30 juni 2014

Het DNA van de N-VA


 MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN

 

Hoe belangrijk is het DNA voor het succes van een politieke partij? Moet een partij haar eigenheid prijsgeven wanneer andere prioriteiten dat vereisen? Ook N-VA kan na haar electoraal succes deze belangrijke vragen niet ontwijken.
  
Twee overwegingen
 
In een vorig artikel had ik het over de moeilijkheid voor de N-VA om van een (Vlaamse) Beweging te evolueren naar een regeringspartij. Tevens stelden we openlijk de vraag of een regeringspartij nog tot nationalisme in staat is.
 
De geschiedenis van de Vlaamse Beweging en vooral de V-partijen toont aan dat men nooit met succes een duurzame ommeslag kon maken. Dat had uiteraard te maken met de weerstand van een anti-Vlaamsgezind establishment. Maar al evenzeer met het gebrek aan eensgezindheid tussen de Vlaamse politieke partijen.
 
In ‘Het succes van N-VA’, geschreven na de verkiezingen, stelden we vast dat de N-VA als partij wel de grote winnaar was maar de V-partijen samen verloren licht.
 
Inspraak beperkt tot de partijleden
 
Eenmaal de verkiezingen achter de rug maar vooraleer de regering aan de slag kan, hebben de partijleden het laatste woord. Voor de traditionele partijen met een goed uitgebouwd en gedisciplineerd netwerk is de goedkeuring van het regeerakkoord een louter formele aangelegenheid. Het laatste zegemoment vooraleer ingehaald te worden door de realiteit.
 
Toch kan zo’n confrontatie met het Belgisch compromissenbeleid, voor een partij waar het idealisme nog sterk aanwezig is,  heel gevoelig liggen. Het zou dus niet verbazen mochten talrijke N-VA-leden en -kiezers – die de informateursnota van De Wever maar niks vonden - heel blij waren met de afwijzing door de cdH.
 
Hoewel de vraag zich dus nog niet stelde, zou het mij verbazen mocht  de partijtop daarover nog niet heel hard hebben nagedacht. Want, stel u voor dat na moeizame onderhandelingen De Wever er toch in slaagt om een regeerakkoord overeen te komen en dat vervolgens door het partijcongres niet de vereiste twee derde meerderheid haalt. Ondanks het groot aantal functies die mogen ingevuld worden, is voor veel leden de inhoud van een regeerakkoord geen formaliteit.
 
Het DNA van de N-VA
 
Wat is typisch aan een Vlaams-nationalistische partij? Volgens Jean-Pierre Rondas, prominent lid van de Gravensteengroep, in een Knack interview (11/06) is het een partij die  streeft naar het (zoveel mogelijk) laten samenvallen van een natie met een staatsverband. Wat in België niet gelukt is in de afgelopen 185 jaar.
 
Het DNA van N-VA – datgene wat haar onderscheid van de andere partijen – is het nationalisme. Maar de partij evolueerde onder leiding van De Wever van een louter nationalistische partij naar een pragmatische Vlaamsgezinde machtspartij. Vlaamse autonomie is niet meer het doel maar het middel om de welvaart te kunnen in stand houden.  
 
Om electoraal aantrekkelijker te worden koos men voor een dubbelaanbod: het confederaal verhaal (met België als het kan) en een rechts socio-economisch programma (met een Belgische meerwaarde voor Vlaanderen). Het positief confederaal model diende om de Vlaamsgezinden naar de partij te lokken en daarin slaagde de partij wonderwel. Hoewel in een afgezwakte vorm behoort dit thema nog altijd tot het DNA van de partij.
 
Het socio-economisch programma daarentegen behoort helemaal niet tot wat we de ‘unique selling proposition’ van de nationalistische partijen kunnen noemen. De Wever verwees voor de verkiezingen regelmatig naar het Duitse voorbeeld. Daarvan weten we dat het op de sporen werd gezet door de socialistische Bondskanselier Gerhard Schröder. En zijn christendemocratische opvolgster, Angela Merkel, heeft deze politiek voortgezet.  
 
Maar er is nog iets aan het rechtse economisch programma waar men zich weinig vragen bij stelt: de rechtse onderstroom in Vlaanderen. Is dat wel zo? Ik durf dat te betwijfelen. Er bestaat wel een duidelijke onderstroom die berust op het groeiend ongenoegen met de (structureel verankerde) onrechtvaardigheden. De onrechtvaardigheid van het geldverslindend institutioneel kader dat Vlamingen benadeelt en Franstaligen voorrechten geeft waar ze geen recht op hebben. Vooral ook onrechtvaardigheid door de sociale en fiscale fraude. Dit wijdverspreid aanvoelen van onrechtvaardigheid overstijgt de tegenstelling tussen Links-Rechts, waar N-VA zich op baseert. Want, zo denken de mensen, of het nu de liberalen of de socialisten zijn die regeren, de ongelijkheid en onrechtvaardigheid stopt niet. De enen zijn minder solidair want betalen veel minder belastingen en de anderen graaien schaamteloos in de pot zonder zich af te vragen waar het geld vandaan komt en of het wel zal blijven komen.
 
Herstelbeleid is prioritair maar onhaalbaar
 
Normaal dus dat de N-VA zich in deze sociaal-economische materie moeilijker kan onderscheiden van de andere partijen. Daarenboven hebben de traditionele partijen meer ervaring en kunnen ze putten uit de terreinervaring van de zuilen. Dat de N-VA veel kritiek te verduren kreeg op haar socio-economische programma, mag niemand verbazen. Tijdens de verkiezingscampagne bleek trouwens dat de partij de feeling nog niet in huis heeft om dit verhaal op een genuanceerde manier te brengen. Men focuste op de misbruiken en scheerde soms iedereen over dezelfde kam. Een negatief verhaal – dat gretig door de anti-Vlaamse media werd uitvergroot - in plaats van een positief verhaal en dat zullen ze geweten hebben. Het verplichtte De Wever al op de verkiezingsavond zelf om afstand te nemen van zijn eigen socio-economisch programma. En het confederale verhaal diende te wachten, want een economisch herstelbeleid vereist prioriteit.
 
Maar is het ondertussen nog niet duidelijk genoeg geworden dat in zowat elk beleidsdomein de visies tussen Noord en Zuid verschillen? Is het niet getuigen van naïviteit dat opeens de MR federaal resoluut zou breken met de heersende meerderheid van de PS en cdH in Brussel en Wallonië? Het is niet omdat de Waalse patroons af en toe pleiten voor een ommekeer dat zoiets sneller zou kunnen dan bij voorbeeld het invullen van artikel 35 van de grondwet. Daar wachten we al meer dan twintig jaar op.
 
Alleen door de invoering van een confederaal model, waardoor de deelstaten verplicht worden zelf verantwoordelijkheid te nemen, kunnen er echte herstelmaatregelen genomen worden. Wie prioritair de socio-economische doelstellingen wil realiseren, zal blijven steken in de middelmatigheid inherent aan het Belgisch compromissenmodel. In elk geval is de afwijzing door cdH van De Wever zijn informateursnota een duidelijk signaal dat communautaire hervormingen tegenhouden veel belangrijker is dan het economische herstel van België.
 
Rik Van Cauwelaert in De Tijd (28/06):
‘Het optreden van de cdH-top maakt duidelijk dat de tijd is aangebroken voor de grote uiteenzetting van gemeenschap tot gemeenschap over wat ze nog samen willen doen. Het Overlegcomité is de passende plek voor zo’n gesprek dat maar best meteen kan beginnen’.
 
 
Kan de N-VA zonder een eigen DNA?
 
De vraag of de N-VA als regeringspartij kan vasthouden aan haar nationalistische droom, is vandaag brandend actueel. Nu is het duidelijk dat de Franstaligen (en niet alleen de cdH) in feite eisen dat de N-VA het artikel 1 (het streven naar een onafhankelijk Vlaanderen) in haar statuten schrapt vooraleer ze in aanmerking kan komen als regeringspartij. Voor heel veel Vlamingen komt dergelijk omfloerste uitsluiting van de macht ongetwijfeld over als zeer arrogant en ondemocratisch. Maar het is daarom niet minder reëel.
 
Met deze weigering van de Franstalige partijen stelt zich trouwens een probleem voor alle Vlaamse partijen. Telkens opnieuw verwachtende Franstaligen immers dat zij afstand zouden  nemen van de N-VA. Zij stellen een veto maar leggen de verantwoordelijkheid voor de vorming van een regering en het eventueel uiteenvallen van België bij de Vlaamse partijen. En ook nu weer wijst men, zoals in 2010) CD&V met de vinger. Heeft niemand van de media dat spelletje door? Wanneer zal men aan Vlaamse kant eens beseffen dat zoiets ongehoord is. Dat het getuigt van een totaal gebrek aan respect voor de Vlaamse kiezers en bewijst hoe ziek de Belgische democratie wel is.
 
Moet de N-VA nu haar artikel 1 van haar statuten schrappen omdat de Franstaligen dat eisen? Moet De Wever zijn partijleden oproepen om afstand te doen van hun droom en voortaan als machtspartij mee te werken aan de ombouw van België? Jean-Pierre Rondas probeerde in een lang gesprek met Knack-journalist Joël De Ceulaer een analyse te maken van wat er leeft binnen de N-VA: ‘N-VA is een partij die gemaakt is om de macht uit te oefenen. (…) N-VA is bijzonder realistisch wat betreft de machtsverwerving. Realistisch genoeg om te weten dat je daarvoor compromissen moet sluiten’. Rondas denkt dat de partijleden De Wever zullen volgen. Ter verduidelijking liet Rondas mij weten helemaal geen verdediger te zijn van het Belgisch compromissenmodel: ‘Het betekent helemaal iets anders dan het normale geven en nemen in het normale politieke leven’. Gelijk heeft hij, want de compromissen in de Belgisch context bewijzen enkel het totaal gebrek aan politieke solidariteit. Dit gebrek aan solidariteit heeft vele namen: ‘de institutionele atoombom bovenhalen om iets te krijgen’, het weggehoonde voorstel als  ‘inacceptable’ of ‘il ose’,  de arrogante ‘NON’, of de van alle verantwoordelijkheid ontdane demandeurs de rien, …
 
Maar Rondas voegt er een belangrijke opmerking aan toe: ‘De Wever is de enige met een project voor België 2.0’. Waarmee hij het confederale model bedoelt, of de invulling van artikel 35 van de grondwet. Daarmee belanden we opnieuw bij het DNA van N-VA. Dat sluit overigens perfect aan bij het ‘leitmotiv’ van de Gravensteengroep ‘Met België als het kan, zonder als het moet’. Ooit zullen de Vlaamse partijen zelf  moeten kiezen.
 
Pjotr

 

 

 

 

 

 

23 juni 2014

Spuugzat maar in goed gezelschap


 


MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN
 
In de media klonken de Franstalige beschuldigingen aan het adres van de informateur, oh zo vertrouwd: De Franstalige partijen vertrouwen Bart De Wever niet. En dus zal het zijn schuld zijn wanneer zijn informatieopdracht mislukt.
Wij zijn blijkbaar zo verdoofd door die permanente beschuldigingen dat ook de Nederlandstalige media deze als waarheid publiceren. Zonder een woord van kritiek, zonder dat iemand zich afvraagt of de Franstaligen wel te vertrouwen zijn.   Hoog tijd dat de Vlaamse media op hun strepen staan en de Franstalingen ‘namens hun weldenkende lezers’ eens  wijzen op hun totaal gebrek aan politieke solidariteit.



Mia Doornaert is het spuugzat
In De Standaard van 16 november 2007 schiet barones en columniste Mia Doornaert in een ‘Franse coleire’. Zo schrijft ze: ‘En wat ik spuugzat ben - ras-le-bol - zijn de voortdurende Franstalige beschuldigingen, die overigens niet beperkt blijven tot de PS, over het zogenaamde imperialisme van de Vlamingen. Bij mijn weten zijn het niet de Vlamingen die de taalgrens voortdurend negeren en aanvechten. … Het stoort me telkens weer hoe ze, als in veroverd terrein, winkels binnenkomen en in het Frans beginnen, zonder zelfs de elementaire beleefdheid om ten minste te vragen 'spreekt u Frans'? En voor we het weten, is er een beduidende Franstalige 'minderheid' die faciliteiten en later aansluiting bij Brussel gaat eisen. En die dan de Vlamingen voor imperialisten of fascisten zal uitmaken als zij respect voor de taalgrens vragen'.



We zijn ondertussen zeven jaar verder en aan de beschuldigingen is er nog altijd geen einde gekomen. Ondanks de zogezegde splitsing van BHV blijft Franstalig Brussel onverdroten een imperialistische politiek volgen: via de ‘metropolitane gemeenschap’ en expansieplannen op de Heizelvlakte die gedeeltelijk in Vlaanderen ligt. Dank zij de zesde staatshervorming worden de Brusselse Vlamingen nog meer geminoriseerd.


Vlamingen zijn PS dictaat spuugzat
Hoever staan we met de regeringsvorming? Aan het begin van een lange lijdensweg als we de PS-kopstukken Di Rupo en Magnette mogen geloven. Nadat ze beslisten om met CDH een Waalse en Brusselse regering te vormen – wat hun goed recht is – willen ze nu ook de federale onderhandelingen saboteren. Pure arrogantie, niet vanuit de onderbuik zoals de flamboyante Magnette soms doet denken, maar gesteund op een ondemocratische machtsverdeling in het parlement en gevoed door een ervaren denktank die gewoon is om de lakens uit te delen. Zijn we het vergeten dat diezelfde Magnette eind 2013 in Charleroi zijn militanten duidelijk maakte waarvoor hij staat[1]: ‘Deze fascisten uit het Noorden denken dat ze het recht hebben om ons te controleren omdat ze ons steunen. De dwazen (imbéciles) hebben geluk dat we de belastingen niet in het Noorden alleen kunnen verhogen’.


Magnette vergiste zich. Di Rupo I bewees dat het wel mogelijk is om pestbelastingen op te leggen die (hoofdzakelijk) de Vlamingen treffen.


Wie denkt dat onze solidariteit geapprecieerd wordt dwaalt. Ook Onckelinx maakte duidelijk waarvoor haar partij staat (januari 2014 in Schaarbeek voor de eigen achterban): 'ons enig doel moet zijn om de Vlaamse koe gedurende nog een tiental jaren uit te melken'.




Wanneer men hoort welke veto’s zowel MR (geen communautair luik) en CDH (geen omslag inzake index en beperking in de werkloosheid) stellen, dan kan men slechts één zaak vaststellen: ALLE Franstalige partijen bewijzen dat ze helemaal geen rekening willen houden met de verkiezingsuitslag in Vlaanderen. Dit ontstellend gebrek aan politieke solidariteit, Franstalige veto’s en grendels, terwijl alle Vlaamse eisen van tafel geveegd worden als ‘inacceptable’, is aanstootgevend. Welke weldenkende Vlaming wil nog verder met zoveel onwil? Spuugzat.


Volksbedrog zijn we allemaal spuugzat
‘Alles kaat koet’ was zowat de mantra waarmee Di Rupo zijn regeringswerk verdedigde. En de minister van Financiën – inderdaad geen gewone – slaagde erin om deze boodschap met een kwinkslag en veel aplomb te verkopen als de grote waarheid. Zelfs een kaalgeschoren minister van Defensie was overtuigd van het goede werk dat Di Rupo I leverde. Dan was er nog een staatssecretaris die de grootste prestatie van de regering mocht te boek stellen: de zesde staatshervorming. Ooit aangekondigd als een raspaardje (waarvoor de Vlamingen geen duit zouden betalen, dixit een Vlaamsgezinde burgemeester in Vlaams Brabant voor de verkiezingen), maar tijdens de onderhandelingen verfrommeld werd tot een scheve dromedaris. Volksbedrog zoals vader Eyskens in 1970 (de grendels) en Jean-Luc Dehaene in 1993 (de scheefgetrokken zetelverdeling) voordeden. Voorwaar een palmares waarop men als staatsman fier kan zijn.




Het houdt niet op. Elke dag horen we wel ergens hoe afspraken niet gerespecteerd worden. Hoe het geld voor Brussel door de Franstaligen afgewend wordt van het afgesproken doel. En nu de verkiezingen achter de rug zijn blijkt opnieuw dat die ‘alles kaat koet’ show puur volksbedrog was. Nu blijkt dat de besparingsnorm niet werd gehaald en er een bijkomend gat van bijna 2 miljard euro moet gevuld worden. Oeps, de niet-gewone minister van financiën had het tijdens de begrotingscontrole voor de verkiezingen niet gezien.


En zie, Europa ontdekt dat de Waalse schuld ietsjes hoger ligt: zo’n 5,5 miljard euro waardoor de totale schuld van deze PS regio oploopt tot 16,7 miljard euro. Wie dus denkt dat ‘la grande dame’ Onckelinx zich een beetje liet gaan, toen ze duidelijk maakte dat ze Vlaanderen eerst wou leegmelken, is ronduit naïef.


Spuugzat al die calimero’s
Wordt het niet hoog tijd dat al die Vlaamse calimero’s in de politieke wereld en de media zich eens beraden over hun denkkader? Wat betekent België nog zonder Franstalige politieke solidariteit? Waartoe dient Vlaamse financiële solidariteit wanneer het toch maar de perverse bedoeling blijkt te zijn om Vlaanderen te verarmen?




Vandaag vraagt CD&V aan De Wever om eerst te bewijzen dat hij een federale regering kan maken vooraleer zich te engageren op Vlaams niveau. ‘Bartje’ moet doen wat ze zelf niet meer kunnen, België laten rekening houden met de Vlaamse belangen. En lukt hij, dan pas door zelf eerst zijn kiezers te bedriegen. Lukt het niet zullen ze hem een staatsbegrafenis bezorgen en met het tripartite regeringschip zijn as uitstrooien in de Schelde ter hoogte van Sint Anneke. Inclusief de traditie om een borreltje te heffen bij het kiezen van het ruime Belgisch sop.




Hoog tijd dat de Vlaamse politieke families duidelijk maken dat het zo niet verder kan. Dat ze die Franstalige veto’s en grendels spuugzat zijn. Dat ze de hangmatcultuur en onverantwoord omspringen met gekregen geld, spuugzat zijn. Kortom dat ze de PS dictatuur spuugzat zijn. Een dictatuur waarvan de grootste slachtoffers de Walen zijn en de grootste profiteurs de Franstalige politieke kaste. Socialisten die teren op de kansarmen en zich verrijken op een economisch kerkhof. Over ongelijkheid gesproken!
 
Pjotr 



[1] De citaten in dit  artikel werden overgenomen uit de Babbelkrant N° 1456/16.6.2014. Verantwoordelijke uitgever Roger Vanderweyden.


 

 
 





17 juni 2014

Bezint eer ge begint - Woord vooraf

Anders Gelezen biedt u het derde deel van 'Bezint eer ge begint'. Een aanzet die hopelijk zal uitmonden in een heus debat over de parlementaire democratie. Mag ik hopen dat enkele lezers van Anders Nieuws hun kennis over een of ander 'weeffout' zullen willen delen? De Bron bundelt al deze bijdragen, naast deze geschreven door de redactie en externe specialisten. Alvast dank voor uw belangstelling.
Met Jan Becaus heeft N-VA een Bekende Vlaming aan de haak geslagen. Zijn intrede als gecoöpteerd senator zal het 'imago' van betrouwbare partij versterken. Wat mij vooral trof was zijn motivatie om voor de N-VA te kiezen: niet het sociaal-economisch programma maar de hervorming van het land. Het confederalisme. Dat is zowat de tegengestelde motivatie van die andere TV-coryfee, Siegfried Bracke. Zou er bij N-VA nog iemand zijn die denkt dat men zonder het confederaal verhaal zo groot kon worden? Dat schept ook verplichtingen en met deze 'trofee' bewijst Bart De Wever alvast dat hij zich daar heel goed van bewust is.
Jammer voor Huub Broers die zijn plaats verliest maar hopelijk wel gecompenseerd wordt nu de N-VA zoveel lekkers te verdelen heeft. Maar dat De Wever de expertise van grondwetspecialist Matthias Storme in de senaat niet nodig vindt, is veelzeggend. Als partijvoorzitter weet hij uiteraard maar al te goed wie en waar de beslissingen genomen worden. Net dat verontrust mij.
Over de onderhandelingen en voor wat ze waard zijn, mijn bedenkingen: CD&V heeft zich zo sterk geëngageeerd om met N-VA scheep te gaan dat een mislukken van De Wever federaal vooral voor CD&V een ramp zou zijn. Hoe kan ze nu nog rechtvaardigen om opnieuw met de PS in zee te gaan (tenzij om te verdrinken)? Voor Open VLD is dat minder erg inzake perceptie maar programmatorisch een nieuwe ramp waar zelfs de 'overroepen' Maggie de meubels niet zal kunnen redden.
Aan Waalse kant kan ik mij nauwelijks voorstellen dat de MR alleen zou durven samengaan in een Vlaamse N-VA regering. Ze weten ondertussen ook wel dat het federale niveau hooguit nog enkele jaren belangijk zal zijn en hun afwezigheid in Wallonië en Brussel dubbel zwaar zal wegen. Dan nog liever aan de leiband samen met de PS op regionaal niveau. cdh? De Chasseurs Ardennais heb ik nog nooit weten hun broek afdoen en al zeker niet voor een CD&V onder leiding van Unizo-man Kris Peeters.
Voorlopige conclusie: een mislukking van De Wever zou wel eens de confederale opdeling heel nabij kunnen brengen. Alle macht aan de regio's mét behoud van het Vlaamse manna, zou alvast een godsgeschenk zijn voor de kartels PS/cdh en N-VA/CD&V. Dan hoeft het gebroddel van de zesde staatshervorming niet meer en krijgt de senaat als forum van de gemeenschappen een formidabele uitdaging. En voor een duurzame communautaire vrede zullen ze zelfs in Laken heel graag de beste champagne bovenhalen.
 
Pjotr

Een betere parlementaire democratie


Bezint eer ge begint

MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN

 

Deel 3  Een betere parlementaire democratie
Met een eerste artikel over de zetelverdeling openden we, begin februari een debat. Bediscussieerbare politieke beslissingen en teveel scheeftrekkingen verlagen de democratische legitimiteit van de instellingen.
 


Is de parlementaire democratie enkel nog een slogan?
In een interview gepubliceerd door Der Spiegel online is de Amerikaanse politoloog Yascha Mounk (Harvard University) zeer kritisch over de huidige invulling van het begrip democratie: ‘Democratie is een leeg begrip geworden. We kunnen hoogstens spreken over een oorspronkelijk (Amerikaanse) ‘representatieve republiek’, die verworden is tot een ‘plutocratie’ waar de rijken hun wil opdringen aan de hele bevolking. De EU bestempelt hij als een ‘technocratie’.
Zelfs de toekomst ziet hij niet rooskleurig. De wereldmacht was de laatste 250 jaar in de handen van een democratisch land (Groot-Brittannië en nadien de Verenigde Staten). Maar binnenkort is dat met China niet langer het geval. Hij vraagt zich af waarom wij ‘geloven’ dat ons democratisch systeem het enige goede zou zijn.
Maar omdat het vertegenwoordigende systeem toch ook veel goede kanten heeft, ziet hij wel nog een toekomst. Op voorwaarde dat de politieke wereld er in slaagt om het volk ‘tevreden te stellen’. Iets waar de politiek momenteel niet meer in slaagt, aldus Mounk.
Politologen zien geen probleem in zetelverdeling
In De Standaard online (28/05) laat politoloog Bouteca (UGent) opmerken “‘Het systeem-D’Hondt is niet perfect. Dat geldt trouwens ook binnen Vlaanderen en Wallonië. De MR haalt in Luik met 158.000 stemmen zes zetels, de PS met 187.000 stemmen ook zes zetels’. Ook zijn collega Carl Devos heeft weinig goesting om hierover een debat te voeren. De zetelverdeling gebeurt op basis van de bevolkingsaantallen in de gewesten en op dat niveau is er volgens hem geen scheeftrekking tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Waar hij wel meer belangstelling voor heeft is een discussie over het globale kiesstelsel, bv. over de afschaffing van de lijststem.
Toch wel eigenaardig dat vakmensen een onderdeel van hun vakgebied onvoldoende interessant vinden. Ook de politieke wereld staat blijkbaar niet te trappelen om hierover een debat te voeren. Het is maar de vraag of het ook zo irrelevant zou zijn mocht het resultaat van de scheeftrekking in het nadeel van de Franstalige partijen uitvallen.
 De discussie uitbreiden
Ingaande op de wenk van hoogleraar Carl Devos zullen we het onderzoek niet beperken tot de scheeftrekking bij de zetelverdeling - die wel degelijk in het nadeel van de Vlaamse gemeenschap werkt - maar zoeken naar mogelijkheden om  de parlementaire democratie een groter maatschappelijk draagvlak te geven. Dit deel zal dus een vervolg krijgen en meerdere ‘weeffouten’ bespreken.
Laten we starten met een zo breed mogelijke situatieschets. Waarom is de parlementaire democratie in België wat ze is ? Een onmachtige ‘Hoge Vergadering’ aan de leiband gelegd door de particratie en een grondwettelijk vergrendeld systeem dat ook geen parlementaire meerderheid meer erkent.
Vanuit het perspectief van de kiezers is het al even erg: door de compromissen die achteraf gesloten worden, kunnen ze vooraf niet eens weten waarvoor ze kiezen. Daarenboven wordt, via allerlei partijpolitieke achterpoortjes, de uitslag gemanipuleerd. Wie deze weeffouten (het zijn niet altijd onrechtvaardigheden) niet relevant vindt, kan ook geen aanspraak maken op het voorrecht van een goedwerkende parlementaire democratie. Een privilege dat te belangrijk is om over te laten aan de politici alleen, wat nu wel het geval is.
Eerste weeffout:
Niet het volk kiest zijn vertegenwoordigers
Enkel de kiesgerechtigden (moeten) mogen kiezen en worden dan verondersteld ‘de keuze van de hele bevolking’ te vertegenwoordigen. Dat niet heel het volk kiesgerechtigd is – denk maar aan de minderjarigen - is op zich geen probleem, voor zover er geen ondemocratische consequenties aan verbonden zijn.
Die zijn er echter wel. Zo zijn er kiesgerechtigden die een geldige (blanco) stem uitbrengen, maar waarvan de stem politiek wordt beschouwd als een ongeldige stem. Zo vermindert men het aantal ‘kiesgerechtigden’ en sluit men tevens ‘hun’ deel van de bevolking uit. In 2014 waren er 412.951 blanco en ongeldige stemmen of het equivalent van ongeveer 12 zetels. Een opsplitsing tussen de blanco en de ongeldige stemmen is niet beschikbaar, wat op zich al een aanwijzing is voor het gebrek aan belangstelling voor deze ‘proteststemmen’.
Er zijn ook de ‘verloren’ stemmen van kleine partijen die deels door een arbitraire (voordelig voor de grote partijen) beslissing genegeerd worden. Ook deze stemmen vertegenwoordigen een evenredig deel van de bevolking, dat daardoor eveneens politiek monddood wordt gemaakt. In 2014 waren er 380.454 verloren stemmen, of het equivalent van ongeveer 10 zetels.
Ook het tweede deel van de titel de ‘vertegenwoordigers’ klopt niet helemaal. Immers, de verkiezing van de volksvertegenwoordigers wordt a priori gemanipuleerd door de politieke partijen (die de plaats op de lijst bepalen en door het bestaan van een lijststem) en a posteriori door meerdere mogelijkheden open te laten om ‘onverkozenen’ toch een zetel cadeau te doen.
Tweede weeffout:
De parlementariërs vertegenwoordigen het volk niet
De huidige kieswetgeving gaat ervan uit dat de volksvertegenwoordigers het hele volk vertegenwoordigen. En om de volledige bevolking goed te kunnen vertegenwoordigen meende men dat er voor de Kamer 150 volksvertegenwoordigers nodig waren.
Het argument daarvoor is dat de wetgeving die in de Kamer als ‘Wetgevende Macht’ tot stand komt, geldt voor de ganse bevolking. Althans in theorie. Een consequentie daarvan is echter dat het resultaat van de verkiezing – toch het enige moment dat de kiezer werkelijk meetelt in een parlementair systeem – scheefgetrokken wordt. En of dat nu communautair is of niet, verandert niets aan deze weeffout. Zonder te willen vooruitlopen op het verder debat weten we dat de volkstelling van 1991, die door toenmalig premier Jean-Luc Dehaene aanvaard werd als basis voor de zetelverdeling tijdens de Sint Michielsakkoorden in 1993, nogal wat inwoners betreft die ‘uitgesloten zijn van stemrecht’ omdat ze niet voldoen aan de voorwaarden. Maar via deze volkstelling worden deze niet-rechthebbenden de facto wel als bevolking meegeteld en zorgen ze voor bijkomende zetels in deze kiesomschrijving.
Maar de belangrijkste weeffout is een duidelijke afhankelijkheid van de eigen partij. Een volksvertegenwoordiger wordt niet verondersteld zijn eigen mening of deze van zijn kiezers te verdedigen, maar wel die van de partij. Deze slaafsheid is geen uiting van te weinig moed bij de verkozene, maar van de almacht van de particratie. Immers, het zou bijzonder unfair zijn om van de individuele parlementariër te verwachten dat hij zijn eigen inkomen op het spel zet, gewoon om een goede vertegenwoordiger van het volk te kunnen zijn. De weeffout zit bij de verstikkende almacht van de partij.
 Dictatoriale macht is ook in zogezegde democratische structuren en organisaties anti-democratisch en verwerpelijk.

Derde weeffout:
De kiezers weten niet waarvoor ze kiezen
Zonder een meerderheidsstelsel (zoals dat bestaat in onder meer Groot-Brittannië) weten we dat de afzonderlijke partijprogramma nooit kunnen uitgevoerd worden. Structureel boerenbedrog die van de verkiezingen een (volgens sommige ministers van staat) obligate verplichting maakt, die daarna best zo snel mogelijk genegeerd wordt. Daardoor diende ook de inspanning van de media om alle afzonderlijke partijvoorstellen te berekenen hooguit hun eigen commercieel belang.
Toch blijft het opmerkelijk dat ook Bart De Wever, wiens partij symbool staat voor ‘politieke vernieuwing’, op het debat van de partijvoorzitters de avond na de verkiezingen ronduit zegt dat zijn electorale voorstellen geen breekpunten bevatten. Een boodschap die alvast op veel manieren kan gelezen worden.
Vierde weeffout:
Grondwettelijke grendels  hollen het parlementair systeem compleet uit.
Het parlementair systeem gaat uit van een besluitvorming op basis van meerderheden. Voor bepaalde materies kunnen bijzondere meerderheden verdedigbaar zijn. Elk democratisch systeem kent vormen van bescherming voor de minderheid. Maar in België is dat verworden tot een vergrendeling die elke verandering van de institutionele weeffouten extreem zwaar vertraagt of zelfs onmogelijk maakt.
De enige mogelijkheid om nog ‘vooruit’ te kunnen gaan is de politieke solidariteit van alle gemeenschappen. Om de grendels enkel te gebruiken wanneer er ondemocratische beslissingen zouden genomen worden waardoor universele grondrechten, zoals de mensenrechten, zouden geschonden worden. In België zijn die echter niet daarvoor bedoeld. In België dienen ze enkel om de voorrechten van de Franstalige minderheid te beschermen en om de meerkosten van de financiële onverantwoordelijkheid te blijven compenseren via een verplichte en ondoorzichtige solidariteit.
Pleidooi voor een betere parlementaire democratie
Even aandacht voor een aspect dat weinig aan bod komt. Na de verkiezingen zijn heel veel mensen blij wanneer ze ‘bij de winnaars zijn’ en ontgoocheld wanneer ‘hun’ partij verloren heeft. Hoewel louter emotie is dat naar mijn aanvoelen een heel belangrijk fenomeen. Het kan zelfs een bron zijn van hevige discussies en ja zelfs in de beste families wrevel veroorzaken. Daar komt dan nadien nog bij ‘dat het altijd dezelfden zijn die terugkeren’. Het is dé oorzaak van frustratie die zorgt voor een (onterechte) afkeer van ons parlementair systeem. Daar zouden ook onze politici eens moeten aan denken wanneer ze ons telkens opnieuw bedotten met grote beloftes en nadien steeds dezelfde mensen hun verkiezingsvoorstellen ongegeneerd overboord gooien als ballast.
Met deze bijdrage willen wij het publieke debat openen. Wij zijn overtuigd dat de parlementaire democratie niet voorbijgestreefd is. Wel is het hoog tijd om de weeffouten aan te pakken.
De kernredactie van De Bron, versterkt met externe experten, wil hierin een stimulerende rol spelen. Alle bijdragen hierover worden samengebracht en zijn te lezen in het dossier ‘Parlementaire democratie’. Dit artikel vindt u hier
Wie wil meewerken aan dit debat kan zich melden bij pierre.therie@telenet.be
Pjotr