10 juli 2012

Mag het iets meer zijn? Mag het iets minder zijn?



ANDERS GELEZEN

Tom Naegels heeft zijn eerste verjaardag als ombudsman van dS aangegrepen om een balans op te maken en online te publiceren. Een lovenswaardig initiatief dat ongetwijfeld tegemoet komt aan de wensen van de talrijke lezers die hem contacteerden. Het zou goed zijn mochten de lezers ingaan op zijn vraag om alvast hun pen een beetje steviger vast te houden en minder uitroepingstekens en hoofdletters te gebruiken.  De volldedige tekst van zijn balans is te lezen in dS online:
Geachte heer Naegels, mag het iets meer zijn?
In de evaluatie van de ombudsman lees ik dat het al bij al meevalt met de reacties, al mag het wat gematigder van toon in plaats van “de vis stinkt aan de kop”. Ook zijn contacten met de redactie getuigen van veel openheid, schrijft hij. Slechts tweemaal werd hij niet zo goed onthaald. Zo te horen is de ombudsman goed geïntegreerd in de krantenfamilie die een redactie toch is. Met de lezers heeft hij het moeilijker want slechts 10 tot 20 % van de lezersreacties vindt hij terecht. 80 à 90 % onterechte kritiek verdient om eens anders gelezen te worden.
Geachte heer ombudsman,
Met deze formele aanspreektitel hebben wij mekaar enkele malen op een zeer beschaafde manier gemaild over een of ander onderwerp dat in dS gepubliceerd werd en waar ik meende een vraagteken bij te moeten plaatsen. Naar aanleiding van uw publicatie zou ik deze correspondentie even in  herinnering willen te brengen, u enkele vragen stellen en enige verduidelijking geven bij de vragen die u mij stelde.
Het is sympathiek dat u in uw evaluatie de eigen (kleine) foutjes toegeeft, maar ik vind  uw vermeldingen over de relaties met de redactie en de lezers veel belangrijker. Ik kan mij best voorstellen dat niet alle redactieleden gelukkig zijn wanneer ze in de eigen krant moeten lezen dat het beter had gekund. Maar overtuigd zijnde van uw goede bedoeling denk en hoop ik dat het u er niet om gaat deze of gene gelijk te geven, maar dat het uiteindelijk doel van uw taak als ombudsman een beetje meer mag zijn: namelijk dat de krant rekening houdt met uw aanbevelingen en evolueert naar een kwalitatief hoger niveau dan actueel het geval is. Of, zoals ik u schreef in onze correspondentie, het is niet wat u schrijft in de krant dat het belangrijkste is, maar wel in welke mate uw kritiek door de redactie aanvaard wordt én effectief bijdraagt tot een betere kwaliteit. Met andere woorden, geachte heer ombudsman, indien uw werk slechts tot doel heeft de lezers de indruk te geven dat dS bekommerd is om de kwaliteit, maar er verder niets verandert, dan dient uw bijdrage slechts de schone schijn en dat zou vooral voor uzelf wel heel jammer zijn.
Wellicht borrelt nu reeds uw eerste vraag op: hoezo, durf ik te beweren dat de dS geen kwaliteitskrant is? Volgens de redactie en een grote schare vluchtige lezers is dS ongetwijfeld interessant en misschien volstaat het om in een commerciële omgeving ‘onverantwoord interessant’ te zijn om ook een kwaliteitslabel te claimen. Maar voor de kritische meerwaardezoeker kan en moet een kwaliteitskrant veel beter kunnen.
Vooraleer in te gaan op enkele concrete tekortkomingen, eerst de essentie: kwaliteit is bovenal een kwestie van voldoende en gedegen journalisten. Welnu, in een internationale vergelijking doet dS het in dit domein niet zo best. Alle begrip voor de beperkte redactionele bemanning omwille van de beperkte afzetmarkt (hoewel het  potentiële lezersbereik van de kwaliteitsvolle Zwitserse ‘Neue Zürcher Zeitung’ niet groter is), maar zou het dan niet beter zijn om wat minder bladzijden te vullen? Moet de WE krant meer dan 400 A4’tjes beslaan met nog een magazine erbij? Onderzoek leerde mij dat de vroegere dS (voor de commercie en de marketeers het voor het zeggen kregen) veel dunner was en er verhoudingsgewijs meer journalisten waren om deze in omvang bescheiden krant in te vullen. Zou het dan toch waar zijn dat - in tegenstelling met vandaag - de kwaliteit toen voorrang had op de kwantiteit? Dat brengt mij bij een heikel punt dat u aanhaalt in uw evalutie: het copy-pasten van teksten die verschenen in ander dag- en weekbladen. Misschien kan dS een voorbeeld nemen aan een dunne krant zoals De Tijd, die heel dikwijls over eenzelfde onderwerp voor evenveel informatie slechts een halve bladzijde nodig heeft terwijl de gedrukte dS de schaarse informatie over meer dan tien bladzijden uitsmeert. Is dat fenomeen niet eerder typisch voor de tabloidkrant? Daar kan de gedrukte versie van dS morgen mee stoppen.
Maar goed, de commerciële verplichtingen zijn dominant geworden en dus moeten er ook toegevingen gedaan worden. Maar er is niet alleen de commerciële inbreng uit de privésector, ook de sponsoring – onder verschillende vormen - door de overheid heeft duidelijk een invloed op de redactionele lijn. U zult het wellicht met mij eens zijn dat het voor een beroepsjournalist moeilijker wordt om deze officiële sponsor voor het hoofd te stoten met al te kritische benaderingen. Vandaar dat u in uw evaluatie melding maakt van de klachten over vooringenomenheid en sturing van de gepubliceerde informatie. In onze correspondentie geeft u zelfs toe dat het anti Vlaams discours overheerst in de opiniebladzijden. Wel, waar wacht dS op om ook in deze rubriek een evenwichtig aanbod te publiceren? Toch niet het gebrek aan goede Vlaamse pennen? Wat we nu lezen van opiniemakers die zich verschuilen achter hun academische referentie  om eenzijdige anti-Vlaamse uitspraken te doen kan toch niet uw referentiekader zijn? Meteen hoort hierbij ook een antwoord op uw vraag omtrent mijn kritische bijdragen die volgens u (en terecht) vanuit een Vlaamse  invalshoek geschreven zijn: met deze bijdragen wil ik een aanvulling geven op het tekort in dS. Dat mijn steeds talrijker lezers daardoor veel kritischer omgaan met dS (meerdere onder hen zijn uw vragenstellers die nadien hun vraag en antwoord doorsturen) mag u toch niet verbazen.
Er is echter meer: niet alleen het onevenwichtig aanbod doet vragen rijzen maar vooral de vaststelling dat dS veel informatie niet publiceert, doet de wenbrauwen fronsen. Sinds de toegang tot informatie dank zij het ‘www’ zo eenvoudig geworden is, zou een krant moeten beseffen dat ze alleen kan winnen door in de gedrukte krant, naast de onvermijdelijke politieke faits divers van de dag, vooral in te zetten op kwaliteitsvolle journalistieke duiding, die niet één opinie weerspiegelen maar door nuance en diepgang inzicht verschaffen, zonder cordon sanitair en zonder dat de journalist uit angst voor broodroof aan zelfcensuur doet. Zo werd het multicuturele debat slechts occasioneel gevoerd (naar aanleiding van een incident) en werd heel dikwijls geschreven over toestanden in Nederland, precies alsof er in België geen problemen waren. Het duurde tot een progressieve stem, Luckas Van der Taelen, in zijn pen kroop vooraleer dS dit onderwerp prominent durfde aan te kaarten. Is er een mooier bewijs van censuur omwille van politiek-maatschappelijke vooringenomenheid? 
In uw evaluatie heeft u het eveneens over het onderscheid tussen gedegen journalisitiek (met de nuance van enerzijds en anderzijds) en columnisten. ‘Radicaal is voor columnisten’ schrijft u. Maar hoe zit het dan met een columnist die tegelijk redactielid is van dS en soms in dezelfde editie, een column schrijft vanuit een anti-Vlaamse invalshoek en in de rubriek Binnenland een genuanceerde bijdrage zou kunnen/moeten schrijven over dezelfde problematiek. De door u geciteerde journalist-columnist heb ik ondanks lang zoeken nooit kunnen betrappen op tegenstrijdigheden tussen zijn eenzijdige columns en zijn redactionele bijdragen. ‘Zijn waarheid’ als norm voor ‘de waarheid van dS’? Toeval of toch netjes binnen de redactionele lijn?
Geachte heer ombudsman,
Ik hoop dat u deze vragen wilt beantwoorden en mocht u denken dat andere lezers er ook iets aan hebben, dan heb ik er alvast geen problemen mee om bovenstaande een plaatsje te geven in dS online. Overigens, mocht u denken dat ik kritisch sta tegenover dS omdat men mijn reacties niet publiceert, dan zit u fout. Slechts twee maal stuurde ik een lezersbrief in en éénmaal werd die over een halve pagina afgedrukt, (zie dS 11 augustus 2009: ‘Hoe kunnen we onze economische diplomatie verbeteren?’). Statistisch ongetwijfeld een prima score. Het leuke was dat nadien zowel de Vlaamse pen, D. Criekemans, als de Belgischgezinde pen, J.  Holslag, mij feliciteerden met mijn bijdrage. Zo ziet u hoe een genuanceerde bijdrage in plaats van een scherpe pen ook onverantwoord interessant kan zijn.
Hoogachtend, Pierre Therie, andersnieuws.eu
Geachte heer Pauli, mag het iets minder zijn?
Niet alleen dS is soms onverantwoord interessant. Meteen een voorbeeld waar ik eveneens vraagtekens bij plaats: de bijdrage van Walter Pauli ‘De aanval is ingezet’ in Knack (4 juli).
Het blijvend succes van N-VA moet toch wel stilaan een nachtmerrie zijn voor journalisten ter linkerzijde. Maar wellicht nog erger voor Pauli en Co is, dat met de Gravensteengroep nu ook al een Vlaamsgezinde linkerzijde van zich laat horen. Daarover schrijft Walter Pauli onder meer het volgende: “Een club van verstandig en geëngageerd volk die op een paar uitzonderingen na een links of op zijn minst vrijzinnig etiket draagt.” Wie Pauli regelmatig leest weet dat hij de kwalificaties “verstandig en geëngageerd” niet zo snel zou gebruiken mocht het over rechtse flaminganten gaan. Maar goed, het steekt, en dus volgt er een reprimande die ongetwijfeld in slechte aarde zal vallen bij de ondertekenaars van de Gravensteenmanifesten. Hij gaat zelfs zover om “Clijsters en Co” te linken aan het VB: “schouder aan schouder” met Karim Van Overmeire neo N-VA, ex VB’er, schrijft hij. Volgens Pauli is de Gravensteengroep ook Anti-Waals, omdat ze de Belgische grendels willen weghalen. Is dat zo of is het een venijnige slag onder de gordel?
Mijnheer Pauli, wanneer ik alles overschouw dan denk ik niet dat linkse flaminganten het probleem zijn maar wel het ontbreken van een Vlaamse linkse politieke familie. Wanneer de sp.a van linkse Vlammsgezinden politieke daklozen maakt, moet u vooral eens de vraag beantwoorden waarom deze partij haar Vlaamsgezinde vleugel afstoot. Zou het kunnen zijn omdat de sp.a omwille van de machtsdeelname dat ze haar eigen electoraat negeert?
Geachte heer Pauli, mag het iets minder eenzijdig zijn? Iets minder een intentieproces.
Een Gravensteenlid besloot zijn reactie op Pauli’s aanval met volgende veelzeggende zin: “Een staat die de ene ondemocratische grendel na de andere nodig heeft om overeind te blijven, heeft – vrees ik – zijn beste tijd gehàd. En: als zijn verdedigers niet eens argumenten kunnen aanvoeren, maar zich moeten behelpen met het verdraaien van feiten en verdachtmaken van critici, dan heeft die staat zelfs geen vijanden meer nodig. Ocharme.” Waarvan akte.
Pjotr
Anders Gelezen


 

 

 

 

 


 







 




03 juli 2012

Eenheidsdenken


ANDERS GELEZEN

Politiek eenheidsdenken
De voorzitter van de Europese Raad, Herman Van Rompuy, maakte zich boos op de staatslui van weleer die een Europees project realiseerden zonder de nodige diepgang, waarmee hij bedoelde dat er onvoldoende convergentie bestaat tussen de lidstaten op maatschappelijk, financieel en economisch vlak. Nochtans zo merkte Rik Van Cauwelaert op bij de uitspraak van Van Rompuy, "Wie dat 12 jaar geleden durfde te zeggen werd als een verkrampte nationalist, in het beste geval als een euroscepticus weggezet, ook door de kopstukken van Van Rompuys eigen CD&V." Inderdaad, we hebben hem niet gehoord toen Dehaene als voorstander van de verdieping zijn standpunt wijzigde en koos voor uitbreiding. Samen met de zo gewenste convergentie rijst een vraag waar nauwelijks aandacht voor is: veronderstelt diepgang ook een eenheidsdenken? Een vanbovenuit opgelegd dictaat zonder een democratische besluitvorming wegens  het ontbreken van een maatsschappelijk draagvlak? Eens Anders Lezen.
In de recente discussies over het onderwijs valt bij herhaling het begrip “eenheidsworst”, waarmee men bedoelt dat eenzelfde onderwijssysteem of -methode voor leerlingen die per definitie verschillend zijn, niet de beste oplossing is. De grootste gemene deler hoort thuis in een statistische benadering maar sluit evenmin aan bij de diversiteit aan capaciteiten van de leerlingen. Elitair versus gelijke kansen in het onderwijs staat gelijk met verdieping versus uitbreiding voor het Europese project. De keuze voor de uitbreiding zonder verdieping was een zegen voor de nieuwe zwakkere landen omdat ze zo konden genieten van de Europese welvaart via allerlei steunprogramma’s. Voor de kernlanden waren het nieuwe afzetgebieden en vermits er voldoende geld was, vormde deze bijkomende financiële last geen onoverkomelijk obstakel. Men vergat dat de aanvankelijke Europese gedachte - om elke oorlog tussen Europese staten onmogelijk te maken - stoelde  op een groot maatschappelijk draagvlak. Dat er voor de verdere evolutie -  zowel voor uitbreiding of verdieping - zelfs geen moeite meer werd gedaan om een voldoende draagvlak te verwerven is vanuit een democratisch standpunt onbegrijpelijk. Trouwens, is er geen sprake van een contradictie wanneer sommigen dromen van de Verenigde Staten van Europa, die net zoals de Verenigde Staten van Amerika, overal ten strijde trekken?
Maar waar men bij de uitbreiding te weinig rekening mee heeft gehouden, was dat de nieuwe leden-landen kwamen uit een langdurige periode van dictatuur en helemaal niet vertrouwd waren met democratisch beleid en individueel ondernemerschap in een concurrentiële omgeving. Vanuit Europa stroomde geld binnen, maar er was onvoldoende ervaring om hiermee om te gaan. Decennialang was besturen een zaak van een kleine elite en de nomenclatura (een ander woord voor een gepolitiseerde totaal afhankelijke administratie) die nooit rekenschap had moeten afleggen en nauwelijks besef had van wat verantwoordelijk participatief bestuur is, laat staan van transparantie. Het manna zorgde vooral dat rijken rijker werden en de spreiding van de welvaart slechts met mondjesmaat toenam. Overigens geldt dit gebrek aan verantwoordelijk beleid niet alleen voor deze nieuwe landen, want het gesjoemel met Europese subsidies in de Zuid-Europese landen (en sommige Belgische provincies) is al even onverantwoordelijk, zoals vandaag maar al te duidelijk blijkt uit de eurocrisis. Dat in tijden van budgettaire tekorten de confrontatie tussen de rijke landen die daarenboven de spelregels volgen en de zwakkere landen die zich minder verantwoordelijk gedragen hoog oploopt, is begrijpelijk. Om deze tegenstelling te illustreren met een vertrouwde situatie in eigen land: de culturele elite die acties onderneemt om “de solidariteit te redden” en zich afzet tegen vermeende kortzichtige Vlaamse sponsors, maar tegelijk wel op haar achterste poten staat wanneer het manna van publieke gelden dreigt op te drogen. Is het niet een beetje hypocriet om alleen solidair te zijn met andermans geld? 
Hetzelfde plaatje maar dan de keerzijde: de goedkope arbeiders die vandaag onze arbeidsmarkt overspoelen zijn een doorn in het oog van de links progressieve maatschappij met op kop de vakbonden, want het is een aanslag op het sociaal systeem van de kernlanden. Maar was het niet de bedoeling van de uitbreiding om meer mensen te laten deelnemen aan de welvaart van Europa? Had men toen niet door dat goedkope concurrentie de prijs voor arbeid zou doen wankelen? Een socialer Europa maar wel op maat van de rijke landen, net zoals de culturele elite solidair is zolang het haar niets kost?
Anders Gelezen: Het lijkt er sterk op dat de Europese landen zich hebben laten leiden door een aanvankelijk mooi verhaal met een duidelijk doel dat echter in de daaropvolgende decennia evolueerde tot een diffuus verhaal van ambitieuze politici die, niet gehinderd door enig pragmatisch denken en realiteitszin, teveel hooi op hun vork namen en nu aan de bevolking vragen om nog meer macht.   

Het Joegoslavisch voorbeeld
In een opiniebijdrag in dS (3/7) schrijft Theodore Dalrymple dat Herman Van Rompuy beter zou moeten weten. Het Europa dat Van Rompuy nastreeft weigert de realiteit te zien, namelijk dat de lidstaten zowel in tradities als in cultuur en wetgeving verschillen. Het resultaat, zo waarschuwt Dalrymple zal zelfs geen Belgisch model zijn  maar eerder gelijken op Joegoslavië. Vanuit mijn ervaring (in diplomatieke dienst) met dit deel van Europa, heel even deze uitspraak ‘Anders Lezen’.
Joegoslavië werd bijeengehouden door een dictatoriaal bestuur. Serviërs, Kroaten en Slovenen hebben nauwelijks een gemeenschappelijke traditie en cultuur, tenzij het gaat om de opgedrongen cultuur van de bezetter: de Italiaanse vooral katholieke tradities die nog leven langs de Adriatische kust en uiteraard de Habsburgse tradities. Dan heb ik het nog niet over de moslimbevolking in Bosnië-Herzegovina. Joegoslavië, een kunstmatige staat zoals België, geen natie, waarin zowel orthodoxe en nationalistische Serviërs, katholieke en al even nationalistische Kroaten en Slovenen met de reputatie van ‘Balkan joden’, gedwongen werden tot samenleven. Onder de knoet gehouden door een dictatuur die als enig doel had zichzelf te bestendigen en daarvoor alle nodige ‘maatregelen’ nam om rebellie te voorkomen. Kroatische generaals dienden daarom in Servië en omgekeerd. Toen de burgeroorlog uitbrak kwamen al die frustraties naar boven en iedereen die ter plaatse deze periode meemaakte kan getuigen van de wederzijdse diepe haat die deze volkeren voor mekaar koesterden. Moeilijk te vatten na zovele jaren van vreedzame coexistentie in een ondemocratische samenleving ten tijde van het Joegoslavisch regime. Vreselijke misdaden tegen de mensheid waren het bittere resultaat. Oorlogsmisdadigers werden nog lange tijd na de oorlog beschermd door hun regering en slechts na veel aandringen overgeleverd aan het internationaal gerechtshof in Den Haag. Maar de ontelbare misdaden die begaan werden door gewone mensen, buren tot zelfs voormalige vrienden, vormen een veel langer nawerkend gif dat niet door het lidmaatschap van de EU wordt geneutraliseerd, hooguit onderdrukt.
De implosie van Joegoslavië was op termijn onvermijdelijk en zo riskeert het ook Europa te vergaan, wanneer de Unie, net zoals het oude joegoslavië, de mensen verplicht om op te gaan in een eenheidsdenken en het eigene ondergeschikt wordt gemaakt aan het overleven van een staat zonder maatschappelijk draagvlak en dus zonder democratische legitimiteit.
Wie werkelijk voor Europa is, voor de Europese bevolking is, kan niet anders dan de verscheidenheid van de volkeren (naties) erkennen en respecteren. Wanneer daaruit voorvloeit dat er minder gemeenschappelijke besluitvorming mogelijk is, dan is dat zo, want het alternatief kan enkel een (economische) dictatuur zijn. Was het net niet de bedoeling van de “founding fathers” om elke dictatuur in Europa definitief te bannen?
Pjotr

26 juni 2012

Pleidooi voor een assertief en kordaat Vlaanderen


ANDERS GELEZEN


Twee thema’s overheersten – althans voor mij – de voorbije week: nabeschouwingen bij de splitsing van BHV en “dieven aan de deur”. De splitsing wordt door de Vlaamse regeringspartijen beschouwd als een overwinning, terwijl de oppositie focust op de kostprijs; een pyrrusoverwinning. Belgicisten vinden dat het gebrek aan belangstelling van de media vooral bewijst dat het om een symbolendossier gaat. Of zou het zijn omdat ze vooral niet willen schrijven hoezeer Vlaanderen zich heeft laten rollen en zoiets niet past in de redactionele lijn van de staatsdragende media? Maar nog belangrijker voor de toekomst is de kritiek op de manier waarop de regering deze staatshervorming aanpakte, namelijk door art 195 GW tijdelijk te verkrachten. Eens Anders Lezen. 
Te allen prijze
In dS (23/06) beweert Marc Hooghe dat de splitsing vooral “much ado about nothing” was maar tegelijkertijd vindt hij het een historische Vlaamse overwinning waar CD&V best trots mag op zijn. Een citaat: “Ook de meerderheid speelt het nog altijd en sourdine: een klauwaert (sic) als Eric Van Rompuy mag dan stellen dat dit een overwinning is na 33 jaar Vlaamse strijd, maar wat belet zijn partij dan om ook met die overwinning uit te pakken en meer zelfs, om ze zelfbewust te claimen als haar overwinning?” Een terechte vraag want de splitsing tegen die prijs is een historische vergissing – of een pyrrusoverwinning - waar men zich stilaan ook bij CD&V van bewust wordt. Helaas is er niets meer aan te doen, tenzij dit akkoord alsnog afwijzen in de toepassing van de kwalijkste toegevingen: de financiële en culturele cadeau voor de Franstalige Brusselaars. Overigens, heeft één enkele weldenkende Vlaming ooit toegestemd om BHV te splitsen “te allen prijze”?
Academicus Hooghe bewijst met dit artikel eens te meer hoe onacademisch, eenzijdig zijn Belgicistische inbreng wel is wanneer hij schrijft: “de grootste Vlaams-nationalistische partij blonk tijdens het debat zelfs uit door volstrekte afwezigheid, en een toeristisch busreisje was opeens belangrijker dan deze historische overwinning in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd bijwonen. Hij zou moeten weten dat praktisch de volledige fractie van N-VA aanwezig was bij de bespreking in de beide Kamers. Dat dit kan in een kwaliteitskrant, bewijst dat de redactie géén verantwoordelijkheid neemt voor het verspreiden van leugenachtige verklaringen. Vandaar de bijtitel van mijn boek over dS: Interessant, soms onverantwoord.
Hoog tijd voor een assertief Vlaanderen
In een opmerkelijke bijdrage in Knack online (23/06) heeft advocaat bij de Brusselse balie, Fernand Keuleneer, zijn kritiek op de manier waarop de regeringspartijen het BHV- akkoord mogelijk maakten: door art 195 GW tijdelijk te wijzigen. Even meelezen:
BHV-akkoord: Carnaval in Venetië
U herinnert zich wellicht nog dat een aantal Vlaamse Reuzen de Raad van Europa verzochten om een opinie over het trucje dat de regering en de institutionele meerderheid uithaalden met art. 195 GW. Enkele dagen geleden maakte de “European Commission for Democracy through Law”, de zgn. Venetië-commissie, haar opinie bekend. U vindt ze hier. De essentie van de redenering van de Commissie kan als volgt worden samengevat: Art. 195 GW is door de preconstituante op een correcte wijze in herziening gesteld. Na de verkiezingen van 2010 kon de constituante art. 195 GW op om het even welke wijze wijzigen. (…) De constituante heeft ervoor gekozen om art. 195 GW tijdelijk te wijzigen door de artikels van de grondwet op te sommen die gedurende deze legislatuur in aanmerking komen voor wijziging. Wie het meerdere kan, kan ook het mindere. (…) De grondwet is niet geschorst. Art. 195 GW is enkel tijdelijk geamendeerd.
Zijn kritiek: “Deze opinie geeft niet meteen blijk van juridische gedegenheid en diepgang, en wel om de volgende redenen:
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen wat de (grond)wetgever *kan* doen, en wat hij *mag* doen. Uiteraard *kan* de (grond)wetgever heel veel doen omdat er weinig instanties zijn die een grondwetgever kunnen terugfluiten en sanctioneren. (…) Ik vind niet dat een grondwetgever binnen het kader van een rechtsorde om het even wat *mag* doen. (…) De Venetië-commissie besteedt er geen aandacht aan dat een bepaling die beschrijft hoe de grondwet kan worden gewijzigd, aangewend en misbruikt wordt om te beslissen wat in de grondwet zal worden gewijzigd. De vermenging van beide is problematisch. De “hoe-vraag” is fundamenteel onderscheiden van de “wat-vraag”. Je bepaalt eerst het kader met de regels die gelden om de grondwet te wijzigen, en binnen dat kader wijzig je dan eventueel de grondwet. (…) Dat had de Belgische grondwetgever van in 1831 tot op vandaag goed begrepen. De Venetië-commissie acht de beweegredenen daartoe merkwaardigerwijze irrelevant. Amusant is dan weer dat met zoveel woorden gesteld wordt dat praatjes van constitutionalisten eigenlijk irrelevant zijn.
Op basis van de hierboven samengevatte redenering, zien de geleerde leden (en souffleurs) van de Venetië-commissie dus geen enkel juridisch probleem met een constructie die eruit zou zien als volgt: Op het eind van elke legislatuur zorgen we ervoor dat de Kamers enkel art. 195 GW voor wijziging aanduiden, en geen enkel ander artikel, en bij het begin van de volgende legislatuur wijzigen de nieuwe Kamers art. 195 GW dan tijdelijk, d.i. tot aan het eind van de dan lopende legislatuur, door er de artikels in te vermelden die ze ècht willen wijzigen. Die worden dan tijdens de legislatuur gewijzigd. Bij het eind van elke legislatuur keert art. 195 GW telkens naar zijn oorspronkelijke bewoordingen terug, en blijft het bijgevolg uitdrukkelijk bepalen dat de artikels die in aanmerking komen voor wijziging specifiek moeten worden opgesomd, waarna dan het parlement wordt ontbonden. Maar door het trucje dat we hebben uitgevonden, passen we (d.i. de trucjesmannen van de foor) die bepaling nochtans nooit meer toe. Dus: bij het eind van elke legislatuur bepaalt art. 195 GW weliswaar dat een specifieke lijst van de te wijzigen artikels moet worden opgemaakt, maar door ons trucje hoeven we dat nooit meer te doen. Hebben de leden van de Venetië-commissie, de Raad van Europa, hun academische souffleurs en hovelingen ooit gehoord over het begrip fraude à la loi, of wetsontduiking?
Keuleneer sluit af met randbemerkingen waarvan vooral volgende zeer belangrijk is voor Vlaanderen na 2014: “Promotoren van ordelijke opdeling e.d. zouden er beter nota van nemen dat de voetnoten enkel verwijzingen naar Franstalige auteurs bevatten. Dat zegt veel over toekomstige internationale arbitrages en andere procedures, niettegenstaande alle geleerde maar engelachtige theorieën.”
Meteen een duidelijke oproep aan de Vlaamsgezinde politici om assertief te zijn en in het vooruitzicht van de verkiezingen in 2014 hun nieuw verhaal ook buiten de eigen grenzen te promoten.
Hoog tijd voor een kordaat Vlaanderen
De laatste dagen was er veel aandacht voor de jammerlijke omstandigheden waarin Roma families uit het Noordstation werden verwijderd. Over het andere verhaal, de criminele bendes waar de Roma families hun kinderen inzetten voor inbraken lezen we heel wat minder.
Een uitzondering, in Knack (30/05) verscheen een uitgebreid artikel over “Dieven aan de deur” waar men onder meer stelt dat er een ware plaag heerst inzake diefstallen in woningen. Elke dat krijgen 275 woningen ongenood bezoek. Voor de kranten een faits divers die men hooguit terugvindt op de regionale bladzijde(n). Piepkleine vermeldingen zoals, “in de voorbije dagen werd in Populierenlaan in een woning ingebroken. De dieven hebben juwelen ontvreemd.” Wat niet in de krant stond was dat, op basis van de werkwijze,  de politie, denkt dat  dit het werk was van zigeunerjongeren die ingezet worden om alles te stelen dat waardevol is en in de (grote) zakken kan verborgen worden; geld en juwelen. Eerst even aanbellen om zeker te zijn dat de bewoners afwezig zijn en enkele minuten adrenaline volstaan voor een gemiddelde buit van 2.500 euro. Slechts een goede tien jaar geleden kon men diezelfde woning jarenlang alleen laten zonder dat er ingebroken werd. Nu volstaat een dagje uithuizigheid om kostbare want ook dierbare kleinoden te verliezen. Je zou voor minder balorig worden.
Daartegenover staat de uitgebreide media aandacht voor de Roma families die uit het Noordstation werden gezet, maar al een andere opvangplaats kregen. Behalve één koppel dat de aangeboden huisvesting weigerde. Maar in tegenstelling met dezelfde verhalen waar men de racistische Vlamingen met de vinger kon wijzen is er heel wat minder emotionaliteit te merken in de verslaggeving van de Franstalige media. Meteen ook een oproep om de levensomstandigheden van de Roma in hun thuislanden (Hongarije en Roemenië) aan te klagen.
Weinig gelezen over de redenen waarom Roma’s op zo weinig sympathie kunnen rekenen in hun thuislanden. Nooit iets gelezen in de kwaliteitspers over hun maatschappijvisie waar privébezit niet bestaat en diefstal hooguit het terugnemen is van wat iedereen toebehoort? Ik was in Roemenië en inderdaad, de Roma’s wonen er afgezonderd en in lamentabele omstandigheden. Maar wordt het niet eens tijd om de vraag te stellen hoe het komt dat ze zich generatie na generatie blijven koesteren in hun maatschappelijk isolement en van diefstal hun voornaamste bron van inkomsten maken? Rondreizende Europeanen die geen privébezit erkennen horen niet thuis in een maatschappij die graag zijn privébezit wil behouden. Hoog tijd dat ook in deze discussie gekozen wordt voor een kordaat antwoord op deze uitwas. 275 families per dag of zo’n drie kiezers per huis zullen er ongetwijfeld rekening mee houden in oktober 2012 en later (dan zijn ze met zo’n 200.000) in het najaar 2014. Of zullen we opnieuw wachten tot de Franstaligen zich bedreigd voelen en veel kordater blijken te zijn dan die bange blanke Vlamingen die zich angstvallig opsluiten achter hoge muren en dure veiligheidsinstallaties?
Pjotr
Anders Gelezen

20 juni 2012

Faites vos jeux




ANDERS GELEZEN

L’Europe, faites vos jeux!
Een kritische bijdrage van Jean Vanempten in De Tijd over Europa begint met de bewering dat Europa leeft in een permanente staat van ontkenning. “Het is alsof iemand ongemerkt de Europese hymne van Beethoven heeft afgevoerd en in plaats daarvan 'Tout va très bien, madame la marquise' tot Europees lijflied heeft gemaakt. (…) De aanstormende problemen werden te laat onderkend, te veel onderschat en te traag aangepakt. Het zou tot mei 2010 duren voor sprake was van een Grieks reddingsplan. Iets wat de Griekse politici in de maanden vooraf nog van tafel hadden geveegd. En toen het plan er was, bleek het meteen al te licht.”
De auteur heeft het over politici die de problemen pas aanpakken als ze zich stellen en daardoor eigenlijk altijd achter de feiten aan lopen. Verder in de tekst staat volgende bedenking: “Het onvermogen is niet alleen politiek of intellectueel, maar is vooral een onvermogen om buiten de traditionele kaders te gaan. Het slopen van taboes is nog een van de grootste taboes van de Europese bank- en schuldencrisis, en daarom blijft radicaal ingrijpen moeilijk. (…) De permanente staat van ontkenning staat wel een snelle oplossing van de eurocrisis in de weg. Telkens opnieuw moet Europa tegemoetkomen als er al een brandhaard is. Zelfs als iedereen wist dat die brandhaard er zou komen, zoals bij de Spaanse banken. En in plaats van een zorgvuldig uitgekiend plan, komt er dan een oplossing die afhangt van de beperkingen van het moment. Met het traject dat inmiddels is afgelegd, lijkt het vanzelfsprekend dat er op zijn minst een masterplan voor de Europese constructie moet klaarliggen. Dat is nog altijd niet het geval. 'A part ça, madame la marquise, tout va très bien, tout va très bien!'
Ook in België was hoerageroep te horen, maar die verstomde nogal snel. Luc Coene, gouverneur van de Nationale Bank, verklaarde dat de EU-steunmaatregelen voor de Spaande banken de crisis zouden oplossen. Het duurde nauwelijks enkele uren of hij werd door de markten in het ongelijk gesteld. Ontkenning en overschatting van de publieke inbreng vormen een constante in deze crisisaanpak. In zijn rustige vastheid speculeert Europa op tijdswinst: om de getroffen landen de tijd te geven om hun ziekte te laten uitzieken.
Anders Gelezen, dacht ik bij mezelf hoe moeilijk het is voor mensen die geen tijd hebben om verschillende kranten te lezen om te begrijpen wat er gebeurt. De kloof overbruggen tussen de onheilsprofeten en zij die menen dat het allemaal wel goed komt. Dan zijn De Tijd en Knack wel aanraders. De Tijd is zakelijk en sober, zelfs als het gaat over politieke thema’s. Maar er blijven veel vragen. Bij voorbeeld, of het correct is om de bankencrisis op één hoopje te gooien met de totaal vastgelopen monetaire politiek van sommige EU lidstaten die dateert van lang voor deze bankencrisis? Wanneer de leidende klasse van een staat een beleid voert door schulden te maken en de media daar géén kritische vragen bij stellen, kunnen de kiezers niet weten dat ze bergaf aan het rijden zijn. Het gaat immers zo gemakkelijk en de problemen zullen zich wel vanzelf oplossen? Vergeten of genegeerd: de weg bergop is altijd lastiger en duurt ook langer. Vandaar het grote belang van een kritische ‘Vierde Macht’ die niet aanschurkt tegen de gevestigde macht. Maar welke Vlaamse krant – laat staan de staatszenders -  durft nu nog in te gaan tegen dergelijk beleid, wanneer ze zelf afhankelijk geworden zijn voor hun overleven van staatssubsidies? Waar zit de moed van de salonjournalisten die oh zo graag vooraanstaand willen zijn en de hoge toon voeren in elk debat, maar vooral blijven zweren bij de status-quo en elke verandering afkeuren?
Bekende Journalisten
In mijn boek “dS anders gelezen” (www.andersnieuws.eu) wijdde ik een hoofdstuk aan de Bekende Journalisten – BJ - die het voor en met elkaar doen in de media. Een frappant voorbeeld hiervan was het artikel van drie bladzijden in dS van 28 november 2009 waarin Tom Naegels (nu ombudsman) het eerste boekje van barones Mia Doornaert mocht de hemel in prijzen. Wel erbij vermelden dat er één paginagrote zwart-wit foto bij was en nog een vraag die Naegels als ombudsman zou kunnen beantwoorden: zou het wel betamelijk zijn dat een journaliste de kennis die ze opdeed op kosten van dS gebruikt voor een privé-boek? Was dat niet een van de pertinente bedenkingen bij het boek over de Keizer van Oostende door journalisten van de VRT?  
Nu kan kritiek ook al in Knack waar Mark Van de Voorde het heeft over de “mediadel”. Media die enkel nog met zichzelf bezig zijn en rondjes draaien in een cirkel van zelfbewieroking. Het zal wel even slikken geweest zijn bij het gild van de BJ en ook niet terecht voor sommigen, maar wel toepasselijk op heel veel BJ die het beeldscherm avond na avond vullen met hun ongelooflijk interessante anekdotes; liefst buiten hun vakgebied. Even citeren uit het artikel: “BV's vormen de nieuwe adel van het land, de nieuwe elite. En ze eisen alle aandacht op. Ze krijgen die ook. (…) Deze fase van 'je hoort erbij omdat je erbij hoort' is de mediadel ook ingetreden. Sommige BV's hebben hun bekendheid gewoon te danken aan hun BV-schap, hun bekendheid dus. Of ze worden uitvoerig in de media opgevoerd, omdat ze in de media komen. Onze talkshows, of ze Vanthilt heten of De Laatste Show, of straks zelfs nog een andere naam dragen, zijn die fase ingetreden: of je wat te zeggen hebt of niet, je krijgt het woord omdat je een bekend smoel bent.”
Anders Gelezen: Ik herinner mij dat de ombudsman van dS, aan een lezer van AG die het moeilijk had met een stukje scheldproza, schreef dat een scheldpartij van een BV wel nieuws is omdat het om een BV gaat. Blijkbaar een kwestie van afwijkende normen voor BV.
Het artikel in Knack sluit af met een citaat van de Franse journalist-essayist Jean-Claude Guillebaud in het weekblad La Vie: "Er steekt nogal wat kinderachtigheid in deze zelfverheerlijking die ons journalisten ziet als 'einddoel', terwijl we ons zouden moeten beperken tot de rol van 'middel'."  Waarvan akte.
Di Rupo en zijn Vlaamse vazallen    
Di Rupo doet in zijn eerste half jaar Europa na: vooral de mensen niet tegen de regeringspartijen in het harnas jagen door structurele maatregelen die de mensen zouden pijn doen. Tout va très bien. In DT schreef Jos Bouveroux, gewezen Wetstraatjournalist en ex-hoofdredacteur van de VRT-nieuwsdienst, hierover het volgende: “Juicht, Belgen, juicht. Ons roemrijke land heeft al een half jaar lang een heuse federale regering. Is dat geen verbazingwekkende prestatie na het wereldrecord van de langste kabinetsformatie? Premier Elio Di Rupo was vorige week bijna euforisch over deze halfjaarlijkse verjaardag. Ei zo na knalden de champagneflessen. Maar is er - behalve dit ene feit - wel veel reden tot feesten? (…) Akkoord, de coalitiepartners hebben het vaste voornemen om het vermaledijde BHV-dossier, dat al zolang het politieke leven domineert, op te lossen. Maar volgens mij is daarvoor een hoge prijs betaald: een onvoldragen staatshervorming en een budgettair beleid waarin vooral de forse belastingtoename opvalt. De geplande staatshervorming zal er de structuren niet doorzichtiger op maken. Van bijna elke bevoegdheid blijft een stukje federale materie. Er zijn wel meer beleidsdomeinen naar de deelstaten toegeschoven, maar als puntje bij paaltje komt, is de Belgische staat helemaal niet ontmanteld. De financieringswet zorgt ervoor dat de deelstaten niet al te ver uiteengroeien en er is een ruime overgangsperiode afgesproken. Dat betekent concreet dat een volgende staatshervorming zich al aankondigt. Di Rupo heeft handig een pak zaken voor zich uitgeschoven. Hetzelfde op sociaal-economisch vlak. Ingrijpende maatregelen zijn er niet gekomen. (…) Opmerkelijk vind ik dat de zes partijen van de coalitie koste wat het kost de rit willen uitdoen, ondanks alle interne tegenstellingen. (…) Maar een en ander betekent ook dat er tot en met 2014 geen erg ingrijpende maatregelen genomen zullen worden. Di Rupo is, zeker na de socialistische overwinning in Frankrijk, niet van plan om het roer drastisch om te gooien. Hoezeer de liberalen en de rechtervleugel van CD&V ook aandringen, de PS zweert bij de behoedzame aanpak. Of dat ook voor het land goed is, zal de erg nabije toekomst uitwijzen. Ik vrees wel dat een dergelijke politiek van pappen en nathouden uiteindelijk geen fundamentele oplossing zal brengen voor de Belgische problemen. (…) Voorlopig surfen we mee op de Duitse golven en proberen we ons onzichtbaar te maken voor Europa en de markten. Erg moedig is dat niet. En dat verdient zeker geen champagne.
Nog in DT heeft Wim Van De Velden het over schuldig verzuim van de Vlaamse partijen (CD&V, Groen!, OVLD en SP.A)  in verband met het akkoord over de splitsing van BHV. Even meelezen: “U houdt er niet van in korte broek rond te lopen en met vlaggen te zwaaien? En dus laat de 'historische' splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV) u eigenlijk koud? U zou zich wel eens kunnen vergissen, zeker als u een van die 200.000 Vlaamse pendelaars bent die elke dag komt werken in Brussel. Want als u straks, na de splitsing, een conflict met uw werkgever hebt en geen andere uitweg meer ziet dan naar de Brusselse arbeidsrechtbank te trekken, dreigt u van een kale reis terug te komen.Niet alleen voor de arbeidsrechtbank, ook voor de politierechtbank en voor de rechtbank van eerste aanleg is de verdeelsleutel van 80-20, die gebruikt werd om het aantal Franstalige en Nederlandstalige rechters in Brussel te bepalen na de splitsing, een ramp. Dat komt niet overeen met de verdeling van de werklast. Het is schuldig verzuim van alle Vlaamse partijen, want ook al ontkennen sommigen nog altijd het licht van de zon, ze weten intussen dat verkeerde cijfers zijn gebruikt.
Eveneens in DT verwijst Lars Bové naar de emails over BHV, waaruit blijkt dat men vooraf wist dat de cijfers over de werklast van het gerecht in Brussel fout waren en toch hebben de Vlaamse partijen dit akkoord in de Senaat goedgekeurd. De ontkenning van deze fout door Servais Verherstraeten ( in Terzake) zorgde ervoor dat rechtbankvoorzitster Van den Bossche in een mail aan Verherstraeten insinueert dat de staatssecretaris heeft gelogen in de tv-studio. Het artikel sluit af met een uiterst belangrijk vaststelling: “Als de Kamer het wetsvoorstel goedkeurt, kunnen de 'essentiële elementen' van de hervorming alleen nog bij bijzondere meerderheid gewijzigd worden.” Ook hier kunnen de Franstaligen elke wijziging blokkeren. Een mooi cadeau van onze “uitgeslapen” onderhandelaars.
Pjotr
Anders Gelezen