11 januari 2011

Met dank aan calimero Vlaanderen

ANDERS GELEZEN

Woensdag 5 januari 2011. Het voorstel van Johan Vande Lanotte voor een ‘evenwichtige’ staatshervorming wordt afgeschoten door CD&V en N-VA. Nog dezelfde avond lag de nota – die via een koerier werd afgeleverd om lekken te voorkomen – al op de redactietafel van de VRT en mochten (heel toevallig) Caroline Gennez (SP.A) en Groen! zich komen beklagen over die onwillige flaminganten bij CD&V en N-VA. Dat Vande Lanotte het zelfs nodig vond om via een infantiele manier de klokkenluider te kunnen ontmaskeren, bewijst niet alleen het onderlinge wantrouwen maar tegelijk de angst voor transparantie. Hét kenmerk voor de politieke compromissen à la belge. Is er dan een reden waarom het geheim zo belangrijk is? Ja, met name de ware prijs die Vlaanderen moet betalen voor de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde.

We lazen dat de Brusselaars een blanco cheque eisen van 500 miljoen euro om hun (niet onze) stad overeind te houden. Dat wordt een kleine 400 miljoen euro, wat nog altijd zo’n slordige 15 miljard BEF is, élk jaar opnieuw. Maar dat is slechts het topje van ijsberg, want zie de “communauté urbaine”, die reeds in het voorstel van Di Rupo zat, zit er opnieuw in. Ter herinnering: op 1 september 2009 titelde dS 'Brussel telt 81 gemeenten' en stelt in het artikel de Brussels Metropolitan Region voor als een puur economische samenwerkingsverband van de werkgeversorganisaties. Maar terwijl deze Vlaamse elite ons probeerde te overtuigen dat het géén politiek voorstel was, weten ze aan Franstalige kant maar al te goed wat dit project betekent: (uit Le Soir) Un Grand Bruxelles en un viex rêve staat er. Economie-professor Jacques Thisse van de UCL, vind deze droom zelfs zo belangrijk dat hij voorstelt om deze politiek te vergrendelen via een bijzondere meerderheid in het parlement. Als bevoegdheden voor deze nieuwe politieke entiteit stelt hij voor om mobiliteit, leefmilieu, ruimtelijke ordening en zelfs toerisme af te nemen van Vlaanderen en toe te kennen aan deze Grootstedelijke autoriteit, waardoor een groot en economisch het belangrijkste deel van Vlaams Brabant (méér dan 30 gemeenten) afhankelijk wordt van Brusselse en Waalse politici. Wie de nota van Vande Lanotte aanvaardt – zoals SP.A en Groen! - is dus akkoord met deze aanslag op bestaande Vlaamse bevoegdheden? Zouden de kiezers dat mogen weten?
Is het eerlijk dat de Vlamingen de ongrondwettelijke voorrechten van de Franstaligen in de faciliteitengemeenten moeten accepteren terwijl Vande Lanotte Brussel uitverkoopt aan de Franstaligen? In dS (10/01) schrijft de aanstormende sterkhouder van de SP.A, John Crombez, onder de titel ‘Plus est en vous’’ (sic) dat een achterhaalde visie op een België van twee gemeenschappen die samen Brussel besturen, houden de reële Vlaamse sociaaleconomische autonomie tegen. Het is de schuld van de Vlamingen dat het niet vooruit gaat! Geen mooier bewijs van de calimero houding van links Vlaanderen dat liever aan het handje loopt van grote broer PS én het ultieme bewijs dat de Brusselse identiteit enkel dient om de voorrechten van de Franstaligen te versterken. Welke weldenkende Vlaming - ook ter linkerzijde - kan zoiets aanvaarden?

Oh ja, voor wie het nog niet weet Vande Lanotte hevelt de kinderbijslag over naar de gemeenschappen (bravo) behalve in Brussel. Daar gaat het naar de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie en worden de Vlamingen zo uitgesloten van de Vlaamse regeling. Volgens Brigitte Grouwels (CD&V) is deze instelling een camouflage voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en wordt Brussel exclusief bevoegd voor persoonsgebonden materies. Dan zijn er nog de versoepeling van de taalwetten en de mogelijkheid om via tweetalige lijsten Vlamingen van dienst om te kopen en het resultaat is duidelijk: de Franstaligen hebben Groot Brussel definitief ingelijfd. Rest nog de liquidatie van die ambetante Brusselse Vlamingen die door deze maatregel de facto Vlaamse Brusselaars geworden zijn. Een truuk die hen in het verleden met de verfransing van Brussel al moeiteloos gelukt is. Dát alles samen en niets minder is de prijs die Vlaanderen moet betalen voor de splitsing van BHV of beter gezegd, voor de toepassing van de grondwet. En dan zijn er nog christendemocraten die vinden dat hun voorzitter, Wouter Beke, te negatief was over die nota?

Pjotr
ANDERS GELEZEN

Beste lezers,
Omwille van moeilijke omstandigheden zal ik in de eerstkomende weken slechs op onregelmatige tijdstippen nieuwe bijdragen kunnen posten op mijn blog. Hetzelfde is ook het geval voor de (gratis) abonnementen die via mail de nieuwsbrief en Anders Gelezen ontvangen.

Pjotr
ANDERS GELEZEN

04 januari 2011

Nieuwjaarsbrief aan …

Deze nieuwjaarsbrief schrijf ik voor de Anders Nieuws lezers en mijn nonkels en tantes, hoogwaardigheidsbekleders en opiniemakers.
Beginnend met het belangrijkste: mijn welgemeende wensen voor een gezond, interessant maar bovenal een vreugdevol jaar. Een jaar met een maatschappelijke oplossing voor de politieke kommer en kwel, met méér degelijke journalistieke bijdragen om naar uit te kijken, te beluisteren of te lezen. Opdat de taal- en cultuurgemeenschappen ongehinderd door institutionele grendels eindelijk kunnen samenleven in wederzijds respect.

Sire,
Red uw Koninkrijk, schaf dit oneerlijk land af !

In uw kerstboodschap roept u op om tot een evenwichtige politieke oplossing te komen. Alles ligt op tafel, doet men u zeggen. Toch jammer Sire, dat u wordt misbruikt voor een politieke uitspraak die géén enkele van uw landgenoten – tot wie u toch sprak – kon begrijpen, want ze worden niet geacht te weten wat er op tafel ligt, laat staan te oordelen. Daarom wil ik zo graag mijn persoonlijke nieuwjaarswensen op tafel leggen, maatschappelijke keuzes in plaats van politieke oplossingen zonder draagvlak. Deze wensen zijn niet nieuw, sommige zelfs al even oud als België, 180 jaar.

Samen met meester Van Aelst en talrijke andere weldenkende Vlamingen zou ik willen dat België een rechtvaardiger land wordt, zonder privileges voor deze of gene gemeenschap. Dat de parlementaire democratie haar eigen bevoegdheden terugkrijgt en voor alles dat er een maatschappelijk project centraal staat en niet de politieke instellingen en de partijmacht.

1. Een rechtvaardig land waar alle culturele voorrechten worden afgeschaft en de taalwetten in Brussel en de Rand geen vodje papier zijn. Een taalgrens die met onmiddellijke ingang de definitieve grens wordt tussen evenwaardige deelstaten, Vlaanderen en Wallonië. Met daarbij een autonoom Duitstalig gewest en een gedeelde hoofdstad, Brussel. Daarvoor dienen alle taalfaciliteiten in de deelstaten afgeschaft en dat hoeft niet lang te duren. Wanneer enkele jaren niet zouden volstaan om Nederlands of Frans te leren, dan is het geen kwestie van onbekwaamheid maar van onwil en dat mag niet langer beloond worden.
Zolang de Franstalige beleidsverantwoordelijken in Brussel er niet in slagen om de taalwetgeving in de praktijk te respecteren, kunnen ze geen aanspraak maken op meer autonomie, want dat zou opnieuw betekenen dat men onwil beloont en de ongelijkheid in stand houdt. Is het geen duidelijk teken van een gebrek aan respect dat men de tweetaligheid er zelfs wil afbouwen? Het initiatief tot tweetaligheid dat Prins Filip reeds lang geleden nam wordt door de selectieve koningsgezinde Franstaligen schaamteloos genegeerd.
Mag ik aannemen dat de Vlamingen geen prijs moeten betalen voor de afschaffing van deze voorrechten? Integendeel, het zou een teken van de Verlichting zijn – of beschaving waar sommigen nogal gemakkelijk naar verwijzen - wanneer alle Belgische hoogwaardigheidsbekleders deze culturele achterstelling publiek zouden verwerpen.

2. Voorts vraag ik om de politieke voorrechten onder vorm van grendels te doorbreken, zodat het parlement opnieuw haar wetgevende bevoegdheid ten volle kan waarmaken. Een rechtvaardig parlementair systeem respecteert zijn meerderheid en deze meerderheid gaat zorgzaam om met de minderheid. Geef de Voorzitter van het Parlement de bevoegdheid om wetten te stemmen én te ondertekenen, samen met u Sire, zodat de scheiding tussen Wetgevende en Uitvoerende Macht wordt hersteld. Tot wat dient een Kamer van Volksvertegenwoordigers als ze onder curatele staat van een regering die de scheiding der Machten niet respecteert; zo nodig regeert bij volmacht of zelfs de grondwet negeert in naam van wie en van wat? Institutionele blokkeringen dienen uitzonderingen te zijn, éénmalig en voor een zeer beperkte tijd, géén eindeloos spelletje waardoor een minderheid alles kan lamleggen. In de tijd dat België nog een unitaire staat was, bestond deze uitzondering zelfs niet.

3. In een democratisch en rechtvaardig land werkt men samen uit vrije wil, vanuit een welbegrepen eigenbelang of nog beter, vanuit een groot samenhorigheidsgevoel dat België helaas nooit gekend heeft. Vandaag blijkt maar al te duidelijk dat dit niet meer kan en dus is het dwingend om de huidige onwerkbare institutionele organisatie aan te passen aan de uiteenlopende maatschappelijke visies en niet omgekeerd. Is het niet vanzelfsprekend dat in een land dat zijn gemeenschappen respecteert, de instellingen worden aangepast aan de verscheidenheid inplaats van de gemeenschappen te dwingen in een keurslijf dat géén van hen past. In wiens belang is dat?

4. Voor wat we nog samen willen en kunnen doen volstaat een zeer beperkte regering en één parlementaire kamer, samengesteld uit verkozen afgevaardigden van de deelstaten en de gewesten. Minder verkiezingen en minder politieke functies zouden de geloofwaardigheid van het politiek bestel bevorderen.

Een democratie die naam waardig heeft géén prijs!

In dS online (04/01) wordt de gelekte nota Vande Lanotte samengevat onder de titel: ‘Dit is de prijs voor een democratie’. Onder voorbehoud van de juistheid van de informatie in dit artikel blijkt alvast dat er in géén enkel van de onderdelen van dit voorstel sprake is van een copernicaanse omwenteling; een duidelijke en homogene overdracht van bevoegdheden laat staan dat het zwaartepunt nu bij de gemeenschappen en gewesten ligt. Het voorstel van Vande Lanotte lijkt vooral op een doorslag van het SP.A en PS programma, met enkele zuinige toegevingen aan de Vlaamse winnaar N-VA en aan de Vlaamsgezinde vleugel van CD&V. Links progressief België is bediend, de duidelijke centrum-rechtse verkiezingsoverwinning aan Vlaamse zijde genegeerd.

Vande Lanotte heeft gelijk als hij bedoelde dat de Vlamingen een prijs moeten betalen voor deze democratie, maar ik daag hem uit om te bewijzen dat ook de Franstaligen betalen voor deze zogenaamde democratie:
- Is het opnemen van verantwoordelijkheid een prijs die zij moeten betalen? Neen toch.
- Zijn bijkomende bevoegdheden voor de gemeenschappen en gewesten een prijs die zij moeten betalen? Neen.
- Komt er een correcter taalbeleid in Brussel? Neen, integendeel de deur blijft open staan voor minder tweetaligheid; de Schaarbeekse loketten van Nols wenken.
- Komt er meer steun voor een integratie van Franstaligen in Vlaanderen? Neen. Integendeel, in de Vlaamse gemeenten met taalfaciliteiten wordt de beslissingsmacht van het Vlaams gewest over de benoeming van burgemeesters uitgehold en over de afschaffing van de taalfaciliteiten, staat er geen woord in het voorstel.
- Komt er een duidelijker scheiding tussen de Wetgevende en Uitvoerende Macht? Neen.
- Zullen er minder politiek grendels zijn waardoor de minderheid aan macht inboet? Neen en dus blijft het gebrek aan democratie overeind.

Wanneer politici blijven denken in termen van ‘hoe kunnen we deze crisis overleven zonder veel partijpolitieke kleerscheuren', dan doet ze maar verder met deze politique politicienne van de vorige eeuw. Het zou wel geloofwaardiger zijn mochten ze meteen toegeven dat met deze hervorming de oneerlijkheid blijft voortbestaan en de communautaire vrede nauwelijks dichterbij komt. Mocht men wel streven naar een rechtvaardige en democratische organisatie die rekening houdt met de maatschappelijke realiteit dan kunnen volgende citaten u hierbij helpen:
“ … In haar ontknoping heeft de winterstaking veel ingrijpender gevolgen gehad op de verhouding tussen Vlaanderen en Wallonië dan op strikt sociaal-economisch vlak. Zoals in de koningskwestie werd opnieuw de stelling geïllustreerd dat Vlaanderen en Wallonië verschilden in mentaliteit, in politieke zeden, in visie op maatschappij, de staat, de economie, de machtsverhoudingen in de wereld van de arbeid. Dit is een redenering, die in de jaren zeventig nog fel aan kracht zal winnen.” (Luc Huyse ‘De gewapende vrede. Politiek in België na 1945’. Uitgegeven in 1980).
De verkiezingsoverwinning in 2010 van een Vlaams-nationale partij, die de grootste partij werd van het land, bevestigt wat de nochtans Belgischgezinde professor Luc Huyse toen reeds dacht en schreef.

Tweede citaat: “Er zijn nog steeds teveel mensen die denken dat het Belgisch probleem een nationaliteitenprobleem is, met ander woorden het probleem van het samenleven van twee volkeren. (…) Indien dit zo was zou het Belgisch probleem inderdaad onoplosbaar zijn. De geschiedenis bewijst dat afdoende. In dat geval zou men er beter aan doen het scheidingsproces wat te bespoedigen om ons de langdurige doodstrijd van de Belgische staat te besparen en om snel over te kunnen stappen naar een confederale staat, zijnde twee autonome staten die voor een aantal gemeenschappelijke materies verbonden zijn door verdragen”. (De groep Coudenberg is een groep bestaande uit zowat 150 Nederlandstalige en Franstalige personaliteiten die het Rapport Coudenberg schreven; “Naar een ander België”, 1987).

Het erkennen van een maatschappelijke realiteit getuigt van staatsmanschap, niet het wegkijken waardoor onrecht blijft bestaan.

Pjotr

25 december 2010

Even tussenuit

Beste lezers,

Met het eindejaarsfeest in aantocht worden de 'Anders Gelezen' bijdragen tijdelijk stopgezet. We zijn er terug na nieuwjaar met de traditionele Nieuwjaarsbrief aan ...
Maak van oudejaarsavond een feestelijke avond want de volgende komt pas 12 maand later.
:-)

Pjotr

24 december 2010

In de luwte van het aflopend jaar

ANDERS GELEZEN


Terugblikkend op 2010 zijn er twee begrippen die mijns inziens zowel het internationale als het landelijke nieuws hebben beheerst:

Machtsstrijd en Transparantie

De evolutie in het omgaan met macht – van het absolutisme naar de democratie ofte Griekse ‘volksheerschappij’ – verloopt bijzonder traag en moeizaam. De lekken dank zij de klokkenluiders doen het besef van de volkse onwetendheid toenemen en daarom alleen al was 2010 een opmerkelijk jaar.

Wikileaks
Eindelijk groeit het inzicht dat machtsmisbruik niet enkel het exclusieve ‘voorrecht’ is van criminele en terroristische organisaties. Het besef dat de officiële macht al even ongecontroleerd misbruikt wordt en dat dit kan zolang het toegedekt wordt, hetzij door ‘absolute macht’ hetzij door ‘absolute geheimhouding’. De tweedeling van de maatschappij tussen zij die weten en zij die niet weten, is wellicht de grootste ongelijkheid en de grootste miskenning van de mensenrechten. Het algemeen (of nationaal) belang was, zo blijkt steeds opnieuw, al te dikwijls slechts eigenbelang van een kaste; corruptie het resultaat van té lange machtsuitoefening. In 2010 kenden we een opzienbarende doorbraak naar meer transparantie dankzij klokkenluider Julian Assange en zijn Wikileaks. Het signaal is dubbel: de geheimhouding is niet meer waterdicht en de informatie (kennis) kan ongehinderd en massaal gedeeld worden met iedereen. Vermits kennis ook macht is, kan men hier gerust spreken van een ingrijpende verschuiving van de macht: ‘distributed power’ wordt hét begrip in de komende jaren. Maar zover zijn we nog niet.

De weerstand tegen het openbaar maken van vertrouwelijke informatie is in elk geval selectief, want toen men openheid bracht in de misdaden die staatshoofden en politieke verantwoordelijken begingen en hen in Den Haag voor een internationale rechtbank sleepte, was er applaus op álle Westerse banken. Nu blijkt dat ook in onze Westerse democratieën de officiële macht geen transparantie verdraagt. Terwijl de énige externe controleurs, de media, hun opdracht niet naar behoren uitvoerden, onder meer wegens een verregaande verstrengeling met de officiële macht. Media die nu pas, dank zij Wikileaks hun eigen macht herontdekken en alvast braafjes aan de hand lopen van Assange en zijn acolieten om de informatie verder te verspreiden. Toch blijven er nog té veel onderwerpen waarover men nauwelijks durft schrijven.

Het pedofilieschandaal
Over de pedofilieschandalen in de Belgische Kerk werd zeer lang gezwegen. Tot dit jaar, dankzij een slachtoffer die ‘uit de biecht klapte’, de etterbuil openbarstte. Sindsdien wordt er met scherp geschoten, vanuit de Kerk op het gerecht, vanuit de Commissie Adriaenssens – de stem van de slachtoffers - op de Kerk en Justitie. Nu is het de beurt aan de parlementaire macht om onderzoek te doen. Ook hier gaat het om machtsmisbruik en stelt zich een fundamentele vraag: In hoeverre de scheiding tussen Kerk en Staat een normale rechtspleging in het gedrang brengt? Ik geloof niet dat we nu al voldoende weten om te oordelen en te veroordelen. Trouwens, moeten we alles weten? Hierop ben ik geneigd neen te antwoorden. Transparantie hoeft geen voyeurisme te worden, maar tegelijk heeft géén enkele instantie het recht om misbruiken geheim te houden, zelfs niet wegens een zogenaamd, maar al evenzeer misbruikt, hoger belang. De verworven kennis moet leiden tot onomkeerbare veranderingen, maar veel belangrijker lijkt mij dat de geesten zouden evolueren.
Het Belgisch pedofiliedossier heeft nog iets anders duidelijk gemaakt: de onmacht en in zekere zin ook de slaafse onderdanigheid van de slachtoffers en hun omgeving. Het verschrikkelijk besef dat niemand het aangedane onrecht durfde aan te klagen en als ze het toch deden, niemand hen geloofde. Zelfs de rechterlijke macht tilde daar niet altijd zwaar aan. Sinds 2010 is aan dit wegkijken en ondergaan een einde gekomen. Dank zij onder meer dS, die met de publicatie van de Danneels-tapes de moed opbracht om een einde te maken aan het zwijgen. Het is nu aan de Kerk om de fouten te erkennen en de heilige gewaden te ruilen voor het boetekleed. Hoe vanzelfsprekend dat is voor de gewone mensen, toch lijkt het voor de kerkleiders niet zo evident. In zijn kerstboodschap verwijst paus Benedictus XVI naar het pedofilieschandaal en hoewel zijn schuldbekentenis gemeend klinkt, horen we ook dat niet de Kerk oorzaak is van deze misbruiken, maar het overboord gooien van normen en waarden in de ‘seventies’. De Kerk als slachtoffer van een tijdsgeest, toen alles kon - ook pedofilie. Zou de Kerk pas nu ontdekken dat ze evenmin kon weerstaan aan deze permissieve decadente evolutie of moeten we zijn uitspraak begrijpen als een weigering om verantwoordelijkheid op te nemen voor de eigen fouten?
De ondervragingen van kardinaal Danneels en aartsbisschop Léonard door de parlementaire commissie zijn weinig bemoedigend, omdat blijkbaar vooral de materiële consequenties hen afschrikken, terwijl er andere en betere redenen zijn om voorzichtig om te springen met alle verklaringen van bisschoppen én commissieleden. Zou de Kerk als geestelijke en onthechte instelling hier geen blijk moeten geven van méér grootmoedigheid en minder materiële vrees? Voor alle duidelijkheid: het gerechtelijk onderzoek had vroeger gekund en gemoeten en de pedofilie is niet beperkt tot het instituut Kerk. Maar géén van beide argumenten kunnen als excuus dienen voor wat er nu moet gebeuren. Ten gronde.

Het recht op een identiteit
Een andere machtsstrijd in België gaat over het recht op een eigen identiteit; om ergens een plek te hebben waar men als gemeenschap kan leven volgens de eigen maatschappelijke inzichten en gebruiken. De conflicten met een deel van de allochtone gemeenschap – met de meeste inwijkelingen van vreemde nationaliteit zijn er nooit problemen geweest – zijn te wijten aan hun verlangens om volgens hun eigen regels en gebruiken te kunnen leven ook al zijn ze naar hier gekomen in de wetenschap dat onze cultuur anders is. Hoe komt het bijvoorbeeld dat heel veel allochtonen geen moeite hebben om werk te vinden en zich binnen de kortste keren de taal eigen maken, terwijl anderen daar niet in slagen? Onbekwaam of ongemotiveerd of een andere werkcultuur? Is werkloosheid de oorzaak van crimineel gedrag of is crimineel gedrag lonender dan werken? Waar liggen de grenzen van de sociale ondersteuning en waar beginnen de misbruiken?
Te laat beseften de traditionele media dat ze door hun zwijgen of verdoezelen voorbijgestoken werden door de berichtgeving via internet en e-mails. Zelfs nu nog hebben ze moeite om zelf te zeggen wat iedereen reeds lang weet en laten ze derden in hun plaats schrijven. Zo schreef Rik Torfs in dS (09/12/2010, ‘Schatrijk en diepgelukkig’): ‘Wat waren we verblind in die tijd. Misschien werden we zelfs onderdrukt: het was niet eenvoudig om het multiculturalisme in vraag te stellen zonder van verborgen totalitaire aspiraties te worden beschuldigd. Hitler en zo. Altijd weer Hitler.’ (…) ‘Door het cordon sanitaire bleef het multiculturalisme als heersende ideologie bij ons langer overeind dan in onze buurlanden. Het debat werd immers niet met intellectuele, maar met ethische argumenten gevoerd. Dus bleef het uit: wie sprak, was een schurk.’
Betekent onze bereidheid om hen te laten delen in onze materiële welstand ook dat wij hún cultuur in al zijn consequenties moeten aanvaarden? Wat we ondertussen ervaren hebben met de Franstalige landgenoten die zich in Vlaanderen vestigen, is dat het toenemend aantal uiteindelijk leidt tot eigendomseisen en de integratie alleen al omwille van de taalonwilligheid mislukte. Hoe zou het dan kunnen lukken met dit deel van de allochtonen dat zich inspireert op een religie die ook hun maatschappelijk leven bepaalt. Die door het herhaald aanhalen van de gezinsbanden met hun thuisland zich blijvend opsluiten in hun eigen gemeenschap? Vragen waarop niemand het antwoord weet. Alleen de bekentenis dat het multicultureel samenlevingsmodel mislukt is. Ook hier dreigt een machtsstrijd. Eerst over kleine dingen, zoals verlofdagen of het Rode Kruis dat zijn kerststalletjes moet wegnemen wegens niet meer passend. Later volgen het aanpassen van voorzieningen die de verscheidenheid niet respecteren om tenslotte via democratische weg de regels zelf te bepalen. Willen we dat niet, wat is dan wel een aanvaardbaar alternatief? Ik denk dat een werkbaar antwoord alleen kan komen uit de allochtone gemeenschap zelf, die uit een goed begrepen eigenbelang zich inburgert en het fundamentalistisch denken in eigen middens bekampt in plaats van te gedogen.

De machtsstrijd in België
2010 was het jaar waarin een historisch verkiezingsresultaat werd geboekt door de Vlaams-nationalistische N-VA, die de grootste politieke partij werd van het land. Meteen wezen alle behoudsgezinde krachten én de traditionele media, niet enkel de Franstalige, op de gevaren van deze partij voor het voortbestaan van België. Ook na zes maanden zijn de media er nog niet in geslaagd om de essentie van de communautaire onderhandelingen duidelijk te maken: dat het niet gaat over de splitsing van België – wat sommigen ons graag willen laten geloven – of over technieken om de bevoegdheden verder uiteen te rafelen, maar over de overname van de Belgische politieke macht. Het einde van de voorrechten, het herstel van de grondwet en de parlementaire democratie.

De essentie van het Belgisch probleem sinds de oprichting in 1830, is de permanente strijd om de macht. Aanvankelijk ging het om een culturele strijd, de erkenning van het Nederlands als officiële taal (Gelijkheidswet van 1898 maar in de praktijk zou deze erkenning pas na WO I ook effectief worden) en het duurde 100 jaar vooraleer Vlamingen in hun eigen taal universitaire studies konden volgen (Gentse universiteit vanaf 1923). Een opmerking: het Waalse dialect werd door het Frans eveneens verdrongen en zou in tegenstelling tot het Nederlands nooit erkend worden. Eenmaal deze strijd beslecht in het voordeel van de Vlamingen begon de sociaal-economische strijd tégen de heersende klasse, die resulteerde in de invoering van het algemeen stemrecht voor mannen en vrouwen (1948), waardoor de almacht van de Francofone bourgeoisie werd gebroken. Het klopt overigens dat zowel Wallonië als Vlaanderen door diezelfde elite werd uitgebuit. De huidige tweespalt is gedeeltelijk terug te voeren tot de verschillende keuzes die Vlaanderen en Wallonië toen maakten. Terwijl Vlaanderen zich afzette tegen de heersende taalvreemde klasse, zochten de Walen beschutting bij deze broodheren wiens taal ze deelden. Zo ontstond het Belgicistisch establishment – géén vorm van samenzwering maar een netwerk van een elite die de macht onderling deelt. Dat het Hof, de koning en zijn entourage, vanaf het begin deel uitmaken van deze elite kan moeilijk ontkend worden. Men was bang voor elk initiatief vanuit de Vlaamse gemeenschap ‘om de zenuwcentra van de macht in te palmen’. Daarom riep indertijd Koning Boudewijn de stichter-president van de Orde van den Prince, Guido Van Gheluwe, bij hem om uitleg over dit Vlaams-Nederlands elitair genootschap dat deze doelstelling koestert. De koninklijke bedoeling bleek de openstelling van dit genootschap voor de Fransssprekende adel en om zo de Orde te recupereren voor het Belgisch establishment. Het toont aan dat de opmerking van Bart De Wever in een recent artikel in Der Spiegel, 'dat de Koning vreemd is aan de Vlaamse gemeenschap' , wel degelijk een grond van waarheid bevat. Maar eigenlijk zouden de Walen precies hetzelfde kunnen zeggen. Nadat deze elite eerst Wallonië leegzoog - volgens een goed ingelichte bron, kon Albert Frère zijn financieel imperium opbouwen dank zij de twee miljard frank die België in de jaren ‘70 betaalde als uitkoopsom voor Cockerill Ougrée dat op instorten stond – kan ze nu rekenen op de Vlaamse welvaart om hun macht te behouden. Het verklaart waarom dit netwerk zo bang is voor elke verandering waarbij ze aan macht zouden kunnen verliezen door een daadkrachtiger politieke macht. Vandaar ook dat invloedrijke (oud-)politici zo welkom zijn in dit netwerk dat hen bedient met de nodige 'faveurs'.

De politieke machtsstrijd zit door de laatste verkiezingen in een nieuwe fase: het gaat ditmaal om de overname van de macht in alle domeinen die noodzakelijk zijn voor het behoud van de eigen welvaart, de eigen cultuur en onze eigen maatschappijvisie, weliswaar met inbegrip van een transparante maar tijdelijke solidariteit. Slaagt men daar niet in, dan zal de communautaire strijd onafwendbaar uitmonden in een roep naar onafhankelijkheid. In deze nog steeds onbeslechte strijd om de macht, die niet alleen tussen Vlaanderen en Wallonië gaat maar evenzeer, zoniet nog meer tussen de Vlaamse meerderheid en de Belgische elite, wordt Brussel en de Rand ingezet als chantagemiddel. Van daar dat de tegenstellingen tijdens de huidige onderhandelingen zich eveneens toespitsen op de toekomstige rol van Brussel. Niemand heeft ooit kunnen aantonen dat er nu opeens een nieuwe gemeenschap met een eigen identiteit - de Brusselaar - zou ontstaan zijn, wél zijn er bewijzen voor de verfransing. Deze nieuwe identiteit is enkel bedoeld als een bijkomend obstakel door zij die elke verandering ongenegen zijn. Alleen daarom eist men dat Brussel een volwaardig Gewest zou worden. Totaal ongeloofwaardig en een beetje schizofreen vermits diezelfde herauten zelfs Vlaanderen laat staan Wallonië, geen eigen identiteit toedichten en nog minder aanvaarden. Hopelijk zullen steeds meer weldenkende Vlamingen inzien dat Vlaanderen nooit zijn rechtmatig meerderheidsaandeel in de macht kan verwerven zolang het de behoudsgezinde macht van het Belgisch establishment niet kan doorbreken.

Deze onderhandelingen gaan niet alleen over centen. Louis Verbeke, voorzitter van de Vlerick Leuven Gent Management School, schreef hierover het volgende (De Tijd): ‘Comment peut-on être persan’, luidt de beroemde quote van Montesquieu (‘Lettres Persanes’) die (beschaafd) ironiseerde over de naïeve en beledigende verstomming in de Parijse salons over ‘de Perziër’. Soms detecteer ik ook een variant in dit land: ‘Comment peut-on être Flamand?’, zeker als je een mondje Frans spreekt. Uiteraard gaat de Belgische discussie over geld. Maar onderschat de ideologie niet. De Belgische ideologie van de ‘natuurlijke’ suprematie van de Franse taal en cultuur, waarvan de Vlamingen afgesneden worden indien ze hun zin krijgen (en die, menen ze, aan de basis lag van het Vlaamse succesverhaal). Daarnaast is er de socialistische ideologie ‘la théorie des besoins’, die het rijkere Vlaanderen tot solidariteit verplicht. Het is immers dankzij de Franstaligen dat België bestaat. Anders spraken we allemaal Nederlands. Horresco referens. Wat een gruwelijke gedachte. Misschien zou Montesquieu nu stellen: ‘Comment peut-on être Belge?’ Het antwoord heet grondwetsherziening, en de samenleving van twee ethossen. De erkenning van verschillende waarheden maakt de ethoskeuze van de andere minder onredelijk, wanneer die andere er dan ook redelijkerwijze de gevolgen van draagt.

Aan alle lezers, Prettige feestdagen, een Zalig kerstfeest en een voorspoedig 2011!

Pjotr
ANDERS GELEZEN