN - IN PARIJS HEEFT HET CONFEDERALISME EEN KLAP GEKREGEN’ maakt Bart Sturtewagen zijn boodschap meteen heel duidelijk. Bart De Wever kan maar best zijn confederale dromen opbergen. Wanneer een hoofdredacteur zoiets schrijft mag men veronderstellen dat hij daar goede argumenten voor heeft. Tijd voor een inhoudelijke commentaar.
Een opiniërend hoofdredacteur
Er is iets contradictorisch aan het gebruik van de titel ‘opiniërend hoofdredacteur’. Van een hoofdredacteur (van een ‘kwaliteitskrant’) mogen we verwachten dat hij de journalistieke deontologie ter harte neemt en zorgt voor deugdelijke informatie, onderbouwd en zonder voorrang te geven aan de eigen mening. Een opinie daarentegen is niets anders dan de expressie van de eigen mening. Dat een hoofdredacteur die geacht wordt de kwaliteit te bewaken tegelijk zijn eigen mening kond doet, is eigenlijk not done. Wanneer hij dan toch zijn titel van ‘hoofdredacteur’ gebruikt, dan legt hij de reputatie van zijn krant in de weegschaal.
Geloof als argument
In de inleiding staat te lezen: Onze buurlanden geloven niet meer dat de verwaseming van België onschadelijk is. De law-and-orderpartij N-VA krijgt het daardoor moeilijker om haar staatsmodel te verkopen’ zegt Bart Sturtewagen.’
De vraag die ik mij dan stel: wie zijn die gelovigen die niet meer geloven in de onschadelijkheid van de ‘verwaseming’ – hiermee verwijzend naar een oude expliciete uitspraak van N-VA voorzitter De Wever? Zijn er onderzoeken gedaan die dat bewijzen of kletst Sturtewagen uit zijn nek? Misschien bedoelde hij met ‘onze buurlanden’ alleen maar de journalisten die uitpakten met populistische titels die België een ‘failed state’ noemen. Mochten deze uitspraken van weldenkende Vlamingen komen, dan zou hun conclusie net het tegenovergestelde zijn van wat Sturtewagen hier wil bewijzen. Voor hem hebben de aanslagen in Parijs bewezen dat een confederale versnippering van de centrale macht fout is. Er moet integendeel méér centrale macht komen.
Confederalisme staat geen sterk centraal gezag in de weg
Sturtewagen: ‘De Vlaamse politieke wereld weet zich gesteund door elke afstandelijke waarnemer in het buitenland als het gaat over de hopeloze versnippering van de macht in Brussel, de hoofdstad van Europa. Maar het argument tegen negentien gemeenten en tegen zes politiezones voor 1,1 miljoen Brusselaars kan en zal ook gebruikt worden tegen zes parallelle regeringen voor 11 miljoen Belgen. Als het ene gevaarlijk inefficiënt is, dan ook het andere, zal het argument zijn. Wie brengt daar nog iets overtuigends tegenin?’
De gehaaste oppervlakkige lezer zal heel waarschijnlijk niet zien waarom het laatste deel van Sturtewagens redenering fout is.
Goed begrepen confederalisme betekent dat we enkel datgene (vrijwillig) samen doen waarover we ‘eenzelfde visie hebben en waarbij de grootteschaal een invloed heeft op de efficiëntie’.
Wat fout loopt in België is dat in veel ‘staatszaken’ er geen gemeenschappelijke visie bestaat. Of denkt hij dat de splitsing van de unitaire politieke partijen geen reden had? De versnippering van de macht werd juist georganiseerd door de Belgischgezinde partijen. Ze deden dat op een catastrofale manier, waarbij er geen enkel beleidsdomein netjes verdeeld werd tussen de centrale macht en de gewesten en gemeenschappen.
Tegenover het communautaire geknoei van de laatste drie decennia zou echt confederalisme een ware verademing zijn én een versterking betekenen voor elk beleidsniveau, ook het centrale gezag. Alleen zou dat centrale gezag zich met veel minder beleidsdomeinen bezig houden en zouden de deelstaten zelf moeten leren hun eigen potje koken. Precies door het confederalisme zou men eindelijk de versnippering binnen de beleidsdomeinen kunnen doorbreken. Dan zouden de beveiliging tegen externe bedreigingen én terrorismebestrijding perfect kunnen georganiseerd worden op één enkel niveau: het centrale niveau.
Maar de patstelling waarin België verkeert heeft niet alleen te maken met een gebrek aan duidelijkheid bij de splitsing van de bevoegdheden. De dieperliggende reden is dat over veel concrete dossiers er gewoon geen gemeenschappelijke visie bestaat. Dat maakt een efficiënte samenwerking quasi onmogelijk. De Belgische compromissen hebben vooral gezorgd voor een verwatering van de macht binnen elk domein en een groot gebrek aan efficiëntie, die door de bevolking moet betaald worden.
Nochtans zou een gemeenschappelijke visie in enkele domeinen wel mogelijk zijn mocht daar niet de ultieme hinderpaal zijn: Wallonië heeft gewoon niet de financiële middelen om voldoende bij te dragen voor een goed georganiseerd centraal gezag. En de Vlamingen zijn het beu om meer dan hun ‘fair share’ te moeten betalen en als puntje bij paaltje komt dan nog in het buitenland onder de noemer België onterechte kritiek over zich heen te krijgen.
Vilvoorde mag dan op één centimeter van Brussel liggen zoals Sturtewagen opmerkt, tussen de aanpak van de extremisten door een Vlaamse socialist in Vilvoorde en een Brusselse socialist in BHG gaapt een kloof die nog dieper is dan de Grand Canyon. Eén centimeter maar een totaal andere visie, dat zou ook Sturtewagen niet mogen ontgaan zijn.
Hij is blijkbaar ook vergeten dat de huidige structuur van Brussel een exponent is van het belgicisme. Vlaamsgezinde partijen waren altijd al tegen dit onleefbaar wangedrocht, maar de Belgisch gezinde partijen slikten ‘om de lieve vrede’  hun kritiek in. Het verkeerd functioneren van Brussel als een argument tegen confederalisme/separatisme zien, is gewoon een verdraaiing van de feiten.
Maar misschien heeft Sturtewagen wel een punt en volstaat ook confederalisme niet om van België een efficiënte staat te maken.
Een heel ander geluid in De Tijd en Knack online
In De Tijd (27/11) pleit de Nederlandse minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem voor een harde kern van vijf EU-landen die onderling hun grenzen openhouden maar hun buitengrenzen weer bewaken. … 'Er zijn een paar landen die in de asielcrisis de zwaarste lasten dragen, omdat bij hen de meeste vluchtelingen opvang krijgen. Het gaat om Zweden, Duitsland, Oostenrijk, België en Nederland. We zitten in dezelfde situatie en proberen zo nauw mogelijk samen te werken.' Het is een drastisch plan, en de sociaaldemocraat Dijsselbloem legt uit waarom het volgens hem nodig is: 'We moeten wel. Zo niet krijgen we een 'race to the bottom', waarbij ieder land zijn buurland probeert te overtroeven in het ontmoedigen of afstoten van asielzoekers. En dus aan de asielzoekers zou zeggen: ga maar hiernaast, daar is de huisvesting beter.'
Knack online, Ewald Pironet gaat verder op deze uitspraak en schrijft het volgende: ‘Wat is de context? Al lang woedt er in Europa een discussie: is een Europese Unie met 28 landen en een eurogroep van 19 landen houdbaar? Lopen de ontwikkeling op sociaal-economisch-financieel vlak niet te wijd uit elkaar om één beleid te voeren?
Daarom is er bijvoorbeeld al ooit geopperd om de euro op te splitsen in een zeuro en een neuro: in het economisch zwakkere Zuid-Europa zou de zeuro worden ingevoerd, die zich op de wisselmarkten onafhankelijk zou gedragen van de neuro, de munt van de economisch sterkere Noord-Europese landen. Vraag is dan natuurlijk: welke landen krijgen de neuro als munt en welke de zeuro? Waar loopt de grens tussen de zeuro-zone en de neuro-zone?
Misschien loopt die wel dwars door ons land: Wallonië zou misschien meer gebaat zijn bij de zeuro, Vlaanderen bij de neuro.’
Hiermee zegt Pironet onmiskenbaar waarom België het aan zichzelf verplicht is om een confederatie te worden.
Pjotr

 

 

30 juni 2014

Het DNA van de N-VA


 MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN

 

Hoe belangrijk is het DNA voor het succes van een politieke partij? Moet een partij haar eigenheid prijsgeven wanneer andere prioriteiten dat vereisen? Ook N-VA kan na haar electoraal succes deze belangrijke vragen niet ontwijken.
  
Twee overwegingen
 
In een vorig artikel had ik het over de moeilijkheid voor de N-VA om van een (Vlaamse) Beweging te evolueren naar een regeringspartij. Tevens stelden we openlijk de vraag of een regeringspartij nog tot nationalisme in staat is.
 
De geschiedenis van de Vlaamse Beweging en vooral de V-partijen toont aan dat men nooit met succes een duurzame ommeslag kon maken. Dat had uiteraard te maken met de weerstand van een anti-Vlaamsgezind establishment. Maar al evenzeer met het gebrek aan eensgezindheid tussen de Vlaamse politieke partijen.
 
In ‘Het succes van N-VA’, geschreven na de verkiezingen, stelden we vast dat de N-VA als partij wel de grote winnaar was maar de V-partijen samen verloren licht.
 
Inspraak beperkt tot de partijleden
 
Eenmaal de verkiezingen achter de rug maar vooraleer de regering aan de slag kan, hebben de partijleden het laatste woord. Voor de traditionele partijen met een goed uitgebouwd en gedisciplineerd netwerk is de goedkeuring van het regeerakkoord een louter formele aangelegenheid. Het laatste zegemoment vooraleer ingehaald te worden door de realiteit.
 
Toch kan zo’n confrontatie met het Belgisch compromissenbeleid, voor een partij waar het idealisme nog sterk aanwezig is,  heel gevoelig liggen. Het zou dus niet verbazen mochten talrijke N-VA-leden en -kiezers – die de informateursnota van De Wever maar niks vonden - heel blij waren met de afwijzing door de cdH.
 
Hoewel de vraag zich dus nog niet stelde, zou het mij verbazen mocht  de partijtop daarover nog niet heel hard hebben nagedacht. Want, stel u voor dat na moeizame onderhandelingen De Wever er toch in slaagt om een regeerakkoord overeen te komen en dat vervolgens door het partijcongres niet de vereiste twee derde meerderheid haalt. Ondanks het groot aantal functies die mogen ingevuld worden, is voor veel leden de inhoud van een regeerakkoord geen formaliteit.
 
Het DNA van de N-VA
 
Wat is typisch aan een Vlaams-nationalistische partij? Volgens Jean-Pierre Rondas, prominent lid van de Gravensteengroep, in een Knack interview (11/06) is het een partij die  streeft naar het (zoveel mogelijk) laten samenvallen van een natie met een staatsverband. Wat in België niet gelukt is in de afgelopen 185 jaar.
 
Het DNA van N-VA – datgene wat haar onderscheid van de andere partijen – is het nationalisme. Maar de partij evolueerde onder leiding van De Wever van een louter nationalistische partij naar een pragmatische Vlaamsgezinde machtspartij. Vlaamse autonomie is niet meer het doel maar het middel om de welvaart te kunnen in stand houden.  
 
Om electoraal aantrekkelijker te worden koos men voor een dubbelaanbod: het confederaal verhaal (met België als het kan) en een rechts socio-economisch programma (met een Belgische meerwaarde voor Vlaanderen). Het positief confederaal model diende om de Vlaamsgezinden naar de partij te lokken en daarin slaagde de partij wonderwel. Hoewel in een afgezwakte vorm behoort dit thema nog altijd tot het DNA van de partij.
 
Het socio-economisch programma daarentegen behoort helemaal niet tot wat we de ‘unique selling proposition’ van de nationalistische partijen kunnen noemen. De Wever verwees voor de verkiezingen regelmatig naar het Duitse voorbeeld. Daarvan weten we dat het op de sporen werd gezet door de socialistische Bondskanselier Gerhard Schröder. En zijn christendemocratische opvolgster, Angela Merkel, heeft deze politiek voortgezet.  
 
Maar er is nog iets aan het rechtse economisch programma waar men zich weinig vragen bij stelt: de rechtse onderstroom in Vlaanderen. Is dat wel zo? Ik durf dat te betwijfelen. Er bestaat wel een duidelijke onderstroom die berust op het groeiend ongenoegen met de (structureel verankerde) onrechtvaardigheden. De onrechtvaardigheid van het geldverslindend institutioneel kader dat Vlamingen benadeelt en Franstaligen voorrechten geeft waar ze geen recht op hebben. Vooral ook onrechtvaardigheid door de sociale en fiscale fraude. Dit wijdverspreid aanvoelen van onrechtvaardigheid overstijgt de tegenstelling tussen Links-Rechts, waar N-VA zich op baseert. Want, zo denken de mensen, of het nu de liberalen of de socialisten zijn die regeren, de ongelijkheid en onrechtvaardigheid stopt niet. De enen zijn minder solidair want betalen veel minder belastingen en de anderen graaien schaamteloos in de pot zonder zich af te vragen waar het geld vandaan komt en of het wel zal blijven komen.
 
Herstelbeleid is prioritair maar onhaalbaar
 
Normaal dus dat de N-VA zich in deze sociaal-economische materie moeilijker kan onderscheiden van de andere partijen. Daarenboven hebben de traditionele partijen meer ervaring en kunnen ze putten uit de terreinervaring van de zuilen. Dat de N-VA veel kritiek te verduren kreeg op haar socio-economische programma, mag niemand verbazen. Tijdens de verkiezingscampagne bleek trouwens dat de partij de feeling nog niet in huis heeft om dit verhaal op een genuanceerde manier te brengen. Men focuste op de misbruiken en scheerde soms iedereen over dezelfde kam. Een negatief verhaal – dat gretig door de anti-Vlaamse media werd uitvergroot - in plaats van een positief verhaal en dat zullen ze geweten hebben. Het verplichtte De Wever al op de verkiezingsavond zelf om afstand te nemen van zijn eigen socio-economisch programma. En het confederale verhaal diende te wachten, want een economisch herstelbeleid vereist prioriteit.
 
Maar is het ondertussen nog niet duidelijk genoeg geworden dat in zowat elk beleidsdomein de visies tussen Noord en Zuid verschillen? Is het niet getuigen van naïviteit dat opeens de MR federaal resoluut zou breken met de heersende meerderheid van de PS en cdH in Brussel en Wallonië? Het is niet omdat de Waalse patroons af en toe pleiten voor een ommekeer dat zoiets sneller zou kunnen dan bij voorbeeld het invullen van artikel 35 van de grondwet. Daar wachten we al meer dan twintig jaar op.
 
Alleen door de invoering van een confederaal model, waardoor de deelstaten verplicht worden zelf verantwoordelijkheid te nemen, kunnen er echte herstelmaatregelen genomen worden. Wie prioritair de socio-economische doelstellingen wil realiseren, zal blijven steken in de middelmatigheid inherent aan het Belgisch compromissenmodel. In elk geval is de afwijzing door cdH van De Wever zijn informateursnota een duidelijk signaal dat communautaire hervormingen tegenhouden veel belangrijker is dan het economische herstel van België.
 
Rik Van Cauwelaert in De Tijd (28/06):
‘Het optreden van de cdH-top maakt duidelijk dat de tijd is aangebroken voor de grote uiteenzetting van gemeenschap tot gemeenschap over wat ze nog samen willen doen. Het Overlegcomité is de passende plek voor zo’n gesprek dat maar best meteen kan beginnen’.
 
 
Kan de N-VA zonder een eigen DNA?
 
De vraag of de N-VA als regeringspartij kan vasthouden aan haar nationalistische droom, is vandaag brandend actueel. Nu is het duidelijk dat de Franstaligen (en niet alleen de cdH) in feite eisen dat de N-VA het artikel 1 (het streven naar een onafhankelijk Vlaanderen) in haar statuten schrapt vooraleer ze in aanmerking kan komen als regeringspartij. Voor heel veel Vlamingen komt dergelijk omfloerste uitsluiting van de macht ongetwijfeld over als zeer arrogant en ondemocratisch. Maar het is daarom niet minder reëel.
 
Met deze weigering van de Franstalige partijen stelt zich trouwens een probleem voor alle Vlaamse partijen. Telkens opnieuw verwachtende Franstaligen immers dat zij afstand zouden  nemen van de N-VA. Zij stellen een veto maar leggen de verantwoordelijkheid voor de vorming van een regering en het eventueel uiteenvallen van België bij de Vlaamse partijen. En ook nu weer wijst men, zoals in 2010) CD&V met de vinger. Heeft niemand van de media dat spelletje door? Wanneer zal men aan Vlaamse kant eens beseffen dat zoiets ongehoord is. Dat het getuigt van een totaal gebrek aan respect voor de Vlaamse kiezers en bewijst hoe ziek de Belgische democratie wel is.
 
Moet de N-VA nu haar artikel 1 van haar statuten schrappen omdat de Franstaligen dat eisen? Moet De Wever zijn partijleden oproepen om afstand te doen van hun droom en voortaan als machtspartij mee te werken aan de ombouw van België? Jean-Pierre Rondas probeerde in een lang gesprek met Knack-journalist Joël De Ceulaer een analyse te maken van wat er leeft binnen de N-VA: ‘N-VA is een partij die gemaakt is om de macht uit te oefenen. (…) N-VA is bijzonder realistisch wat betreft de machtsverwerving. Realistisch genoeg om te weten dat je daarvoor compromissen moet sluiten’. Rondas denkt dat de partijleden De Wever zullen volgen. Ter verduidelijking liet Rondas mij weten helemaal geen verdediger te zijn van het Belgisch compromissenmodel: ‘Het betekent helemaal iets anders dan het normale geven en nemen in het normale politieke leven’. Gelijk heeft hij, want de compromissen in de Belgisch context bewijzen enkel het totaal gebrek aan politieke solidariteit. Dit gebrek aan solidariteit heeft vele namen: ‘de institutionele atoombom bovenhalen om iets te krijgen’, het weggehoonde voorstel als  ‘inacceptable’ of ‘il ose’,  de arrogante ‘NON’, of de van alle verantwoordelijkheid ontdane demandeurs de rien, …
 
Maar Rondas voegt er een belangrijke opmerking aan toe: ‘De Wever is de enige met een project voor België 2.0’. Waarmee hij het confederale model bedoelt, of de invulling van artikel 35 van de grondwet. Daarmee belanden we opnieuw bij het DNA van N-VA. Dat sluit overigens perfect aan bij het ‘leitmotiv’ van de Gravensteengroep ‘Met België als het kan, zonder als het moet’. Ooit zullen de Vlaamse partijen zelf  moeten kiezen.
 
Pjotr

 

 

 

 

 

 

23 juni 2008

Professor Carl Devos reageert

een reactie op Confederalisme op zijn Belgisch

In het politieke debat is vaak sprake van grote terminilogische slordigheid. De politieke betekenis van begrippen wijkt soms af van hun werkelijke inhoud. Als Moureaux pleit voor confederalisme, dan weet hij niet goed wat hij zegt of heeft hij iets anders dan confederalisme voor ogen. Immers, confederalisme vertrekt vanuit twee onafhankelijke staten die vrijwillig en onder voorwaarden via een verdrag hun samenwerking organiseren. Confederalisme behoort tot een andere categorie dan het federalisme. Pleit Moureaux voor (de tussenfase van) autonome – ook financieel – en soevereine staten (Vlaanderen en Wallonië-Brussel?-) die nadien beslissen over vormen van samenwerking? Wellicht niet. Want men kan de Vlaamse onafhankelijke staat immers niet als voorwaarde voor haar onafhankelijke opleggen dat zij nadien, na haar onafhankelijkheid, deze of gene specifieke (financiële) samenwerking aangaat. Men kan als onafhankelijke (Waalse) staat voorwaarden stellen voor een confederale bundeling, maar niets kan de Vlaamse onafhankelijke staat verplichten daar ook mee in te stemmen.

Echt confederalisme in de ware betekenis is in België niet mogelijk, omdat Franstaligen nooit zullen instemmen met de daaraan voorafgaande voorwaarde: volledige onafhankelijke staten.
Moureaux wil iets zeggen, maar wellicht niet wat hij zegt. Hij geeft het signaal dat Franstaligen moeten luisteren en ingaan op de Vlaamse eisen, zonder ze allemaal goed te keuren, maar anderzijds houdt hij het Brusselse been stijf. Persoonlijk vond ik (het gedoe over) de boodschap van Moureaux veel geblaat over weinig wol. De Franstaligen willen praten, zo ver waren we al, en begrijpen dat er iets moet gebeuren. Maar voorts blijven de Franstalige eisen en veto’s ook bij Moureaux ongewijzigd. Het is m.i. onterecht om in de woorden van deze PS-patron grote openingen of veranderingen te zien. Ze illustreren wat we al wisten, maar het gebruik van het confederalisme is misleidend en wie niet goed oplet ziet in zijn woorden meer dan er is.

Het ‘confederalisme à la Belgique’ lijkt in de sterren geschreven. Wellicht is dit een van de laatste staatshervormingen die vanuit een federale dynamiek vertrekken. Gesprekken tussen de regionale vertegenwoordigers van de deelstaten zullen in de toekomst misschien meer de motor vormen. Maar voor een uitvoering van art. 35 is het nu te vroeg, als dat er ooit van komt. Zal er ooit overeenstemming komen over de exclusieve federale bevoegdheden? Binnen tien jaar kan dat anders zijn, als de Franstalige heropstanding meer (zelf)zekerheid en betere vooruitzichten creëert. ‘Confederalisme’ is in deze een verkeerd woord: het gaat om het verder verschuiven van alle bevoegdheden – en financiële verantwoordelijkheden – naar de deelstaten (naast de huidige alle residuaire) en de bepaling van de exclusieve bevoegdheden op het federale niveau, dat alles binnen het stelsel van een coöperatief federalisme en dus met een federale grondwet.

Dat is het lot van het bipolair, centrifugale Belgisch pacificatiefederalisme. Een andere weg lijkt er niet meer te zijn. Maar dat zal een lange weg zijn. Want tegen intellectuele argumenten staan politieke bijzondere meerderheden. De groeihormonen voor het Vlaams radicalisme worden geteeld in Franstalig potgrond. Wellicht is het dat wat Moureaux lijkt te beseffen. Maar omspitten kan (nog) niet.

Deze staatshervorming zal zijn zoals de andere – incrementeel – en doen zoals de andere: een nieuwe in het leven roepen. Ook de Vlamingen zouden er goed aan doen het eindpunt onderling vast te leggen en de weg er naartoe in detail uit te tekenen. Maar weten wij wel wat we willen? Of zijn we het daar niet voldoende over eens? Als de Franstaligen ooit meer aandurven en kunnen zullen ze dat alvast willen weten.

Groeten,
Carl Devos

20 juni 2008

Confederalisme op zijn Belgisch

Le confédéralisme, c'est le fédéralisme des cons.

In Le Soir van 18 juni ’08 spreekt Moureaux voor het eerst over een confederale staatsvorm … op voorwaarde dat er aan de geldstromen niet wordt geraakt.

In De Standaard van 19 juni vraagt Bart Sturtewagen om de opening die Moureaux (PS Brussel) maakte naar een confederalisme niet te onderschatten. Het is een omwenteling in het Franstalig denken, beweert hij.

Béatrice Delvaux (hoofdredactrice Le Soir) laat in dezelfde DS noteren: “Er valt geen tijd meer te verliezen om een nieuwe vorm van samenleven te verzinnen waarin de gemeenschappen hun waardigheid terugvinden, ook al is hun eenheid zoek. De tijd van de romantiek van een utopisch België is voorbij”.
In Le Soir (16 juni) geeft Luc Delfosse in zijn editoriaal volgend advies aan de Franstalige politici: “ga zonder uiteraard de faciliteiten op te geven, onderhandelen over een mature (?) confederatie, bestaande uit drie geëmancipeerde regio's. In het Zuiden, plaats voor twee regio's op voet van gelijkheid: Wallonië en Brussel. Beide beheren samen de interfrancofone solidariteit binnen een culturele gemeenschap..die zich niets aantrekt van grenzen.."

Tijd voor Anders Nieuws om deze uitspraken te situeren in de juiste context en aldus bij te dragen tot een beter begrip.

Niet onderschatten maar vooral goed inschatten !

Laten we beginnen bij het begin:
Wat betekent een confederale staatsvorm?

“Er bestaat in de constitutionele doctrine geen enkele discussie over het feit dat een confederatie of statenbond een samenwerkingsverband is waarbij onafhankelijke staten bij verdrag regelen welke bevoegdheden ze samen wensen uit te oefenen. Met andere woorden, wie zegt voorstander te zijn van een confederale Belgische staat is meteen ook vóór de onafhankelijkheid van de deelstaten. Een confederaal België impliceert dan ook dat aan de deelstaten een volledige soevereiniteit wordt gegeven en dat zij nadien in een internationaal verdrag afspreken om bepaalde bevoegdheden samen uit te oefenen. Dit verdrag is evenwel op elk ogenblik opzegbaar. Hoe dan ook houdt een confederaal België in dat er een einde wordt gemaakt aan de grondwet en dat deze wordt vervangen door een internationaal verdrag. Confederalisme is dus geen doorgedreven vorm van federalisme”. (Prof. Dr. Koen Lemmens, Prof. Dr. Paul de Hert en Prof. Dr. Serge Gutwirth, VUB in een Vrije Tribune in De Morgen)

In de opening van Moureaux is er dus absoluut geen sprake van confederalisme. Trouwens ook CD&V die tijdens een congres in Kortrijk wel opkwam voor een confederaal België heeft nooit gezegd wat men daarmee precies bedoelde.

In feite zegt Moureaux dat de Franstaligen ENKEL bereid zijn te praten over een “confederale” staat op hun voorwaarden. En die zijn niet min. In de eerste plaats moeten de geldstromen tussen Vlaanderen en Wallonië blijven bestaan. De betekenis hiervan is duidelijk: meer eigen fiscale verantwoordelijkheid voor de socio-economische domeinen en de sociale zekerheid is er niet bij én het mag niks kosten. Dat zoiets in tegenspraak is met de confederale gedachte deert hem niet. Confederalisme staat voor vrijwillige samenwerking onder volkeren die met mekaar willen verder gaan. Dat een Brusselse Franstalige deze term misbruikt om eisen te stellen getuigt niet van veel respect. Maar zelfs dat is nog veel te verregaand voor de andere Franstaligen die in hem een afvallige zien. Confederalisme is blijkbaar maar een modeterm om goedgelovige Vlamingen te misleiden.

Daarnaast blijkt uit het verdere artikel dat hij de faciliteitengemeenten wil inlijven bij Brussel maar – oh ironie - in de andere Vlaamse gemeenten de Franstaligen wil aanzetten (“on devrait leur dire que …”) tot het gebruiken van het Nederlands in hun relatie met de lokale overheid. Anders gelezen klinkt het duidelijk: Beste Vlamingen, wij, Franstaligen geven onze eisen om Frans te mogen spreken in gans Vlaanderen op in ruil voor territorium, zijnde de annexatie van zes Vlaamse gemeenten. De “droit du sol” kan dus wél als het hen goed uitkomt! Gezien de context zegt hij daarmee ook dat deze ‘confederatie’ moet bestaan uit drie evenwaardige regio’s: Bruxelles, Wallonie en Vlaanderen.

Aan Bart Sturtewagen wil ik zeggen: Neen, beste Bart, weldenkende Vlamingen onderschatten deze opening helemaal niet.

Maar laten we de uitspraken vanuit Franstalige kant eens situeren in een “federaal kader” waarin de regio’s helemaal niet onafhankelijk zijn en voor elke belangrijke beslissing een consensus moet gevonden worden. Dan lijkt deze opening enkel op de bereidheid om een grote staatshervorming te realiseren binnen een kader waarin de Franstaligen alles kunnen blijven blokkeren. Mag ik dan nog eens herhalen wat elke inwoner gedurende 13 maanden heeft vastgesteld: dat er geen politieke consensus meer bestaat waarvoor een maatschappelijk draagvlak aanwezig is in beide gemeenschappen.

Is er een uitweg?

Neen er is geen enkele ‘maatschappelijk aanvaardbare’ uitweg zolang Brussel Halle Vilvoorde niet definitief is gesplitst zonder wijziging van de taalgrens/staatsgrens. Gezien het grote belang en de unieke kans voor Vlaanderen om dit op een wettelijke manier via het parlement te realiseren bij gewone meerderheid, zou het idioot zijn om deze weg op te geven voor onnodige toegevingen met verstrekkende gevolgen. Is onze volgehouden solidariteit dan geen voldoende bewijs van onze sympathie voor onze ‘landgenoten’ en België?

Gezien de radicalisering van beide gemeenschappen lijken slechts twee opties maatschappelijk nog mogelijk, behalve de onmiddellijke splitsing:

Een confederale samenwerking waarbij een zelfstandig Vlaanderen en Wallonië op vrijwillige basis samenwerken en onder meer samen Brussel als confederale hoofdstad beheren. Dan kan Vlaanderen eveneens op een vrijwillige basis een transparante solidariteit met Wallonië en Brussel handhaven en kunnen beide samen domeinen zoals Buitenlandse Zaken, Defensie … beheren. Hiervoor zijn wel goede afspraken nodig met Brussel, waarvan de eigenheid moet gerespecteerd blijven.

De tweede mogelijkheid is het confederalisme op zijn Belgisch, wat nu reeds het geval is want zowel met federale als confederale trekjes, waarbij aan het artikel 35 van de grondwet een lijst wordt toegevoegd van beleidsdomeinen die we nog samen willen beheren op federaal niveau. Belangrijk is te beseffen dat in dergelijk systeem de samenwerking verplicht is. Men moet dus vooraf zeker zijn dat we in deze domeinen éénzelfde visie hebben vooraleer ze samen te beheren, zoniet zal het leiden tot immobilisme en geldverspilling, zoals nu het geval is. Men moet ook aan de bevolking duidelijk maken dat men later voor elke wijziging aan deze lijst telkens opnieuw een prijs zal moeten betalen. Naargelang de bijkomende politieke grendels kan dat leiden tot nog minder democratie en nog meer afhankelijkheid van een meerderheid.

Beste Lezers,
Het is maar een voorbijvliegende gedachte maar zou het niet rustgevend zijn om op vrijwillige basis onze solidariteit met Wallonië en Brussel te kunnen bewijzen én samen te werken zonder daartoe gedwongen te worden? We zouden een prachtvoorbeeld zijn voor Europa!

Pjotr