11 november 2014

Geloven of weten: aan u de keus



 MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN

 

Geloven is gemakkelijker dan de waarheid zoeken. Dat is ongetwijfeld het geval voor de berichtgeving over de conflicten in het Midden-Oosten.
 
Wat hier volgt zijn niet meer dan enkele voorbeelden. Niet om de waarheid te vertellen, maar om aan te tonen hoe manipuleerbaar informatie is en hoe gemakkelijk het is om mensen te bedienen op hun wenken: door hen te vertellen wat ze graag willen 'geloven'. Meer hoeft men niet te ‘weten’.

Turkse collaboratie


Terwijl zowat alle NAVO-landen het optreden van de Islamitische Staat (IS) veroordelen en verschillende landen, waaronder België, hen militair bestrijden, zijn er nogal wat indicaties dat Turkije hen steun. Samenwerking met de gemeenschappelijke vijand heeft een naam: collaboratie. Volgens een bericht gepubliceerd in Newsweek (6 nov) heeft een gewezen lid van de IS-strijdkrachten onder een pseudoniem ‘Sherko Omer’ zijn verhaal als IS lid verteld. In een Franstalige versie van Omer’s relaas verklaart hij dat het Turkse leger (nvdr of toch een deel ervan) bondgenoot was van de IS. Vooral toen ze de Koerden in Syrië gingen bevechten, konden ze rekenen op Turkse steun. Vanuit de IS bolwerken in Aleppo en Raqqa konden ze via Turkije de door Koerdische troepen gecontroleerde delen van Syrië vermijden naar Noord-Syrië reizen. Er zijn ook de (oncontroleerbare) berichten over wapen- en munitieleveringen door Turkije aan de IS. Iets wat Turkije met stelligheid ontkent.  Wie deze stroom tegengestelde informatie niet over zich heen laat gaan, kan maar één ding besluiten: dat we het niet weten. Maar meestal is dat niet de conclusie, en otnhouden we het verhaal dat ovreeenstemt met onze ‘overtuiging’.    

Lessen uit Gaza


Toen het Israëlisch leger de Gaza strook binnenviel schreef ik een bijdrage onder de titel ‘Waarom ik niet schrijf over Gaza’. Ook zo’n dramatische situatie waarover de geesten door de jaren heen zo door gemanipuleerd werden dat er nauwelijks nog sprake is van een ernstig debat. Men is voor Israël en de Israëlische strijd of ertegen. Dat betekent dat we ‘weten’ vervangen hebben door ‘geloven’.
 
Wil het Joodse volk geen vrede? Willen de Palestijnen geen vrede? Zijn de Palestijnse (Hamas) verantwoordelijk voor de onveiligheid en dus een voldoende argument voor de Israëli’s om terug te slaan? Of zijn de Israëli’s uit op de vernietiging van de Palestijnen? Niet de ja of neen zijn belangrijk, maar de argumenten die daarvoor gebruikt worden. De kip en het ei. Omdat we het niet (willen) weten en weigeren iemand de schuld te geven, heeft niemand schuld en blijven we de doden tellen.
 
De hoogste Amerikaanse militair (Chairman of the Joint Chiefs of Staff), Martin Dempsey,  was onlangs op bezoek in Israël om daar te leren wat men zoal kan doen om ‘collateral damage’ (zeg maar het doden van onschuldige burgers) te voorkomen. Blijkbaar deden de Israëli’s daar veel moeite voor en willen de Amerikanen daarvan leren. Wie enkel de rapporten van ‘Amnesty International’ leest zal daar ongetwijfeld mee lachen of vloeken omwille van zoveel leugens. Iemand vroeg ooit welke goede reden de Israëli’s hebben om burgers te willen doden? Diezelfde vraag kunnen we ook stellen aan de Hamas verantwoordelijken: waarom er zoveel jonge mensen hun eigen leven beëindigen door zelfmoordacties op onschuldige burgers.

 

Iraanse nucleaire plannen gebombardeerd     

Het viel nauwelijks op en velen zullen het niet eens weten.  Terwijl al onze aandacht uitging naar Ukraïne bombardeerden de Israëli’s een geheime fabriek waar - volgens hen - gewerkt wordt aan een nucleair wapen. Wat nog niet zo lang geleden groot nieuws was bleef onopgemerkt. Wat willen we graag geloven? Dat de Iraniërs alleen maar vredelievende bedoelingen hebben en vooruit denken (wat wij duidelijk niet doen) aan de dag dat hun voorraad aardolie op is? Wat weten we nu eigenlijk over hun  nucleair programma?

Generaal Dempsey betwijfelde alvast of een bombardement zal volstaan om Iran tot stopzetting van hun nucleair (wapen)programma te dwingen. Op 24 november zouden we daar ter gelegenheid van de volgende onderhandelingsronde, meer over te weten komen. Maar ik vrees dat voor de Vlaamse media de betoging in Antwerpen veel belangrijker zal zijn.
 
Pjotr

 

 

 

 

 

03 november 2014

In memoriam Guido Van Gheluwe





 


Guido van Gheluwe
3 april 1926 - 1 oktober 2014


PIERRE THERIE – Guido Van Gheluwe, stichter-president van de Orde van den Prince is niet meer. Maar zijn Vlaams-Nederlandse erfenis is nog altijd levendig en telt  meer dan drieduizend leden. Een korte terugblik.

De Orde van den Prince is nauwelijks bekend bij het grote publiek en de media hebben er nauwelijks interesse voor. Het aantal artikels over dit (vooral aanvankelijk) elitair genootschap zijn op één hand te tellen. Dat heeft de Orde niet belet om te groeien en te bloeien. Wellicht draagt juist die discretie bij tot haar aantrekkelijkheid voor zij die uitgenodigd worden als lid. Dat alles danken we aan de visie van Guido Van Gheluwe.


Dat de Orde zonder de interesse van de media toch aan invloed won, werd duidelijk toen Guido Van Gheluwe uitgenodigd werd voor een onderhoud met koning Boudewijn. Het aanvankelijk wantrouwen van de koning tegen deze nieuwe Vlaamsgezinde vereniging, die dan nog een Nederlandse Prins, Willem van Oranje (de Zwijger) als voorbeeld stelde, zorgde voor een aanvankelijk gespannen onderhoud. Maar dank zij de welbespraaktheid en overtuigingskracht van Guido verdween het wantrouwen en kon hij de koning overtuigen van de gegrondheid van de doelstellingen van de Orde zoals ze in de Keure vervat liggen.


De koning zag in de Orde van den Prince niet langer een bedreiging, maar een opportuniteit. De Franstalige adel was in Vlaanderen op zichzelf teruggeplooid en dreigde niet langer een stem te hebben in het ‘Vlaams kapittel’. Daarom stelde de koning voor om ook de adel op te nemen in de Orde. Hij zou enkele vooraanstaande edellieden van zijn wens op de hoogte brengen. En inderdaad slechts enkele dagen later was er al een eerste contact. Maar het plan mislukte omdat de adellijke contacten verwachtten dat ze hun taal – het Frans – zouden mogen spreken tijdens de bijeenkomsten. Na consultatie van de bestuursleden werd deze eis niet ingewilligd wegens strijdig met de Keure en bleef de Franstalige adellijke elite uitgesloten van het netwerk dat de Orde van den Prince uitbouwde in Vlaanderen en na enige tijd ook in Nederland.

De Keure

De Prince is een orde,


die tot doel heeft,


de studie, de beleving


en de uitbouw van de


Nederlandse aard


in het persoons-, gezins-


en gemeenschapsleven


Met deze korte basistekst als leidraad (Keure) startte dit genootschap in 1955. In de loop der jaren droegen de opeenvolgende presidenten bij tot de uitbouw, maar voor alles is en blijft de Orde een individuele opdracht 


Stijl van de Orde 
Geloof in de eenheid


en de zending van


de cultuur der Nederlanden.


Voornaam optreden in bewuste


verbondenheid met de gemeenschap.


Hechte kameraadschap,


die geeft en eist.


Trouw en tolerantie


naar Oranjes geest


Zelf heb ik Guido Van Gheluwe slechts in de nadagen van zijn leven persoonlijk leren kennen. Onze soms diepgravende gesprekken ten huize Ribzand in De Panne hebben mij telkens opnieuw geïnspireerd. Zijn overtuiging, visie en zijn belangstelling voor nieuwe ideeën was ondanks zijn verslechterende gezondheid opmerkelijk. Maar tegelijk ook zijn vasthoudendheid aan het oorspronkelijke gedachtegoed. In al die jaren droeg elke president zijn steentje bij tot de groei en bloei van het genootschap. Maar intimi weten hoe kordaat hij kon zijn tegenover al wie poogde de Orde te gebruiken voor een invulling die het geheel in gevaar kon brengen. Het was zijn grote gave en wellicht ook zijn grootste verdienste om mensen te verenigen. De zenuwcentra van de macht, daar zag hij de plaats voor Prince-leden.


Tijdens de Algemene Ledendag op 9 oktober 2010 te Leiden werd hulde gebracht aan Guido Van Gheluwe. Voor deze gelegenheid schreef Prince-lid Herman Van Rompuy een haiku die  zo goed weergaf wie Guido was dat zijn echtgenote deze hernam op het bidprentje bij zijn begrafenis op 10 oktober 2014: 


De oude fierheid


Standvastige gedachten


Verdraagzame vriend


Tijdens deze uitvaartplechtigheid in de Sint Maartenskerk te Kortrijk hield Herman Devriendt, Prince lid van het eerste uur, volgende toespraak (uittreksel):


Beste Guido,


Deze afscheidsgroet is geen scheiden. Je volgelingen pogen nog steeds jouw geest te vatten.

Wie was je? Wie heeft je geïnspireerd?
Hiervoor kijken we terug naar de tijdsgeest van je jeugd: het woelige interbellum, de kille bezettingsjaren van WOII en jouw bevrijdende hoogstudententijd. Die tijd was destijds ook revolutionair en had een taalgebruik en symbolen die voor de huidige generatie ten dele onverstaanbaar zijn. Maar toch was dat jou voedingsbodem.


Je eerste inspiratiebron was je eigen Kortrijkse, Vlaamse en christelijke geïnspireerde familie. Het waren je collegejaren met de Grieks-Latijnse Humaniora tot in Retorica 1946.


Het was de Katholieke Studenten Actie (KSA), het Jong Volkse Front en de verlokking van een utopische Dietsland met zijn heel-Nederlandse visie. De hoogstudententijd aan de Rijksuniversiteit Gent bracht je de ontgroening, de opening van je horizon en in 1950 het einddiploma van dr. in de Rechten.


Bovenal was er je kennismaking met de uitverkoren Maria-Vika Lauwers. Wanneer je zich in 1952 met haar verbond, miek zij je deelachtig aan haar betekenisvol Kortrijks geslacht.


Deze familiale band zal niet alleen bepalend zijn voor jou. De uitzonderlijke Lauwers-geschiedenis uit onze stad zal diep inspirerend werken op de groei van de Orde.


Wie ben je? Wie heb jij geïnspireerd? Wie heb jij bezield?
Je was vanaf 1951 advocaat aan de balie te Kortrijk.


Op 2 november 1955 luisterden vijf bijeen geroepen mannen met enige maatschappelijke invloed naar de woorden van een negenentwintigjarige Kortrijkse advocaat. Jij nam het woord, je was de jongste onder hen. Karel Goddeeris, Gerit van der Wiele, Julie de Zegher, Marcel Naert en Felix Comer aanhoorden er voor het eerst een nieuw geluid.


Je ontvouwde er je hunkering naar een ander soort Vlaamse  beweging, grensoverschrijdend en met een totaal nieuw taalgebruik. Begrippen als a-politiek, pluralisme, tolerantie, voornaamheid en introverte beslotenheid waren de draden van een nieuw weefsel. Vlaanderen zou met dit gewaad in Noord en Zuid een edeler aanzien verwerven.


De naam van Willem de Zwijger werd er het symbool van verdraagzaamheid en een geheel-Nederlandse visie.


Felix schrijft daarover in 1980: “ De vijf aanwezigen luisterden geboeid, lichtjes sceptisch, soms ironisch, meteen betoverd en in feite reeds gewonnen. Zo ontstond uit de intuïtie en het initiatief van één man in 1955 de Orde te Kortrijk.” 


Op heden is jou betovering, jou bezieling doorgedrongen tot bij meer dan drieduizend leden. Zij vindt vandaag ook haar weerklank in het indrukwekkend aantal aanwezigen bij je uitvaart.


De Orde is de grootste grensoverschrijdende culturele vereniging van de Lage Landen. Deze voor velen onverwachte en onwaarschijnlijke groei is een voorwerp van vreugde. Tijdens deze gelukkige groei was er evenwel bij jou constant een kommer aanwezig.


Hoe groeit bij ieder lid individueel de diepere beleving van de Keure? Zij getuigt immers in deze eenentwintigste eeuw van een zekere vermetelheid. Zal de jongere generatie, in de tsunami van media, internet en satellieten-regen en midden de groeistoornissen van Europa het Nederlands Erfgoed blijven bestuderen, handhaven en uitbouwen?


De individuele belofte van trouw is voor Guido de énige garantie tot het overleven van zijn droom. Het gaat om een persoonlijk engagement dat dagelijks doordringt in huis en gezin, in het werk, in het maatschappelijk leven en over generaties heen.


Hoe de Kortrijkse afdeling in haar verjonging van vandaag floreert schonk je tot in je  laatste dagen een geruststellende vreugde.


Wie blijf je?   
Dit hangt af van ieder van ons.


Herman Devriendt, afdeling Kortrijk.


Deze veelbetekenende slotzin vat goed samen wat de Orde van den Prince is en waarom ze zo nodig blijft: omdat vriendschap en verdraagzaamheid elk verschil kan overstijgen als we maar kordaat aan onze gedeelde waarden vasthouden - wat goed is voor Vlaanderen - en uit zijn utopische droom van een heel-Nederlands genootschap, de kracht putten om grenzen te verleggen.


Pjotr, alias voor Pierre Therie


Prince lid afdeling Vilvoorde


 


 


 


        


 

29 oktober 2014

Wat wij niet mogen weten


MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN


 

Soms zijn er dagen waarop ik met plezier ‘De Standaard’ lees. Maar soms vergaat mijn plezier even snel als het gekomen is. Mediakritiek, altijd een beetje politiek.

Dynamiek op de Belgische Arbeidsmarkt.


 

Maandag 27 oktober begon prima. Guy Tegenbos begon zijn commentaar met positief nieuws: “Eerst het goede nieuws. Afgelopen jaar – van midden 2013 tot midden 2014 – zijn er netto 19.000 banen bijgekomen in dit land. Daarna volgt dan ook het minder goede nieuws: “Maar er is ook slecht nieuws. Het aantal bijgekomen jobs is bruto ook het laagste sinds lang. Amper 166.000. Terwijl er nog niet zo lang geleden een groei met 250.000 was in één jaar tijd.” Nuance, altijd een goed teken.
 
Enkele bladzijden verder in de krant stond het artikel waarop hij zich baseerde. Daarin geeft journalist Dries De Smet de resultaten weer van een studie. Helaas zonder duidelijke bronvermelding. Slechts in de voorlaatste paragraaf staat volgend klein zinnetje: “En tegelijk is de stoelendans bij bestaande jobs ook kleiner, blijkt uit cijfers van Dynam.”
 
Welnu zijn artikel is uitsluitend gebaseerd op deze studie ‘Dynamiek op de Belgische Arbeidsmarkt. Juni 2012 – juni 2013, van Dynam-belgium.org die hier te lezen is. De vermeldde commentaar van Ludo Struyven, onderzoeker bij het Hiva, dient alleen maar om de indruk te geven dat hij zijn huiswerk maakte. Alleen was het te doorzichtig en dus vroeg ik mij af of De Smet soms redenen had om zijn bron zo angstvallig te camoufleren.
 
En ja, na een grondige lezing kon ik alleen maar vaststellen dat zijn artikel hooguit een onvolledige en misleidende weergave is van de gepubliceerde resultaten. Dat belangrijke informatie aan zijn aandacht ontsnapte of om politiek-correcte redenen gecensureerd werd.

Waarom geen regionale cijfers


 

Het is niet de eerste keer dat we in de gezagsgetrouwe media geconfronteerd worden met Belgische cijfers die gemiddelden zijn (of de som) van sterk uiteenlopende regionale gegevens. Wie schrijft dat er netto 19.000 banen bijgekomen zijn, vertelt daarom slechts een deel van de realiteit. Meestal is daar een goede reden voor: de studies geven geen opdeling per regio en dus kunnen we niet weten hoe het juist zit. Of Vlaanderen deze of gene maatregel moet nemen, hier of daar een inspanning doen. Nochtans zouden dergelijke studies toch daarvoor kunnen en moeten dienen.
 
Maar kijk, in deze studie staan er wel degelijk regionale cijfergegevens die De Smet ook had kunnen vermelden (zie par 1.3. Naar regio). Daarin kunnen we lezen dat de daling in Vlaanderen (verlies aan jobs) 0,3 % bedraagt tegenover een winst in de periode ervoor van 0,5 %. Dat maakt dat er een achteruitgang is van 0,8 %.
In Wallonië bedraagt heet verlies 1,1 % nadat het jaar ervoor er een groei was van 0,7 %. Een achteruitgang van 1,8 % of meer dan het dubbele van Vlaanderen.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ontsnapt aan de slechte cijfers en boekt een groei van 0,6 %. Prima.
 
Maar naast die cijfers staan er nog interessante dingen in deze studie. Zo staat er dat de jobcreatie vooral gerealiseerd werd in gesubsidieerde sectoren. Voor de sector ‘Menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening’. Tussen juni 2011 en juni 2012 werden er in de sector 17.200 nieuwe jobs gecreëerd, terwijl slechts 6.600 jobs verloren gingen. Daardoor kende de werkgelegenheid in de sector een toename van 10.600 arbeidsplaatsen. Met andere woorden, meer dan de helft van het goede nieuws van Tegenbos wordt gehaald uit een toename van gesubsidieerde (of door de overheid integraal betaalde) jobs. En geloof het of niet maar er is nog een sector die een bescheiden groei kende: ‘Kunst, recreatie en overige diensten’. En voor de volledigheid, ook de exploitatie en handel in onroerend goed kent een groei.
 
Kortom, de lezers van De Standaard worden onvoldoende geïnformeerd om zich een juiste mening te kunnen vormen. In dit geval is het goede nieuws al te beperkt en zou men beter spreken van een verdieping van de welvaartskloof (nu al zo’n 25 %) tussen Vlaanderen en Wallonië. Dat is helaas de diepere betekenis van deze studie. Belgische cijfers alleen zijn misleidend en het kan niet de bedoeling zijn van een krant die zichzelf rekent tot de kwaliteitsuitgaven om hieraan mee te werken.

 

Opiniërende journalisten


 

Het plezier bij De Standaard duurt nooit lang. Op 29 oktober slaagt Bart Brinckman erin om mijn goed humeur wat te temperen. In de katern Wetstraat (dus niet opinie) lezen we een artikel met als titel: ‘We kunnen niet anders, het is de schuld van de socialisten’, met daaronder een foto van Johan Vande Lanotte, John Crombez en Elio Di Rupo.
 
Meteen volgt een intentieproces: “Zowel de federale als de Vlaamse regering maakt er een sport van om links af te schilderen als een bende stoethaspels die onze samenleving regelrecht naar de afgrond leidde.” Fout volgens Brinckman. Want het mag dan zijn dat Stevaert de subsidiëring van de zonnepanelen invoerde, “het systeem ontspoorde pas onder het bewind van Kris Peeters en Hilde Crevits, allebei christendemocraten.” Voilà, dat zijn dus de stoethaspels. Volgende kromredenering: Vermits ook de N-VA al tien jaar deel uitmaakt van de Vlaamse regering, dragen alle establishmentpartijen in dit dossier hun verantwoordelijkheid. Volgt dan de retorische vraag: “Zijn die niet allemaal met een gat in hun hand geboren?” Gelieve niet na te denken maar gewoon ja te knikken.
 
Voor Turtelboom heeft hij evenmin een goed woord over: “Natuurlijk blijft het vreemd dat een liberaal bedrijven en gezinnen via de elektriciteitsrekening wil pluimen. Dan moet zo’n minister uit lijfsbehoud een zondebok zoeken.” Ja, u las goed ‘zo’n minister’. Wellicht hing op dat moment nog wat speeksel aan zijn onderlip.
 
Maar gelukkig heeft Brinckman als afsluiter goede raad voor zijn kameraden, de socialisten. Lees even mee: ‘Ze moeten op zoek naar een framing die de federale of de Vlaamse regering pijn doet. Die hoeft niet eens te kloppen, als de bevolking ze maar gelooft. Dat vergt handigheid, een geloofwaardige boodschapper en vooral een rigoureuze regie.’
 
Weet u beste lezers wat ik nu denk? Dat De Standaard, die naast een opiniërende hoofdredacteur nu ook al een opiniërende Wetstraatspecialist in dienst heeft, binnenkort enkel nog het commentaar gevolgd door de katern ‘Duiding en opinie’ zal publiceren. AVV-VVC: Alles voor Vande Lanotte - Vande Lanotte voor Crombez. Wedden dat die opiniërende Wetstraatspecialist zich met hart en pen zal lenen tot de zelf aanbevolen misleiding van de lezers van De Standaard? Toch goed dat we dat wel mogen weten.

Over quota


 

Liesbeth Homans, Vlaams superminister heeft beslist dat de Vlaamse overheid tegen 2020 10 % migranten moet tewerkstellen (hier). Waarschijnlijk dacht ze hierbij vooral aan het Antwerps kiezerspotentieel waarin het migrantenaandeel veel hoger ligt dan in de rest van Vlaanderen. Nochtans was Homans vroeger een tegenstander van quota en voorstander van de meritocratie. En Ben Weyts verklaarde in 2012 nog dat quota voor vrouwen in de topambtenarij vernederend waren.Net als iedereen willen zij geselecteerd worden omwille van hun kennis en talent, niet omwille van hun geslacht.", daarbij toevoegend: "Positieve discriminatie is ook discriminatie".
 
Een lezer liet alvast weten dat hij geen reden meer ziet om nog voor de socialisten te stemmen. Maar wat deze kwade lezer ontging is dat in het geciteerde artikel (gepibliceerd op  deredactie.be), Homans over een streefcijfer spreekt en vooral dat zij “het streefcijfer wil behalen door onder meer kandidaten te screenen op onterechte uitval op basis van afkomst.” Dus toch meritocratie of waarom nuance ook hier een pluspunt is.
 
Maar het had anders gekund. Laten we even in de rol van Brinckman kruipen en gratis advies geven: Stel dat Homans niet gesproken had over quota. Geen vermelding van een percentage omdat het toch maar een vrome wens is, maar wel beloofde om de afkeuring van een migrant die postuleert voor een openbaar ambt zo nodig te onderzoeken op de correctheid van de afkeuring. Het aantal migranten zou door die maatregel, naar verwachting, kunnen toenemen en dat is toch de bedoeling. Op voorwaarde dat er voldoende kandidaten zijn die voldoen aan de criteria. Ben Weyts had daar alvast veel minder last van gehad en voor de bevolking zou het minder overkomen als de zoveelste betutteling door ‘Vlaamse regelneven’.
 
Pjotr

23 oktober 2014

Burgerzin in de PS-staat


MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN


 

Tegenover de soms rabiate Vlamingenhaat van Franstalige politieke straatvechters en parvenu’s is zowel kordaatheid als verdraagzaamheid aangewezen.

 

Laurette Onckelinx was recent de protagoniste van een tragedie die zich afspeelde in een oud-Griekse theater – een gelegenheid waartoe het Belgisch parlement zich perfect leent. Is haar viswijvenpraat een wederwoord waard? Neen, zegt Bart De Wever, want de problemen van de vorige eeuw zijn niet meer belangrijk of tenminste, de problemen van deze eeuw zijn veel belangrijker. Punt gemaakt.

 

Met dit standpunt geeft De Wever allicht ongewild een mooi voorbeeld van wat België eigenlijk samenhoudt: het negeren van alles wat niet past. Maar ook Onckelinx is een perfect voorbeeld, maar dan wel van alles wat België verscheurt tot op het bot. Decennialang worden de Vlamingen nu al door de Franstalige socialisten voorgehouden hoe fout ze zijn met hun genuanceerd discours over de collaboratie; omwille van hun racistische houding ten overstaan van migranten. Omdat Vlamingen vinden dat integratie betekent dat iemand ook de taal moet machtig zijn. Dat een godsdienstige  overtuiging geen hinderpaal mag zijn voor onze samenleving en nog minder dat ze in strijd mag zijn met de universele rechten van de mens. Omdat allochtonen vooral daardoor meer kans maken op sociaal comfort en werk. Hier ontbreekt het de Vlamingen vooral aan kordaatheid.

De collaboratie en het verzet


 

Het is wellicht al ongepast voor de poco-wereld om collaboratie en verzet samen in een titel te vermelden. Nochtans zijn er veel bindtekens tussen beide. Zwart-wit, maar ook veel grijstinten die echter ongepast zijn en waarop een taboe rust. Zo blijft alles netjes zwart of wit. Mag niets worden uitgepraat. En voor alle duidelijkheid: verzet is inderdaad wit en collaboratie zwart. Dat zei ook De Wever al duizend keer.
 
Dat het wit soms witter is met dan zonder Dash maakt niet het verschil. Zo lang men maar weet dat er vuile vlekken waren op enkele witte jassen en voor het zwart soms een menselijke reden was (noem het eerder falen) zoals Jambon verklaarde. Deze ongenuanceerde tegenstelling ontbreekt het al te zeer aan verdraagzaamheid.
 
Laat mij een persoonlijk voorbeeld geven over hoe het anders kan.
 
Toen ik Commandant werd van een militaire eenheid liet mijn voorganger weten dat de oudstrijders zich verzetten tegen de aanwezigheid van de burgemeester op militaire plechtigheden. Omdat hij veroordeeld werd als collaborateur. De burgmeester wist dat en liet zich daarom voor elke plechtigheid waarop hij als burgemeester werd uitgenodigd vervangen door een schepen. Deze oplossing strookte echter niet met mijn principes en ik wou deze situatie niet blijvend aanvaarden. Na vele weken dubben had ik met de burgemeester een zeer lang gesprek waarin hij mij vertelde over het hoe en waarom, ... de redenen voor zijn in zijn ogen politiek gedrag. Maar ook dat hij nooit iemand verraden had maar wel voor ‘den Duits’ gevochten had in Frankrijk en Duitsland en daarvoor terecht gestraft werd. Ook hij werd zoals anderen later senator voor de VU, en deed nooit afstand van zijn politieke overtuiging.
 
Van mijn kant maakte ik hem duidelijk dat ik collaboratie onder geen enkele omstandigheid kon goedkeuren, maar wel begrip kon opbrengen voor zijn redenen. Verder liet ik hem weten dat hij als burgemeester verplichtingen had en deze diende na te komen, ook al zou dat niet stroken met zijn persoonlijke overtuiging. 
 
De volgende stap was een gesprek met een vereniging van verzetsstrijders (vooral overlevende familieleden). Ook dat was een zeer moeilijk gesprek. Het was duidelijk dat voor hen de collaboratie een misdrijf was dat nooit kon vergeven worden. Deze in mijn ogen onverzoenlijke houding - waarvoor ik wel veel begrip heb maar principieel niet kan aanvaarden - betekende dus dat de burgemeester volgens de wet en de democratische regels deze functie mocht uitoefenen maar niet alle verplichtingen die eraan verbonden waren, mocht invullen. In feite komt deze houding erop neer dat men de wet naast zich neerlegt. Iedere collaborateur moet levenslang zijn burgerrechten kwijt zijn. Hier stond onverdraagzaamheid elk gesprek, elke menselijke oplossing in de weg.
 
Het resultaat van deze gesprekken was dat ik bij de volgende bataljonsfeesten de burgemeester uitnodigde en vroeg om persoonlijk aanwezig te zijn. Hij heeft dat gedaan en ik mocht de kwade blikken van enkele oud-strijders incasseren. Maar uiteindelijk zag iedereen in dat dit een goede oplossing was en werd de situatie opnieuw normaal. Later, toen koning Boudewijn overleed, organiseerde ik op eigen initiatief een kleine plechtigheid met defilé voor een – op een stoel geplaatste - foto van de koning in het midden van de erekoer. Vooraan, zij aan zij, liepen de burgemeester-collaborateur en oud-strijders. Ik beken dat ik toen tranen in de ogen kreeg. Een burgemeester die als overtuigd republikein samen met oud-strijders en actieve militairen hulde bracht aan de overleden koning. Verdraagzaamheid als antwoord op onverdraagzaamheid. Moet kunnen.

 

Theo Francken stelt foute vraag


 

Het facebook bericht waarin Francken de vraag stelde naar de economische meerwaarde van immigranten uit Marokko, Algerije en Congo, was alvast een goede voorzet voor Onckelinx om hem een racist te noemen. Politoloog Carl Devos vond dit te ver gaan en merkte op dat het maar een kleine stap is van ‘racist Francken’ naar ‘alle Vlamingen racist’. Terecht want, ‘il va de soi’ voor de Franstalige politici van de PS en cdH, dat alvast de 44.498 kiezers die een voorkeurstem uitbrachten op Francken eveneens racisten zijn. Met de 29.616 voorkeurstemmers op die ander ‘racist’ Jambon erbij, is hun aantal vergelijkbaar met het aantal inwoners van Kortrijk. Allemaal racisten.
 
Mogen we dan nog nadenken en uitzoeken of de vraag die Francken in dat bericht stelde gegrond is, zonder weggezet te worden als racist? In dit België dat al te zeer een PS staat is, is dat duidelijk niet mogelijk. Hier is dus veel kordaatheid nodig.
 
Opnieuw een zelfbeleefde ervaring. Zo’n tien jaar terug vertelde een procureur-generaal mij dat er in Brussel meer allochtonen (dan in andere Europese hoofdsteden) zijn met onvoldoende of helemaal geen opleiding noch werkervaring. Dat Brussel veel aantrekkelijker was voor immigranten zonder goede economische vooruitzichten. Hij verbond daar geen conclusies aan maar zijn ‘vaststelling’ leek mij wel de moeite waard om daar meer over te weten. Daarom richtte ik mij tot de welbekende filosoof en professor Philippe Van Parijs. Met de vraag of het inderdaad waar was dat er in Brussel veel meer allochtonen waren zonder opleiding noch werkervaring dan in ander Europese hoofdsteden? Of daar al onderzoek naar gedaan werd? Zijn antwoord was nogal kortaf: dat hij geen weet had van studies terzake en hij geen tijd had om hierover onderzoek te doen. Maar hij zou het navragen. Dat was het eerste en ook het laatste dat ik hierover van hem hoorde.
 
Met andere woorden: de vraag die Theo Francken stelde op facebook, nl. of sommige allochtonen wel bijdragen tot de economische welvaart, had ik reeds veel vroeger gesteld op basis van een uitspraak die niet zomaar weg te zetten is als racistisch. Wat hier telt is dat in deze door de PS gedomineerde stad er duidelijk een taboe rust op alles wat het beeld van PS-medeplichtigheid aan een onzorgvuldig immigratiebeleid zou kunnen bewijzen. En laat het duidelijk zijn, ik verontschuldig mij niet voor deze nieuwsgierigheid.
 
Toch was er ooit een Vlaamse journalist die in een vlaag van luciditeit dit taboe doorbrak:
Bart Eeckhout die in De Morgen van 1 oktober 2009 het volgende schreef: “Gelukkig, zo denkt men dan, leven we in een democratie. Falende bewindslui kunnen bij elke stembusgang om rekenschap gevraagd worden en desnoods weggestemd worden. In Molenbeek (en wellicht in nog wel wat andere gelijkaardige gemeenten) wordt de politieke loyauteit van een deel van de bevolking evenwel afgekocht met overheidsjobs, uitkeringen of sociale woningen. Zo weet de ‘liste du bourgmestre’ van Moureaux zich telkens weer verzekerd van een comfortabele meerderheid. Cliëntelisme heet dat, maar met wat meer moed zou je het ook afwending van overheidsmiddelen kunnen noemen.
Bij gemeenteraadsverkiezingen in deze gemeente tref je in de rijen kiezers her en der oudere en nagenoeg ongeletterde allochtone burgers aan met in de vuist een briefje gekneld met daarop enkel de naam van de zittende burgemeester geschreven, opdat ze vooral niet zouden vergeten op wie ze moeten stemmen. Zo ging het in de negentiende eeuw, zo gaat het vandaag nog altijd in Sint-Jans-Molenbeek.”

 

Civisme à la PS


 

Het aangehaalde voorbeeld van de Molenbeekse burgemeester en sterkhouder van de PS zou toch de ogen moeten openen van iedereen die nog een greintje geloof heeft in ons democratisch samenlevingsmodel. Wie op Wikipedia gaat kijken naar het parcours van Laurette Onckelinx vindt daar al heel wat stof voor een grondig debat over de burgerzin van de PS. Wie herinnert zich de uitspraak van Di Rupo niet over de parvenu’s? Maar is er dan zoveel veranderd? Wie straatvechter Magnette in debat met De Wever hoorde roepen en tieren, kan toch niet anders dan besluiten dat de PS zich nooit zal neerleggen bij opvattingen die niet met het eigen groot gelijk stroken. Civisme à la PS betekent dat zij, en zij alleen, bepalen welke mening past in hun staat. Alle anderen moeten de mond gesnoerd worden (en dat gebeurt effectief bij de Franstalige media). Dat is voor hen een kwestie van burgerzin. 
 
Het ergerlijke is dat vooraanstaande PS’ers zoals André Flahaut dit ‘civisme’ als een kwaliteit vooropstellen en blijkbaar overtuigd zijn dat de Vlamingen (historisch en genetisch) onvoldoende van die kwaliteit bezitten. Alleen daarom zette hij militaire middelen in voor diverse activiteiten die helemaal niet tot de core business van defensie behoorden. Talloze vluchten met militaire vliegtuigen liet hij uitvoeren om jongeren naar concentratiekampen te brengen. Om te herinneren aan de wreedheden van de Holocaust, en dan is de collaboratie nooit ver af. Op zich is daar niets mis mee, maar wanneer het erop aan kwam om de Waalse wapenindustrie te steunen was de vredelievendheid en civisme ver zoek. Dan haalden de socialisten de institutionele bom boven.
 
Net als zovelen bij de PS was het cliëntelisme van Flahaut legendarisch. Tot en met kandidaat-kolonels wisten zijn ‘dienstbetoon’ te appreciëren. Het was ook Flahaut die in zijn functie van minister persoonlijk  de chauffeurs selecteerde voor de defensieattachés. De verantwoordelijke voor het burgerpersoneel liet mij ooit een werkaanvraag zien van een brave mevrouw die gericht was aan de minister en waarop Flahaut schreef: ‘je me permets d’insister’.
 
Maar al die misbruiken zijn zo gewoon geworden en het (PS) communistisch voorbeeld werkte ook in Vlaanderen zo aanstekelijk dat er nauwelijks nog een politicus is die nog een voldoende morele autoriteit heeft om hiertegen te protesteren.

 

Burgerlijke (politieke) ongehoorzaamheid


 

Toch zijn er nog sprekende voorbeelden om de Belgische PS staat te illustreren.
 
Toen ik in de periode 1997 – 2001 als defensieattaché te Wenen deel uitmaakte van de ambassade werden wij geconfronteerd met de hoogoplopende discussie tussen Oostenrijk en de veertien andere EU landen omwille van de deelname van de ‘Haider Partij’ (Freiheitliche Partij Österreich, FPÖ) aan de regering onder leiding van de christendemocraten. Van buitenlandminister Louis Michel mochten de Belgen niet meer gaan skiën in Oostenrijk want het land was in handen van de volgelingen van Hitler. Flahaut beval de onmiddellijke terugkeer van een groep militairen die in Oostenrijk een periode ‘adventurous training’ doorliep. Stante pede, want anders riskeerden ze besmet te worden door die nazi’s. Zijn overtrokken reacties bleven duren totdat de toenmalige Vlaamse minister-president Patrick Dewael het welletjes vond en Flahaut opriep om ‘te stoppen met zijn spelletje Oostenrijkers pesten’.
 
Nadat de EU ‘Drie Wijzen’ (de Finse ex-premier Martti Ahtisaari, de Duitser Jochen Frowein en de Spanjaard Marcelino Orja) lieten controleren of deze Oostenrijkse regering al of niet een gevaar was voor de democratie en zij tot het besluit kwamen dat er geen gevaar was, besloten de EU ministers van buitenlandse zaken om de betrekkingen te normaliseren. Daarop schreef buitenlandminister Louis Michel een brief aan alle ambassades waarin hij het einde afkondigde van de sancties en de diplomaten opnieuw normale werkrelaties mochten hebben met hun Oostenrijkse collega’s. Deze rondzendbrief was nog geen dag oud of de ambassade in Wenen ontving een andere brief, ditmaal ondertekend door alle PS ministers van zowel de federale als de gewest- en gemeenschapsregering. Daarin verklaarden ze niet akkoord te zijn met de beslissing van Louis Michel (dus van de regering waarvan ze deel uitmaakten) en eisten ze dat de sancties behouden bleven. Het is niet bekend of alle ambassadeurs deze brief kregen of enkel de ambassadeurs (zoals in Wenen) met een PS-partijkaart werden opgedragen om zich te distantiëren van hun bevoegde minister. Het is wel een bevestigd feit dat deze socialistische ambassadeurs elk jaar tijdens de diplomatieke dagen rechtstreeks verslag uitbrachten bij en directieven kregen van hun partijvoorzitter (in die tijd Elio Di Rupo).
 
In elk land die naam waardig zou na dergelijke dissidentie de regering gevallen zijn of had de minister van buitenlandse zaken ontslag genomen.

 

Burgerlijke ongehoorzaamheid is het opzettelijk breken van de wet of het negeren van opdrachten van de regering met een politiek doel.

 

Dit voorval, waardoor België zich internationaal belachelijk maakte, illustreert hoe de PS staat zichzelf belangrijker acht dan België. Hoe ze burgerzin misbruikten om Oostenrijkers te pesten. Maar niet alleen Oostenrijkers want ook de hoogste Belgische militaire autoriteiten wisten maar al te goed dat dit de zoveelste carambole was om de Vlamingen te pesten.
 
Het is toen dat ik beslist heb om later over politiek te schrijven. Omdat dit België onder het communistisch juk van de PS niet langer het land was (en is) dat ik met veel overtuiging gediend heb. Het is toen en daar dat ik een zelfbewuste Vlaming werd, kordaat als het moet en verdraagzaam wanneer het kan.

 

Pjotr