01 september 2013

Massavernietigingswapens


MEDIA EN POLITIEK   ANDERS GELEZEN


 
Het recente gebruik van chemische wapens in Syrië wekte de woede van de Westerse democratieën. Dat kon men niet ongestraft laten. Terecht, maar ook een beetje hypocriet.
 
De kunst van de oorlogsvoering heeft grote hoogten bereikt. Het gevecht, man-tegen-man, vergde veel moed en was niet efficiënt. Dank zij de introductie van  kleine en later zwaardere vuurwapens werd het veel gemakkelijker. Men doodde vanop afstand en de eigen risico’s werden steeds kleiner, zodat het ook minder moed vergde. Het is de natte droom, die aan de basis ligt van de wapenwedloop, om ooit hét wapen te bezitten waartegen geen enkele vijand opgewassen is. Invincible, onoverwinnelijk als ultieme doel van elke potentaat en een bron van gigantische inkomsten voor de oorlogsindustrie. Onuitputtelijk zolang er argumenten zijn of gevonden worden om die wapens ook effectief te gebruiken.
 
Voor ons is de Eerste Wereldoorlog het ijkpunt voor het gebruik van chemische wapens (Yperiet). Maar dat was niet de echte doorbraak van de massavernietigingswapens. Het gebruik ervan leverde ook geen beslissend voordeel op omdat de middelen om dit gas in voldoende hoge concentraties in vijandelijke rangen te droppen te beperkt waren en zeer snel (rudimentaire) beschermingsmiddelen beschikbaar werden.
 
Door de ontwikkeling van het nucleaire wapen werd de wapenwedloop een heel stuk gevaarlijker. Dat weten vooral de Amerikanen, die als eersten en enigen dit massavernietigingswapen inzetten (Hiroshima op 6 augustus 1945, Nagasaki op 9 augustus). Dat andere landen zich eveneens verzekerden van dit ultieme wapen is de logica zelve van een wapenwedloop en het is al even logisch dat zodra een land beschikt over dit wapen het meteen een grote tegenstander is van verdere proliferatie. Immers, hoe minder landen erover beschikken, hoe groter hun afschrikking.
 
Waar we nooit bij stilstaan is dat deze wapens de kloof tussen de haves and have-nots onoverkomelijk maakten en dat dit als onrechtvaardig ervaren werd en ook is. Niemand heeft recht op absolute dominantie en het is een voldoende reden voor  landen die zich dergelijk wapen niet kunnen permitteren, om alternatieven te zoeken en te vinden: chemische wapens, weleens de massavernietigingswapens van de armen genoemd.
 
Vooral de vroegere Sovjet-Unie bouwde een omvangrijke chemische capaciteit op (voornamelijk neurotoxische agentia, Sarin en Soman). Maar ook de Verenigde Staten lieten zich niet onbetuigd (onder andere VX) en verfijnden in de jaren zeventig de technologie zelfs zodanig dat ze in een ‘oogverblindende show’ lieten weten dat ze hun oude stocks aan chemische munitie zouden vernietigen. Wat ze er niet bij vertelden was dat ze ondertussen een nieuwe generatie  chemische wapens ontwikkelden, de ‘binaire wapens’ bestaande uit twee niet-toxische agentia die slechts na lancering een dodelijke cocktail werden. Op die manier werden ook de beperkingen op de stockering van toxische agentia omzeild. Ondertussen zijn deze wapens alweer voorbijgestreefd dank zij een andere evolutie: de ‘war by computer’. Maar ook deze nieuwe evolutie veroorzaakt eenzelfde  frustratie bij de tegenstander, want de aanvaller zit ver weg en ‘untouchable’ achter een scherm. Een  kop koffie binnen handbereik.
 
Het grote verschil tussen nucleaire en chemische wapens is dat de eersten een strategische slag kunnen toebrengen aan de vijand, terwijl chemische wapens enkel een plaatselijke overwinning kunnen forceren. Maar ethisch worden ze toch in dezelfde categorie ondergebracht: massavernietigend. Daar valt nochtans over te discussiëren en het verschil voor een slachtoffer dat door een chemisch wapen, een brandbom of een splinterbom sterft, is al helemaal niet relevant. Maar voor de landen die beschikken over nucleaire wapens zijn andere landen (en terroristische organisaties) met een chemische capaciteit wel een bedreiging. Men mag dus bij zoveel verontwaardiging niet voorbijgaan aan het eigenbelang van de Westerse democratieën die toevallig ook allemaal nucleaire wapens bezitten. Vooral niet omdat ze tot op heden nooit verklaarden dat het enkel om te spelen is en niemand zich bedreigd hoeft te voelen. Zou het verschil in reactie tussen Duitsland en Frankrijk hierdoor niet te verklaren zijn?
 
Deze bijdrage verscheen eveneens in BRON:
http://de-bron.org/content/massavernietigingswapens 

Pjotr

 

28 augustus 2013

Het geld van een gesloten regime





MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN


 
De particratie leidt steeds sterker tot een gesloten regime en klinkt steeds minder als de stem van het volk. De partijfinanciering die ze dient te beschermen tegen lobbygroepen, maakt ze zelf tot lobbygroepen.
Bij het lezen van politoloog Bart Maddens die schreef dat de politieke partijen een grotere waarde toekenden aan de kiezer (Knack online 23/08),  maakte ik van vreugde een salto. Onderweg besefte ik helaas dat het niet klopte en de landing was nogal onzacht. In plaats van 1,49 euro zijn wij, kiezers, voortaan wel 2,99 euro waard, maar dat dient enkel voor de financiering van de politieke partijen.  Dat had ik dus te laat door. Deze nieuwe regeling moet het toenemend gemis aan maatschappelijk draagvlak blijven compenseren. Dat de regering Di Rupo  hiermee nog maar eens haar gebrek aan empathie voor de kiezer etaleert, stoort haar niet. Zo min als de ecologisten (+ Groen/Ecolo) die zich presenteren als de waterdragers van een regering waar zij zelf geen deel van uitmaken. Ook zij worden beloond met klinkende munt.
 

Geen lobbygroepen meer


 
Terugblikkend zijn we niet vergeten dat de publieke financiering bedoeld was om politieke partijen te behoeden voor een te grote afhankelijkheid van lobbygroepen die hun eigen belangen verdedigen. De mantra luidde toen dat de partijen met het geld van de belastingbetaler op zak meer geneigd zouden zijn om het algemeen belang te dienen.  Ondertussen hebben we hier enige ervaring mee  opgedaan: de financiering is een succes (voor de partijen), het algemeen belang dienen lijkt een moeilijker oefening te zijn.
 
In België is de politieke onafhankelijkheid van lobbygroepen inderdaad een misplaatste grap. Immers, de politieke wereld heeft zélf de lobbygroepen formeel ingesteld – het zogeheten middenveld - en ze de macht gegeven om in zijn plaats het beleid te bepalen voor de meest cruciale aspecten van een mensenleven: de gezondheid, de sociale omgeving en de tewerkstelling. De partijen hebben zich daarenboven met deze spelers geassocieerd en echte apolitieke spelers worden geweerd, want ze zouden hun macht alleen maar afremmen.
 
Zelfs Bart Brinckman omschrijft in dS (26/08) dit dieperliggend probleem als volgt: “Voorlopig blijven partijen noodzakelijk om de democratie te laten functioneren. Maar politieke wetenschappers vinden al langer dat de financieringswijze hen bevrijdt van een maatschappelijke verankering. Partijen krijgen voor zowat 90 procent hun geld van de staat. Het comfortabel eten uit de staatsruif maakt lui. De opkomstplicht, die partijen ontslaat van de moeite om kiezers te overtuigen een stem uit te brengen, versterkt dit”.
 
De publieke financiering had nog een ander voordeel voor de politieke partijen: terwijl lobbyisten vooral de verkiezingen sponsorden (en dat discreter nog altijd doen), hebben de partijen via de publieke financiering zich meteen ook verzekerd van de nodige geldelijke middelen om hun dagelijkse werking te betalen. Zo groeiden ze uit tot echte zelfstandige bedrijven. Terwijl men zou denken dat politieke ondernemers hun medewerkers beter behandelen dan die ‘op winst beluste’ ondernemers, gebeurt net het omgekeerde. De ultieme kick van toppolitici blijkt ‘het maken of kraken van carrières’ te zijn. De partijen evolueren steeds meer naar dynastieën met erfelijke opvolging en partijslaven waarvan het gelukkige deel de Kamer en de Senaat mag vullen. De minder gelukkigen worden zoet gehouden met even partijafhankelijk werk op de achtergrond, in studiediensten of mantelorganisaties. Zulk een invulling van de particratie leidt niet tot een open samenleving, maar tot een gesloten systeem. Zo worden partijen zelf lobbygroepen met een buitenissig grote macht.
 

Iedereen niet inbegrepen


 

Wouter Beke wond er zelfs geen doekjes om: de fractiemedewerkers van de senaat werken eigenlijk voor de partij en dus moet de vergoeding blijven bestaan ook al zijn die medewerkers niet meer nodig voor het 'senaatswerk'. Hiermee zegt Wouter Beke ‘en passant’ dat de partij zich in de plaats stelt van de verkozenen en dus van het algemeen belang. Innesto! Iedereen inbegrepen, tenminste als het om de partijinkomsten gaat. Voor wie het nog niet zou weten: 'Inesto' is geen nieuwe oploskoffie maar een nieuwe manier om de partijkas te spijzen.
 
Bart Brinckman schrijft hierover: “Dat partijen fractiemedewerkers zonder verpinken beschouwen als ‘eigen personeel’ versterkt het beeld van een particratie waarbij almachtige leiders carrières maken en kraken. Hoeft het dan te verbazen dat de slagkracht van de volksvertegenwoordiging ten aanzien van de regering enkel afneemt?”
 
Wat we ondertussen wel weten is dat onder meer de studiediensten van de politieke partijen veel geld kosten maar enkel het partijbelang dienen. Want als we even aannemen dat ze het algemeen belang zouden dienen, dan ligt het toch voor de hand om ze allemaal samen te zetten en er een forse publieke studiedienst van te maken die alle kennis verzamelt en op een transparante manier iedere ‘verkozene’ (en het publiek) kan voorzien van alle gevraagde informatie. Zou dat niet in het belang zijn van de parlementaire democratie?  
 
Als het evenwel een stap te ver is om te beweren dat politieke partijen zelfbedieningszaken zijn, dan hadden de voorzitters van de partijen die deze nieuwe regeling willen erdoor duwen ten minste de moeite kunnen doen om de kiezers uit te leggen hoe ze met die acht miljoen euro extra, ook beter het algemeen belang zullen dienen. Dat ze in het Canvasdebat (Terzake 27/08) weigerden hun standpunt te verdedigen spreekt voor zich. Een duidelijker gebrek aan empathie voor de kiezers is nauwelijks mogelijk.

Deze bijdrage verscheen eveneens in Bron: http://de-bron.org/content/het-geld-van-een-gesloten-regime

 

Citaten van de week


 
The Guardian-hoofdredacteur Alan Rusbridger in een interview met Der Spiegel (overgenomen door dS): “Het gros van de Britten heeft geen idee waar het afsluiterschandaal waar The Guardian al drie maanden over schrijft precies om draait. (…) Ik heb de indruk dat men zich in de VS en de rest van Europa meer zorgen maakt. Om de impact van het schandaal te beseffen moet je wel wat interesse in de digitale wereld hebben, maar de Britten kunnen zich niet voorstellen dat de politie hun huizen binnenvalt, terwijl ze in feite al binnen zijn.’
Jef Lambrecht (oud VRT medewerker en Midden Oosten kenner in DM, 28/08)): “Op 18 april verontschuldigde de Britse krant Daily Mail zich bij haar lezers voor een bericht dat op het internet circuleerde en op 29 januari was verschenen. Daarin stond wat een Duitse hacker had aangetroffen in een mailbox van het Britse defensiebedrijf Britam. Eind december vorig jaar vroeg een directeur van het bedrijf intern advies over een aantrekkelijk maar schokkend verzoek. Qatar had een exorbitante som veil voor een chemisch wapen dat er moest uitzien als kwam het uit de Syrische arsenalen.

Daarmee zouden de rebellen Assad op het gepaste moment in verlegenheid brengen en zorgen voor een casus belli die Obama over zijn roemruchte rode streep zou trekken. Het is een duistere pagina uit de informatieoorlog die het Syrisch conflict ook is. Of het om een vervalsing ging, zoals de Daily Mail enkele maanden later schreef, doet er weinig toe. Dat het bericht überhaupt verscheen in de tweede krant van het Verenigd Koninkrijk en nu alleen nog 'in cache' leesbaar is, zegt genoeg. Tegenwoordig wordt met ongewenst mediagedrag in Albion desnoods door de eerste minister zelf afgerekend. (…) De oorlogstrom wordt met ongeduld geluid, zonder dat bewijs op tafel komt. Wat Assad met zijn imagoprobleem bij een wraakroepende provocatie te winnen had, blijft een mysterie. Indien er zelfs maar een zweem van een schijn van kans zou zijn dat het gifgasincident veroorzaakt is door pakweg al-Nusra, dan speelt een interventie in de kaart van de vijand die we sinds 11 september 2001 duchten als geen ander.
Dat de terroristen in Syrië interesse hebben voor chemische wapens weten we sinds indiscreties van VN-onderzoekster Carla Del Ponte. Grote voorraden zijn aangetroffen in de arsenalen van wijlen Kadhafi in Libië, dat de opstand in Syrië met alle middelen steunt. (…) Ook als de terroristen er niets mee te maken hebben, komt een aanval vooral hen goed uit. Alleen nog met hun hulp, of liever onder hun leiding, kan Assad op de knieën worden gedwongen. Ze kunnen een steuntje gebruiken, want sinds ze zijn verdreven uit hun bolwerk al-Qusayr staat Assad er steeds beter voor.
Toen landden de inspecteurs om gerapporteerde gifgasincidenten te onderzoeken en werden prompt getrakteerd op een superaanslag. Welk belang had Assad daar bij? Anders gelezen: ooit zei een Kroatische defensieattaché mij, ‘als je niet moet , blijf dan weg uit de Balkan’. Wellicht is deze uitspraak ook waar voor het Midden Oosten. Maar als er dan toch een winnaar is, dan wel de wapenindustrie. Het is stilaan tijd dat de oorlogsstocks nog eens hun nut bewijzen.

Pjotr

 

 

 


21 augustus 2013

Leiderschap en respect


MEDIA EN POLITIEK  ANDER GELEZEN


 
De politieke besluitvorming getuigt soms van te weinig leiderschap en een gebrek aan respect. Oorzaken zijn een paternalistische visie op de besluitvorming en een gebrek aan standvastigheid.

Het Oosterweel dossier


 
Een overleden succesvol Vlaams industrieel leerde zijn erfgename één regel: eenmaal een beslissing genomen is, blijf er bij. Precies omdat die gulden regel niet gevolgd werd, draaide het Oosterweeldossier hopeloos in de soep, met als gevolg een aanslepend verkeersinfarct rond Antwerpen, een oplopend prijsplaatje voor de Vlaamse Gemeenschap, en grote milieuschade.
 
Wanneer we alle gekende elementen op een rij zetten, dan komen we tot de vaststelling dat er in het Oosterweeldossier drie opeenvolgende blunders werden begaan. (1) Zonder een degelijke voorafgaande studie of inbreng van onderuit, werd gekozen voor een ‘monumentale’ brug. (2) De integratie van  een voor de hand liggende deeloplossing – de verbinding van de Liefkeshoektunnel met de E17 richting Gent - werd gekelderd om irrationele (lees: electorale) redenen. (3) Het gebrek aan politieke standvastigheid heeft tenslotte ervoor gezorgd dat er geen goede kant meer zit aan dit dossier, ongeacht de keuze die men ooit zal moeten maken.
 
Vlaanderen met zijn talrijke kleine en middelgrote ondernemingen is gepokt en gemazeld om snel op de bal te spelen. Zelfs in Nederland stelt men deze ‘voortvarendheid’ op prijs (dixit een Vlaamse CEO in Nederlandse dienst). Dit dynamisch ondernemerschap bracht Vlaanderen welvaart en wie niet de juiste beslissing nam draaide zelf op voor het fiasco. Megalomane  projecten – waarvan de impact vooraf nooit volledig kan voorzien worden – zijn verschillend, want meestal het idee van één man/vrouw die steun zoekt bij een select kransje gelijkgestemden of financiers. Het leverde prachtige monumenten op maar evenzeer groteske miskleunen.
 
Wanneer de beslissingen echter niet door ondernemers maar door politieke tenoren worden genomen, spelen twee andere factoren een doorslaggevende rol. Een politicus riskeert niet zijn eigen geld. Megalomane politieke projecten houden daarom minder risico’s in voor de bedenkers. Daarnaast is er de impact van een project op het kiesgedrag, waardoor niet enkel objectieve criteria een rol spelen.
 
In het Oosterweeldossier is dat alvast het geval geweest. De monumentale brug was naar verluidt het idee van de liberale provinciegouverneur Camille Paulus, die de brug zag als een cadeau aan de stad. Hij was, volgens een naaste medewerker, overtuigd dat een brug de goedkoopste oplossing was en een ‘landmark’ het imago van een mooie stad  zou versterken. Hadden niet alle grote steden aan een stroom een schitterende brug? Maar zonder degelijke studie werd het een brug te ver.
 
Een tweede beslissing was om géén verbinding te realiseren tussen de Liefkenshoektunnel en de E17 richting Gent, alhoewel dat voor de hand lag. Dat was de ‘verdienste’ van de burgemeester van Sint-Niklaas, Freddy Willockx, die ‘zijn’ stad van de overlast wilde vrijwaren. Hij werd gesteund door burgemeester Antoine Denert van Kruibeke die reeds alle kleuren van de regenboog omarmde. Het Nimby syndroom in plaats van leiderschap.
 
De doodsteek voor het initiële project kwam er toen de socialistische partij, die vanaf het begin het brugproject steunde, een bocht nam van 180°. Toenmalig burgemeester van Antwerpen, Patrick Janssens, besefte dat het lokale verzet zijn toekomst als burgemeester dreigde te hypothekeren en dat was voldoende reden voor de SP.A om haar gegeven woord in de Vlaamse regering op te zeggen. Eigenbelang in plaats van verantwoordelijkheid. Het heeft Janssens niet geholpen om zijn blazoen voldoende op te poetsen.
 
Deze drie cruciale beslissingen – een keuze voor de brug zonder studie, het veto van Sint-Niklaas en de bocht van SP.A – hebben dit dossier vakkundig in de soep gedraaid. De kosten zijn voor later en (vooral) voor anderen. Waar zouden we vandaag staan mocht de ene burgemeester wat meer oog gehad hebben voor het dagelijkse fileleed van tienduizenden weggebruikers rondom een andere stad dan de zijne, en de andere leiderschap en standvastigheid getoond had in een dossier dat voor zijn stad zo belangrijk was en is? Zonder enige twijfel zaten we nu met een project in uitvoering en tijd betekent ook in dit dossier zeer veel geld.
Dit artikel verscheen eveneens in BRON: http://de-bron.org/content/iedere-haan-wil-zijn-eigen-oosterweel

 

Het militaire Airbus dossier


 
Heel wat commentatoren vinden dat het Europa mangelt aan een democratische besluitvorming. Minder bekend is dat sommige Europese ‘paradepaardjes’, zoals het Europese luchtvaartproject met onder meer het militaire Airbus-programma, A400M, een voorbeeld zijn van heel veel paternalistisch nationalisme.
 
Terwijl de Europese commissie streng toekijkt of firma’s zich wel houden aan de concurrentieregels wordt op het hoogste niveau – dat van de regeringsleiders – beslist om een mastodontproject, de Airbus 400 Militaire versie (A400M), zonder concurrentie toe te kennen aan de grote landen, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. Frankrijk is hoofdondernemer voor de cockpit, Duitsland voor het rompgedeelte en Groot-Brittannië voor de vleugels. Samen vormen ze dan nog een ‘Europees’ consortium voor het motorgedeelte. Voor de andere landen die vanaf de aanvang meededen, waaronder België en Spanje en dus dezelfde risico’s namen, bleef er nauwelijks iets over. Spanje eiste en kreeg economische compensaties (een productielijn in Sevilla) maar, hoe onbegrijpelijk het ook klinkt, België eiste geen industriële return, een vorm van rechtstreekse compensatie en kreeg dus beduidend minder dan mocht verhoopt worden en, toevallig of niet, vooral Vlaamse bedrijven benadeelde.   De defensieminister belast met dit dossier, André Flahaut,  was reeds tevreden met enkele subcontracten die allemaal gingen naar ondernemingen van de groep Belairbus (Sonaca, Sabca, Asco en Barco). Zij kregen kleinere contracten toegeworpen van de hoofdaannemers, behalve de Barco, dat geen contract kreeg van de Franse hoofdaannemer voor de cockpit. Volgens een ingewijde hadden ze in een competitie ongetwijfeld het contract gewonnen maar  ze verloren om ‘politieke redenen’ van de Franse Thales-groep (dat ook in Tubize, Herstal, Charleroi en Brussel vestigingen heeft). De ‘Board of Directors’ van Thales leest zeer Frans: Jean-Bernard Lévy, Chairman and Chief Executive Officer of Thales; David Azéma, General Manager of the French Government Shareholding Agency (APE); Charles Edelstenne, Chief Executive Officer of Groupe Industriel Marcel Dassault; Yannick d'Escatha, Advisor to the Chairman of EDF (Electricité de France).
 
Voor de ‘Belgische’ defensieminister Flahaut was deze slechte deal voor Vlaamse bedrijven duidelijk geen probleem. Maar er was meer: Deze deal was helemaal niet naar de zin van de Vlaamse regering en  minister voor economie, Fientje Moerman, Open VLD, drong destijds aan om meer Vlaamse firma’s kansen te geven. Het verhaal wordt helemaal vreemd toen bleek dat partijgenoot en eerste minister Guy Verhofstadt (die het dossier doorgaf aan Flahaut) deze Vlaamse verzuchting negeerde (saboteerden volgens een ingewijde). Werd gehengeld naar een andere ‘compensatie’? Niemand die dat hardop durft te zeggen, maar wat we wel met zekerheid weten is dat in dezelfde periode, eerste minister Guy Verhofstadt zich aan het warm lopen was om voorzitter te worden van de Europese Commissie.
 
Het dossier is ondertussen een ‘oude koe’ geworden maar wordt binnenkort opnieuw geserveerd, nu andere landen hun oorspronkelijke bestelling willen doorverkopen aan derden. Daar zal België, zonder de rechtmatige economische return, weinig aan verdienen waardoor het van alle deelnemende landen, de duurste prijs zal betalen. Voor een vliegtuig waar zelfs militaire piloten met een lange ervaring ook technische vragen bij stellen. Reeds enige tijd geleden verklaarde toenmalig generaal-majoor vlieger en FLAG Managing Director, Karel Vervoort, het volgend: “Vlaanderen betaalt grotendeels de factuur, en heeft in dit programma minder dan 30% van de totale economische return. Ook België in zijn geheel kreeg niet toegewezen waar het recht op had. Als FLAG Managing Director heb ik dan ook altijd openlijk verkondigd dat dit het slechtst beheerde militaire programma is van die afmetingen dat België ooit aangegaan is”.
 
Een ander militair dossier, de vervanging van de gevechtsvliegtuigen F16 door de Amerikaanse JSF/ F35, dreigt zelfs onbetaalbaar te worden. Ook hier gonst het binnenskamers van keuzes die niets met leiderschap te maken hebben maar eerder met persoonlijke voorkeuren. Wordt ongetwijfeld vervolgd.  
Dit artikel verscheen ook in BRON : http://de-bron.org/content/airbus-400m-als-een-politieke-koehandel 
 

Het Brussels migrantendossier


  
Getuigt het immigratiebeleid van enig leiderschap?  Dat Maggie De Block, federaal minister, zonder al te veel tegenwind het beleid kon ombuigen bewijst hoe wankel de basis was voor het gevoerde beleid van haar voorgangers. Partijpolitieke (electorale) berekeningen hebben de aanpak van dit dossier van in het begin – de periode van Paars met Open VLD en de socialisten in de regering – totaal verziekt. De verhalen van sociale fraude die ondertussen via het web de ronde doen zijn even zovele getuigenissen van dit lakse beleid. Een beleid dat als onrechtvaardig ervaren wordt en zorgt voor frustraties bij een groeiend deel van de bevolking, terwijl de progressieve politieke en culturele elite  doofstom bleef voor de misbruiken. Het is onvoorstelbaar dat niemand, ook niet van de rechtse meerderheid, hier kordaat durfde tegenin te gaan. Vooral de situatie in Brussel vraagt om een andere aanpak. Al was het maar omdat de spillover naar gans Vlaams Brabant zorgt voor diepsnijdende maatschappelijke breuklijnen. Maar in Brussel zijn van oudsher de Franstalige socialisten aan de macht en immigranten betekende in de eerste plaats nieuw bloed voor de partij. Ondertussen is de situatie echter ook voor het trouwe socialistische electoraat een doorn in het oog en dat was voldoende om Maggie De Block enige beleidsruimte te geven.
 
Aan het migrantendossier in Brussel is er nog een ander aspect. Nadat de Franstalige bourgeoisie erin slaagde om de stad te verfransen, dreigen ze de stad nu te verliezen door het binnenhalen van een paard van Troje: een omvangrijke groep ongeschoolde allochtonen die in grote meerderheid slechts een beetje Frans spreken en hun eigen moedertaal koesteren. Ongeschoold en taalonkundig heeft deze groep zich helemaal niet geïntegreerd en ze zijn helemaal geen ‘Brusselaars’ geworden. Zo werd Brussel een multiculturele stad zonder huistaal en zonder identiteit. Dit leidde tot een maatschappelijke verbrokkeling waar velen naast blijven kijken. Niet zo, de   scherpe observatoren, zoals de fervente Brusselaar en filosoof-econoom Philippe Van Parijs. Hij wil Brussel doen herrijzen via een   nieuwe (kunstmatige) Brusselse identiteit. Deze denkpiste – waarbij de identiteit van een nationale hoofdstad wordt begraven ten voordele van een nieuwe nationaliteit, zonder bevoogding van de nationale gemeenschappen maar wel met hun geldelijke steun, is nogal hoog gegrepen en niet gespeend van enige hoogmoed, maar ook dat is wellicht onderdeel van de Brusselse identiteit.
 
Ondertussen staan we nog altijd zonder een kordaat federaal beleid dat rekening houdt met de eigen taaldiversiteit. OM Belg te worden volstaat het één landstaal te kennen, ook als men wil gaan wonen in het landsgedeelte met een andere (niet-gekende) officiële taal. Zo hopen de Franstaligen ongetwijfeld om de invloed van het Frans in Vlaanderen te versterken. Het wordt nog erger nu de Europese Unie besliste dat immigranten slechts één landstaal moeten kennen. Deze beslissing is voor een land als België niet enkel een negatie van de grondwettelijke gelijkheid van de twee landstalen, maar benadeelt vooral Vlaanderen vermits de overgrote meerderheid van de immigranten geen Nederlands kennen. Zouden de Europese wettenmakers misschien vergeten zijn dat Europa altijd de (taal)diversiteit in Europa wil koesteren? Of willen ze misschien met deze maatregel een steuntje geven aan zij die willen dat Vlaanderen een eigen land wordt?
 
Voor de Vlaamse regeringspartijen die al decennialang de macht monopoliseren, blijkt uit dit dossier vooral laksheid in plaats van leiderschap en respect voor de eigen cultuur. Een volk zonder leiders, schreef Joost Ballegeer ooit. Mag ik daar aan toevoegen, ‘een elite zonder taal en cultuur’.
 

Citaten van de week


 

Rudy Demotte, PS, in DH: “Si le nationalisme wallon est l'expression d'une réalité, celle d'un "peuple uni", il ne se construirait pas par opposition à l'autre et ne serait dès lors pas un terme péjoratif. "Cet esprit est un esprit d’une brique dans un mur. C’est une pièce qui consolide finalement l’ensemble", poursuit-il. 
La version wallonne contraste avec son pendant flamand. Ce dernier est l'expression du "repli", caractérisé par "le rejet de l''autre" et "est devenu une espèce de venin pour la Belgique", analyse Rudy Demotte ». Anders gelezen, is het nogal wiedes dat het Waals nationalisme België niet weg wil. Benieuwd wat hij zou zeggen de dag dat Wallonië Vlaanderen zou moeten helpen. Ik denk dat we binnen de korste keren allemaal Frans moeten spreken; his masters voice.
 
Prof Hendrik Vuye in dS: “In aanloop naar verkiezingszondag zal men de Vlaamse kiezer de stuipen op het lijf jagen. De financiële markten – lees: de geniale topbankiers die aan de basis liggen van de crisis – willen geen avonturen. We kunnen ‘dit land’ niet ‘opnieuw’ gedurende ‘541 dagen blokkeren’. Helaas, dit land is permanent geblokkeerd. Wie geen nieuwe staatshervorming wil in 2014, wil deze blokkering bestendigen. Dit is een waarheid die men aan de kiezer verzwijgt.” Het volledig artikel vindt u op http://www.standaard.be/plus/ochtend/35   
 
Johan Vande Lanotte in De Tijd: “‘De NMBS mag voor mij geleid worden door iemand die geen enkele binding heeft met onze partij, op voorwaarde dat het een bekwame kandidaat is met een visie die aanleunt bij de onze. En dat mag een liberaal zijn.” Anders gelezen,ook liberalen kunnen goede socialisten zijn. Maak er dan één partij van dan kunnen ze misschien minder met een gespleten tong spreken.
 
dS zaterdagkrant gesprek met psycholoog Wouter Duyck : De opiniepagina’s staan toch open voor wetenschappers?Wel, ook daar valt iets over te zeggen. Er verschijnen te veel stukken van academici die niet gebaseerd zijn op onderzoek dat is gepubliceerd in een vaktijdschrift. Het is geen goede zaak dat wetenschappers zomaar iets beweren in opiniestukken, zonder zich te baseren op degelijk onderzoek.’
Nee, laat dat maar aan journalisten over.Die mogen dat van mij. Maar voor wetenschappers ligt de lat hoger. Op den duur denken politici en lezers: “Och, voor elke wetenschapper die A beweert, vind je er wel een die B zegt.” En dan houdt men op den duur géén rekening meer met wetenschappers. Terwijl het beleid zich net veel vaker en beter zou moeten laten adviseren door academici.’
 
Rik Van Cauwelaert in De Tijd (over vriendjeskapitalisme):
 Het is sinds Montesquieu bekend dat een slechte wet de wetgever verplicht tot het maken van tal van andere, vaak even slechte wetten om de kwalijke gevolgen van de slechte wet weg te werken, in de hoop alsnog het beoogde doel te bereiken. De schuldenberg van ruim 100 procent van het bbp illustreert de natuurlijke aanleg van Belgische regeringen tot het maken van slechte wetten.” Volledig artikel ter lezen via de  link http://krant.tijd.be/#detail/9389513

Pjotr


 

10 augustus 2013

Over titels en teksten


 


MEDIA EN POLITIEK   ANDERS GELEZEN


 

Wanneer een krant of weekblad zoveel mogelijk lezers wil interesseren dan is het goed om voor elk wat wils te schrijven. Dan kan elk op beurt eens ziede-wel-dat-ik-gelijk-heb, roepen. Eens anders lezen?
Om dit te illustreren vergeleek ik enkele titels In DS met de inhoud van het artikel en zie, het is een mooi staaltje van ziede-wel-dat-ik-gelijk-heb.
 
“Regionalisering veroorzaakt fiscaal labyrint is de titel in dS van twee augustus. Hoera roept de unitarist, ziede-wel-dat-ik-gelijk-heb! Al dat geregionaliseer is pure miserie. Leve het unitaire België. De boodschap is duidelijk. Verder lezen hoeft niet meer.
Wat is dat nu weer, zal een ander lezer denken van deze titel. En omdat het zijn gedacht niet is moet hij wel verder lezen en vooral blijven nadenken. Blijkt nu uit de tekst dat niet de regionalisering een probleem is maar wel de manier waarop de onderhandelaars die regionalisering realiseerden. Jef Wellens, fiscaal expert bij Kluwer heeft weinig woorden nodig: “De drie gewesten krijgen eigen fiscale bevoegdheden, maar de federale staat behoudt het merendeel van zijn fiscale taken. In plaats van één fiscale autoriteit krijgen we er in de toekomst vier, die elk eigen accenten kunnen leggen”. Ziede-wel-dat-ik-gelijk-heb! roept de unitarist nogmaals. Ah ja, zegt de andere, waarom konden ze niet één niveau bevoegd maken voor alles? Laat Vlaanderen voortaan zorgen voor zijn eigen fiscale inkomsten en dan is er toch ook maar één fiscale autoriteit meer? Die brengt het beleid dichter bij de mensen en kan beter maatwerk afleveren. Dan kunnen we een ministerpost op federaal niveau afschaffen en elk betaalt voor zijn eigen administratie. Dat laatste zou ongetwijfeld de beste stimulans zijn om de administratie af te bouwen.  Wie het complex wil houden en veel ambtenaren nodig heeft moet het dan maar zelf betalen.
Waar specialisten het wel over eens zijn: “Een aantal fiscale spelregels zal niet langer voor alle Belgen dezelfde zijn”. Zijn die dan ooit zo gelijk geweest?  
Conclusie van deze ‘anders gelezen’: wie te lui is om na te denken moet voor het unitaire België stemmen. De titels lezen volstaat dan. Wie confederalist is, wordt verondersteld zelf kritisch na te denken. Of is dat ook een communautaire uitspraak?
 
“Ik ben klaar voor onafhankelijkheid”, zo las een titel in dS op drie augustus. Ziede-wel-dat-ik-gelijk-heb, riep de Belgicist, al die NV-A’ers zijn separatisten. Ze willen België kapot. Opnieuw heeft de redactie van dS begrepen dat Belgicisten intellectueel eerder luie mensen zijn.
Wat wil dat nu zeggen, vraagt een andere lezer zich af? Dat Theo Francken klaar is voor onafhankelijkheid, allemaal goed en wel, maar wat dat betekent voor 2014 is helemaal niet spectaculair want wat verder staat dat Vlaanderen klaar is voor de onafhankelijkheid. Logistiek, organisatorisch, administratief kunnen we op eigen benen staan. Nog verder in de tekst zegt hij dat N-VA in 2014 fiscale autonomie en de splitsing van de sociale zekerheid eist. Als dat separatisme is, dan vraag ik mij af wat Guy Verhofstadt en Pieter De Crem indertijd bedoelden met hun gespierde confederalistische uitspraken? Toch geen weldenkend mens die eraan twijfelt dat Vlaanderen dit aankan? Theo Francken is zelfs bescheiden in vergelijking met Geert Bourgeois die in dezelfde krant enkele maanden geleden sprak over ‘bijna alles’ te decentraliseren. Wat Bart De Wever, Geert Bourgeois, Jan Peumans en nu ook Theo Francken ons duidelijk laten weten is dat ze een mooie droom hebben maar ondertussen ook pragmatici zijn. Belgicisten daarentegen durven zelfs niet meer dromen.  
 
Moet Anders Gelezen het hebben over de splitsing van het gerechtelijk arrondissement BHV? Neen. Maar het wordt wel amusant om te zien hoe Servais Verherstraeten zich hier uit zal praten. Het wordt alsmaar moeilijker om de schuld bij N-VA te leggen. Ze moeten nu rekenen op de Franstaligen om het akkoord aan te passen, dat naast een werklastmeting eveneens garandeert dat de Franstaligen minstens 80 % behouden. De meeste van die functies zijn trouwens al bezet en is er nu één zot die denkt dat het Franstalig establishment die mensen zal naar huis sturen?  Wie het zou gemist hebben, een kritisch artikel in Knack (door advocaat Fernand Keuleneer) en een duidingsbijdrage in De Tijd:   http://www.tijd.be/r/t/1/id/9385090.

 

Citaten van de week


 

Bart Sturtewagen in dS: “Met het gerechtelijke BHV-dossier hebben de onderhandelende partijen een aanzienlijk risico genomen. Het is technisch en het is voor velen ver van hun bed, maar het kan nog altijd gaan etteren. Als je aan een draadje trekt, kan het hele weefsel ontrafelen. Het is vanzelfsprekend altijd mogelijk om de Belgische compromismachine weer eens aan te zwengelen en wat mensen extra te benoemen aan beide zijden, zodat iedereen tevreden is. Maar ten eerste is dat geen goed bestuur en ten tweede wekt dat het vermoeden dat er in België nooit iets zal veranderen wat dat betreft. Federaal premier Elio Di Rupo mag dan iedere dag een zomerse tweet rondsturen waarin hij de realisaties van zijn ploeg bejubelt, de afrekening over enkele maanden zal niet op basis daarvan worden gemaakt”.
 
Fernand Keuleneer in Knack online:Natuurlijk, de wet waarborgt de Franstaligen een minimumaantal magistraten, griffiers en medewerkers van griffies en parketsecretariaten, meer bepaald ten belope van 80% van het oude “kader”. Goed gespeeld van de Franstalige magistraten. Een aanpassing van de verdeling zal dus bijkomende budgettaire middelen vereisen. En niet alleen voor de magistraten, ook voor de griffies en de parketsecretariaten. Dit is een hallucinant inefficiënte “hervorming”. Heel veel geld is er ondertussen al over de balk gegooid, honderden aanwervingen zijn gebeurd voor Franstalige griffies en parketsecretariaten, maar dat kon blijkbaar allemaal in de euforie van het grote akkoord. (…) Heel veel Vlaamse magistraten, advocaten en andere burgers hebben fundamentele bedenkingen bij de andere onderdelen van deze wet (inefficiënte coördinatie tussen parketten en onderzoeksrechters, verplicht Franstalig diploma voor Brusselse procureur, Franstalige substituten van Brussels parket in Halle-Vilvoorde, asymmetrische bevoegdheden van de procureur Brussel en de procureur H-V). Het Grondwettelijk Hof moet er zich nog over uitspreken. Maar als er in de wet een bepaling staat die maar hoeft uitgevoerd te worden om een foutieve verdeling van kaders die de Vlamingen benadeelt recht te trekken, waarom vragen Vlamingen dan precies op dit punt een “nieuw akkoord” (even vergetend dat er een wet is)?” Anders gelezen, is goed bestuur (minder dan 80 % Franstaligen) voor advocaat Keuleneer niet belangrijk. Servais Verherstraeten zal het graag horen.
 
De Standaard: “Koning Filip gaat meer reizen dan zijn vader, koning Albert. De kersverse vorst wil twee staatsbezoeken per jaar doen, waarvan één buiten Europa. Waarschijnlijk gaat het dan naar Japan of Turkije, maar eerst komen de buurlanden aan de beurt. (…) Zulke staatsbezoeken kosten geld, en daarom zal er gesnoeid worden in de economische missies. Er zullen er nog maar twee per jaar plaatsvinden in plaats van vier”. Anders Gelezen, de promotie van Philippe de Belgique is belangrijker dan de hoofdzakelijk Vlaamse exportpromotie. Goed begonnen!
 
De Morgen: “De MIVB liet eind juni weten dat het een bestelling van 93 standaardbussen en 79 gelede bussen had geplaatst bij EvoBus, een filiaal van het Duitse Daimler. Dat contract heeft een waarde van zo'n 50 miljoen euro. EvoBus, dat bussen van het merk Mercedes bouwt, haalde het in de toekenningsprocedure van een resem concurrenten, waaronder de Belgische bussenbouwers Vanhool en VDL Bus Roeselare. Die bestelling gold tevens als de start van een zogenaamd raamcontract, waarbij de vervoersmaatschappij de komende vijf jaar naar believen bussen kan bijbestellen tegen dezelfde voorwaarden, zonder dat daarbij een nieuwe aanbesteding nodig is. In die vijf jaar denkt de MIVB in totaal 150 standaardbussen en 225 gelede bussen - of harmonicabussen - te zullen bestellen. De echte waarde van het contract ligt dus nog een pak hoger dan de 50 miljoen euro van die eerste bestelling. Het mag dan ook niet verbazen dat de concurrentie met argusogen de aanbesteding onder de loep nam. En die was allesbehalve naar de zin van VDL Bus Roeselare. “We hadden onze zinnen op dit contract gezet”, zegt VDL-topman Peter Wouters in een reactie. “Maar voor de zomer hoorden we dus dat we geen van de twee delen van de bestelling hadden binnengehaald. We waren twee keer nipt op de tweede plaats geëindigd. De aanbestedingsprocedure bestond voor de orders voor beide types bussen uit twee delen, die allebei gequoteerd werden op 100 punten. Wie de beste score haalde op het geheel, kreeg het contract. Op financieel vlak was het verschil voor beide orders miniem. Het verschil werd dus gemaakt in het technische deel van de aanbesteding. Maar toen we dat gingen bekijken, stootten we op de ene rariteit na de andere”. Anders gelezen, vrijhandel is  belangrijk maar dan moet er ook eerlijke concurrentie zijn. Vergelijkbare loonkosten bijvoorbeeld. Kan iemand zich inbeelden dat het Belgisch leger geen FN wapens zou kopen? Of dat Pieter De Crem voor de opvolger van de geleasde Airbus een vliegtuig zou kiezen dat de Waalse luchtvaartindustrie niet bevoordeelt?
 
Pjotr