24 juli 2013


DE BRON


 



 

MEDIA EN POLITIEK   ANDERS GELEZEN


 
De kritiek op de media klinkt niet altijd even geloofwaardig en dat volstaat voor de traditionele media om commentaar neerbuigend af te wijzen. Wie zich waagt aan kritiek is immers per definitie een zuurpruim, azijndrinker, kortom een gefrustreerde “meneer niemand”.
Er is echter ook goed nieuws: Tom Naegels, maakt de balans op van zijn tweede jaar als ombudsman van dS en laat daarin een kritisch maar ook veelbelovend geluid horen. Eens anders lezen.

Andere mediakanalen zijn broodnodig


 
Tom Naegels maakt de balans op van zijn tweede jaar als ombudsman van De Standaard en schrijft onder meer: “Het is terecht dat mensen méér verwachten van het nieuws – vraag is dan hoeveel meer is, wie wat moet doen en hoe we dat gaan organiseren. (…) meer eigen onderzoek, meer duiding, meer Europa en meer inzicht in wat ze ‘reële conflicten’ noemen.” Deze diagnose klopt. Onder mijn lezers zijn er nog altijd heel wat die wijzen op feitelijke fouten, oppervlakkige of eenzijdige informatie, opinies in plaats van duiding.
Om dit te illustreren twee recente reacties van lezers:
Lezer Jean-Claude DC: “Als veellezer zal ik mij bij het doornemen van de Vlaamse bladen niet snel verwonderen maar ik struikelde even bij lezing van de Standaard Online over volgend artikel; http://www.standaard.be/cnt/DMF20130614_00622776
Het gaat mij hierbij niet zozeer over de inhoud, maar over de opinie van een redacteur, Maarten Goethals, die ik er meteen bijkrijg. Het artikel op zich is vrij neutraal … . Nee, ik erger mij eraan dat mij de tijd niet gegund wordt om na lezing van het artikel een eigen mening te vormen. Meteen komt een redacteur aan het woord die mij zijn mening in de strot ramt. Dat Vlamingen als dom of fout beschouwd worden door de media is al langer een regel maar dat ze nu na elk artikel nu ook nog eens de Enige Echte Politiek Correcte mening gaan brengen is voor mij teveel.” ( ter herinnering, volgens de verantwoordelijke van de opiniebladzijden van kwaliteitskrant dS is de norm voor een bijdrage dat het verstaanbaar moet zijn voor veertienjarigen)
Tweede reactie door lezer Eddy D., ditmaal op de bijdrage van Tom Naegels:
“Over het algemeen vind ik Tom Naegels best intelligent en is het moedig van dS om hem te vragen hen een spiegel voor te houden. Naegels focust hier echter op de kwantiteit van de berichten, maar verliest de kwaliteit uit het oog. Wat volgens mij de meeste mensen ergert aan de journalistiek vandaag is niet dat we niet genoeg te weet komen over veel dingen, maar wel de moraliserende ondertoon van zoveel mededelingen. Men wil voortdurend betere mensen van ons maken, de pastoor op de preekstoel is een journalist geworden.”
Terug naar Naegels’ evaluatie van twee jaar ombudsman: “Aarzelend zie je ook in ons taalgebied dat nieuwe nieuwssites, die zichzelf ‘alternatief’ noemen, de rol opnemen die eerder door week- en maandbladen werd ingevuld. Zij zoeken naar onderwerpen die de kranten laten liggen, en werken die grondig en langer uit, vaak met een persoonlijke of ideologisch gekleurde inslag. (nvdr wat dS niet doet?) In Vlaanderen heeft Apache het laatste jaar een aantal degelijke stukken gepubliceerd, in Nederland hou ik van de financiële site Follow the money. Er wordt ook veel verwacht van het Nederlandse De Correspondent, dat in september van start gaat. Precies omdat deze nieuwssites een aanvullende rol spelen, hebben ze niet de ‘handicap’ waar kranten wel mee kampen: ze hoeven geen volledigheid na te streven, ze hoeven geen ‘brede mix’ aan te bieden, ze hoeven geen eerstelijnsinfo te geven, en ze zijn klein genoeg om te kunnen experimenteren zonder dat iedereen gaat schreeuwen over ‘de democratie’ als ze eens op hun bek gaan. Het aplomb waarmee sommigen zich presenteren als de nieuwe heiland werkt velen (en mij ook) op de zenuwen, maar niettemin hebben kranten er alle baat bij dat ze slagen.”
Ondanks de laatste oprisping waaruit blijkt dat Naegels ook maar een mens is, kan ik alleen maar applaudisseren voor zijn visie waarin hij het tekort erkent en ruimte ziet voor meer  duiding en onderzoeksjournalistiek via andere media-initiatieven. Opzienbarend voor een krantenman, maar een conclusie waar veel weldenkende lezers reeds vroeger toe kwamen.
 
Dat zette sommigen ertoe aan om – zonder de aanmoediging van Naegels - deze uitdaging aan te gaan, zoals opnieuw blijkt met het nieuwe Vlaamse e-magazine, de bron.

De bron


 
De lancering van een proefversie tijdens de vakantieperiode is vooral bedoeld om dit initiatief bekend te maken bij een ruimer publiek. Dat ook “Anders Gelezen” zich hiertoe leent is normaal vermits ik mee aan de wieg sta van dit initiatief.
Mag ik meteen een oproep doen aan alle lezers om uw mening te geven over de proefversie die u kunt lezen op http://de-bron.org/. Wij beseffen dat de opdracht niet eenvoudig is maar willen samen met onze lezers uitgroeien tot een bron voor iedereen die op zoek is naar beter. Zoals Naegels aangeeft zijn er al enkele “nieuwssites” die een meerwaarde bieden en wij willen dat ook “de bron” dit niveau bereikt. Met een redactie, bestaande uit zowel ervaren journalisten als mensen met minder ervaring, maar wel allemaal Vlamingen met een groot maatschappelijk engagement en specifieke kennis. Die overtuigd zijn van de noodzaak om niet méér maar om beter te informeren. Ook uw rol, beste lezers, om als kritisch klankbord ons te begeleiden in de proeffase is belangrijk. Uw reacties zijn welkom en worden gebundeld doorgestuurd naar de kernredactie. Ik kijk er alvast naar uit!


Citaten van de week



Rik Van Cauwelaert in DT : “De PS gebruikt het rapport om aan te tonen dat het met die concurrentiehandicap wel meevalt. Bedrijven lezen in het rapport dan weer heel andere cijfers. Maar de enig bruikbare, eigenlijk verbijsterende, pagina in het rapport is die met het totaal van de loonsubsidies, jaarlijks geschonken door de belastingbetaler: 11,2 miljard euro. Dat bedrag, een vervijfvoudiging sinds 1999, komt neer op een feitelijke verlaging van de huidige loonkosten met 7 procent. Een sterkere illustratie van de chaotische werkgelegenheidspolitiek van de voorbije jaren en een duidelijker erkenning van de buitensporige loonkosten zijn niet denkbaar.” Anders gelezen, zijn deze 11,2 miljard uitzonderingsmaatregelen een uitgelezen opportuniteit de federale vakministers om hun gemeenschap en (partij) kiezerspubliek  te laten genieten van uitzonderingen. Dergelijk regime dat zich machtig waant door privileges toe te kennen bewijst meteen het gebrek aan cohesie en dat resulteert inderdaad in een chaotisch incoherent beleid. Hier een einde aan stellen, door elke gemeenschap/gewest zijn eigen beleid te laten voeren is alvast een goed argument pro een confederale aanpak.
HLN 22/07: “De Belgische staatsschuld is tijdens het eerste kwartaal van 2013 opgelopen tot 104,5 procent van het bbp. Dat heeft het Europees statistisch bureau Eurostat bekendgemaakt. Daarmee ligt de schuldgraad 4,7 procentpunt hoger dan tijdens het laatste kwartaal van 2012, toen de staatsschuld 99,8 procent van het bbp bedroeg, en 2,6 procentpunt hoger dan in het eerste kwartaal van 2012, toen het nog om 101,8 procent ging. (…)Ons land heeft bij een eerdere begrotingscontrole met de Europese Commissie afgesproken dat de schuldgraad dit jaar onder de 100 procent zou afsluiten.”
Minister Koen Geens (CD&V, over Dexia en het failliet van de stad Detroit in dS): Maar mocht het belangrijke informatie zijn, dan twijfel ik er niet aan dat de CEO van de bank daarover zal communiceren.” Als Dexia een deel van schuld bezit, dan zal dat volgens de minister een impact hebben, maar het zal zeker niet de honderd miljoen euro zijn waarover De Tijd heeft bericht. De zakenkrant kreeg dat cijfer te horen ‘in financiële kringen.” Anders gelezen: Minister Geens geeft alvast de indruk dat hij over inside informatie beschikt wat een overtreding is van de regels voor beursgenoteerde bedrijven. Trouwens is er iemand die zou durven twijfelen aan de communicatie van DEXIA?
Journalist Samuel Hanegreefs: Brusselse gemeenten leven taalwet niet na.  “Zes op de tien personeelsleden die in 2012 door de Brusselse gemeenten werden aangeworven, waren niet voldoende tweetalig. Dat aantal ligt wel lager dan de voorgaande jaren. De cijfers staan in het jaarlijkse verslag van de Brusselse vicegouverneur. Daaruit blijkt ook dat bij de Brusselse OCMW's het probleem nog groter is. Daar spreken zowat acht van de tien vorig jaar aangeworven personeelsleden de tweede landstaal niet voldoende. Meestal gaat het om contractuele aanwervingen.” Anders gelezen, zou de zesde staatshervorming daaraan iets verbeteren? Helaas hebben de Vlaamse regeringspartijen en Groen een reuzenkans laten liggen om de financiering te koppelen aan de naleving van de taalwetten.
Pjotr

10 juli 2013

Hoera, een moNUment de gloire


MEDIA EN POLITIEK       ANDERS GELEZEN


 
De uitspraak van de toekomstige koning Philippe tijdens een bezoek aan een Antwerps bedrijf, “dat hij zich met gans zijn hart zal inzetten voor zijn opdracht” is zonder twijfel welgemeend. Belangrijk ook omdat we weten dat hij niet alle Vlamingen een goed hart toedraagt. Er is meer dat doet twijfelen aan de juiste bedoelingen van de koning in spe. Onder meer wanneer hij verklaarde dat hij de (Koninklijke) verantwoordelijkheid voelt wegen, terwijl hij volgens de grondwet onverantwoordelijk is. Het advies van communicatieadviseur Jan Callebaut getuigde alvast van enige twijfel en was méér dan een commercieel advies.

Naast een opstoot van hermelijnenkoorts (dixit Rik Van Cauwelaert in DT) kende ook Elio Di Rupo een goede electorale week: een akkoord over de begroting en een doorbraak in het decennialange dispuut over het verschillende arbeiders- en bediendenstatuut. Dit akkoord inspireerde Guy Tegenbos tot een commentaar onder de titel “Cirque du soleil”. Eens anders lezen.
 

Belgische koningen


 
Het werd tot vervelens toe herhaald: de koning heeft geen macht. Maar, oh wee wanneer iemand hem zijn rol als politieke schoonvader wil afnemen. Dan opeens blijkt hij onmisbaar om België te behoeden voor veranderingen die de traditionele partijen niet willen. Overigens kán een koning in dergelijke situatie niet onpartijdig zijn en daarom verspeelde het “instituut” een deel van zijn geloofwaardigheid tijdens de lange regeringsonderhandelingen in 2010/2011.

 
Jan Callebaut heeft zo zijn eigen advies (in DM): Respect zult u moeten verdienen. Men zag tot vandaag weinig EQ bij u. Als u de indruk wilt corrigeren voort te komen uit een disfunctionele familie Backeljau, dan zult u een heel helder beeld moeten neerzetten van welke koning u echt wilt zijn. (…) Wees geen parasiet, maar een koning met vertrouwen in de democratie. Betoon respect voor de politiek, zelfs als die dikwijls met zichzelf worstelt. Sta tussen de Belgen met hun inclusieve sociale model. Verbind talen, religies en generaties. Wees fier op de Belgische cultuur in al haar diversiteit. Maak moeilijke onderwerpen bespreekbaar. Kom op voor de zwakkeren. Ga op zoek naar consensus, sta er in tijden van nood, want we misten u in Wetteren. Verstop u niet, maar zie de werkelijkheid onder ogen. Koning worden is straf noch verplichting: u mag weigeren.
 
Anders gelezen: Het wordt moeilijk voor Philippe om tussen de Belgen te staan, zolang hij niet via inkomstenbelastingen solidair hoeft te zijn en bij te dragen tot het inclusieve sociaal model waarnaar Callebaut verwijst.  Het volstaat niet dat hij als consument (die voortaan accijnzen en BTW betaalt) een beetje gelijker geworden is. Dat de machtsgetrouwe media (VRT op kop) het steeds hebben over “de koning die nu ook belasting moet betalen” illustreert hun oppervlakkigheid. Of is het bewuste misleiding? Ik vermoed dat de koning deze ingreep nauwelijks zal voelen, maar wel de dienaren die zich aan de pomp en aan andere privileges mochten laven.
 
Ik betwijfel of het de bedoeling was van Jan Callebaut, maar er zijn voldoende moeilijke onderwerpen die de koning inderdaad bespreekbaar zou kunnen maken: de afschaffing van de politieke blokkering door een politieke minderheid; een hoofdstad waar de taalwetten  worden verkracht; de verlamming van het parlement door de particratie; het gebrek aan transparantie en verantwoordingsplicht van de instellingen die enkel een corporatistisch belang dienen; het respect van politici voor de grondwet en de scheiding der Machten; een samenwerking tussen deelstaten die bij (grond)wet wordt opgelegd in plaats van uit vrije wil georganiseerd en die desgevallend ook geweigerd kan worden; de verdeling van de staatsschuld en de lasten onder de schuldenaren, en ten slotte, de afschaffing van alle middeleeuwse rituelen waaronder het verlenen van adellijke titels. Wanneer in een traditierijk land als Oostenrijk het gebruik van adellijke titels verboden is (hoewel ‘ons kent ons’ ook daar zeer vruchtbaar blijft), kan dat toch geen probleem zijn voor een progressief land als België? Laat het volk zelf zijn helden kiezen. Dan zal de moeder van en dochter Delphine von Saksen Coburg ook niet meer gediscrimineerd worden door het adellijke volkje.
 
Dat de koning fier mag zijn op de culturele diversiteit spreekt voor zich. Maar om dit de “Belgische diversiteit” te noemen is wel kort door de bocht. Behoudens enkele volkse gebruiken en gadgets bestaat er niet eens een Belgische taal en cultuur. Erger: in België wordt de cultuur van de ene gemeenschap permanent onder druk gezet door een andere gemeenschap die zich daarvoor beroept op de taal van hun “moederland” Frankrijk, bij gebrek aan een eigen taal. Komaan zeg, de culturele diversiteit gaat zienderogen achteruit, dat is de waarheid! Ze kan enkel nog onder dwang en met veel geld overeind gehouden worden. Steeds minder mensen verstaan mekaar omdat ze de taal van de andere niet (willen) kennen, steeds minder mensen aanvaarden dezelfde (rechts)regels, steeds minder mensen dragen bij tot het “inclusief” sociaal systeem. Een sociaal systeem dat omwille van kortzichtige electorale redenen overvraagd is en onvoldoende middelen krijgt omdat het belastinggeld werd opgesoupeerd door lichtzinnige regeringen die het nooit nodig vonden om de tering naar de nering te zetten. Leven als God in Frankrijk, zo toepasselijk op sommige vooraanstaande Belgische families, draagt ongetwijfeld eveneens bij tot die “rijke Belgische cultuur”.
 

De naakte keizer en zijn moNUment de gloire


 
Er zijn momenten waarop ik ongewone dingen lees ik De Standaard. Over die historische doorbraak in het statuut van arbeiders en bedienden slaagde dS erin om eens niet unisono de loftrompet op te steken. Integendeel, Matthias Declercq (Open VLD) voelde zich ongetwijfeld zo eenzaam als Robinson Crusoe te midden al de kritiek. Guy Tegenbos vergelijkt het met de Cirque du soleil. “De drie vrouwelijke vedetten dienden zich te gedragen als volleerde acrobaten van de compromiskunde,” schrijft hij. Hij heeft zelfs kritiek op de media: “Veel media zeggen dat er een akkoord is met de sociale partners, maar dat is niet zo. Nadat de gesprekken opnieuw waren vastgelopen, heeft Monica De Coninck gezegd dat zij een compromis aan de regering zou voorleggen. De partners hebben dat niet goedgekeurd en zullen dat ook nooit doen. Het akkoord bestaat erin dat zij zich neerleggen bij het feit dat er een tekst is, maar ze zullen aan hun achterban zeggen dat zij er niet mee hebben ingestemd. Je moet het maar bedenken.”

En over de sociale partners is Tegenbos helemaal niet te spreken: Er was een tijd dat onze sociale partners hun tegenstellingen met een gedeelde toekomstvisie konden overstijgen. Ze werden ‘de levende krachten van de samenleving’ genoemd. Vandaag zijn ze dode krachten. Ze staren als konijnen naar een lichtbak, bang voor de nadelen die elke verandering voor hen meebrengt. (…) De sociale partners mogen daarom niet langer zo’n belangrijke plaats krijgen als ze vandaag in België hebben.”

 
In Franstalig België klinkt het zo (LLB online): “De minister van werk heeft toegegeven dat er nog aan de tekst moet gewerkt worden. Het bereikte compromis (est truffée) is  volgens specialisten arbeidsrecht doorspekt met feitelijke fouten en contradicties.”   Dat belette Di Rupo niet om als een volleerd trapezeartiest hoog in het zwerk victorie te kraaien. Terecht, want zoals we weten uit de kunst der Belgische compromissen is het resultaat nooit wat de mensen ervan verwachten. Het volstaat dat het op velerlei manieren kan verkocht worden. Om nogmaals Guy Tegenbos te citeren: “Dat duurt zolang de kiezers niet zien dat dit afschuwelijk slecht bestuur oplevert.” Deze uitspraak verbaasde zelfs Siegfried Bracke die eraan toevoegde “Het is wat al zo vaak is gebleken onder de regering Di Rupo: de werkelijkheid is voor de N-VA de sterkste supporter.”
 
Om af te sluiten toch één kanttekening: nuchtere Vlamingen hebben niet veel op met het  triomferend gedoe van een regering, maar aan Franstalige kant kan Di Rupo en de PS best wat positieve media-aandacht gebruiken. We mogen voor de verkiezingen ongetwijfeld nog een paar uitgezochte triomfalistische mediamomenten verwachten onder het motto “wij doen het, terwijl anderen aan de kant blijven staan”. Dat laatste is ongetwijfeld Albert II en Di Rupo’s grootste overwinning. Of het een pyrrusoverwinning was zullen we pas op verkiezingsdag weten.    
 

Citaten van de week


 
Jo Van Deurzen (Vl. minister van Welzijn) in Knack: Mensen hebben het tegenwoordig allemaal erg druk, ja. Ze werken hard, brengen de kinderen naar de opvang en gebruiken de grootouders als hulplijn. Maar is dat in wezen de samenleving die we willen? Ik zie het in elk geval als mijn taak om een beetje tegen die tijdsgeest in te gaan. We moeten leren omgaan met het feit dat het leven niet altijd volmaakt is, dat er beperkingen zijn. (…) De overheid zal nooit in staat zijn om alle problemen met professionele zorg op te vangen. Dat zou onbetaalbaar zijn. Maar dat is niet mijn belangrijkste argument. Mij gaat het erom dat zorg die zich niet in het leven van alledag heeft ingenesteld, geen goede zorg is. Het kan niet de bedoeling zijn dat ouderen, mensen met een handicap of chronisch zieken uit onze samenleving worden geëvacueerd.

Soms volstaan kleine inspanningen trouwens al om mensen te helpen. Neem die alarmknoppen die zorgbehoevenden rond hun nek dragen. In sommige regio’s kunnen die mensen geen nummer meer opgeven van degene die bij alarm moet worden gewaarschuwd. Maar ieder van ons woont toch tussen andere mensen?”
 

Bart Sturtewagen dS: “Als de stabiliteit van het land zo wankel is dat een dynastie er garant voor moet staan, dan is het er slecht mee gesteld. Dat toont slechts de zwakte van de constructie aan. Maar deze stelling kan de doodgraver van de monarchie worden als de wil om in België samen verder te gaan het twistpunt wordt. Als het behoud van het status-quo samenvalt met de belangen van de Koninklijke familie, verliest de arbiter zijn onpartijdigheid. Als alle macht uitgaat van de natie, zoals de grondwet stelt, dan ook de macht om het land grondig anders in te richten en zelfs om een andere staatsvorm of een ander staatsverband te kiezen. De monarchie is een relict uit tijden waarin heersers door oorlog of trouwerij hun grondgebied verwierven of uitbreidden en er vervolgens mee deden wat hen goeddunkte. Daar kunnen wij in de 21ste eeuw niets meer mee. (…) Als België een toekomst heeft, dan alleen als, naar het woord van Jean-Luc Dehaene, de meerderheid haar wil niet oplegt, maar de minderheid niet alles blokkeert. Dat is nog steeds niet vanzelfsprekend. Als het land niet al 183 jaar bestond dan zou niemand het vandaag uitvinden. Dat geldt ook voor de monarchie. Albert begreep dat, maar zijn krachten zijn ten einde. Filip is, ondanks zijn 53 jaar, grotendeels een onbeschreven blad.
 

En nogmaals Bart Sturtewagen in dS: “Waarom zou de politiek niet zelf een figuur kunnen aanwijzen die in voorkomend geval als facilitator optreedt, zoals dat in Nederland sinds vorig jaar het geval is? Daar is het de voorzitter van de Tweede Kamer, bij ons kan het de Kamer- of Senaatsvoorzitter zijn. Tegen dat voorstel wordt ingebracht dat in België geen enkele politicus voldoende boven de mêlee kan staan om als vertrouwenspersoon van eenieder te fungeren. Het klopt dat parlementsvoorzitters nu wel eens ex-ministers zijn voor wie geen plaats meer was, vrouwen die het haalden ter compensatie van de beslissing van hun partij om alleen mannen naar de regering af te vaardigen of vrije elektronen die door een op controle gestelde partijleiding ongeschikt worden geacht voor een ministerspost. De gelijkenis met bestaande personen berust niet op toeval. Maar dat betekent nog niet dat het zo moet. Eigenaardig is dat degenen die hiertegen pleiten vaak wel voorstander zijn van de invoering van een federale kieskring. Nochtans is die constructie gebaseerd op de overtuiging dat ze politici zal opleveren die het belang van hun taalgroep zullen kunnen overstijgen. Het zijn ook degenen die stellen dat de functie de man maakt en Filip dus een faire kans moet krijgen. Maar als een persoon die slechts door geboorte is voorbestemd voor een functie in aanmerking komt, dan kan hij toch moeilijk de enige in het koninkrijk zijn die geschikt is?”
 

Guido Lauwaert (opiniemaker in Knack): “De opperstalmeester van de bedriegers is Elio Di Rupo. Hij denkt nog altijd dat de burger denkt dat de kleren de man maken. Maar die heeft al geruime tijd ingezien dat Di Rupo in werkelijkheid er even naakt bijloopt als de keizer uit het sprookje van Hans Christian Andersen. Dat is nu eenmaal het lot van iemand die in de Kamer staalhard beweert dat er niet geraakt wordt aan het spaargeld van de burger. De hoogmoed heeft zijn nuchterheid blijkbaar vermoord, want als er iets voor iedereen duidelijk is, is dat door een deal van de banken en de regering de burger onder druk gezet wordt om zijn spaargeld aan ’s lands speeltafel in te zetten. Door de rente op het spaargeld tot nul te herleiden, meer zelfs, de spaarder te laten betalen om zijn spaarzaamheid. Di Rupo piept er maar op los en zijn praatjes zijn nog luchtiger dan schuim. Een benaming voor zo iemand ligt voor de hand: de man van piepschuim. Dat de burger Bart De Wever bij de volgende verkiezingen de tsarenkroon aanbiedt, en hij de nieuwe koning tot zijn nar maakt, zal niet de schuld zijn van de burger. Dat wou de brave soldaat Šjevk, de zoveelste van die naam, even zeggen.”
 

Een aanklacht van Jef Lambrecht en Dirk Tieleman (VRT-coryfeeën in Knack nr 23): “Pers en politici zijn in het zelfde bedje ziek.”

Jef Lambrecht: “Journalisten hebben de ambitie opgegeven om hun publiek zo objectief en zo breed mogelijk te informeren, wat hun fundamentele taak is. Het publiek is chronisch ondergeïnformeerd. Dat heeft dramatische gevolgen voor de democratie.”
 
Dirk Tielemans: “Ik vind dat je moet uitkijken dat je niet verzandt in een journalistiek die niemand nog leest. Maar ik ben het wel met Jef eens dat er vandaag te veel emoties bruisen in de journalistiek. De kretenjournalistiek overheerst.”

Over de evolutie: Jef Lambrechts: “Hebt u ooit een exemplaar van de Times gezien voor Murdoch die in handen kreeg? Dezelfde evolutie hebben we trouwens gezien bij het NRC Handelsblad in Nederland.” Dirk Tiemelans: “en bij De Standaard en De Morgen in België.”
 

Pjotr

 

03 juli 2013

Tussen droom en werkelijkheid


MEDIA EN POLITIEK   ANDERS GELEZEN


 Er waren afgelopen week enkele interessante onderwerpen die de dagelijkse waan overstegen. Eén daarvan was de oproep van jongerenvoorzitters om een federale kieskring te organiseren. Geen nieuws zou men denken, maar dat de politieke partijen hier weinig brood in zien betekent nog niet dat het geen verrijking zou zijn om er een verkiezingsthema van te maken in 2014. Er zijn immers zelden belangrijker keuzes te maken dan deze tussen twee tegengestelde “dromen”: de Vlaamsgezinde autonomiedroom en de Belgicistische droom van een unitair België. Wie het politieke reilen en zeilen in België een beetje kent zal moeten toegeven  dat beide dromen beter zijn dan de huidige geldverslindende en vergrendelde politieke constructie. Jammer genoeg hebben te weinig politieke commentatoren en media-iconen voldoende durf om dit debat onbevooroordeeld te steunen. Eens anders lezen.

De Belgicistische droom



Aanvankelijk werd de federale kieskring voorgesteld door de politieke lobbygroep “Pavia”. Woordvoerders zijn de Franstalige econoom en filosoof Philippe Van Parijs en de Vlaamse Prof. Kris Deschouwer (VUB). Onder de 19 leden vinden we de  politologen Carl Devos en Dave Sinardet. De argumentatie van deze groep is eenvoudig: om België bijeen te kunnen houden moeten politici niet enkel denken aan hun eigen gewest/gemeenschap maar aan alle inwoners en dus moeten ze verkozen/afgestraft kunnen worden door de ganse bevolking. Een eenvoudige en correcte analyse die perfect kadert in het streven naar een unitair België. Alleen wordt die argumentatie door de Paviagroep zelf vanaf het begin ondermijnd door twee  belangrijke inperkingen: hoe de kiezers ook kiezen het aantal verkozenen per taalgroep mag niet veranderen én het gaat slechts om 15 van de 150 verkozen volksvertegenwoordigers. Daarenboven wijzigt dit voorstel niets aan de bestaande grendels waardoor de Franstalige minderheid haar ultieme greep op dit vernieuwde unitaire België behoudt. Een vergrendeling die in het oude unitaire België niet eens bestond.  
Dat deze oproep kadert in een streven naar een unitair België wordt met klem ontkend door de protagonisten. Toch eens anders lezen.
Wanneer men oproept voor één kieskring en dus alle tenoren verplicht om zich verkiesbaar te stellen in Vlaanderen en Wallonië, dan is het evident dat deze verkozenen verplicht worden om elke communautaire agenda op te bergen. Daarmee worden de Vlaamsgezinde partijen (en alleen zij) die het land op basis van de communautaire verschillen (economisch én cultureel) politiek willen reorganiseren, feitelijk opgesloten in hun eigen regio; zoiets heet discriminatie op basis van een politiek programma. Deze doelbewuste keuze voor een programmatorische onderdrukking is democratisch niet netjes, maar het is klaarblijkelijk geen beletsel voor de voorstanders. Hun antwoord hierop is dat in een federale kieskring alle partijen kunnen opkomen. Maar daarvoor is geen federale kieskring nodig. Niets belet de Franstalige partijen om in 2014 op te komen in Vlaanderen net zoals dat voor de Vlaamse partijen kan in Wallonië. Deze drogreden verbergt een andere agenda die - in tegenstelling tot het artikel 1 van N-VA – niet expliciet wordt vermeld: dat dit initiatief uiteindelijk gaat om de restauratie van een unitair België. Op zich overigens een volkomen legitieme droom.
Wanneer alle tenoren verplicht worden tot een federale agenda dan is het ook heel logisch dat ze hun eigen politieke macht willen versterken via meer bevoegdheden voor “hun” niveau, als ultieme heer en meester. Daarmee wordt de autonomie van de deelstaten afgeblokt. Een voorbeeld hiervan was de oproep om de buitenlandse handel opnieuw federaal te organiseren. Wat zowel de  protagonisten als de tegenstanders van een federale kieskring gemeen hebben, is hun vaststelling dat de huidige structuur te complex is en niet langer in staat is om het land goed te besturen. Zonder dit argument zou dit voorstel voor een federale kieskring (zonder te sleutelen aan de bevoegdheidsverdeling) enkel bedoeld zijn om de autonomiegedachte in Vlaanderen op een omfloerste manier monddood te maken. Uiteraard wil geen van de ondertekenaars dat toegeven, want daaruit zou weldenkend Vlaanderen enkel kunnen besluiten dat het een anti-Vlaams project is en helemaal geen heel-Belgische visie. Hun droom, zo wil ik hopen, is een positieve droom: een land met één regering. In deze denkwijze kunnen de gewesten wel beleidsruimte krijgen om eigen klemtonen te leggen, maar is het de prioritaire taak van het federale niveau om de regionale verschillen uit te vlakken. Een voorbeeld waar dit toe kan leiden is de oneerlijke concurrentie van de luchthaven van Zaventem door Charleroi. Mocht het omgekeerde gebeuren, zou het kot te klein zijn. In deze visie wordt de bonus van de Vlaamse prestaties vastgeklonken aan de prestaties van Wallonië. Voor een goede verstaander betekent dit dat Vlaanderen permanent van zijn welvaart moet afstaan wanneer Wallonië het minder doet. Verarming wegens de belangrijker geachte Belgische solidariteit. Een duidelijk objectief dat ook wel eens de nodige aandacht mag krijgen.
 
Dat deze strategische politieke visie niet kan rekenen op veel partijpolitieke steun is nog geen reden om er geen verkiezingsthema van te maken. Want hoe men het ook leest, zowel een unitair België als een confederaal België zijn te verkiezen boven de huidige politieke imbroglio. Duidelijkheid zou dus welkom zijn, want nu wordt enkel Vlaamsgezind Vlaanderen verweten separatistische bedoelingen te hebben, hoewel iedere opiniemaker en politoloog weet dat het overgrote deel van de Vlaamsgezinde kiezers in 2014 een kans wil geven aan een confederaal model dat niet gaat over onafhankelijkheid. Zouden de opiniemakers dit nu eens willen aanvaarden?

Ogenschijnlijk gaat voor de komende verkiezingen de electorale prioriteit van sp.a, Open VLD en Groen uit naar een sterker België. Ook al verkopen ze dit in een sloganeske vertaling van “sterkere deelstaten in een sterker België”. CD&V wil vooral tijd winnen, omdat het door interne meningsverschillen niet kan kiezen. De reden voor deze dijzige Belgitude bij de traditionele partijen is begrijpelijk: het zou hen zuur opbreken mocht men in 2014 aan de kiezers vragen om zich hierover uit te spreken: een unitair België of een confederaal model. Een confederaal model, waarvan het belangrijkste organisatorisch kenmerk is dat er voor éénzelfde beleidsdomein slecht één niveau en één minister bevoegd en verantwoordelijk is. Kunnen de traditionele partijen ons ten minste uitleggen waarom ze deze zo belangrijke strategisch keuze voor het land uit de weg gaan?

De Vlaamsgezinde droom


 

Met artikel 1 van zijn programma wil N-VA dat Vlaanderen onafhankelijk wordt. Dat is de uiteindelijke droom waarvoor (dixit vice-voorzitter Ben Weyts) er nu geen voldoende groot draagvlak bestaat. Maar toch vinden de tegenstanders van het N-VA-voorstel voor een confederaal systeem net die “opgeborgen” droom voldoende om neen te zeggen tegen een confederaal model. Een model waar zowel de VLD indertijd als de CVP/CD&V zelf voorstander van waren.

Het respect voor het (gebrek aan) democratisch draagvlak en  het pragmatisme van N-VA zijn twee elementen die ervoor gezorgd hebben dat deze partij het vertrouwen kon winnen van heel veel Vlamingen. Dat met deze opgang groeipijnen gepaard gaan is onvermijdelijk maar geen reden tot ongerustheid. Het heeft wel spektakelwaarde voor de media die soms al te graag meedoen aan het verguizen van die nieuwkomer. Naast een deel van de elite die zich verzet tegen elke eerlijke analyse, wordt N-VA geconfronteerd met een tweede probleem: de verdeeldheid binnen de Vlaamse beweging.

Laten we dit even concreet voorstellen: in 2010 behaalde het Vlaams Belang 7,76 %, of 506.697 kiezers; goed voor 12 zetels in de kamer van volksvertegenwoordigers. Lijst Dedecker haalde 2,31 % of 150.577 kiezers; goed voor één zetel. N-VA behaalde 17,40 % of 1.135.617 kiezers en dat gaf recht op 27 zetels. Tellen we het aantal kiezers samen dan zouden ze samen 27,47 % halen met 1.792.918 stemmen. Delen we dit aantal door de nodige stemmen voor een N-VA zetel (42.060 stemmen) dan had N-VA 43 zetels gehaald. Dat zijn drie zetels meer dan de afzonderlijke optelling en meer dan de helft van de Vlaamse vertegenwoordiging in het parlement. Dat er dus iets schort aan het verdelingsmechanisme van de zetels is duidelijk. Maar nog veel erger is het verlies aan soortelijk gewicht door de versnippering. Hoewel elke gesprekspartner deze zwakheid toegeeft blijft men volharden in de boosheid. Een jammerlijke strategische fout die N-VA slechts ten dele kon goedmaken door het overlopen van een deel van de kiezers van de andere V-partijen en als alternatief voor de Vlaamsgezinde progressieve daklozen.

Vandaag beklemtonen opiniemakers zoals Carl Devos, naar mijn aanvoelen terecht,  dat N-VA een grote overwinning moet behalen om haar confederaal project op de agenda te kunnen plaatsen. Dan zullen ook de andere partijen wel aanspreekbaar zijn en kan zeer snel een Vlaamse regering gevormd worden. Indien deze analyse klopt dan zou elke weldenkende Vlaamsgezinde kiezer, zich vandaag één vraag moeten stellen: geef ik mijn stem aan een onmogelijke droom (VB) waardoor Di Rupo samen met de traditionele Vlaamse partijen kan verder doen, of geef ik mijn stem aan N-VA om met een confederaal project Vlaanderen grote autonomie te geven? Voor alle duidelijkheid, géén onafhankelijkheid maar uitzicht op zelfstandig Vlaams bestuur voor de belangrijkste beleidsdomeinen? Wanneer deze bewustwording zich doorzet dan lijkt het zeer goed mogelijk dat Vlaanderen met een eensgezinde stem – voor het eerst – de blokkering van een Franstalige minderheid kan overwinnen. Vooral daar kan naar mijn aanvoelen het verschil al of niet gemaakt worden. Een gemeenschappelijke oproep van diverse Vlaamsgezinde verenigingen zou hierbij een grote rol kunnen spelen. Momenteel steunen ze helaas vooral de diversiteit, verdelen ze liever dan te verenigen. Eén van de argumenten is dat een sterk Vlaams Belang na de verkiezingen samen kan gaan met N-VA en er dus wel een meerderheid kan gemaakt worden. Ik vrees dat dit geen goede reden is, want zoals politoloog Bart Maddens opmerkte zal dit slechts werken als beiden samen de absolute meerderheid halen. Een onmogelijke opgave. Wanneer echter N-VA de kiezers van de andere V-partijen kan overhalen om voor haar project te stemmen dan is het zeer waarschijnlijk dan N-VA 40 % haalt. Met deze score zullen ook de opiniemakers, zoals Carl Devos, toegeven dat N-VA recht van spreken heeft en de steun verdient van de media om hun confederaal project te realiseren. Op dat ogenblik zal ook Franstalig België begrijpen dat hun jarenlang verzet tegen de Vlaamse eisen mislukt is en ze zich beter neerleggen bij een confederaal model waar er nog altijd plaats is voor een transparante solidariteit, eerder dan zelf onbetaalbare separatistische wegen te bewandelen.

Tussen zowel de Belgicistische als de Vlaamsgezinde droom en de werkelijkheid staan de verkiezingen. De kans is reëel dat België verder sukkelt wanneer het Vlaanderen ontbreekt aan eensgezindheid en vijf minuten moed.  

 

Citaten van de week


 
Wim Van De Velde in De Tijd (over de nieuwe BFW): “Niemand mocht verliezen. Dat was het grote politieke uitgangspunt bij de hervorming van de financieringswet. Maar volgens een nieuwe studie van Vives, het onderzoekscentrum dat verbonden is aan de KU Leuven, komt daar niets van in huis. De Vlaamse Gemeenschap is de grote verliezer, en in mindere ook het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap. 'De hervorming van de financieringswet bouwt belangrijke mechanismes in die de ontvangsten van de gemeenschappen zullen afremmen', luidt het. De enige winnaar is de federale staat. 'De doelstelling om de leefbaarheid van de federale staat te waarborgen zal worden bereikt, tenminste aan de ontvangstenzijde. (…) Dat de deelstaten meer belastingautonomie krijgen, wordt in de Vives-studie weerlegd. 'Die doelstelling wordt te weinig bereikt. Dat komt doordat de hervorming van de financieringswet een toename van de 'vertical fiscal gap' veroorzaakt, met name van het verschil tussen de ontvangsten van de gemeenschappen en gewesten en het deel daarvan dat bestaat uit eigen belastingopbrengsten. De belastingautonomie van de gemeenschappen en gewesten stijgt op zich wel, maar de totale ontvangsten van de gemeenschappen en gewesten stijgen nog sterker dan de belastingautonomie van de gemeenschappen en gewesten.” Meer info over deze studie: http://www.econ.kuleuven.be/VIVES
 
Bart Sturtewagen in dS over de situatie in Egypte: De geest is uit de fles. Mensen die de geur van de vrijheid hebben geroken, keren niet terug naar de slavernij. Het pad naar de democratie loopt niet over rozen en de weg loopt ook niet strak rechtdoor naar het einddoel. Maar zelfs in een onvolkomen democratie kan het volk zijn wil doordrukken. Tegen een golf van onvervulde verwachtingen is een falend bestuur niet opgewassen. Het kan een tijd duren, het kan bij momenten hopeloos lijken. Maar je kan niet iedereen de hele tijd voor de gek houden.”
Willy Claes in dS (over de spionage van de EU door de VS): Ik ben verbaasd over de verbazing. “Niet dat ik dit goedkeur, maar doorheen de hele geschiedenis is spionage – ook van bevriende naties – een constante. De VS blijven een supermogendheid, die nog altijd de hele wereld onder controle wil houden en geïnformeerd wil zijn over alles wat er gebeurt. En we hadden toch al jaren geleden, ten tijde van George W. Bush jr., moeten concluderen dat Europa niet langer de gepriviligieerde bondgenoot van de VS is.
Over de gevolgen van dit incident is Claes dan ook kort: “Mijn pronostiek is dat we zeer snel naar een normalisering van de relaties zullen gaan.”
Commentaar van dS journalist:
“In 2003 lekte uit dat er afluisterapparatuur zat in het Justus Lipsius-gebouw in Brussel, waar de Europese Raad bijeenkomt. Twee verdachte technici hadden een opleiding gekregen bij een Israëlisch telecombedrijf, wat het vermoeden deed rijzen dat de Mossad erachter zat. In 2010 verviel het strafonderzoek, omdat de daders onbekend waren.”

Pjotr

 


 

 

27 juni 2013

Bij leven in welzijn?


MEDIA EN POLITIEK   ANDERS GELEZEN


Zijn er moeilijker onderwerpen dan leven en dood? Te duur om verder te leven, zo schreef Rik Van Cauwelaert in De Tijd waarmee hij verwees naar de voorzitter van de Vlaamse Kanker Liga. Hij vermeldt tevens het boekje “Dokter, ik heb ook iets te zeggen”, met denkstukken van professionals en observatoren uit de gezondheidszorg, samengebracht door medisch socioloog Yvo Nuyens en gezaghebbend journalist Hugo De Ridder. Maar, zo noteert Van Cauwelaert, ondanks alle signalen dat het de verkeerde kant uitgaat – wegens onbetaalbaar – blijft het politieke veld afwezig. Ondertussen bakkeleien onze politici over de mogelijkheid voor minderjarigen om zich te euthanaseren. Met veel schroom, eens anders lezen.
MONDIGE PATIËNTEN
 
De titel van het boek “Dokter ik heb ook iets te zeggen”, deed het mij terugdenken aan een recent waar gebeurd verhaal waaruit het belang blijkt van deze uitspraak. Het verhaal: Een hartpatiënt neemt het initiatief om een controleonderzoek te laten uitvoeren. De specialist neemt ruim zijn tijd om met de patiënt het resultaat van het onderzoek te bespreken en besluit dat een coronarografie aangewezen is om een eventuele vernauwing vast te stellen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een collega die vaststelt dat er in dezelfde kransslagader die twintig jaar geleden reeds dichtslibde een nieuwe vernauwing is ontstaan. In zijn verslag, zonder dit te bespreken met de patiënt, kondigt hij een ingreep aan om zowel de nieuwe vernauwing als het oude “total occlusion” volledig dichtgeslibd kanaal te openen. De patiënt krijgt het verslag, dat bestemd is voor de huisdokter, en leest daarin wat het plan is. Hij begrijpt niet waarom na twintig jaar normaal leven inclusief veel sporten, het nodig is om die oude verstopping nog (te proberen) te openen.  De patiënt maakt zich zorgen om het bijkomende risicio en vraagt in een mail aan zijn cardioloog en de collega die de ingreep wil uitvoeren of dat wel nodig is. Reeds de dag nadien ontvangt hij een mail van zijn cardioloog dat hij zijn vraag besproken heeft met zijn collega en het oude letsel niet zal behandeld worden. Oef, maar daarmee is de kous nog niet af. Wanneer de patiënt zich een week later aanmeldt voor de ingreep blijkt dat de verplegers niet weten dat de ingreep gewijzigd werd en kondigt men aan dat er een plassonde zal geplaatst worden, want een “total occlusion”, een volledig dichtgeslibde slagader openen is een veel zwaardere procedure die meerdere uren kan duren. Overigens zegt de verpleegster erbij dat er gewerkt zal worden via de slagaders in de liesstreek “aan beide kanten”. Ze kletste maar wat, die verpleegster. Dat de patiënt het daar moeilijk mee heeft spreekt voor zich. Het duurt dan ook een tijd voordat hij beseft dat er iets aan het mislopen is en na zelf informatie opgezocht te hebben via internet verwittigt hij de verpleegster van dienst dat deze ingreep werd geschrapt door de betrokken specialisten. Het is ondertussen na 18 u en de verpleegster durft het niet aan om de dokter te consulteren. De patiënt moet aandringen om uiteindelijk het telefoonnummer van de cardioloog te krijgen en hem uit te leggen wat men van plan is. De cardioloog begrijpt de situatie en zorgt ervoor dat de verpleegster de wijziging noteert. Dank u dokter, patiënten hebben ook iets te zeggen. Einde verhaal.

Onbetaalbare geneeskunde


 
Dat het politiek veld blijkbaar niet ingaat op de gestelde problemen, zoals Van Cauwelaert opmerkte, mag ons echter niet verbazen. Daar is een eenvoudige reden voor: de gezondheidszorg werd uitbesteed aan het middenveld; de mutualiteiten, de Orde van Geneesheren en andere private instellingen. Het kluwen van diverse actoren, het RIZIV, de ziekenhuizen, de mutualiteiten en andere spelers maakt het voor de politieke overheid quasi onmogelijk om inzicht te verwerven in deze complexe materie en om met kennis van zaken zelf een autonoom beleid te kunnen voeren. Dat er dan nog een ideologische opsplitsing is (met de nodige partijpolitieke bindingen) maakt het helemaal ondoorzichtig. En zoals ik reeds kon vaststellen (en vermeldde in vorige publicaties) betalen patiënten daarvoor ook een verschillende “ideologische gekleurde” prijs. Niet iedereen is inbegrepen en dat zal nog minder het geval zijn in de toekomst
De voortschrijdende medische kennis kan steeds meer mensen langer laten leven. Toch blijft er één constante: de onafwendbare dood voorafgegaan door een laatste heel dikwijls pijnlijke periode (een jaar, maanden) waarin de medische kosten de pan uitswingen. Een periode waarin bij veel patiënten de levenswil verdampt. Ben ik het alleen die zich afvraagt of veel oude mensen, na een mooi leven, niet liever zichzelf en hun familie een lange doodstrijd willen besparen? Onethisch of des mensen? Zou men die ouderlingen niet de kans moeten geven om op die vraag – of ze nog langer willen leven – zelf te antwoorden? Is een lang leven een verplichte ethische vraagstelling? Wanneer het onaanvaardbaar is dat de medische verzorging te duur is om verder te leven, lijkt het mij even onaanvaardbaar om buiten de patiënt om afspraken te maken met de dood. Kan de zingeving functie zijn van de medische vooruitgang? Dat van de wereldbevolking slechts een heel klein deeltje worstelt met dit luxeprobleem is op zich een aanwijzing van de kortzichtigheid van elke wettelijke regelgeving die de plaats wil innemen van een groot-menselijke omgang met de dood.

 

Euthanasie of doden op aanvraag


 
In Knack vraagt Marc Van de Voorde zich af hoe het komt dat we onderscheid maken tussen minder- en meerderjarigheid wanneer het gaat om banale dingen maar voor euthanasie dit onderscheid niet meer telt. “Hoe ethisch verward en hoe ideologisch gebrainwasht moet een samenleving wel zijn dat zij het recht om, in de zotte jaren van experimenteren met het leven, een paar pinten te drinken eigenlijk gevaarlijker acht dan de vrijheid om, in die zelfde onzekere jaren van zoeken naar de zin van het bestaan, te vragen om het leven te beëindigen!” Euthanasie als doden op aanvraag.
Is “uit het leven stappen” een verlossing uit een getormenteerd leven? Wat we in elk geval weten is dat dergelijke beslissing bij de naasten een levenslang trauma veroorzaakt. Is dat een voldoende motivatie om zelfdoding af te keuren als onethisch? Is euthanasie een vergelijkbare manier om uit het leven te stappen? Ditmaal met hulp van anderen?
Op al die vragen zijn er weinig antwoorden. Eensgezindheid is er zeker niet en daarom vraag ik mij af of juridische regels wel een goede oplossing bieden. Of politici dit debat niet voeren om het eigen onvermogen te maskeren? Waar is de tijd dat er geen rechtsregels aan te pas kwamen maar zuster Mathilde met een schrikwekkende grote spuit in de hand mijn vader voorstelde “dat het tijd was om te slapen” en hij met zijn hoofd knikte. Barmhartigheid was toen de regel. Ik weet nog steeds niet wat er mis mee zou zijn.


Citaten van de week


Karel Anthonissen (BBI inspecteur) in DT: Een reactie op Open VLD-voorzitster Gwendolyn Rutten die vorige week zwaar uithaalde naar de 'heksenjacht. “Ik denk dat mevrouw Rutten twee dingen verwart: de ondraaglijke zwaarte van de belastingdruk in ons land en de vermeende onverdraagzaamheid van de belastingcontroleur. Open VLD zit al 14 jaar in de regering en in die periode is de belastingdruk nog verder gestegen van 46 naar bijna 50 procent. Weet u wat dat concreet betekent? Als een boekhouder van zijn klant een factuur van 100 euro uitbetaald krijgt, gaat 20 euro naar de btw, 20 euro naar de sociale zekerheid, 20 euro naar de belastingen. Dan heeft hij nog 40 euro. En als hij daarmee naar de kapper gaat, gaat van die 40 euro nog eens 8 euro naar de btw, 8 euro naar de sociale zekerheid en 8 euro naar de belastingen. Dan houdt hij nog 16 euro over en is er 84 euro voor de schatkist. Daar ben ík niet voor verantwoordelijk, wel mevrouw Rutten. Maar als belastinginspecteur moet ik de wet laten respecteren: ik ben aangesteld om die 84 euro binnen te halen. En als Rutten dat een heksenjacht noemt... Schiet dan niet op de pianist. De objectieve cijfers tonen trouwens aan dat er zeer weinig controles zijn. Dat bedrijven misschien maar één keer in twintig jaar controle krijgen.”
Paul Magnette in dS over het confederalisme van N-VA): “Ik weet nog altijd niet wat ze daar precies mee bedoelen, ik ben benieuwd. Zij willen het einde van België, en om te beginnen alvast de splitsing van de sociale zekerheid. Maar dat is het cement van de staat. Een België zonder sociale zekerheid interesseert ons niet. Als er geen interpersoonlijke solidariteit meer is, waarom zouden we dan nog samenblijven? Wij hebben tijdens de laatste communautaire ronde al veel toegevingen gedaan. Maar wat voor ons te veel was, was voor de N-VA nog altijd te weinig. Die partij leefde nog in de wereld van de politieke fantasmen, niet in de realiteit.”
Over armoede: “Er is in Wallonië niet veel meer armoede dan in Vlaanderen. Eigenlijk is dat toch verrassend: voor zo’n rijke regio is er behoorlijk wat armoede in Vlaanderen. Er is wel meer werkloosheid in Wallonië. Maar vergeet niet dat Wallonië tot 1968 veel rijker was. Daarna begonnen de moeilijkheden, omdat er geen geld meer was. Sinds 1995, bij het aantreden van de eerste Waalse regering met eigen middelen, gaat het weer veel beter. De groei is nu zelfs iets beter dan in Vlaanderen.”
Christophe Lacroix namens minister Labille (in een toespraak voor prominenten uit de Belgische zakenwereld) genoteerd door JV Overtveldt in Trends: “De uitlating van Christophe Lacroix dat we voor een degelijk anti-crisisbeleid méér overheid nodig hebben, sloeg in als een bom. De weigering van de heer Lacroix om deel te nemen aan het daaropvolgende debat maakte de consternatie en de onvrede enkel maar groter. De stilte in de zaal was even indrukwekkend als de lichaamstaal van de aanwezigen. Toen baron Paul Buysse, de voorzitter van Bekaert, de tweedaagse Trends Summer University afsloot, vertolkte hij de mening van nagenoeg alle aanwezigen wanneer hij stelde dat de oproep van minister Labille tot méér overheid als noodzakelijk onderdeel van een anti-crisisbeleid hem alvast met verstomming had geslagen. De grootste Waalse partij gaat er duidelijk voor om de visie en het beleid waarmede men de voorbije decennia de Waalse economie de nek heeft omgewrongen te verheffen tot het na te streven ideaal op Belgisch niveau. Gegeven het relatief hoge welvaartsniveau in Vlaanderen valt er hier nog veel in te pikken voor een roofbouwbeleid zoals de PS dat voorstaat. (…) Het wordt hoog tijd dat de Vlaamse coalitiegenoten van de PS van Magnette en Labille en Onkelinx deze mensen eens recht in de ogen gaan kijken.”
Wim Distelmans Prof palliatieve geneeskunde in dS: “De tijd dat artsen en ziekenhuizen eenzijdig een medische behandeling bepaalden voor elke patiënt, is voorbij. De internetgeneratie eist dat ze na een ernstige diagnose goed geïnformeerd wordt, om zelf mee een keuze te kunnen maken.” Anders gelezen, het voorbeeld bewijst dat de praktijk iets moeilijker ligt dan uitspraken van autoriteiten.

Pjotr