21 november 2012

Controversieel buitenlands beleid


MEDIA EN POLITIEK ANDERS GELEZEN

 
Kroatische generaals vrijgesproken
(diverse kranten) Vijf rechters van de beroepskamer van het Joegoslavië-tribunaal kwamen met drie stemmen tegen twee tot de conclusie dat de veroordeling van de twee Kroatische generaals Gotovina en Markac onterecht was. (…) De Kroatische premier, Zoran Milanovic, sprak van “een belangrijk moment voor Kroatië”. Vesna Skare Ozbolt, Tudjmans juridische adviseur tot diens dood in 1999, zei dat het recht heeft gezegevierd. “Dit corrigeert alle foute dingen die over onze gerechtvaardigde oorlog zijn gezegd. Dit is het bewijs dat er geen etnische zuiveringen in Kroatië hebben plaatsgevonden en dat het allemaal leugens waren.”
Waarschijnlijk zullen veel internationale waarnemers, vertrouwd met wat toen gebeurde in de Balkan, verbaasd hebben opgekeken van dit verdict. Zelf heb ik met eigen ogen de schade gezien die de zuiveringsoperaties van het Kroatisch leger in de regio Knin – Sinj hebben aangericht. Voor een goed begrip moet men onderscheid maken tussen de onvermijdelijke oorlogsschade als gevolg van de gevechten en de schade die moedwillig werd aangericht aan de woningen van onschuldige Serviërs die verdreven werden uit hun huizen en tot op vandaag niet kunnen terugkeren. Vooral wegens de blijvende hatelijke houding van de lokale Kroatische bevolking. Een etnische deportatie ingegeven door haatgevoelens die vandaag blijkbaar nog even levendig zijn als toen. Zo moet men de vreugdekreten in Zagreb om de vrijlating van beide generaals lezen en begrijpen.
Congo
N-VA wil dat Reynders open kaart speelt over Oost-Congo. De oorzaken van de instabiliteit in Oost-Congo zijn niet alleen te zoeken bij buurlanden Rwanda en Oeganda, maar ook in Congo zelf, zegt N-VA-kamerlid Peter Luyckx in dS. Het herinnert mij aan mijn (enige) interview voor het VRT-nieuws naar aanleiding van de genocide in Rwanda (1994). Blijkbaar was bij iemand van de VRT mijn naam als stafchef in Kismayo, Somalië, blijven hangen. In dit lang interview wees ik op de enorme problemen die een volksverhuizing met zich zou meebrengen. Niet alleen een nachtmerrie voor humanitaire hulporganisaties maar ook een onvermijdelijk drama door de politieke instabiliteit die erdoor ontstond: de botsingen tussen de lokale bevolking en de gewapende bendes die samen met de vluchtelingen de grens overstaken. Het gevecht om te overleven, denk maar aan de besmettelijke ziektes die zich snel verspreidden zonder onderscheid tussen de lokale bevolking en de vluchtelingen. Maar vooral de natuurlijke rijkdommen waren in Oost-Congo een reden voor het voortduren van een ontmenselijkte strijd om rijkdom; een ware geseling in plaats van een zegening. Dat het weerzinwekkende van de genocide in Rwanda nog zou voorbijgestoken worden door het nu reeds bijna twintig jaar durende conflict is niet alleen een bittere vaststelling, het werpt vooral de vraag op wat de wereldgemeenschap daar eigenlijk deed sinds haar aanwezigheid (MONUC, de Missie van de Verenigde Naties in Congo) vanaf 1999? Heeft het zin om enkel toe te kijken of in het beste geval nog erger te voorkomen? Waarom is de omvangrijkste missie ooit in Afrika zo machteloos?
Waar zit de zo geprezen Belgische expertise om op die fundamentele vragen een zinnig antwoord te geven? Even herinneren aan de conclusies van de Rwanda-commissie over de rol van de Belgische diplomatie en de dood van de 10 paracommando’s te Kigali: In plaats van mea culpa te slaan omdat we niet gebleven waren om de genocide in de kiem te smoren en zo de “spillover” (het uitdeinen van een intern Rwandees conflict tot een uitzichtloos regionaal conflict) te voorkomen, besloot de commissie onder leiding van Guy Verhofstadt dat we in de toekomst beter geen militairen meer zouden inzetten in de oude koloniale gebieden. Van enige politieke verantwoordelijkheid was er geen sprake, want zo belangrijk is een genocide in het verre buitenland nu ook weer niet.
Defensie, verlengstuk van de diplomatie
Defensie als instrument van onze buitenlandse politiek is blijkbaar niet meer geloofwaardig. Dat is althans de conclusie van een groep (?) “hoger officieren”. Daarbij nemen ze zowel defensieminister Pieter De Crem als zijn voorgangers op de korrel. Geen blijde boodschap, maar dat de defensieminister klacht neerlegt tegen onbekenden, gaat voorbij aan de inhoud van deze studie. Overigens groeit de twijfel over de ware herkomst van deze studie. De aangehaalde argumenten zijn geen nieuws voor ingewijden en er valt zelfs over te discussiëren. Dat defensie in verhouding tot andere landen financieel karig bedeeld wordt, klopt. Maar dat is een politieke keuze waarmee militairen moeten (leren) leven. Over het personeel en het materieel levert de studie weinig nieuws op en geeft ze geen verklaringen, laat staan antwoorden.
Verouderd “zwaar”materieel – o.a. tanks – werd inderdaad niet vervangen toen het normaal had moeten gebeuren. Dat was in de periode van de Paarse regering met Flahaut als defensieminister. Er werd – in samenwerking met de defensiestaf - geopteerd voor lichter materieel dat met vliegtuigen kon vervoerd worden naar verafgelegen inzetgebieden. Een politieke keuze die achteraf niet zo fout bleek want nu beschikken onze troepen in Afghanistan ten minste over veel beter en betrouwbaarder materieel dan indertijd in Somalië en Rwanda. Terecht is de kritiek dat de aangekochte aantallen geen rekening houden met een noodzakelijke operationele en logistieke reserve. Deze militair-technisch kortzichtige besluitvorming wordt er niet beter op door de vervanging van versleten materieel of investeringen in beter aangepast materieel opnieuw uit te stellen.
Over het personeel – het belangrijkste probleem – bevestigt deze studie wat al lang bekend is: te veel oude niet operationele militairen in deels overbodige structuren en te weinig jonge mensen voor de operationele eenheden. Ook hier blijft de studie steken in weliswaar onderbouwde vaststellingen doch lezen we niets over mogelijk oplossingen. In een beknopte vergelijkende studie stelde ik reeds in 1998 vast dat in België de verhouding militairen/bevolking veel hoger lag dan in ander landen. Begrijpelijk dat het moeilijk is om zoveel volk te rekruteren, temeer omdat België als natiestaat faalde en het patriottisme op een heel laag pitje brandt. Op basis van dit kwantitatief criterium zou de getalsterkte kunnen dalen tot grosso mode 27.000. Daardoor zou het beschikbaar budget per soldaat (een kwalitatief criterium dat niet gehanteerd wordt hoewel veel relevanter dan het gebruikte criterium, nl. het aandeel van het BBP voor defensie). Helaas was en is defensie altijd een onderdeel van een socialistisch geïnspireerde tewerkstellingspolitiek in plaats van de uitdrukking van een militair-technische behoefte. Dat geldt trouwens bij uitbreiding voor heel wat Europese landen.
De personeelspolitiek loopt dus reeds decennia mank en ondanks een permanente afslanking blijft het probleem bestaan. De reden is eenvoudig: men weigert het fundamentele probleem te erkennen, namelijk dat het levenslange ambtenarenstatuut niet aangepast is voor militairen waarvan de core business fysiek te zware eisen stelt. Slechts wanneer men deze contradictie in leeftijd wil aanvaarden zal een noodzakelijke verandering ook mogelijk worden. Moet het statuut daarom op de schop? Neen, want dat is inderdaad utopie in dit Belgenlandje. Het is ook niet nodig voor wie creatief wil denken. Het absurde van deze studie die De Crem zo zwaar op de maag ligt, is dat ze het bewijs in het ongerijmde is van de scheefgetrokken personeelssituatie. In Evere zijn er veel te veel hogere officieren die tijd te veel hebben en zich onledig houden met studies, zoals deze, die enkel nog voor de media “nieuws” zijn. Jammer dat er ook op het kabinet van De Crem blijkbaar te weinig creativiteit aanwezig is om haalbare alternatieven uit te denken. Misschien dat de partij die verandering wil zich eens over dit probleem wil ontfermen. Al was het maar om te bewijzen dat ze wel “kennis” in huis heeft.
Betaalde defensie de factuur voor Verhofstadts EU ambities?
Anders gelezen zijn er alvast duidelijke aanwijzingen.
Ergerlijk is dat de paarse regering indertijd, ondanks de financiële dwangbuis, de militaire autoriteiten dwong om helikopters aan te kopen die, volgens een luchtmachtgeneraal, defensie noch in aantal, noch in kwaliteit rendabel kan gebruiken. Meer zelfs, volgens de studie en bevestigd door een ander generaal, werden nooit helikopters gevraagd. De aankoop van de NH90 helikopter diende duidelijk andere dan militaire doelen. Eens anders lezen.
De helikopteraankoop omvat 8 exemplaren NH90 onderverdeeld in drie verschillende versies, voor drie verschillende opdrachten. Voor de Marinecomponente werden twee exemplaren gekocht voor de Nederlandse “occasiefregatten”. Helaas is het vliegdek en de loods voor de Heli’s op deze fregatten te klein (enkel geschikt voor de Lynkx) en moeten deze fregatten dus eerst aangepast worden op kosten van defensie. Dit is Belgisch goed bestuur! Voor de Luchtcomponente werden drie heli’s voorzien voor de “Search and Rescue role”. Overbodig want dit is geen militaire opdracht en kan evengoed uitbesteed worden aan Noordzee Helikopters in Oostende. Het enige dat zou wegvallen zou de “Combat Search and Rescue” zijn, waarvoor het beperkt aantal toch niet volstaat. De Landcomponente krijgt de overige heli’s, drie stuks, als“medium range transport helicopter”. Totaal onvoldoende in aantal, en voor opdrachten waarvoor de Chinook veel beter geschikt is. Het is alsof men een 3.5T truck koopt, om nu eens een brief te posten, nadien ingezet te worden als brandweertruck of dienst te doen als taxi voor het vervoer van VIP.
Minstens 300 miljoen euro weggesmeten geld voor “Een Rolls Royce om naar de kruidenier om de hoek te gaan” dixit de auteur(s) van de studie. Wie daarvan beter werd? In elk geval niet de Landcomponente gezien het geld voorzien was voor de aankoop van voertuigen. Voor deze overheveling werd volgens militaire bronnen luchtmachtgeneraal en Chef Defensiestaf Van Daele beloond met een verlengd verblijf als chefstaf. De politieke beslissing voor de aankoop kwam ditmaal niet van Flahaut maar van Verhofstadt die persoonlijk de legerstaf dwong om deze helikopters aan te kopen,“zo niet zou hij ook de andere aankopen blokkeren”, aldus een op het overleg aanwezige generaal. Dat Verhofstadt daarenboven de keuze “oriënteerde” naar de NH90, heeft volgens een gewezen luchtmachtgeneraal een zeer eenvoudige reden: “Omdat Verhofstadt de Fransen zijn kandidatuur voor de post van voorzitter van de Europese Commissie zouden steunen. Hij had die reeds toegezegd gekregen, maar wilde toch geen risico nemen. Toen hij samen met Leterme de Show van Le Bourget bezocht (maar wel in twee aparte delegaties) wilde hij enkel Eurocopter bezoeken en de NH90, alhoewel er dus een aankoopprocedure liep. De concurrenten wilde hij zelfs niet zien. Na het bezoek vroeg hij trouwens om onmiddellijk naar Matignon te gaan, om zijn geloofsbrieven te overhandigen aan De Villepin die toen net Eerste Minister was. Verhofstadt was het eerste staatshoofd dat een ontmoeting had met De Villepin. En het ging dus niet omdat de Belgische industrie dit nodig had, want dank zij Flahaut en Verhofstadt werden er door België géén enkele verplichting tot economische return gevraagd, wat andere kopers wel vroegen. En de minister van economie, Verwilghen, kon van Verhofstadt de pot op, als hij maar de Fransen kon overtuigen dat het dank zij hem was dat die (helikopters) er kwamen.” Einde citaat. Deze affaire deed mij – zonder enige concrete aanwijzing – eraan denken dat Flahaut wellicht als pasmunt voor het eigengereide optreden van Verhofstadt op zijn beurt Defensie kon opzadelen met kanonnen van het ongebruikelijk 90 mm kaliber dat heel toevallig vooral de Waals-Brabantse munitieleverancier goed uitkwam. Defensie dubbel genaaid? Neen, nog erger, vermits De Crem (wel begrijpelijk) besliste om die nieuwe voertuigen met 90 mm kanon direct in het uitstalraam “for sale – good price” te zetten. Dat onze kwaliteitsmedia over heel deze controversiële besluitvorming niets wisten of schreven bewijst eens te meer dat ze tekortschieten in hun opdracht als kritische “Vierde Macht”; als bewaker van het algemeen belang. Maar het is  nooit te laat om dit verder uit te spitten!
Uitspraak van de week
Guy Verhofstadt, Europees parlement: Nigel Farage van UKIP trok alle registers open, maar hij kreeg fors tegengas van liberaal fractieleider Guy Verhofstadt. “De grootste verspilling, dat is uw salaris”, wierp hij Farage voor de voeten. Anders gelezen: hoeveel helikopters zou Farage al gekost hebben?
Jos Vaessen in madeinlimburg.be: “Geef eens één reden waarom iemand nog in België zou investeren. Ik geef u de mijne: omdat ik Belg ben. Dat is toch wel de stomste reden die er bestaat, niet? Of nog een stomme reden: omdat ik niet graag reis. En omdat ik niet graag mijn vrouw alleen laat. Allemaal irrationele overwegingen. Het wordt moeilijk in België. Het is zo jammer dat de Wetstraat zich dat niet realiseert.
Joëlle Milquet(Knack online): "Er is geen sprake van het sociaal overleg in de feiten te schrappen. De regering kan niet alles opleggen". Anders gelezen: blijkbaar komt het Milquet en alle Belgische beleidsmakers goed uit dat onverkozen drukkingsgroepen het beleid inhoudelijk bepalen. Als er één positief punt zit in het begrotingsresultaat dan wel dat eindelijk de politici zelf eens beslisten. Maar toegegeven, het is cosmetica die vooral moet dienen om het probleem van de loonkosten voorbij de verkiezingen van 2014 te tillen.
Seymour Hersh (dS): “Het stikt van de amorele, halfcriminele politici wier enige zorg het is om toch maar herverkozen te raken. Ze zijn niet gek, het zijn politieke dieren. In de vijftig jaar dat ik journalist ben, heb ik gesproken met eindeloos veel misdadigers, massamoordenaars, corrupte politici, noem maar op. En werkelijk niet één dacht van zichzelf dat hij iets verkeerds deed.”
Pjotr
Anders gelezen


 

 

 

13 november 2012

Paranormale evenwichtsoefeningen


MEDIA EN POLITIEK   ANDERS GELEZEN
Evenwichtige oefeningen?
Ik ben de tel kwijt, zo dikwijls wees ik al op het pervers evenwicht tussen fiscale en sociale fraude. Maar dat kan verkeren, want het evenwicht dreigt te worden verbroken. Het kind van deze even perverse (af)rekening wordt de hardwerkende spaarzame landgenoot. Dat de regering het knap lastig heeft om zoveel geld te vinden teneinde een begin van orde op zaken te stellen in de staatshuishouding kan ik begrijpen. Vooral omdat men onbekwaam is om grondige hervormingen door te voeren en het evenwicht  eerder cosmetisch bedoeld is: om het evenwicht tussen de politieke belangen te vrijwaren. Dat vooraanstaande ondernemers staatsecretaris John Crombez als staatsgevaarlijk beschouwen lijkt erop te wijzen dat het de verkeerde kant opgaat. Eens anders lezen.
Laten we even de redenering en de zegebulletins van de regering Di Rupo volgen en toegeven dat er tot nog toe vooral bespaard werd, zo’n slordige 7 à 8 miljard euro. Dringt zich dan niet de vraag op of het gaat om geld dat gedurende de voorbije decennia over de balk werd gegooid en daarom nu pijnloos kan geschrapt worden? Het bewijs uit het ongerijmde van het verkwistend beleid van de federale regeringen in de afgelopen decennia? Maar ze kunnen zich natuurlijk vergissen. Misschien wou men met de evenwichtige oefening vooral via lasten op het rijkere deel van de bevolking meer evenwicht creëren tussen rijken en armen? Helaas blijkt dat niet de juiste conclusie te zijn, zoals verder blijkt, want de kloof wordt niet kleiner en de armen niet minder arm. Uit wat nu bekend is wordt duidelijk dat men vooral niets wil doen aan de dieperliggende oorzaak van het begrotingsprobleem en de staatsschuld: de vraag waarom de staat zoveel geld nodig heeft? Is het niet opmerkelijk dat alle traditionele politieke partijen (waarschijnlijk door hun afhankelijkheid van de conservatieve zuilen) voorbijgaan aan een duidelijke maatschappelijke evolutie: namelijk dat de bevolking minder overheidsbeslag in plaats van meer belastingen vraagt.
De kritiek van liberaal Lorin Parys (dS 8/11) laat aan duidelijkheid niets te wensen over: “Ter herinnering, in onze federale verkiezingscampagne hebben we drie beloftes gemaakt: geen nieuwe belastingen op werken, sparen en investeren. Sindsdien hebben we lijdzaam toegekeken hoe we bedrijfswagens meer hebben belast, de roerende voorheffing hebben opgetrokken en de notionele intrestaftrek minder voordelig hebben gemaakt. Kort samengevat, nieuwe belastingen op werken, sparen en investeren. Net het omgekeerde van wat we beloofd hadden en niet echt stichtend voor onze geloofwaardigheid.” Maar ook nu ziet het ernaar uit (dS 13/11) dat vooral belastingen en “andere maatregelen” de hoofdmoot (2,2 miljard van de 3,45 miljard euro) uitmaken van de begrotingsopmaak 2013.
België is een misleidend statistisch kader
Professor Frank Vandenbroucke (sp.a), zowat de (academische) god aan wiens woorden niet kan en mag getwijfeld worden kwam samen met Bea Cantillon tot de vaststelling dat België het niet zo goed doet. In zijn studie over “de actieve welvaartstaat, opnieuw bekeken”, komt hij tot de vaststelling dat vooral jongeren dreigen te verarmen. De naam ben ik vergeten maar onlangs schreef iemand dat België geen banaal landje mocht worden zoals Denemarken. Maar uit de studie blijkt net dat dit banaal landje, Denemarken, inzake jongerenarmoede tot de beste behoort terwijl het zoveel hippere België onderaan bengelt. Erger vind ik echter dat de bijgeleverde statistieken – waarover VDB nauwelijks durft uit te weiden -   een andere veel belangrijker werkelijkheid duidelijk maakt: dat statistieken over de  “Belgische” situatie irrelevant geworden zijn omdat ze niet langer overeenstemmen met de werkelijkheid in de verschillende gewesten. Voor Vlaanderen is de situatie helemaal niet zo erg, terwijl in Wallonië de situatie veel erger is dan uit de statistieken blijkt en in Brussel is de situatie noch min noch meer rampzalig. Misschien zouden al die Bekende Belgen eens moeten uitleggen hoe deze gegevens te rijmen vallen met hun uitspraken over Brussel als bron van de Vlaamse welvaart. De statistieken sporen wel met wat Rik Van Cauwelaert ooit schreef over Brussel: een leugen in stand gehouden door subsidies.
Over Brussel nog dit (dS 13/10 “Boerentram, duur plan): in de grootstedelijke regio wil men de boerentram opnieuw laten rijden tussen Brussel en Ninove, Boom, Heist-op-den-berg en Tervuren. Er zullen ongetwijfeld voor en tegenstanders zijn, maar die laatste zijn eerder zeldzaam te lezen in een krant als dS. De commentaar van Klaas De Brucker is daarom vermeldenswaardig: “De boerentrams brengen de pendelaars niet alleen sneller Brussel in, maar ook sneller Brussel uit. (…) De stad zal leeglopen, alleszins ontvlaamsen en ook ontfransen. Men kan dat natuurlijk counteren door tegelijk een actief grootstedenbeleid te voeren gericht op onder meer stadsvernieuwing en -verfraaiing. Maar heeft men dan goed nagedacht over het totale kostenplaatje op lange termijn? Anders gelezen: zijn dat de juiste projecten waarvoor wij zoveel belastingsgelden willen voor vrijmaken? Zouden we niet beter investeren in de verspreiding van arbeidslocaties naar Vlaams Brabant?
Vakbonden tegen eenheidsdenken: of de wereld op zijn kop
In een opiniebijdrage (dS) schrijft Bruno Verlaeckt, Voorzitter Algemene Centrale ABVV Antwerpen-Waasland, dat “Elk dossier – hoe pijnlijk ook voor de slachtoffers – is nuttig voor de propagandisten van dit eenheidsdenken om hun credo ‘minder staat, minder collectief, meer privé-initiatief’ te ondersteunen. (…) En zo is Vlaanderen stilaan op weg om inderdaad te verworden tot het naoorlogse Wallonië, waar het oude aristocratische familiekapitaal wegtrok en niet meer investeerde in nieuwe domeinen. De voorbije jaren heeft het nieuw Vlaams kapitaal echter te veel belegd in beursbubbels en casinobanken in plaats van in de industrie en tewerkstelling. Anders gelezen: Die laatste bedenking zou ik graag eens ontkend/bevestigd zien door een studie. Maar dat neemt niet weg dat de vakbonden omwille van hun vastgeroeste Belgischgezinde maatschappijvisie en hun soms kortzichtige acties niet direct aanzetten tot investeren.
Over staatsteun gesproken: een attente lezer stuurde mij volgend bericht: (gelezen op 07/11 in de krant): de Europese Investeringsbank heeft een financiële steun toegekend van 100 miljoen euro voor de modernisering van een Ford-fabriek in Turkije. Die fabriek zal straks de Ford Transit vervaardigen nadat de huidige fabriek in Engeland is gesloten en al het personeel afgedankt. Lenin heeft ooit gezegd "de kapitalisten zullen ons nog het touw verkopen waaraan we ze zullen ophangen".
Paul Magnette schrijft in dS (13/10) een column over het assistanaat (zeg maar de sociale fraude in Wallonië) en de mythe – volgens recente studies van de KUL en ULB - dat dit de socialistische partij zou ten goede komen. Klopt niet beweren deze geleerden. Anders gelezen: Magnette en de academici gaan voorbij aan het blote feit dat de werkeloosheid in Wallonië al zeer lang woekert en in diezelfde periode de PS aanhang niet verminderde. Hoe verklaart men dit dan? Een vraag die tijdens het lezen van zijn column bij mij  opkwam: een van de pijlers van de PS is de FGTB-vakbond die werkloosheidsuitkeringen mag uitbetalen en daaraan geld verdient; hoe meer werklozen hoe meer winst. Wil Magnette eens proberen om deze opdracht af te pakken van een organisatie zonder rechtspersoonlijkheid? Voor alle duidelijkheid: vakbonden zijn nodig om de werkende mensen te verdedigen, niet om geld te verdienen aan de werklozen!
Uitspraak van de week
Jan Callebaut (in DM column): “Obama zal in de eerste plaats moeten verzoenen. Maar hoe doe je dat als haat extreme vormen aanneemt? Antwerpen is bijzonder klein bier vergeleken bij Obama's Amerika. Toch zullen we de lessen kunnen gebruiken. De grimmigheid van een duale maatschappij staat heel België te wachten. 2012 bracht het voorgerecht, maar het hoofdgerecht van 2014 zal het bipolaire karakter van dit land veel nadrukkelijker nog blootleggen. Onze politici zijn het grondig met elkaar oneens over de oplossingen om uit de crisis te geraken. Terwijl we wellicht álle remedies nodig zullen hebben om nog maar een begin van oplossing te hebben.”
Bart Sturtewagen (dS 12/11); over het Dexia debacle): “Er zullen in de begroting 2013 en nog vele jaren nadien zware offers worden gevraagd van alle burgers in dit land. Het is ontzettend bitter dat dat in hoge mate moet dienen om de gevolgen van schandelijk gedrag in de financiële sector te delgen. Het zou nog bitterder zijn als achteraf zou blijken dat we onder invloed van Franse chantage bovendien een oneerlijk groot deel van die last moeten dragen.” Anders gelezen: Sturtewagen gaat hier voorbij aan het politieke wanbeleid van de regering. Dat verwerpelijk gedrag van de bankiers mag niet de indruk wekken dat zij de voornaamste oorzaak zijn van de bovenmatige staatsschuld. Zoals we weten kwam die er immers vanzelf en zal die ook vanzelf weer weggaan …
Pjotr
Anders Gelezen


05 november 2012

Vlaanderens toekomst overstijgt het juridisch steekspel

 
MEDIA EN POLITIEK    ANDERS GELEZEN
 
Onder de veelbelovende titel “Vlaanderen: Quo vadis”  kijkt Prof Eric Faucompret (UA) naar de mogelijke opties voor Vlaanderen. De tekst (maandblad Doorbraak) is gebaseerd op een  VIVES-studie. Faucompret weerhoudt drie opties: Art 35 invullen, confederalisme of onafhankelijkheid. Zijn conclusies zijn eenvoudig: Art 35 kan niet want de Franstaligen zijn niet akkoord. Confederalisme is weinig realistisch. Waarom zou een onafhankelijk Vlaanderen nog samenwerken met Wallonië? Daarom is een onderhandelde onafhankelijkheid (dismembratio) de meest realistische optie. In een vorige studie (sep 2011) stelt Faucompret vast dat de (sociaal-economische) situatie in België veel gelijkenissen vertoont (inclusief transfers) met deze van Tsjecho-Slowakije voor de splitsing. Nu stellen beide landen het goed en is de groei in Slowakije groter dan in Tsjechië. Wij kunnen daar lessen uit leren, schreef hij. Eens anders lezen.
Dat Grondwetsartikel 35 slechts een schijnoplossing is omdat de Franstaligen het niet willen, is geen goed argument, tenzij men uitgaat van de onwrikbare evidentie inzake de politieke blokkeringsmogelijkheden van de Franstalige gemeenschap. Maar dan rest er geen enkele optie meer voor Vlaanderen. Is de afschaffing van deze blokkering, of anders gezegd ervoor te zorgen dat deze blokkering zonder voorwerp wordt  door de splitsing van de beleidsdomeinen, net niet het verhaal van CD&V, N-VA en de linkse Vlaamse krachten? Mag ik hier aan toevoegen dat met de invulling van Art 35 de optie blijft bestaan om bepaalde beleidsdomeinen niet te splitsen, maar deze opdeling wel komaf maakt met de versnippering van de bevoegdheden inherent aan het actuele federale systeem. Het grootste verschil zit hem in de onderhandelingspositie van Vlaanderen: nu worden de Franstaligen vragende partij en kan Vlaanderen zijn voorwaarden stellen. Maar deze optie stelt (vooral) voor CD&V een joekel van een probleem. Namelijk dat  CD&V ervoor moet zorgen dat dit artikel vatbaar wordt verklaard voor een grondwetswijziging. Zoniet betekent het dat CD&V als een Belgicistische CD&B partij naar de verkiezingen moet gaan. Totaal ongeloofwaardig, omdat het betekent dat CD&B voor de verkiezingen reeds beslist heeft om na de verkiezingen opnieuw in een regering te stappen met de PS. Verkiezingen die ongetwijfeld communautair zullen gekleurd zijn en ook cruciaal zijn voor Kris Peeters en het Vlaamsdenkende electoraat van CD&V. Dat een ontmaskerd CD&B in Vlaanderen nog veel stemmen zal kunnen ronselen voor de Franstalige versie van dit België is hoogst twijfelachtig.
Onafhankelijkheid veronderstelt (maar is niet noodzakelijk zoals bleek uit de splitsing van Tsjecho-Slowakije) een maatschappelijk draagvlak, maar vooral de noodzaak aan een onderhandelde scheiding en dat lijkt mij bijzonder gevaarlijk. Immers, Vlaanderen vertrekt bij dergelijke onderhandelingen niet als gelijke, maar als bedelaar. De  Franstaligen zullen deze situatie zonder de minste twijfel misbruiken om een onaanvaardbare prijs te eisen. Net dat is de mantra van de Belgicisten, die het normaal vinden dat Vlaanderen een (te hoge) prijs moet betalen en dus beter gedwee het federaal carcan moet blijven ondergaan. Wat die prijs zal zijn weten we ondertussen al: een onrechtvaardig groot deel van de staatsschuld, het verlies van Brussel inclusief een territoriale link met Wallonië en wellicht een overgangsperiode waarin ze Vlaanderen nog maximaal zullen leegmelken. Tegen een achtergrond van dalende welvaart in gans Europa en ook in Vlaanderen, lijkt mij deze oplossing niet de meest voor de hand liggende.
Rest de optie confederalisme. Dat er over de betekenis van dit begrip zoveel geschreven wordt heeft naar mijn aanvoelen niets meer te maken met de behoefte om de Vlamingen te informeren, maar wel om via mediamanipulatie een Belgicistische mantra te dienen: Confederalisme staat gelijk met separatisme. Mocht dat zo zijn dan heeft Faucompret gelijk en heeft het geen zin om na onafhankelijk te zijn nadien nog samen te werken met de Franstalige gemeenschap in een “artificiële constructie”. Confederalisme betekent echter dat België als staat, waarvan ook Vlaanderen deel uitmaakt, blijft bestaan. En of de vrijwillige samenwerking nu vervat ligt in een internationaal verdrag tussen onafhankelijke staten of in de GW (Art 35) tussen autonome deelstaten mag dan voer zijn voor juristen, politiek volstaat het in 2014 dat de GW eindelijk is wat hij moet zijn: een vrijwillig contract dat niet langer kan gebruikt worden door één gemeenschap tegen een andere. Enkel een grondwet als emanatie van de vrijwillige samenwerking kan de basis zijn voor een doorstart van een België dat ook een meerwaarde biedt voor Vlaanderen. Overigens wil ik erop wijzen dat een confederaal systeem niet noodzakelijk instabiel is en onvermijdelijk moet leiden tot het opzeggen van elke vorm van samenwerking. Duitsland en Zwitserland zijn voorbeelden van confederaties die evolueerden naar een democratische (federale) samenwerking zonder grendels. Het is daarom zeer opmerkelijk dat deze positieve vooruitzichten door Belgicisten steevast worden genegeerd. Het zou maar eens kunnen zijn dat de weldenkende Vlamingen massaal hun gezond verstand volgen in plaats van de mantra van haar elite.
Quo vadis?
Vooruitdenkend, lijkt het mij vanzelfsprekend dat in de typisch Belgische context geen enkele Vlaamse partij naar de verkiezingen moet gaan met een voorstel van invulling van Art 35 of een uitgewerkt confederaal voorstel. Vanzelfsprekend zouden niet alleen de Franstaligen maar ook de Vlaamse B-partijen graag hebben dat N-VA met een uitgewerkt voorstel komt zodat ze het kunnen afschieten. Ze beseffen blijkbaar niet dat deze redenering alleen maar bewijst dat ze hun partijbelangen belangrijker achten dan de Vlaamse belangen. Staatsmanschap zonder accolades!
Mijn oproep naar VIVES en andere maatschappelijke denktanks is om een vragenlijst op te stellen die kunnen voorgelegd worden aan de bevolking. Bij voorbeeld, of men akkoord is om elke deelstaat te laten beslissen over zijn eigen beleid? Of het goed zou zijn dat er geen versnippering meer is van de beleidsbevoegdheden tussen het Belgisch en het Vlaams niveau? Of ze akkoord zijn met financiële transfers op voorwaarde dat deze transparant zijn en afhankelijk van het bereikte resultaat? Of ze akkoord gaan met de mogelijkheid dat Franstaligen via grendels en andere parlementaire procedures het land politiek kunnen blokkeren? Of ze vinden dat de taalfaciliteiten in de zes Vlaamse gemeenten aan de rand van Brussel slechts tijdelijk of eeuwigdurend moeten zijn? Het zijn geen vrijblijvende vragen want daarover gaat precies het Vlaams project, de inzet voor de verkiezingen van 2014. Mocht uit deze vragen blijken dat er een maatschappelijk draagvlak bestaat, wordt het pleidooi voor de invulling van Art 35 of een confederaal verband ook maatschappelijk relevant. Het resultaat zou meer dan waarschijnlijk de B-partijen genezen van hun masochistisch Belgisch-nationalisme. Dan worden juridische uitspraken over Vlaanderens toekomst “Nebensache” en zouden de Vlaamse politici hun eigen kiezers opnieuw in de ogen kunnen kijken.
Uitspraak van de week
Steven Samyn in DM: “Er was een tijd dat we een regering hadden die 'rustige vastheid' als motto hanteerde. Zelfs dat is vandaag te veel gevraagd voor een bewindsploeg in coma.”
Renaat Landuyt in Knack: “Het kan zeer leerrijk zijn om te zien wat het betekent als de N-VA aan de macht is. Zij het een beetje spijtig voor de Antwerpenaren.” Anders gelezen, nogal arrogant van een man die zelf als burgemeester nog alles te bewijzen heeft? In Knack kregen Termont (Gent) en Landuyt (Brugge) de kans om zichzelf uitgebreid op de borst te kloppen. Zot van G(lorie)?
Eric Van Rompuy (zijn blog): "Dat BDW op zijn bek zal gaan in Antwerpen, daar twijfelt niemand aan (hoewel het verboden is dit openlijk te zeggen). Dat kan een keerpunt worden. Wie in de politiek elke tegenstander poogt te vernietigen en tot geen enkele dialoog bereid is over zijn eigen groot gelijk komt vroeg of laat zichzelf tegen. Patrick Janssens, Wouter Beke, Alexander Decroo en Groen! werden op een brutale en nooit geziene agressieve manier aangepakt door De Wever. Loontje komt om zijn boontje. Dat zal hopelijk de ogen openen voor 2014!" Anders gelezen: even de zuurtegraad meten?
Tom Lanoye (Reyers laat 6/11): “Het wordt tijd dat men het economische belang van Brussel inziet. 300.000 Vlamingen die belastingen zouden betalen in het buitenland als Vlaanderen onafhankelijk wordt.” Anders gelezen: hoog tijd dat Lanoye ook eens de studies terzake van VIVES leest alvorens zijn mening te verkondigen. Hij heeft blijkbaar nog nooit gehoord van grensarbeiders. Bekende Vlamingen hebben blijkbaar geen last van oppervlakkigheid.
Pjotr

 

30 oktober 2012

Kort van memorie


MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN
 
Geheugenverlies is erg voor gewone mensen, maar sommige academici en journalisten hebben daar veel minder last van, integendeel, het helpt soms. Dan is er nog het B-plan dat enkel blijkt te bestaan in een Franstalige versie. Veel om anders te lezen, een selectie.
Kort door de bocht wegens kort van memorie
In dewereldmorgen.be schrijft Jan Blommaert een bijdrage onder de titel “De mythe van de onderstroom: een analyse van het succes van de N-VA”. Vooraleer dit artikel anders te lezen er even bij vertellen dat Jan Blommaert hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University is en auteur. Van linkse signatuur, krijgt hij volop publicatieruimte in Knack online.
Uit zijn artikel haal ik volgende stelling: “In dit land is het geheugen heel erg kort. Men kan dan allerhande dingen gaan beweren die enkel lijken te kloppen omdat ze niet ruimer worden gekaderd. Terugblikken naar het verleden is nochtans verhelderend, en aangezien onze journalisten dat vertikken, doe ik het hier.” Te onthouden voor verdere lezing. Vervolgens las ik verder: “De N-VA heeft op 14 oktober de extreemrechtse en nationalistische onderstroom van het Vlaams Belang overgenomen en aangevuld met donkerblauwe stemmen uit rechts-liberale hoek en wat centrumrechtse stemmen uit andere hoeken. Gedetailleerde analyses van de uitslagen in de komende weken zullen dit bevestigen.”
Klopt dat? Neen want Blommaert is duidelijk kort van memorie. Ja, N-VA heeft veel kiezers van het Vlaams Belang overgenomen, maar zijn conclusie dat daarmee de extreemrechtse onderstroom werd meegenomen is compleet fout. Het tegendeel is eerder waar. Even anders lezen.
Schreef hij niet dat terugblikken naar het verleden verhelderend is? Wel, laten we dat eens doen in zijn plaats. Wie de opgang van het Vlaams Blok/Belang wel nog in zijn geheugen heeft weet dat deze partij heel veel kiezers weghaalde bij de socialisten. Dus zou volgens de redenering van Blommaert het VB een extreem linkse partij geworden zijn. Uiteraard is het voor linkse intellectuelen moeilijk om toe te geven dat sp.a de gewone werkman uit het oog verloor en koos voor het loft-socialisme. Is het niet kort door de bocht om deze volbloed rode kiezers  na hun overstap naar VB opeens  om te dopen tot het extreemrechtse racistisch plebs? Erger nog, om ze via een cordon sanitaire democratisch monddood te maken? Als wraakoefening kan het tellen!
Nu N-VA deze kiezers overnam zou men met enige aandacht voor het ruimer kader dus kunnen besluiten dat deze partij een veel groter links electoraat heeft dan ooit voordien. Is ze daardoor nu extreemlinks of –rechts geworden, of zijn deze gratuite verdachtmakingen enkel hersenspinsels van een vooringenomen intellectueel? Overigens liep niet alleen de werkmens weg van sp.a, ook hoogopgeleide Vlaamsgezinde progressieve kiezers vinden zich niet meer terug in de Belgicistische denkwereld van Tobback en Co. Ze werden politiek dakloos en hebben geen ander alternatief dan kiezen voor N-VA. Tot zover de memorabele Blommaert
Vergeetachtige Mia: na jaren “spuugzat” eindelijk ongeduldig
Nadat Mia Doornaert in Le Soir de Franstaligen eens de levieten mocht lezen, was het enkel nog wachten tot ze ook de “navelstarende Vlamingen” over de knie mocht leggen. De gedachte alleen al. Ze haalde haar scherpste pen boven in dS (29/10) en begon met de beleidsmensen te verwijten dat ze er niet in slagen om de nodige maatregelen te nemen voor een economische relance. Opgewarmde kost ware er niet haar bewering dat het niet aan het federale niveau ligt maar aan de gemeenschappen en gewesten. Het federale niveau heeft reeds bespaard tot op het bot, zo schrijft ze, terwijl de nieuwe potverteerders de gewesten en gemeenschappen zijn, die massa’s ambtenaren aanwerven. Meer ambtenaren, ja, maar verhoudingsgewijs vooral in Wallonië en Brussel. Maar dat de belastingen op arbeid zo’n 54 % bedragen is niet de fout van de Vlaamse regering. Dat de export die voor welvaart zorgt voor 83 % Vlaams is, mag men inderdaad op het conto schrijven van de Vlaamse ondernemers. Maar niet de Waalse en Brusselse schuldenberg, die ondanks de transfers nog elke dag verder aangroeit. Trouwens mochten de B-partijen een beetje eerlijkheid betrachten zouden ze alvast zichzelf wat minder kunnen doperen met miljarden belastinggeld.
Waar het Doornaert vooral om te doen is: dat het drama van Ford Genk bewijst dat “Small is beautifull” niet opgaat. België is groot - wisten we al van Vincent K. – en Vlaanderen is te klein volgens Mia Doornaert. Het grote België, waar stilstand de grootste realisatie is van de federale regering, Vlaamse en Franstalige B-partijen. Helaas is Mia Doornaert een oorlog te laat of te vroeg: confederalisme is het Vlaams project voor 2014, niet een onafhankelijk Vlaanderen. Het B-plan is daardoor gereduceerd tot Franstalig surrealisme, ontsproten uit de onwil om Vlaanderen zijn rechtmatige plaats te gunnen. Zoals Jean-Pierre Rondas in zijn boek “De hulpelozen van de macht” opmerkt zijn niet de Vlamingen maar wel de Franstaligen separatisten. Tijd dat ook Doornaert en haar Belgicistische kompanen dit degelijk onderbouwd standpunt eens lezen.
Laten we dit Vlaams project eens lezen vanuit een Franstalige invalshoek: confederalisme betekent niet het einde van België maar wel het einde van een Franstalige minderheid die het federaal beleid kan blokkeren; tenminste voor alle domeinen die gesplitst worden. Nadat Jules Destrée ooit schreef “Ils nous ont pris la Flandre,  zou Di Rupo wel eens tot de conclusie kunnen komen dat hij zijn kaarten overspeelde en enkel nog kan kiezen tussen een separatistisch zelf te betalen Plan B of zich neer te leggen bij “Ils nous ont pris la Belgique!”. Precies daarom wil  Mangain zo graag dat Vlaanderen zich afscheurt!
Barones Doornaert is niet alleen vergeetachtig, ze is ook kort van memorie. In dS van 20 juni 2010 kwam ze tot volgende omschrijving van een goed functionerende federatie: “De wezenskenmerken van een federatie zijn: één overkoepelende regering, één munt (in ons geval de euro), één buitenlands beleid, dat ook de krachtlijnen van economische diplomatie en ontwikkelingssamenwerking omvat, één defensie, en tenslotte één - liefst transparant - herverdelingsmechanisme in naam van de solidariteit. De andere bevoegdheden kan men naar believen opsplitsen.” Daarmee staat Doornaert heel dicht bij VOKA baas Michel Delbaere die (RTBF) België uitkleedt tot op het bot: "het buitenlands beleid, het leger en een deel justitie kan nog samen op confederaal niveau".  De titel van Mia Doornaerts recente column was alvast veelzeggend: Hoe lang nog?
Mag ik enkele suggesties meegeven: Een kleine overkoepelende regering bestaande uit de drie hiervoor weerhouden vakministers, waar ik nog een vakminister ‘financiën’ zou aan toevoegen voor het beheer van de (administratief opgesplitste) staatsschuld en het toezicht op de financiële transfers.  Daarenboven een “kern” bestaande uit drie vice-eersteministers zijnde, de minister-presidenten van de deelstaten Vlaanderen en Wallonië en een vice-premier voor Hoofdstedelijke zaken (enkel met stemrecht voor het hoofdstedelijke beleid). De vice-eersteministers van de deelstaten nemen gedurende elk de helft van de regeerperiode de functie waar van premier van België. Een roterend systeem dat in Zwitserland reeds vele jaren wordt toepast. Gedaan met afzonderlijke federale verkiezingen, vermits de deelstaten na verdeling van de vakfuncties (door de vice-premiers) zelf de ministers kiezen uit hun verkozenen.
Uitspraak van de week
dS Commentaar door Bart Brinckman: In deze week van Allerheiligen legt de regering de basis voor winst of verlies in 2014. Het moet uit zijn met het geneuzel over een partij die in crisistijd de oppositie boven de verantwoordelijkheid verkoos (sic). Als de regering het zelf niet waarmaakt, dan verdient ze een electorale pandoering.
dS Mia Doornaert: “Het narcisme van kleine (menings)verschillen: het is een treffende formule die bovendien heel erg op België, heel erg op Vlaanderen van toepassing is. Wij kijken navelstarend naar zogenaamd onoverbrugbare verschillen tussen Nederlands- en Franstaligen in dit land dat op de wereldkaart een speldenpunt groot is. (…) Beweren dat een nog kleiner onafhankelijk Vlaanderen het beter zal doen in de wereldwijde concurrentie dan het huidige België is een ijle profetie.”  Zeg dat Mia het gezegd heeft!
Filip Rogiers: “Vijftig jaar geleden, op 31 oktober 1962, werd de taalgrens vastgelegd. Het bracht duidelijkheid in de flou artistique die België staatkundig was. Maar een halve eeuw later kan hij (Rogiers) niet anders dan vaststellen dat het nooit tot een doorleefde pacificatie is gekomen.” Om te eindigen met: “We beleven op meerdere fronten tegelijk een afscheid. Waar het heen gaat is nog zeer onduidelijk, maar de vooruitzichten zijn niet prettig. Dit land is in zijn communautaire en sociale geschiedenis aan de verliezende hand. Les jeux sont presque faits. Het is te hopen dat er op de kleintjes wordt gelet.”
Pjotr
Anders Gelezen