05 maart 2014

N-VA, van beweging naar regeringspartij






MEDIA EN POLITIEK  -  ANDERS GELEZEN

In de aanloop naar de verkiezingen past het om vragen te stellen bij de uitspraken en het programma van de partijen. Aandacht voor de gedoodverfde overwinnaar: N-VA.
Een beweging communiceert anders

N-VA heeft haar wortels in een brede Vlaamse beweging. Als Nieuw-Vlaamse Alliantie ontstond ze uit de interne twisten van de Volksunie en evolueerde niet zonder moeite tot een succesvolle politieke partij. De spanning tussen de radicaliteit van een ‘volksbeweging’ en het vereiste pragmatisme van een politieke partij die aan de macht wil deelnemen kan niet zomaar opgeheven worden.
 
De duidelijke doelstellingen van de Vlaamse beweging – die op zijn minst Vlaamse autonomie wil – dienden vertaald te worden in een politieke doelstelling. Dat vereist politiek taalgebruik, waarbij niet enkel de tegenstellingen duidelijk gemaakt worden. De taal moet ook rekening houden met de noodzaak om na de verkiezingen politieke meerderheden te vormen.
 
Een mooi voorbeeld hiervoor gaf CD&V met de voorstelling van zijn socio-economisch programma. Het valt op dat CD&V een programma schrijft dat zowel de interne verschillen uit de weg gaat als een coalitievorming vergemakkelijkt. Voor de rechtse vleugel blijft men af van belastingen op kapitaal en voor de linkse vleugel blijft de indexering en levenslange werkloosheidsuitkering overeind. De ‘ondernemers’ worden dan weer een belastingverlaging op arbeid beloofd. De overheid zelf moet het ook met een beetje minder doen, maar niet te veel, want anders sluit men de deur voor de PS. Zelfs Groen (die wel eens nodig zou kunnen zijn) wordt met de eco-fiscaliteit (accijnsverhoging op diesel) niet vergeten. Een mooi staaltje politieke communicatie die alle coalities openhoudt en toch voldoende duidelijke accenten legt waarmee men in verkiezingstijd kan uitpakken.
 
Dat men daarbij ook luidop zegt dat men ook bij de burger zal aankloppen is een positieve wending. Maar daar horen wel belangrijke bedenkingen bij.
 
  1. Elke becijfering is een vingeroefening, zeker wanneer het gaat over ingrepen in de belastingen. Hoeveel belastingen opbrengen is nauwelijks te voorspellen en de uitgaven beperken is vooral in Wallonië en Brussel hooguit een verbale oefening. Tijdens elke verkiezingsperiode wordt door alle partijen geld beloofd dat er niet is en misschien ook niet zal zijn. En voor sommigen zal de staatsschuld vanzelf verdwijnen. Dat is vandaag niet anders.
     
  2. Een tweede en nog belangrijker bedenking geldt eveneens voor alle politieke partijprogramma’s: Eenmaal een meerderheid moet gevormd worden blijft er van het eigen programma dikwijls maar een waterige versie over. Wie kiest voor een partij op basis van het verkiezingsprogramma kan dus erg bedrogen uitkomen. Na de verkiezingen is het eigen programma niet zelden een hinderpaal voor de eigen ambitieuze politici.    
    Het kartel CD&V/N-VA weet ervan mee te spreken en Leterme verloor er zijn Vlaamse geloofwaardigheid door. Vooral wanneer de regering een coalitie is met linkse én rechtse partijen, wordt het partijprogramma al snel opgeofferd aan de persoonlijke ambities. Dat is ook de voornaamste reden waarom de huidige regering Di Rupo niet verder kwam dan een rist kleine maatregelen die men dan nog zo veel mogelijk ‘onder de radar’ hield of waarvan het effect pas gevoeld zal worden na de verkiezingen. Het programma van Open VLD verwaterde zelfs dermate dat partijvoorzitter Gwendolyn Rutten zich verplicht voelde om zich te  verontschuldigen voor het ‘eigen’ regeringsbeleid. Moedig is het wel.
 
De tweede bedenking is zo belangrijk omdat wij leven in een ‘parlementaire democratie’ waar de kiezer geen enkele inspraak heeft in wat onze verkozen ‘vertegenwoordigers’ na hun verkiezing doen.
 
Dat is op zich geen probleem mocht elke partij slechts toetreden tot een regering wanneer ze een voldoende deel van haar programma kan verwezenlijken én vooral, wanneer ze kan voorkomen dat er maatregelen genomen worden die indruisen tegen essentiële onderdelen van het eigen programma. Een rechtse of linkse regering zou een veel kordater beleid kunnen voeren dan een combinatie van de tegengestelden, links en rechts. Maar dat is precies wat in België in de praktijk onafwendbaar is, gezien de verschillende visie in Noord en Zuid. Daarom is het zo belangrijk dat elke deelstaat ongehinderd zijn eigen visie kan omzetten in beleid.  

Is N-VA nog tot nationalisme in staat?

De visie van de Vlaamse beweging, die per definitie het partijpolitieke eigenbelang overstijgt,  is belangrijker dan het socio-economisch programma van om het even welke Vlaamse politieke partij. Politieke partijen kunnen en moeten over een gemeenschappelijk beleid onderhandelen, een beweging hoeft niet te onderhandelen over het recht op een eigen beleid.
 
Autonomie of onafhankelijkheid is het unieke thema voor de Vlaamse beweging. Het betekent dat bij het bereiken van deze doelstelling deze beweging overbodig wordt. N-VA daarentegen wil met de verwezenlijking van het  confederaal model nadien ook gestalte geven aan een autonoom Vlaanderen. Daarom is een eigen sociaal economisch programma zo belangrijk.    
 
Een intrigerende vraag is of de N-VA als regeringspartij zelfs nog tot nationalisme in staat is? De geschiedenis van de beweging en vooral de partijen toont duidelijk aan dat de Vlamingen nooit hun verschillen konden overstijgen. Het zogezegd Vlaams gemeenschapsgevoel vervlakte telkens opnieuw tot inhoudsloze verkiezingstaal.
 
‘Voor een warm Vlaanderen’ en ‘Iedereen inbegrepen’ hebben enkel nog electorale bedoelingen. Dat CD&V na jarenlang de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin te leveren, nu in verkiezingstijd eist dat gehandicapten boven de 65 jaar niet langer mogen gediscrimineerd worden, illustreert deze teloorgang maar al te duidelijk. 

De vervelling tot succesvolle partij


Met dergelijke politieke communicatie heeft N-VA – gegroeid vanuit een compromisloze beweging – voorlopig meer moeite. De Vlaamsgezinden willen autonomie/onafhankelijkheid en dat volstond om een groot deel van het kiespubliek te overtuigen. Tegelijk was het net daardoor ook zeer moeilijk om met de ‘anderen’ een meerderheid te vormen. De uitspraak van marktonderzoeker Jan Callebaut (in Knack) dat De Wever enorm ‘geëvolueerd’ is en niet langer wil gelijk hebben maar ook macht wil uitoefenen, geeft precies de evolutie aan die de N-VA maakte tot een succesvolle politieke partij.
 
De snelle groei van N-VA is niet zonder gevaar. De kans is niet gering dat N-VA – nu ze geproefd heeft van het succes - een traditionele partij wordt waar de persoonlijke belangen van de politici primeren op het programma en er na de verkiezingen nauwelijks nog iets overblijft van het ‘beloofde land’.
 
Daarenboven heeft N-VA, gekozen voor een sociaal-economisch programma dat het voordeel heeft heel duidelijk te zijn, maar tegelijk nooit de hele Vlaamse achterban kan overtuigen. Ik vraag mij zelfs af of de steun die N-VA hierbij kreeg van bekende politicologen en opiniemakers, geen valkuil was. Het communautaire ondergeschikt maken aan een socio-economische keuze is voor een V-partij die de krachten wil bundelen, niet evident.
 
N-VA kan in verkiezingstijd duidelijk maken dat enkel het confederaal model soelaas biedt voor de lange termijn. Trouwens, de goede peilingen die voor het congres plaatsvonden, bewijzen dat het confederale programmapunt, ook zonder een uitgewerkt socio-economisch programma, breed gedragen wordt. Met dank aan het decennialange federale PS-beleid. Maar na de verkiezingen wordt het wel aartsmoeilijk om de communautaire agenda ook in een onderhandelde regeringstekst te krijgen.
 
Echter, wanneer N-VA in een regering stapt zonder significante communautaire afspraken voor de toekomst, geeft ze een duidelijk nieuw signaal: Namelijk dat het confederaal model toch niet absoluut nodig is. Ze zouden alvast op bijval kunnen rekenen van de PAVIA groep, waartoe de politicologen Devos en Sinardet behoren. Een N-VA die zijn eigen communautair project onderuit haalt, zou  in Belgischgezinde kringen zorgen voor veel binnenpretjes. Dat is alvast de hoop van de wolven in schaapsvacht.
 

Van oppositiepartij naar regeringspartij

Met haar programma maakt N-VA duidelijk dat ze het verschil wil maken met het compromissenbeleid van de traditionele partijen. Regeringen die nooit meer konden bereiken dan de grootste gemene deler van tegengestelde (of minstens sterk afwijkende) beleidsvisies. Het dijzige PS-model (dat evengoed het CD&V-model kan genoemd worden) versus het duidelijke N-VA-model. Dat N-VA de PS als mikpunt nam en de Vlaamse traditionele partijen ontzag is een goede strategische keuze. Het voorkomt dat de partij nog meer geïsoleerd uit de verkiezingen zou komen.
 
Waar N-VA munt kan uit slaan is de mogelijkheid dat de huidige regering weigert om grondwetsartikel 195 voor wijziging vatbaar te verklaren. Daarmee doen de Vlaamse regeringspartijen formeel de deur op slot voor een verdere staatshervorming. Maar tegelijk bewijzen ze daarmee dat ze wel degelijk gaan voor een Di Rupo II. Daarvoor is zelfs geen Vlaamse meerderheid nodig; dixit Open VLD’er Van Quickenborne. Dan zit N-VA met zijn ‘Verandering versus Vergrendeling’ in een gunstige uitgangspositie. 
 
Mocht N-VA geen regeringspartners vinden op federaal niveau, is dat op zich erg voor de verkozenen maar niet noodzakelijk voor het bereiken van de communautaire doelstelling. Over een oppositiekuur schrijft Rik Van Cauwelaert in De Tijd (1 maart) het volgende: “In die omstandigheden is de vaststelling van minister Labille - dat een federale regering met de PS en de N-VA niet haalbaar is - niet eens aan de orde. Als de N-VA op 25 mei in de buurt van de peilingresultaten komt, hoeft ze enkel toe te kijken, eventueel vanuit de Vlaamse en de Brusselse regering, terwijl de huidige coalitie verder strompelt en zich kapot regeert”. Alleen zou ik hieraan willen toevoegen dat elk uitstel om het landsbestuur eenvoudiger en goedkoper te maken onvermijdelijk zorgt voor een grotere verarming van Vlaanderen. Daar ligt men bij de Franstaligen, maar ook in bepaalde Vlaamse partijhoofdkwartieren niet van wakker.
 

Even geduld, eerst verkiezingen

 
N-VA-tenoren laten geregeld weten dat het belangrijkste de verkiezingsuitslag is en elke speculatie vooraf ondemocratisch is. Ook dat is strategisch een goede uitspraak, want het roept de kiezer op om zijn verantwoordelijkheid te nemen. Een duidelijke keuze te maken. “Hoe meer stemmen we halen, hoe meer we van ons programma zullen kunnen waarmaken” zo klinkt het bij sommige N-VA toppers.
 
Deze logische gedachtegang wordt evenwel tegengesproken door de eigen voorzitter. De Wever liet verstaan dat het beter zou zijn om maar 30 % te halen. Want, zo luidt zijn redenering, teveel stemmen zal de anderen afschrikken om met N-VA scheep te gaan.
 
Waar ook geen zinnig woord kan over gezegd worden vooraleer de stemmen geteld zijn, is een mogelijke meerderheid in het Vlaams parlement van N-VA samen met de andere V-partijen. Hoewel dit groot kabaal zou veroorzaken is het een democratische mogelijkheid die vooraf evenmin kan of mag uitgesloten worden.
 
In Knack stelt Peter De Roover, kersvers N-VA kandidaat een pertinente vraag waar  elke kiezer best eens zou over nadenken vooraleer het stemhokje binnen te stappen: “Maar de stevige besparing die kan verwezenlijkt worden door één overheidsniveau terug te schroeven tot een minimum, wordt weggezet als naast de kwestie en tijdverlies. Het N-VA-voorstel om over te stappen naar een confederale structuur biedt de kans om onze overheid veel goedkoper hetzelfde te laten doen. Wie dat idee bij voorbaat afwijst moet toch eens komen vertellen waarom we die kost van het niet-confederalisme blijven dragen en de kans die een eenvoudige staatsstructuur biedt onbenut laten. Kunnen we ons, zeker in deze barre tijden, de luxe veroorloven onze staatsstructuur te laten zoals ze is?”
 
Het zou goed zijn mochten de media deze vraag voorleggen aan de  Vlaamse én Franstalige partijvoorzitters. Hun argumenten zouden veel kunnen verduidelijken. Tot nog toe was het debat (over de kostprijs van de huidige staatsorganisatie) in de media een taboe en werd het schaarse cijfermateriaal genegeerd wegens te vervelend.




Citaten van de week

Bart Haeck in De Tijd: “Terwijl de verkiezingscampagne voor 25 mei de afgelopen week haar drie laatste maanden inging en de Wetstraat in de ban was van de legalisering van cannabis en dubbele familienamen, stemde een verontrustende reeks bedrijven met de voeten: door weg te gaan of te sluiten”.


Lezer Albert Follens (in een reactie op het artikel van Peter De Roover in Knack): “De analyse van P De Roover is juist: zolang men de bevoegdheden niet volledig overhevelt, spaart men niets. Integendeel de kost stijgt. Waarom? Omdat men enerzijds een schaalgrootteverlies heeft en bovendien nog een extra coördinatie(kost) tussen de resterende federale en de overgehevelde regionale bevoegdheden. Dus moet men voor elke bevoegdheid kiezen: ofwel blijft ze federaal ofwel wordt ze integraal overgeheveld. Dat heet in mensentaal confederalisme; al de rest is dweilen met de kraan open.”


Pjotr







 












26 februari 2014

Hardleerse politici


 

 

MEDIA EN POLITIEK – ANDERS GELEZEN

 

In Oekraïne leidde het volkse protest tot de verwijdering van president Viktor Janukovych en ook de oude kaste politici valt niet langer in de smaak. Oekraïne, een land op de tweesprong.
 
In een citaat (DS 24/02) zegt de Oekraïense zangeres Ruslana, woordvoerster van de protesterende bevolking, dat er ditmaal politici zullen gekozen worden die de wensen van de burgers willen volgen. Een bevolking die zich niet langer de les laat spellen door onbetrouwbare politici: het zou België eens mogen/moeten overkomen.
 
Daarom zou ik graag aan Herman Van Rompuy volgende vraag stellen: De kans is groot dat het verschil in toekomstvisie tussen West- en Oost-Oekraïne resulteert in een vreedzame splitsing van het land. Zou u als voorzitter van de Raad van Europa, West-Oekraïne verwelkomen als kandidaat EU-lid, of zou u deze kandidatuur weigeren wegens een onaanvaardbaar nationalisme?

 

 

Achterhoede gevechten

 

Terwijl het in Kiev bang afwachten is of ook daar een politieke lente in aantocht is, lezen we in DM weekendkrant (21/02) dat ‘onze oude kaste’ nog steeds bezig is met verklaringen te zoeken voor het succes van N-VA. Dat was onder meer het geval in een inleiding tot een interview met twee CD&V kopstukken, Jean Luc Dehaene en Herman Van Rompuy.
 
Het artikel begint met de vraag of Yves Leterme een fatale vergissing beging door een kartel te maken met N-VA? Waarop Van Rompuy (met ijzige blik) reageert met een retorische vraag “Wilt u echt dat we op die vraag antwoorden?” Dehaene doet er nog een schepje bovenop en verwijst naar zijn memoires waarin hij eveneens zijn ongenoegen uitspreekt over het kartel: “De kartelvoorstanders hebben de partij te lang gedomineerd”.
 
Beide hoogaangeschreven politici zijn duidelijk bang voor een andere lezing van de stembusslag. Even het geheugen opfrissen is niet overbodig.
 
In 2003, dus voor de vorming het verguisde kartel,  haalde CD&V nog maar 13,25 % van de stemmen voor de Kamer. Ook N-VA – na al de interne perikelen - was toen een heel klein broertje met slechts 3,06 %. In 2007, samen in een kartel  behaalden ze 18,51 % van de stemmen en dat leverde 30 zetels op. Daardoor werd het kartel de grootste fractie in het halfrond. Enkel daardoor kon CD&V aanspraak maken op de Zestien. Voor machtspolitici als Dehaene en Van Rompuy is het premierschap de bekroning van een geslaagde verkiezingcampagne, maar toch was het kartel een slechte zaak? Ik heb ze in elk geval niet horen klagen toen Leterme zijn intrek nam in de Zestien. Integendeel, ze waren wat blij dat Leterme zijn Vlaamse eisen liet vallen. Maar het steekt wellicht dat Leterme 796.521 voorkeurstemmen kreeg en daarmee bewees goed te hebben geluisterd naar wat leefde en nog altijd leeft bij de Vlaamse bevolking. Inderdaad nog steeds leeft want in 2010 zakte CD&V (met een Belgischgezinde en uitdrukkelijk door de eigen zuil gepromote campagne) naar 10,85 % van de stemmen voor de Kamer. Hieruit kan men toch afleiden dat niet BHV het resultaat bepaalde,  maar wel de koerswending van de CD&V top. Het is CD&V zuur opgebroken en mochten de peilingen bevestigd worden dan zal het ook op 25 mei geen feestdag worden.

 

Voor het Vlaams parlement waren de resultaten genuanceerder, want daar spelen de communautaire problemen minder mee in de keuze: in 2004 behaalde het kartel CD&V/N-VA 26,09 % en in 2009 kreeg CD&V nog 22,86 % van de stemmen. N-VA steeg naar 13,06 % in 2009. Volgens de peilingen schommelt CD&V momenteel rond 17,5 % en hoopt sterke man en minister-president Kris Peeters dat zijn partij meer dan 20 % haalt en N-VA onder de 30 % blijft. Pas dan heeft hij een kans om zichzelf op te volgen. Het vel van de beer …

 

Leterme was zijn tijd vooruit

 

In een democratie wint hij/zij die echt luistert naar de wensen van de kiezers. De bundeling van de Vlaamsgezinde krachten in een kartel was ontegensprekelijk de  basis voor het electoraal succes van beide partijen. Deze Vlaamse logica was en is voor de Belgischgezinde kaste nog altijd een ongewenste waarheid die met vereende krachten moet bestreden worden.
 
Wat zowel Dehaene als Van Rompuy Leterme verwijten, is dat hij te goed had geluisterd naar wat in Vlaanderen leefde en nog steeds leeft. Het kartelprogramma in 2007 was nochtans niet zo ingrijpend, maar werd gekelderd door een eensgezinde NON van de Franstaligen. Zij hadden alvast niet begrepen hoe diep het Vlaamse ongenoegen met dit België zat en nog steeds zit. Tegenover de eensgezinde Franstaligen, stonden helaas verkrampte Vlaamse partijen die mekaar het licht in de ogen niet gunden.
 
Sommige opiniemakers, waaronder Dave Sinardet en Marc Reynebeau slaagden er zelfs in om te ontkennen dat de verkiezingsoverwinning van Leterme te danken was aan zijn communautair getint programma. Hun persoonlijke geloofwaardigheid werd er niet door gediend. Maar hun ondermaats verweer werkte contraproductief en sterkte de weldenkende Vlamingen in hun ‘Vlaamse’ overtuiging. Toen Leterme uiteindelijk als afscheidnemend premier verklaarde dat het federale model op zijn grenzen was gebotst, vertolkte hij opnieuw wat de doorsnee Vlaming al lang besefte.
 
Maar niet de onderlinge partijstrijd was de voornaamste oorzaak van het mislukken van de communautaire onderhandelingen in 2007. Veel erger was en is ook vandaag de overtuiging dat een Franstalig NON niet kan beantwoord worden met een Vlaamse NEEN. Hoe anders te verklaren dat de Vlaamse onderhandelaars als puntje bij paaltje kwam telkens hun eisen inslikten of bereid waren om er een te hoge prijs voor te betalen. Ze beseften niet dat die toegevingen hun eigen democratisch draagvlak uitholden en de Franstaligen sterkte in hun overtuiging dat het volstond om NON te zeggen. Erger, in elk communautair akkoord werden de blokkeringsmogelijkheden van de Franstalige minderheid versterkt. Het resultaat is dramatisch voor de hele Belgische samenleving.  De grondwet, die in elke staat, die naam waardig, de emanatie is van de Natie, is verworden tot de ultieme toetssteen voor het beslechten van de geschillen tussen twee gemeenschappen. Is er een beter bewijs voor de teloorgang van het ‘federale’ België?

 

 

Leterme koos voor het Belgisch bord linzen

 

In zijn antwoord op een brief[1] die ik Leterme stuurde op 27 april 2007 schreef hij (4 mei) onder meer het volgende “Deelnemen en hervormen staan op gelijke voet, en het is dus niet zo dat deelnemen (aan de regering) belangrijker zal zijn dan hervormen. (…) Indien het kartel mee kan onderhandelen over het programma van de volgende federale regering, zal het uiteraard zijn standpunten met hand en tand verdedigen.”
 
In het najaar van 2007 – toen er twijfel was of Leterme het kartelprogramma trouw zou blijven of niet - schreef ik hem opnieuw een brief[2] waarin onder meer volgende stond: “In feite kan u kiezen voor het premierschap of voor het leiderschap van de Vlaamse gemeenschap. (…) Indien u beslist om volop te gaan voor het premierschap dan zal u de eerste minister zijn van een amechtige regering die weliswaar enkele liberale klemtonen zal realiseren maar ten gronde niets zal veranderen aan de polarisatie tussen de gemeenschappen, noch aan de roep om goed bestuur. U zal de perceptie tegen hebben en ‘plat op de buik gegaan zijn’. (…) Misschien houdt u het twee jaar vol en dan is het definitief voorbij.” Zijn antwoord was alvast zeer kort: “Geachte heer, ik heb uw mail ontvangen en gelezen. Yves
 
In het Laatste Nieuws (15 juli 2008), na het ontslag van Leterme als premier, lazen we het volgende: “Dat Leterme er niet in geslaagd is om tot een communautair akkoord te komen, is volgens Thyssen een bewijs dat men gebotst is op de grenzen van wat federaal mogelijk is". Sommige CD&V'ers, onder wie Servais Verherstraeten en Tony Van Parys, pleiten openlijk voor een confederaal kader waarbij de deelstaten het zwaartepunt van de besluitvorming worden. "Binnen het huidige federale model kan het niet meer. Men moet uitgaan van de sterkte van de deelstaten", verduidelijkte Tony Van Parys.
 
Blijkbaar was (een deel van) CD&V in 2008 opnieuw klaar voor een confederaal model. Helaas, de kiezers waren in 2010 nog niet vergeten dat Leterme, ondanks alle beloften, zich had laten overhalen door de Belgischgezinde vleugel binnen zijn partij om het premierschap te aanvaarden. Het was ondertussen duidelijk dat Leterme’s ‘Vlaamse opstoot’ zowel binnen zijn eigen partij als het Belgisch establishment niet werd geapprecieerd. Een  nieuwe vooraanstaande federale rol werd hem niet meer gegund en wellicht zou zijn ‘woordbreuk’ hem toch niet geholpen hebben om het tij voor CD&V te doen keren. Maar ook de Belgischgezinde vleugel binnen CD&V slaagde er in 2010 niet in om CD&V terug te laten aanknopen met succes. Integendeel, terwijl de partij in 2003 (zonder N-VA) nog 13,25 % haalde in de Kamer, moest het vrede nemen met een schamele 10,85 % in 2010. Maar ook dat verlies zette de partij niet aan om de voor de hand liggende conclusie te trekken. Opnieuw stapte de partij ondanks alle ferme verklaringen in een regering zonder Vlaamse meerderheid en zonder de overwinnaar N-VA. Het zou wel eens kunnen dat de kiezer dat nog zal weten op 25 mei. Begrijpelijk dat recente verklaringen van onder meer voorzitter Wouter Beke, dat men niet opnieuw zonder Vlaamse meerderheid in een federale regering zal stappen, weinig geloofwaardig klinken.
 
Uit alle recente verklaringen lijkt het ook duidelijk dat de traditionele politieke partijen vooral de N-VA willen bekampen. Dat de prestaties van de regering Di Rupo – die nochtans heel veel maatregelen nam maar de Belgische ziekte liet voortwoekeren - niet direct veel enthousiasme losweken is een understatement. Maar of ze beter zullen scoren door zelf te kiezen voor N-VA als de te kloppen tegenstander is nog maar zeer de vraag. Ook binnen CD&V is niet iedereen gelukkig met de huidige aanpak.  

 

 

CITATEN VAN DE WEEK

 

Zangeres Ruslana als woordvoerder van het Oekraïense protest: Wie zijn de nieuwe politieke leiders die de bezetters van Maidan willen? “De studenten zijn een lijst aan het maken met wensen die ze aan de politici voor de verkiezingen zullen overhandigen en de mensen zullen kiezen voor die politici die de eisen van Maidan ernstig nemen. De nieuwe politici zullen mensen moeten zijn die de wensen van de burgers zullen volgen, vroeger was het omgekeerd.”
 
Kaaiman, alias Koen Meulenare in DT: “Er hangt de mensen in Kiev, behalve de nakende inval van het Russische leger, nog één grotere catastrofe boven het hoofd: het Joenk. Het intrekken van visa voor Oekraïense diplomaten, de wel zeer drastische ingreep van de EU-leiders tegen de regering-Janoekovitsj, gaat de Aldi-fractieleider natuurlijk weer niet ver genoeg. Nu hij de rebellen in Syrië in het zadel heeft geholpen, zal hij militair interveniëren aan de Dnjepr. Heeft de stafkaarten al bestudeerd en plant zijn zegetocht aan te vatten in Tsjernobyl. Les 1 van het revolutionaire handboek: bezet de kerncentrales. Kaaimans tip aan de wanhopige Oekraïeners: confederalisme. Oost-Oekraïne en West-Oekraïne krijgen de volheid van bevoegdheden en overleggen welke taken ze nog samen uitvoeren. De inwoners van Kiev kunnen zelf beslissen tot welke groep ze willen behoren.”
 
Rik Van Cauwelaert in DT (over de duurste ziekenhuizen): De hele top 10 van de ziekenhuizen met de hoogste ereloonsupplementen in eenpersoonskamers voor klassieke opnames, wordt ingenomen door Brusselse en Waalse ziekenhuizen. De top-10 met de laagste ereloonsupplementen is volledig Vlaams. Dat zou tot nadenken horen te stemmen en de federale overheid ertoe moeten aanzetten de financiering van de ziekenhuizen grondig onder de loep te nemen en de financiële uitwassen, veelal als gevolg van overconsumptie, kordaat weg te wieden. Maar blijkbaar willen ze bij de PS de vinger in de pap houden, want de financiering van de werking van de ziekenhuizen blijft met de zesde staatshervorming - door Annemans bestempeld als 'niet de meest fraaie' - een federale bevoegdheid. Terwijl de bouwkosten van de ziekenhuizen, hun investeringen in zwaar materieel en het vastleggen en opvolgen van erkenningsnormen voortaan de gemeenschappen toekomen.
 
Eddy Daniels op De Bron (over de herdenking van 50 jaar immigratie): Ondertussen zijn er natuurlijk wel onderzoeken die discriminatie aantonen. De vraag is of zij de conclusie rechtvaardigen dat die haar oorsprong vindt in racisme. Zo is er de huizenmarkt. Mensen met een allochtone naam maken aantoonbaar minder kans. Indien het CGKR ook maar enige interesse zou hebben voor de autochtonen, dat had het al lang kunnen constateren dat ook huiseigenaren die aanvankelijk wél aan vreemdelingen verhuurden dat nu niet meer doen omdat nogal wat van die mensen er andere leefnormen op nahouden. In sommige gevallen laten zij de woning als een puinhoop achter. Hier speelt geen racisme, maar bescherming van de eigen vaak zuurverdiende spaarcent voor de oude dag. De klaagzangen van het CGKR ter zake zijn in die zin dan ook discriminerend tegenover Vlaamse huiseigenaren.”
 
LLB edito de Francis Van de Woestyne, (21/02 ; in vrije vertaling): La question demeure: Hoe komt het dat N-VA in Vlaanderen zo succesvol is? Omdat het zijn bedoeling om het land te splitsen verbergt. Omdat ze doet geloven dat de helft van de Belgen door Vlaanderen onderhouden wordt (vit au crochet). Tenslotte is er onvoldoende tegenstand (on entend les mouches voler). Enkel uitzonderingen  zoals Daniël Termonde (met e) roepen de intellectuelen, de media en de politici op om te vechten tegen de nationalisten. De anderen vragen de Franstaligen om vooral niets te zeggen. Maar zo wordt het nog erger.
 
Een lezer uit Schaarbeek reageerde: Hoe zou het nationalisme verborgen kunnen blijven wanneer alle Vlaamse partijen constant hierop hameren. Dit argument is typisch ‘belgicain’ waarbij communautaire problemen enkel leven bij de politici. Neen, de realiteit is dat de helft van Vlaanderen niet verder wil met België en dat tonen ze zoals het hoort via de stembus. Het is tijd dat de Franstalige pers de ware vragen stelt.  
 
Pjotr

 



[1] Zie Boek “Woord houden – NON” pag 101, ISBN 978 90 813 71704
 
[2] Zie Boek “Woord houden – NON” pag 145, ISBN 978 90 813 71704
 

19 februari 2014

De rode poortwachters van DS



MEDIA EN POLITIEK - ANDERS GELEZEN

 
Het was opnieuw een week met heel veel electorale ‘peptalk’. Daarom aandacht voor een stukje taalgymnastiek.




De migrantenproblematiek kreeg in Europa en België nooit de juiste aandacht van de media. Ook nu niet naar aanleiding van  het Zwitsers referendum tegen massale immigratie.
 
DS, verwacht het onverwachte
Lezer L.D. die De Standaard (DS) aandachtig leest had grote moeite met een artikel over de Zwitsers die zich in een referendum uitspraken tégen de aan gang zijn massale immigratie. Ook tegen immigranten uit (Zuidelijke) Europese landen.
Hij bekloeg zich bij journalist Steven De Foer over de gebruikte titel ‘referendum sluit de deur voor immigratie’. L.D. schrijft: “Een zeer kleine meerderheid van de 56% van de Zwitsers (dat deelnamepercentage las ik niet in uw artikel), die aan het referendum deelnamen hebben gestemd voor contingentering en meer sturing van de immigratie. Dat is iets helemaal anders dan de deuren sluiten.”
Het was zo niet bedoeld
 De reactie van DS journalist is opmerkelijk:  “Als ik in een inleiding schrijf 'de deur sluiten' dan wordt daar uiteraard mee bedoeld ze een flink stuk dichttrekken, en daarom nog niet per se tot ze volledig gesloten is. Ik denk niet dat veel mensen het zo zullen interpreteren, toch zeker niet als ze de kwestie een klein beetje volgen en/of het artikel lezen.

Anders gelezen is deze reactie opmerkelijk want eigenlijk zegt De Foer met deze reactie dat hij niet in staat is om te zeggen wat hij wilde zeggen, namelijk dat het ‘referendum de deur gedeeltelijk sluit’. Nuancering is blijkbaar niet aan hem besteed. Dat moet de lezer zelf weten wanneer hij bijdragen (in DS Weekblad) van De Foer leest.
Een tweede bezwaar van lezer L.D. is dat De Foer zeven tegenstanders van het referendum aan het woord laat en slechts één voorstander. Hij voegt er nog aan toe: “Zwitserse boeren afschilderen als mensen die hun honden afsturen op bezoekers van hun  erf klasseert die bevolkingsgroep en dat beroep bij de laagste morele standaarden. Blijkbaar loopt U niet hoog op met de Zwitsers”.
Een accident dat niemand wou
 Op deze kritiek heeft de journalist een uitgebreid maar al even opmerkelijk antwoord: “Zeven tegenstanders en één voorstander? Nu u het zegt, maar die voorstander krijgt wel veruit het grootste forum in het artikel. Bovendien vat ik zelf de argumenten van de inwoners van Ticino samen, én dat ze overal begrip oogsten voor hun standpunt vanwege de specifieke omstandigheden daar. Objectiviteit is niet het streepjes trekken zodat je even veel mensen van beide partijen hebt. Vooral niet als in de praktijk blijkt dat de voorstanders weinig zinnigs te vertellen hebben. Ik heb mijn best gedaan, ik kan het ook niet helpen dat die mensen niet willen of kunnen praten - vermoedelijk omdat ze niet veel te zeggen hebben, en gewoon vanuit een onbestemd onderbuikgevoelen hebben gereageerd. Ik bedoel maar, als zelfs een politicus van de indienende partij niet tot concretere argumenten kan komen… Hebt u de Zwitserse pers een beetje gevolgd? Haast niemand die er iets van begrijpt hoor: de algemene opinie is dat dit een accident is, dat Zwitserland niet zonder die 'massale immigratie' kan en dat de enige zinnige maatregelen in criminaliteitsbestrijding en bestrijding van sociale fraude liggen.”
Anders gelezen, is het terecht wanneer een lezer na de eerste onduidelijkheid twijfelt aan de verdere inhoud. Misschien heeft De Foer de argumenten van de inwoners van Ticino evenmin goed begrepen of geeft hij die enigszins anders weer. Een journalist die zoals hijzelf schrijft ‘zijn best gedaan heeft’ en ‘vermoed dat ze niet veel te zeggen hebben’, klinkt niet direct geloofwaardig. Misschien had hij een beetje méér zijn best moeten doen en had hij zijn oor niet alleen in Ticino moeten te luisteren leggen.
Maar zijn voornaamste ‘journalistieke interpretatie’ is dat de Zwitsers het referendum goedkeurden zonder goede argumenten te hebben. Ze stemden vanuit de buik. Een accident. Toegegeven, dat leest men liever in het politiek-correcte denkend wereldje waar meerdere DS-journalisten zich thuis voelen.
Laat mij deze interpretatie nu eens sterk betwijfelen. Niet zomaar, maar als gewezen defensieattaché voor Zwitserland die gedurende drie jaar het reilen en zeilen professioneel opvolgde én dagelijks de Neue Zürcher Zeitung las. Een kwaliteitkrant met een reputatie waar DS alvast een puntje kan aan zuigen.
Een referendum is in Zwitserland geen ‘faits divers’. Directe democratie stoelt in Zwitserland op een diepgewortelde betrokkenheid bij het beleid. Zwitsers zijn niet gewoon om over één nacht ijs te gaan en dit referendum zat er al lang aan te komen. Het kon toch omdat er een sterk toenemend ongenoegen is over het Europees immigratiebeleid. Dat is geen buikgevoel maar een blijkbaar onaangename realiteit die De Foer blijkbaar niet als dusdanig herkende.
Even terzijde, de samenwerkingsovereenkomsten tussen de EU en Zwitserland zijn vooral belangrijk voor de Zwitsers en wie denkt dat de bevolking dat vergat toen ze stemden tégen massale immigratie, onderschat heel erg de nuchterheid en jawel, ook de financiële hebberigheid van de Zwitsers. Het resultaat van het referendum benadrukt daarom nog meer hoe diep de afkeer over het EU-immigratiebeleid bij de doorsnee Zwitser zit.
En nog dit: die ‘onvriendelijke Zwitserse boeren die hun honden afsturen op bezoekers’, zijn voor wie Zwitserland beter kent wel  een zeer gerespecteerde beroepscategorie. Dit positief imago danken ze aan de manier waarop ze tijdens de oorlog ervoor zorgden dat de Zwitserse bevolking niet verhongerde. Ze profiteerden ook niet van de schaarste door  woekerprijzen te vragen voor hun producten. Een reporter die Zwitserland enkel maar een kort bezoek brengt, kan moeilijk diepgravende journalistiek bedrijven.
Terug naar het referendum. Het zou interessant zijn om een gelijkaardig referendum in Frankrijk of in ons land te houden. Het is niet voor niets dat staatsecretaris voor asiel en migratie, Maggie De Block, die ‘de poort een klein beetje dichttrok’ meteen de populairste politica werd van Vlaanderen. Ik betwijfel of DS haar beleid durft omschrijven als ‘de deur sluiten’ en De Block opvoeren als het prototype van Vlaamse bekrompenheid. Kritiek op de Zwitsers is klaarblijkelijk gemakkelijker. Daar zijn zelfs geen rationele argumenten voor nodig.
Taalgymnastiek
 Lezer L.D. was niet tevreden met het antwoord en wendde zich tot de ombudsman om alsnog een rechtzetting te vragen. Diens antwoord was geheel verwacht: “Ik ben het niet met u eens. "De deur sluiten" is figuurlijk taalgebruik, dat door de overgrote meerderheid van de lezers als dusdanig kan worden begrepen. Een rechtzetting is niet nodig”. De ombudsman verschuilt zich hier achter een taalkundige uitleg. Bizar dat journalist De Foer niet zelf op deze uitleg kwam. Se non è vero, è ben trovato.
Mocht L.D. een positief antwoord verwachten? Neen, want zelfs binnen de redactie van DS is de ‘rode’ invalshoek van zowel de ombudsman als de verantwoordelijke voor de rubriek opinie en rechtzettingen, Anni Van Landeghem, onderwerp van gegniffel.


DS, waar het onverwachte zo doorzichtig is.


Citaten van de week
 
Tinneke Beeckman in DS over ‘helden’: “Harding beschrijft de jonge klokkenluider Edward Snowden als een integere, briljante jongeman. Hij wou als jonge patriot zijn land dienen. Maar toen hij zag hoe de Amerikaanse regering burgers bedroog, voelde hij zich langzaamaan verplicht dat verraad aan te klagen. (…) Wanneer een Britse journalist hem vraagt naar de waarschijnlijke afloop, antwoordt de jongeman, nuchter: ‘slecht’. (…) Hoe of waar Edward Snowden zal eindigen, weet niemand. Op 1 augustus loopt zijn asiel in Rusland af en herbegint zijn zwerftocht. Het zou West-Europa sieren deze man een nieuwe thuis te bieden. Tenslotte geven zijn acties de democratische rechten en vrijheden, waar het Westen zo prat op gaat, opnieuw betekenis”.
 
Peter De Roover en Zuhal Demir over Gents burgemeester Termont die zal emigreren wanneer N-VA de meerderheid haalt (DS): “De peilingen zitten erg goed voor de N-VA, maar een meerderheid behalen is toch erg onwaarschijnlijk. Dus is ook de kans klein dat een vermomde Termont bij nacht en ontij moet proberen te ontkomen aan de schijnwerpers die langs de ‘schreve’ met Frankrijk zullen staan opgesteld om zwaarbewapende grenswachten de kans te geven republiekvluchters in de rug te knallen. Het leger van de DDR heette niet toevallig Nationale Volksarmee, jawel NVA. (…) Mensen met een andere kijk op het politieke bedrijf verduivelen tot ‘een gevaar’ waarvoor je het land moet ontvluchten, is pas echt eng. (…) Houden we het politieke debat verder een beetje op niveau?”
 
Pjotr

15 februari 2014

Over een Brussels kieken en een Waalse windhaan




MEDIA EN POLITIEK – ANDERS GELEZEN


 

Als inleiding verwijs ik graag naar een reeks over mediakritiek door gewezen hoofdredacteur Eddy Daniels op De Bron. Doorgeprikt staat netjes.

 

 

Brusselaar ontdekt de Vlaamse kiezer

 

Op de webstek dewereldmorgen.be is een opinie te lezen van Mohamed El Khalfioui. Hij pleit voor een referendum over Vlaamse onafhankelijkheid. Want, zo schrijft hij, al die staatshervormingen werden in achterkamertjes beslist en dat is niet democratisch. Zijn conclusie is duidelijk: hier in België gelooft men niet in het laatste woord van de kiezer.
 
Wat hem dwars zit is dat de Vlaams-nationalisten geen rekening houden met de mening van de inwoners van het quote Brussels gewest unquote. “Toch blijven zowel het VB als N-VA aanspraak maken op het Brussels gewest als een deel van Vlaanderen. Daar wringt het schoentje bij het Vlaams Belang en de N-VA: de eerste partij gelooft dat Brussel de hoofdstad zal worden van een onafhankelijk Vlaanderen en de tweede gelooft dat Brussel een gedeelde hoofdstad zal zijn van onafhankelijk Vlaanderen en Wallonië. Beide standpunten weerspiegelen geen enkel realiteitsbesef.”
 
Deze uitspraak – Brussels gewest – is bijzonder veelzeggend. Dat Brussel de hoofdstad is van álle Belgen en Brussel een ‘Hoofdstedelijk’ gewest is, krijgt El Khalfioui net als de Francofonie zelfs niet meer over zijn lippen. Vlaanderen is het buitenland. Men zou dus denken dat hij ook fulmineert tegen de de facto oprichting van een Féderation Wallo-Brux. Hierover werd evenmin de mening van de Brusselaar gevraagd. Niet dus, hoewel hij alvast zou mogen weten dat in dit Francofoon project,  de Brusselse Vlamingen het statuut van allochtonen krijgen; een hooguit tijdelijk ‘beschermde minderheid’. 
 
Zijn realiteitsbesef is in elk geval veel groter dan dat van het VB en N-VA, zo blijkt: “De Brusselaars willen onafhankelijk worden als België ophoudt te bestaan.”

 

 

Windhaan Di Rupo

 

De laatste tijd mogen we ons verheugen over heel veel belangstelling van PS’er Di Rupo voor Vlaanderen. Hij zou zelfs graag opkomen in Vlaanderen. Zijn populariteit in recente polls stijgt hem blijkbaar naar het hoofd.
 
Helaas zit er weinig consistentie in zijn houding. Dat konden we lezen in een bijdrage van professor Hendrik Vuye, nu kandidaat voor N-VA, gepubliceerd in Knack en overgenomen in enkele kranten. Zijn onderzoek laat geen twijfel bestaan over de wispelturigheid van Di Rupo en de PS. Het volstaat om het officieel verslag (hier, blz 17 ev) van zijn maidenspeech in de Kamer van Volksvertegenwoordigers te lezen.
 
Een citaat uit de speech: “'Het samengaan van Vlamingen en Walen, artificieel gerealiseerd in 1831, is na verloop van tijd een heterocliet geheel gebleken, zelfs een explosief geheel. Het is volstrekt nutteloos om het behoud van die eenheid na te streven.
Daarentegen zal de oprichting van een evenwichtig en stabiel federaal of confederaal België beantwoorden aan de verzuchtingen van beide gemeenschappen. Elkeen zal op die manier op een efficiënte wijze voordeel halen uit de culturele en economische verschillen.'
 
Vuye besluit: « Elio Di Rupo, Belgicist 'pour les besoins de la cause socialiste'. De man die nu steevast met een Belgische pin rondloopt en die overal rondbazuint dat België hem alles heeft gegeven. Se non è vero, è ben trovato! En toch schrijven vele opiniemakers dat er met de PS nooit sprake zal zijn van confederalisme. Ze vergeten één ding. De PS is een absolute machtspartij. Indien het de PS goed uitkomt is de PS Belgisch, indien het nog beter uitkomt is de PS wel degelijk confederalistisch. Zelfs Elio Di Rupo!” (nvdr: een hele tijd geleden schreef ook Moureaux in Knack  dat confederalisme de enige mogelijke oplossing was voor het behoud van België). 
 
Windhaan Di Rupo die als eerste het confederaal model bepleit in 1988, voldoet in elk geval om - zonder vooronderzoek - te kunnen aansluiten bij de huidige N-VA. Wanneer hij in Vlaanderen wil opkomen hoeft hij alvast geen eigen partij meer op te richten.
Wel opmerkelijk is dat hij met dergelijke speech weg kwam zonder een reprimande. Wat een verschil met Luc Van den Brande (CD&V) die jaren later (1993) iets gelijkaardigs durfde zeggen en het meteen mocht gaan uitleggen bij koning Boudewijn. Vlamingen zijn blijkbaar al heel lang gevaarlijk voor het Belgisch establishment, het Hof voorop.

Zopas gaf Di Rupo nog een staaltje van zijn ‘wispelturigheid’. In enkele kranten verklaart hij waarom hij weigert het debat aan te gaan met Bart De Wever: “Zo'n debat zou overkomen alsof Bart en ik in competitie zijn voor iets, voor een bepaalde functie (lees het premierschap). Quod non. Het debat moet gaan tussen de partijen en hun voorzitters.”  Toch wel bizar dat hij tegelijk pleit voor een federale kieskring waar hij dan wel de tegenstander zou zijn van De Wever. Mijn conclusie is alvast duidelijk: aan windhanen in Vlaanderen is er geen gebrek. Daar hoeft geen Waalse meer bij te komen.


 

Algemeen Nederlands is van ons


In DS (12/02) pleit schrijver Marc Reugebrink ervoor om het ‘Algemeen Nederlands’ te veroveren op de Hollander die zijn alleenrecht laat gelden. Zijn overtuiging klinkt alvast heel assertief Hollands: “Of dacht u dat Algemeen Nederlands boven de Moerdijk wel door alle tv-presentatoren gesproken wordt?  Daar is het minder erg, zo lijkt het. ‘Hun hebben beter gespeeld’, zegt de gemiddelde voetballer, en hij weet heus wel dat ‘hun’ verkeerd is; het moet ‘hullie’ zijn. ‘Knuffelmarokkaan’ Ali B — recentelijk nog te gast in Café Corsari — moet zijn eerste zin in het AN nog uitspreken. Marco Borsato kan er ook niet veel van. Sowieso hebben alle Amsterdammers een spraakgebrek. En een gehoorprobleem. Een Vlaamse toerist die zijn stinkende best doet er in het AN een Hollandse Nieuwe te bestellen, krijgt antwoord in het Engels en kan naar zijn haring fluiten. Een Groninger overleeft het binnen de Amsterdamse grachtengordel ook niet zonder ondertiteling.”
Een vingerwijzing die ik wel kan smaken: “Het AN behoort blijkbaar aan de Hollanders, en er zijn helaas nog veel te veel Vlamingen die zich daarbij neerleggen en zelfs aan zelfkastijding doen. In plaats van de breedte van onze taal te verdedigen, waarin een venster, een raam en zelfs een vensterraam of glasraam het uitzicht op onze wereld zoveel groter maken. Ik bepleit hier dus niet dat de Vlaming het AN moet loslaten; hij moet het veeleer veroveren op de Hollander die zijn alleenrecht laat gelden. Als we willen dat het Nederlands voor Nederland én Vlaanderen als standaardtaal behouden blijft, dan wordt het tijd dat men ook boven de Moerdijk eens de handen uit de mouwen steekt en leert luisteren naar hoe (wel degelijk ook) hun eigen taal hier klinkt. Voor de duidelijkheid: ik heb het dan niet over de talloze dialecten; ik heb het over ‘Belg. N.’, dat gewoon Nederlands is."

 

 

 

Citaten van de week

 

Rik Van Cauwelaert in DT 15/02: “Tobback gooit rode kabouter in kiesstrijd. Het was de opmerkelijke titel boven een achtergrondstuk op de website van De Tijd. Een rode kabouter die de middenvinger opsteekt naar de gele N-VA-kabouters, het lijkt zowat de laatste toevlucht van de sp.a van voorzitter Bruno Tobback. … Neem nu de groene-energiepolitiek, destijds het pronkstuk in de trofeeënkast van überstrateeg Steve Stevaert, toen die nog God was. Vandaag heeft de elektriciteitsdistributeur Eandis alleen al voor goed 380 miljoen euro groenestroom- en warmtekrachtcertificaten in portefeuille. … De netbeheerders moeten dat papier opkopen en opslaan bij gebrek aan markt voor de groenestroomcertificaten. Die is immers volledig ingestort en dus is dat waardepapier onverkoopbaar. Met als gevolg dat de Vlaamse regering binnenkort verplicht wordt een groot deel zelf op te kopen.
Maar u mag er gif op innemen dat het grootste deel bij de eerstvolgende aanpassing van de elektriciteitsprijs wordt doorgerekend aan de consument. Die is de uiteindelijke dupe van de illusiehandel destijds mee georganiseerd door de groenestroomkabouters rond Steve Stevaert en zijn gulle opvolgers. … Omdat het weinig waarschijnlijk is dat Eandis en Infrax hun certificaten op de markt kunnen slijten, houden insiders er rekening mee dat dat bedrag tegen eind 2015 kan oplopen tot 1,1 miljard euro.
In december onthulde De Tijd dat de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) het totaal van de prijs van de certificaten, die de energieleveranciers en de netbeheerders samen in portefeuille houden, op bijna 2 miljard euro raamt. De miljardenfactuur van de groenestroomcertificaten, die krijgt u na de volgende verkiezing in de bus. Er zijn nog zekerheden."
 
Jan Callebaut in Knack: “Bart De Wever is sinds 2007 enorm gerijpt als politicus. Hij begrijpt dat macht uitoefenen belangrijker is dan gelijk hebben.”
 
Mia Doornaert in DS (over mensenrechten naar aanleiding van de Olympische winterspelen): Degenen die aanvoeren dat vrijheid de stabiliteit en vooruitgang belemmert en dat ze opgedrongen wordt door de buitenwereld en niet gewild wordt door de eigen bevolking, zijn altijd degenen die daar belang bij hebben, schreef Annan. ‘Dat argument wordt nooit aangevoerd door bevolkingen maar door regeringen; nooit door de machtelozen maar door de machthebbers; nooit door de mensen zonder stem maar door degenen wier stem de enige is die gehoord mag worden.’
 
Daniël Termont (meerdere media): “‘Als de N-VA de meerderheid heeft, dan pak ik mijn valies”. Waarop een lezer reageerde met “We zullen je missen Daniël”.
Nog eentje van Termont: “In mijn stad zijn er veel mensen die overdag niet weten waar ze de nacht zullen doorbrengen. Ze weten zelfs niet wat ze straks zullen eten. Maar ze horen dan wel dat anderen 650.000 euro niet genoeg vinden. Ik denk dan: er is nog véél te herverdelen in deze samenleving.” Anders gelezen, hoe kan dat nu na 25 jaar socialistisch beleid in Gent? Het zijn die Roma’s verdomme (zegt hij zelf).
 
Pjotr