12 mei 2014

'De Wever is een nieuwe Hitler'


Knack medewerker op non-actief

 

 

MEDIA EN POLITIEK  -  ANDERS GELEZEN

 

 

Dit artikel werd reeds gepubliceerd op De Bron.

 

PIERRE THERIE – Op 24 april publiceerde Knack online de top tien grofste beledigingen aan het adres van N-VA. Maar het kan nog erger … met dank aan een Knack medewerker.
 

Leven in een land met een Hitler

 

Anders Nieuws lezeres L.G. (naam bekend bij de redactie) noteerde volgend telefoongesprek:
 
Woensdagmiddag 30 april ll. , iets voor 12 uur, kreeg mijn man op zijn GSM een telefoonoproep via een privé-nummer. Na de vele privé-oproepen de dagen ervoor had hij me gevraagd om, als ik wou weten wie het was, toch maar eens op te nemen.
 
Daarom beantwoordde ik die middag de oproep. Het was een man die me voorstelde om een abonnement op Knack te nemen. Hij somde me al de voordelen op van een jaarabonnement + de extra-cadeautjes enz. Ik heb deze meneer laten uitspreken en dan geantwoord dat wij jaren een abonnement hebben gehad op Knack, toen het tijdschrift nog objectiviteit uitstraalde, maar dat het nu niet meer in het beeld past dat ik van een kwaliteitstijdschrift verwacht. Ik vermeldde ook dat ik ongeveer twee jaar terug ons abonnement opgezegd had en één van de directeuren van Knack, en nog enkele redacteurs, de paragrafen van artikels doorgemaild had die als voorbeeld moesten dienen van wat echt niet door de beugel kon voor mij: regelrechte aanvallen op de politieke partij N-VA. Daarop vraagt hij aan mij:
 
'Wilt gij in een land leven met een Hitler? Heb je je al gerealiseerd dat we hier binnenkort met een Hitler moeten leven?'.
 
Maar meneer, antwoordde ik, Hitler is toch al lang dood, en er is er toch maar één geweest! Gij durft nogal etiketten kleven op mensen! Maar, ik snap wat je bedoelt: heb je het op Tobback, Vande Lanotte, Elio Di Rupo, Milquet, Onkelinx? Neen, zei hij daarop, je weet wel op wie ik het heb! Daarop zei ik: je moet oppassen met wat je zegt hé meneer, want dat zou nog een ferm staartje kunnen krijgen!
 
En ik zei verder: omdat Knack dat vindt, moeten ze nog niet gaan denken dat iedereen die mening is toegedaan. Ze kunnen op zijn minst objectieve en onpartijdige informatie geven. Hij daarop: Kent gij één tijdschrift of krant die dat doet? Ik antwoordde daarop: de énige krant die nog een beetje onpartijdig én Belgisch is, is De Tijd. De heer antwoordt: Maar die schrijven over de economie. Ik zei dan: ah ja? Dan heb je die krant toch nog nooit gelezen en is het  maar van 'horen zeggen'. Kijk bvb. hier vandaag (wij hebben een abonnement op de papieren krant De Tijd): hoofdtitel: Bruno Tobback: Kiezers volgen te veel hun buik en te weinig hun verstand. Een volledige pagina. Maar ik zou zijn uitspraak liever omdraaien: Tobback volgt zijn buik, heeft geen verstand, want volgt zijn kiezers niet. Hier pagina 4: Vlamingen worden afgedreigd! “Is dat politiek of economie ?”, vraag ik hem...Geen antwoord gekregen. Daarop heb ik dan nog gezegd dat ik in elk geval geen Knack meer zal kopen tot ik de zekerheid heb dat het terug het tijdschrift wordt zoals in de goede jaren. Uit nieuwsgierigheid kijk ik nog af en toe eens, bvb. in de supermarkt, om te weten of Knack nog steeds dezelfde houding aanneemt. Daarop heb ik hem smakelijk eten gewenst en het gesprek gestopt. Einde notities mevrouw L.G.



Knack biedt verontschuldigingen aan

 

Geconfronteerd met deze klacht ontving ik volgend antwoord van Frank Minne, directeur Lezersmarkt, Roularta:
“Een eerste reactie: het telemarketing-kanaal wordt vrij intensief ingezet voor het werven van nieuwe abonnees op onze verschillende titels. Wij besteden hierbij veel aandacht aan een correcte afhandeling van de gesprekken, o.a. via individuele coaching van onze medewerkers. Het is zeker niet gepast dat een argumentatie rond de kwaliteit van onze publicaties eindigt in onderstaand type discussie. Hiervoor in ieder geval mijn welgemeende excuses.
Mocht uw lezeres bereid zijn wat extra informatie te verschaffen (bv het telefoonnummer waarop ze gecontacteerd werd), dan kunnen we dit verder uitzoeken en, indien nodig, betrokken collega op het matje roepen.” Einde bericht.
 
Mijn lezer was bereid om het telefoonnummer waarop gebeld werd te geven aan Knack. Op 9 mei kwam dan het resultaat van het onderzoek: Uit het onderzoek blijkt dat de opmerkingen geformuleerd door uw lezeres kloppen. Het spreekt voor zich dat wij ons als Uitgever van de uitspraken van onze medewerker wensen te distantiëren. Betrokkene is dan ook met onmiddellijke ingang op non-actief geplaatst’.
 
Het past om bij dit antwoord  de heer Minne te danken voor de correcte behandeling van deze klacht en te melden dat mevrouw L.G. blij is dat haar klacht ernstig genomen werd, maar dat ‘privé’ verontschuldigingen niet volstaan.

 

Het eigen imago is belangrijker

 

Het was bekend bij Knack – toch minstens bij één journalist – dat er op de sociale media een klacht circuleerde, maar deze werd afgedaan als ongegrond. Twitter en Facebook hebben inderdaad geen al te beste reputatie. Toen ik contact opnam met deze journalist in verband met een ander onderwerp (het weigeren van reacties op Knack.online) had hij het in zijn antwoord ook over de ‘Hitler’-klacht: “Ik heb, via sociale media, ook gehoord van dat 'Hitler'-geval waarnaar u verwijst. Weet u dat ik ook daarvan word beschuldigd: ik zou de persoon geweest zijn die dat gezegd zou hebben. Alsof ik mij met commerciële klantenbinding zou bezighouden, en vooral: alsof ik zo'n dwaasheden in de mond zou nemen. Als het waar is (wat ik eigenlijk betwijfel, want die verkopers zijn puur commerciële figuren waarvan ik me moeilijk kan voorstellen dat die dergelijke dwaas-linkse, extreem-radicale ideeën hebben), is dat natuurlijk een schande. En schaadt het niet alleen De Wever, maar vooral Roularta en Knack. Als het van mij afhangt, zou zo'n man onmiddellijk zijn ontslag krijgen”.
 
Zijn reactie is ongetwijfeld heel gemeend en twijfel is normaal zolang er geen bewijs is. Maar toch stoort mij iets in zijn reactie. Hij laat namelijk duidelijk uitschijnen dat het belangrijkste slachtoffer niet De Wever is, maar Roularta/Knack. Het imago met de mogelijke economische gevolgen is zijn eerste bekommernis. Van daar ook zijn zeer strenge aanpak van de ‘dader’. Maar is dat wel een dader of is het ook maar een slachtoffer van een sfeer waarvoor de media en ook Knack verantwoordelijk zijn?

 

Publieke verontschuldigingen aub

 

Die verkopers zijn doorgaans slecht betaalde medewerkers die helemaal geen inspraak hebben in het reilen en zeilen van Roularta. Randfiguren die wellicht graag uitpakken met hun status als Knack-medewerker.
 
Een veel belangrijker vraag is de oorzaak van deze indoctrinatie, van de radicalisering van medewerkers én lezers. Het zou de media en ook bij Knack toch stilaan mogen duidelijk zijn dat zij, en vooral zij, schuldig zijn dat dergelijke vijandbeelden gaan woekeren in de geesten van doodgewone mensen. Men kan niet onschuldig pleiten wanneer men met een therapeutische hardnekkigheid wekelijks een bende vooringenomen columnisten, opiniemakers, politieke tegenstanders, … laat schieten vanuit de heup op De Wever en N-VA.
 
Knack publiceert niet alleen het lijstje met de grofste beledigingen aan het adres van N-VA. De media en Knack waren ook de eersten om deze beledigingen onder de aandacht van de mensen te brengen. Uit te vergroten met ronkende titels die elke nuance in de kiem smoren. Wanneer men scheldproza publiceert omdat het ‘goed verkoopt’, dan kan men achteraf niet ontkennen dat men medeverantwoordelijk is voor de verloedering van de politieke zeden. 
 
Er zijn dus heel wat verzachtende omstandigheden voor het jochie. Desondanks moet hij bloeden, dat is nu eenmaal het probleem met ‘gerechtigheid’. Maar laten we heel duidelijk zijn: dit gaat niet over een  akkefietje tussen twee personen, maar tussen een individu en een machtig medium dat dagelijks duizenden mensen beïnvloedt via haar activiteiten en berichtgeving.
 
Maar hij is niet de hoofdschuldige. Het volstaat niet om de ‘heren’ in ruil voor niets kostende excuses hun ‘respectabiliteit’ terug te geven. Tenzij ze natuurlijk een echte rechtzetting in hun blad publiceren: dat zou substantieel zijn. Daarom deze duidelijke oproep aan Roularta/Knack om publiekelijk stelling te nemen.
 
Nog beter ware om voortaan een betere berichtgeving te laten voorgaan op provocerende en soms denigrerende prozastukjes van buitenstaanders waar men zich ‘niet verantwoordelijk’ voor acht. Dat is Knack verplicht aan zijn imago, wil het niet nog een deuk krijgen na het grote verlies dat ze reeds leden toen Rik Van Cauwelaert als hoofdredacteur de plaats moest ruimen voor Jörgen Oosterwaal.
 
Pjotr

30 april 2014

N-VA en CD&V in een houdgreep



 

MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN

 

 

Met de aanval van CD&V-kopman Kris Peeters is de eindspurt naar 25 mei ingezet. De media die wilden voorkomen dat populaire politici de verkiezingsstrijd zouden domineren, focusten op de programma’s. Zal dat zo blijven? 

 

 

Partijprogramma’s of boegbeelden
 
Het is ontegenzeglijk dat de media deze verkiezingscampagne goed hebben voorbereid. Vermits Bart De Wever in debatten met kop en schouders boven alle anderen uitsteekt, was het aangewezen om ditmaal te focussen op de programma’s. Ze werden op hun wenken bediend door de politieke partijen.
 
Alleen blijkt dat vooral N-VA met zijn programma scoort en dat was een beetje onverwacht. Wie gaat er nu naar de kiezer met een programma dat slecht nieuws brengt? Toch werkt het en wel om een eenvoudige reden die de traditionele partijen blijkbaar over het hoofd zien: N-VA heeft een kortetermijnprogramma (socio-economisch) en een langetermijnvisie (het confederalisme) dat uitgaat van de eigen sterkte. Waarvoor niet vooraf de toestemming gevraagd wordt aan de Franstalige minderheid.
 
De traditionele partijen daarentegen stellen programma’s voor die ‘haalbaar’ zijn. Gewoon als ze zijn om water bij de wijn te doen eenmaal ze rond de tafel zitten met de Franstalige partijen. Hoe dikwijls hebben we CD&V kopmannen niet horen toeteren dat politiek de kunst is van het haalbare. Tegenover een Franstalige minderheid die liever kostbare tijd verliest en zo het buitenlands imago van ons land besmeurt, dan hun politieke dominantie op te geven, waren de Vlaamse partijen altijd de pineut. Daar hebben steeds meer Vlamingen geen boodschap meer aan. Tevens groeit het besef dat de Franstaligen geen zier om België geven wanneer ze het niet politiek kunnen domineren en hun privileges behouden. 
 
Is het niet verbazingwekkend, maar tekenend dat geen enkele Vlaamse partij nog durft een kandidaat-premier naar voor te schuiven? Dat het boegbeeld van een machtspartij bij uitstek, Kris Peeters, ronduit weigert federaal kandidaat te zijn, omdat hij volgens zijn eigen woorden dan zijn geloofwaardigheid (als confederalist) zou verliezen, is toch ongehoord. Daarover was er veel minder ophef in de media dan de uitspraak van De Wever die de job van premier als aartsmoeilijk bestempelde.
 
Maar nu Kris Peeters zijn grote populariteit nodig heeft om zijn partij te redden lijkt deze strategie niet meer zo vanzelfsprekend voor de machtsgetrouwe media.
 
De laatste peiling had overigens een verrassing in petto. Met De Wever als kandidaat op federaal niveau krijgt N-VA minder stemmen (32,2 %) achter zich dan op Vlaams niveau (33,2 %) zonder De Wever. Terwijl CD&V met Kris Peeters op Vlaams niveau zowat vier procent meer haalt dan federaal, waar het slechtste resultaat ooit werd genoteerd. Blijkbaar is CD&V meer dan N-VA een éénmanspartij geworden.
 
Het dilemma van CD&V en Kris Peeters
 
Afhankelijk van haar boegbeeld, zit CD&V geprangd tussen twee gedachten: kiezen voor Kris Peeters betekent - op basis van de peilingen - dat N-VA buiten de Vlaamse regering moet gehouden worden. Dat kan wanneer een coalitie met Open VLD en sp.a een meerderheid behaalt, desnoods met Groen erbij. Maar opnieuw zit er het spagaat met links en rechts in één regering. De vrees dat dergelijke regering een maatje te klein is om de problemen kordaat aan te pakken is meer dan gegrond. De peilingen geven trouwens aan dat de kiezers dit probleem onderkennen en niet meer geneigd zijn om mee te gaan in dit oude verhaal waar de ambitie van één man resulteert in een amechtige regering. 
 
Op federaal niveau, wordt een regeringsvorming zonder N-VA een hachelijke onderneming. Opnieuw zonder Vlaamse meerderheid nadat men tijdens de verkiezingscampagne meermaals liet optekenen dat dit niet voor herhaling vatbaar was,  zou een absolute neergang zijn van het democratische gehalte van een partij die toch ook de letter ‘D’ in haar logo heeft staan. Een regering die volgens alle  commentatoren verplicht is om heel onsympathieke maatregelen te nemen. Maatregelen waar de PS echter nooit mee zal akkoord gaan.
 
Peeters heeft daar in zijn campagne een oplossing voor: Minister-president zonder N-VA in Vlaanderen en N-VA mee in het bad voor een federale besparingsregering. Deze twee-sporen-campagne kan men ook afleiden uit twee recente uitspraken: ‘Wie Peeters wil in Vlaanderen moet CD&V stemmen’. Lees, ‘N-VA krijgt er Peeters niet gratis bij’. De tweede uitspraak ging over het federale beleid waarover hij eerst in de Franstalige media opriep om een regering te vormen met N-VA.
 
De tweede gedachte waar CD&V mee worstelt is de noodzaak om deel te nemen aan een federale regering teneinde het Arco/Dexia debacle onder controle te houden. Om ervoor te zorgen dat het ACW niet zelf moet opdraaien voor de gemaakte fouten. Voor de ACW-vleugel is dat veel belangrijker dan de ambities van Kris Peeters. Mocht blijken dat dit gemakkelijker kan door ook op Vlaams niveau met N-VA in zee te gaan, zonder Peeters als minister-president, dan zou hij wel eens veel minder belangrijk blijken te zijn na de verkiezingen dan ervoor.
 
Het dilemma van N-VA en Bart De Wever
 
Bart De Wever is zich maar al te goed bewust van een scenario waarbij N-VA geweerd wordt uit elke regering. Voor hem moet het een deprimerende gedachte zijn dat zijn enorme populariteit niet zou volstaan om zijn partij in een regering te loodsen. Deze doemgedachte heeft N-VA tijdens deze campagne reeds aangezet om alles te zetten op een ‘gelijkgezinde’ regering met CD&V. Een kartel ‘après la lettre’.
 
De recente uitspraken van diverse kopstukken maken alvast duidelijk dat de communautaire eisen geen hinderpaal zullen worden voor een coalitievorming met CD&V. Trouwens een geleidelijker aanpak van het communautaire is voor CD&V het bewijs dat haar aanpak wel loont. Het zou ongetwijfeld een ommeslag naar een hernieuwde belangstelling voor het confederalisme mogelijk maken. Dan wordt 2019 het moment van de waarheid. Geen geruststellende gedachte voor de Vlaamsgezinde achterban die  ondertussen weet dat de traditionele partijen en vooral Cd&V een heel kort geheugen hebben als hun partijmacht daar niet mee gediend is.
 
Maar hoe ver kan De Wever hierin meegaan voor de verkiezingen? Nu CD&V koos voor de frontale aanval rest ook De Wever niets anders dan frontaal in te beuken op het manco van de federale ‘belastingregering’. Hoe populair hijzelf ook is, uit de peilingen blijkt dat vooral het partijprogramma aanslaat. En daarin staat ook nog altijd een serieuze brok communautaire eisen waarop de partij kan afgerekend worden. Wanneer de N-VA minder ‘Vlaamse beweging’ wordt dan ligt net als bij de VU een teloorgang in het verschiet. Dan zou de nalatenschap van De Wever wel eens zeer mager kunnen uitvallen.
 
Tussen meegaand zijn en frontaal botsen is er geen goede derde weg in een verkiezingscampagne. Peeters daagt uit en De Wever zal deze handschoen moeten opnemen. Dit dilemma verplicht De Wever om alles op alles te zetten. Van daar ook de steeds weerkerende boodschap dat het de kiezers zijn die bepalen wat er met het programma van de N-VA zal gebeuren. Het zal hún overwinning of hún verlies zijn.
 
Het dilemma wordt compleet bij het besef dat in die omstandigheden zijn eerdere uitspraak dat te veel stemmen halen wel eens nadelig zou kunnen zijn voor een coalitievorming, niet meer opgaat. Het moet ook bij N-VA duidelijk zijn dat CD&V geen moment zal aarzelen om in dat geval de N-VA te laten vallen als een baksteen. Waar is dat feestje? Aan de Helihavenlaan 21 te Brussel, ten huize ACW.
 
Het wordt dus kiezen voor N-VA tussen gedwongen gematigdheid of er voluit tegenaan gaan. No guts, no glory. Spannend wordt het wel.
 
N-VA in een Franstalig cordon sanitaire
 
De laatste tijd struikelen alle belangrijke Franstalige partijen over mekaar in hun haast om elke regeringsdeelname met N-VA uit te sluiten, niet dat ze het allemaal ook zo duidelijk durven zeggen. Diezelfde partijen die de democratie zo hoog in hun vaandel schrijven … als het hen uitkomt. Partijen die als ware patriotten achter  ‘La Belgique’ staan maar binnenskamers geen zier geven om wat er leeft in Vlaanderen. Je zou voor minder kwaad worden en hen de rug toekeren. En toch lees je geen kwaad woord hierover in de Vlaamse kranten. Het zal wel niet belangrijk zijn, wanneer meer dan 30 % van de Vlaamse kiezers, weze het dan ‘Vlaams-nationalisten, worden tekort gedaan.
 
Benieuwd hoe de traditionele partijen hierop zullen reageren. Het is geen cadeau voor de verkiezingen, maar het zou wel een goede steun zijn om tijdens de onderhandelingen N-VA opnieuw te dumpen. Staatsmanschap heette het in 2010 en dat zal het ook zijn in 2014/2015. 
 
De stemtest is vooral marketing
 
Welke rol de media nog zullen spelen in de laatste weken voor de verkiezingen is niet duidelijk. Met de Stemtest hebben ze alvast heel veel succes en het duwt de belangstelling voor de verkiezingen naar omhoog.
 
Nochtans zijn er heel wat vragen bij de vragen die gesteld worden. Zowel Michel Vuylsteke (hier) als Luc Ryckaerts (hier) schreven hierover een kritische bijdrage op De Bron.
 
Dat de stemtesten de communautaire eis van N-VA, het confederalisme, zelfs niet eens opnemen in de gestelde vragen is een veeg teken aan de wand.
 
Maar een lezer liet alvast weten niet te geloven in de invloed van de stemtesten: “Ach, stemtesten… Voor mij is dat oppervlakkig, slordig in elkaar gedraaid zonder ernstige recherche maar wel met een hip ‘user interface’. Zelfs de subtiele manipulatie die sommigen hier menen te zien is voor die jochies een brug te ver.
 
Ik denk namelijk niet dat het hier om bewuste manipulatie gaat. De oorzaak is dat ze bij die stemtest klakkeloos de verbale krachtpatserij van de partijprogramma’s voor bare munt nemen. Wij weten dat tot hier toe geen enkele partij (misschien met uitzondering van de PS) ook maar één verkiezingsbelofte ernstig genomen heeft. En dus botsten de resultaten van die stemtest frontaal met ons realiteitsbesef: wij oriënteren ons eerder aan wat we hebben zien gebeuren. Dat daardoor de N-VA, die schijnbaar iets minder nonchalant met verkiezingsbeloften smijt (waarmee ze in mijn ogen ‘scoren’), in vergelijking ‘bleekjes’ overkomt is waarschijnlijk niet eens de originele bedoeling, maar wel fijn meegenomen.
 
De zorg dat hiervan toch een ernstige invloed kan uitgaan deel ik niet. De pers en al zijn machinaties hebben ondertussen wel het laatste beetje autoriteit verloren. Ik denk dat het meest waarschijnlijk gevolg immense hilariteit zal zijn: nog eens een bewijs dat de jongens van de gazet niet met ons op dezelfde aarde leven." Alvast een klare mening.
 
Ook de verschillende peilingen vertonen een eigenaardige evolutie. Specialist bij uitstek, Frank Thevissen doet hierover een boekje open in Doorbraak. Hij toont aan dat de N-VA niet geheel toevallig marktaandeel verloor in de aanloop naar deze verkiezingen. Voor kritische lezers aanbevolen lectuur.
 
Politieke journalist of partijwoordvoerder
 
Een flagrant voorbeeld van tendentieuze berichtgeving vond ik in De Standaard (26/04). Wanneer een journalist van de krant de taak overneemt van de woordvoerder van een politieke partij.
Ik vroeg de ombudsman om een verklaring hiervoor en hoewel ik meestal zeer snel een antwoord ontvang blijft het dit keer wachten. Het kan mij niet beletten om alvast mijn vraag te delen met de lezers in afwachting van een antwoord.
 
Geachte heer ombudsman,
Het artikel met als titel "CD&V: Verschil met N-VA aanscherpen" (DS 26/04) is getekend met  'BBR'. Het gebruik van de  afkorting in plaats van de volle naam, Bart Brinckman,  betekent volgens de regel van de krant, dat de tekst grotendeels niet van hem is; copy-past. Maar dat weten de doorsnee lezers van de krant niet en dus denken ze dat het artikel geschreven werd door journalist ‘BBR’. Na lezing is het duidelijk dat de ware 'opsteller' de oppositie tegen N-VA is; vooral CD&V. Maar Brinckman schrijft die tekst net alsof het van hem zelf komt.
 
‘Zijn’ antwoord op de laatste vraag illustreert dat duidelijk: Hoe kan de partij dit nog rechttrekken?
BBR schrijft: “Toch kan de partij haar campagne op drie punten in een hogere versnelling duwen. CD&V kan zich profileren als een verantwoordelijke partij met heel wat ervaring in de rangen. Lees: met de N-VA wenkt het avonturen op federaal niveau wellicht de blokkering. Daar hebben ze nog nooit een compromis met een Franstalige partij gemaakt.
 
Ook sociaaleconomisch kan een punt worden gemaakt. Bij CD&V spoort economische groei met sociale vooruitgang. Lees: met de N-VA zullen bijvoorbeeld oudere werklozen hun huis moeten verkopen voor ze in aanmerking komen voor een leefloon. De Vlaams-nationalisten dragen de sociale zekerheid ten grave. Daarvan wordt elke Vlaming het slachtoffer. Maar de gewone man in de straat beseft dat nog niet.
 
De kiezer krijgt nog een laatste boodschap. Hij moet niet denken dat CD&V een evidentie is. Als de Vlaming wil dat CD&V meeregeert of dat Peeters MP blijft, dan zal de Vlaming op die partij moeten stemmen. Lees: als de N-VA te sterk wordt en CD&V te zwak, dan trekt hij naar de oppositie. In geen geval laat CD&V zich minoriseren zoals in Antwerpen”. Einde citaat.
 
Op geen enkele manier wordt duidelijk gemaakt dat het gaat om een 'ingezonden tekst' (of een meegegeven idee dat hij neerpende). Een reclameboodschap.
 
Beide uitspraken in cursief zijn op zijn minst eenzijdig. Maar blijkbaar is BBR overtuigd dat, citaat, 'De Vlaams-nationalisten dragen de sociale zekerheid ten grave'. Vraag: waarom gebruikt Brinckman hier de term Vlaams-nationalisten en niet N-VA? Viseert hij hier ook het VB?
 
Mijnheer de ombudsman,
 
Dit lijkt mij een staaltje journalistiek dat niet past bij een neutrale houding. Toegegeven, subtiel en wellicht door weinig lezers opgemerkt maar wel mooi meegenomen. Dat kan niet voor een krant die beweert meer te zijn dan de spreekbuis van een of ander partij.
 
Het is uitkijken naar een verklaring. Maar ook géén verklaring is veelzeggend. Wordt vervolgd.
 
 
Citaten van de week
 
Eddy Eerdekens hoofdredacteur Knack online: De N-VA mag dan al afstevenen op een eclatante verkiezingsoverwinning, deelnemen aan de volgende regering zit er volgens krantencommentatoren niet in. De kans dat Bart De Wever partners vindt om samen mee te regeren, is volgens sommige kranten erg klein. 'Bart De Wever weet dat 32 procent veel is, maar niet voldoende om in de regering te komen.' En ook: 'Het drijven van een wig tussen zichzelf en de rest is een kunst die N-VA als geen ander beheerst.
 
In hetzelfde artikel Carl Devos: En ook de federale regering zal er anders uitzien. 'Een regering met N-VA zal uiteraard van een ander type zijn. Maar ook in een zonder N-VA zullen de partners elkaar diep in de ogen moeten kijken. Hoe moet in dat geval de op links belaagde PS samen besturen met Vlaamse partijen die zelfs zonder N-VA moeten antwoorden op de zware druk die het electorale succes van die partij oproept?' Anders gelezen, weet Carl Devos heel goed dat het niet zal lukken. Een optimist mag hopen dat de PS zal buigen, een realist zal meer vrezen voor de zoveelste kniebuiging van de traditionele Vlaamse politieke partijen. Is het ooit anders geweest?
 
Pjotr  

24 april 2014

Minder staat in de praktijk


 

MEDIA EN POLITIEK - ANDERS GELEZEN
 
De ‘minder staat’-visie van partijen zoals N-VA staat of valt met het in de praktijk brengen ervan. Pas dan kan men spreken van een trendbreuk. Een voorbeeld, verkeersveiligheid in ‘minder staat’.
 
Minder buitenlanders is de klare visie van het Vlaams Belang, maar wanneer de intussen overleden VB-politica, Marie-Rose Morel, geconfronteerd werd met een allochtoon die ondanks een geslaagde integratie toch uitgewezen werd, bleek die hardvochtige partijvisie plots niet meer zo vanzelfsprekend. Dat is slechts één voorbeeld uit de vele waaruit blijkt hoe moeilijk het soms is om een klare visie ook om te zetten in de praktijk. Begrijpelijk dat men dergelijke oefeningen liever niet maakt in verkiezingstijd. Toch is het belangrijk om te begrijpen wat een partij in de praktijk bedoelt met ‘minder staat’.
 
Tijdens het Radio 2 ochtendprogramma op paaszaterdag hoorde ik de politierechter Peter D’hondt een mooi voorbeeld geven van de regelneverij inzake verkeersveiligheid. Een voorbeeld waarmee we de visie van ‘minder staat’ willen confronteren.
 
Veilig, veiliger, veiligst, Utopia
 
Nemen we bij wijze van concreet geval eens de evolutie van de verkeersveiligheid op een kruispunt. Naarmate het autoverkeer toenam ontstond de noodzaak om de kruispunten veiliger te maken. Aanvankelijk plaatste men verkeersborden die de automobilisten waarschuwden dat ze een kruispunt naderden en werd de voorrangsregel ingevoerd.
 
Maar die regel en de verkeersborden volstonden niet. Er kwamen allerlei obstakels voor de snelrijder: versmallingen, verhogingen en een slalomparcours dat doet denken aan het bochtenwerk van politieke partijen in verkiezingstijd. Op de weg die geen voorrang had kwam een groot ‘STOP’ teken. Door al die verschillende borden verwaterde de dwingende boodschap en hadden ze alleen nog belang na een ongeval, als het te laat was.
 
Ondanks die borden gebeurden er nog altijd ongelukken en de bevolking riep moord en brand. Hoeveel doden moeten er nog vallen, mijnheer de minister, vooraleer u daar iets zult aan doen? Er kwamen dus verkeerslichten. Groen en Rood, zo zou het toch wel voor iedereen duidelijk zijn? Helaas zo bleek. Er waren nog altijd onverlaten die het rode licht niet respecteerden. En ze reden ook nog altijd te snel.
 
Opnieuw was de overheid de zondebok en ja, er kwamen flitspalen, die zouden zorgen dat niemand nog ongestraft door het rood licht kon rijden of de snelheid niet zou respecteren. Maar toen bleek dat er geen camera in die palen zat of dat het filmpje niet regelmatig werd vernieuwd. Erger nog, de flitscamera’s werden gesaboteerd en dus kwam er een tweede paal met een veiligheidscamera om de saboteur te kunnen pakken.
 
Tussen al die borden werd het moeilijk om nog de wegwijzers te vinden. Temeer daar ieder zichzelf respecterend bedrijf eiste om bij elk kruispunt binnen een straal van drie kilometer, ook een wegwijzer naar zijn zaak te mogen plaatsen. En ja, die oudere bestuurder had moeite om zijn weg te vinden in het oerwoud van verkeersborden en wegwijzers. Agressief werden ze achter hem toen hij stilstond om het eens ‘op zijn gemak’ uit te zoeken. Een nieuw gevaar op de weg. Hallo, minister, wanneer gaat u dáár iets aan doen? Utopia.
 
Hoe zouden de verschillende partijen hierover denken? In afwachting dat we daar iets over horen, keken we als ervaringsdeskundige eens over de grenzen.
 
In Rome kan het anders
 
Rome is verkeerstechnisch een beetje zoals Brussel, met zeven heuvels is het er moeilijk om een uitgebreid metronet te graven. De auto en de legendarische Vespa’s domineren het straatbeeld. Ze delen het met miljoenen toeristen, Brussel doet hetzelfde met de pendelaars, Europese ambtenaren en buitenlandse lobbyisten allerhande.
 
Rome! Wie daar een jaar kan rijden zonder brokken te maken, verdient een medaille. Autorijden in Rome is nochtans een plezier, een prachtig avontuur. De voorloper van de populaire realityshows, maar dan gefinancierd uit eigen zak in plaats van met belastinggelden. Voor een goed begrip, in Rome en bij uitbreiding in gans Midden- en Zuid-Italië dienen verkeersregels niet om het verkeer te regelen, maar als een uitdaging.
 
De ‘Via Christoforo Colombo’ was zo’n een dagelijkse uitdaging. In beide richtingen drie rijstroken breed, zonder fietspaden, maar met enkele rode lichten en ronde punten. Hoe ze daar een kruispunt oversteken is simpel. In plaats van drie auto’s, worden er dat zes, twee auto’s per rijstrook. Rood licht, dan vertraag je en doe je aan ritsen, bumper tegen bumper. Groen licht, dan vertraag je ook want er zijn de anderen die door het rood licht rijden. Alleen oranje licht is verwarrend maar het doet denken aan de zon ‘il sole’ zoals een gids mij verklaarde.
 
Claxonneren is voor de Italianen een liefdesverklaring, geen doodsbedreiging zoals in Brussel. Het is wennen, maar eenmaal gewend, werkt het. Iedereen een beetje gladiator. Met veel minder ergernis dan in Brussel. Wie in Rome leerde rijden, lacht met die macho’s in de Brusselse tunnels.
 
Parkeren in Rome? Geen probleem, één parkeerplaats langs de stoeprand kan men vermenigvuldigen. Dubbel parkeren met dank aan een ‘straniero’ – hun allochtone -parkeerwachter die dat stukje ‘blauwe stoeprand’ in exploitatie heeft. U moet hem wel uw sleutels afgeven. Zie je dat al gebeuren in Brussel?
 
Beste lezers, Rome is een verkeersjungle, maar de beesten zijn er veel minder agressief dan de opgefokte Belgen die nergens tijd voor hebben. In Rome hebben ze onnoemelijk veel politieagenten, want Rome is zo Rood als de pommodori. Een politieman mag daar wel gezien worden. Met zijn ‘haute couture’ cape van Pierre Cardin, is hij een modieuze verschijning en meer moet dat ook niet zijn. Als koene Rode ridders, hoog gezeten in het zadel, overschouwen ze de dagelijkse verkeersdrukte en kijken verveeld weg wanneer Albanese boefjes proberen in de zakken van de toeristen te zitten. Neen, zij ergeren zich daar niet aan, laat staan dat ze zich daarvoor op de begane grond zouden wagen. Zij horen bij het decorum, zij zijn het decor. Voor snedige interventies zijn er de ‘special forces’ die in opgefokte Alfa Romeo’s en Ferrari’s door de straten scheuren. Eénrichtingsverkeer wordt dan facultatief (en in hun zog mag men dat ook ongestraft doen, zo deed ik het zelf ook eens).
 
Zouden er in Rome veel meer ongelukken zijn dan in Brussel? Een ding weet ik wel zeker, daar zijn meer auto’s met builen en blutsen maar veel minder stresstoestanden en hartinfarcten. Mensen van hier, doe eens een schepje Romeins bloed in jullie adrenaline. En koop met Kerstmis eens zoals de Romeinen een rood niemendalletje voor je geliefde. Rood, het kleurt nog schoner op een wit lijf.
 
Minder staat meer wederzijds respect
 
Zouden we dat ook bij ons kunnen doen? Verkeersagenten terug invoeren in plaats van al dat flitsgedoe? Dat het trager zou gaan? En dan? Nu spoeden we ons van file naar file.
 
Het herinnert mij aan Houston, toen ik er een auto huurde en zonder te weten een verkeersovertreding beging. Met een sirene werd ik tot stilstand gedwongen. Die zwarte politieman was imposant, maar tegelijk ook zo vriendelijk omdat ik een vreemdeling was die blijkbaar een regel overtreden had zonder het te beseffen. Misschien zouden wij ook meer respect mogen hebben voor de controlerende politiemannen. En omgekeerd zouden politiemannen wel wat strenger mogen kijken maar tegelijk de overtreding op een menselijke manier interpreteren in plaats van direct het ‘boekske’ boven te halen.
 
Ik herinner mij nog dat ik aan een slakkengangetje reed op een bijna lege Highway 15 tussen San Diego en LA. Iedereen bleef er in zijn rijstrook. Maar links of rechts voorbijsteken mag. Misschien toeval, maar ik zag er geen enkele snelheidsduivel, hoewel Californië bekend staat als de meest vrijgevochten staat. Zouden de Amerikanen misschien vroeger vertrekken in plaats van te snel te rijden?
 
Minder staat meer persoonlijke verantwoordelijkheid
 
Begint (en eindigt) de verantwoordelijkheden van de overheid niet met degelijke en goed onderhouden auto-, fietswegen en voetpaden te voorzien? Met duidelijke signalisatie en eenvoudige verkeersregels? Mochten ze dat doen in functie van de noden in plaats van dikke boeken vol regeltjes die niemand leest maar toch verondersteld wordt te kennen, dan zouden ze een waardevolle bijdrage geleverd hebben tot de verkeersveiligheid.
 
Is het ondenkbaar dat politici de moed zouden hebben om te zeggen wat iedereen weet: dat verkeersonveiligheid en -ongevallen niets te maken hebben met te weinig of verkeerde verkeersregels maar alles met het toenemend ongepast en agressief gedrag van de automobilisten, motorrijders, fietsers én voetgangers.
 
Zouden politici de moed kunnen opbrengen om minder maar duidelijkere regels (minder staat) te voorzien en meer verantwoordelijkheid voor de overtreder? Veel van de bestaande regels maken het verkeer nauwelijks veiliger, alleen moeilijker. Ze zorgen vooral voor ergernis. Én voor een onuitputtelijke stroom inkomsten die noodzakelijk zijn voor ‘meer staat’. Het laatste weetje dat ik hoorde was de aankondiging dat er nu ook in Wallonië meer dan duizend snelheidsmeters staan. Alleen zijn er meer dan zeshonderd waarop men enkel de snelheid kan aflezen; rood wanneer men te rap rijdt, groen wanneer men braaf is. Niks boete en geen inkomsten. Waarom kan dat ‘minder staat’ in Vlaanderen niet.
 
Zou het niet veel efficiënter zijn – op langere termijn - om de veroorzakers van de verkeersongevallen op te voeden. Maak een rijbewijs moeilijker om krijgen. Niet enkel gebaseerd op de kennis van de verkeersregels, maar pas na een degelijke praktijkervaring gedurende een langere periode. Er bestaan veel concrete mogelijkheden en het zou de verkeersveiligheid zeker ten goede komen. Waarom geen beperkingen voor ouderen die niet meer meekunnen in de dagelijkse verkeersjungle?
 
Mensen die om actie roepen? Pak de overtreders aan in plaats van nog maar eens iedereen te straffen met nieuwe beperkingen. Hardleerse brokkenrijders vragen om op een afschrikwekkende manier aangepakt te worden. Houd het menselijk voor wie eens over de schreef gaat. Zij zijn niet het grootste probleem.
 
Dames en heren politici, stop nu eens om naar het pijpen te dansen van mensen die in een staat van enorme emotionaliteit, gerechtigheid eisen. U treft geen schuld, tenminste als u zou zorgen voor een degelijke infrastructuur, een duidelijke signalisatie en verkeersregels voor automobilisten, fietsers en voetgangers. Daar ligt nog een heel eind te gaan maar alleen u kan dat. Daarom moet dat uw belangrijkste opdracht zijn.
 
 
Citaten van de week
 
Koen Meulenaere (Kaaiman in DT): Tot slot weer maar eens een gouden tip van Kaaiman. U bevindt zich des avonds op een autostrade en wenst 150 per uur te rijden en toch niet geflitst te worden. Hoe te doen? Wel: u rijdt een poosje 120, tot u in uw spiegel een BMW of Audi ziet komen aanvliegen. Laat die passeren, en scheur er daarna achteraan op een afstand van honderd meter. Staat er nu een toevallig toch functionerende paal of een mobiele brigade, dan ziet u honderd meter voor u een witte lichtschicht door de donkere lucht klieven en hebt u alle tijd om af te remmen. Daarna snel planché om die geflitste Duitser weer in te halen.
 
DS Luc Huyse: Meer of minder overheid, wordt dat niet de inzet van de verkiezingen op 25 mei? ‘Goh, men stelt het zo voor natuurlijk. Straks wordt het kiezen tussen het model van de N-VA en de PS. Maar dat kan wel eens een valse keuze zijn. Want kunnen ze dat nog wel, bakens verzetten, zonder te botsen op mondiale en Europese muren? Vooral het fiscale en budgettaire beleid is sterk uit de electorale arena gelicht. Daar zorgen de Europese Raad, het IMF, de Wereldbank, de ratingbureaus en de grootbanken voor. Om het met de woorden van de Bulgaarse intellectueel Ivan Krastev te zeggen: “Kiezers kunnen gemakkelijker van regering veranderen dan van beleid”. Anders gelezen, ze zijn toch wel instaat om (via de zesde staatshervorming) de versnippering van wat rest aan bevoegdheden ten top te drijven.
 
Rik Van Cauwelaert (in DT): Eerder deze maand organiseerde het Instituut voor Constitutioneel Recht van de KU Leuven een colloquium over de zesde staatshervorming. (…) Een opgemerkte tussenkomst was die van de jonge grondwetspecialist Stefan Sottiaux. De Leuvense docent vindt dat een volgende staatshervorming noodzakelijk is omdat de bevoegdheidsverdeling volkomen gefragmenteerd is en het federale niveau onvoldoende gelegitimeerd. ‘Omdat’, zei Sottiaux, ‘de grendel-grondwet - met haar paritaire ministerraad, taalgroepen, bijzondere meerderheden en alarmbelprocedures - geleid heeft tot een uitholling van de beginselen van evenredige vertegenwoordiging en meerderheidsbesluitvorming, in het voordeel van de bescherming van de rechten van de Franstalige minderheid.’ De democratie eist, volgens Sottiaux, dat de bevoegdheden van het federale niveau zoals dat vandaag bestaat, naar de deelgebieden worden overgeheveld. Anders gelezen, de zesde staatshervorming is een draak van een compromis. Daarover horen we nauwelijks iets bij Open VLD en sp.a. Alleen CD&V blijft het obsessief een prestatie vinden.
 
Pjotr

 

 

 

17 april 2014

Een klare visie belangrijker dan cijfers




MEDIA EN POLITIEK  -  ANDERS GELEZEN


Dit bericht werd ook gepubliceerd op De Bron.

Het tot in detail becijferd verkiezingsprogramma van N-VA was nauwelijks voorgesteld of sommige kranten lieten critici al volop met scherp schieten. Zeldzaam waren de uitzonderingen die verder keken dan de cijfers.

 

De gretigheid waarmee politieke opponenten het N-VA verkiezingsprogramma afschoten, is wellicht goed nieuws voor N-VA. Vooral links, met sp.a, PVDA en Groen, vindt in het N‑VA programma heel wat munitie. Zonder dat ze het zelf beseffen gaan ze zodoende mee in de politieke keuze die Bart De Wever voorstelt: kiezen tussen een N-VA model of het PS model. Polarisatie tussen het nieuwe met duidelijke keuzes op basis van transparante cijfers, versus het aloude ‘veel beloven en weinig geven doet de zotten in vrede leven’. Zouden de Vlamingen rijp zijn voor zoveel transparante verandering?

Ter rechterzijde valt Open VLD over de bijkomende belastingen en negeert de voorstellen die ze zo zouden kunnen goedkeuren. Vanuit het midden van het politieke bed vond CD&V niets over het Vlaams beleid. Het deed ook lacherig over het ontbreken van de Vlaamse communautaire eisen. Alles wat N-VA voorstelt kan ook zonder confederalisme, dixit CD&V.

Gelijk hebben ze allemaal, of wat dacht u.


 België is een confederale staat …


Tijdens het VRT-programma ‘Reyers Politiek’ mogen alle partijvoorzitters uitleggen waar hun partij voor staat. Gevraagd naar wijzigingen aan de Grondwet stelde N-VA voorzitter Bart De Wever voor om Art. 1 te wijzigen. België is een confederale in plaats van een federale staat. Alle bevoegdheden gaan naar de deelstaten Vlaanderen en Wallonië en twee regio’s, Brussel hoofdstad en de Duitstalige regio. Enkel wat de twee deelstaten op vrijwillige basis willen samendoen blijft op het confederale niveau.

Even terzijde, deze opdeling (twee plus twee) hoorden we heel lang geleden al uit de mond van gewezen minister-president Luc Van den Brande (CD&V).

Het zal er bij heel wat flaminganten als zoete koek binnen gaan. Eindelijk nog eens een duidelijke communautaire uitspraak van de voorzitter. Een welgekomen geruststelling na uitschuivers van de witte konijnen die duidelijk meer moeite hebben met flaminganten uit ‘Vlaamse nesten’.

De Wever heeft volgens anderen als een geniaal strateeg afscheid genomen van vaandelzwaaiend Vlaanderen en met zijn keuze voor een sociaaleconomisch programma de romantische vlaggen vervangen door ‘facts and figures’. De welvaart van Vlaanderen staat voorop en dat kan (als de Franstaligen politiek solidair zijn) ook zonder onafhankelijkheid. Kan het transparanter: Art 1 van de grondwet begint voor De Wever met ‘België’ en niet zoals art 1 van het partijprogramma ‘met een onafhankelijk Vlaanderen’.

De bedenking van CD&V dat voor de uitvoering van het sociaaleconomisch programma van N-VA helemaal geen confederale opdeling van België nodig is, klopt.

Immers, artikel 35[1] van de grondwet biedt nu reeds de mogelijkheid om alle federale bevoegdheden over te hevelen naar de gewesten en gemeenschappen. Het voorstel van De Wever om Art 1 te wijzigen is vooral belangrijk omdat hij ook een duidelijke keuze maakt voor een indeling in enerzijds deelstaten (Vlaanderen en Wallonië) en regio’s (Duitstalige en Hoofdstedelijke regio).

Toch is de kritiek van CD&V een zoveelste voorbeeld van de typische ‘tsjevenpraat’ waarvoor de partij bekend staat. Dat men nu schamper doet over het confederalisme van N-VA is nogal ongeloofwaardig vermits ze nog niet zo lang geleden dezelfde opdeling van België voorstonden. Vraag het maar aan Luc Van den Brande, Stefaan De Clerck en Yves Leterme. Ze zijn ook nogal ‘kort van memorie’ want het communautair programma van N-VA werd nog maar eind vorig jaar bekend gemaakt. De Wever bevestigde dus slechts wat reeds geweten is. Maar goed, nu ze het vergeten zijn kunnen ze ook niet meer schieten op het separatisme van N-VA, zonder zichzelf tegen te spreken.

Toen Dehaene artikel 35 liet opnemen in de grondwet wist hij dat het slechts lippendienst was. Een zoethouder voor de VU (Hugo Schiltz) en de flaminganten binnen de eigen partij, want volgens hemzelf onuitvoerbaar. Inderdaad pure volksverlakkerij vermits sinds 1970 de grondwet een ‘grendelgrondwet’[2] geworden is. Daardoor is geen enkele aanpassing van de grondwet mogelijk zonder de toestemming van de Franstalige minderheid. Dat N-VA met zijn confederalisme die grendels overbodig maakt, is alvast een duidelijk verschil met de CD&V en de andere traditionele partijen. Verwonderlijk dat CD&V vandaag nog altijd die grendels accepteert en nooit, ook vandaag niet, de intentie had en heeft om de mogelijkheden geboden door art 35 te gebruiken.

Even terzijde, zelfs voor de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde, waarvoor een eenvoudige meerderheid (zonder Franstalige meerderheid) in de Kamer volstond, had CD&V niet de moed om het tot een stemming te laten komen in de plenaire zitting. Hoewel in verkiezingstijd enkele CD&V politici hun borst nat maakten en met luide stem een splitsing beloofden ‘zonder er een prijs voor te betalen’. Ook toen ontbrak de spreekwoordelijke vijf minuten politiek moed. Hopelijk zijn voor de partij de kiezers even vergeetachtig als de partijleiding.


Visie belangrijker dan cijfers


Maar wie enkel de cijfers leest – dat is alvast de bedoeling van de bestelde studie door De Standaard, De Tijd en de VRT – zonder de achterliggende maatschappelijke visie doet aan volksverlakkerij.

Hoofdredacteur van DS, Bart Sturtewagen, was voor zover ik kon lezen de grote uitzondering die door de cijfers heen keek en aandacht besteedde aan de visie van N-VA (DS 12/04):

‘De boodschap dat de overheid er niet is om alle problemen op te lossen, is de kern.’

Sturtewagen voegt daar nog enkele interessante bedenkingen aan toe: “Maar wat ze voorstelt, is een complete cultuuromslag inzake de plaats van de overheid en de sociale zekerheid in de samenleving. Voor de N-VA is iedereen eerst verantwoordelijk voor zijn eigen lot. Wie hulp behoeft, kan die krijgen. Maar niet langer dan nodig. Alleen wie echt niet mee kan, en daarop wordt streng toegezien, krijgt blijvende steun. Zelfs wie het met de principes eens is, hapt naar adem bij de voorgenomen driestheid. (…) De stroomstoot die de N-VA door de economie jaagt met lastenverlagingen, indexsprong, forse besparingen in de werkloosheid en strenge rem op de overheidsuitgaven, is de wervende belofte”.

De keuze voor ‘minder staat’ zal vooral in Wallonië op zwaar verzet stuiten. Immers, zowel inzake het aantal politici als de partijgelieerde tewerkstelling is Wallonië absolute koploper. We denken daarbij aan het relatief veel groter aantal ambtenaren maar evenzeer aan het hoog aantal beschutte werkplaatsen in allerlei intercommunales en ander regionale en lokale organisaties.

Maar ook in Vlaanderen zijn er heel wat mensen die nu profiteren van staatsteun die eigenlijk niet nodig is. Mooi meegenomen en zolang de inkomsten voldoende groot waren hoefde men daar niet van wakker te liggen. Maar wanneer men ziet welke achterstand ook Vlaanderen opgelopen heeft in cruciale domeinen zoals de gehandicapten- en ouderenzorg, het ontoereikend en sterk verouderd scholenpatrimonium, de toestand van het wegennet en de verkeersopstoppingen, is het duidelijk dat ook Vlaanderen niet het geld meer heeft om nog cadeautjes uit te geven die in het beste geval ‘nice to have’ zijn.

Daarenboven worden voor de nieuwe bevoegdheden slechts een deel van de bijhorende financiële middelen overgeheveld. Wie dus denkt hetzelfde te kunnen doen zoals voorheen, zonder dat de mensen het zullen voelen, zal de eerste zijn om na de verkiezingen opnieuw hun woord te breken. Visie, daar komt het vooral op aan.

Zijn de cijfers dan helemaal niet belangrijk? Neen, ook dat is kort door de bocht maar ze worden pas relevant nadat het regeerakkoord geschreven is. Een voorbeeld: N-VA stelt voor om de werkloosheidsuitkering in de tijd te beperken tot twee jaar. Stel nu even dat ondanks de zware tegenstand van andere partijen (en hun zuilen) er een akkoord mogelijk is om de beperking vast te leggen op drie jaar in plaats van twee. Voor N-VA zou dat zeer waarschijnlijk een aanvaardbare toegeving zijn want het principe blijft overeind. Alleen klopt daardoor het becijferde programma niet meer en zullen nog ander aanpassingen nodig zijn. Daarom zijn al die goedbedoelde inspanningen om de kiezers een houvast te geven via cijfers vooral goed voor de verkoopscijfers van de kranten.


 


No guts, no glory


Dat Bart De Wever met een ingrijpende verandering kiest voor een ‘alles of niets’, zoals enkele commentatoren schrijven, is overdreven. Wat is er roekeloos aan een voorstel voor de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd, wetende dat dit al in alle omliggende landen van toepassing is? Wat is er opmerkelijk aan een indexsprong, wanneer we op 23 juni 2012 konden lezen in alle kranten dat zelfs JL Dehaene pleitte voor meer besparingen én een indexsprong?

Sturtewagen wijst op het gevaar van een duidelijk programma waarin ook harde maatregelen vervat zijn. Hij herinnert aan het verlies dat Verhofstadt leed in 1995 en CD&V in 2003, toen ze naar de verkiezingen gingen met de boodschap dat we de broeksriem zouden moeten aanhalen.

Met dat verlies van CD&V in 2003 viel het nogal mee: 870.749 stemmen voor de kamer tegenover 875.967 in 1999.

Maar inderdaad, het is een gok om te denken dat minstens 30 % van de kiezers voldoende begrip hebben voor noodzakelijke ingrijpende veranderingen. Het paradoxale aan deze verkiezingsstrijd is dat de tegenstanders van N-VA, de traditionele partijen, misschien wel kritiek kunnen hebben op de ingrijpende maatregelen, maar tegelijk beseffen dat ze na de verkiezingen ook zullen gedwongen worden om zware maatregelen te nemen. Dan zouden de cijfers van hun verkiezingsbeloftes (voor de zoveelste keer) aantonen dat ze onbetrouwbaar zijn.

Maar het blijft wel opmerkelijk dat een partij met zo’n programma durft naar de kiezer trekken. We zijn het eerder gewoon dat ingrijpende maatregelen genomen worden in achterafkamertjes en aansluitend door de partijslaven worden goedgekeurd in het parlement.

Dat de Schotse nationalisten nek aan nek liggen in de peilingen met de Britsgezinde Schotten is een aanwijzing voor het reveil van regio’s, zoals we ook in België vaststellen. En net zoals de N-VA hebben ook de Schotse nationalisten de vaandels opgeborgen en wordt gehamerd op goed bestuur dat volgens hen enkel mogelijk is door autonomie.

Professor en N-VA kandidaat Hendrik Vuye, had voor de PS een aangename boodschap (in Knack online): wees blij, zo liet hij de PS weten, want dank zij het confederalisme zal de PS haar eigen programma onverkort kunnen ten uitvoer brengen in Wallonië en Brussel. Dan hoeven ze eindelijk geen rekening meer te houden met dwarsliggende Vlamingen.

Misschien is dat wel de cruciale vraag die Bart Sturtewagen in samenwerking met de vrienden van Le Soir aan hun lezers kunnen voorleggen:

Denkt u dat Vlaanderen en Wallonië beter zelf voor de belangen van hun bevolking kunnen zorgen in plaats van een federaal Vlaams/Waals/Brussels beleid dat voor iedereen hetzelfde is?

Zeker en vast – waarschijnlijk wel – waarschijnlijk niet – helemaal niet – geen mening (schrappen wat niet past)



Citaten van de week


DS, kritiek opgetekend door Maarten Goethals: CD&V van haar kant kan schieten op het ‘gebrekkig Vlaams karakter van het N-VA-plan’. Hoezo? Het rept volgens christen-democratische tegenstanders met geen woord over een mogelijk Vlaams beleid. De plannen die de N-VA voorstelt kunnen perfect gerealiseerd worden in de huidige bestuursstructuur. De grote institutionele omwenteling lijkt dus niet eens meer nodig om hun eigen ideeën in de praktijk te brengen. Waarvan akte.

DM online: "Ik kijk echt uit naar wat ze gaan vertellen", zegt econoom Paul De Grauwe (London School of Economics). "Andere partijen hebben grosso modo aangegeven waar ze zullen geven, maar niet in detail waar ze zullen halen. Behalve bij miljonairs. Maar niemand durft zeggen dat ze pakweg een btw-verhoging gaan doorvoeren."

Politicologen Nicolas Bouteca (UGent) en Pascal Delwit (ULB) delen die mening. Transparantie is alleen maar toe te juichen, en hoe meer hoe beter, menen zij. "Dat hoort bij de democratie", zegt Delwit. "Soms kunnen de partijen niet op alles antwoorden, zoals we al gemerkt hebben tijdens verschillende debatten, maar ze moeten toch zoveel mogelijk trachten prijs te geven." Maar is het ook verstandig vanuit politiek strategisch oogpunt? Wie zichzelf zo blootgeeft, loopt op zijn minst het risico serieus kou te vatten. Kan een kiezer zoveel informatie wel plaatsen en zal hij niet weglopen van een partij die precies aangeeft in welk stukje van de portemonnee zij zal tasten?

Pjotr




[1] Art 35: De federale overheid is slechts bevoegd voor de aangelegenheden die de Grondwet en de wetten, krachtens de Grondwet zelf uitgevaardigd, haar uitdrukkelijk toekennen.

De gemeenschappen of de gewesten zijn, ieder wat hem betreft, bevoegd voor de overige aangelegenheden onder de voorwaarden en op de wijze bepaald door de wet. Deze wet moet worden aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid.
Overgangsbepaling
De wet bedoeld in het tweede lid bepaalt de dag waarop dit artikel in werking treedt. Deze dag kan niet voorafgaan aan de dag waarop het nieuw in titel III van de Grondwet in te voegen artikel in werking treedt dat de exclusieve bevoegdheden van de federale overheid bepaalt.
 
[2] De grendelgrondwet is een begrip uit de Belgische politiek. Het houdt in dat de Belgische grondwet slechts kan gewijzigd worden met een tweederdemeerderheid in het parlement en eveneens een meerderheid in elke taalgroep. Het doel van deze grendel is slechts grondwetswijzigingen toe te staan die door beide Gemeenschappen worden onderschreven. Dit betekent dat de Vlaamse Gemeenschap, die ongeveer 60% van de Belgische bevolking uitmaakt, en de Franse gemeenschap, die ongeveer 40% van de bevolking uitmaakt, niet in staat zijn om eigenhandig de grondwet aan te passen. De grendelgrondwet werd ingevoerd in 1970.