04 september 2013

Raadselachtig


MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN

 

Waar N-VA voor staat


 
Nadat de N-VA kopstukken Jan Peumans, Geert Bourgeois en Theo Francken in dS mochten vertellen waar zij voor staan, was het zaterdag (31/08) de beurt aan Siegfried Bracke. Dat de eerste drie eenzelfde lijn trokken en het confederale model vooropstellen als een oplossing voor de sociaal economische problemen, zonder hun droom van een onafhankelijk Vlaanderen te verloochenen, lag in de lijn van de verwachtingen en de partijstatuten. Dat zag de kiezer ook in N-VA: een pragmatische Vlaams-nationale partij die de institutionele hervormingen ziet als een middel om Vlaanderen zijn eigen sociaal-economische boontjes te laten doppen. Wie de opener van de partijstatuten eens aandachtig zou lezen in plaats van te interpreteren naar eigen welbevinden, zou dat al lang moeten weten. Lees even mee: “In haar streven naar een beter bestuur en meer democratie kiest de Nieuw-Vlaamse Alliantie logischerwijs voor de onafhankelijke republiek Vlaanderen, lidstaat van een democratische Europese Unie”. Een duidelijk ‘maatschappelijk streefdoel’ dat men best kan bereiken door baas te zijn in eigen huis, lijkt mij de juiste kwalificatie van dit statement. Wie wil er géén baas zijn in eigen huis?
 
Dit streven naar beter bestuur, in 2010 vertaald als ‘verandering’, bleek aan te slaan bij heel veel mensen die misnoegd zijn over de gang van zaken in dit gecompliceerd land en zo werd N-VA de grootste partij in Vlaanderen en België. VRT-vedette Siegfried Bracke, die erbij gehaald werd om stemmen te halen maar bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen niet echt uit de verf kwam in het rode Gent, is niet iemand die als voormalig socialistisch sympathisant gebeten is door de nationalistische microbe. Sneu voor  Bracke is dat hij door deze ontboezeming riskeert dat zijn eigen tournee “Op café bij Bracke en vrienden” minder geloofwaardig wordt. Gelukkig kreeg hij op dinsdag in dS de kans om met een opiniestukje zijn verwarrende communicatie recht te zetten en klonk het al veel duidelijker: “Als de hefbomen niet naar de Vlamingen willen komen, moeten de Vlamingen maar naar de hefbomen gaan, dat is het idee dat achter mijn sortie van dit weekend zit. (…) Het is een en-en verhaal: sociaal-economisch hervormen gaat hand in hand met confederalisme, met beleid op maat. Het een kan niet zonder het ander”.
 

Politologen lezen het anders


 

Hoogleraar Carl Devos

Wie ben ik om te twijfelen aan het scherpe inzicht van een gereputeerde politoloog als Carl Devos. Maar ik blijf wel een kritische lezer. De stelling van hoogleraar Carl Devos komt hierop neer, dat N-VA beter de kaart trekt van een sociaal-economisch programma en minder op het ‘confederale’ project focust. In een eerdere column ‘Nuttige stemmen’ online bij deredactie.be schrijft Devos: ‘Als de N-VA écht, écht meent dat de staatshervorming maar een middel en niet het doel is, dat het echte doel die sociaaleconomische en andere veranderingen zijn, dan is het logischer dat de partij in januari 2014 een heus welvaartscongres eerder dan een confederalismecongres organiseert’.
 
Daar heb ik twee vragen bij: de eerste is of N-VA een ander sociaal-economisch programma kan schrijven dat echt anders is dan dat van de traditionele partijen en ten tweede is het maar de vraag of N-VA zonder een systeemverandering wel dit programma zou kunnen forceren. Een hele opgave waar de traditionele beleidspartijen de laatste dertig jaar niet in geslaagd zijn: het doorbreken van de taboes en de macht van de PS. Ik vrees dat Carl Devos de beleidscapaciteiten van de traditionele partijen onderschat en die van N-VA overschat. De waarheid is dat de links-rechts tegenstelling nooit een eenvormig beleid heeft mogelijk gemaakt. En laat het nu zo zijn dat die tegenstelling overeenstemt met de communautaire opdeling tussen Vlamingen en Franstaligen, en dan ligt het voor de hand dat elke socio-economische verandering moet gepaard gaan met een andere aanpak op basis van deze regionale verschillen. Wie dus pleit voor een welvaartscongres, zal net zoals de traditionele partijen in het verleden botsen op een socio-economisch NON van de Franstalige socialisten. Het resultaat kan daarom niet anders zijn dan een flauw afkooksel van de eigen inbreng. De vrees is terecht dat ook in sociaal-economische onderhandelingen N-VA evenmin het verschil zal kunnen maken.
 
Ook electoraal is het niet evident. De grote verkiezingsoverwinningen van CD&V kwamen er niet omwille van hun maatschappelijke visie maar enkel wanneer tijdens de verkiezingen CD&V een ‘Vlaamse opstoot’ kende. Daarna volgde helaas telkens een gebrek aan volharding of woordbreuk, waardoor de verkiezingsoverwinning niet resulteerde in de gewenste veranderingen. De appetijtelijke Vlaamse pudding zakte telkens als een mislukte soufflé in elkaar.
 
Waar Carl Devos ongetwijfeld een punt heeft is dat N-VA moet aantonen waarom institutionele hervormingen noodzakelijk zijn om de welvaart van Vlaanderen te verzekeren. Gezien de ingewikkeldheid van de huidige politieke besluitvorming, de geldverslindende particratie, de torenhoge kosten voor het overheidsapparaat en de democratische tekortkomingen, zou dat voor N-VA geen groot probleem mogen zijn. 
 
Welke politieke systeemwijziging nodig is kunnen we afleiden uit een vaststelling van Open VLD kopstuk Karel De Gucht, die de permanente verdeeldheid van de federale regering vergelijkt met een besluiteloze internationale vergadering (dus net alsof er twee  onafhankelijke staten aan tafel zitten). Wanneer men op federaal niveau geen éénduidig beleid kan voeren dan is het beter om die domeinen volledig te decentraliseren. Of dat in een pakket of stapsgewijs gebeurt, maakt weinig uit. Als het maar gebeurt.  Daarvoor moet  N-VA wel deel uitmaken van de regering zodat ze vanuit haar beleidspositie de aanpak kan wijzigen. Te beginnen met de stopzetting van de discussies over wat wij zelf willen doen en de prijs die we daarvoor willen/moeten betalen. Als regeringspartij moet ze voorop gaan in de onderhandelingen over wat we nog samen willen doen. En of dat nu in een confederaal model is ‘à la belge’ (Art 35 invullen) of een confederatie volgens de internationale rechtsregels maakt in het ruimer Europees kader weinig uit.
 
Het grote pijnpunt – waar Carl Devos niets over zegt - blijft echter  de Vlaamse verdeeldheid. Want geen enkele weldenkende democraat  die twijfelt aan de mogelijkheid van een verzamelde Vlaamse politieke wereld om België om te bouwen tot een goed functionerend geheel of totaal uit te kleden, ondanks elke Franstalige weerstand en ondanks de politieke grendels.

 
Professor Bart Maddens


In dS (3/09) vindt Bart Maddens dat Siegfried Bracke gelijk had met zijn uitspraak dat het sociaal-economische voorgaat op het communautaire. Zijn redenering is dat men N-VA na de verkiezingen overal zal buiten bonjouren en dat het dus belangrijk is dat op Vlaams niveau  61 Vlaams-nationale zetels ervoor zorgen dat N-VA incontournable wordt. Zo schrijft hij: “Het komt er dus op aan om het blok van Vlaams-nationale zetels in het Vlaams Parlement zo groot mogelijk te maken. Opschuiven naar het centrum is voor de N-VA dan ook de meest aangewezen strategie. Als de N-VA zich communautair radicaal profileert kan de partij wel zetels inpikken van Vlaams Belang, maar ze zal er ook verliezen aan de traditionele partijen. Op die manier daalt het aantal Vlaams-nationale zetels. Als de N-VA daarentegen naar het centrum verschuift, dan zal ze zetels verliezen aan Vlaams Belang, maar kan ze er bijwinnen bij de traditionele partijen. Het zetelaantal van de N-VA blijft dan constant. Maar het totale aantal Vlaams-nationale zetels neemt toe, en de kans stijgt dat de N-VA onmisbaar wordt in de Vlaamse regering”.
 
Terzijde, mag ik nog eens in herhaling vallen met volgende vraag: kan iemand mij zeggen welk verlies het voor Vlaanderen zou zijn, mochten alle kiezers van het VB stemmen op N-VA?
 
Maddens redenering klopt slechts in zoverre  hij uitgaat van een tweedeling: ofwel gaat N-VA voor het socio-economische en verliest ze VB kiezers of omgekeerd. En in dat geval verkiest Maddens voor de sterkst mogelijke Vlaams-nationale vertegenwoordiging en mag N-VA het VB niet verzwakken. Ik vraag mij af of er onderzoek geweest is dat aantoont dat N-VA met een socio-economisch programma bijkomende kiezers zou kunnen winnen van de traditionele partijen? Ik vraag mij eveneens af of de VB kiezers die in 2010 de overstap maakten naar N-VA dat deden omwille van zijn nationalistisch predikaat of omdat ze de onmacht van het VB beu waren en liever wedden op een winnend paard. Ze deden dat wellicht in de hoop dat N-VA de multiculturele problemen zou aanpakken inclusief de uitholling van het sociale vangnet door de fraude. Ze deden dat echter niet omwille van het socio-economisch programma, vermits de VB kiezers voordien in grote mate socialistische kiezers waren die eerder afgeschrikt worden door een rechtser N-VA programma.    
 
Waar Bart Maddens wel gelijk heeft is dat tijdens de regeringsonderhandelingen de twee aspecten, het socio-economische en het communautaire, mekaar beter niet in de weg staan. Dat blijkt ook dé bezorgdheid te zijn van de N-VA-top. Dat zou kunnen leiden tot principiële ‘confederale afspraken’ zonder dat deze tijdens de regeringsonderhandelingen worden uitgewerkt. Gevaarlijk? Ja, maar mits deze afspraken vooraf publiekelijk bekend gemaakt worden, kunnen ze ook een troef zijn voor N-VA als regeringspartij. Dan heeft ze ook uitzicht op een fundamentele herziening van de Grondwet in 2019.
 
Een centrumrechtse regering zonder de PS aan Franstalige kant, met enkel de steun van Open VLD en MR (maar zonder CD&V wegens een veto van het ACW) is weinig waarschijnlijk. Het is ook maar zeer de vraag of het MR van Didier Reynders een voldoende betrouwbare partner is voor een partij die rechtlijnigheid hoog in het vaandel voert?
 
De conclusie van deze discussie zou kunnen zijn dat, ongeacht de keuze van N-VA, de onderhandelaars uiteindelijk opnieuw terecht zullen komen in een chicken-game.

Citaten van de week


 

Commentaar van Guy Tegenbos in dS: “De overheid gaat op een ongelofelijk slordige manier om met haar managers, en vaak ook met andere personeelsleden. Ook in haar ambtelijke diensten heeft een aantal ambtenaren soms langer dan een jaar ‘hogere functies vervuld’ omdat de regering er maar niet in slaagde politieke overeenstemming te bereiken over de leiding van die diensten. Die zijn daarvoor niet eens betaald.
De overheid zou in die zaken behandeld moeten worden als een gewone werkgever. Als die over de schreef gaat,wordt hij gestraft. En als die mensen benoemt of ontslaat op puur politieke gronden, wordt die zonder pardon veroordeeld voor discriminatie”.
 
Luc Huyse in dS (30/08): De tijd is gekomen om te zoeken naar technieken die de beperkte reikwijdte van verkiezingen kunnen compenseren. Die de burger promoveren van citoyen électeur tot citoyen controleur, zoals de Franse historicus Pierre Rosanvallon bepleit. Er circuleren momenteel vele voorstellen en hier en daar zijn projecten al volop in uitvoering, teveel om hier te bespreken. Dat gebeurt binnenkort wel in een nieuw boek van David Van Reybrouck. Maar de grootste uitdaging is er voor te zorgen dat wat, met dank aan Tina, van de kiezers is gestolen hen terug te geven. Dat zal niet gemakkelijk gaan. Maar er is ook goed nieuws. Alle onderzoek dat bericht over het groeiende wantrouwen van kiezers toont ook dat zij nog steeds geloven in de toegevoegde waarde van de democratie. Noem ze geen verzuurde burgers, maar gefrustreerde democraten. Laat ons de komende maanden ook debatteren over de toekomst van de verkiezingen. Anders gelezen kunnen we alvast ervoor zorgen dat elke stem evenveel waard is en blanco stemmen ook een betekenis krijgen.
 
Rik Van Cauwelaert in De Tijd: “U was het wellicht al vergeten, maar dat Kringloopfonds, opgericht in 2003, was ook een project van de ondernemende Johan Vande Lanotte, toen vicepremier in paars I en minister van Begroting en Overheidsbedrijven. Hij werd enthousiast gesteund door Els Van Weert, toenmalig staatssecretaris van Duurzame Ontwikkeling van Spirit.
Het Kringloopfonds, dat investeringen in de sociale economie zou stimuleren, haalde via een obligatielening 75 miljoen euro op. Een volkslening, als het ware. Amper zes jaar later ging het fonds in vereffening. (…) Het Kringloopfonds fungeerde als een doorschuifluik voor organisaties uit het bevriende en politiek vertakte middenveld. Via Sowescom, een loot van de Waalse Gewestelijke Investeringsmaatschappij, beschikte de Waalse regering bij het Kringloopfonds over een kredietlijn van om en bij 12 miljoen euro. Al vrij snel ondervonden de bestuurders van het Kringloopfonds de grootste moeite om het midden te vinden tussen ethiek en rentabiliteit. Met de goedkeuring van de politiek benoemde bestuurders stapten zij zonder omkijken in gevaarlijke gestructureerde beleggingen aangeboden door KBC Financial Products en Dexia Asset Management. De financiële crisis haalde de beleggingen onderuit. Met als gevolg dat finaal een banklening, met staatswaarborg, moest worden aangegaan om de obligatiehouders terug te betalen. Voor de financiering van de vereffening van de coöperatieve vennootschap, die nog tot 2029 zal aanslepen, kende de Belgische overheid nog eens een lening toe van 26,9 miljoen euro en werd de spons gehaald over het verlies van 18,6 miljoen euro op de gestructureerde KBC-producten.
Welke precies de bijdrage was van het Kringloopfonds aan de sociale economie, dat blijft tot vandaag erg onduidelijk. Voor 2008 is er zelfs geen jaarverslag van de investeringsactiviteiten beschikbaar. Wel duidelijk is dat geen van de fondsverantwoordelijken door de voogdijministers ernstig tot de orde werd geroepen. Gewezen directeur Jan Depoortere werkt nu voor Triodos Bank, ooit een bevoorrechte partner van het Kringloopfonds. De voorzitter van het Kringloopfonds, Guy Hendrix, een geroutineerde veteraan van de sp.a- en PS-kabinetten van Johan Vande Lanotte, Bruno Tuybens en Paul Magnette, is vandaag aan de slag bij Infrabel, een filiaal van de NMBS Holding.
En zo wordt de eerste regel van de Belgische politiek gerespecteerd: niemand verliest zijn job. Want het systeem moet blijven draaien. En dat heeft een prijs, te betalen door een dankbare bevolking”.
Anders gelezen vraag ik mij af waarom zo weinig journalisten de moed hebben om de pijnpunten van dit België bloot te leggen en de verantwoordelijken om uitleg te vragen? Zijn ze medeplichtig of onbekwaam?

Pjotr

01 september 2013

Massavernietigingswapens


MEDIA EN POLITIEK   ANDERS GELEZEN


 
Het recente gebruik van chemische wapens in Syrië wekte de woede van de Westerse democratieën. Dat kon men niet ongestraft laten. Terecht, maar ook een beetje hypocriet.
 
De kunst van de oorlogsvoering heeft grote hoogten bereikt. Het gevecht, man-tegen-man, vergde veel moed en was niet efficiënt. Dank zij de introductie van  kleine en later zwaardere vuurwapens werd het veel gemakkelijker. Men doodde vanop afstand en de eigen risico’s werden steeds kleiner, zodat het ook minder moed vergde. Het is de natte droom, die aan de basis ligt van de wapenwedloop, om ooit hét wapen te bezitten waartegen geen enkele vijand opgewassen is. Invincible, onoverwinnelijk als ultieme doel van elke potentaat en een bron van gigantische inkomsten voor de oorlogsindustrie. Onuitputtelijk zolang er argumenten zijn of gevonden worden om die wapens ook effectief te gebruiken.
 
Voor ons is de Eerste Wereldoorlog het ijkpunt voor het gebruik van chemische wapens (Yperiet). Maar dat was niet de echte doorbraak van de massavernietigingswapens. Het gebruik ervan leverde ook geen beslissend voordeel op omdat de middelen om dit gas in voldoende hoge concentraties in vijandelijke rangen te droppen te beperkt waren en zeer snel (rudimentaire) beschermingsmiddelen beschikbaar werden.
 
Door de ontwikkeling van het nucleaire wapen werd de wapenwedloop een heel stuk gevaarlijker. Dat weten vooral de Amerikanen, die als eersten en enigen dit massavernietigingswapen inzetten (Hiroshima op 6 augustus 1945, Nagasaki op 9 augustus). Dat andere landen zich eveneens verzekerden van dit ultieme wapen is de logica zelve van een wapenwedloop en het is al even logisch dat zodra een land beschikt over dit wapen het meteen een grote tegenstander is van verdere proliferatie. Immers, hoe minder landen erover beschikken, hoe groter hun afschrikking.
 
Waar we nooit bij stilstaan is dat deze wapens de kloof tussen de haves and have-nots onoverkomelijk maakten en dat dit als onrechtvaardig ervaren werd en ook is. Niemand heeft recht op absolute dominantie en het is een voldoende reden voor  landen die zich dergelijk wapen niet kunnen permitteren, om alternatieven te zoeken en te vinden: chemische wapens, weleens de massavernietigingswapens van de armen genoemd.
 
Vooral de vroegere Sovjet-Unie bouwde een omvangrijke chemische capaciteit op (voornamelijk neurotoxische agentia, Sarin en Soman). Maar ook de Verenigde Staten lieten zich niet onbetuigd (onder andere VX) en verfijnden in de jaren zeventig de technologie zelfs zodanig dat ze in een ‘oogverblindende show’ lieten weten dat ze hun oude stocks aan chemische munitie zouden vernietigen. Wat ze er niet bij vertelden was dat ze ondertussen een nieuwe generatie  chemische wapens ontwikkelden, de ‘binaire wapens’ bestaande uit twee niet-toxische agentia die slechts na lancering een dodelijke cocktail werden. Op die manier werden ook de beperkingen op de stockering van toxische agentia omzeild. Ondertussen zijn deze wapens alweer voorbijgestreefd dank zij een andere evolutie: de ‘war by computer’. Maar ook deze nieuwe evolutie veroorzaakt eenzelfde  frustratie bij de tegenstander, want de aanvaller zit ver weg en ‘untouchable’ achter een scherm. Een  kop koffie binnen handbereik.
 
Het grote verschil tussen nucleaire en chemische wapens is dat de eersten een strategische slag kunnen toebrengen aan de vijand, terwijl chemische wapens enkel een plaatselijke overwinning kunnen forceren. Maar ethisch worden ze toch in dezelfde categorie ondergebracht: massavernietigend. Daar valt nochtans over te discussiëren en het verschil voor een slachtoffer dat door een chemisch wapen, een brandbom of een splinterbom sterft, is al helemaal niet relevant. Maar voor de landen die beschikken over nucleaire wapens zijn andere landen (en terroristische organisaties) met een chemische capaciteit wel een bedreiging. Men mag dus bij zoveel verontwaardiging niet voorbijgaan aan het eigenbelang van de Westerse democratieën die toevallig ook allemaal nucleaire wapens bezitten. Vooral niet omdat ze tot op heden nooit verklaarden dat het enkel om te spelen is en niemand zich bedreigd hoeft te voelen. Zou het verschil in reactie tussen Duitsland en Frankrijk hierdoor niet te verklaren zijn?
 
Deze bijdrage verscheen eveneens in BRON:
http://de-bron.org/content/massavernietigingswapens 

Pjotr

 

28 augustus 2013

Het geld van een gesloten regime





MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN


 
De particratie leidt steeds sterker tot een gesloten regime en klinkt steeds minder als de stem van het volk. De partijfinanciering die ze dient te beschermen tegen lobbygroepen, maakt ze zelf tot lobbygroepen.
Bij het lezen van politoloog Bart Maddens die schreef dat de politieke partijen een grotere waarde toekenden aan de kiezer (Knack online 23/08),  maakte ik van vreugde een salto. Onderweg besefte ik helaas dat het niet klopte en de landing was nogal onzacht. In plaats van 1,49 euro zijn wij, kiezers, voortaan wel 2,99 euro waard, maar dat dient enkel voor de financiering van de politieke partijen.  Dat had ik dus te laat door. Deze nieuwe regeling moet het toenemend gemis aan maatschappelijk draagvlak blijven compenseren. Dat de regering Di Rupo  hiermee nog maar eens haar gebrek aan empathie voor de kiezer etaleert, stoort haar niet. Zo min als de ecologisten (+ Groen/Ecolo) die zich presenteren als de waterdragers van een regering waar zij zelf geen deel van uitmaken. Ook zij worden beloond met klinkende munt.
 

Geen lobbygroepen meer


 
Terugblikkend zijn we niet vergeten dat de publieke financiering bedoeld was om politieke partijen te behoeden voor een te grote afhankelijkheid van lobbygroepen die hun eigen belangen verdedigen. De mantra luidde toen dat de partijen met het geld van de belastingbetaler op zak meer geneigd zouden zijn om het algemeen belang te dienen.  Ondertussen hebben we hier enige ervaring mee  opgedaan: de financiering is een succes (voor de partijen), het algemeen belang dienen lijkt een moeilijker oefening te zijn.
 
In België is de politieke onafhankelijkheid van lobbygroepen inderdaad een misplaatste grap. Immers, de politieke wereld heeft zélf de lobbygroepen formeel ingesteld – het zogeheten middenveld - en ze de macht gegeven om in zijn plaats het beleid te bepalen voor de meest cruciale aspecten van een mensenleven: de gezondheid, de sociale omgeving en de tewerkstelling. De partijen hebben zich daarenboven met deze spelers geassocieerd en echte apolitieke spelers worden geweerd, want ze zouden hun macht alleen maar afremmen.
 
Zelfs Bart Brinckman omschrijft in dS (26/08) dit dieperliggend probleem als volgt: “Voorlopig blijven partijen noodzakelijk om de democratie te laten functioneren. Maar politieke wetenschappers vinden al langer dat de financieringswijze hen bevrijdt van een maatschappelijke verankering. Partijen krijgen voor zowat 90 procent hun geld van de staat. Het comfortabel eten uit de staatsruif maakt lui. De opkomstplicht, die partijen ontslaat van de moeite om kiezers te overtuigen een stem uit te brengen, versterkt dit”.
 
De publieke financiering had nog een ander voordeel voor de politieke partijen: terwijl lobbyisten vooral de verkiezingen sponsorden (en dat discreter nog altijd doen), hebben de partijen via de publieke financiering zich meteen ook verzekerd van de nodige geldelijke middelen om hun dagelijkse werking te betalen. Zo groeiden ze uit tot echte zelfstandige bedrijven. Terwijl men zou denken dat politieke ondernemers hun medewerkers beter behandelen dan die ‘op winst beluste’ ondernemers, gebeurt net het omgekeerde. De ultieme kick van toppolitici blijkt ‘het maken of kraken van carrières’ te zijn. De partijen evolueren steeds meer naar dynastieën met erfelijke opvolging en partijslaven waarvan het gelukkige deel de Kamer en de Senaat mag vullen. De minder gelukkigen worden zoet gehouden met even partijafhankelijk werk op de achtergrond, in studiediensten of mantelorganisaties. Zulk een invulling van de particratie leidt niet tot een open samenleving, maar tot een gesloten systeem. Zo worden partijen zelf lobbygroepen met een buitenissig grote macht.
 

Iedereen niet inbegrepen


 

Wouter Beke wond er zelfs geen doekjes om: de fractiemedewerkers van de senaat werken eigenlijk voor de partij en dus moet de vergoeding blijven bestaan ook al zijn die medewerkers niet meer nodig voor het 'senaatswerk'. Hiermee zegt Wouter Beke ‘en passant’ dat de partij zich in de plaats stelt van de verkozenen en dus van het algemeen belang. Innesto! Iedereen inbegrepen, tenminste als het om de partijinkomsten gaat. Voor wie het nog niet zou weten: 'Inesto' is geen nieuwe oploskoffie maar een nieuwe manier om de partijkas te spijzen.
 
Bart Brinckman schrijft hierover: “Dat partijen fractiemedewerkers zonder verpinken beschouwen als ‘eigen personeel’ versterkt het beeld van een particratie waarbij almachtige leiders carrières maken en kraken. Hoeft het dan te verbazen dat de slagkracht van de volksvertegenwoordiging ten aanzien van de regering enkel afneemt?”
 
Wat we ondertussen wel weten is dat onder meer de studiediensten van de politieke partijen veel geld kosten maar enkel het partijbelang dienen. Want als we even aannemen dat ze het algemeen belang zouden dienen, dan ligt het toch voor de hand om ze allemaal samen te zetten en er een forse publieke studiedienst van te maken die alle kennis verzamelt en op een transparante manier iedere ‘verkozene’ (en het publiek) kan voorzien van alle gevraagde informatie. Zou dat niet in het belang zijn van de parlementaire democratie?  
 
Als het evenwel een stap te ver is om te beweren dat politieke partijen zelfbedieningszaken zijn, dan hadden de voorzitters van de partijen die deze nieuwe regeling willen erdoor duwen ten minste de moeite kunnen doen om de kiezers uit te leggen hoe ze met die acht miljoen euro extra, ook beter het algemeen belang zullen dienen. Dat ze in het Canvasdebat (Terzake 27/08) weigerden hun standpunt te verdedigen spreekt voor zich. Een duidelijker gebrek aan empathie voor de kiezers is nauwelijks mogelijk.

Deze bijdrage verscheen eveneens in Bron: http://de-bron.org/content/het-geld-van-een-gesloten-regime

 

Citaten van de week


 
The Guardian-hoofdredacteur Alan Rusbridger in een interview met Der Spiegel (overgenomen door dS): “Het gros van de Britten heeft geen idee waar het afsluiterschandaal waar The Guardian al drie maanden over schrijft precies om draait. (…) Ik heb de indruk dat men zich in de VS en de rest van Europa meer zorgen maakt. Om de impact van het schandaal te beseffen moet je wel wat interesse in de digitale wereld hebben, maar de Britten kunnen zich niet voorstellen dat de politie hun huizen binnenvalt, terwijl ze in feite al binnen zijn.’
Jef Lambrecht (oud VRT medewerker en Midden Oosten kenner in DM, 28/08)): “Op 18 april verontschuldigde de Britse krant Daily Mail zich bij haar lezers voor een bericht dat op het internet circuleerde en op 29 januari was verschenen. Daarin stond wat een Duitse hacker had aangetroffen in een mailbox van het Britse defensiebedrijf Britam. Eind december vorig jaar vroeg een directeur van het bedrijf intern advies over een aantrekkelijk maar schokkend verzoek. Qatar had een exorbitante som veil voor een chemisch wapen dat er moest uitzien als kwam het uit de Syrische arsenalen.

Daarmee zouden de rebellen Assad op het gepaste moment in verlegenheid brengen en zorgen voor een casus belli die Obama over zijn roemruchte rode streep zou trekken. Het is een duistere pagina uit de informatieoorlog die het Syrisch conflict ook is. Of het om een vervalsing ging, zoals de Daily Mail enkele maanden later schreef, doet er weinig toe. Dat het bericht überhaupt verscheen in de tweede krant van het Verenigd Koninkrijk en nu alleen nog 'in cache' leesbaar is, zegt genoeg. Tegenwoordig wordt met ongewenst mediagedrag in Albion desnoods door de eerste minister zelf afgerekend. (…) De oorlogstrom wordt met ongeduld geluid, zonder dat bewijs op tafel komt. Wat Assad met zijn imagoprobleem bij een wraakroepende provocatie te winnen had, blijft een mysterie. Indien er zelfs maar een zweem van een schijn van kans zou zijn dat het gifgasincident veroorzaakt is door pakweg al-Nusra, dan speelt een interventie in de kaart van de vijand die we sinds 11 september 2001 duchten als geen ander.
Dat de terroristen in Syrië interesse hebben voor chemische wapens weten we sinds indiscreties van VN-onderzoekster Carla Del Ponte. Grote voorraden zijn aangetroffen in de arsenalen van wijlen Kadhafi in Libië, dat de opstand in Syrië met alle middelen steunt. (…) Ook als de terroristen er niets mee te maken hebben, komt een aanval vooral hen goed uit. Alleen nog met hun hulp, of liever onder hun leiding, kan Assad op de knieën worden gedwongen. Ze kunnen een steuntje gebruiken, want sinds ze zijn verdreven uit hun bolwerk al-Qusayr staat Assad er steeds beter voor.
Toen landden de inspecteurs om gerapporteerde gifgasincidenten te onderzoeken en werden prompt getrakteerd op een superaanslag. Welk belang had Assad daar bij? Anders gelezen: ooit zei een Kroatische defensieattaché mij, ‘als je niet moet , blijf dan weg uit de Balkan’. Wellicht is deze uitspraak ook waar voor het Midden Oosten. Maar als er dan toch een winnaar is, dan wel de wapenindustrie. Het is stilaan tijd dat de oorlogsstocks nog eens hun nut bewijzen.

Pjotr

 

 

 


21 augustus 2013

Leiderschap en respect


MEDIA EN POLITIEK  ANDER GELEZEN


 
De politieke besluitvorming getuigt soms van te weinig leiderschap en een gebrek aan respect. Oorzaken zijn een paternalistische visie op de besluitvorming en een gebrek aan standvastigheid.

Het Oosterweel dossier


 
Een overleden succesvol Vlaams industrieel leerde zijn erfgename één regel: eenmaal een beslissing genomen is, blijf er bij. Precies omdat die gulden regel niet gevolgd werd, draaide het Oosterweeldossier hopeloos in de soep, met als gevolg een aanslepend verkeersinfarct rond Antwerpen, een oplopend prijsplaatje voor de Vlaamse Gemeenschap, en grote milieuschade.
 
Wanneer we alle gekende elementen op een rij zetten, dan komen we tot de vaststelling dat er in het Oosterweeldossier drie opeenvolgende blunders werden begaan. (1) Zonder een degelijke voorafgaande studie of inbreng van onderuit, werd gekozen voor een ‘monumentale’ brug. (2) De integratie van  een voor de hand liggende deeloplossing – de verbinding van de Liefkeshoektunnel met de E17 richting Gent - werd gekelderd om irrationele (lees: electorale) redenen. (3) Het gebrek aan politieke standvastigheid heeft tenslotte ervoor gezorgd dat er geen goede kant meer zit aan dit dossier, ongeacht de keuze die men ooit zal moeten maken.
 
Vlaanderen met zijn talrijke kleine en middelgrote ondernemingen is gepokt en gemazeld om snel op de bal te spelen. Zelfs in Nederland stelt men deze ‘voortvarendheid’ op prijs (dixit een Vlaamse CEO in Nederlandse dienst). Dit dynamisch ondernemerschap bracht Vlaanderen welvaart en wie niet de juiste beslissing nam draaide zelf op voor het fiasco. Megalomane  projecten – waarvan de impact vooraf nooit volledig kan voorzien worden – zijn verschillend, want meestal het idee van één man/vrouw die steun zoekt bij een select kransje gelijkgestemden of financiers. Het leverde prachtige monumenten op maar evenzeer groteske miskleunen.
 
Wanneer de beslissingen echter niet door ondernemers maar door politieke tenoren worden genomen, spelen twee andere factoren een doorslaggevende rol. Een politicus riskeert niet zijn eigen geld. Megalomane politieke projecten houden daarom minder risico’s in voor de bedenkers. Daarnaast is er de impact van een project op het kiesgedrag, waardoor niet enkel objectieve criteria een rol spelen.
 
In het Oosterweeldossier is dat alvast het geval geweest. De monumentale brug was naar verluidt het idee van de liberale provinciegouverneur Camille Paulus, die de brug zag als een cadeau aan de stad. Hij was, volgens een naaste medewerker, overtuigd dat een brug de goedkoopste oplossing was en een ‘landmark’ het imago van een mooie stad  zou versterken. Hadden niet alle grote steden aan een stroom een schitterende brug? Maar zonder degelijke studie werd het een brug te ver.
 
Een tweede beslissing was om géén verbinding te realiseren tussen de Liefkenshoektunnel en de E17 richting Gent, alhoewel dat voor de hand lag. Dat was de ‘verdienste’ van de burgemeester van Sint-Niklaas, Freddy Willockx, die ‘zijn’ stad van de overlast wilde vrijwaren. Hij werd gesteund door burgemeester Antoine Denert van Kruibeke die reeds alle kleuren van de regenboog omarmde. Het Nimby syndroom in plaats van leiderschap.
 
De doodsteek voor het initiële project kwam er toen de socialistische partij, die vanaf het begin het brugproject steunde, een bocht nam van 180°. Toenmalig burgemeester van Antwerpen, Patrick Janssens, besefte dat het lokale verzet zijn toekomst als burgemeester dreigde te hypothekeren en dat was voldoende reden voor de SP.A om haar gegeven woord in de Vlaamse regering op te zeggen. Eigenbelang in plaats van verantwoordelijkheid. Het heeft Janssens niet geholpen om zijn blazoen voldoende op te poetsen.
 
Deze drie cruciale beslissingen – een keuze voor de brug zonder studie, het veto van Sint-Niklaas en de bocht van SP.A – hebben dit dossier vakkundig in de soep gedraaid. De kosten zijn voor later en (vooral) voor anderen. Waar zouden we vandaag staan mocht de ene burgemeester wat meer oog gehad hebben voor het dagelijkse fileleed van tienduizenden weggebruikers rondom een andere stad dan de zijne, en de andere leiderschap en standvastigheid getoond had in een dossier dat voor zijn stad zo belangrijk was en is? Zonder enige twijfel zaten we nu met een project in uitvoering en tijd betekent ook in dit dossier zeer veel geld.
Dit artikel verscheen eveneens in BRON: http://de-bron.org/content/iedere-haan-wil-zijn-eigen-oosterweel

 

Het militaire Airbus dossier


 
Heel wat commentatoren vinden dat het Europa mangelt aan een democratische besluitvorming. Minder bekend is dat sommige Europese ‘paradepaardjes’, zoals het Europese luchtvaartproject met onder meer het militaire Airbus-programma, A400M, een voorbeeld zijn van heel veel paternalistisch nationalisme.
 
Terwijl de Europese commissie streng toekijkt of firma’s zich wel houden aan de concurrentieregels wordt op het hoogste niveau – dat van de regeringsleiders – beslist om een mastodontproject, de Airbus 400 Militaire versie (A400M), zonder concurrentie toe te kennen aan de grote landen, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. Frankrijk is hoofdondernemer voor de cockpit, Duitsland voor het rompgedeelte en Groot-Brittannië voor de vleugels. Samen vormen ze dan nog een ‘Europees’ consortium voor het motorgedeelte. Voor de andere landen die vanaf de aanvang meededen, waaronder België en Spanje en dus dezelfde risico’s namen, bleef er nauwelijks iets over. Spanje eiste en kreeg economische compensaties (een productielijn in Sevilla) maar, hoe onbegrijpelijk het ook klinkt, België eiste geen industriële return, een vorm van rechtstreekse compensatie en kreeg dus beduidend minder dan mocht verhoopt worden en, toevallig of niet, vooral Vlaamse bedrijven benadeelde.   De defensieminister belast met dit dossier, André Flahaut,  was reeds tevreden met enkele subcontracten die allemaal gingen naar ondernemingen van de groep Belairbus (Sonaca, Sabca, Asco en Barco). Zij kregen kleinere contracten toegeworpen van de hoofdaannemers, behalve de Barco, dat geen contract kreeg van de Franse hoofdaannemer voor de cockpit. Volgens een ingewijde hadden ze in een competitie ongetwijfeld het contract gewonnen maar  ze verloren om ‘politieke redenen’ van de Franse Thales-groep (dat ook in Tubize, Herstal, Charleroi en Brussel vestigingen heeft). De ‘Board of Directors’ van Thales leest zeer Frans: Jean-Bernard Lévy, Chairman and Chief Executive Officer of Thales; David Azéma, General Manager of the French Government Shareholding Agency (APE); Charles Edelstenne, Chief Executive Officer of Groupe Industriel Marcel Dassault; Yannick d'Escatha, Advisor to the Chairman of EDF (Electricité de France).
 
Voor de ‘Belgische’ defensieminister Flahaut was deze slechte deal voor Vlaamse bedrijven duidelijk geen probleem. Maar er was meer: Deze deal was helemaal niet naar de zin van de Vlaamse regering en  minister voor economie, Fientje Moerman, Open VLD, drong destijds aan om meer Vlaamse firma’s kansen te geven. Het verhaal wordt helemaal vreemd toen bleek dat partijgenoot en eerste minister Guy Verhofstadt (die het dossier doorgaf aan Flahaut) deze Vlaamse verzuchting negeerde (saboteerden volgens een ingewijde). Werd gehengeld naar een andere ‘compensatie’? Niemand die dat hardop durft te zeggen, maar wat we wel met zekerheid weten is dat in dezelfde periode, eerste minister Guy Verhofstadt zich aan het warm lopen was om voorzitter te worden van de Europese Commissie.
 
Het dossier is ondertussen een ‘oude koe’ geworden maar wordt binnenkort opnieuw geserveerd, nu andere landen hun oorspronkelijke bestelling willen doorverkopen aan derden. Daar zal België, zonder de rechtmatige economische return, weinig aan verdienen waardoor het van alle deelnemende landen, de duurste prijs zal betalen. Voor een vliegtuig waar zelfs militaire piloten met een lange ervaring ook technische vragen bij stellen. Reeds enige tijd geleden verklaarde toenmalig generaal-majoor vlieger en FLAG Managing Director, Karel Vervoort, het volgend: “Vlaanderen betaalt grotendeels de factuur, en heeft in dit programma minder dan 30% van de totale economische return. Ook België in zijn geheel kreeg niet toegewezen waar het recht op had. Als FLAG Managing Director heb ik dan ook altijd openlijk verkondigd dat dit het slechtst beheerde militaire programma is van die afmetingen dat België ooit aangegaan is”.
 
Een ander militair dossier, de vervanging van de gevechtsvliegtuigen F16 door de Amerikaanse JSF/ F35, dreigt zelfs onbetaalbaar te worden. Ook hier gonst het binnenskamers van keuzes die niets met leiderschap te maken hebben maar eerder met persoonlijke voorkeuren. Wordt ongetwijfeld vervolgd.  
Dit artikel verscheen ook in BRON : http://de-bron.org/content/airbus-400m-als-een-politieke-koehandel 
 

Het Brussels migrantendossier


  
Getuigt het immigratiebeleid van enig leiderschap?  Dat Maggie De Block, federaal minister, zonder al te veel tegenwind het beleid kon ombuigen bewijst hoe wankel de basis was voor het gevoerde beleid van haar voorgangers. Partijpolitieke (electorale) berekeningen hebben de aanpak van dit dossier van in het begin – de periode van Paars met Open VLD en de socialisten in de regering – totaal verziekt. De verhalen van sociale fraude die ondertussen via het web de ronde doen zijn even zovele getuigenissen van dit lakse beleid. Een beleid dat als onrechtvaardig ervaren wordt en zorgt voor frustraties bij een groeiend deel van de bevolking, terwijl de progressieve politieke en culturele elite  doofstom bleef voor de misbruiken. Het is onvoorstelbaar dat niemand, ook niet van de rechtse meerderheid, hier kordaat durfde tegenin te gaan. Vooral de situatie in Brussel vraagt om een andere aanpak. Al was het maar omdat de spillover naar gans Vlaams Brabant zorgt voor diepsnijdende maatschappelijke breuklijnen. Maar in Brussel zijn van oudsher de Franstalige socialisten aan de macht en immigranten betekende in de eerste plaats nieuw bloed voor de partij. Ondertussen is de situatie echter ook voor het trouwe socialistische electoraat een doorn in het oog en dat was voldoende om Maggie De Block enige beleidsruimte te geven.
 
Aan het migrantendossier in Brussel is er nog een ander aspect. Nadat de Franstalige bourgeoisie erin slaagde om de stad te verfransen, dreigen ze de stad nu te verliezen door het binnenhalen van een paard van Troje: een omvangrijke groep ongeschoolde allochtonen die in grote meerderheid slechts een beetje Frans spreken en hun eigen moedertaal koesteren. Ongeschoold en taalonkundig heeft deze groep zich helemaal niet geïntegreerd en ze zijn helemaal geen ‘Brusselaars’ geworden. Zo werd Brussel een multiculturele stad zonder huistaal en zonder identiteit. Dit leidde tot een maatschappelijke verbrokkeling waar velen naast blijven kijken. Niet zo, de   scherpe observatoren, zoals de fervente Brusselaar en filosoof-econoom Philippe Van Parijs. Hij wil Brussel doen herrijzen via een   nieuwe (kunstmatige) Brusselse identiteit. Deze denkpiste – waarbij de identiteit van een nationale hoofdstad wordt begraven ten voordele van een nieuwe nationaliteit, zonder bevoogding van de nationale gemeenschappen maar wel met hun geldelijke steun, is nogal hoog gegrepen en niet gespeend van enige hoogmoed, maar ook dat is wellicht onderdeel van de Brusselse identiteit.
 
Ondertussen staan we nog altijd zonder een kordaat federaal beleid dat rekening houdt met de eigen taaldiversiteit. OM Belg te worden volstaat het één landstaal te kennen, ook als men wil gaan wonen in het landsgedeelte met een andere (niet-gekende) officiële taal. Zo hopen de Franstaligen ongetwijfeld om de invloed van het Frans in Vlaanderen te versterken. Het wordt nog erger nu de Europese Unie besliste dat immigranten slechts één landstaal moeten kennen. Deze beslissing is voor een land als België niet enkel een negatie van de grondwettelijke gelijkheid van de twee landstalen, maar benadeelt vooral Vlaanderen vermits de overgrote meerderheid van de immigranten geen Nederlands kennen. Zouden de Europese wettenmakers misschien vergeten zijn dat Europa altijd de (taal)diversiteit in Europa wil koesteren? Of willen ze misschien met deze maatregel een steuntje geven aan zij die willen dat Vlaanderen een eigen land wordt?
 
Voor de Vlaamse regeringspartijen die al decennialang de macht monopoliseren, blijkt uit dit dossier vooral laksheid in plaats van leiderschap en respect voor de eigen cultuur. Een volk zonder leiders, schreef Joost Ballegeer ooit. Mag ik daar aan toevoegen, ‘een elite zonder taal en cultuur’.
 

Citaten van de week


 

Rudy Demotte, PS, in DH: “Si le nationalisme wallon est l'expression d'une réalité, celle d'un "peuple uni", il ne se construirait pas par opposition à l'autre et ne serait dès lors pas un terme péjoratif. "Cet esprit est un esprit d’une brique dans un mur. C’est une pièce qui consolide finalement l’ensemble", poursuit-il. 
La version wallonne contraste avec son pendant flamand. Ce dernier est l'expression du "repli", caractérisé par "le rejet de l''autre" et "est devenu une espèce de venin pour la Belgique", analyse Rudy Demotte ». Anders gelezen, is het nogal wiedes dat het Waals nationalisme België niet weg wil. Benieuwd wat hij zou zeggen de dag dat Wallonië Vlaanderen zou moeten helpen. Ik denk dat we binnen de korste keren allemaal Frans moeten spreken; his masters voice.
 
Prof Hendrik Vuye in dS: “In aanloop naar verkiezingszondag zal men de Vlaamse kiezer de stuipen op het lijf jagen. De financiële markten – lees: de geniale topbankiers die aan de basis liggen van de crisis – willen geen avonturen. We kunnen ‘dit land’ niet ‘opnieuw’ gedurende ‘541 dagen blokkeren’. Helaas, dit land is permanent geblokkeerd. Wie geen nieuwe staatshervorming wil in 2014, wil deze blokkering bestendigen. Dit is een waarheid die men aan de kiezer verzwijgt.” Het volledig artikel vindt u op http://www.standaard.be/plus/ochtend/35   
 
Johan Vande Lanotte in De Tijd: “‘De NMBS mag voor mij geleid worden door iemand die geen enkele binding heeft met onze partij, op voorwaarde dat het een bekwame kandidaat is met een visie die aanleunt bij de onze. En dat mag een liberaal zijn.” Anders gelezen,ook liberalen kunnen goede socialisten zijn. Maak er dan één partij van dan kunnen ze misschien minder met een gespleten tong spreken.
 
dS zaterdagkrant gesprek met psycholoog Wouter Duyck : De opiniepagina’s staan toch open voor wetenschappers? “Wel, ook daar valt iets over te zeggen. Er verschijnen te veel stukken van academici die niet gebaseerd zijn op onderzoek dat is gepubliceerd in een vaktijdschrift. Het is geen goede zaak dat wetenschappers zomaar iets beweren in opiniestukken, zonder zich te baseren op degelijk onderzoek.’
Nee, laat dat maar aan journalisten over. “Die mogen dat van mij. Maar voor wetenschappers ligt de lat hoger. Op den duur denken politici en lezers: “Och, voor elke wetenschapper die A beweert, vind je er wel een die B zegt.” En dan houdt men op den duur géén rekening meer met wetenschappers. Terwijl het beleid zich net veel vaker en beter zou moeten laten adviseren door academici.’
 
Rik Van Cauwelaert in De Tijd (over vriendjeskapitalisme):
 “Het is sinds Montesquieu bekend dat een slechte wet de wetgever verplicht tot het maken van tal van andere, vaak even slechte wetten om de kwalijke gevolgen van de slechte wet weg te werken, in de hoop alsnog het beoogde doel te bereiken. De schuldenberg van ruim 100 procent van het bbp illustreert de natuurlijke aanleg van Belgische regeringen tot het maken van slechte wetten.” Volledig artikel ter lezen via de  link http://krant.tijd.be/#detail/9389513

Pjotr