17 juli 2012

dS, wisselvallig zoals het weer



ANDERS GELEZEN

De karikaturen van dS
In de nabeschouwingen over de splitsing van BHV werd in dS warm en koud geblazen. De verdedigers van het compromis met op kop CD&V mochten hun fierheid breed uitsmeren. Hoewel, Wouter Beke had het vooral over de tegenstander, N-VA, bij gebrek aan voldoende argumenten om het eigen compromis te verdedigen? Enkele redactionele uitspraken verdienen toch wel anders gelezen te worden.
In de editie van 12 juni schrijft hoofdredacteur Bart Sturtewagen onder meer het volgende: “De prijs voor dit akkoord is hoog. Te hoog. Want het conflict heeft Vlamingen en Franstaligen gedwongen karikaturen van zichzelf te worden. Het is geen paix des braves geworden, geen historische deal onder leiders die misschien geen overwinnaars zijn, maar wel met opgeheven hoofd het slagveld kunnen verlaten.”
De prijs die betaald werd voor dit compromis ligt dus volgens Sturtewagen niet zozeer in de bezwaren die geformuleerd werden door de tegenstanders, maar in het feit (dat is althans zijn persoonlijke mening) dat zowel Vlamingen als Franstaligen een karikatuur werden van zichzelf. Met de laatste bemerking uit het citaat laat hij uitschijnen dat het om een redelijk akkoord gaat en schaart hij zich dus achter de voorstanders van het compromis. Het zal dan ook niemand verbazen dat in de verdere edities van dS nauwelijks nog sprake is van de argumenten die de tegenstanders aanhaalden. Dit in tegenstelling met andere kranten en weekbladen, die uitgebreid berichten over de argumenten van onder meer de Gravensteengroep, Prof Hendrik Vuye en advocaat Keuleneer.
Verder schrijft hij nog: “De schuld voor het uitblijven van echte pacificatie ligt niet in een kamp. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. Een collectief falen. De tijd zal aantonen of deze BHV-regeling werkt.” Nochtans is de doelstelling van een pacificatie vanuit een Vlaamse invalshoek eenduidig: elke regeling moet ertoe leiden dat niet alleen Vlaams Brabant maar gans Vlaanderen zijn eigenheid kan behouden en dat betekent onder meer het verplicht gebruik van de Nederlandse taal en ruimer gezien het behoud van onze culturele en dagdagelijkse levenswijze. Wie de argumenten las van de tegenstanders weet dat dit compromis geen enkele garantie biedt. De inkt is nog niet droog of de interpretaties vanuit Franstalige hoek als de alledaagse werkelijkheid in de Rand laten het tegendeel vermoeden. Wie weigert de contra-argumenten te publiceren zal wellicht nog de hoop koesteren dat de weldenkende Vlamingen uiteindelijk toch zullen zwichten voor de bijkomende grondwettelijke grendels waar zedig over gezwegen wordt. Ze zullen allicht ook geen belang hechten aan de poll van de krant De Tijd onder geregistreerde lezers (5.795) die het tegendeel bevestigen: 70 % vindt de prijs van dit compromis voor Vlaanderen veel te hoog.
Volgens Sturtewagen liggen de uitdagingen voortaan op een ander vlak, namelijk om zowel Vlamingen als  Franstaligen een eigen beleid te laten voeren dat ze menen nodig te hebben. En hij vraagt zich ook af of er nog voldoende meerwaarde is in het behoud van een gezamenlijke koepel? Daarover blijft twijfel gewettigd, schrijft hij. Kijk eens aan, na koud dan weer warm blazen? De twijfel blijft maar wanneer een politieke strekking durft eisen  om een eigen beleid te voeren, leest men in dS vooral onheilsprofeten die elke zelfstandigheid als catastrofaal bestempelen of erger nog, het werk van “caractériels”. Over karikaturen gesproken.

Loopgravenoorlog of pacificatie in zicht?

Waarvoor de metropolitane gemeenschap moet dienen weten we ondertussen ook al. Bij monde van de minister-president Charles Piqué stapt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest naar de Raad van State want een winkelcentrum in Vlaams Brabant dat mag niet zonder toestemming van de Brusselaars. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
Een inwoner van Vilvoorde liet mij weten dat er in de laatste jaren 10.000 niet-Europese inwoners bijgekomen zijn en “zijn stad” haar Vlaams karakter nu reeds kwijt is. Er zijn echter ook signalen dat heel wat allochtonen sneleer Nederlands leren dan die hardleerse francofiele “landgenoten”. Toch is het duidelijk dat de verzuring toeneemt en voor de traditionele goegemeente is dat vooral de fout van N-VA. Zouden de traditionele partijen echt zelf geloven dat de lezers hen zullen volgen in de beschuldigingen aan het adres van N-VA? Hebben ze het inderdaad niet zelf gedaan (vooral dan onder de Paarse regeringen)? Géén grote (bek) woorden maar daden liggen aan de basis van het afhaken van een groot deel van de Vlaamse bevolking.
Een gepensioneerd kolonel uit Wemmel stelt dagelijks vast dat Franstaligen in zijn gemeente steeds opdringerig worden en via allerlei sluikse methoden pogen om het Franstalig onderwijs uit te breiden. Zijn advies om deze imperialistische houding een halt toe te roepen: schaf de faciliteiten (op korte termijn) af. Bekrompenheid of een teken van groeiend zelfvertrouwen? Zolang ook in de zo tolerante bakermat van de francofonie, Frankrijk, anderstalige minderheden niet erkend worden, hoeven we ons geen zorgen te maken om een Brusselse kliek ogenschijnlijk armlastige francofielen. Vermits deze regering van de Grondwet toch een vodje papier maakte (zie de bezwaren van advocaat Keuleneer en Prof H Vuye) mag dat een onderdeel zijn van het confederale model.   
De – dixit een partijgenoot - chagrijnige Eric Van Rompuy heeft het over een arrogante De Wever die hem zelfs geen hand meer geeft. Zou het alleen mij opgevallen zijn hoe neerbuigend de lichaamstaal van Eric Van Rompuy soms is? Persoonlijke aanvallen in plaats van argumenten zoals bij Walter Pauli en zopas ook nog Patrick Dewael die in Knack N-VA de label van extreem rechts aanmeet, (inclusief een verwijzing naar WO II in De Morgen). Dat alles bij gebrek aan argumenten? Even twee reacties citeren op al dat verbaal geweld: “Eric Van Rompuy is niet alleen een slechte verliezer, (…) met een kort geheugen. Wat volgt zijn uittreksels uit het boek van Ivan De Vadder "Het Koekoeksjong, Het begin van het einde van België". (Regeringscrisis 2007-8) Pag. 242: In mei 2008 wordt (Eric) Van Rompuy heel pessimistisch. 'De scheiding der geesten gaat verder. Over welke dingen zijn we het nog eens? Ligt hier niet de echte reden van de onmacht van de regering-Leterme en de niet-eindigende stroom van communautaire incidenten? Beste vrienden, chers amis: er ligt een staat te sterven, twee volkeren zullen erven.' ........... In juli 2008 schuift Van Rompuy op zijn weblog zelfs het idee van de Vlaamse onafhankelijkheid naar voren. 'Indien ik Vlaams parlementsvoorzitter was, dan zou ik mijn toespraak openen met: "Waalse vrienden, we staan op enkele dagen van een historisch rendez-vous. Besef dat dit één van de laatste kansen is op een grondige hervorming van deze Belgische Staat." En ik zou eindigen met: "Hopelijk zien we elkaar hier terug op 11 juli 2009 in een nieuw en hervormd land!" Zo niet zal de Vlaamse parlementsvoorzitter anno 2009 zijn toespraak moeten beginnen met het Plan B waar vandaag niemand over durft spreken: "VOLK, WORD STAAT!"..............Ivan De Vadder: "Het is een separatistische boodschap die je nergens in officiële documenten van CD&V zult terugvinden, ook het kartelprogramma tussen CD&V en N-VA heeft het separatisme niet opgenomen. Maar met deze boodschap staat de CD&V'er Eric Van Rompuy uit de gemeente Zaventem in de kieskring B-H-V volledig op de N-VA lijn" .......
Reactie op Patrick Dewael: 'N-VA is nieuwe platform voor extreemrechts'
Kan Patrick Dewael niet beginnen met zijn eigen partij uit te zuiveren? Te beginnen met hardcore racist Guy Verhofstadt:" De vraag is of de islam wel in overeenstemming te brengen is met de liberale democratie en de vrijheid, de verdraagzaamheid, de verscheidenheid en het tegensprekelijk debat zonder dewelke geen open samenleving mogelijk is" (blz. 64 Burgermanifesten). En over de zaak-Rushdie zei hij: "Toont zij niet aan dat de islam in wezen een intolerante en totalitaire ideologie is, die botst met de culturele, morele en juridische voorschriften die gelden in een open democratische samenleving?". En nog "De islam is in werkelijkheid niet alleen een godsdienst, maar ook een ideologie, een sociaal-politieke leer die door de overheid wordt gecontroleerd. In wezen verschilt die toestand niet van het socialisme of het communisme dat aan de samenleving een bepaalde morele code en een manier van leven wou opleggen". En waarom zegt hij niets over hardcore racist Louis Tobback? : "Asielzoekers die hier als meeuwen op een stort komen zitten omdat dat makkelijker is dan thuis te vissen of de grond te verbouwen, dienen systematisch te worden uitgewezen".

De grote clash is onvermijdelijk

Hoewel het nog te vroeg is, is de Wetstraat in de ban van de verkiezingen in 2014. Dat een invloedrijke maar ook voorzichtige opiniemaker, Carl Devos, hiervan melding maakt en nu reeds voorbeschouwingen geeft, is een veeg teken aan de wand. Al dat verbale geweld heeft een belangrijke oorzaak: de existentiële angst bij de traditionele partijen voor het verlies van hun macht. De particratie en al wie er belang bij heeft zijn tot heel veel in staat om de macht te behouden. Het probleem is dat iedereen zich heeft vastgereden en dus niet anders kan dan doof en blind te blijven voor de argumenten van de andere. Het gevaar voor deze kloof werd goed vertolkt door Bart Sturtewagen in zijn commentaar (14 juli): "Wordt Vlaanderen beter van een niets ontziende loopgravenoorlog om het politieke centrum? Het is een ding om de macht te verwerven zodat je alleen de volgende krachtmeting met de Franstaligen kunt aangaan. Maar welk bitter en gepolariseerd Vlaanderen zullen we dan erven? En in wiens voordeel speelt de tijd? Ook bij Merckx sloeg de verzuring wel eens toe in de slotklim. Haar obsessie om de macht te verwerven, voert de N-VA tot een spreidstand die moeilijk vol te houden is. Soms is de zekerste manier om je doel niet te bereiken het te hard willen."
Hierop stuurde ik Sturtewagen volgende mail: Geachte heer hoofdredacteur,
Ik denk dat dit een zeer belangrijke overweging is en dat de uitkomst voor een belangrijke mate zal bepaald worden door de manier waarop de media omgaan met deze verdeeldheid. Wie, zoals u doet, de schuld a priori bij de uitdager legt en in de krant vooral ruimte biedt aan het eenzijdig discours van de voorstanders van het status quo draagt bij tot de polarisatie en die zal inderdaad nefast zijn voor Vlaanderen.
Mag ik u voorstellen om de opdrachtverklaring van dS om "bruggen te slaan tussen Noord en Zuid" te veranderen en als nieuwe opdracht "bruggen te bouwen tussen alle Vlaamse strekkingen”; vanuit een Vlaamse invalshoek die boven de partijen staat.”
Hieraan had ik nog kunnen toevoegen: en eindelijk de Franstaligen van repliek dienen, in de eerste plaats  uw “zusterkrant” Le Soir die ongegeneerd kant koos en anti-Vlaamse propagana verspreidde.
Pjotr
Anders Gelezen






10 juli 2012

Mag het iets meer zijn? Mag het iets minder zijn?



ANDERS GELEZEN

Tom Naegels heeft zijn eerste verjaardag als ombudsman van dS aangegrepen om een balans op te maken en online te publiceren. Een lovenswaardig initiatief dat ongetwijfeld tegemoet komt aan de wensen van de talrijke lezers die hem contacteerden. Het zou goed zijn mochten de lezers ingaan op zijn vraag om alvast hun pen een beetje steviger vast te houden en minder uitroepingstekens en hoofdletters te gebruiken.  De volldedige tekst van zijn balans is te lezen in dS online:
Geachte heer Naegels, mag het iets meer zijn?
In de evaluatie van de ombudsman lees ik dat het al bij al meevalt met de reacties, al mag het wat gematigder van toon in plaats van “de vis stinkt aan de kop”. Ook zijn contacten met de redactie getuigen van veel openheid, schrijft hij. Slechts tweemaal werd hij niet zo goed onthaald. Zo te horen is de ombudsman goed geïntegreerd in de krantenfamilie die een redactie toch is. Met de lezers heeft hij het moeilijker want slechts 10 tot 20 % van de lezersreacties vindt hij terecht. 80 à 90 % onterechte kritiek verdient om eens anders gelezen te worden.
Geachte heer ombudsman,
Met deze formele aanspreektitel hebben wij mekaar enkele malen op een zeer beschaafde manier gemaild over een of ander onderwerp dat in dS gepubliceerd werd en waar ik meende een vraagteken bij te moeten plaatsen. Naar aanleiding van uw publicatie zou ik deze correspondentie even in  herinnering willen te brengen, u enkele vragen stellen en enige verduidelijking geven bij de vragen die u mij stelde.
Het is sympathiek dat u in uw evaluatie de eigen (kleine) foutjes toegeeft, maar ik vind  uw vermeldingen over de relaties met de redactie en de lezers veel belangrijker. Ik kan mij best voorstellen dat niet alle redactieleden gelukkig zijn wanneer ze in de eigen krant moeten lezen dat het beter had gekund. Maar overtuigd zijnde van uw goede bedoeling denk en hoop ik dat het u er niet om gaat deze of gene gelijk te geven, maar dat het uiteindelijk doel van uw taak als ombudsman een beetje meer mag zijn: namelijk dat de krant rekening houdt met uw aanbevelingen en evolueert naar een kwalitatief hoger niveau dan actueel het geval is. Of, zoals ik u schreef in onze correspondentie, het is niet wat u schrijft in de krant dat het belangrijkste is, maar wel in welke mate uw kritiek door de redactie aanvaard wordt én effectief bijdraagt tot een betere kwaliteit. Met andere woorden, geachte heer ombudsman, indien uw werk slechts tot doel heeft de lezers de indruk te geven dat dS bekommerd is om de kwaliteit, maar er verder niets verandert, dan dient uw bijdrage slechts de schone schijn en dat zou vooral voor uzelf wel heel jammer zijn.
Wellicht borrelt nu reeds uw eerste vraag op: hoezo, durf ik te beweren dat de dS geen kwaliteitskrant is? Volgens de redactie en een grote schare vluchtige lezers is dS ongetwijfeld interessant en misschien volstaat het om in een commerciële omgeving ‘onverantwoord interessant’ te zijn om ook een kwaliteitslabel te claimen. Maar voor de kritische meerwaardezoeker kan en moet een kwaliteitskrant veel beter kunnen.
Vooraleer in te gaan op enkele concrete tekortkomingen, eerst de essentie: kwaliteit is bovenal een kwestie van voldoende en gedegen journalisten. Welnu, in een internationale vergelijking doet dS het in dit domein niet zo best. Alle begrip voor de beperkte redactionele bemanning omwille van de beperkte afzetmarkt (hoewel het  potentiële lezersbereik van de kwaliteitsvolle Zwitserse ‘Neue Zürcher Zeitung’ niet groter is), maar zou het dan niet beter zijn om wat minder bladzijden te vullen? Moet de WE krant meer dan 400 A4’tjes beslaan met nog een magazine erbij? Onderzoek leerde mij dat de vroegere dS (voor de commercie en de marketeers het voor het zeggen kregen) veel dunner was en er verhoudingsgewijs meer journalisten waren om deze in omvang bescheiden krant in te vullen. Zou het dan toch waar zijn dat - in tegenstelling met vandaag - de kwaliteit toen voorrang had op de kwantiteit? Dat brengt mij bij een heikel punt dat u aanhaalt in uw evalutie: het copy-pasten van teksten die verschenen in ander dag- en weekbladen. Misschien kan dS een voorbeeld nemen aan een dunne krant zoals De Tijd, die heel dikwijls over eenzelfde onderwerp voor evenveel informatie slechts een halve bladzijde nodig heeft terwijl de gedrukte dS de schaarse informatie over meer dan tien bladzijden uitsmeert. Is dat fenomeen niet eerder typisch voor de tabloidkrant? Daar kan de gedrukte versie van dS morgen mee stoppen.
Maar goed, de commerciële verplichtingen zijn dominant geworden en dus moeten er ook toegevingen gedaan worden. Maar er is niet alleen de commerciële inbreng uit de privésector, ook de sponsoring – onder verschillende vormen - door de overheid heeft duidelijk een invloed op de redactionele lijn. U zult het wellicht met mij eens zijn dat het voor een beroepsjournalist moeilijker wordt om deze officiële sponsor voor het hoofd te stoten met al te kritische benaderingen. Vandaar dat u in uw evaluatie melding maakt van de klachten over vooringenomenheid en sturing van de gepubliceerde informatie. In onze correspondentie geeft u zelfs toe dat het anti Vlaams discours overheerst in de opiniebladzijden. Wel, waar wacht dS op om ook in deze rubriek een evenwichtig aanbod te publiceren? Toch niet het gebrek aan goede Vlaamse pennen? Wat we nu lezen van opiniemakers die zich verschuilen achter hun academische referentie  om eenzijdige anti-Vlaamse uitspraken te doen kan toch niet uw referentiekader zijn? Meteen hoort hierbij ook een antwoord op uw vraag omtrent mijn kritische bijdragen die volgens u (en terecht) vanuit een Vlaamse  invalshoek geschreven zijn: met deze bijdragen wil ik een aanvulling geven op het tekort in dS. Dat mijn steeds talrijker lezers daardoor veel kritischer omgaan met dS (meerdere onder hen zijn uw vragenstellers die nadien hun vraag en antwoord doorsturen) mag u toch niet verbazen.
Er is echter meer: niet alleen het onevenwichtig aanbod doet vragen rijzen maar vooral de vaststelling dat dS veel informatie niet publiceert, doet de wenbrauwen fronsen. Sinds de toegang tot informatie dank zij het ‘www’ zo eenvoudig geworden is, zou een krant moeten beseffen dat ze alleen kan winnen door in de gedrukte krant, naast de onvermijdelijke politieke faits divers van de dag, vooral in te zetten op kwaliteitsvolle journalistieke duiding, die niet één opinie weerspiegelen maar door nuance en diepgang inzicht verschaffen, zonder cordon sanitair en zonder dat de journalist uit angst voor broodroof aan zelfcensuur doet. Zo werd het multicuturele debat slechts occasioneel gevoerd (naar aanleiding van een incident) en werd heel dikwijls geschreven over toestanden in Nederland, precies alsof er in België geen problemen waren. Het duurde tot een progressieve stem, Luckas Van der Taelen, in zijn pen kroop vooraleer dS dit onderwerp prominent durfde aan te kaarten. Is er een mooier bewijs van censuur omwille van politiek-maatschappelijke vooringenomenheid? 
In uw evaluatie heeft u het eveneens over het onderscheid tussen gedegen journalisitiek (met de nuance van enerzijds en anderzijds) en columnisten. ‘Radicaal is voor columnisten’ schrijft u. Maar hoe zit het dan met een columnist die tegelijk redactielid is van dS en soms in dezelfde editie, een column schrijft vanuit een anti-Vlaamse invalshoek en in de rubriek Binnenland een genuanceerde bijdrage zou kunnen/moeten schrijven over dezelfde problematiek. De door u geciteerde journalist-columnist heb ik ondanks lang zoeken nooit kunnen betrappen op tegenstrijdigheden tussen zijn eenzijdige columns en zijn redactionele bijdragen. ‘Zijn waarheid’ als norm voor ‘de waarheid van dS’? Toeval of toch netjes binnen de redactionele lijn?
Geachte heer ombudsman,
Ik hoop dat u deze vragen wilt beantwoorden en mocht u denken dat andere lezers er ook iets aan hebben, dan heb ik er alvast geen problemen mee om bovenstaande een plaatsje te geven in dS online. Overigens, mocht u denken dat ik kritisch sta tegenover dS omdat men mijn reacties niet publiceert, dan zit u fout. Slechts twee maal stuurde ik een lezersbrief in en éénmaal werd die over een halve pagina afgedrukt, (zie dS 11 augustus 2009: ‘Hoe kunnen we onze economische diplomatie verbeteren?’). Statistisch ongetwijfeld een prima score. Het leuke was dat nadien zowel de Vlaamse pen, D. Criekemans, als de Belgischgezinde pen, J.  Holslag, mij feliciteerden met mijn bijdrage. Zo ziet u hoe een genuanceerde bijdrage in plaats van een scherpe pen ook onverantwoord interessant kan zijn.
Hoogachtend, Pierre Therie, andersnieuws.eu
Geachte heer Pauli, mag het iets minder zijn?
Niet alleen dS is soms onverantwoord interessant. Meteen een voorbeeld waar ik eveneens vraagtekens bij plaats: de bijdrage van Walter Pauli ‘De aanval is ingezet’ in Knack (4 juli).
Het blijvend succes van N-VA moet toch wel stilaan een nachtmerrie zijn voor journalisten ter linkerzijde. Maar wellicht nog erger voor Pauli en Co is, dat met de Gravensteengroep nu ook al een Vlaamsgezinde linkerzijde van zich laat horen. Daarover schrijft Walter Pauli onder meer het volgende: “Een club van verstandig en geëngageerd volk die op een paar uitzonderingen na een links of op zijn minst vrijzinnig etiket draagt.” Wie Pauli regelmatig leest weet dat hij de kwalificaties “verstandig en geëngageerd” niet zo snel zou gebruiken mocht het over rechtse flaminganten gaan. Maar goed, het steekt, en dus volgt er een reprimande die ongetwijfeld in slechte aarde zal vallen bij de ondertekenaars van de Gravensteenmanifesten. Hij gaat zelfs zover om “Clijsters en Co” te linken aan het VB: “schouder aan schouder” met Karim Van Overmeire neo N-VA, ex VB’er, schrijft hij. Volgens Pauli is de Gravensteengroep ook Anti-Waals, omdat ze de Belgische grendels willen weghalen. Is dat zo of is het een venijnige slag onder de gordel?
Mijnheer Pauli, wanneer ik alles overschouw dan denk ik niet dat linkse flaminganten het probleem zijn maar wel het ontbreken van een Vlaamse linkse politieke familie. Wanneer de sp.a van linkse Vlammsgezinden politieke daklozen maakt, moet u vooral eens de vraag beantwoorden waarom deze partij haar Vlaamsgezinde vleugel afstoot. Zou het kunnen zijn omdat de sp.a omwille van de machtsdeelname dat ze haar eigen electoraat negeert?
Geachte heer Pauli, mag het iets minder eenzijdig zijn? Iets minder een intentieproces.
Een Gravensteenlid besloot zijn reactie op Pauli’s aanval met volgende veelzeggende zin: “Een staat die de ene ondemocratische grendel na de andere nodig heeft om overeind te blijven, heeft – vrees ik – zijn beste tijd gehàd. En: als zijn verdedigers niet eens argumenten kunnen aanvoeren, maar zich moeten behelpen met het verdraaien van feiten en verdachtmaken van critici, dan heeft die staat zelfs geen vijanden meer nodig. Ocharme.” Waarvan akte.
Pjotr
Anders Gelezen


 

 

 

 

 


 







 




03 juli 2012

Eenheidsdenken


ANDERS GELEZEN

Politiek eenheidsdenken
De voorzitter van de Europese Raad, Herman Van Rompuy, maakte zich boos op de staatslui van weleer die een Europees project realiseerden zonder de nodige diepgang, waarmee hij bedoelde dat er onvoldoende convergentie bestaat tussen de lidstaten op maatschappelijk, financieel en economisch vlak. Nochtans zo merkte Rik Van Cauwelaert op bij de uitspraak van Van Rompuy, "Wie dat 12 jaar geleden durfde te zeggen werd als een verkrampte nationalist, in het beste geval als een euroscepticus weggezet, ook door de kopstukken van Van Rompuys eigen CD&V." Inderdaad, we hebben hem niet gehoord toen Dehaene als voorstander van de verdieping zijn standpunt wijzigde en koos voor uitbreiding. Samen met de zo gewenste convergentie rijst een vraag waar nauwelijks aandacht voor is: veronderstelt diepgang ook een eenheidsdenken? Een vanbovenuit opgelegd dictaat zonder een democratische besluitvorming wegens  het ontbreken van een maatsschappelijk draagvlak? Eens Anders Lezen.
In de recente discussies over het onderwijs valt bij herhaling het begrip “eenheidsworst”, waarmee men bedoelt dat eenzelfde onderwijssysteem of -methode voor leerlingen die per definitie verschillend zijn, niet de beste oplossing is. De grootste gemene deler hoort thuis in een statistische benadering maar sluit evenmin aan bij de diversiteit aan capaciteiten van de leerlingen. Elitair versus gelijke kansen in het onderwijs staat gelijk met verdieping versus uitbreiding voor het Europese project. De keuze voor de uitbreiding zonder verdieping was een zegen voor de nieuwe zwakkere landen omdat ze zo konden genieten van de Europese welvaart via allerlei steunprogramma’s. Voor de kernlanden waren het nieuwe afzetgebieden en vermits er voldoende geld was, vormde deze bijkomende financiële last geen onoverkomelijk obstakel. Men vergat dat de aanvankelijke Europese gedachte - om elke oorlog tussen Europese staten onmogelijk te maken - stoelde  op een groot maatschappelijk draagvlak. Dat er voor de verdere evolutie -  zowel voor uitbreiding of verdieping - zelfs geen moeite meer werd gedaan om een voldoende draagvlak te verwerven is vanuit een democratisch standpunt onbegrijpelijk. Trouwens, is er geen sprake van een contradictie wanneer sommigen dromen van de Verenigde Staten van Europa, die net zoals de Verenigde Staten van Amerika, overal ten strijde trekken?
Maar waar men bij de uitbreiding te weinig rekening mee heeft gehouden, was dat de nieuwe leden-landen kwamen uit een langdurige periode van dictatuur en helemaal niet vertrouwd waren met democratisch beleid en individueel ondernemerschap in een concurrentiële omgeving. Vanuit Europa stroomde geld binnen, maar er was onvoldoende ervaring om hiermee om te gaan. Decennialang was besturen een zaak van een kleine elite en de nomenclatura (een ander woord voor een gepolitiseerde totaal afhankelijke administratie) die nooit rekenschap had moeten afleggen en nauwelijks besef had van wat verantwoordelijk participatief bestuur is, laat staan van transparantie. Het manna zorgde vooral dat rijken rijker werden en de spreiding van de welvaart slechts met mondjesmaat toenam. Overigens geldt dit gebrek aan verantwoordelijk beleid niet alleen voor deze nieuwe landen, want het gesjoemel met Europese subsidies in de Zuid-Europese landen (en sommige Belgische provincies) is al even onverantwoordelijk, zoals vandaag maar al te duidelijk blijkt uit de eurocrisis. Dat in tijden van budgettaire tekorten de confrontatie tussen de rijke landen die daarenboven de spelregels volgen en de zwakkere landen die zich minder verantwoordelijk gedragen hoog oploopt, is begrijpelijk. Om deze tegenstelling te illustreren met een vertrouwde situatie in eigen land: de culturele elite die acties onderneemt om “de solidariteit te redden” en zich afzet tegen vermeende kortzichtige Vlaamse sponsors, maar tegelijk wel op haar achterste poten staat wanneer het manna van publieke gelden dreigt op te drogen. Is het niet een beetje hypocriet om alleen solidair te zijn met andermans geld? 
Hetzelfde plaatje maar dan de keerzijde: de goedkope arbeiders die vandaag onze arbeidsmarkt overspoelen zijn een doorn in het oog van de links progressieve maatschappij met op kop de vakbonden, want het is een aanslag op het sociaal systeem van de kernlanden. Maar was het niet de bedoeling van de uitbreiding om meer mensen te laten deelnemen aan de welvaart van Europa? Had men toen niet door dat goedkope concurrentie de prijs voor arbeid zou doen wankelen? Een socialer Europa maar wel op maat van de rijke landen, net zoals de culturele elite solidair is zolang het haar niets kost?
Anders Gelezen: Het lijkt er sterk op dat de Europese landen zich hebben laten leiden door een aanvankelijk mooi verhaal met een duidelijk doel dat echter in de daaropvolgende decennia evolueerde tot een diffuus verhaal van ambitieuze politici die, niet gehinderd door enig pragmatisch denken en realiteitszin, teveel hooi op hun vork namen en nu aan de bevolking vragen om nog meer macht.   

Het Joegoslavisch voorbeeld
In een opiniebijdrag in dS (3/7) schrijft Theodore Dalrymple dat Herman Van Rompuy beter zou moeten weten. Het Europa dat Van Rompuy nastreeft weigert de realiteit te zien, namelijk dat de lidstaten zowel in tradities als in cultuur en wetgeving verschillen. Het resultaat, zo waarschuwt Dalrymple zal zelfs geen Belgisch model zijn  maar eerder gelijken op Joegoslavië. Vanuit mijn ervaring (in diplomatieke dienst) met dit deel van Europa, heel even deze uitspraak ‘Anders Lezen’.
Joegoslavië werd bijeengehouden door een dictatoriaal bestuur. Serviërs, Kroaten en Slovenen hebben nauwelijks een gemeenschappelijke traditie en cultuur, tenzij het gaat om de opgedrongen cultuur van de bezetter: de Italiaanse vooral katholieke tradities die nog leven langs de Adriatische kust en uiteraard de Habsburgse tradities. Dan heb ik het nog niet over de moslimbevolking in Bosnië-Herzegovina. Joegoslavië, een kunstmatige staat zoals België, geen natie, waarin zowel orthodoxe en nationalistische Serviërs, katholieke en al even nationalistische Kroaten en Slovenen met de reputatie van ‘Balkan joden’, gedwongen werden tot samenleven. Onder de knoet gehouden door een dictatuur die als enig doel had zichzelf te bestendigen en daarvoor alle nodige ‘maatregelen’ nam om rebellie te voorkomen. Kroatische generaals dienden daarom in Servië en omgekeerd. Toen de burgeroorlog uitbrak kwamen al die frustraties naar boven en iedereen die ter plaatse deze periode meemaakte kan getuigen van de wederzijdse diepe haat die deze volkeren voor mekaar koesterden. Moeilijk te vatten na zovele jaren van vreedzame coexistentie in een ondemocratische samenleving ten tijde van het Joegoslavisch regime. Vreselijke misdaden tegen de mensheid waren het bittere resultaat. Oorlogsmisdadigers werden nog lange tijd na de oorlog beschermd door hun regering en slechts na veel aandringen overgeleverd aan het internationaal gerechtshof in Den Haag. Maar de ontelbare misdaden die begaan werden door gewone mensen, buren tot zelfs voormalige vrienden, vormen een veel langer nawerkend gif dat niet door het lidmaatschap van de EU wordt geneutraliseerd, hooguit onderdrukt.
De implosie van Joegoslavië was op termijn onvermijdelijk en zo riskeert het ook Europa te vergaan, wanneer de Unie, net zoals het oude joegoslavië, de mensen verplicht om op te gaan in een eenheidsdenken en het eigene ondergeschikt wordt gemaakt aan het overleven van een staat zonder maatschappelijk draagvlak en dus zonder democratische legitimiteit.
Wie werkelijk voor Europa is, voor de Europese bevolking is, kan niet anders dan de verscheidenheid van de volkeren (naties) erkennen en respecteren. Wanneer daaruit voorvloeit dat er minder gemeenschappelijke besluitvorming mogelijk is, dan is dat zo, want het alternatief kan enkel een (economische) dictatuur zijn. Was het net niet de bedoeling van de “founding fathers” om elke dictatuur in Europa definitief te bannen?
Pjotr

26 juni 2012

Pleidooi voor een assertief en kordaat Vlaanderen


ANDERS GELEZEN


Twee thema’s overheersten – althans voor mij – de voorbije week: nabeschouwingen bij de splitsing van BHV en “dieven aan de deur”. De splitsing wordt door de Vlaamse regeringspartijen beschouwd als een overwinning, terwijl de oppositie focust op de kostprijs; een pyrrusoverwinning. Belgicisten vinden dat het gebrek aan belangstelling van de media vooral bewijst dat het om een symbolendossier gaat. Of zou het zijn omdat ze vooral niet willen schrijven hoezeer Vlaanderen zich heeft laten rollen en zoiets niet past in de redactionele lijn van de staatsdragende media? Maar nog belangrijker voor de toekomst is de kritiek op de manier waarop de regering deze staatshervorming aanpakte, namelijk door art 195 GW tijdelijk te verkrachten. Eens Anders Lezen. 
Te allen prijze
In dS (23/06) beweert Marc Hooghe dat de splitsing vooral “much ado about nothing” was maar tegelijkertijd vindt hij het een historische Vlaamse overwinning waar CD&V best trots mag op zijn. Een citaat: “Ook de meerderheid speelt het nog altijd en sourdine: een klauwaert (sic) als Eric Van Rompuy mag dan stellen dat dit een overwinning is na 33 jaar Vlaamse strijd, maar wat belet zijn partij dan om ook met die overwinning uit te pakken en meer zelfs, om ze zelfbewust te claimen als haar overwinning?” Een terechte vraag want de splitsing tegen die prijs is een historische vergissing – of een pyrrusoverwinning - waar men zich stilaan ook bij CD&V van bewust wordt. Helaas is er niets meer aan te doen, tenzij dit akkoord alsnog afwijzen in de toepassing van de kwalijkste toegevingen: de financiële en culturele cadeau voor de Franstalige Brusselaars. Overigens, heeft één enkele weldenkende Vlaming ooit toegestemd om BHV te splitsen “te allen prijze”?
Academicus Hooghe bewijst met dit artikel eens te meer hoe onacademisch, eenzijdig zijn Belgicistische inbreng wel is wanneer hij schrijft: “de grootste Vlaams-nationalistische partij blonk tijdens het debat zelfs uit door volstrekte afwezigheid, en een toeristisch busreisje was opeens belangrijker dan deze historische overwinning in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd bijwonen. Hij zou moeten weten dat praktisch de volledige fractie van N-VA aanwezig was bij de bespreking in de beide Kamers. Dat dit kan in een kwaliteitskrant, bewijst dat de redactie géén verantwoordelijkheid neemt voor het verspreiden van leugenachtige verklaringen. Vandaar de bijtitel van mijn boek over dS: Interessant, soms onverantwoord.
Hoog tijd voor een assertief Vlaanderen
In een opmerkelijke bijdrage in Knack online (23/06) heeft advocaat bij de Brusselse balie, Fernand Keuleneer, zijn kritiek op de manier waarop de regeringspartijen het BHV- akkoord mogelijk maakten: door art 195 GW tijdelijk te wijzigen. Even meelezen:
BHV-akkoord: Carnaval in Venetië
U herinnert zich wellicht nog dat een aantal Vlaamse Reuzen de Raad van Europa verzochten om een opinie over het trucje dat de regering en de institutionele meerderheid uithaalden met art. 195 GW. Enkele dagen geleden maakte de “European Commission for Democracy through Law”, de zgn. Venetië-commissie, haar opinie bekend. U vindt ze hier. De essentie van de redenering van de Commissie kan als volgt worden samengevat: Art. 195 GW is door de preconstituante op een correcte wijze in herziening gesteld. Na de verkiezingen van 2010 kon de constituante art. 195 GW op om het even welke wijze wijzigen. (…) De constituante heeft ervoor gekozen om art. 195 GW tijdelijk te wijzigen door de artikels van de grondwet op te sommen die gedurende deze legislatuur in aanmerking komen voor wijziging. Wie het meerdere kan, kan ook het mindere. (…) De grondwet is niet geschorst. Art. 195 GW is enkel tijdelijk geamendeerd.
Zijn kritiek: “Deze opinie geeft niet meteen blijk van juridische gedegenheid en diepgang, en wel om de volgende redenen:
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen wat de (grond)wetgever *kan* doen, en wat hij *mag* doen. Uiteraard *kan* de (grond)wetgever heel veel doen omdat er weinig instanties zijn die een grondwetgever kunnen terugfluiten en sanctioneren. (…) Ik vind niet dat een grondwetgever binnen het kader van een rechtsorde om het even wat *mag* doen. (…) De Venetië-commissie besteedt er geen aandacht aan dat een bepaling die beschrijft hoe de grondwet kan worden gewijzigd, aangewend en misbruikt wordt om te beslissen wat in de grondwet zal worden gewijzigd. De vermenging van beide is problematisch. De “hoe-vraag” is fundamenteel onderscheiden van de “wat-vraag”. Je bepaalt eerst het kader met de regels die gelden om de grondwet te wijzigen, en binnen dat kader wijzig je dan eventueel de grondwet. (…) Dat had de Belgische grondwetgever van in 1831 tot op vandaag goed begrepen. De Venetië-commissie acht de beweegredenen daartoe merkwaardigerwijze irrelevant. Amusant is dan weer dat met zoveel woorden gesteld wordt dat praatjes van constitutionalisten eigenlijk irrelevant zijn.
Op basis van de hierboven samengevatte redenering, zien de geleerde leden (en souffleurs) van de Venetië-commissie dus geen enkel juridisch probleem met een constructie die eruit zou zien als volgt: Op het eind van elke legislatuur zorgen we ervoor dat de Kamers enkel art. 195 GW voor wijziging aanduiden, en geen enkel ander artikel, en bij het begin van de volgende legislatuur wijzigen de nieuwe Kamers art. 195 GW dan tijdelijk, d.i. tot aan het eind van de dan lopende legislatuur, door er de artikels in te vermelden die ze ècht willen wijzigen. Die worden dan tijdens de legislatuur gewijzigd. Bij het eind van elke legislatuur keert art. 195 GW telkens naar zijn oorspronkelijke bewoordingen terug, en blijft het bijgevolg uitdrukkelijk bepalen dat de artikels die in aanmerking komen voor wijziging specifiek moeten worden opgesomd, waarna dan het parlement wordt ontbonden. Maar door het trucje dat we hebben uitgevonden, passen we (d.i. de trucjesmannen van de foor) die bepaling nochtans nooit meer toe. Dus: bij het eind van elke legislatuur bepaalt art. 195 GW weliswaar dat een specifieke lijst van de te wijzigen artikels moet worden opgemaakt, maar door ons trucje hoeven we dat nooit meer te doen. Hebben de leden van de Venetië-commissie, de Raad van Europa, hun academische souffleurs en hovelingen ooit gehoord over het begrip fraude à la loi, of wetsontduiking?
Keuleneer sluit af met randbemerkingen waarvan vooral volgende zeer belangrijk is voor Vlaanderen na 2014: “Promotoren van ordelijke opdeling e.d. zouden er beter nota van nemen dat de voetnoten enkel verwijzingen naar Franstalige auteurs bevatten. Dat zegt veel over toekomstige internationale arbitrages en andere procedures, niettegenstaande alle geleerde maar engelachtige theorieën.”
Meteen een duidelijke oproep aan de Vlaamsgezinde politici om assertief te zijn en in het vooruitzicht van de verkiezingen in 2014 hun nieuw verhaal ook buiten de eigen grenzen te promoten.
Hoog tijd voor een kordaat Vlaanderen
De laatste dagen was er veel aandacht voor de jammerlijke omstandigheden waarin Roma families uit het Noordstation werden verwijderd. Over het andere verhaal, de criminele bendes waar de Roma families hun kinderen inzetten voor inbraken lezen we heel wat minder.
Een uitzondering, in Knack (30/05) verscheen een uitgebreid artikel over “Dieven aan de deur” waar men onder meer stelt dat er een ware plaag heerst inzake diefstallen in woningen. Elke dat krijgen 275 woningen ongenood bezoek. Voor de kranten een faits divers die men hooguit terugvindt op de regionale bladzijde(n). Piepkleine vermeldingen zoals, “in de voorbije dagen werd in Populierenlaan in een woning ingebroken. De dieven hebben juwelen ontvreemd.” Wat niet in de krant stond was dat, op basis van de werkwijze,  de politie, denkt dat  dit het werk was van zigeunerjongeren die ingezet worden om alles te stelen dat waardevol is en in de (grote) zakken kan verborgen worden; geld en juwelen. Eerst even aanbellen om zeker te zijn dat de bewoners afwezig zijn en enkele minuten adrenaline volstaan voor een gemiddelde buit van 2.500 euro. Slechts een goede tien jaar geleden kon men diezelfde woning jarenlang alleen laten zonder dat er ingebroken werd. Nu volstaat een dagje uithuizigheid om kostbare want ook dierbare kleinoden te verliezen. Je zou voor minder balorig worden.
Daartegenover staat de uitgebreide media aandacht voor de Roma families die uit het Noordstation werden gezet, maar al een andere opvangplaats kregen. Behalve één koppel dat de aangeboden huisvesting weigerde. Maar in tegenstelling met dezelfde verhalen waar men de racistische Vlamingen met de vinger kon wijzen is er heel wat minder emotionaliteit te merken in de verslaggeving van de Franstalige media. Meteen ook een oproep om de levensomstandigheden van de Roma in hun thuislanden (Hongarije en Roemenië) aan te klagen.
Weinig gelezen over de redenen waarom Roma’s op zo weinig sympathie kunnen rekenen in hun thuislanden. Nooit iets gelezen in de kwaliteitspers over hun maatschappijvisie waar privébezit niet bestaat en diefstal hooguit het terugnemen is van wat iedereen toebehoort? Ik was in Roemenië en inderdaad, de Roma’s wonen er afgezonderd en in lamentabele omstandigheden. Maar wordt het niet eens tijd om de vraag te stellen hoe het komt dat ze zich generatie na generatie blijven koesteren in hun maatschappelijk isolement en van diefstal hun voornaamste bron van inkomsten maken? Rondreizende Europeanen die geen privébezit erkennen horen niet thuis in een maatschappij die graag zijn privébezit wil behouden. Hoog tijd dat ook in deze discussie gekozen wordt voor een kordaat antwoord op deze uitwas. 275 families per dag of zo’n drie kiezers per huis zullen er ongetwijfeld rekening mee houden in oktober 2012 en later (dan zijn ze met zo’n 200.000) in het najaar 2014. Of zullen we opnieuw wachten tot de Franstaligen zich bedreigd voelen en veel kordater blijken te zijn dan die bange blanke Vlamingen die zich angstvallig opsluiten achter hoge muren en dure veiligheidsinstallaties?
Pjotr
Anders Gelezen