21 juni 2013

Politieke analyses

MEDIA EN POLITIEK    ANDERS GELEZEN

 
Op zaterdag 15 juni, net voor de resultaten van de laatste peiling bekend werden (peiling waarin N-VA stabiel hoog blijft scoren met meer dan het dubbel aantal stemmen van de naaste tegenstrever en Bart De Wever opnieuw de populairste politicus wordt voor Kris Peeters) schreef hoogleraar Carl Devos, UGent, een opiniebijdrage voor deredactie.be onder de titel “Nuttige stemmen”. Interessant en tegelijk een voorbeeld van hoe ook onderbouwde opinies uitgaan van een eigen kijk op de Wetstraat. Net zoals Anders Gelezen. Dezelfde dag schreef ook Dave Sinardet, politoloog en lid van de drukkingsgroep PAVIA, in DM een bijdrage met een dubbele boodschap die verdient om anders gelezen te worden.
 

Carl Devos: Nuttige stemmen

 
Na een korte paragraaf gewijd aan de projecten van de drie traditionele partijen, CD&V (INESTO), sp.a (Vlaanderen morgen) en Open VLD ( de geëngageerde burger) gaat politoloog Carl Devos op ontdekkingsreis en ziet een fascinerend strategisch spel, waarvan N-VA de dupe kan worden. Dat “op N-VA stemmen wel eens geen nuttige stem zal zijn.” Toch maar eens anders lezen.
Vooreerst schrijft hij, hebben de traditionele partijen een omslag gemaakt en schakelden ze van de verdediging over naar de aanval.
Anders gelezen: afgaande op het stabiele goede peilingsresultaat voor N-VA, dat de dag erna werd bekendgemaakt, zou ik in militaire termen eerder spreken van een “defensieve tegenaanval”. Een poging om uit de omknelling te geraken, want terreinwinst zit er niet direct in.
Dit strategisch offensief is gebaseerd op de eigen thema’s (issue ownership) en de weigering om in debat te stappen over het thema van de uitdager (confederaal model van N-VA). Zijn conclusie: “N-VA zal niet veel volk vinden om mee te debatteren in de tv-studio’s, de anderen geven op dat thema niet thuis. De vraag is nog maar of daar dan veel zendtijd naartoe kan gaan.”  
Anders gelezen, is dit een interessante overweging die niet ondenkbaar is, gegeven de persoonlijke voorkeur voor de traditionele partijen van   een groot aantal VRT-journalisten. Mocht er sprake zijn van onvoldoende debatmogelijkheden, wat ik betwijfel, zullen de nieuwe media nog aan invloed winnen. Vergeet ook niet de boekskes en de commerciële programma’s. Die zullen wat graag het “gat” vullen.  
Verder vermeldt Devos een voor hem alvast excellent argument om géén nieuwe staatshervorming te onderhandelen in 2014: eerst de zesde staatshervorming uitvoeren en daar zal men jaren voor nodig hebben.  
Anders gelezen, als het de crisis niet is die in de weg staat dan is er wel een andere reden. Zo zijn we al meer dan 40 jaar bezig aan het reorganiseren van de Belgische staat.  Dat argument kan door een partij evengoed omgekeerd worden. In plaats van nog jarenlang de communautaire onvrede te laten voortkankeren, nemen we morgen de geschillen weg dank zij een opsplitsing van de probleemdomeinen. Zou voor deze positieve visie in Vlaanderen geen meerderheid te vinden zijn?
Tegenover het aangevoerde argument staat echter de vraag (die Devos niet stelt) of er wel een zesde staatshervorming nodig is wanneer we overstappen naar de opdeling van volledige beleidsdomeinen? N-VA zal hier wellicht kunnen scoren met de duidelijkheid van haar project versus de complexiteit van deze staatshervorming. Ze zullen alvast kunnen putten uit een studie van professor Hendrik Vuye, UNamur, die daarover in dS 27/04 schreef “Gedaan met die institutionele loodgieterij” en in het maandblad Doorbraak een inventaris maakte van de “weerhaken” die de decentralisatie van de bevoegdheden a priori beperken. Overigens betekent de lange termijn voor de implementatie van deze staatshervorming (als ze ooit volledig uitgevoerd wordt) dat de resultaten ervan geen referentie kunnen zijn voor de partijen die ze goedkeurden. Het eerste deel, de splitsing van BHV met het gerechtelijk luik is niet direct het meest enthousiasmerend deel van het compromis. Getuige daarvan de uitstekende resultaten van opposant N-VA voor  de gemeenteraadsverkiezingen in 2012, die vanuit het niets een groot aantal burgemeesters mocht verwelkomen.
Verder verwijst Devos naar de standpunten van de traditionele partijen die weigeren mee te stappen in een soort Vlaamse Alliantie om het confederale project vanuit een Vlaamse meerderheid te steunen. “N-VA zal dus niemand hebben om mee te praten.”
Anders gelezen lijkt het mij evident dat de drie traditionele partijen voor de verkiezingen electoraal niet anders kunnen dan elke toenadering tot hun uitdager af te wijzen. Alleen zou hier ten minste een kanttekening kunnen bij staan, namelijk dat we uit  het verleden weten dat er van de verkiezingsuitspraken van de traditionele partijen weinig overblijft eenmaal de verkiezingen voorbij zijn. Maar zouden de traditionele partijen ook weigeren om nadien samen met N-VA te onderhandelen? Ik denk niet dat het zo’n vaart zal lopen. Nog even een bedenking hieraan toevoegen: stel dat CD&V niet zo goed scoort als verhoopt (minstens 20 % om te kunnen wegen) dan zullen er binnenskamers wel enkele vragen gesteld worden omtrent het belang van een verstrengeling met een beschadigd ACW voor de toekomst van de partij. Vergeten we ondertussen niet dat er nogal wat traditionele CD&V kiezers met een bang hart afwachten of ze ooit hun geld op hun ARCO “spaarboekjes” zullen terugzien. Na jaren zonder interest? Als daarop geen duidelijk en positief antwoord komt voor de verkiezingen lijkt het bijna onmogelijk voor CD&V om tot een bevredigend resultaat te komen. Het is bekend dat de christelijke mutualiteit meer dan één miljoen leden heeft, maar het is ook geweten dat er heel wat leden stemmen op Groen (hoe zal men die terughalen?) en het rechts en Vlaamsdenkend deel weinig moeite zal hebben om te kiezen voor de “aanklager” in plaats van voor de “boosdoener”.
In zijn bijdrage heeft Devos het eveneens over de onvermijdelijke langdurige onderhandelingen die voor een grote staatshervorming nodig zijn.
Anders gelezen, hangt het inderdaad af van wat N-VA zal voorstellen. Stel u even voor, dat N-VA naar de kiezer stapt met een lijst van te decentraliseren beleidsdomeinen (of met een lijst van wat ze samen willen doen op federaal niveau; die zou wellicht korter zijn, maar niet noodzakelijk positiever overkomen) en met deze duidelijke boodschap gevolgd wordt door méér dan éénderde van de kiezers (en de passieve steun van nog eens 10 % van kiezers die stemden op andere V-partijen). Wat als N-VA weigert de onderhandelingstafel te verlaten  maar evenmin toegeeft op de essentie van haar project? Kunnen de traditionele Vlaamse partijen, weigeren om mee te stappen in onderhandelingen over dit project? Maar vooral, kunnen de Franstaligen zich permitteren om een Vlaamse meerderheid af te blokken met een NON?
Een van de belangrijke punten in Devos zijn analyse is de rol van de PS die hij ‘wellicht’ incontournable acht voor een staatshervorming (2/3 meerderheid in Wallonië).
Anders gelezen, Zoals de kaarten nu liggen is dat inderdaad een veilige veronderstelling. Maar wat indien de MR een sterk resultaat neerzet in 2014 op basis van de belofte dat ze het beleid kan ombuigen en duidelijk maakt dat ze niet terugschrikken voor een nieuwe opdeling van de bevoegdheden – wat doen we nog samen - zoals Didier Reynders reeds verklaarde? Zou een gehavende PS erbij winnen door federaal in de oppositie te stappen of het risico te lopen gedoodverfd te worden als caractériels  die de onderhandelingen blokkeren?
Carl Devos suggereert ook hoe N-VA deze verkiezingen best aanpakt: “Als de N-VA écht, écht meent dat de staatshervorming maar een middel en niet het doel is, dat het echte doel die sociaaleconomische en andere veranderingen zijn, dan is het logischer dat de partij in januari 2014 een heus ‘welvaartscongres’ eerder dan een ‘confederalismecongres’ organiseert. Draai het om: definieer sociaaleconomische doelstellingen, zeg welke staatshervormingen ter zake nodig zijn en zie of daarover een Vlaamse Alliantie mogelijk is.” En hij waarschuwt: “Als er voor de N-VA echt geen hervormingen mogelijk zijn zonder dat het confederalisme wordt ingevoerd, schakelt ze zichzelf uit voor de federale en wellicht ook voor de Vlaamse regeringsvorming. Ze zal dus op haar congres redelijk moet omgaan met het confederalisme, op zich al een afleiding van het separatisme. De vraag is dus welke vleugel het in de N-VA zal halen.”
Anders gelezen is dit alvast een zeer interessante piste maar ook een gevaarlijke. Immers een hiërarchie accepteren – in plaats van de gelijkheid zoals Bart De Wever die ziet – betekent in feite toegeven dat de politieke rechtvaardigheid ondergeschikt is aan het socio-economische. Het komt mij voor dat Carl Devos N-VA “uit zijn kot wil lokken.” In elk geval en hoe vervelend ook voor de media en opiniemakers, de verkiezingstijd voor N-VA start pas met het congres in het voorjaar 2014. Ondertussen lopen de traditionele partijen een marathon en al is Kris Peeters een uitstekend sportman, deze race gaat over de keuze voor een grotendeels autonoom Vlaanderen binnen België of de voortzetting van dit België. Wie nu reeds het resultaat kan voorspellen mag zich aanmelden bij Madame Soleil.
 

Dave Sinardet: het confederalisme in elk van ons

 
In DM (16/06) verkondigt politioloog Dave Sinardet twee boodschappen: een regering met een minderheid in een van de taalgroepen is niet zo erg en de blokkeringsmechanismen (de grendels) zijn niet zo belangrijk want ze werden nog nooit  gebruikt tijdens de socio-economische discussies.
Anders gelezen: Om zijn eerste boodschap te bewijzen verwijst hij naar de regeringen van Wilfired Martens en Leo Tindemans waar er een Franstalige minderheid deelnam aan de regering. In België is het inderdaad geen privilege van één taalgroep maar het is niet omdat men vroeger onvoldoende rekening hield met de verkiezingsuitslag dat het vatbaar is voor herhaling. Een van de hevigste tegenstanders was trouwens niemand minder dan Herman Van Rompuy, aan wiens authentieke flexibiliteit zelfs in de EU niet meer getwijfeld wordt.
Dat de grendels nooit gebruikt werden tijdens discussies over de socio-economische onderhandelingen klopt. Het volstond dat de Franstaligen op de rem gingen staan en de Vlaamse regeringspartners legden zich hierbij neer. Het meest ergerlijke voorbeeld hiervan waren de acht jaren Paars beleid onder Guy Verhofstadt. Dat partijgenote Maggie De Block vandaag een deel van het puin mag ruimen en daardoor de populairste VLD politicus werd, is een veeg teken aan de wand. En toen de Franstaligen ooit eens zelf een eis hadden en de Vlamingen op de rem gingen staan (de wapenexport) werd meteen gedreigd met de communautaire atoombom, waarna de Vlaamse regeringsleden braafjes deze bevoegdheid splitsten! Daar tegenover staat dat de Vlamingen het zelfs niet aandurfden om via een parlementaire meerderheid BHV te splitsen en te dreigen met een atoombom als de Franstaligen zouden dwarsliggen. Deze grendels zijn inderdaad niet belangrijk voor dit federaal België waar de traditionele Vlaamse partijen liever de dominantie van de Franstaligen, socio-economisch én cultureel, ondergaan. Als het niet om de deelname aan de macht is, waarom dan wel?
      

Citaten van de week

 
Benoit Lutgen (voorzitter CDH) in dS: “Ik ga u eens iets uitleggen. Ik begrijp heel goed dat veel Vlamingen zich lang vernederd hebben gevoeld. Het is abominabel wat er met de Vlamingen gebeurde. Mensen konden niet berecht worden in hun eigen taal. Als ze naar Wallonië kwamen werken, werden ze behandeld als honden en moesten ze slapen bij de beesten. Ik begrijp de gevoelens daaromtrent. Maar tegelijk zeg ik tegen de Vlamingen: verval niet in dezelfde uitwassen, doe niet hetzelfde met ons als wat mijn voorvaderen met u hebben gedaan.”
Bart Brinckman in dS: “In de zomer van 2011 stapte de N-VA uit het federale regeringsoverleg, hoewel ze de verkiezingen overtuigend had gewonnen. (N-VA beweert steevast dat ze door de traditionele partijen werd geloosd).”  
Anders gelezen vraag ik  mij dan af waarom De Wever een voorstel deed (waarmee hij zichzelf toch engageerde). Brinckman had deze stelling ook anders kunnen formuleren: In de zomer van 2011 werd N-VA door de traditionele partijen gedwongen om woordbreuk te plegen tegenover zijn kiezers of op te stappen, wat De Wever deed (de traditionele partijen beweren steevast dat N-VA niet onder druk werd gezet maar opstapte uit schrik voor regeringsdeelname).    
Robert Menasse in dS (Oostenrijkse schrijver die twee jaar pendelde tussen Wenen en Brussel en een boek schreef “De Europese koerier”: “Maar wat ik vooral van Brussel heb geleerd’, vervolgt Menasse, ‘is hoe dun het vernis van de nationale idee is. Niemand in België identificeert zich met de natie. De natie is een kunstmatig product van de geschiedenis. Voor de Belgen bestaat de natie niet. De Belgen waren nog nooit zo gelukkig als toen er anderhalf jaar lang geen regering was. En alles functioneerde! Mijn vrienden vonden het maar niets toen er weer een regering kwam. (…)  Over de toekomst van Europa heeft hij eveneens een verfrissende kijk: Een groot Europees Rijk, zoals ooit het Habsburgse Rijk? Of een veelvormige federatie, zoals ooit Joegoslavië? ‘Eerder dat laatste. Een Europa van de regio’s. Ik zie een postnationaal Europa voor me, dat de randvoorwaarden schept voor regio’s om als belangrijkste bestuurseenheden te functioneren. Want bedenk: naties zijn in hun wezen agressief, regio’s niet. Regio’s voeren geen oorlogen om hun gebied uit te breiden.”
Pjotr

 

13 juni 2013

Tussendoor

 

MEDIA EN POLITIEK    ANDERS GELEZEN

 
Hoe open de VLD is weet ik niet maar dat voorzitter Gwendolyn Rutten en een deel van de top alvast niet open staan voor de verzuchtingen van Vlaamsgezinde leden/kiezers  hebben we nu wel begrepen. Ook de ‘V’ die voor Vrijheid stond en nu voor Vlaams, stelt nog weinig voor. Voorts was er een interessante bijdrage over de seculiere staat en kregen we een opiniestuk van Bart Sturtewagen over de Amerikaanse droom van N-VA. Maar helemaal bovenaan stond deze week een klokkenluider. Eens anders gelezen, voor de gelegenheid vanuit een kamer vier hoog.

Klokkenluiders en onderzoeksjournalistiek

 
In zijn column schrijft Tom Naegels (dS 12/06), over het grote privacyschandaal dat onthuld werd door klokkenluider Edward Snowdon het volgende: “Zoals het wel vaker gaat met dit type grote onderzoeksjournalistieke onthullingen, waarvan iedereen beweert dat er meer van zouden moeten zijn (Snowdens lek wordt nu al belangrijker genoemd dan de publicatie van de Pentagon Papers, al zal de toekomst dat moeten uitwijzen), wordt ook nu meteen de vraag opgeworpen of ‘de mensen’ er wel wakker van liggen. Het prestigieuze Amerikaanse onderzoekscentrum Pew publiceerde gisteren een poll, waaruit bleek dat 56 procent van de Amerikanen er geen bezwaar tegen had dat het NSA op grote schaal telefonische communicatie monitorde. (Voor e-mail was het 45 procent) Dat percentage is al sinds 2002 ongeveer hetzelfde. (…) Het geeft de uitdaging aan waar dit verhaal voor staat – een fundamentele uitdaging voor de onderzoeksjournalistiek als genre, waar zovelen van beweren te houden.”  Anders gelezen, gaat Naegels ditmaal wel heel kort door de bocht. Bij mijn weten gebeurt onderzoeksjournalistiek op initiatief van een journalist of een krant en is de geheimhouding van de bronnen wettelijk verzekerd. In het geval van Snowdon ging het initiatief van hemzelf uit en lopen de journalisten, als doorgeefluik, nauwelijks gevaar. Recente gevallen in België bewijzen dat  klokkenluiders onvoldoende beschermd worden want meestal de dupe worden van hun “onthullingen”. Journalisten zijn daarentegen veel beter beschermd, hoewel ook zij niet altijd “in volle onafhankelijkheid” (en straffeloos) kunnen werken. Geachte heer Naegels, dit lijkt sterk op een staaltje recuperatie.    
En verder : ”De Standaard-redacteur Dominique Deckmyn verbaasde zich er gisteren over dat Europese politici zo mak reageerden. (…) Ze zéggen wel te geven om kwalitatieve onthullingsjournalistiek, maar ze gaan er pas naar handelen, als die het effect van de populaire verkrijgt.” Inderdaad politici houden niet van onthullingen omdat ze maar al te goed weten dat het ook hen – al of niet terecht - in verlegenheid kan brengen. Dat Europese politici zeer mak reageren verbaast mij niet. Zouden ook Europese landen niet profiteren van deze wereldwijde geheime informatiegaring? Zijn andere geheime diensten niet betrokken bij deze operatie? Het tegendeel zou mij verbazen.
In een democratie zoals de Belgische speelt de verwevenheid tussen de politieke en de financiële wereld, tussen de drie (of vier) pijlers van de macht  en de invloed van diverse ‘middenvelders’ in het nadeel van elke klokkenluider. Al te veel belangengroepen hebben er baat bij dat misstappen niet aan de grote klok gehangen worden. Laat staan dat een regering zou instemmen met een parlementair onderzoek over beleidsdaden van partijgenoten. Daarom verbaast het mij dat politici gewonnen zijn voor anonieme meldingen van sociale fraude, maar verbolgen zijn wanneer een klokkenluider onwettelijke interventies van ministers en hoge ambtenaren (soms de zetbazen van) aan de kaak stelt. Dan wordt de klokkenluider een misnoegd sujet of erger en nemen ook de media de onthullingen onvoldoende ernstig om zelf het voortouw te nemen en de aanklacht tot op het bot uit te spitten. Een Vierde Onafhankelijke Macht.

Met de V van Verhangen aan de macht

 
Communicatie wordt steeds belangrijker en de mantra dat media-aandacht, ook negatieve, een bonus oplevert, lijkt zo stilaan het enige te zijn dat telt voor politieke partijen. Een lezeres die ooit Bart Somers voor een causerie in besloten kring aanhoorde, vertelde mij achteraf dat hij iemand is die om het even wat kan verdedigen. Desnoods het tegengestelde tijdens eenzelfde uiteenzetting. Maar in het Terzake programma was Somers niet zijn eigen zelve. Hij had duidelijk moeite om de uitspraken van voorzitter Rutten en zijn eigen aanvullingen recht te praten. Vooral omdat hij wist dat de Franstaligen, MR op kop, de communautaire voorstellen van zijn partijvoorzitster hadden afgeschoten. Zoals een volleerd debater schakelde hij daarom over op de aanval: N-VA is een separatistische partij en dus is het confederalisme onaanvaardbaar, want een stap in de richting van de splitsing van België. Zijn mantra is inderdaad het tegenovergestelde: terug naar een federaal België zonder grendels. Een tussenstap naar het unitaire België? Een droom net zoals Vlaamse onafhankelijkheid?
Maar de echte zwakheid van dit aanbod zit niet in de politieke lees communautaire aspecten, maar in de foute analyse van de socio-economische situatie. Hoe kan Open VLD pleiten voor een gemeenschappelijk beleid wanneer officiële cijfers van bijna alle sociale én economische indicatoren aantonen dat een gemeenschappelijk beleid niet efficiënt kan zijn? Of is goed bestuur ondergeschikt aan een profilering om kortzichtige electorale redenen?  Ik vrees dat heel wat trouwe leden van Open VLD hier grote moeite mee hebben.
Hadden wij geen eigen onderwijsbevoegdheid gehad dan waren we wellicht nu al afgedaald naar Franstalige toestanden. Is het dat waar open VLD naartoe wil?

De seculiere staat

 
In dS (10/06) pleit Tinneke Beeckman ten voordele van de seculiere staat, als oplossing voor botsende godsdienstige meningen. Omdat een seculiere samenleving geen atheïstisch project is maar recht doet aan de verscheidenheid. Een stelling die menigeen wel onderschrijft maar die wellicht ook vragen oproept. Godsdiensten ontstonden niet als een reactie op andere godsdiensten – als opponenten - maar groeiden binnenin een gemeenschap om zich vervolgens te verspreiden over een deel van de wereld. Het samen- of naast-mekaar-leven van verschillende godsdiensten binnen éénzelfde staat heeft te maken met migraties die van alle tijden zijn en/of het gevolg van arbitrair getrokken staatsgrenzen die geen rekening hielden met de verscheidenheid van de  gemeenschappen binnen deze artificiële krijtlijnen. Dat deze grenzen meestal door buitenstaanders werden getrokken maakt het nog moeilijker en was ook een blijk van  onvoldoende respect voor de eigenheid van de oorspronkelijke bewoners van een regio die staat werd. Het is tot op de dag van vandaag een bron van onrust en gewelddadige conflicten. Het Midden Oosten is hiervan wellicht het meest sprekende maar niet het enig voorbeeld.
Burgerschap zou volgens Beeckman de basis moeten vormen voor het samenleven. Maar meteen stelt ze een pertinente vraag: “Kunnen we nog van mensen vragen dat ze zich vooral burger voelen van een samenleving? Of willen ze zich altijd en overal als gelovige manifesteren? Aanvaarden alle inwoners van dit land de grondwet, de democratisch gestemde wet, als grond van het recht, of beschouwen ze Gods woord als fundament van de rechtsstaat? Dat is de kernvraag van een seculiere staat.” Retorische vraag waarop ze zelf een antwoord geeft: “de politieke pluraliteit speelt zich af binnen een grondwettelijke kader dat door en voor de mens is gemaakt. Dat is de boodschap van de Franse Revolutie in 1789 en van de Amerikaanse grondwet van 1776.”
Mijn vraag is helaas veel-lager-bij-de-grond: Wat doen we als een bevolkingsgroep zich geen burger voelt maar in de eerste plaats lid van een godsdienstige gemeenschap wil blijven ongeacht de staat waarin ze leven? Dit is helaas geen retorische vraag en ook Tinneke Beeckman geeft in haar bijdrage hierop geen antwoord. Het probleem is echter dat géén antwoord ook een antwoord is. Een antwoord waar steeds minder mensen gelukkig mee zijn.
 

Citaten van de week

 
Bart Sturtewagen in dS 7/6 over de American dream van N-VA: “Verandering is niet het doel voor een conservatief, maar slechts de zweepslag. Wat de N-VA wil is duidelijkheid over de basisregels in onze samenleving. Wie zich erbij aansluit, hoort erbij. De anderen ‘hebben het nog steeds niet begrepen. (…) Die norm is geworteld in de Vlaamse klei: ruim baan voor wie onderneemt, voor wie vooruit wil. Wie door een foute attitude zijn potentieel niet realiseert, wordt niet achtergelaten, maar zal wel eerder met stok dan met wortel tot betere inzichten worden gebracht. Bijgespijkerd. Het is de American dream: reken niet voor alles op het systeem. Maar het systeem is ook niet tegen jou. Yes you can. (…) het opent de weg naar het kiezerspotentieel bij nieuwe Vlamingen. Zij die zich inspannen om onze taal te leren, die zich opwerken en onverdroten proberen erbij te horen. Daar ligt de nieuwe breuklijn en de N-VA heeft voor hen een boodschap.” Anders gelezen, deze uitspraak van Bart Sturtewagen deed mij denken aan een andere vergelijkbare redenering die progressieve kringen ertoe leidde om de arme werkloze allochtonen als potentiële kiezers binnen te halen. Vooral in Franstalig Brussel werden ze om die reden gepamperd. 20 % werklozen onder de jongeren, zoiets moet je elke dag verdienen!
Hassem Chalghoumi, imam de la mosquée de Drancy, en France. : “We moeten reageren voor het te laat is, te laat voor de stijgende aanhang van de integristen. Te laat voor de jonge Belgen en Fransen die leren met wapens omgaan. Het begint met 100, 200, 300 maar ik vrees dat ze morgen met 100.000 zullen zijn. Daarom roept hij : indien u voor de sharia bent, vertrek!”
Kaaiman (alias Koen Meulenaere in DT: “Wij wisten dat niet, maar er rijdt blijkbaar elke dag een Thalys-hogesnelheidstrein uit Oostende naar Parijs en terug. En die vervoert, hou u goed vast, gemiddeld drie passagiers per dag. Dat grapje kost de spoorwegen meer dan twee miljoen euro per jaar. (…) wij zijn over die kwestie toevallig ook iets te weten gekomen: toen een tijdje geleden in de top van de NMBS werd voorgesteld die waanzinnige trein te schrappen en de miljoenen euro's die dat zou vrijmaken te investeren in een betere verbinding met Nederland, ging iedereen met een gram verstand onder zijn schedeldak akkoord. Tot één dag later die beslissing door één vice-premier werd tegengehouden. Dat verkleint het aantal verdachten. Er zijn zes vice-premiers, dubbel zoveel als de passagiers op die Thalys: Didier Reynders, Joëlle Milquet, Laurette Onkelinx, Pieter De Crem, Alexander De Croo en Johan Vande Lanotte. Wie van deze zes durft de schrapping van een lege trein naar een boerenhol aan de zee af te blokken? Uw Kaaiman heeft al wat speurwerk verricht: het is niet Didier Reynders. En ook niet Joëlle Milquet, Laurette Onkelinx, Pieter De Crem of Alexander de Croo. Maar wie wel? Alle gekheid op een stokje: dit is toch het zoveelste schandaal met die bandiet van de kust?”
Pjotr
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 

04 juni 2013

Waar zitten de politici, waar de journalisten?


MEDIA EN POLITIEK   ANDERS GELEZEN


 In een van zijn altijd interessante cartoons tekent Erik Meynen een journalist die verklaart dat het crisis is in de Vlaamse regering. Waarop de figuur Kris Peeters reageert dat het gaat om een ernstig probleem maar dat er geen crisis is. De journalist dringt aan en de discussie eindigt met “als de media zeggen dat het crisis is, dan is het crisis”. Daarom een titel met vraagteken, want wie aan politiek doet en wie zorgt voor informatie was in het onderwijsdebat alvast onduidelijk. Eens anders lezen.

Dan is er eens een belangrijk debat


 De manier waarop de verslaggeving over dit debat gebeurde, zegt meer over de media  dan over de politici. Al snel gebruikten de media, hierin bijgestaan door enkele subjectieve politologen - zoals Dave Sinardet die in La Libre Belgique nog maar eens de zwartepiet uitdeelt aan N-VA - dit debat om te focussen op  partijpolitieke spelletjes, om vervolgens de politici te verwijten dat ze partijpolitieke belangen laten voorgaan op de echte problemen. Waar bleef de duiding door een journalist met kennis van zaken in de kwaliteitspers? Mocht de ombudsman van dS, Tom Naegels, eens de publicatieruimte meten die dS besteedde aan de “politieke” aspecten van de crisis en deze afmeten tegen de ruimte die dS besteedde aan de inhoudelijke duiding van het onderwijsdebat zou hij wellicht zeer gefrustreerd zijn, nog maar eens. Opmerkelijk was alvast de bijdrage  in dS waar de indruk gewekt werd dat de top van de Jezuïeten opeens achter de hervormingen stond, terwijl dat in werkelijkheid niet zo was. Dat is geen verslaggeving meer maar inmenging. dS koos partij, ditmaal voor de socialisten.
Dat diverse mediakanalen suggereren dat N-VA haar conclusies moet trekken en uit de regering stappen of toegeven, is evenmin verslaggeving maar politiek nieuws maken. Deze suggestie gaat trouwens voorbij aan de al even evidente suggestie waarom sp.a niet uit de regering moet stappen wanneer ze mordicus blijft bij een hervorming waarop vanuit de onderwijswereld heel veel kritiek komt? Ondertussen zit CD&V nog maar eens in een scheidsrechterrol zonder zelf een keuze te willen/kunnen maken. Dat nu ook de christelijke onderwijsvakbond (COC) zich uitspreekt tegen een grote hervorming, klinkt als muziek in de oren van N-VA, maar is ongetwijfeld reden tot knarsetanden bij de leiding van CD&V/ACW. Dat het VOKA voor is zal dan weer N-VA niet graag lezen. Zonder ons te bezondigen aan de waan van de dag is het duidelijk dat niet alleen de regering maar de ganse onderwijswereld verdeeld is over het voorstel. Een roodaanlopende Mieke Van Hecke van de katholieke onderwijskoepel versus Peter De Roover, ervaringsdeskundige TSO, illustreerden dat perfect tijden de Terzake uitzending op maandag. Anders gelezen, dit debat lijdt onder een oud zeer:  eerst beslissen en dan een draagvlak zoeken is een ziektesymptoom van de blijkbaar erfelijke Belgische ziekte. Dat Pascal Smet in de lange aanloop niet voor een draagvlak kon zorgen is op zich al een duidelijk signaal.

Mag het even met cijfers?


 Volgens http://statbel.fgov.be/nl/statistieken/cijfers/arbeid_leven/opleiding/vroegtijdig/ is de schooluitval in Vlaanderen totaal verschillend van de rest van het land: 8% tegenover 20 % in Brussel en 15 % in Wallonië. De gemiddelde Belgische uitval van 1 op 8 gebruiken als argument om het  Vlaams onderwijs te hervormen lijkt mij niet de beste basis.

De zwakte van de Belgische compromissenpolitiek


Waar we deze tegenstelling binnen de Vlaamse regering aan te danken hebben is het gevolg van de toepassing van de Belgische compromissenpolitiek op Vlaams niveau. Een samengaan van partijen met een tegengestelde maatschappijvisie moet onvermijdelijk leiden tot een regering die enkel kan kiezen voor een kleurloos compromis en een meestal sluipende besluitvorming. Maatschappelijke breuklijnen worden vermeden, waardoor de problemen blijven aanmodderen. Wie zoals Pascal Smet (sp.a-minister voor onderwijs) zijn nek uitsteekt en kiest voor een partijpolitiek gedragen project  kan in die omstandigheden niet verwachten dat een regeringspartner met een andere visie zomaar zal meestappen in zijn verhaal. Zeker niet wanneer het regeerakkoord daarover onduidelijk is.
Daarom lijkt het mij interessant dat politiek Vlaanderen bij de overgang naar een confederaal systeem nadenkt over een andere politieke besluitvorming, zodat een ander verkiezingssysteem de vorming van een eensgezinde Vlaamse regering mogelijk maakt. Dan kan de kleurloze Belgische compromissenpolitiek gedumpt worden en zullen de politieke partijen verplicht zijn om met  een eigen maatschappijvisie naar de kiezer te stappen. Dat zou een verademing zijn voor weldenkend Vlaanderen dat allang  het verschil niet meer ziet in het beleid van de opeenvolgende regeringen. Er is geen verhaal meer dat nieuw klinkt en dezelfde “vertrouwde” gezichten blijven zich nestelen in het centrum van de macht. In die omstandigheden organiseren ze zelf hun eigen ongeloofwaardigheid.  
Maar er was voor de zwakheid van de Belgische compromissenpolitiek een al even Belgische oplossing: de meest prangende maatschappelijke problemen werden doorgeschoven naar niet-verkozenen. Zo verplaatste de macht zich van de verkozenen naar de partijcenakels waar het middenveld – de machtige zuilen – samen met een select kransje partijpolitieke tenoren de macht overnamen. Bij wijze van boutade, niet de Zestien maar Poupehan werd het centrum van de macht. Maar ook op dit systeem kwam sleet, toen duidelijk werd dat dit oncontroleerbaar obscuur corporatisme opleverde dat niet noodzakelijk het algemeen belang diende.
Ook in Vlaanderen zou het best eens kunnen dat door de overname van dezelfde compromissenpolitiek politici mekaar steeds meer gijzelen. In Knack klinkt het “dat N-VA Kris Peeters gijzelt” (Eddy Eerdekens). Blijkbaar staat voor deze columnist vakminister Pascal Smet in dit debat boven de partijpolitiek. Daarom moet Vlaanderen kiezen tussen het volgen van de Belgische oplossing – in dit geval de onderwijswereld zelf naar eigen inzichten hun opdracht laten invullen en organiseren – ofwel zelf verantwoordelijkheid nemen conform hun democratische draagkracht (lees verkiezingsresultaat).  In het eerste geval kunnen VOKA, UNIZO en de vakbonden in de confederale deelstaat Vlaanderen doen wat ze nu doen op Belgisch vlak.
Wat wil Vlaanderen? Onverkozen bestuurders of verkozenen die hun programma mogen uitvoeren? Het zou goed zijn om in dit debat te beseffen dat het Belgisch model voordelen biedt maar in de praktijk overeenkomsten enkel mogelijk waren wanneer vadertje staat met bijkomend geld over de brug kwam. Want pijnlijke keuzes kon ook het middenveld nooit maken. Daar dienden de sterke politici à la Dehaene voor. Willen we een Vlaanderen dat geregeerd wordt door een schimmig middenveld en waarin politici enkel de rol van scheidsrechter en sponsor spelen of willen we een eensgezinde (afwisselende) regering die de “klassenstrijd” (want dat is waarvoor het middenveld staat) overstijgt?   


Citaten van de week


Peter De Roover in dS: Is de op stapel staande onderwijshervorming een goede zaak?
“Absoluut niet. En dat zegt dus niet een misnoegde elitaire ASO-leraar, maar iemand die al dertig jaar gepokt en gemazeld is in het TSO. Ik ben ervan overtuigd dat de schotten tussen ASO, TSO en BSO moeten blijven bestaan. De meeste leerlingen kunnen op hun twaalfde perfect inschatten welke richting ze uit willen. Een brede eerste graad is voor die kinderen twee jaar tijdverlies. Leerlingen die in het TSO thuishoren, zijn er helemaal niet bij gebaat nog twee jaar langer samen te zitten met ASO-leerlingen. Ze hebben nood aan een andere manier van lesgeven. Door de schotten weg te nemen straf je dus de kinderen die op hun twaalfde de juiste keuze maken, en dat is nog altijd het gros van de leerlingen. (…) De achterstand en de uitval zijn in hoofdzaak een probleem van migrantenkinderen, en dus van taal. Het is een regelrechte schande dat we die kinderen daarmee aan hun lot overlaten, ze worden levenslang gestraft. Laat ze één jaar verliezen door ze in een taalbad onder te dompelen, en dan zijn hun problemen van de baan, dat geef ik u op een briefje. (…) Wel, ik kan u vertellen dat driekwart van het lerarenkorps tegen deze hervorming is - dat is geen aanvoelen, het blijkt uit onderzoek - en het niet pikt dat alles over hun hoofd heen wordt beslist. Er is bijzonder veel misnoegdheid. Als deze hervorming er komt, dan weet ik wat volgend jaar de allermakkelijkste job wordt: de verkiezingscampagne van de N-VA voeren.”  Wie niet akkoord is met de grote hervorming kan intekenen op een petitie: www.petitietegenhervormingsplanso.be

Bart Eeckhout in DM: “Zelfs wie de minister inhoudelijk volgt, moet toegeven dat al die tijd verzuimd is om op het terrein, bij ouders en leerkrachten, een draagvlak voor deze hervorming te creëren. Pascal Smet heeft de karakteriële neiging om met zijn eigengereide strategie alle noodzakelijke medestanders van zich af te keren. Het overkwam hem in Brussel, het overkomt hem nu opnieuw. Zijn partij moet beseffen dat dit stilaan een ernstig politiek probleem wordt.”
Isabel Albers in DT:“Een brede eerste graad is, hoe je het ook draait of keert, of je er nu wat differentiatie aan toevoegt of niet, de poort openzetten voor niveauverlaging. De verschillen tussen twaalfjarigen in kennis en competenties zijn al zeer groot. Leerlingen langer samenhouden zal het niveau niet opdrijven. En langer moeten meedraaien in een groep waar ze toch altijd aan het staartje hangen, is een vergiftigd geschenk voor leerlingen die in het lager onderwijs al moeite hebben. Mag het nog even dat kinderen wél verschillen, wél mogen en moeten excelleren? (…) Pak de specifieke problemen aan, werk op taal- of sociale achterstand, investeer veel meer in technisch onderwijs en herwaardeer als samenleving de ‘stielkennis’. Hervorm dingen die specifieke problemen aanpakken. En voer alleen grote veranderingen door die gefocust zijn op meer kwaliteit. Maar voor de rest: bespaar ons een pure structuurhervorming omwille van de structuurhervorming.”  Anders gelezen: Isabel Albers, een goede reden om dS in te wisselen voor DT.
Di Rupo boos op De Wever, dS: “Als we 531 dagen onderhandelingen nodig hebben gehad, is het omdat de N-VA gedurende een jaar geweigerd heeft haar verantwoordelijkheid te nemen. Gedurende één jaar was het onmogelijk om met mijnheer De Wever over de begroting te spreken. Dat is de waarheid.” Anders gelezen, en ik die dacht dat het CD&V was die eerst de splitsing van BHV eiste vooraleer over de rest te onderhandelen. Is hij vergeten dat, toen hij wel regeerde, zijn minister van financiën, Steven Vanackere, vroeg om de begrotingscontrole voor de zomer 2012 te houden maar Di Rupo verkoos om een half jaar te verliezen wegens de gemeenteraadsverkiezingen?

Pjotr

29 mei 2013

Over het Herrenvolk en interpretaties


MEDIA EN POLITIEK    ANDERS GELEZEN


 

Beslist het Herrenvolk?

De Brusselse regering besliste om een nieuwe nationale voetbaltempel te bouwen in Vlaanderen. Ze zijn immers eigenaar van een grote lap grond te Grimbergen die nu dienst doet als parking voor de Heizelsite. Daarenboven kadert deze beslissing in een globaal project waarbij ook een nieuw inkoopcentrum en woningen gebouwd worden. Maar deze liggen binnen de grenzen van het Brussels gewest. Wie dacht dat journalisten enige vraagtekens zouden plaatsen bij deze beslissing komt bedrogen uit. Reacties van politici en lezers waren er wel. Dat dit groots project  ook een rechtstreekse concurrent wordt van UPlace zal zelfs sommige Vlamingen die lijden aan een selectief NIMBY syndroom goed uitkomen. 5 km verderaf van Leuven maakt blijkbaar een verschil.
Dat dergelijke unilaterale beslissing de wankele verhoudingen tussen Vlaanderen en Brussel opnieuw belast zal de Brusselse independentisten een zorg wezen. Wie er even bij stil staat kan toch niet anders dan deze besluitvorming bestempelen als een teken van arrogantie en expansiedrang? Is het misschien normaal dat één – dan nog hoofdstedelijk - gewest zomaar beslist waar de nationale voetbalploeg gehuisvest wordt. Of zal het Brussels gewest ervoor betalen, laat staan opdraaien voor de exploitatiekosten? Vanzelfsprekend niet; een Herrenvolk laat altijd zijn slaven opdraaien voor de kosten.
Waar men in de media evenmin veel aandacht aan schenkt: deze tempel moet ook de thuishaven worden voor grootse muziekevenementen, daarom voorziet men een overkapping. Maar dat is zo duur dat men de oppervlakte beperkte waardoor de atletiekpiste (voor de memorial Vandamme) geschrapt werd. Benieuwd of binnenkort dezelfde Vlaamse politici met een NIMBY syndroom ook hun stem zullen laten horen om het Brussels patriottisme te temperen. In elk geval zal het stadion niet dienen ter ondersteuning van enig Vlaams patriottisme, want het armlastig Brussel  weigerde zopas nog om het partijcongres van N-VA te herbergen op de Heizel. Wie herinnert zich nog dat Brussel weigerde om een afdeling van de Vlaamse Vlerick-school te huisvesten in het leegstaande Beursgebouw? Vlamingen zijn in Brussel niet welkom, maar anti-Vlaamse Brusselse Heren mogen in Grimbergen hun goesting doen? Is dat de bedoeling van de metropolitane gemeenschap die ook de traditionele Vlaamse partijen goedkeurden? Meer lusten voor het Herrenvolk en meer lasten voor de slaafjes?
Dat N-VA nogal terughoudend reageert valt te begrijpen. Het is niet het moment om door een weigering bijkomende munitie te geven aan Kompany en Co; de jokers van het Belgisch establishment. Toch is deze beslissing niet goed te praten. Waarom moet België een nationale voetbaltempel hebben als andere succesvoller landen, zoals Duitsland en Nederland, er geen hebben. Zijn we te rijk. Heeft Brussel geld te veel of is het megalomanie op kosten van derden? Voor die paar matchen per jaar doet een verstandig mens toch geen zotte kosten?   Er is nochtans een waardig alternatief: bouw een nieuw stadion in de grootste stad van Vlaanderen, zodat Antwerpen zijn voetbalambities kan waarmaken en waar tegelijk de nationale ploeg zijn thuismatchen kan spelen. Tenslotte is het toch Vlaanderen (rechtstreeks EN via het federale budget) dat het meest zal betalen voor de bouw en exploitatie van een nieuwe voetbaltempel. Welkom, Vincent Kompany, ’t Stad is dan inderdaad ook van jullie!

De profeten zullen nog veel werk hebben


Dat de verkiezingsstrijd nu echt op gang werd geschoten kan de regering alleen met lede ogen aanzien. Nog een gans jaar regeren terwijl de koorts stijgt is vooral geen cadeau voor de Vlaamse regeringsminderheid. Steun van de Franstaligen zou wel eens contraproductief kunnen werken en de huidige peilingen bij de start zijn niet van die aard om mei 2014 met rustige vastheid tegemoet te zien.
Politoloog Carl Devos vond het positief dat N-VA gepeild werd op een minder goede 32 %, want, zo twitterde hij, “ze zouden anders kunnen gaan zweven”. Goed gezien en meteen herhaald door Bart De Wever die van de gelegenheid gebruikt maakte om kleur te bekennen en zelf de verkiezingen zal trekken. Voor enkele journalisten was de populariteitspoll meteen ook een kans om N-VA af te doen als een éénmanspartij. Een interpretatie die afgunstige politici graag zullen lezen. Ondertussen zou elke partij wat graag een goudhaantje hebben om in te zetten voor de “moeder van alle verkiezingen”. Het zal De Wever moeite kosten om de talrijke critici – zowel onder politici als in de media en de culturele wereld – geen kans te geven om hem politiek te lynchen. Bart Brinckman laat in dS (28/05) alvast weten klaar te zijn voor de confrontatie: “De N-VA wint immers alleen de verkiezingen als ze de Vlamingen ervan overtuigt dat ze zonder Wallonië beter en dus rijker af zijn. Voorlopig lijkt dat netjes te lukken. Zolang die Antwerpse oppersinjoor maar geen stommiteiten begaat.” Anders erbij gedacht, want dan zal ik, Brinckman, de eerste zijn om GAS te geven!
Waar voorlopig niemand over spreekt is het vooruitzicht op een verzwakte schakel in de traditionele Nederlandstalige tripartite. Mocht Open VLD het werkelijk slecht doen, dan lijkt het weinig waarschijnlijk dat ze opnieuw bereid zullen zijn om met de PS in zee te gaan. Temeer daar de PS voor de verkiezingen haar linkse zieltjes moet verwennen om de concurrentie op links te counteren. Een serieuze verzwakking van de PS zou wel eens kunnen uitmonden in een minderheidsregering aan Franstalige kant. Utopie? 
Aan Franstalige kant zit de schrik voor een overwinning van N-VA er alvast goed in. Ondanks of precies omwille van de manipulatie van de publieke opinie door de Franstalige media. Want door van N-VA staatsvijand nummer één te maken groeit bij steeds meer weldenkende Franstaligen het besef dat ze met de PS nog sneller het Vlaams manna zullen verliezen dan met een MR die bereid is om zaken te doen met de gedoodverfde Vlaamse winnaar. Voorlopig lijkt het  erop dat niet alleen het resultaat van N-VA zal bepalen wat er mogelijk is na de verkiezingen van 2014.

Citaten van de week


Stefaan Michielsen in DT: “Een pijnpunt in de Belgische economie is het gebrek aan institutioneel risicokapitaal, om bedrijven te ondersteunen in hun groei of schaalvergroting en om grote ondernemingen hier te steviger te verankeren. Omdat in eigen land niet genoeg kapitaal beschikbaar was, zijn beloftevolle ondernemingen als Icos Vision Systems, IRIS, LMS en Telenet in buitenlandse handen gevallen. Frère had het geld wel. Maar in plaats van het in België te investeren in de groei van bedrijven en zo een bijdrage te leveren aan de Belgische economie, verkoos hij zijn centen in grote Franse bedrijven te stoppen. Albert Frère is geen investeerder. Hij is gewoon een belegger.”
Anders gelezen, volgens een doorgaans goed ingelichte bron, nodigde Frère regelmatig de Belgische “fine fleur”, inclusief vakbondsleiders uit voor een boottochtje op zijn jacht aan de Côte d’Azur. Deze verwevenheid tussen vakbonden en de haute finance,was ook Steven Samyn opgevallen die hierover een bijdrage schreef in DM.
Rik Van Cauwelaert (over de politieke benoemingscarrousel in DT): “Om politieke ongelukken te vermijden heeft de federale regering zelfs het eigen selectiebureau Selor aan de kant geschoven. Want je weet maar nooit dat Selor met een competente en - je mag er niet aan denken - politiek onafhankelijke kandidaat komt aandraven.”
Luckas Vander Taelen in dS: De mentaliteit van de modale Franstalige Brusselaar is geëvolueerd, maar de politieke klasse heeft veel tijd nodig gehad om dezelfde weg af te leggen. De tijd dat de voormalige burgemeester van Brussel Henri Simonet triomfantelijk verklaarde dat ‘de verfransing van Brussel compleet’ was, mag dan wel vergeten zijn, niet weinig Franstalige politici houden er nog steeds een misprijzen voor het Nederlands op na. Dat het onderwijs in de hoofdstad eentaligen bleef afleveren was voor hen dus geen probleem. Brussel was een oasis francophone, overtuigd van zijn superieure taal en cultuur. Nu gelooft enkel nog FDF-voorzitter Olivier Maingain in dit waanbeeld. Maar toen hij vorige week in Libération beweerde dat de ‘Vlamingen Brussel vernield hebben’, boorde hij wat hem nog restte van politieke geloofwaardigheid de grond in.
Minister-president Charles Picqué (PS) zijn de Brusselse problemen te wijten aan de traditie van sterke lokale besturen. "België is een land van gemeenten", klinkt het. “Brussel is het slachtoffer van de Belgische ziekte, het federalisme en de taalgemeenschappen."
Olivier Mangain, FDF, stelt onomwonden dat het toch vooral de fout is van de Vlamingen, "die deze stad haten omdat ze Franstalig is geworden terwijl ze in Vlaanderen ligt, en alles gedaan hebben om de stad te vernietigen."
Anders gelezen, bij zoveel cafépraat volstaat een schoon Brussels gedichtje:

As 'k in Schoerbeik maain kommiskes goen doon  

In de veur of in den achternoon
den ziede vuil gekamoefleide vraave  

en  dei moote van eule pei dei klodde oen aave.
 
Vantaaid mè troilles vui eule uuge of ’n spleit 

den vroeg 'k ma af of dak weit
wat da 't er achter daane sjal zit of achter dei rokke  

’n aa mei, of e joenk mokke?
 
En 'k vroeg ma af, es da na ne slumme of  'n stoemme treen
of es ze zuu lielek d'ak eu gezicht ni mag zeen.
 
Op iederen hoek van de stroet es er ’n moskei  

en binne teen joer g'omme mè eule mei
En as waaile den va  ze leive goen fusioneire 

goen dei van den islam wel iet probeire  en … den Brusseleir deporteire

Den steike ze ons in e gruut reservoet  

gielegans geàncerkleit mè pinnekesdroet
En veu nen Brusseleir te zien, goije moote betoele  

Binnen 15 joer hemme ‘t oen ons goere.  

Waaile kraaige den van dei gekamoefleide vraave   

oepenotjes veu onze smoel too ’t aave  

en vroege waaile, "en masse", vergiffenis oen onze kammeroed Menneke Pis.

 Pjotr