24 april 2014

Minder staat in de praktijk


 

MEDIA EN POLITIEK - ANDERS GELEZEN
 
De ‘minder staat’-visie van partijen zoals N-VA staat of valt met het in de praktijk brengen ervan. Pas dan kan men spreken van een trendbreuk. Een voorbeeld, verkeersveiligheid in ‘minder staat’.
 
Minder buitenlanders is de klare visie van het Vlaams Belang, maar wanneer de intussen overleden VB-politica, Marie-Rose Morel, geconfronteerd werd met een allochtoon die ondanks een geslaagde integratie toch uitgewezen werd, bleek die hardvochtige partijvisie plots niet meer zo vanzelfsprekend. Dat is slechts één voorbeeld uit de vele waaruit blijkt hoe moeilijk het soms is om een klare visie ook om te zetten in de praktijk. Begrijpelijk dat men dergelijke oefeningen liever niet maakt in verkiezingstijd. Toch is het belangrijk om te begrijpen wat een partij in de praktijk bedoelt met ‘minder staat’.
 
Tijdens het Radio 2 ochtendprogramma op paaszaterdag hoorde ik de politierechter Peter D’hondt een mooi voorbeeld geven van de regelneverij inzake verkeersveiligheid. Een voorbeeld waarmee we de visie van ‘minder staat’ willen confronteren.
 
Veilig, veiliger, veiligst, Utopia
 
Nemen we bij wijze van concreet geval eens de evolutie van de verkeersveiligheid op een kruispunt. Naarmate het autoverkeer toenam ontstond de noodzaak om de kruispunten veiliger te maken. Aanvankelijk plaatste men verkeersborden die de automobilisten waarschuwden dat ze een kruispunt naderden en werd de voorrangsregel ingevoerd.
 
Maar die regel en de verkeersborden volstonden niet. Er kwamen allerlei obstakels voor de snelrijder: versmallingen, verhogingen en een slalomparcours dat doet denken aan het bochtenwerk van politieke partijen in verkiezingstijd. Op de weg die geen voorrang had kwam een groot ‘STOP’ teken. Door al die verschillende borden verwaterde de dwingende boodschap en hadden ze alleen nog belang na een ongeval, als het te laat was.
 
Ondanks die borden gebeurden er nog altijd ongelukken en de bevolking riep moord en brand. Hoeveel doden moeten er nog vallen, mijnheer de minister, vooraleer u daar iets zult aan doen? Er kwamen dus verkeerslichten. Groen en Rood, zo zou het toch wel voor iedereen duidelijk zijn? Helaas zo bleek. Er waren nog altijd onverlaten die het rode licht niet respecteerden. En ze reden ook nog altijd te snel.
 
Opnieuw was de overheid de zondebok en ja, er kwamen flitspalen, die zouden zorgen dat niemand nog ongestraft door het rood licht kon rijden of de snelheid niet zou respecteren. Maar toen bleek dat er geen camera in die palen zat of dat het filmpje niet regelmatig werd vernieuwd. Erger nog, de flitscamera’s werden gesaboteerd en dus kwam er een tweede paal met een veiligheidscamera om de saboteur te kunnen pakken.
 
Tussen al die borden werd het moeilijk om nog de wegwijzers te vinden. Temeer daar ieder zichzelf respecterend bedrijf eiste om bij elk kruispunt binnen een straal van drie kilometer, ook een wegwijzer naar zijn zaak te mogen plaatsen. En ja, die oudere bestuurder had moeite om zijn weg te vinden in het oerwoud van verkeersborden en wegwijzers. Agressief werden ze achter hem toen hij stilstond om het eens ‘op zijn gemak’ uit te zoeken. Een nieuw gevaar op de weg. Hallo, minister, wanneer gaat u dáár iets aan doen? Utopia.
 
Hoe zouden de verschillende partijen hierover denken? In afwachting dat we daar iets over horen, keken we als ervaringsdeskundige eens over de grenzen.
 
In Rome kan het anders
 
Rome is verkeerstechnisch een beetje zoals Brussel, met zeven heuvels is het er moeilijk om een uitgebreid metronet te graven. De auto en de legendarische Vespa’s domineren het straatbeeld. Ze delen het met miljoenen toeristen, Brussel doet hetzelfde met de pendelaars, Europese ambtenaren en buitenlandse lobbyisten allerhande.
 
Rome! Wie daar een jaar kan rijden zonder brokken te maken, verdient een medaille. Autorijden in Rome is nochtans een plezier, een prachtig avontuur. De voorloper van de populaire realityshows, maar dan gefinancierd uit eigen zak in plaats van met belastinggelden. Voor een goed begrip, in Rome en bij uitbreiding in gans Midden- en Zuid-Italië dienen verkeersregels niet om het verkeer te regelen, maar als een uitdaging.
 
De ‘Via Christoforo Colombo’ was zo’n een dagelijkse uitdaging. In beide richtingen drie rijstroken breed, zonder fietspaden, maar met enkele rode lichten en ronde punten. Hoe ze daar een kruispunt oversteken is simpel. In plaats van drie auto’s, worden er dat zes, twee auto’s per rijstrook. Rood licht, dan vertraag je en doe je aan ritsen, bumper tegen bumper. Groen licht, dan vertraag je ook want er zijn de anderen die door het rood licht rijden. Alleen oranje licht is verwarrend maar het doet denken aan de zon ‘il sole’ zoals een gids mij verklaarde.
 
Claxonneren is voor de Italianen een liefdesverklaring, geen doodsbedreiging zoals in Brussel. Het is wennen, maar eenmaal gewend, werkt het. Iedereen een beetje gladiator. Met veel minder ergernis dan in Brussel. Wie in Rome leerde rijden, lacht met die macho’s in de Brusselse tunnels.
 
Parkeren in Rome? Geen probleem, één parkeerplaats langs de stoeprand kan men vermenigvuldigen. Dubbel parkeren met dank aan een ‘straniero’ – hun allochtone -parkeerwachter die dat stukje ‘blauwe stoeprand’ in exploitatie heeft. U moet hem wel uw sleutels afgeven. Zie je dat al gebeuren in Brussel?
 
Beste lezers, Rome is een verkeersjungle, maar de beesten zijn er veel minder agressief dan de opgefokte Belgen die nergens tijd voor hebben. In Rome hebben ze onnoemelijk veel politieagenten, want Rome is zo Rood als de pommodori. Een politieman mag daar wel gezien worden. Met zijn ‘haute couture’ cape van Pierre Cardin, is hij een modieuze verschijning en meer moet dat ook niet zijn. Als koene Rode ridders, hoog gezeten in het zadel, overschouwen ze de dagelijkse verkeersdrukte en kijken verveeld weg wanneer Albanese boefjes proberen in de zakken van de toeristen te zitten. Neen, zij ergeren zich daar niet aan, laat staan dat ze zich daarvoor op de begane grond zouden wagen. Zij horen bij het decorum, zij zijn het decor. Voor snedige interventies zijn er de ‘special forces’ die in opgefokte Alfa Romeo’s en Ferrari’s door de straten scheuren. Eénrichtingsverkeer wordt dan facultatief (en in hun zog mag men dat ook ongestraft doen, zo deed ik het zelf ook eens).
 
Zouden er in Rome veel meer ongelukken zijn dan in Brussel? Een ding weet ik wel zeker, daar zijn meer auto’s met builen en blutsen maar veel minder stresstoestanden en hartinfarcten. Mensen van hier, doe eens een schepje Romeins bloed in jullie adrenaline. En koop met Kerstmis eens zoals de Romeinen een rood niemendalletje voor je geliefde. Rood, het kleurt nog schoner op een wit lijf.
 
Minder staat meer wederzijds respect
 
Zouden we dat ook bij ons kunnen doen? Verkeersagenten terug invoeren in plaats van al dat flitsgedoe? Dat het trager zou gaan? En dan? Nu spoeden we ons van file naar file.
 
Het herinnert mij aan Houston, toen ik er een auto huurde en zonder te weten een verkeersovertreding beging. Met een sirene werd ik tot stilstand gedwongen. Die zwarte politieman was imposant, maar tegelijk ook zo vriendelijk omdat ik een vreemdeling was die blijkbaar een regel overtreden had zonder het te beseffen. Misschien zouden wij ook meer respect mogen hebben voor de controlerende politiemannen. En omgekeerd zouden politiemannen wel wat strenger mogen kijken maar tegelijk de overtreding op een menselijke manier interpreteren in plaats van direct het ‘boekske’ boven te halen.
 
Ik herinner mij nog dat ik aan een slakkengangetje reed op een bijna lege Highway 15 tussen San Diego en LA. Iedereen bleef er in zijn rijstrook. Maar links of rechts voorbijsteken mag. Misschien toeval, maar ik zag er geen enkele snelheidsduivel, hoewel Californië bekend staat als de meest vrijgevochten staat. Zouden de Amerikanen misschien vroeger vertrekken in plaats van te snel te rijden?
 
Minder staat meer persoonlijke verantwoordelijkheid
 
Begint (en eindigt) de verantwoordelijkheden van de overheid niet met degelijke en goed onderhouden auto-, fietswegen en voetpaden te voorzien? Met duidelijke signalisatie en eenvoudige verkeersregels? Mochten ze dat doen in functie van de noden in plaats van dikke boeken vol regeltjes die niemand leest maar toch verondersteld wordt te kennen, dan zouden ze een waardevolle bijdrage geleverd hebben tot de verkeersveiligheid.
 
Is het ondenkbaar dat politici de moed zouden hebben om te zeggen wat iedereen weet: dat verkeersonveiligheid en -ongevallen niets te maken hebben met te weinig of verkeerde verkeersregels maar alles met het toenemend ongepast en agressief gedrag van de automobilisten, motorrijders, fietsers én voetgangers.
 
Zouden politici de moed kunnen opbrengen om minder maar duidelijkere regels (minder staat) te voorzien en meer verantwoordelijkheid voor de overtreder? Veel van de bestaande regels maken het verkeer nauwelijks veiliger, alleen moeilijker. Ze zorgen vooral voor ergernis. Én voor een onuitputtelijke stroom inkomsten die noodzakelijk zijn voor ‘meer staat’. Het laatste weetje dat ik hoorde was de aankondiging dat er nu ook in Wallonië meer dan duizend snelheidsmeters staan. Alleen zijn er meer dan zeshonderd waarop men enkel de snelheid kan aflezen; rood wanneer men te rap rijdt, groen wanneer men braaf is. Niks boete en geen inkomsten. Waarom kan dat ‘minder staat’ in Vlaanderen niet.
 
Zou het niet veel efficiënter zijn – op langere termijn - om de veroorzakers van de verkeersongevallen op te voeden. Maak een rijbewijs moeilijker om krijgen. Niet enkel gebaseerd op de kennis van de verkeersregels, maar pas na een degelijke praktijkervaring gedurende een langere periode. Er bestaan veel concrete mogelijkheden en het zou de verkeersveiligheid zeker ten goede komen. Waarom geen beperkingen voor ouderen die niet meer meekunnen in de dagelijkse verkeersjungle?
 
Mensen die om actie roepen? Pak de overtreders aan in plaats van nog maar eens iedereen te straffen met nieuwe beperkingen. Hardleerse brokkenrijders vragen om op een afschrikwekkende manier aangepakt te worden. Houd het menselijk voor wie eens over de schreef gaat. Zij zijn niet het grootste probleem.
 
Dames en heren politici, stop nu eens om naar het pijpen te dansen van mensen die in een staat van enorme emotionaliteit, gerechtigheid eisen. U treft geen schuld, tenminste als u zou zorgen voor een degelijke infrastructuur, een duidelijke signalisatie en verkeersregels voor automobilisten, fietsers en voetgangers. Daar ligt nog een heel eind te gaan maar alleen u kan dat. Daarom moet dat uw belangrijkste opdracht zijn.
 
 
Citaten van de week
 
Koen Meulenaere (Kaaiman in DT): Tot slot weer maar eens een gouden tip van Kaaiman. U bevindt zich des avonds op een autostrade en wenst 150 per uur te rijden en toch niet geflitst te worden. Hoe te doen? Wel: u rijdt een poosje 120, tot u in uw spiegel een BMW of Audi ziet komen aanvliegen. Laat die passeren, en scheur er daarna achteraan op een afstand van honderd meter. Staat er nu een toevallig toch functionerende paal of een mobiele brigade, dan ziet u honderd meter voor u een witte lichtschicht door de donkere lucht klieven en hebt u alle tijd om af te remmen. Daarna snel planché om die geflitste Duitser weer in te halen.
 
DS Luc Huyse: Meer of minder overheid, wordt dat niet de inzet van de verkiezingen op 25 mei? ‘Goh, men stelt het zo voor natuurlijk. Straks wordt het kiezen tussen het model van de N-VA en de PS. Maar dat kan wel eens een valse keuze zijn. Want kunnen ze dat nog wel, bakens verzetten, zonder te botsen op mondiale en Europese muren? Vooral het fiscale en budgettaire beleid is sterk uit de electorale arena gelicht. Daar zorgen de Europese Raad, het IMF, de Wereldbank, de ratingbureaus en de grootbanken voor. Om het met de woorden van de Bulgaarse intellectueel Ivan Krastev te zeggen: “Kiezers kunnen gemakkelijker van regering veranderen dan van beleid”. Anders gelezen, ze zijn toch wel instaat om (via de zesde staatshervorming) de versnippering van wat rest aan bevoegdheden ten top te drijven.
 
Rik Van Cauwelaert (in DT): Eerder deze maand organiseerde het Instituut voor Constitutioneel Recht van de KU Leuven een colloquium over de zesde staatshervorming. (…) Een opgemerkte tussenkomst was die van de jonge grondwetspecialist Stefan Sottiaux. De Leuvense docent vindt dat een volgende staatshervorming noodzakelijk is omdat de bevoegdheidsverdeling volkomen gefragmenteerd is en het federale niveau onvoldoende gelegitimeerd. ‘Omdat’, zei Sottiaux, ‘de grendel-grondwet - met haar paritaire ministerraad, taalgroepen, bijzondere meerderheden en alarmbelprocedures - geleid heeft tot een uitholling van de beginselen van evenredige vertegenwoordiging en meerderheidsbesluitvorming, in het voordeel van de bescherming van de rechten van de Franstalige minderheid.’ De democratie eist, volgens Sottiaux, dat de bevoegdheden van het federale niveau zoals dat vandaag bestaat, naar de deelgebieden worden overgeheveld. Anders gelezen, de zesde staatshervorming is een draak van een compromis. Daarover horen we nauwelijks iets bij Open VLD en sp.a. Alleen CD&V blijft het obsessief een prestatie vinden.
 
Pjotr

 

 

 

17 april 2014

Een klare visie belangrijker dan cijfers




MEDIA EN POLITIEK  -  ANDERS GELEZEN


Dit bericht werd ook gepubliceerd op De Bron.

Het tot in detail becijferd verkiezingsprogramma van N-VA was nauwelijks voorgesteld of sommige kranten lieten critici al volop met scherp schieten. Zeldzaam waren de uitzonderingen die verder keken dan de cijfers.

 

De gretigheid waarmee politieke opponenten het N-VA verkiezingsprogramma afschoten, is wellicht goed nieuws voor N-VA. Vooral links, met sp.a, PVDA en Groen, vindt in het N‑VA programma heel wat munitie. Zonder dat ze het zelf beseffen gaan ze zodoende mee in de politieke keuze die Bart De Wever voorstelt: kiezen tussen een N-VA model of het PS model. Polarisatie tussen het nieuwe met duidelijke keuzes op basis van transparante cijfers, versus het aloude ‘veel beloven en weinig geven doet de zotten in vrede leven’. Zouden de Vlamingen rijp zijn voor zoveel transparante verandering?

Ter rechterzijde valt Open VLD over de bijkomende belastingen en negeert de voorstellen die ze zo zouden kunnen goedkeuren. Vanuit het midden van het politieke bed vond CD&V niets over het Vlaams beleid. Het deed ook lacherig over het ontbreken van de Vlaamse communautaire eisen. Alles wat N-VA voorstelt kan ook zonder confederalisme, dixit CD&V.

Gelijk hebben ze allemaal, of wat dacht u.


 België is een confederale staat …


Tijdens het VRT-programma ‘Reyers Politiek’ mogen alle partijvoorzitters uitleggen waar hun partij voor staat. Gevraagd naar wijzigingen aan de Grondwet stelde N-VA voorzitter Bart De Wever voor om Art. 1 te wijzigen. België is een confederale in plaats van een federale staat. Alle bevoegdheden gaan naar de deelstaten Vlaanderen en Wallonië en twee regio’s, Brussel hoofdstad en de Duitstalige regio. Enkel wat de twee deelstaten op vrijwillige basis willen samendoen blijft op het confederale niveau.

Even terzijde, deze opdeling (twee plus twee) hoorden we heel lang geleden al uit de mond van gewezen minister-president Luc Van den Brande (CD&V).

Het zal er bij heel wat flaminganten als zoete koek binnen gaan. Eindelijk nog eens een duidelijke communautaire uitspraak van de voorzitter. Een welgekomen geruststelling na uitschuivers van de witte konijnen die duidelijk meer moeite hebben met flaminganten uit ‘Vlaamse nesten’.

De Wever heeft volgens anderen als een geniaal strateeg afscheid genomen van vaandelzwaaiend Vlaanderen en met zijn keuze voor een sociaaleconomisch programma de romantische vlaggen vervangen door ‘facts and figures’. De welvaart van Vlaanderen staat voorop en dat kan (als de Franstaligen politiek solidair zijn) ook zonder onafhankelijkheid. Kan het transparanter: Art 1 van de grondwet begint voor De Wever met ‘België’ en niet zoals art 1 van het partijprogramma ‘met een onafhankelijk Vlaanderen’.

De bedenking van CD&V dat voor de uitvoering van het sociaaleconomisch programma van N-VA helemaal geen confederale opdeling van België nodig is, klopt.

Immers, artikel 35[1] van de grondwet biedt nu reeds de mogelijkheid om alle federale bevoegdheden over te hevelen naar de gewesten en gemeenschappen. Het voorstel van De Wever om Art 1 te wijzigen is vooral belangrijk omdat hij ook een duidelijke keuze maakt voor een indeling in enerzijds deelstaten (Vlaanderen en Wallonië) en regio’s (Duitstalige en Hoofdstedelijke regio).

Toch is de kritiek van CD&V een zoveelste voorbeeld van de typische ‘tsjevenpraat’ waarvoor de partij bekend staat. Dat men nu schamper doet over het confederalisme van N-VA is nogal ongeloofwaardig vermits ze nog niet zo lang geleden dezelfde opdeling van België voorstonden. Vraag het maar aan Luc Van den Brande, Stefaan De Clerck en Yves Leterme. Ze zijn ook nogal ‘kort van memorie’ want het communautair programma van N-VA werd nog maar eind vorig jaar bekend gemaakt. De Wever bevestigde dus slechts wat reeds geweten is. Maar goed, nu ze het vergeten zijn kunnen ze ook niet meer schieten op het separatisme van N-VA, zonder zichzelf tegen te spreken.

Toen Dehaene artikel 35 liet opnemen in de grondwet wist hij dat het slechts lippendienst was. Een zoethouder voor de VU (Hugo Schiltz) en de flaminganten binnen de eigen partij, want volgens hemzelf onuitvoerbaar. Inderdaad pure volksverlakkerij vermits sinds 1970 de grondwet een ‘grendelgrondwet’[2] geworden is. Daardoor is geen enkele aanpassing van de grondwet mogelijk zonder de toestemming van de Franstalige minderheid. Dat N-VA met zijn confederalisme die grendels overbodig maakt, is alvast een duidelijk verschil met de CD&V en de andere traditionele partijen. Verwonderlijk dat CD&V vandaag nog altijd die grendels accepteert en nooit, ook vandaag niet, de intentie had en heeft om de mogelijkheden geboden door art 35 te gebruiken.

Even terzijde, zelfs voor de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde, waarvoor een eenvoudige meerderheid (zonder Franstalige meerderheid) in de Kamer volstond, had CD&V niet de moed om het tot een stemming te laten komen in de plenaire zitting. Hoewel in verkiezingstijd enkele CD&V politici hun borst nat maakten en met luide stem een splitsing beloofden ‘zonder er een prijs voor te betalen’. Ook toen ontbrak de spreekwoordelijke vijf minuten politiek moed. Hopelijk zijn voor de partij de kiezers even vergeetachtig als de partijleiding.


Visie belangrijker dan cijfers


Maar wie enkel de cijfers leest – dat is alvast de bedoeling van de bestelde studie door De Standaard, De Tijd en de VRT – zonder de achterliggende maatschappelijke visie doet aan volksverlakkerij.

Hoofdredacteur van DS, Bart Sturtewagen, was voor zover ik kon lezen de grote uitzondering die door de cijfers heen keek en aandacht besteedde aan de visie van N-VA (DS 12/04):

‘De boodschap dat de overheid er niet is om alle problemen op te lossen, is de kern.’

Sturtewagen voegt daar nog enkele interessante bedenkingen aan toe: “Maar wat ze voorstelt, is een complete cultuuromslag inzake de plaats van de overheid en de sociale zekerheid in de samenleving. Voor de N-VA is iedereen eerst verantwoordelijk voor zijn eigen lot. Wie hulp behoeft, kan die krijgen. Maar niet langer dan nodig. Alleen wie echt niet mee kan, en daarop wordt streng toegezien, krijgt blijvende steun. Zelfs wie het met de principes eens is, hapt naar adem bij de voorgenomen driestheid. (…) De stroomstoot die de N-VA door de economie jaagt met lastenverlagingen, indexsprong, forse besparingen in de werkloosheid en strenge rem op de overheidsuitgaven, is de wervende belofte”.

De keuze voor ‘minder staat’ zal vooral in Wallonië op zwaar verzet stuiten. Immers, zowel inzake het aantal politici als de partijgelieerde tewerkstelling is Wallonië absolute koploper. We denken daarbij aan het relatief veel groter aantal ambtenaren maar evenzeer aan het hoog aantal beschutte werkplaatsen in allerlei intercommunales en ander regionale en lokale organisaties.

Maar ook in Vlaanderen zijn er heel wat mensen die nu profiteren van staatsteun die eigenlijk niet nodig is. Mooi meegenomen en zolang de inkomsten voldoende groot waren hoefde men daar niet van wakker te liggen. Maar wanneer men ziet welke achterstand ook Vlaanderen opgelopen heeft in cruciale domeinen zoals de gehandicapten- en ouderenzorg, het ontoereikend en sterk verouderd scholenpatrimonium, de toestand van het wegennet en de verkeersopstoppingen, is het duidelijk dat ook Vlaanderen niet het geld meer heeft om nog cadeautjes uit te geven die in het beste geval ‘nice to have’ zijn.

Daarenboven worden voor de nieuwe bevoegdheden slechts een deel van de bijhorende financiële middelen overgeheveld. Wie dus denkt hetzelfde te kunnen doen zoals voorheen, zonder dat de mensen het zullen voelen, zal de eerste zijn om na de verkiezingen opnieuw hun woord te breken. Visie, daar komt het vooral op aan.

Zijn de cijfers dan helemaal niet belangrijk? Neen, ook dat is kort door de bocht maar ze worden pas relevant nadat het regeerakkoord geschreven is. Een voorbeeld: N-VA stelt voor om de werkloosheidsuitkering in de tijd te beperken tot twee jaar. Stel nu even dat ondanks de zware tegenstand van andere partijen (en hun zuilen) er een akkoord mogelijk is om de beperking vast te leggen op drie jaar in plaats van twee. Voor N-VA zou dat zeer waarschijnlijk een aanvaardbare toegeving zijn want het principe blijft overeind. Alleen klopt daardoor het becijferde programma niet meer en zullen nog ander aanpassingen nodig zijn. Daarom zijn al die goedbedoelde inspanningen om de kiezers een houvast te geven via cijfers vooral goed voor de verkoopscijfers van de kranten.


 


No guts, no glory


Dat Bart De Wever met een ingrijpende verandering kiest voor een ‘alles of niets’, zoals enkele commentatoren schrijven, is overdreven. Wat is er roekeloos aan een voorstel voor de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd, wetende dat dit al in alle omliggende landen van toepassing is? Wat is er opmerkelijk aan een indexsprong, wanneer we op 23 juni 2012 konden lezen in alle kranten dat zelfs JL Dehaene pleitte voor meer besparingen én een indexsprong?

Sturtewagen wijst op het gevaar van een duidelijk programma waarin ook harde maatregelen vervat zijn. Hij herinnert aan het verlies dat Verhofstadt leed in 1995 en CD&V in 2003, toen ze naar de verkiezingen gingen met de boodschap dat we de broeksriem zouden moeten aanhalen.

Met dat verlies van CD&V in 2003 viel het nogal mee: 870.749 stemmen voor de kamer tegenover 875.967 in 1999.

Maar inderdaad, het is een gok om te denken dat minstens 30 % van de kiezers voldoende begrip hebben voor noodzakelijke ingrijpende veranderingen. Het paradoxale aan deze verkiezingsstrijd is dat de tegenstanders van N-VA, de traditionele partijen, misschien wel kritiek kunnen hebben op de ingrijpende maatregelen, maar tegelijk beseffen dat ze na de verkiezingen ook zullen gedwongen worden om zware maatregelen te nemen. Dan zouden de cijfers van hun verkiezingsbeloftes (voor de zoveelste keer) aantonen dat ze onbetrouwbaar zijn.

Maar het blijft wel opmerkelijk dat een partij met zo’n programma durft naar de kiezer trekken. We zijn het eerder gewoon dat ingrijpende maatregelen genomen worden in achterafkamertjes en aansluitend door de partijslaven worden goedgekeurd in het parlement.

Dat de Schotse nationalisten nek aan nek liggen in de peilingen met de Britsgezinde Schotten is een aanwijzing voor het reveil van regio’s, zoals we ook in België vaststellen. En net zoals de N-VA hebben ook de Schotse nationalisten de vaandels opgeborgen en wordt gehamerd op goed bestuur dat volgens hen enkel mogelijk is door autonomie.

Professor en N-VA kandidaat Hendrik Vuye, had voor de PS een aangename boodschap (in Knack online): wees blij, zo liet hij de PS weten, want dank zij het confederalisme zal de PS haar eigen programma onverkort kunnen ten uitvoer brengen in Wallonië en Brussel. Dan hoeven ze eindelijk geen rekening meer te houden met dwarsliggende Vlamingen.

Misschien is dat wel de cruciale vraag die Bart Sturtewagen in samenwerking met de vrienden van Le Soir aan hun lezers kunnen voorleggen:

Denkt u dat Vlaanderen en Wallonië beter zelf voor de belangen van hun bevolking kunnen zorgen in plaats van een federaal Vlaams/Waals/Brussels beleid dat voor iedereen hetzelfde is?

Zeker en vast – waarschijnlijk wel – waarschijnlijk niet – helemaal niet – geen mening (schrappen wat niet past)



Citaten van de week


DS, kritiek opgetekend door Maarten Goethals: CD&V van haar kant kan schieten op het ‘gebrekkig Vlaams karakter van het N-VA-plan’. Hoezo? Het rept volgens christen-democratische tegenstanders met geen woord over een mogelijk Vlaams beleid. De plannen die de N-VA voorstelt kunnen perfect gerealiseerd worden in de huidige bestuursstructuur. De grote institutionele omwenteling lijkt dus niet eens meer nodig om hun eigen ideeën in de praktijk te brengen. Waarvan akte.

DM online: "Ik kijk echt uit naar wat ze gaan vertellen", zegt econoom Paul De Grauwe (London School of Economics). "Andere partijen hebben grosso modo aangegeven waar ze zullen geven, maar niet in detail waar ze zullen halen. Behalve bij miljonairs. Maar niemand durft zeggen dat ze pakweg een btw-verhoging gaan doorvoeren."

Politicologen Nicolas Bouteca (UGent) en Pascal Delwit (ULB) delen die mening. Transparantie is alleen maar toe te juichen, en hoe meer hoe beter, menen zij. "Dat hoort bij de democratie", zegt Delwit. "Soms kunnen de partijen niet op alles antwoorden, zoals we al gemerkt hebben tijdens verschillende debatten, maar ze moeten toch zoveel mogelijk trachten prijs te geven." Maar is het ook verstandig vanuit politiek strategisch oogpunt? Wie zichzelf zo blootgeeft, loopt op zijn minst het risico serieus kou te vatten. Kan een kiezer zoveel informatie wel plaatsen en zal hij niet weglopen van een partij die precies aangeeft in welk stukje van de portemonnee zij zal tasten?

Pjotr




[1] Art 35: De federale overheid is slechts bevoegd voor de aangelegenheden die de Grondwet en de wetten, krachtens de Grondwet zelf uitgevaardigd, haar uitdrukkelijk toekennen.

De gemeenschappen of de gewesten zijn, ieder wat hem betreft, bevoegd voor de overige aangelegenheden onder de voorwaarden en op de wijze bepaald door de wet. Deze wet moet worden aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid.
Overgangsbepaling
De wet bedoeld in het tweede lid bepaalt de dag waarop dit artikel in werking treedt. Deze dag kan niet voorafgaan aan de dag waarop het nieuw in titel III van de Grondwet in te voegen artikel in werking treedt dat de exclusieve bevoegdheden van de federale overheid bepaalt.
 
[2] De grendelgrondwet is een begrip uit de Belgische politiek. Het houdt in dat de Belgische grondwet slechts kan gewijzigd worden met een tweederdemeerderheid in het parlement en eveneens een meerderheid in elke taalgroep. Het doel van deze grendel is slechts grondwetswijzigingen toe te staan die door beide Gemeenschappen worden onderschreven. Dit betekent dat de Vlaamse Gemeenschap, die ongeveer 60% van de Belgische bevolking uitmaakt, en de Franse gemeenschap, die ongeveer 40% van de bevolking uitmaakt, niet in staat zijn om eigenhandig de grondwet aan te passen. De grendelgrondwet werd ingevoerd in 1970.

09 april 2014

Electorale impact van het ACW-dossier


 

Een analyse

 

 

MEDIA EN POLITIEK – ANDERS GELEZEN

 

De gevolgen van de bankencrisis zijn nog altijd voelbaar, maar in België lijkt deze crisis de geesten nauwelijks nog te beroeren. Het ACW-Arco dossier daarentegen staat nog altijd hoog op de politieke agenda.

 

Wat we niet mochten weten

 

Een parlementaire onderzoekscommissie naar de afwikkeling van de bankencrisis in eigen land – Fortis en Dexia - door de regering Leterme kwam er niet. We moesten het stellen met allerlei geruchten en uitspraken zoals van MR-vice-premier Reynders die beweert een boek te kunnen schrijven over wat er toen allemaal gebeurde. Een duidelijker insinuatie door een regeringslid van onoorbare praktijken is moeilijk denkbaar.
 
Een van de interessantste politieke vragen die onbeantwoord bleven is waarom CD&V-voorzitter, Wouter Beke, tijdens de onderhandelingen in 2010 onverwacht N-VA liet vallen en koos voor een regering zonder N-VA en zonder Vlaamse meerderheid. Beide waren nochtans duidelijke beloften en bij CD&V weet men uit ervaring dat woordbreuk tot ongeloofwaardigheid leidt en stemmen kost.
 
De insinuatie dat Beke bezweek onder druk van het ACW om in een regering te stappen zonder N-VA om het Dexia dossier, waarin het ACW zwaar verwikkeld was, te kunnen ‘oplossen zonder brokken te maken’, kon niet vastgesteld worden.
 
Wel is bekend dat de Franstalige partijen – PS op kop – druk uitoefenden om N-VA te laten vallen; ‘déscotcher’, heette het toen. En dat de Belgischgezinde CD&V’ers à la Mark Eyskens de N-VA liever kwijt dan rijk waren is een publiek geheim.
 
De manier waarop de regeringspartijen eensgezind op de rem gingen staan bij een parlementaire onderzoekscommissie wijst in dezelfde richting als de uitspraken van Reynders. Het ACW was in hoge nood en Beke had weinig keuze. Het belang van het ACW en vooral het belang van de ACW kiezers voor het overleven van CD&V kregen voorrang op de Vlaamse agenda die tot dan door zowel CD&V als N-VA werd verdedigd.
 
Tijdens de ganse regeringsperiode van Di Rupo I blijft – vooral door de afwijzing van een onderzoekscommissie - het ACW-Arco-dossier als een donkere schaduw boven de Wetstraat hangen. Wordt het belangrijk voor de verkiezingen? Een analyse van de betekenis van dit dossier voor de stembusuitslag.

 

Het ACW, slachtoffer of schuldig

 

Wanneer duidelijk wordt dat twee politieke zuilen (de christelijke en de socialistische) dreigen het slachtoffer te worden van het wanbestuur bij Dexia en Ethias, wordt het politiek aspect van deze affaire belangrijker dan de ethische en juridische overwegingen.
 
Men mag bij de oorzaak van de aanhoudende beroering niet vergeten dat de besturen van deze financiële instellingen sterk gepolitiseerd zijn: voor menig toppoliticus (waaronder Di Rupo zelf) behoorde een bestuursmandaat tot de lucratieve bijverdiensten. En gelukkig – of moeten we zeggen helaas – is dat net zoals voor de Arco-spaarders een ‘investering zonder risico’.
 
De kwalificatie van de Arco-spaarders als beleggers in risicokapitaal kwam zeer hard aan bij de 800.000 coöperanten. Ze hadden het kunnen weten, maar velen wisten het niet en folders uit het verleden tonen aan dat die ‘aandelen’ inderdaad aangeprezen werden als ‘risicoloos’. In deze is het ACW alvast geen slachtoffer maar eerder een oplichter van zijn eigen geldschieters. Overigens was het Arco-aandeel geen gewoon aandeel. De maximale rente was beperkt, wat niet het geval is met gewone aandelen en men kon die aandelen enkel tijdens de eerste jaarhelft verkopen. Wie dus spreekt van discriminatie bij de afwikkeling, moet erkennen dat er ook in goede tijden een verschillende behandeling bestond tussen gewone en de Arco-aandelen.
 
Dat de ACW-leiding zich ‘namens de Arco-spaarders en de duizenden vrijwilligers in de diverse organisaties die deel uitmaken van de christelijke zuil’ als slachtoffer voorstelt is een zeer kwalijke zaak. Wanneer er één ding duidelijk is, dan wel de fouten die de leiding van de overkoepelende ACW-organisatie maakte. Dat het ACW via zijn politieke macht erin slaagde om deze spaarders te redden door de verantwoordelijkheid af te wentelen op de belastingbetalers is een schande. Daarvoor zijn enkel publieke verontschuldigingen op hun plaats en géén gespeelde verontwaardiging.
 
Maar ook N-VA die het ACW als schuldige ziet van het onheil, kan weten dat een rechtstreekse aanval op een zuil wel een moedige daad is, die politiek echter niet noodzakelijk lonend is. Een juridische procedure gaat trouwens voorbij aan de fundamentele ethische en maatschappelijke keuzes die nog veel belangrijker zijn voor de toekomst.

 

 

ACW-Arco en de verkiezingen van 25 mei

 

Ethische overwegingen

 

Afgezien van de juridische afwikkeling van dit dossier zou het passend zijn mocht de politieke wereld het debat openen over de werking van de zuilen. Meer bepaald de relatie tussen het sociale middenveld – voornamelijk vakbonden en ziekenkassen – en de politieke macht.

 

Naar mijn aanvoelen moet dit debat een antwoord geven op volgende vragen:

  1. Is het nog van deze tijd om overheidstaken uit te besteden aan partijgelieerde organisaties? Of anders gezegd, is het aanvaardbaar dat een zuil zoals het ACW een dominerende factor blijft binnen een politieke partij, in casu de CD&V?
  2. Waar zit de meerwaarde van een ideologische opsplitsing van de sociale organisaties – christelijke, liberale en socialistische vakbonden, ziekenkassen, … - voor de klanten?
  3. Is het te verantwoorden dat het aanbod en de kwaliteit van de dienstverlening aan zorgbehoevenden verschillend is naargelang de mogelijkheden van de zuilgebonden organisatie?

 

Het ontbreken van een debat over deze fundamentele opties is bijzonder jammer. Elke partij ziet de noodzaak in van een sociaal beleid. Maar er is wel degelijk een groot verschil in de visie van de verschillende politieke partijen over wie en hoe de opdrachten moeten uitgevoerd worden.
 
Stel u even voor dat een partij naar de kiezer trekt met als voorstel de opheffing van de politieke affiliaties van de zuilen. De kunstmatige ideologisch-filosofische én politieke bindingen doorknippen. Kunstmatig inderdaad zoals blijkt uit de weinig christelijke houding van de ACW-top in de Dexia-Arco-zaak. Dan wordt een fusie (met behoud van de terreinkennis) van alle ziekenkassen mogelijk en kunnen alle zorgbehoevenden dezelfde zorgen krijgen. Zou dat niet christelijker én klantvriendelijker zijn?
 
Stel u even voor dat een politieke partij voorstelt om de vakbonden voortaan enkel nog te aanvaarden als een drukkingsgroep – zoals het VBO, VOKA en UNIZO -  die zich niet langer onderscheidt door ideologisch en ethische waarden maar zich organiseert in functie van de specifieke doelgroepen; sectoraal in plaats van partijgekleurd. Zou dat niet logischer zijn én beter voor de gesyndiceerden? Ook hier kan voor de uitvoering van de overheidstaken (uitbetalen van uitkeringen) overgegaan worden tot een fusie, waardoor de kennis behouden blijft en waarbij de leiding gedepolitiseerd wordt.
 
Kortom, niet het sociaal middenveld moet op de schop, wel de banden van het sociaal middenveld met geprivilegieerde politieke partijen. Ook de opdeling op basis van filosofische criteria is toe aan een onderzoek. Er is nood aan een eigentijdse oplossing waarbij een einde gemaakt wordt aan de ongelijke behandeling van de klanten en het dure conservatisme (corporatisme) van het huidig systeem.
 
Een systeem dat een eigen leven is gaan leiden en bij momenten zelfs boven de wet staat. Waarvan een ingewijde en fervente ACW-voorstander toegeeft: aan de top draait alles alleen nog om (politiek) machtsbehoud. Hoog tijd dat de ‘werklieden’ en de ‘zorgbehoevenden’ opnieuw centraal staan.

 

Juridische overwegingen

 

Dat Justitie in België al te dikwijls niet tot een uitspraak komt, daar kijken we zelfs niet meer van op. Een boze minister van staat die wegens procedurefouten ontsnapt aan een gerechtelijke procedure (op een aanklacht van de BBI) vindt het niet meer dan normaal dat hij ‘als boze burger’ reageert. Maar zo gewoon is een  minister van staat nu ook weer niet. Want wanneer een gewone boze burger vrij komt  wegens procedurefouten, dan gaan de media unisono uit hun dak. Justitie is dan een schande. Van waar die ongelijke behandeling? Uit een recente bevraging (de foto van Vlaanderen) blijkt nochtans dat de bevolking het zo stilletjes aan gehad heeft met al die procedurefouten die leiden tot nietigheid van het onderzoek en vrijspraak. Dat geldt ook voor machtige organisaties zoals het ACW die zich dure advocaten kunnen  permitteren. Misschien kunnen ze daarmee het gerecht verlammen maar ze verliezen wel het respect van de gewone mensen.
 
Terwijl er in de ACW-Arco-affaire onderzoek gebeurt door de EU-instanties en Belgische gerechtelijke instanties blijven de Arco-spaarders op de centen van hun ‘bevroren aandelen’ wachten. En omdat het risico op een negatieve uitspraak niet uitgesloten is, wordt er alles aan gedaan om pas na de verkiezingen tot een besluit te komen.
 
De wegen van Justitie zijn ondoorgrondelijk en onvoorspelbaar. Ooit poogde een gewezen voorzitter van het hoogste rechtscollege mij te overtuigen van de voordelen van de gepolitiseerde benoemingspolitiek. Omdat Justitie volgens hem dan dichter bij de mensen staat. En hij was een ervaringsdeskundige, want vooraleer hij opperrechter werd was hij CVP-senator.
 
De spagaat tussen rechtspraak en rechtvaardigheid kan ook hier opnieuw leiden tot veel frustratie. Hoezeer de ACW-top zich ook in bochten wringt, de spagaat tussen enerzijds de waarden waar de christelijke zuil voor staat en die door de vrijwilligers elke dag uitgedragen worden en anderzijds het onverantwoordelijk en onchristelijk gedrag van die enkele verantwoordelijken aan de top is duidelijk voor iedereen die zien wil. De hardnekkigheid waarmee men de vrijwilligers misbruikt om de zonden van de top met de mantel der liefde te bedekken, is de schaamte voorbij.
 
In een opmerkelijke bijdrage becommentarieert Jean-Pierre Rondas (Gravensteengroep) het boek ‘Een zuil van zelfbediening’ van Peter Dedecker (N-VA). De verdienste van dit boek ligt vooral in het feit dat de auteur erin geslaagd is om het complexe dossier verstaanbaar te maken.  Rondas schrijft het zo: “Maar nu is er dus een tweede bode op de proppen gekomen. Ook een prototypische bode, want ditmaal de spreekwoordelijke boodschapper die de schuld krijgt voor het onheilsbericht dat hij komt brengen. Peter Dedecker dus, de klokkenluider die het mag gaan uitleggen voor het gerecht. Net alsof het Dexia-Arco-debacle er niet zou geweest zijn als hij er niet op had gewezen. Was er misschien geen bedrog geweest als hij het niet had uitgebracht? De auteur komt de verdienste toe het deksel te hebben opgelicht. Het is werk dat door onderzoeksjournalisten had moeten gebeuren, maar tegelijkertijd toch ook het werk dat je van een onderzoekend volksvertegenwoordiger verwacht. De laatste tijd worden zowel de eerste als de tweede categorie precies omwille van zulk onderzoek voor de rechter gesleept”.

 

Politieke overwegingen 

 

Er is wel een grens aan het protest van N-VA-er Dedecker. Politiek is geen exacte wetenschap en feiten en cijfers volstaan niet altijd om te overtuigen. Daarvan is men zich de laatste tijd bij N-VA bewust. De vrees bestaat dat de controverse rond dit dossier wel eens voor CD&V een argument kan zijn om N-VA opnieuw te laten vallen na de verkiezingen. En laat dat toch duidelijk zijn: Bart De Wever heeft gekozen voor regeringswerk. Hij heeft zich daartoe omringd met witte konijnen die voor zijn sociaal-economisch programma de partij versterken maar het communautaire enkel nog wat electorale lippendienst bewijzen.
 
‘Regeren ten allen prijze’ heeft echter ook een prijs en die zou wel eens hoog kunnen zijn. Zoals het ACW-Arco voor de belastingbetalers.

 

Het gevecht om de Arco-spaarder

 

Minister Koen Geens, CD&V, nam het voortouw met het voorstel om na de verkiezingen in het regeerprogramma de belofte op te nemen dat de regering ervoor zal zorgen dat de Arco-spaarders in elk geval hun centen zullen terugkrijgen.
 
De reactie van N-VA kwam er tijdens een uitzending van De Zevende Dag waarin Johan Van Overtveldt duidelijk zei dat ook voor N-VA de Arco-spaarders op hun twee oren mogen slapen. Waar hij wel nog aan toevoegde dat men toch eerst diende te onderzoeken of het ACW niet zelf een deel van de waarborg op zich kan nemen.
 
Voor de 800.000 Arco-gedupeerden en hun familie is hiermee alles gezegd. Wie ervoor zal opdraaien interesseert hen nauwelijks. Hiermee is dit aanvankelijk explosief dossier electoraal ontmijnd. Dat moet een enorme opluchting voor CD&V zijn en N-VA is een stok kwijt.
 
Elke verdere poging van N-VA om het ACW onder druk te zetten, zal electoraal niets meer opleveren. Integendeel, want de bezittingen waarover Dedecker spreekt en die te gelde kunnen gemaakt worden staan er niet zo maar. Het zijn ook de faciliteiten waar die vele vrijwilligers van gebruik maken. Of het gaat om extra’s die zeer in de smaak vallen van de klanten. Denk maar aan de vakantieverblijven. Zou er iemand voor N-VA stemmen omdat ze het ACW dwingen die te gelde te maken? Ik denk het niet.

 

Een laatste kans

 

Het zou wel moedig zijn van N-VA mocht het alsnog een debat eisen over de essentie van het probleem, de rol van het middenveld. Want ook hier is ‘verandering’ mogelijk en wenselijk.
 
Omwille van het ethisch manco inherent aan het corporatisme en wegens de achterhaalde filosofisch georganiseerde dienstverlening, die zorgt voor ongelijkheid.
 
Ook omwille van de (oh zo geheime) kostprijs van een steriel social overlegmodel. Een middenveld dat meer begaan is met het eigen overleven dan met het algemeen welzijn. Een kluwen van belangen dat enkel kan gedijen in een dijzig Belgisch model en daarom elke Vlaamse autonomie als een aanslag op hun macht beschouwen.



 

CITAAT VAN DE WEEK

 

Koen Meulenaere  (Kaaiman) in DT 8/04: Maar boven baas is er altijd bovenbaas: met een straat voorsprong op Koen Geens wint Patrick Develtere de Gouden Pinokkio. Wie zijn rekeningen zogezegd van fraude laat vrijpleiten door een onafhankelijke expert die een paar weken later zijn eigen duur betaalde advocaat blijkt te zijn, is een leugenaar. Wie voor het journaal van zeven uur nog snel een perscommuniqué uitgeeft over een beslissing van de BBI en daarin driekwart van die beslissing verzwijgt en één kwart verdraait, is een leugenaar. Wie uitschreeuwt dat een boek dat hij niet eens heeft gelezen vol leugens staat, is een leugenaar. Wie via een vertragingsmanoeuvre van zijn marionet in de regering een beslissing van de Europese Commissie probeert onder de mat te vegen tot na de verkiezingen, is een leugenaar. En wie het geld van 800.000 spaarders in één enkel risicoaandeel belegt, is een crimineel.
Met al die feiten in het achter- en voorhoofd kunnen we niet anders dan besluiten dat de recente ACW-toplui een belediging zijn voor de nagedachtenis van Jozef en Pierre Cardijn. Ten andere: Mieke Vogels zegt het ook. Breng daar maar iets tegenin.

 

Pjotr

 

 

 

04 april 2014

Federaal beleid is niet belangrijk


 


MEDIA EN POLITIEK  -  ANDERS GELEZEN
 
Twee opvallende voorbeelden en dan nog in twee totaal verschillende domeinen, leren ons dat in de ogen van sommige politici en mediakanalen het federaal niveau steeds onbelangrijker wordt.

Voorbeeld 1
Defensiebeleid in communautair vaarwater
 Defensieminister De Crem wordt dan toch geen secretaris-generaal van de NAVO. Maar ondertussen zit hij niet stil. Zo heeft hij nog een investeringsplannetje van 170 miljoen euro op tafel liggen. Dat moet ervoor zorgen dat de Airbus A400M, vervanger van de ondertussen zo vertrouwde C130-vrachtvliegtuigen, kunnen opgevangen worden op de luchthaven van Melsbroek. De MR, bij monde van Denis Ducarme verwijt De Crem in La Libre Belgique een gebrek aan transparantie en (opnieuw) een Vlaamse voorkeursbehandeling in plaats van een Belgische visie.

 Melsbroek ligt toch in Vlaanderen
 Melsbroek ligt in Vlaanderen en dus liggen de Franstaligen dwars. Na de rel rond het tekort aan Franstalige generaals ligt er een nieuwe ronde communautaire touwtrekkerij op de tafel. In LLB heeft MR-politicus Ducarme nogal wat bezwaren. Zo laat hij optekenen (vrije vertaling) “Er is geen enkel debat geweest, noch een goedkeuring om de acht A400M te stationeren op de basis van Melsbroek. Daarom probeert De Crem het er nog gauw gauw op het laatste door te sluizen. We moeten hier eerst over discussiëren vooraleer de officiële bestelling wordt geplaatst”. Zij die de aankoop van de A400M geen goede zaak vinden zullen deze steun uit onverwachte hoek wel appreciëren. Maar meer dan een achterhoedegevecht is het niet.
Ducarmes oproep om nog geen beslissing te nemen en dus de bestelling op de lange baan te schuiven is een niet mis te verstane dreiging. Van oorlogstaal (of noem het chantage) zijn ze duidelijk niet bang bezuiden de taalgrens. Maar dat wisten we al van toen Vlaanderen meende de (Waalse) wapenexport te moeten tegenhouden op basis van humanitaire     argumenten. Het duurde hooguit één week en de wapenexport was geregionaliseerd. Zo simpel is het wanneer men op tafel durft te kloppen.
Maar gelukkig is er aan Waalse kant geen sprake van enig bekrompen provincialisme. Voor de MR moeten de vliegtuigen naar de luchtmachtbasis in Florennes (Provincie Namen, waar de MR voet aan de grond heeft), maar de PS verkiezen de luchthaven van Beauvechain (Waals Brabant en thuishaven van Flahaut). Vermoeiend, maar oh zo Belgisch.

 Militaire technologie splitsen

Het gaat voor Ducarme niet enkel over de stationering, want zo merkt hij op, “deze investering zorgt ervoor dat Vlaanderen nog meer militaire technologie op haar grondgebied krijgt. Zoals dat ook al het geval was met de F16”.
 Melsbroek is inderdaad Vlaams grondgebied en we weten dat het territorialiteitsprincipe voor de Waalse politiek heilig is. Behalve als het gaat om Franstalige taalprivileges. Een zoveelste voorbeeld van het gebrek aan een gemeenschappelijke visie en van de de facto splitsing van België. Hopelijk wordt de Vlaamsgezinde vleugel binnen CD&V wakker, mocht blijken dat een van hun ministers nog maar eens wordt weggezet.
Ducarme gaat trouwens in de fout met zijn verwijzing naar de F16-aankoop. De 'compensaties' gingen, afgaande op de officiële en niet-betwiste cijfers, in grote mate naar Waalse en Brusselse bedrijven.
Om zijn oproep kracht bij te zetten vond Ducarme instemming bij Luc Gennart (kandidaat op de MR-lijst en voormalig commandant van de luchtmachtbasis te Florennes). Na diens verwijten aan De Crem die te weinig Franstaligen benoemde tot generaal, heeft hij hier een tweede kans om stoorzender te spelen. Volgens hem “is de plaatsing in Florennes goedkoper en Melsbroek zal binnen tien jaar toch moeten verdwijnen onder expansiedruk van de luchthaven van Zaventem”. Over de prijs zal nog wel een woordje gesproken worden maar het is wel wenselijk dat de regering een duidelijk antwoord geeft op de overlevingskansen van de militaire luchthaven te Melsbroek op langere termijn.
De conclusie zou dus wel eens kunnen zijn dat zijn laatste defensieproject in de federale koelkast verdwijnt. Dan is het tijd voor De Crem om naar zijn thuisbasis terug te keren, waar hij samen met de N-VA wel de lakens kan uitdelen zonder tegenstand. Voor een polyglot en ambitieus man is dat een magere troost.  

Voorbeeld 2 
De berekening van partijprogramma’s
 Een gemeenschappelijk initiatief van de VRT, De Standaard en De Tijd doet beroep op academici om de partijprogramma’s te berekenen. Mooi initiatief liet ik de ombudsman van DS weten. Maar zo vroeg ik hem, zullen ook de partijprogramma’s van de Franstalige partijen berekend worden? Eraan toevoegend dat ook deze programma’s een belangrijke rol spelen tijdens de regeringsonderhandelingen. Zijn antwoord kan u hieronder lezen.
Tom Naegels, ombudsman: “Ik heb net gebeld met professor André Decoster, professor aan de faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen aan de KU Leuven, die de berekening doet in opdracht van de VRT, De Standaard en De Tijd. Hij vertelt me dat de partijprogramma's van de Franstalige partijen niet in het project zijn opgenomen. Voor de *federale* materies zou het op zich een goed idee zijn, zegt hij zelf, omdat de Vlaamse partijen ook in hun verkiezingscommunicatie vaak verwijzen naar voorstellen aan Franstalige kant, en dan is het nuttig om ook de kostprijs daarvan te kennen. Maar uiteindelijk heeft, tijdens de gesprekken over het afbakenen van het project, die piste het niet gehaald, omdat 1. de Franstalige partijen bij aanvang weinig animo vertoonden voor het project (ondertussen is dat enigszins veranderd, zegt professor Decoster, maar nu is er niet genoeg tijd meer), 2. de media die opdrachtgever waren, zich als eerste opdracht stelden om hun Vlaamse kijkers en lezers te informeren over de voorstellen van de partijen waar die kijkers en lezers daadwerkelijk op kunnen stemmen, 3. de KUL minder tijd en mankracht heeft dan het CPB in Nederland, dat al lang de partijprogramma's doorrekent.
In december vorig jaar publiceerde dezelfde onderzoeksgroep wel een doorrekening van een voorstel van de MR voor nieuwe tarieven in de personenbelasting: http://www.flemosi.be/uploads/222/131226%20MR%20flash.pdf”. Einde citaat.

Waalse partijprogramma’s niet interessant
De argumenten van professor Decoster, KU Leuven, roepen toch wel belangrijke vragen op.
 
Eerste argument: de Franstaligen waren niet geïnteresseerd
Met zijn eerste punt maakt hij duidelijk dat zijn onderzoek afhankelijk was van de bereidheid van de (Franstalige) politieke partijen om zich al of niet te onderwerpen aan deze ‘proef op de som’. Sinds wanneer mag een onafhankelijk onderzoek zich neerleggen bij het gebrek aan goodwill bij de doelgroep? Ik kan mij wel voorstellen dat politieke partijen die hun voorstellen zelf niet becijferden of de cijfers niet willen vrijgeven, geen gemakkelijke ‘klanten’ zijn. Maar het lijkt mij objectief wel noodzakelijk om de lezers/kijkers hierover te informeren over de onwil van de Franstalige partijen.
Misschien is dit argument slechts een voorwendsel dat moet verhullen dat zowel de  opdrachtgevers als Decoster het belang van de Franstalige voorstellen onvoldoende inzagen.  Of de vinger niet op de zere wonde durven leggen.
Decoster antwoordt nochtans dat het interessant zou zijn omwille van de federale materies. En hij heeft absoluut gelijk want uit zijn eigen cijfers blijkt dat het federale niveau ook na de zesde staatshervorming nog altijd belangrijker blijft dan de gewesten: Alles samen behoudt de federale overheid de controle over zo'n 55% van alle openbare uitgaven in België (33,8% voor het federale deel van de SZ en 21,4% voor de andere federale overheden, cijfers prof. A. Decoster). Het volledig artikel dat handelt over de foute informatie door de VRT is hier te lezen. Uit dat artikel blijkt ook dat zowat 80 van de fiscale inkomsten federaal blijven.
Tweede argument: de opdrachtgevers waren niet geïnteresseerd
Volgens Decoster waren de opdrachtgevers vooral geïnteresseerd in de Vlaamse voorstellen omdat de Vlamingen enkel tussen die partijen kunnen kiezen. Naegels spreekt hem niet tegen. Een plausibele uitleg waarmee ze bevestigen dat in onze parlementaire democratie de kiezer irrelevant is eenmaal hij/zij het stemhokje verlaten heeft.
Inderdaad, de Franstalige partijprogramma’s worden pas belangrijk na de verkiezingen. Wanneer de Franstalige en de Nederlandstalige partijen samen aan de tafel zitten om een ‘gemeenschappelijk’ federaal regeringsprogramma te onderhandelen. Dan zijn alle partijprogramma’s – en vooral de onderlinge verschillen – belangrijk.
Het is jammer dat deze oefening niet belangrijk genoeg was. Jammer omdat het wel interessante informatie kan opleveren, waar we nu van verstoken blijven. Zo zou de invloed van elke partij op het regeringsbeleid kunnen in beeld gebracht worden. Wel vervelend voor politieke tenoren (zoals Verhofstadt met Paars) die hun partijprogramma opofferden aan hun persoonlijke ambities. Of zoals Leterme uiteindelijk verantwoordelijkheid nam ook al stond het volkomen haaks op zijn verkiezingsprogramma dat hem 800.000 voorkeurstemmen opleverde.
Maar wanneer de VRT, DS en DT zich niet interesseren voor wat er nadien kan komen, mag de vraag gesteld worden of dit initiatief wel de moeite en de kosten waard was. Immers, het regeerakkoord is altijd al een compromis tussen alle partijprogramma’s geweest. De berekening van de afzonderlijke programma’s zijn dan nutteloos, want niet meer adequaat.  ook Franstalige eisen liggen er op tafel. En het zal weinig Vlamingen verbazen mocht blijken dat het regeerakkoord vooral een doordruk is van de Franstalige partijprogramma’s. Kortom deze studie is te beperkt mede door de kortzichtigheid van de opdrachtgevers.
Derde argument: de KU Leuven heeft onvoldoende middelen
Het argument als zou de KU Leuven te weinig tijd en middelen hebben om ook de Franstalige partijprogramma’s te berekenen is op zijn minst opmerkelijk. Het ondergraaft de vorige argumenten. Als de KU Leuven dan toch niet de mogelijkheid heeft om alle partijprogramma’s te berekenen dan zijn de vorige argumenten zonder voorwerp. Het doet er dan niet toe of de Franstaligen geïnteresseerd zijn of niet. Het doet er dan niet toe of de opdrachtgevers het al of niet wilden. Eigenlijk is dergelijke redenering een academicus onwaardig. Het versterkt de idee dat men nogal amateuristisch (en wellicht te laat op het idee kwam om iets te doen) te werk ging. Het doet alvast vrezen voor de academische kwaliteit van het onderzoek.
Dit argument roept een ander vraag op: waarom doen de universiteiten niet meer onderzoek naar dergelijke onderwerpen? Het is toch van groot maatschappelijk belang te weten welke plannen de toekomstige federale regering heeft. N-VA wijst in haar verkiezingscampagne naar mijn aanvoelen heel terecht op het belang van de Franstalige partijprogramma’s. Het is wel zo dat de Vlaamse kiezers niet kunnen stemmen op de Franstalige partijen, maar die kiezers verwachten wel van hun Vlaamse verkozenen dat ze, bij de onderhandelingen met de Franstaligen de essentie van hun programma niet opgeven. Anders gezegd, ze mogen de belangrijkste politieke (maatschappelijke) breekpunten niet opofferen aan de gulzigheid van een minderheid.  

Mijn conclusie is dat de opdrachtgevers de met veel bombarie aangekondigde berekening van de partijprogramma’s nogal amateuristisch hebben aangepakt en dat zowel de media als professor Decoster  weinig inspanningen deed om ook de Franstalige partijen te overtuigen om al hun informatie vrij te geven.
De kans dat de Vlaamse kiezers nu met meer kennis van zaken zullen kunnen kiezen is niet meer dan een academisch verpakte fata morgana.

Citaten van de week

Bart Haeck in DT: Zo is het ook met de Belgische staatsschuld. Dat die te hoog is en dus lager moet, erkent vriend en vijand. Het maakt België kwetsbaar. De Belgische overheid betaalt op dit moment jaarlijks een goede 12 miljard euro rente. Dat is meer dan het totale budget voor werkloosheidsuitkeringen, loopbaanonderbreking en brugpensioen inbegrepen. En wat erger is, het is niet ondenkbaar dat een schok op de financiële markten de rente plots met de helft hoger doet schieten - denk maar aan de financiële crisis. De helft hoger betekent 6 miljard euro, of het budget van Defensie, Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking én Justitie samen. Dat is geen geruststellende gedachte.
DM 31/03/14 Peter Dedecker, N-VA (ACW geen kleine arme jongetjes): "CD&V heeft de laatste jaren niets betekend voor de Arco-coöperanten. Ze hebben er net alles aan gedaan om het dossier onder de radar te houden. Zelfs nu nog", vindt Dedecker. "In februari kreeg het kabinet van Geens het nieuws van de Europese Commissie dat hun onderzoek klaar is en dat de huidige staatswaarborg wordt vernietigd. Door een juridisch trucje heeft hij uitstel gekregen, maar iedereen weet dat het einde verhaal is voor de waarborg na de verkiezingen. Toch heeft hij niet de moed om dat te zeggen. Dat is pervers. Dat is mensen van de domme houden."
 "Laat ons even de rekensom maken. In De Morgen stond dat ze een commercieel contract hebben bij Belfius voor 1,1 miljard euro. Dat is een serieuze som. En dan weten we nog niet wat er bij andere binnen- en buitenlandse banken geparkeerd is. Daarnaast is bekend dat het ACW voor 17 miljoen aan verzekeringspremies betaalt voor haar patrimonium. Een aanzienlijk deel daarvan zijn brandverzekeringen. De normale factor daarvoor is 1 euro aan premie betalen voor elke 800 euro aan waarde van het gebouw. Je ziet: het ACW is echt geen groep arme, kleine jongens. Ze hebben nog altijd luxehotels in Frankrijk en Zwitserland. Loop eens over de Korenmarkt in Gent, het postkaartbeeld van de stad. De helft van de gebouwen daar zijn hun eigendom. Ook in Brugge en Hasselt bezitten ze historische panden. Het ACW kan de Arco-coöperanten voor een groot stuk vergoeden."
Jan Vandecasteele, algemeen secretaris OKRA, is woedend over de titel van het nieuwe boek van Peter Dedecker, ‘Een zuil van zelfbediening’. Zijn open brief is duidelijk: “Een zuil van zelfbediening, dat is de titel van het boek van Peter Dedecker.  Daarmee viseert hij ondermeer opnieuw de Christelijke Arbeidersbeweging waar OKRA een partnerorganisatie van is. Met een zin als dit haalt Dedecker het dagelijkse waardevolle werk van 15 000 OKRA-vrijwilligers onderuit en bij uitbreiding dat van alle vrijwilligers van de Christelijke Arbeidersbeweging”. Anders gelezen, is dit een heel begrijpelijke reactie. Misschien toch de lezers aanbevelen om het boek te lezen. Staat daar iets in over die waardevolle vrijwilligers? Of gaat het over een gulzige top die zwaar in de fout ging?
Tinneke Beeckman in DS (over traditie en erfgoed als garant voor cultuur-rijke toekomst): “Dat het Vlaamse culturele erfgoed niet meer wordt geapprecieerd, is dus dramatisch, zelfs voor de kritische geesten. Kritiek vraagt nu eenmaal meer dan sentimentele reacties uit afkeer of schaamte. En het wil meer dan de stelselmatige afbraak van elke politieke gemeenschap zoals avant-gardekunstenaars het graag zouden willen. Dat de samenleving steeds meer divers wordt, is geen excuus voor culturele nalatigheid: diversiteit vergroot het belang van cultureel erfgoed, zowel voor de oude als voor de nieuwe inwoners.”
 Pjotr