17 mei 2014

Verkiezingscampagne mei 2014


MEDIA EN POLITIEK ANDERS GELEZEN
 Deel 1  Een nationaal debat
PIERRE THERIE – Het VTM-RTL debat op dinsdagavond (13/05) tussen De Wever en Magnette werd door de verzamelde pers becommentarieerd naar eigen inzichten. In navolging van ‘Anders Gelezen’.
 Maar twee nationale partijen
 Dat men het debat tussen De Wever en Magnette als een nationaal debat presenteert is heel betekenisvol en terecht. Het geeft aan dat al de andere debatten slechts regionaal zijn, bedoeld voor de eigen gemeenschap. Met andere woorden, met uitzondering van de twee ‘nationale debatten’ tussen de voorzitters van N-VA en PS, hadden de respectievelijke (TV én geschreven pers) media geen enkele aandacht voor de federale verkiezingen. Of moet het herhaald worden dat de federale verkiezingen  dienen om een federale regering te vormen, die tot nader order bestaat uit Franstaligen en Vlamingen. Een debat tussen zij die samen aan de tafel zullen zitten om het regeerprogramma voor de komende vijf jaar te onderhandelen is veel relevanter dan het borstgeklop voor de eigen gemeenschap.
Het is daarom godgeklaagd dat slechts De Wever de kans kreeg om zich te meten met Magnette en de andere partijvoorzitters niet in beeld kwamen. Ik zou wat graag eens Wouter Beke (of Kris Peeters) en Gwendolyn Rutten zien debatteren met Magnette. Bruno Tobback die in de clinch gaat met Charles Michel of Didier Reynders. Peter Mertens kan zich meten met cdh voorzitter Benoît Lutgen. En Ecolo en Groen kunnen samen eens op de rooster gelegd worden over de verschillen in hun gemeenschappelijk programma. De topper zou dan kunnen het ‘gezond verstand’ van JM Dedecker zijn tegen Olivier Mangain. Of zou die liever in debat gaan met Gerolf Annemans?
Waarom niet de verschillen tussen deze partijen verduidelijken. Vooral omdat die blijkbaar nu reeds beslist hebben om zonder N-VA aan tafel te gaan zitten. Met de categorieke afwijzing van N-VA door Magnette, waarbij de Vlaamse traditionele partijen zich zonder veel verweer zullen neerleggen, blijft dat de enige ‘haalbare’ oplossing. Want beste lezers, het volstaat dat ‘de Franstaligen het niet willen’.
Straatvechter versus gladiator
Uit de commentaren blijkt dat zowat elke opiniemaker of journalist een ander debat zag. Voor de ene werd het nu wel heel duidelijk dat het sociaal programma van N-VA asociaal is en Magnette de grote winnaar was. Anderen vonden dat Magnette vooral agressief was, een straatvechter die slagen onder de gordel niet schuwde. Bijwijlen arrogant en ook voor de neutrale kijker zeker geen vriendelijke politicus die zijn tegenstander liet uitpraten.
Het beeld dat ik van Magnette onthou is niet dat van een winnaar of een verliezer, maar van een politicus die bijna elke interventie gebruikte om kritiek te spuien over het programma van zijn tegenstander, en in grove algemeenheden bleef steken wanneer het ging over het eigen programma.
De Wever oogde als een vermoeide gladiator die aan zijn zoveelste gevecht begon. Het is duidelijk dat hij de volledige last moet dragen van deze campagne nadat enkele luitenanten door de mand vielen. Maar de media-heisa omdat Jambon zijn eigen programma niet kende stond in sterk contrast met de terughoudendheid van diezelfde media toen bleek dat ook Kris Peeters zijn programma al even weinig kende (vrijstelling pensioenen; enkel korte vermelding in DS 12/05).
Gelukkig bleef De Wever heel koel en liet hij zich niet opjagen door de agressiviteit van de tegenstander. De TV studio’s zijn bijlange niet meer de plaats van democratie, maar arena’s.
Ontgoochelend maar ook heel relevant is mijn conclusie. Het decor voor dit debat was niet te vergelijken met het Romeinse ‘foro romano’, dat symbool staat voor de democratie. De TV studio was de moderne versie van het enkele honderden meter verder gelegen ‘colosseo’. Brood en Spelen in een modern amfitheater.
Mag het ook over programma’s gaan
Sinterklaas spelen en van alles beloven is niet ernstig. Iemand zou toch eens moeten berekenen hoeveel die superrijken waar Magnette het geld wil halen jaarlijks moeten bijdragen om al de beloften van de PS te kunnen betalen. Lastenverlaging voor de werkenden, cadeautjes voor de middenklasse, onbeperkte werklozensteun en ga zo maar door. Ondertussen is Wallonië er niet in geslaagd om haar begroting in evenwicht te brengen en tikt hun regionaal veroorzaakte aandeel van de staatsschuld verder aan. Misschien ook eens berekenen welk aandeel Wallonië en Brussel moeten leveren om hun ‘fair share’ te besparen om de Europese normen te halen? Ik vermoed dat al zeer snel zal blijken dat de superrijken die hij viseert niet zullen volstaan om al die miljarden op te hoesten. De vrees van De Wever dat het niet alleen de superrijken zullen zijn maar ook de welstellende (meestal Vlaamse) middenklasse die zal moeten opdraaien voor de PS plannen, is gegrond.
Helaas, de Vlaamse media beseften duidelijk niet hoe belangrijk de berekeningen van de Franstalige programma’s zijn voor de volgende onderhandelingen. Stel u even voor dat naast elk resultaat van de Vlaamse partijen ook de grafieken van de Franstalige partijen zouden beschikbaar zijn. Zou dat niet veel belangrijker zijn dat het gehakketak van partijen die wel mooie plannen hebben, maar als puntje bij paaltje komt daarvan niets kunnen realiseren zonder de toestemming van de Franstaligen. En het resultaat van die compromissen werd sinds de eerste staatshervorming (1970) steeds nadeliger voor de Vlamingen. Zou er iemand zijn die nog durft geloven dat het de volgende keer anders zal zijn? Dat Vlaamse onderhandelaars niet a priori hun verzuchtingen zullen beperkten tot ‘wat voor de Walen aanvaardbaar is’.

Deel 2 Verkiezingen, de laatste rechte lijn
PIERRE THERIE - Bij het ingaan van de laatste rechte lijn naar de verkiezingen van 25 mei kan er nog veel gebeuren. Elke partij moet opletten voor de spreekwoordelijke wolfsklemmen en schietijzers.
CD&V en de electorale impact van JLD
Dat in Vlaanderen de kaarten verdeeld zijn is niet zo zeker. Met het overlijden van Jean Luc Dehaene wijzen politologen zoals Carl Devos erop dat dit wel eens kiezers zou kunnen bewegen om hun stem te geven aan CD&V. Dat zou dan het ultieme electorale geschenk zijn van JLD, die bij leven en zoals hijzelf zei, niet happig was op verkiezingscampagnes. Alhoewel niet weinigen JLD vooral herinneren zoals hij op het einde was: een ‘graaiende’ JLD die veraf stond van zijn jeugdig scoutisme. Als ACW getrouwe zal hij bij de ARCO-spaarders allicht ook van zijn pluimen verloren zijn. Zijn prestaties zijn opmerkelijk, maar het uiteindelijk resultaat van alle staatshervormingen is dat België een beetje ontmanteld werd maar Vlaanderen nog steeds met haken en ogen vastgeketend blijft aan een vergrendeld federaal bestuur.
CD&V heeft met Kris Peeters een ervaren kandidaat-minister-president. Maar zijn confederalistische droom staat in schril contrast met de visie van zijn eigen partij en de christelijke zuil die Vlaanderen blijven zien als een ondergeschikt (win)gewest. Jean-Luc Dehaene verpersoonlijkte deze staatsbehoudende visie met brio. Met een programma dat zowel voor links als rechts aanvaardbaar is zal men gemakkelijker partners vinden na de verkiezingen. Maar veel enthousiasme en vernieuwing tijdens de verkiezingsstrijd straalt het niet uit. De aanduiding van een kopman voor het Vlaams parlement zonder noemenswaardige verdiensten buiten de eigen partijorganen, zorgt zelfs intern voor heel wat ongenoegen.
N-VA positivisme in plaats van negativisme
N-VA heeft de keuze gemaakt om de sociaal-economische problemen voorop te stellen. Dat was ook de aanbeveling van politologen zoals Carl Devos. Toen reeds heb ik gewaarschuwd dat deze oproep gevaarlijk was, hopelijk niet doelbewust. Het positieve confederale verhaal met ruime autonomie voor Vlaanderen verenigde heel veel Vlamingen over de partijgrenzen heen. Met hun  verdelend (en als asociaal gepercipieerd) socio-economisch verhaal dreigen ze opnieuw een deel van hun aanhang kwijt te raken. Het zal er voor N-VA op aan komen om - zoals ook de Gravensteengroep aangaf – opnieuw aan te knopen met het positivisme van een Vlaamse visie en zich niet te beperken tot het verdedigen tegen de sociale bangmakerij.
Overigens valt er over de begrenzing van de werklozensteun in de tijd veel te zeggen. Maar het is vooral de manier waarop het gepresenteerd werd dat munitie biedt voor de tegenstanders. Wat N-VA voorstelt kan op een veel minder negatieve manier gebracht worden. Het komt er eigenlijk op neer dat een werkloze initieel meer krijgt dan vandaag, maar na drie jaar een stuk minder dan nu. Of men dat nu leefloon noemt of een lagere uitkering, maakt geen verschil. Waarom dan niet de werklozensteun behouden maar de uitkering zodanig verminderen dat het steeds minder aantrekkelijk wordt voor de fraudeurs. Men zou meteen bij de bepaling van de degressiviteit ook rekening kunnen houden met de individueel geleverde bijdragen aan ons sociaal systeem. Zodat mensen met een tegenslag niet op dezelfde manier behandeld worden als de langdurige profiteurs die nauwelijks of helemaal niet bijdroegen.
Open VLD versus PS
De keuze van Open VLD om zich vooral communautair te onderscheiden van N-VA is een gewaagde keuze. Misschien zijn er nog wel echte Belgen maar na de regering Di Rupo waarin de liberalen knarsetandend heel wat moesten slikken doet het beeld ontstaan van een bende masochisten. Ze steunen een beleid dat als links wordt ervaren en zien het ook na 25 mei als dé oplossing waarvoor zelfs geen Vlaamse meerderheid nodig is. Men zou voor minder een slangenbezweerder aanwerven.
sp.a ligt op apegapen
De bijwijlen hysterische manier waarop Bruno Tobback en Freya Van den Bossche hun ongenoegen over de media uitschreeuwden is een sterke aanwijzing dat ze hun greep op diezelfde media aan het verliezen zijn. De tijd dat een klungelende Freya een opname mocht overdoen (op VRT) is blijkbaar verleden tijd. Komt daarbij dat niet alleen Groen maar ook de PVDA geduchte kapers op de kust zijn. Zelfs Vlaams Belang heeft weer aangeknoopt met het sociale Vlaanderen. Daarmee bezorgden ze de traditionele partijen en sp.a in het bijzonder vroeger al een zwarte zondag.
Niet vies van stemadvies
Neen, beste lezers, u hoeft van mij geen stemadvies te verwachten. Wel wil ik u één tegenstrijdigheid uit het nationale debat tussen De Wever en Magnette verduidelijken. Magnette beweerde dat er geen communautair probleem is maar enkel een botsing tussen maatschappijvisies. Links tegen Rechts. Dat is toch een eenzijdige benadering die vooral de Franstaligen goed uitkomt. Daarom stel ik voor dat u eens de procenten van de kiespeilingen naast mekaar legt. Dan zal u zien dat de rechtse Vlaamse partijen samen zowat 75 % halen en slechts 25 % overblijft voor Links. Doe dan eens dezelfde oefening in Franstalig België en u zal zien dat de verhoudingen daar omgekeerd liggen. Ook omdat de cdh er linkser is dan de CD&V. Wie dus beweert, zoals Magnette dat het gaat om een verschillende maatschappelijke visie bewijst meteen dat het ook gaat om een communautair verschil tussen Noord en Zuid.
Wie niet vies is van stemadvies, is de Gravensteengroep. Neen, ook zij geven geen stemadvies voor één partij. Wat ze wel doen is de disfuncties van het huidig Belgisch politiek bestel open en bloot op tafel leggen.
Aanbevolen lectuur voor wie open staat voor argumenten die gebracht worden op een zakelijke manier. Heel verschillend van het electorale schouwspel in de moderne amfitheaters en de waan van de dag in de geschreven pers.
Pjotr
   
   


12 mei 2014

'De Wever is een nieuwe Hitler'


Knack medewerker op non-actief

 

 

MEDIA EN POLITIEK  -  ANDERS GELEZEN

 

 

Dit artikel werd reeds gepubliceerd op De Bron.

 

PIERRE THERIE – Op 24 april publiceerde Knack online de top tien grofste beledigingen aan het adres van N-VA. Maar het kan nog erger … met dank aan een Knack medewerker.
 

Leven in een land met een Hitler

 

Anders Nieuws lezeres L.G. (naam bekend bij de redactie) noteerde volgend telefoongesprek:
 
Woensdagmiddag 30 april ll. , iets voor 12 uur, kreeg mijn man op zijn GSM een telefoonoproep via een privé-nummer. Na de vele privé-oproepen de dagen ervoor had hij me gevraagd om, als ik wou weten wie het was, toch maar eens op te nemen.
 
Daarom beantwoordde ik die middag de oproep. Het was een man die me voorstelde om een abonnement op Knack te nemen. Hij somde me al de voordelen op van een jaarabonnement + de extra-cadeautjes enz. Ik heb deze meneer laten uitspreken en dan geantwoord dat wij jaren een abonnement hebben gehad op Knack, toen het tijdschrift nog objectiviteit uitstraalde, maar dat het nu niet meer in het beeld past dat ik van een kwaliteitstijdschrift verwacht. Ik vermeldde ook dat ik ongeveer twee jaar terug ons abonnement opgezegd had en één van de directeuren van Knack, en nog enkele redacteurs, de paragrafen van artikels doorgemaild had die als voorbeeld moesten dienen van wat echt niet door de beugel kon voor mij: regelrechte aanvallen op de politieke partij N-VA. Daarop vraagt hij aan mij:
 
'Wilt gij in een land leven met een Hitler? Heb je je al gerealiseerd dat we hier binnenkort met een Hitler moeten leven?'.
 
Maar meneer, antwoordde ik, Hitler is toch al lang dood, en er is er toch maar één geweest! Gij durft nogal etiketten kleven op mensen! Maar, ik snap wat je bedoelt: heb je het op Tobback, Vande Lanotte, Elio Di Rupo, Milquet, Onkelinx? Neen, zei hij daarop, je weet wel op wie ik het heb! Daarop zei ik: je moet oppassen met wat je zegt hé meneer, want dat zou nog een ferm staartje kunnen krijgen!
 
En ik zei verder: omdat Knack dat vindt, moeten ze nog niet gaan denken dat iedereen die mening is toegedaan. Ze kunnen op zijn minst objectieve en onpartijdige informatie geven. Hij daarop: Kent gij één tijdschrift of krant die dat doet? Ik antwoordde daarop: de énige krant die nog een beetje onpartijdig én Belgisch is, is De Tijd. De heer antwoordt: Maar die schrijven over de economie. Ik zei dan: ah ja? Dan heb je die krant toch nog nooit gelezen en is het  maar van 'horen zeggen'. Kijk bvb. hier vandaag (wij hebben een abonnement op de papieren krant De Tijd): hoofdtitel: Bruno Tobback: Kiezers volgen te veel hun buik en te weinig hun verstand. Een volledige pagina. Maar ik zou zijn uitspraak liever omdraaien: Tobback volgt zijn buik, heeft geen verstand, want volgt zijn kiezers niet. Hier pagina 4: Vlamingen worden afgedreigd! “Is dat politiek of economie ?”, vraag ik hem...Geen antwoord gekregen. Daarop heb ik dan nog gezegd dat ik in elk geval geen Knack meer zal kopen tot ik de zekerheid heb dat het terug het tijdschrift wordt zoals in de goede jaren. Uit nieuwsgierigheid kijk ik nog af en toe eens, bvb. in de supermarkt, om te weten of Knack nog steeds dezelfde houding aanneemt. Daarop heb ik hem smakelijk eten gewenst en het gesprek gestopt. Einde notities mevrouw L.G.



Knack biedt verontschuldigingen aan

 

Geconfronteerd met deze klacht ontving ik volgend antwoord van Frank Minne, directeur Lezersmarkt, Roularta:
“Een eerste reactie: het telemarketing-kanaal wordt vrij intensief ingezet voor het werven van nieuwe abonnees op onze verschillende titels. Wij besteden hierbij veel aandacht aan een correcte afhandeling van de gesprekken, o.a. via individuele coaching van onze medewerkers. Het is zeker niet gepast dat een argumentatie rond de kwaliteit van onze publicaties eindigt in onderstaand type discussie. Hiervoor in ieder geval mijn welgemeende excuses.
Mocht uw lezeres bereid zijn wat extra informatie te verschaffen (bv het telefoonnummer waarop ze gecontacteerd werd), dan kunnen we dit verder uitzoeken en, indien nodig, betrokken collega op het matje roepen.” Einde bericht.
 
Mijn lezer was bereid om het telefoonnummer waarop gebeld werd te geven aan Knack. Op 9 mei kwam dan het resultaat van het onderzoek: Uit het onderzoek blijkt dat de opmerkingen geformuleerd door uw lezeres kloppen. Het spreekt voor zich dat wij ons als Uitgever van de uitspraken van onze medewerker wensen te distantiëren. Betrokkene is dan ook met onmiddellijke ingang op non-actief geplaatst’.
 
Het past om bij dit antwoord  de heer Minne te danken voor de correcte behandeling van deze klacht en te melden dat mevrouw L.G. blij is dat haar klacht ernstig genomen werd, maar dat ‘privé’ verontschuldigingen niet volstaan.

 

Het eigen imago is belangrijker

 

Het was bekend bij Knack – toch minstens bij één journalist – dat er op de sociale media een klacht circuleerde, maar deze werd afgedaan als ongegrond. Twitter en Facebook hebben inderdaad geen al te beste reputatie. Toen ik contact opnam met deze journalist in verband met een ander onderwerp (het weigeren van reacties op Knack.online) had hij het in zijn antwoord ook over de ‘Hitler’-klacht: “Ik heb, via sociale media, ook gehoord van dat 'Hitler'-geval waarnaar u verwijst. Weet u dat ik ook daarvan word beschuldigd: ik zou de persoon geweest zijn die dat gezegd zou hebben. Alsof ik mij met commerciële klantenbinding zou bezighouden, en vooral: alsof ik zo'n dwaasheden in de mond zou nemen. Als het waar is (wat ik eigenlijk betwijfel, want die verkopers zijn puur commerciële figuren waarvan ik me moeilijk kan voorstellen dat die dergelijke dwaas-linkse, extreem-radicale ideeën hebben), is dat natuurlijk een schande. En schaadt het niet alleen De Wever, maar vooral Roularta en Knack. Als het van mij afhangt, zou zo'n man onmiddellijk zijn ontslag krijgen”.
 
Zijn reactie is ongetwijfeld heel gemeend en twijfel is normaal zolang er geen bewijs is. Maar toch stoort mij iets in zijn reactie. Hij laat namelijk duidelijk uitschijnen dat het belangrijkste slachtoffer niet De Wever is, maar Roularta/Knack. Het imago met de mogelijke economische gevolgen is zijn eerste bekommernis. Van daar ook zijn zeer strenge aanpak van de ‘dader’. Maar is dat wel een dader of is het ook maar een slachtoffer van een sfeer waarvoor de media en ook Knack verantwoordelijk zijn?

 

Publieke verontschuldigingen aub

 

Die verkopers zijn doorgaans slecht betaalde medewerkers die helemaal geen inspraak hebben in het reilen en zeilen van Roularta. Randfiguren die wellicht graag uitpakken met hun status als Knack-medewerker.
 
Een veel belangrijker vraag is de oorzaak van deze indoctrinatie, van de radicalisering van medewerkers én lezers. Het zou de media en ook bij Knack toch stilaan mogen duidelijk zijn dat zij, en vooral zij, schuldig zijn dat dergelijke vijandbeelden gaan woekeren in de geesten van doodgewone mensen. Men kan niet onschuldig pleiten wanneer men met een therapeutische hardnekkigheid wekelijks een bende vooringenomen columnisten, opiniemakers, politieke tegenstanders, … laat schieten vanuit de heup op De Wever en N-VA.
 
Knack publiceert niet alleen het lijstje met de grofste beledigingen aan het adres van N-VA. De media en Knack waren ook de eersten om deze beledigingen onder de aandacht van de mensen te brengen. Uit te vergroten met ronkende titels die elke nuance in de kiem smoren. Wanneer men scheldproza publiceert omdat het ‘goed verkoopt’, dan kan men achteraf niet ontkennen dat men medeverantwoordelijk is voor de verloedering van de politieke zeden. 
 
Er zijn dus heel wat verzachtende omstandigheden voor het jochie. Desondanks moet hij bloeden, dat is nu eenmaal het probleem met ‘gerechtigheid’. Maar laten we heel duidelijk zijn: dit gaat niet over een  akkefietje tussen twee personen, maar tussen een individu en een machtig medium dat dagelijks duizenden mensen beïnvloedt via haar activiteiten en berichtgeving.
 
Maar hij is niet de hoofdschuldige. Het volstaat niet om de ‘heren’ in ruil voor niets kostende excuses hun ‘respectabiliteit’ terug te geven. Tenzij ze natuurlijk een echte rechtzetting in hun blad publiceren: dat zou substantieel zijn. Daarom deze duidelijke oproep aan Roularta/Knack om publiekelijk stelling te nemen.
 
Nog beter ware om voortaan een betere berichtgeving te laten voorgaan op provocerende en soms denigrerende prozastukjes van buitenstaanders waar men zich ‘niet verantwoordelijk’ voor acht. Dat is Knack verplicht aan zijn imago, wil het niet nog een deuk krijgen na het grote verlies dat ze reeds leden toen Rik Van Cauwelaert als hoofdredacteur de plaats moest ruimen voor Jörgen Oosterwaal.
 
Pjotr

30 april 2014

N-VA en CD&V in een houdgreep



 

MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN

 

 

Met de aanval van CD&V-kopman Kris Peeters is de eindspurt naar 25 mei ingezet. De media die wilden voorkomen dat populaire politici de verkiezingsstrijd zouden domineren, focusten op de programma’s. Zal dat zo blijven? 

 

 

Partijprogramma’s of boegbeelden
 
Het is ontegenzeglijk dat de media deze verkiezingscampagne goed hebben voorbereid. Vermits Bart De Wever in debatten met kop en schouders boven alle anderen uitsteekt, was het aangewezen om ditmaal te focussen op de programma’s. Ze werden op hun wenken bediend door de politieke partijen.
 
Alleen blijkt dat vooral N-VA met zijn programma scoort en dat was een beetje onverwacht. Wie gaat er nu naar de kiezer met een programma dat slecht nieuws brengt? Toch werkt het en wel om een eenvoudige reden die de traditionele partijen blijkbaar over het hoofd zien: N-VA heeft een kortetermijnprogramma (socio-economisch) en een langetermijnvisie (het confederalisme) dat uitgaat van de eigen sterkte. Waarvoor niet vooraf de toestemming gevraagd wordt aan de Franstalige minderheid.
 
De traditionele partijen daarentegen stellen programma’s voor die ‘haalbaar’ zijn. Gewoon als ze zijn om water bij de wijn te doen eenmaal ze rond de tafel zitten met de Franstalige partijen. Hoe dikwijls hebben we CD&V kopmannen niet horen toeteren dat politiek de kunst is van het haalbare. Tegenover een Franstalige minderheid die liever kostbare tijd verliest en zo het buitenlands imago van ons land besmeurt, dan hun politieke dominantie op te geven, waren de Vlaamse partijen altijd de pineut. Daar hebben steeds meer Vlamingen geen boodschap meer aan. Tevens groeit het besef dat de Franstaligen geen zier om België geven wanneer ze het niet politiek kunnen domineren en hun privileges behouden. 
 
Is het niet verbazingwekkend, maar tekenend dat geen enkele Vlaamse partij nog durft een kandidaat-premier naar voor te schuiven? Dat het boegbeeld van een machtspartij bij uitstek, Kris Peeters, ronduit weigert federaal kandidaat te zijn, omdat hij volgens zijn eigen woorden dan zijn geloofwaardigheid (als confederalist) zou verliezen, is toch ongehoord. Daarover was er veel minder ophef in de media dan de uitspraak van De Wever die de job van premier als aartsmoeilijk bestempelde.
 
Maar nu Kris Peeters zijn grote populariteit nodig heeft om zijn partij te redden lijkt deze strategie niet meer zo vanzelfsprekend voor de machtsgetrouwe media.
 
De laatste peiling had overigens een verrassing in petto. Met De Wever als kandidaat op federaal niveau krijgt N-VA minder stemmen (32,2 %) achter zich dan op Vlaams niveau (33,2 %) zonder De Wever. Terwijl CD&V met Kris Peeters op Vlaams niveau zowat vier procent meer haalt dan federaal, waar het slechtste resultaat ooit werd genoteerd. Blijkbaar is CD&V meer dan N-VA een éénmanspartij geworden.
 
Het dilemma van CD&V en Kris Peeters
 
Afhankelijk van haar boegbeeld, zit CD&V geprangd tussen twee gedachten: kiezen voor Kris Peeters betekent - op basis van de peilingen - dat N-VA buiten de Vlaamse regering moet gehouden worden. Dat kan wanneer een coalitie met Open VLD en sp.a een meerderheid behaalt, desnoods met Groen erbij. Maar opnieuw zit er het spagaat met links en rechts in één regering. De vrees dat dergelijke regering een maatje te klein is om de problemen kordaat aan te pakken is meer dan gegrond. De peilingen geven trouwens aan dat de kiezers dit probleem onderkennen en niet meer geneigd zijn om mee te gaan in dit oude verhaal waar de ambitie van één man resulteert in een amechtige regering. 
 
Op federaal niveau, wordt een regeringsvorming zonder N-VA een hachelijke onderneming. Opnieuw zonder Vlaamse meerderheid nadat men tijdens de verkiezingscampagne meermaals liet optekenen dat dit niet voor herhaling vatbaar was,  zou een absolute neergang zijn van het democratische gehalte van een partij die toch ook de letter ‘D’ in haar logo heeft staan. Een regering die volgens alle  commentatoren verplicht is om heel onsympathieke maatregelen te nemen. Maatregelen waar de PS echter nooit mee zal akkoord gaan.
 
Peeters heeft daar in zijn campagne een oplossing voor: Minister-president zonder N-VA in Vlaanderen en N-VA mee in het bad voor een federale besparingsregering. Deze twee-sporen-campagne kan men ook afleiden uit twee recente uitspraken: ‘Wie Peeters wil in Vlaanderen moet CD&V stemmen’. Lees, ‘N-VA krijgt er Peeters niet gratis bij’. De tweede uitspraak ging over het federale beleid waarover hij eerst in de Franstalige media opriep om een regering te vormen met N-VA.
 
De tweede gedachte waar CD&V mee worstelt is de noodzaak om deel te nemen aan een federale regering teneinde het Arco/Dexia debacle onder controle te houden. Om ervoor te zorgen dat het ACW niet zelf moet opdraaien voor de gemaakte fouten. Voor de ACW-vleugel is dat veel belangrijker dan de ambities van Kris Peeters. Mocht blijken dat dit gemakkelijker kan door ook op Vlaams niveau met N-VA in zee te gaan, zonder Peeters als minister-president, dan zou hij wel eens veel minder belangrijk blijken te zijn na de verkiezingen dan ervoor.
 
Het dilemma van N-VA en Bart De Wever
 
Bart De Wever is zich maar al te goed bewust van een scenario waarbij N-VA geweerd wordt uit elke regering. Voor hem moet het een deprimerende gedachte zijn dat zijn enorme populariteit niet zou volstaan om zijn partij in een regering te loodsen. Deze doemgedachte heeft N-VA tijdens deze campagne reeds aangezet om alles te zetten op een ‘gelijkgezinde’ regering met CD&V. Een kartel ‘après la lettre’.
 
De recente uitspraken van diverse kopstukken maken alvast duidelijk dat de communautaire eisen geen hinderpaal zullen worden voor een coalitievorming met CD&V. Trouwens een geleidelijker aanpak van het communautaire is voor CD&V het bewijs dat haar aanpak wel loont. Het zou ongetwijfeld een ommeslag naar een hernieuwde belangstelling voor het confederalisme mogelijk maken. Dan wordt 2019 het moment van de waarheid. Geen geruststellende gedachte voor de Vlaamsgezinde achterban die  ondertussen weet dat de traditionele partijen en vooral Cd&V een heel kort geheugen hebben als hun partijmacht daar niet mee gediend is.
 
Maar hoe ver kan De Wever hierin meegaan voor de verkiezingen? Nu CD&V koos voor de frontale aanval rest ook De Wever niets anders dan frontaal in te beuken op het manco van de federale ‘belastingregering’. Hoe populair hijzelf ook is, uit de peilingen blijkt dat vooral het partijprogramma aanslaat. En daarin staat ook nog altijd een serieuze brok communautaire eisen waarop de partij kan afgerekend worden. Wanneer de N-VA minder ‘Vlaamse beweging’ wordt dan ligt net als bij de VU een teloorgang in het verschiet. Dan zou de nalatenschap van De Wever wel eens zeer mager kunnen uitvallen.
 
Tussen meegaand zijn en frontaal botsen is er geen goede derde weg in een verkiezingscampagne. Peeters daagt uit en De Wever zal deze handschoen moeten opnemen. Dit dilemma verplicht De Wever om alles op alles te zetten. Van daar ook de steeds weerkerende boodschap dat het de kiezers zijn die bepalen wat er met het programma van de N-VA zal gebeuren. Het zal hún overwinning of hún verlies zijn.
 
Het dilemma wordt compleet bij het besef dat in die omstandigheden zijn eerdere uitspraak dat te veel stemmen halen wel eens nadelig zou kunnen zijn voor een coalitievorming, niet meer opgaat. Het moet ook bij N-VA duidelijk zijn dat CD&V geen moment zal aarzelen om in dat geval de N-VA te laten vallen als een baksteen. Waar is dat feestje? Aan de Helihavenlaan 21 te Brussel, ten huize ACW.
 
Het wordt dus kiezen voor N-VA tussen gedwongen gematigdheid of er voluit tegenaan gaan. No guts, no glory. Spannend wordt het wel.
 
N-VA in een Franstalig cordon sanitaire
 
De laatste tijd struikelen alle belangrijke Franstalige partijen over mekaar in hun haast om elke regeringsdeelname met N-VA uit te sluiten, niet dat ze het allemaal ook zo duidelijk durven zeggen. Diezelfde partijen die de democratie zo hoog in hun vaandel schrijven … als het hen uitkomt. Partijen die als ware patriotten achter  ‘La Belgique’ staan maar binnenskamers geen zier geven om wat er leeft in Vlaanderen. Je zou voor minder kwaad worden en hen de rug toekeren. En toch lees je geen kwaad woord hierover in de Vlaamse kranten. Het zal wel niet belangrijk zijn, wanneer meer dan 30 % van de Vlaamse kiezers, weze het dan ‘Vlaams-nationalisten, worden tekort gedaan.
 
Benieuwd hoe de traditionele partijen hierop zullen reageren. Het is geen cadeau voor de verkiezingen, maar het zou wel een goede steun zijn om tijdens de onderhandelingen N-VA opnieuw te dumpen. Staatsmanschap heette het in 2010 en dat zal het ook zijn in 2014/2015. 
 
De stemtest is vooral marketing
 
Welke rol de media nog zullen spelen in de laatste weken voor de verkiezingen is niet duidelijk. Met de Stemtest hebben ze alvast heel veel succes en het duwt de belangstelling voor de verkiezingen naar omhoog.
 
Nochtans zijn er heel wat vragen bij de vragen die gesteld worden. Zowel Michel Vuylsteke (hier) als Luc Ryckaerts (hier) schreven hierover een kritische bijdrage op De Bron.
 
Dat de stemtesten de communautaire eis van N-VA, het confederalisme, zelfs niet eens opnemen in de gestelde vragen is een veeg teken aan de wand.
 
Maar een lezer liet alvast weten niet te geloven in de invloed van de stemtesten: “Ach, stemtesten… Voor mij is dat oppervlakkig, slordig in elkaar gedraaid zonder ernstige recherche maar wel met een hip ‘user interface’. Zelfs de subtiele manipulatie die sommigen hier menen te zien is voor die jochies een brug te ver.
 
Ik denk namelijk niet dat het hier om bewuste manipulatie gaat. De oorzaak is dat ze bij die stemtest klakkeloos de verbale krachtpatserij van de partijprogramma’s voor bare munt nemen. Wij weten dat tot hier toe geen enkele partij (misschien met uitzondering van de PS) ook maar één verkiezingsbelofte ernstig genomen heeft. En dus botsten de resultaten van die stemtest frontaal met ons realiteitsbesef: wij oriënteren ons eerder aan wat we hebben zien gebeuren. Dat daardoor de N-VA, die schijnbaar iets minder nonchalant met verkiezingsbeloften smijt (waarmee ze in mijn ogen ‘scoren’), in vergelijking ‘bleekjes’ overkomt is waarschijnlijk niet eens de originele bedoeling, maar wel fijn meegenomen.
 
De zorg dat hiervan toch een ernstige invloed kan uitgaan deel ik niet. De pers en al zijn machinaties hebben ondertussen wel het laatste beetje autoriteit verloren. Ik denk dat het meest waarschijnlijk gevolg immense hilariteit zal zijn: nog eens een bewijs dat de jongens van de gazet niet met ons op dezelfde aarde leven." Alvast een klare mening.
 
Ook de verschillende peilingen vertonen een eigenaardige evolutie. Specialist bij uitstek, Frank Thevissen doet hierover een boekje open in Doorbraak. Hij toont aan dat de N-VA niet geheel toevallig marktaandeel verloor in de aanloop naar deze verkiezingen. Voor kritische lezers aanbevolen lectuur.
 
Politieke journalist of partijwoordvoerder
 
Een flagrant voorbeeld van tendentieuze berichtgeving vond ik in De Standaard (26/04). Wanneer een journalist van de krant de taak overneemt van de woordvoerder van een politieke partij.
Ik vroeg de ombudsman om een verklaring hiervoor en hoewel ik meestal zeer snel een antwoord ontvang blijft het dit keer wachten. Het kan mij niet beletten om alvast mijn vraag te delen met de lezers in afwachting van een antwoord.
 
Geachte heer ombudsman,
Het artikel met als titel "CD&V: Verschil met N-VA aanscherpen" (DS 26/04) is getekend met  'BBR'. Het gebruik van de  afkorting in plaats van de volle naam, Bart Brinckman,  betekent volgens de regel van de krant, dat de tekst grotendeels niet van hem is; copy-past. Maar dat weten de doorsnee lezers van de krant niet en dus denken ze dat het artikel geschreven werd door journalist ‘BBR’. Na lezing is het duidelijk dat de ware 'opsteller' de oppositie tegen N-VA is; vooral CD&V. Maar Brinckman schrijft die tekst net alsof het van hem zelf komt.
 
‘Zijn’ antwoord op de laatste vraag illustreert dat duidelijk: Hoe kan de partij dit nog rechttrekken?
BBR schrijft: “Toch kan de partij haar campagne op drie punten in een hogere versnelling duwen. CD&V kan zich profileren als een verantwoordelijke partij met heel wat ervaring in de rangen. Lees: met de N-VA wenkt het avonturen op federaal niveau wellicht de blokkering. Daar hebben ze nog nooit een compromis met een Franstalige partij gemaakt.
 
Ook sociaaleconomisch kan een punt worden gemaakt. Bij CD&V spoort economische groei met sociale vooruitgang. Lees: met de N-VA zullen bijvoorbeeld oudere werklozen hun huis moeten verkopen voor ze in aanmerking komen voor een leefloon. De Vlaams-nationalisten dragen de sociale zekerheid ten grave. Daarvan wordt elke Vlaming het slachtoffer. Maar de gewone man in de straat beseft dat nog niet.
 
De kiezer krijgt nog een laatste boodschap. Hij moet niet denken dat CD&V een evidentie is. Als de Vlaming wil dat CD&V meeregeert of dat Peeters MP blijft, dan zal de Vlaming op die partij moeten stemmen. Lees: als de N-VA te sterk wordt en CD&V te zwak, dan trekt hij naar de oppositie. In geen geval laat CD&V zich minoriseren zoals in Antwerpen”. Einde citaat.
 
Op geen enkele manier wordt duidelijk gemaakt dat het gaat om een 'ingezonden tekst' (of een meegegeven idee dat hij neerpende). Een reclameboodschap.
 
Beide uitspraken in cursief zijn op zijn minst eenzijdig. Maar blijkbaar is BBR overtuigd dat, citaat, 'De Vlaams-nationalisten dragen de sociale zekerheid ten grave'. Vraag: waarom gebruikt Brinckman hier de term Vlaams-nationalisten en niet N-VA? Viseert hij hier ook het VB?
 
Mijnheer de ombudsman,
 
Dit lijkt mij een staaltje journalistiek dat niet past bij een neutrale houding. Toegegeven, subtiel en wellicht door weinig lezers opgemerkt maar wel mooi meegenomen. Dat kan niet voor een krant die beweert meer te zijn dan de spreekbuis van een of ander partij.
 
Het is uitkijken naar een verklaring. Maar ook géén verklaring is veelzeggend. Wordt vervolgd.
 
 
Citaten van de week
 
Eddy Eerdekens hoofdredacteur Knack online: De N-VA mag dan al afstevenen op een eclatante verkiezingsoverwinning, deelnemen aan de volgende regering zit er volgens krantencommentatoren niet in. De kans dat Bart De Wever partners vindt om samen mee te regeren, is volgens sommige kranten erg klein. 'Bart De Wever weet dat 32 procent veel is, maar niet voldoende om in de regering te komen.' En ook: 'Het drijven van een wig tussen zichzelf en de rest is een kunst die N-VA als geen ander beheerst.
 
In hetzelfde artikel Carl Devos: En ook de federale regering zal er anders uitzien. 'Een regering met N-VA zal uiteraard van een ander type zijn. Maar ook in een zonder N-VA zullen de partners elkaar diep in de ogen moeten kijken. Hoe moet in dat geval de op links belaagde PS samen besturen met Vlaamse partijen die zelfs zonder N-VA moeten antwoorden op de zware druk die het electorale succes van die partij oproept?' Anders gelezen, weet Carl Devos heel goed dat het niet zal lukken. Een optimist mag hopen dat de PS zal buigen, een realist zal meer vrezen voor de zoveelste kniebuiging van de traditionele Vlaamse politieke partijen. Is het ooit anders geweest?
 
Pjotr  

24 april 2014

Minder staat in de praktijk


 

MEDIA EN POLITIEK - ANDERS GELEZEN
 
De ‘minder staat’-visie van partijen zoals N-VA staat of valt met het in de praktijk brengen ervan. Pas dan kan men spreken van een trendbreuk. Een voorbeeld, verkeersveiligheid in ‘minder staat’.
 
Minder buitenlanders is de klare visie van het Vlaams Belang, maar wanneer de intussen overleden VB-politica, Marie-Rose Morel, geconfronteerd werd met een allochtoon die ondanks een geslaagde integratie toch uitgewezen werd, bleek die hardvochtige partijvisie plots niet meer zo vanzelfsprekend. Dat is slechts één voorbeeld uit de vele waaruit blijkt hoe moeilijk het soms is om een klare visie ook om te zetten in de praktijk. Begrijpelijk dat men dergelijke oefeningen liever niet maakt in verkiezingstijd. Toch is het belangrijk om te begrijpen wat een partij in de praktijk bedoelt met ‘minder staat’.
 
Tijdens het Radio 2 ochtendprogramma op paaszaterdag hoorde ik de politierechter Peter D’hondt een mooi voorbeeld geven van de regelneverij inzake verkeersveiligheid. Een voorbeeld waarmee we de visie van ‘minder staat’ willen confronteren.
 
Veilig, veiliger, veiligst, Utopia
 
Nemen we bij wijze van concreet geval eens de evolutie van de verkeersveiligheid op een kruispunt. Naarmate het autoverkeer toenam ontstond de noodzaak om de kruispunten veiliger te maken. Aanvankelijk plaatste men verkeersborden die de automobilisten waarschuwden dat ze een kruispunt naderden en werd de voorrangsregel ingevoerd.
 
Maar die regel en de verkeersborden volstonden niet. Er kwamen allerlei obstakels voor de snelrijder: versmallingen, verhogingen en een slalomparcours dat doet denken aan het bochtenwerk van politieke partijen in verkiezingstijd. Op de weg die geen voorrang had kwam een groot ‘STOP’ teken. Door al die verschillende borden verwaterde de dwingende boodschap en hadden ze alleen nog belang na een ongeval, als het te laat was.
 
Ondanks die borden gebeurden er nog altijd ongelukken en de bevolking riep moord en brand. Hoeveel doden moeten er nog vallen, mijnheer de minister, vooraleer u daar iets zult aan doen? Er kwamen dus verkeerslichten. Groen en Rood, zo zou het toch wel voor iedereen duidelijk zijn? Helaas zo bleek. Er waren nog altijd onverlaten die het rode licht niet respecteerden. En ze reden ook nog altijd te snel.
 
Opnieuw was de overheid de zondebok en ja, er kwamen flitspalen, die zouden zorgen dat niemand nog ongestraft door het rood licht kon rijden of de snelheid niet zou respecteren. Maar toen bleek dat er geen camera in die palen zat of dat het filmpje niet regelmatig werd vernieuwd. Erger nog, de flitscamera’s werden gesaboteerd en dus kwam er een tweede paal met een veiligheidscamera om de saboteur te kunnen pakken.
 
Tussen al die borden werd het moeilijk om nog de wegwijzers te vinden. Temeer daar ieder zichzelf respecterend bedrijf eiste om bij elk kruispunt binnen een straal van drie kilometer, ook een wegwijzer naar zijn zaak te mogen plaatsen. En ja, die oudere bestuurder had moeite om zijn weg te vinden in het oerwoud van verkeersborden en wegwijzers. Agressief werden ze achter hem toen hij stilstond om het eens ‘op zijn gemak’ uit te zoeken. Een nieuw gevaar op de weg. Hallo, minister, wanneer gaat u dáár iets aan doen? Utopia.
 
Hoe zouden de verschillende partijen hierover denken? In afwachting dat we daar iets over horen, keken we als ervaringsdeskundige eens over de grenzen.
 
In Rome kan het anders
 
Rome is verkeerstechnisch een beetje zoals Brussel, met zeven heuvels is het er moeilijk om een uitgebreid metronet te graven. De auto en de legendarische Vespa’s domineren het straatbeeld. Ze delen het met miljoenen toeristen, Brussel doet hetzelfde met de pendelaars, Europese ambtenaren en buitenlandse lobbyisten allerhande.
 
Rome! Wie daar een jaar kan rijden zonder brokken te maken, verdient een medaille. Autorijden in Rome is nochtans een plezier, een prachtig avontuur. De voorloper van de populaire realityshows, maar dan gefinancierd uit eigen zak in plaats van met belastinggelden. Voor een goed begrip, in Rome en bij uitbreiding in gans Midden- en Zuid-Italië dienen verkeersregels niet om het verkeer te regelen, maar als een uitdaging.
 
De ‘Via Christoforo Colombo’ was zo’n een dagelijkse uitdaging. In beide richtingen drie rijstroken breed, zonder fietspaden, maar met enkele rode lichten en ronde punten. Hoe ze daar een kruispunt oversteken is simpel. In plaats van drie auto’s, worden er dat zes, twee auto’s per rijstrook. Rood licht, dan vertraag je en doe je aan ritsen, bumper tegen bumper. Groen licht, dan vertraag je ook want er zijn de anderen die door het rood licht rijden. Alleen oranje licht is verwarrend maar het doet denken aan de zon ‘il sole’ zoals een gids mij verklaarde.
 
Claxonneren is voor de Italianen een liefdesverklaring, geen doodsbedreiging zoals in Brussel. Het is wennen, maar eenmaal gewend, werkt het. Iedereen een beetje gladiator. Met veel minder ergernis dan in Brussel. Wie in Rome leerde rijden, lacht met die macho’s in de Brusselse tunnels.
 
Parkeren in Rome? Geen probleem, één parkeerplaats langs de stoeprand kan men vermenigvuldigen. Dubbel parkeren met dank aan een ‘straniero’ – hun allochtone -parkeerwachter die dat stukje ‘blauwe stoeprand’ in exploitatie heeft. U moet hem wel uw sleutels afgeven. Zie je dat al gebeuren in Brussel?
 
Beste lezers, Rome is een verkeersjungle, maar de beesten zijn er veel minder agressief dan de opgefokte Belgen die nergens tijd voor hebben. In Rome hebben ze onnoemelijk veel politieagenten, want Rome is zo Rood als de pommodori. Een politieman mag daar wel gezien worden. Met zijn ‘haute couture’ cape van Pierre Cardin, is hij een modieuze verschijning en meer moet dat ook niet zijn. Als koene Rode ridders, hoog gezeten in het zadel, overschouwen ze de dagelijkse verkeersdrukte en kijken verveeld weg wanneer Albanese boefjes proberen in de zakken van de toeristen te zitten. Neen, zij ergeren zich daar niet aan, laat staan dat ze zich daarvoor op de begane grond zouden wagen. Zij horen bij het decorum, zij zijn het decor. Voor snedige interventies zijn er de ‘special forces’ die in opgefokte Alfa Romeo’s en Ferrari’s door de straten scheuren. Eénrichtingsverkeer wordt dan facultatief (en in hun zog mag men dat ook ongestraft doen, zo deed ik het zelf ook eens).
 
Zouden er in Rome veel meer ongelukken zijn dan in Brussel? Een ding weet ik wel zeker, daar zijn meer auto’s met builen en blutsen maar veel minder stresstoestanden en hartinfarcten. Mensen van hier, doe eens een schepje Romeins bloed in jullie adrenaline. En koop met Kerstmis eens zoals de Romeinen een rood niemendalletje voor je geliefde. Rood, het kleurt nog schoner op een wit lijf.
 
Minder staat meer wederzijds respect
 
Zouden we dat ook bij ons kunnen doen? Verkeersagenten terug invoeren in plaats van al dat flitsgedoe? Dat het trager zou gaan? En dan? Nu spoeden we ons van file naar file.
 
Het herinnert mij aan Houston, toen ik er een auto huurde en zonder te weten een verkeersovertreding beging. Met een sirene werd ik tot stilstand gedwongen. Die zwarte politieman was imposant, maar tegelijk ook zo vriendelijk omdat ik een vreemdeling was die blijkbaar een regel overtreden had zonder het te beseffen. Misschien zouden wij ook meer respect mogen hebben voor de controlerende politiemannen. En omgekeerd zouden politiemannen wel wat strenger mogen kijken maar tegelijk de overtreding op een menselijke manier interpreteren in plaats van direct het ‘boekske’ boven te halen.
 
Ik herinner mij nog dat ik aan een slakkengangetje reed op een bijna lege Highway 15 tussen San Diego en LA. Iedereen bleef er in zijn rijstrook. Maar links of rechts voorbijsteken mag. Misschien toeval, maar ik zag er geen enkele snelheidsduivel, hoewel Californië bekend staat als de meest vrijgevochten staat. Zouden de Amerikanen misschien vroeger vertrekken in plaats van te snel te rijden?
 
Minder staat meer persoonlijke verantwoordelijkheid
 
Begint (en eindigt) de verantwoordelijkheden van de overheid niet met degelijke en goed onderhouden auto-, fietswegen en voetpaden te voorzien? Met duidelijke signalisatie en eenvoudige verkeersregels? Mochten ze dat doen in functie van de noden in plaats van dikke boeken vol regeltjes die niemand leest maar toch verondersteld wordt te kennen, dan zouden ze een waardevolle bijdrage geleverd hebben tot de verkeersveiligheid.
 
Is het ondenkbaar dat politici de moed zouden hebben om te zeggen wat iedereen weet: dat verkeersonveiligheid en -ongevallen niets te maken hebben met te weinig of verkeerde verkeersregels maar alles met het toenemend ongepast en agressief gedrag van de automobilisten, motorrijders, fietsers én voetgangers.
 
Zouden politici de moed kunnen opbrengen om minder maar duidelijkere regels (minder staat) te voorzien en meer verantwoordelijkheid voor de overtreder? Veel van de bestaande regels maken het verkeer nauwelijks veiliger, alleen moeilijker. Ze zorgen vooral voor ergernis. Én voor een onuitputtelijke stroom inkomsten die noodzakelijk zijn voor ‘meer staat’. Het laatste weetje dat ik hoorde was de aankondiging dat er nu ook in Wallonië meer dan duizend snelheidsmeters staan. Alleen zijn er meer dan zeshonderd waarop men enkel de snelheid kan aflezen; rood wanneer men te rap rijdt, groen wanneer men braaf is. Niks boete en geen inkomsten. Waarom kan dat ‘minder staat’ in Vlaanderen niet.
 
Zou het niet veel efficiënter zijn – op langere termijn - om de veroorzakers van de verkeersongevallen op te voeden. Maak een rijbewijs moeilijker om krijgen. Niet enkel gebaseerd op de kennis van de verkeersregels, maar pas na een degelijke praktijkervaring gedurende een langere periode. Er bestaan veel concrete mogelijkheden en het zou de verkeersveiligheid zeker ten goede komen. Waarom geen beperkingen voor ouderen die niet meer meekunnen in de dagelijkse verkeersjungle?
 
Mensen die om actie roepen? Pak de overtreders aan in plaats van nog maar eens iedereen te straffen met nieuwe beperkingen. Hardleerse brokkenrijders vragen om op een afschrikwekkende manier aangepakt te worden. Houd het menselijk voor wie eens over de schreef gaat. Zij zijn niet het grootste probleem.
 
Dames en heren politici, stop nu eens om naar het pijpen te dansen van mensen die in een staat van enorme emotionaliteit, gerechtigheid eisen. U treft geen schuld, tenminste als u zou zorgen voor een degelijke infrastructuur, een duidelijke signalisatie en verkeersregels voor automobilisten, fietsers en voetgangers. Daar ligt nog een heel eind te gaan maar alleen u kan dat. Daarom moet dat uw belangrijkste opdracht zijn.
 
 
Citaten van de week
 
Koen Meulenaere (Kaaiman in DT): Tot slot weer maar eens een gouden tip van Kaaiman. U bevindt zich des avonds op een autostrade en wenst 150 per uur te rijden en toch niet geflitst te worden. Hoe te doen? Wel: u rijdt een poosje 120, tot u in uw spiegel een BMW of Audi ziet komen aanvliegen. Laat die passeren, en scheur er daarna achteraan op een afstand van honderd meter. Staat er nu een toevallig toch functionerende paal of een mobiele brigade, dan ziet u honderd meter voor u een witte lichtschicht door de donkere lucht klieven en hebt u alle tijd om af te remmen. Daarna snel planché om die geflitste Duitser weer in te halen.
 
DS Luc Huyse: Meer of minder overheid, wordt dat niet de inzet van de verkiezingen op 25 mei? ‘Goh, men stelt het zo voor natuurlijk. Straks wordt het kiezen tussen het model van de N-VA en de PS. Maar dat kan wel eens een valse keuze zijn. Want kunnen ze dat nog wel, bakens verzetten, zonder te botsen op mondiale en Europese muren? Vooral het fiscale en budgettaire beleid is sterk uit de electorale arena gelicht. Daar zorgen de Europese Raad, het IMF, de Wereldbank, de ratingbureaus en de grootbanken voor. Om het met de woorden van de Bulgaarse intellectueel Ivan Krastev te zeggen: “Kiezers kunnen gemakkelijker van regering veranderen dan van beleid”. Anders gelezen, ze zijn toch wel instaat om (via de zesde staatshervorming) de versnippering van wat rest aan bevoegdheden ten top te drijven.
 
Rik Van Cauwelaert (in DT): Eerder deze maand organiseerde het Instituut voor Constitutioneel Recht van de KU Leuven een colloquium over de zesde staatshervorming. (…) Een opgemerkte tussenkomst was die van de jonge grondwetspecialist Stefan Sottiaux. De Leuvense docent vindt dat een volgende staatshervorming noodzakelijk is omdat de bevoegdheidsverdeling volkomen gefragmenteerd is en het federale niveau onvoldoende gelegitimeerd. ‘Omdat’, zei Sottiaux, ‘de grendel-grondwet - met haar paritaire ministerraad, taalgroepen, bijzondere meerderheden en alarmbelprocedures - geleid heeft tot een uitholling van de beginselen van evenredige vertegenwoordiging en meerderheidsbesluitvorming, in het voordeel van de bescherming van de rechten van de Franstalige minderheid.’ De democratie eist, volgens Sottiaux, dat de bevoegdheden van het federale niveau zoals dat vandaag bestaat, naar de deelgebieden worden overgeheveld. Anders gelezen, de zesde staatshervorming is een draak van een compromis. Daarover horen we nauwelijks iets bij Open VLD en sp.a. Alleen CD&V blijft het obsessief een prestatie vinden.
 
Pjotr