05 oktober 2015

De Wever in Gent, fatalist of realist?



MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN


 

De ene Bart is de andere niet. Wanneer mensen de werkelijkheid negeren, wordt de waarheid moeilijk om dragen. Dan valt zelfs het masker af bij hoofredacteur Bart Sturtewagen van DS en veegt hij doemdenker Bart De Wever de mantel uit.

Professor Carl Devos nodigt De Wever uit


Sturtewagen zal wellicht heel veel kranten lezen, maar blijkbaar weinig over de werkelijkheid die zich afspeelt aan de grenzen van Europa. Ook Europa getuigt van kortzichtigheid wanneer het denkt dat het vluchtelingenprobleem kan aangepakt worden eenmaal de migranten en vluchtelingen binnen de Schengengrenzen aangekomen zijn. Centralisering van de registratie in de frontlijnstaten is geen voldoende oplossing en voorkomt de lucratieve mensenhandel niet, integendeel! Wie bijdragen leest die buiten de bandbreedte vallen van de politiek correcte media, zal Bart De Wever geen fatalist vinden, maar eerder een realist. Naar aanleiding van het college dat hij als N-VA voorzitter gaf aan de studenten van de Gentse universiteit wijdde Sturtewagen, opiniërend hoofdredacteur, hieraan een commentaar in De Standaard.
Sturtewagen: Waarom stelt hij (De Wever) het zo fatalistisch voor alsof we gedoemd zijn de fouten bij de integratie van vorige migratiegolven te herhalen? Alsof het onmogelijk is dat we daarover de voorbije decennia iets zouden hebben bijgeleerd.

Ooggetuigen weten beter


De Bretoense economist-politicoloog Patrick Guiol, gewezen professor aan de Universiteit van Rennes vaart sinds april rond in de Griekse kustwateren en observeert er dagelijks het wel en wee van de vluchtelingen in deze regio. Zijn verhalen bundelde hij in zijn ‘Chronique Grecque’ waarbij hij een heel ander beeld ophangt van de vluchtelingen. Wie hij zoal tegenkwam? Algerijnen wier visa voor Frankrijk geweigerd werd en nu als vluchteling een nieuwe poging deden.
Zijn conclusie (vanuit een Franse invalshoek): “Het wordt hoog tijd dat de EU meer doet dan quota af te spreken. Het wordt hoog tijd dat men niet enkel spreekt over aantallen maar ook over de ‘kwaliteit’ van de vluchtelingen. Zo niet zal Mevrouw Merkel kunnen kiezen tot groot jolijt van het Duitse patronaat.”  
In ‘tempore non suspecto’ wees een hooggeplaatste magistraat mij reeds op de aantrekkelijkheid van (vooral Brussel) ons land voor ongeschoolde immigranten die absoluut geen versterking betekenden voor onze economie maar wel afkwamen op onze genereuze sociale zekerheid. De Wever is dus niet de eerste (en de laatste) die deze in bepaalde kringen onwelkome waarheid verkondigt. 
Een gewezen Belgische topadviseur van het IMF las deze bijdragen van Patrick Guiol eveneens en schreef volgende commentaar (tekst in ons bezit): “Het roept veel vragen op en de toestand is inderdaad verontrustend. Deze massale volksverhuizing zou kunnen de meest ernstige bedreiging van Europa vormen sinds de tweede wereldoorlog met ontrafeling/uitholling van de EU. Het is duidelijk dat er grenzen zijn aan de absorptiecapaciteit van de EU. Het meest karakteristieke is de drijfveer van alle betrokkenen naar het zoeken van het eigen belang en voordeel. Het nieuwe element voor mij zijn de acties aan Turkse zijde, overheid en privé commercieel belang. Ik herinner me niet meer hoe precies de burgeroorlog in Syrië begonnen is, maar de familie Assad is gekend om de macht met niemand te willen delen. De troebelen in Irak zijn het gevolg van de weerwraak van de huidige sjiitische machthebbers voor de geleden onderdrukking door de sunnieten onder Saddam Hussein. Een belangrijk aspect ook is dat naast de vluchtelingen een groot deel van de toestromende massa bestaat uit migranten komende uit verscheidene landen zoals Indië, Pakistan, Afghanistan en Noord Afrika. Wat de EU betreft, het lijkt me onvermijdelijk dat indien de buitengrenzen van het Schengen gebied niet kunnen beveiligd worden dat dan de leden terug hun nationale grenzen moeten bewaken. (…) Wat de stroom uit Syrië betreft wordt nu vermeld dat de bombardementen (met nagels en dergelijke) uitgevoerd door Assad verantwoordelijk zijn voor meer vluchtelingen dan de bedreiging van ISIS. Als dit juist is, dan zal de actieve Russische steun en interventie de exodus nog versterken. En dit zou dan ook bijdragen tot de destabilisering van de EU, een van de objectieven van Rusland. De acties van de Turkse autoriteiten gaan in dezelfde zin en kunnen deels ingegeven zijn door hun ontstemming niet toegelaten te worden tot de EU.  Wat ook opvalt is dat geen vluchtelingen/migranten naar Rusland trekken. Interessant is ook Patrick Guiol’s analyse van de positie van Duitsland, voor wie  omwille van zijn demografische positie en structuur van zijn economie de nieuwkomers een positieve bijdrage zouden leveren, en dat Duitsland bij machte zou zijn om voorkeur te kunnen geven aan de meest geschoolde.”
Sturtewagen is hardleers
Maar laten we de cirkel sluiten en terugkeren naar de geciteerde uitspraak van Sturtewagen. Wie heel even blijft stilstaan bij zijn boodschap kan niet anders dan vaststellen dat hij inderdaad hardleers is.
 
In zijn commentaar verwijst hij onder meer naar het succes waarmee De Wever en zijn N-VA het Vlaams Belang de voorbije verkiezingen versloeg. Hij schrijft daarover: “Terugkeer van de verpletterde adder (…) Onheilspellend is de vaststelling dat de verslagen vijand de kop weer opsteekt. Zonder er zelf iets voor te doen, klimt Vlaams Belang weer op de kaart. Terecht ergert Bart De Wever zich aan het gebrek aan erkenning dat hij kreeg voor het verpletteren van de adder.”
De gebruikte terminologie - zijn de kinderen van het Vlaams Belang dan echt addergebroed, zoals hij hier onverbloemd schrijft? – bewijst alvast dat hij niets heeft geleerd van de verkiezingen op ‘Zwarte zondag’, 24 november 1991. Ook in de aanloop naar die verkiezingen werden de gegronde zorgen van de bevolking genegeerd door onder meer zijn krant en werd deze boodschap die door het Vlaams Blok wel werd opgepikt, dood gezwegen. Maar de kiezers wisten beter dan de politiek-correcte elite en dat resulteerde in een klinkende overwinning van het Vlaams Blok.
Mocht iemand nog twijfelen aan het belang van het ‘Volksempfinden’ dan kan men best eens kijken naar Oostenrijk waar ook een rechts-populistische partij (de Freiheitliche Partei Österreichs, FPÖ, van Jorg Haider zaliger, nu onder leiding van Heinz-Christian Strache) de ene zege na de andere boekt. De FPÖ doet het bijna 4 procent beter en de twee traditionele partijen, socialisten en christendemocraten, verliezen vier procent. Een verschil van 8 % van de stemmen is niet niks. En met bange vooruitzichten op een ware volksverhuizing zonder einde is dat meer dan een onprettig accidentje dat voorbij zal waaien.
Bij de regionale verkiezingen doet de FPÖ het nog beter. Ze wordt zelfs de grootste partij in de provincie Steyermark (Stiermarken). Terug van nooit helemaal weggeweest. Dat bewijst alvast dat niet enkel de charismatische figuur van Haider aan de basis lag van het succes van de FPÖ.

Nood aan een positief Vlaams signaal


Respect voor het gezond verstand van de bevolking is veel belangrijker voor de duurzaamheid van politiek succes dan persoonlijke successen. Vooral daarom is een positief Vlaams verhaal voor een partij als N-VA broodnodig. Was dat niet de vraag waarop professor Carl Devos, en met hem nog veel Vlamingen, graag een antwoord had?
De verkiezingen zijn nog veraf, maar, laten we wel wezen, zonder een positief Vlaamsgezind project zal het in Vlaanderen niet anders zijn dan in Oostenrijk en andere Europese landen, waar de bevolking het gehad heeft met een heersende klasse die enkel denkt aan het eigen overleven, en zo de voedingsbodem van het extremisme – zowel links als rechts - extra vruchtbaar maakt.
Pjotr

 

 

 

 

 

 

 

 

26 september 2015


De duurste wapenwedloop ooit


 MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN

 

De Amerikaanse F35, kandidaat-opvolger van de F16, wordt door vliegtuigbouwer Lockheed Martin voorgesteld als een gevechtsvliegtuig van de vijfde generatie omwille van twee troeven: Zien zonder zelf gezien te worden.

Inleiding


In de reeks ‘dossier vervanging F16’ verschenen reeds meerdere artikels die gewijd zijn aan de gedoodverfde kandidaat, de Amerikaanse Joint Strike Fighter of F35. Wat deze kandidaat onderscheidt van de andere kandidaten, is dat de andere reeds operationeel zijn en de F35A (luchtmacht versie), ondanks de reeds meer dan honderd gebouwde exemplaren nog altijd in de ontwikkelingsfase zit. Wat we vandaag weten (en daarmee bedoelen we de wetenschappelijke kennis) is voldoende om ernstige vragen te stellen bij de uiteindelijke capaciteiten, eens de ontwikkeling volledig zal zijn afgesloten. Dat is vooral het geval voor de beide hoofdtroeven van dit vliegtuig:’ sensor fusion’ en ‘stealth’ (zien en zelf niet gezien worden). Hieraan wijdde Gerard De Beuckelaer twee wetenschappelijk onderbouwde artikels die door niemand werden tegengesproken, ook niet door de academische raadgevers van defensieminister Steven Vandeput: Stealth en de F35  en Sensoren, sensor fusion en de F35.
De ontwikkeling van een totaal nieuw vliegtuigtype dat beschikt over dergelijke baanbrekende capaciteiten blijkt geen sinecure te zijn. Het heeft heel veel tijd gevergd en het staat nu reeds vast dat de concurrenten hun achterstand heel snel inhalen en tijd krijgen om tegenmaatregelen te ontwikkelen.


De veilige oorlog


Het belang van de ‘Fifth Generation Fighters’ moet vooral gesitueerd worden als onderdeel van de nieuwe globale defensiestrategie van de USA. Nog steeds de onbetwiste leider inzake de ontwikkeling van nieuwe militaire capaciteiten die, om hun voorsprong te behouden, de wapenwedloop opdrijven tot steeds gewaagdere en duurdere projecten.
In deze visie wordt de tegenstander eerst blind gemaakt en worden vervolgens alle wapensystemen vanop een veilige afstand vernietigd. De oorlog winnen dank zij op land en schepen gestationeerde stand off wapens, stealth vliegtuigen, en binnen afzienbare tijd aangevuld met bewapende onbemande drones. Deze hightech-evolutie moet de suprematie van de VS bestendigen. Alleen kan vandaag niemand zeggen of de F35 de beloofde capaciteiten waar zal kunnen maken, noch dat ze de aanvankelijke voorsprong ook zullen kunnen behouden.

F35 - Electro-Optical Targeting System (EOTS)

Daarover schrijft De Beuckelaer: “De vooraf beschreven sensorsuite (van de F35) is ronduit indrukwekkend, en zou als een rotsvast argument voor een keuze voor de F35 gezien kunnen worden, indien niet … de concurrenten Rafale en Gripen dezelfde, en zelfs gedeeltelijk een betere, uitrusting hadden. Van Russische en Chinese wapensystemen kan men dat nog niet zeggen, maar de afstand wordt klein. Tien jaar geleden – en dan had de F35 operationeel moeten zijn – was deze uitrusting inderdaad ‘top of the line’ met grote voorsprong. Nu is ze dat niet meer: de techniek is snel verder geëvolueerd en heeft het F35 design ingehaald en gedeeltelijk voorbij gestoken. Die ontwikkeling is natuurlijk ook en zelfs vooral in de Verenigde Staten gebeurd; Northrop bouwt vandaag nog betere apparatuur. Die verbeteringen hebben dan ook hun weerslag gevonden in upgrades van bestaande vliegtuigtypes zoals de F16 en de F18. Maar de F35 kan daarvan niet in dezelfde mate profiteren. Dat ligt deels aan het basisontwerp van de F35. Door de blijkbaar alles overtroevende ‘stealth’ bekommernis is ruimte binnen het toestel schaars en geometrisch zeer beperkt.” Einde citaat.


Fully loaded, maar niet meer stealth.

Dat zelfs een militaire lilliputter als Zweden met zijn nieuwste versie van de Gripen niet moet onderdoen voor de F35, is een verontrustend signaal. Waarom zouden grote landen zoals China en Rusland binnen afzienbare tijd moeten onderdoen voor de F35?
Hoewel het artikel van De Beuckelaer enige kennis van de fysica vraagt, zijn de conclusies waar hij toe komt heel goed verstaanbaar voor politici die ooit zullen moeten beslissen of de F35 inderdaad dé kandidaat-opvolger is van de F16. Even meelezen:
1. Zelfs indien alles wat nog fout kan gaan inderdaad ook verkeerd afloopt, zal de F35 desondanks, door zijn ‘stealth’ eigenschappen en sensor uitrusting, de volgende vijf jaar nog altijd een formidabele tegenstander blijven.
2. Zelfs indien alle nog open problemen uiteindelijk een deugdelijke oplossing vinden is het toch nog zeer de vraag of de F35 gedurende de volgende vijf jaar ongelimiteerd in dienst genomen kan worden.
3. De sensor technologie, en vooral de transformatie van sensor signalen naar een hoger abstractieniveau in richting ‘situational awareness’, zijn gebieden die zich zo stormachtig ontwikkelen dat men binnen tien jaar de huidige toestand nauwelijks nog zal herkennen.
4. Het is dus van het allergrootste belang zich zo op te stellen dat men volledig van die ontwikkeling kan profiteren. De Gripen, met zijn bewust gewild en consequent modulair ‘open’ design, is hier het best geplaatst.
5. Als men bedenkt dat de prestaties van de F35 voor een groot deel van software afhankelijk zullen zijn, is het feit dat hackers ‘van onbekende herkomst’ al enorme hoeveelheden data gestolen hebben zeer verontrustend.
6. Daar we van die enorme hoeveelheid software de source code niet krijgen – terwijl voornoemde ‘hackers’ die misschien al hebben – zullen wij nooit echt alle eigenschappen en mogelijkheden van het toestel kennen. Bovendien is het theoretisch denkbaar dat er in de software ‘poorten’ ingebouwd zijn die het voor derden mogelijk maken ons het gebruik van het toestel, geheel of gedeeltelijk te ontzeggen, of zelfs de controle ervan totaal over te nemen.
7. Technisch / wetenschappelijke hiaten kunnen nooit door ‘communicatie’ gevuld worden.
Richard Feynman (Nobel Prijs fysica 1965) schreef (in het ‘Rogers Commission Report’ voor de US Senaat, over de ramp met de Space Shuttle Challenger) het volgende:
For a successful technology, reality must take precedence over public relations, for nature cannot be fooled.
Ik meen dat we onszelf heel bittere en dure ontgoochelingen kunnen besparen door deze wijze raad hier zeer ter harte te nemen.
Tot zover Gerard De Beuckelaer.

Tot slot


Eén van de belangrijkste opdrachten voor de luchtmacht is de steun aan grondtroepen, ‘close air support’ (CAS). Tenzij België denkt dat er geen grondtroepen meer nodig zijn, is de beschikbaarheid van een eigen capaciteit aan CAS essentieel voor de beveiliging van onze landmachteenheden in operaties. Het is dus belangrijk om te weten of de F35 ook geschikt is voor deze opdracht. Hieraan zullen we een afzonderlijke bijdrage wijden.
Intussen blijkt uit officiële documenten (a complete copy of a recent memo from the Director of Operational Test and Evaluation (DOT&E)—obtained by the Project On Government Oversight through the Freedom of Information Act—), dat (1) de geslaagde initiële operationele test van de versie voor de Marines, de F35B, onderhevig is aan zware kritiek en (2) de operationele software, block 3F voor alle versies,  ten vroegste in 2017 zal klaar zijn voor de finale evaluatie en gebruik. Rekening houdend met de conclusies van De Beuckelaer is ook deze datum al te optimistisch en moet men zich verwachten aan onvolledige of zelfs misleidende resultaten die vooral de promotie moeten ondersteunen.
Mijn conclusie op basis van de analyse van de twee belangrijkste capaciteiten, zien zonder gezien te worden, is alvast dat het voor de Belgische beleidsverantwoordelijken, de defensieminister op kop, bijzonder moeilijk wordt om te kiezen voor een vliegtuig waarvan nog niet eens geweten is of het wel de beloofde kwaliteiten zal kunnen waar maken. Dat in de veronderstelling dat er ook voldoende geld zou zijn voor deze keuze.  
Haast en spoed is in dergelijk duur en complex dossier onverantwoord.

Pjotr

13 september 2015

Vluchtelingencrisis een opportuniteit voor de EU


MEDIA ENPOLITIEK ANDERS GELEZEN


De vluchtelingencrisis maakt alvast één ding duidelijk: Europa holt achter de feiten aan en moet dringend het initiatief hernemen wil het tot een duurzame oplossing komen.
Wie niet voorziet moet ten minste de moed hebben om het probleem op te lossen wanneer het zich stelt.

Wakker worden

Europa en België zijn niet sterk in het voorzien van problemen, laat staan ze voorkomen. Dat belet niet dat er politieke oplossingen zijn voor de vluchtelingencrisis. Alleen ontbreekt het aan zelfbewustheid en realiteitszin.

Laten we eerlijk zijn, de vluchtelingencrisis konden we al jaren geleden zien aankomen. De overvolle vluchtelingenkampen in de nabijheid van het oorlogsgebied, Syrië en Irak, bleven een ver-van-mijn-bed-show en dus werd het geen ‘hot news’. De Westerse politieke wereld –de VS en Europa – prijsden zich  gelukkig dat ‘ze’ mekaar aan het bekampen waren en wij (nog) niet geconfronteerd werden met de gevolgen van het menselijk drama dat zich afspeelde in deze regio. Men had het over een machtsvacuüm, terwijl het leven voor de inwoners een hel werd. Want, in tegenstelling tot een reguliere oorlog die vooral uitgevochten wordt tussen legers, is een burgeroorlog zoveel erger voor de burgerbevolking. Is er nog iemand die zich afvraagt wie verantwoordelijk is voor de destabilisatie van Irak en Syrië?
Maar ook al kennen we de antwoorden op deze vragen, vandaag telt slecht één ding: wat kunnen we doen op korte termijn om ook op lange termijn een antwoord te hebben op het probleem dat zich gisteren al stelde?

Een Europese uitdaging

De massale toestroom van vluchtelingen zet de ganse EU onder druk. Vooral omdat opnieuw blijkt hoe verscheiden de lidstaten reageren op deze crisis. Door deze crisis worden de lidstaten echter geconfronteerd met hun eigen beperkingen en klinkt de roep om solidariteit onder de leden steeds luider. Is dat geen opportuniteit om te bewijzen dat de EU alle lidstaten kan verenigen? Door een migratiebeleid te voeren dat tegemoet komt aan de mogelijkheden van alle lidstaten? Door rekening te houden met de beperkingen van de eigen capaciteiten? Sta op Europa en wandel!
De Duitse Bondskanselier Angela Merkel wordt steeds meer de facto de kanselier van Europa. Ze durft ook de eigen achterban tegen de haren strijken. Maar Merkel zal meer moeten doen. Ze zal ook moeten rekening houden met het feit dat Europa niet alleen bestaat uit gedisciplineerde Duitsers en de problemen van de andere landen altijd een rem zullen zijn op het streven naar méér Europa. Vooral sinds de EU steeds meer een regelneef werd, maar nooit in staat was een globale visie voor de toekomst van Europa te ontwikkelen.
De vluchtelingencrisis heeft één positief aspect: de ganse EU wordt gelijktijdig onder druk gezet. We hebben geen gemeenschappelijke vijand maar wel een gemeenschappelijke uitdaging.  En ditmaal hebben we zelfs de middelen om autonoom van deze uitdaging een opportuniteit te maken. Vooral pragmatisme, durven en doen, kan het antwoord zijn op de vluchtelingencrisis.

Durven prioriteiten stellen

Naast de oorlogsvluchtelingen zijn er de migranten die om allerlei redenen eveneens Europa binnen willen. Op zoek naar een beter leven. Uit alle armere regio’s, vooral uit Afrika, komen gelukzoekers af op het rijke Europa. Daar is op zich niets mis mee, want migraties zijn van alle tijden. Alleen is zelfs het rijke Europa niet in staat om iedereen zo maar op te nemen. Er moeten dringend Europese prioriteiten komen, willen we een draagvlak behouden voor de noodzakelijke solidariteit.

Fort Europa en het paard van Troje

Laten we vooral niet naïef zijn: samen met de oorlogsvluchtelingen uit Syrië en Irak komen ook potentiële terroristen naar Europa. Daar moeten we dus rekening mee houden. Maar het kan evenmin een argument zijn om zich te onttrekken aan de internationale overeenkomsten. Om dit probleem onder controle te houden is het nodig de ‘binnenlandse veiligheid’ te versterken.
Maar ook de buitengrenzen moeten gecontroleerd worden. Een fort Europa is utopie en daarenboven niet gewenst. Maar met prikkeldraad houdt men geen wanhopige mensen (en opportunisten) tegen. Daarvoor is een krachtdadig beleid noodzakelijk dat niet aarzelt mensen terug te sturen die ongecontroleerd door de mazen van het net glipten.
Vandaag is chaos troef en de goedbedoelde hulp van veel burgers mag dan een gewaardeerde blijk van solidariteit zijn, meestal is deze in de praktijk niet efficiënt en is de nood aan een professionele aanpak van de crisis, essentieel.
DE EU en de lidstaten moeten opnieuw greep krijgen op de situatie in plaats van ze te ondergaan.
Daarvoor moeten en kunnen we een weldoordacht en krachtdadig  initiatief nemen.
Twee maatregelen dringen zich op:
(1)  Een tijdelijke opnamestop voor migranten, personen die niet vallen onder het statuur van vluchteling. Economische en politieke argumenten volstaan tijdelijk niet meer.
(2)  Controle van de oorlogsvluchtelingen buiten de EU-grenzen.
Deze laatste maatregel kan men realiseren door zelf vluchtelingenopvang te organiseren in de buurlanden van het conflictgebied en daar zowel de controle op de identiteit (ook vingerafdrukken) uit te voeren als de verdere procedure voor opname in de EU op te starten. Door zelf het transport te organiseren vanuit deze kampen naar de EU-landen van opvang, kan men veel leed voorkomen.En tegelijk ervoor zorgen dat wie deze weg niet volgt, onverbiddelijk wordt teruggestuurd naar een van deze tijdelijke opvangcentra (daarvoor kunnen dezelfde transportmiddelen gebruikt worden). Elk land van opvang weet dus al vooraf wie de vluchtelingen zijn en kan veel sneller de procedure van inburgering en integratie in gang zetten.
Deze pragmatische maatregelen hebben alvast het voordeel dat Europa deze kan implementeren zonder externe steun. We zullen zelfs de tegenstanders in dit conflict niet tegen ons in het harnas jagen. De buurlanden die nu overstelpt worden door de vluchtelingen zullen ons graag zien komen. En voor de veiligheid van deze omvangrijke humanitaire operatie volstaan zelfs onze Europese militaire capaciteiten.

Ten oorlog

Om het probleem van de vluchtelingenstroom ten gronde aan te pakken suggereerde Wouter Beke, voorzitter CD&V, om een oorlog te beginnen tegen de IS. Blijkbaar is het besef er nog niet, dat de Westerse militaire interventies in Libië en Afghanistan (waar wij aan deelnamen) en de oorlog in Irak precies gezorgd hebben voor een machtsvacuüm en de chaos die er het gevolg van is.

Het is een utopie te denken dat Europa in staat zou zijn om hier een dominante rol te kunnen spelen. Laat staan dat het ook een goede oplossing zou zijn voor de toekomst. Defensieminister Vandeput liet alvast optekenen op Knack online, ‘dat er ‘boots on the ground’ zullen nodig zijn, maar ook ‘dat wij alleen maar zullen deelnemen aan de nazorg, humanitaire hulp’. Met de huidige mogelijkheden van defensie is dat overigens de enige realistische optie. Gewezen defensieminister André Flahaut zal het graag gelezen hebben.
Maar welke lokale autoriteit kan na de oorlog in Syrië bouwen aan een vreedzaam samenleven? Niet het regime van president Bashar Hafiz al-Assad  (niet enkel de president, maar de volledige politieke en militaire top van Syrië) hebben bij een groot deel van de bevolking elk draagvlak verloren. Verder is er geen enkele andere strijdende partij in het conflict die ook maar aanspraak kan maken op de macht om een nieuwe staat uit te bouwen. Nieuwe staat die daarenboven de sharia en het islamfundamentalisme zal koesteren en een potentiële vijand is Europa en elk niet-moslim land. Kortom de piste van een oorlog zal naar mijn aanvoelen enkel leiden tot een verdere desintegratie en nog meer chaos.

Het zal ook de tegenstellingen tussen de VS en Rusland verdiepen en kan Europa meesleuren in een uitdijend conflict waar we helemaal niet de militaire middelen voor hebben en zodoende het grootste slachtoffer zullen van worden.
Diplomatie
Wanneer niemand geïnteresseerd is in vrede – en dat is helaas het geval in het Midden Oosten – dan zal het niet de Europese diplomatie zijn die kan zorgen voor een oplossing. Het probleem is door de wisselende coalities en tegengestelde belangen totaal verrot en zoals altijd zijn het de gewone mensen die daar jarenlang onder zullen lijden. Placebo’s volstaan niet, soms is uitzieken de enige uitweg.
Wie eraan verdient is veel machtiger dan het lijdende volk. Dat was altijd zo. De aard van het beestje.

Pjotr

 

  

 

 

10 september 2015

Mediakritiek, a never ending story


Media en politiek  anders gelezen


Op de bijdrage ‘Waarvoor Vlaanderen een zware prijs zal betalen’, kwamen heel wat positieve reacties. Zou het mogelijk zijn dat bij steeds meer mensen de ogen open gaan en ze zich afkeren van de politiek-correcte indoctrinatie door de nieuwe media-profeten? 
Lezer D.A. liet mij het volgende weten: “Wat De Standaard betreft gaat het van kwaad naar erger. Voor de schijn publiceren ze af en toe nog wel eens een andere mening, maar er wordt over gewaakt dat het ofwel verdronken wordt tussen de ‘correcte’ meningen, het wordt achteraan geplaatst, belachelijk gemaakt, en de auteurs zijn vanzelfsprekend extreem rechts of erger nog conservatief. en reeds gezien in gezelschap van een notoire Amerikaanse Republikein" Enfin, ook voor mij is de maat nu vol.
Deze reactie deed mij terugdenken aan het artikel van de ombudsman (op zijn blog) die beweerde dat ook de lezers grenzen stellen aan de extreme meningen. Het zou dus wel eens kunnen dat ze daardoor vooral lezers verliezen. Hun geloofwaardigheid zijn ze bij weldenkende Vlamingen al langer kwijt. En dat DS redactie eveneens in de greep zit van het  ‘bange blanke man’ syndroom, wordt door deze uitspraak van de ombudsman  alleen maar bevestigd.

Het profiel van De Standaard lezer


Blijkbaar is de redactie van DS (waarvan we gemakshalve aannemen dat ze nog autonomie heeft inzake de bladvulling) overtuigd, dat de doorsnee DS lezer behoort tot de oppervlakkige politiek correcte soort. En als er dan een ‘buitenbeentje’ de kans krijgt om zijn gedacht kond te doen, volgt daarop een lawine van gekwetste zieltjes. Een zelfverklaarde kwaliteitskrant die alleen nog mikt op gelijkgestemden behoeft zelfs geen kwaliteit. Een bandbreedte voor anorexiapatiënten volstaat.

Abou Jahjah valt binnen de bandbreedte van De Standaard


 http://www.standaard.be/cnt/dmf20150625_01748822  (26 juni maar nog steeds prominent online): Abou Jahjah 'Samen als het kan, apart als het moet' (over zijn debat met  de Zwitserse intellectueel en islamoloog Tariq Ramadan in Rotterdam)citaat: “Ramadan was tegen islamitische scholen, ik was voor noch tegen, maar zei dat gezien de discriminatie die er heerst het normaal is dat die zouden ontstaan. Ramadan was tegen een eigen moslimpartij, ik was voor noch tegen want zich organiseren is een recht, en gezien de manier waarop bestaande politieke partijen omgaan met moslims was het een kwestie van tijd voor alternatieven zouden ontstaan. Ramadan veroordeelde de opstand van de jongeren in de banlieues vanuit zijn islamitische insteek als moreel verwerpelijk, ik onthaalde die opstand als een daad van verzet in de beste traditie van de Franse Revolutie.”
Zijn boodschap die dus door DS gepropageerd wordt is duidelijk: Samen, als jullie onze regels aanvaarden, apart wanneer jullie de islam en de sharia niet omarmen.
Verzonnen racisme valt buiten de bandbreedte van DS

Eddy Daniëls, kernredactie De Bron onderzocht de bewering van Meyrem Alamaci (Groen!) inzake ‘bewezen racisme bij aanwervingen’ die gretig werd overgenomen door diverse progressieve poco media. Daniëls: “Dat 'bewezen' racisme bij aanwervingen, zou gebleken zijn uit een SERV-studie (vooral Meyrem Almaci pakt daar mee uit). Ik heb toen de SERV gecontacteerd. Er bleek nooit een SERV-studie in die zin te zijn uitgevoerd, maar wel een vermelding over de mogelijkheid van racisme in een soort bezweringsformule. Zij verwezen wel, via de Koning Boudewijn Stichting, naar een Gentse masterthesis met mystery calls. Ik heb die auteur dan gecontacteerd. Toen bleek dat zijn steekproef zo laag was, en zijn resultaten zo diffuus dat je er niets mee kon aanvangen. Het is verbazend dat zulk een paper door een universiteit zelfs maar geaccepteerd wordt, maar hij kreeg wel de nodige complimenten in de pers. Ook daar zwaait Almaci mee rond.”
Wat we hier opnieuw meemaken is de negatie van het weten. Onderzoek is niet meer nodig om de Vlamingen van racisme te beschuldigen. Staat er dan geen straf op valse beschuldigingen? Wie De Bron leest zal vaststellen dat er aandacht is voor het bestaande racisme, maar men er ook kan lezen dat er heel terechte bezorgdheden zijn bij het aanwerven van allochtonen. Een standpunt dat vloekt met de geloofsleer van de progressieve kerk en dus nooit de ‘kwaliteitskrant’ zal halen. 

Over vluchtelingen en asielzoekers 


DS 1 sep: “De directrice van Vluchtelingenwerk Vlaanderen beaamt wel dat het belangrijk is hen aan werk te helpen. ‘Waar ik wel mee akkoord ga: hoe vroeger ze een échte job hebben, hoe beter. Uit een onderzoek blijkt dat 1 op de 4 asielzoekers al tijdens de asielaanvraag aan het werk gaat. Dat stijgt tot 55 procent in de vier jaar na de erkenning als vluchteling. Amper 25 procent van de erkende vluchtelingen hangt na 4 jaar nog af van een leefloon. Het beeld dat sommigen geven van de asielzoekers klopt dus niet. Sommige politici hebben een probleem gemaakt van iets wat geen probleem was.” 
Het dooreenhaspelen van de begrippen ‘vluchteling’ en ‘asielzoeker’ getuigt niet van een wetenschappelijke zorgzaamheid. Er zijn (meestal economische) migranten en er zijn vluchtelingen. Alleen vluchtelingen hebben volgens de Conventie van Geneve recht op asiel. In  het rapport (Samenvatting pag. 5) vinden we een tabel waaruit blijkt dat er 108.856 asielzoekers waren tussen 2001 en 2010. Daarvan waren er 71.768 in de leeftijdsgroep van werkzoekenden en 4.869 vluchtelingen (maar enkel in de periode 2003 - 2006). Hoe men voor verschillende periodes toch conclusies kan trekken is niet duidelijk.
Maar blijkbaar volstaat het voor Vluchtelingenwerk Vlaanderen om het beleid van staatsecretaris Theo Francken niet alleen op een democratische manier (via het parlement) aan te vallen, neen, meteen stappen ze naar de Raad van State. Blijkbaar is België het land geworden waar alles en iedereen ter discussie staat en enkel nog rechters bekwaam zijn om aan politiek te doen.

De doordenkers van Knack


In Knack online verscheen in de reeks ‘Doordenkers van Knack.be’  een artikel van Olivier Pintelon (actief bij de denktanks Poliargus en Tripalium)  waarin hij aan de hand van twee concrete voorbeelden bewijst dat de herverdeling niet ten goede komt aan de lagere middenklasse maar wel de happy few.
 
Een van die concrete voorbeelden gaat over de grote transfer in de vastgoedsector. Lees rijken betalen minder voor huisvesting dan armen. Daarom pleit hij voor meer staatsinterventie: “Ook hier kijken de meeste commentatoren in richting van meer herverdeling door staat - denk maar aan huursubsidies voor de lage inkomens. We kunnen echter structureel meer doen. We kunnen opteren voor het uitbreiden van de publieke huurmarkt om ze zo ook toegankelijk te maken voor de brede middenklasse. Steden als Amsterdam en Wenen wijzen daarbij de weg. Ongeveer de helft van het stedelijk patrimonium is er in publieke handen. Dat weegt op het herverdelende vermogen van de markt, aangezien het toegenomen aanbod van betaalbare woningen de positie van de huurder structureel versterkt.”
Dat Pintelon Wenen als voorbeeld neemt, bewijst alvast dat hij weinig vertrouwd is met de lokale geplogenheden en de ware politieke reden waarom Wenen inderdaad een groot aantal woningen (meestal appartementsblokken) bezit. De werkelijkheid is dat deze woningen vooral de macht van de regerende politieke partijen diende te bestendigen. In de goede traditie van het Westeuropese communisme dat de Oostenrijkse politiek sinds zijn onafhankelijkheid in 1958 kenmerkte, zorgde de politiek niet enkel voor werk (elke ambtenaar moet een partijkaart hebben) maar ook voor onderdak; de regerende partijen verdeelden die woningen in openbaar bezit onder de partijsoldaten. Dat gebeurde volgens een proportioneel verdelingsmechanisme: de grootste partij kreeg een evenredig groot aantal jobs (ambtenaren) en beschikbare woningen toegewezen. Werk, brood en onderdak, alles in handen van de twee partijen die sinds 1958 tot 2000 de koek onder elkaar verdeelden: socialisten en christendemocraten. En toen kwam Jorg Haider en zijn Freiheitliche Partij Österreich (FPÖ)mee aan de macht.
Het resultaat was niet enkel goed bemande overheidsdiensten, maar ook een groot overtal aan ‘hoge ambtenaren’, kwestie van velen goede promotiekansen te geven. Het resultaat mocht er zijn: bij defensie meer dan tweehonderd generaals (meestal met een christendemocratische partijkaart) en nog iets meer hogere ambtenaren (met een socialistische partijkaart) bij binnenlandse zaken (en de politie). Is dat het systeem dat Pintelon wil voor België?

Pjotr