03 september 2008

Brief aan de Heer Rudy Demotte

Geachte Heer Minister President,

Ik las met veel aandacht uw artikel in De Standaard en La Libre Belgique (3/9) over uw standpunt inzake de verdere communautaire onderhandelingen. Ik stuur u deze brief met enkele bedenkingen maar vooral met vragen waarop wellicht veel weldenkende Vlamingen zeer graag een antwoord zouden krijgen.

U heeft gelijk dat het niet aan Kris Peeters is om te bepalen wie de Franstaligen zal vertegenwoordigen. Maar u zegt wel wie er moet inzitten, namelijk Brussel en het federale niveau, want zoals u het zegt ‘het zijn tenslotte de federale kamerleden die de voorstellen zullen moeten goedkeuren’. Met ander woorden U legt aan de Vlamingen op wie hun vertegenwoordigers moeten zijn op deze onderhandelingen, tenzij u enkel dacht aan de Franstalige Brusselaars en dito kamerleden. Daarom mijn eerste vraag: Maakt u niet dezelfde fout als uw collega Kris Peeters?

Op het einde van dezelfde paragraaf zegt u “En ja, op een bepaald moment zal men ook moeten terugkoppelen naar de partijvoorzitters. In een asymmetrisch samengestelde regering is dat nodig.' Deze uitspraak geeft mij de indruk dat die onderhandelingen uiteindelijk helemaal geen toekomst hebben als ze niet passen in de (electorale) afwegingen van de politieke partijen. Maar is nu net niet gebleken na 15 maand vruchteloos onderhandelen dat de partijpolitieke standpunten tussen Franstaligen en Vlamingen maar ook onderling helemaal niet te verzoenen zijn? Omdat elk electoraal gewin van de ene onvermijdelijk verlies voor de andere betekent. Zou u mij kunnen verduidelijken hoe ik uw uitspraak wél moet begrijpen?

Maar mijn grootste bekommernis gaat over de grond van de zaak. U stelt namelijk dat de Vlamingen onvoldoende respect hebben en niet soepel zijn - laat die dogma’s varen – en daar heb ik begrip voor. Helaas begrijp ik dan niet dat u zelf taboes stelt. Even aan halen:
- BHV splitsen via de parlementaire weg is onaanvaardbaar (eerder standpunt);
- Aan de interpersoonlijke solidariteit mag er niet geraakt worden (artikel)
- Geen overdrachten zonder bijkomende middelen (artikel)

Uit deze opsomming blijkt dat u eigenlijk weigert te onderhandelen over de drie essentiële zaken die alle weldenkende Vlamingen willen veranderen via de staatshervorming. Omdat ze – volgens onze inzichten – essentieel zijn voor een goede samenleving en een gemeenschappelijke welvarende toekomst. Met andere woorden wij willen respect voor onze cultuur en taal, de kostprijs van de huidige transferten is wel een probleem voor Vlaanderen en subsidiariteit moet gekoppeld worden aan eigen financiële verantwoordelijkheid.
Gezien u niet wil praten over wat wij net wel willen bespreken vraag ik mij af waartoe deze onderhandelingen nog kunnen leiden, onafgezien wie er aan tafel zit. Zou u mij toch hoop kunnen geven?

Mag ik alvast hopen op een antwoord?
Hoogachtend,
Pjotr

15 augustus 2008

Europa en de boze wereld

Een goede vriend leende mij het boek “Failed States” van Noam Chomsky. Alleen al de naam van de auteur stuit bij sommigen op afwijzing. In dit geval is het zelfs onvermijdelijk, want wie een uitgesproken mening heeft over wereldmacht en oorlog, zoals de Bush regering, kan niet anders dan even duidelijke antikrachten oproepen. Gelukkig maar. Het is één van mijn weinige vaste overtuigingen dat net zoals de fysieke wet van de zwaartekracht de slinger pas tot rust laat komen in het midden, ook in de menselijke gedragingen en relaties een wetmatigheid bestaat waardoor elke verbreking van het maatschappelijk evenwicht aanleiding geeft tot voldoende reacties voor het vinden van een nieuw evenwicht.

Chomsky heeft gelijk als hij stelt dat de USA haar machtpositie heeft misbruikt om de oorlog in Irak te voeren én dat ze daarbij veel oorlogsrechtsregels niet respecteerden is zelfs geen geheim. Daarom erkent de Amerikaanse regering het internationaal strafhof in Den Haag niet, hoewel ze (terecht) juichen als oorlogsmisdadigers zoals Karadzik eindelijk voor het Hof komen. Geen nood op voorwaarde dat oorlogsmisdadigers in eigen land worden voor de rechter gebracht, maar is dat realistisch?

Zelfs de meest anti Amerikaanse westerling zal het wel niet leuk gevonden hebben dat de Twin Towers in New York werden vernield door een groep terroristen die zich ongemoeid konden organiseren en hun terreurdaden voorbereiden in landen waar de staatsordening ondergeschikt is aan religieus extremisme.

Door het oorlogsgeweld in Georgië wordt Europa opnieuw geconfronteerd met staatsgeweld, ditmaal van de andere wereldspeler, Poetins Rusland.

De Koude oorlog was een aberrante situatie maar zorgde niettemin voor een rustgevend evenwicht. De implosie van het Sovjetrijk – vooral door de economische gevolgen van de wapenwedloop - heeft dit geostrategisch evenwicht verstoord. De gevaarlijke Siberische beer werd een aan de leiband gehouden circusbeer die nog wel kunstjes mocht vertonen maar er verder niet meer toe deed. Weinigen in het Westen deden moeite om te begrijpen wat er toen moet omgegaan zijn in de vernederde Russische zielen. Van grootmacht naar quantité négligable! De lessen uit de vernedering van Duitsland (en Oostenrijk) na WO I zijn we blijkbaar opnieuw vergeten.

Etnisch nationalisme leidde tot het uiteenvallen van het Sovjetconglomeraat en werd aangemoedigd, ook door landen die nationalisme verwerpen. Terecht konden sommige landen deel worden van onze wereld. Maar dat deze landen, Polen, de Baltische Staten, Hongarije, … niet direct overtuigd waren dat oorlog geen optie meer was, mag ons toch niet verbazen. Dat het hun voornaamste betrachting was om eerst lid te worden van de NAVO (omwille van de Amerikaanse veiligheidsparaplu) maakte dit duidelijk.

Oorlog is niet aanvaardbaar !

Vanuit deze absoluut positieve wereldvisie kijken wij naar de buitenwereld en zijn telkens opnieuw verbaasd over zoveel leed.

Tegelijk met het bannen van het begrip ‘oorlog’ in onze leefwereld heeft de EU ook alle spelregels van deze boze wereld verworpen. Dat is goed nieuws, want op die manier kunnen wij het lichtend voorbeeld zijn voor een wrede wereld die het nog niet zover gebracht heeft om af te stappen van geweld als middel om het eigen gelijk te realiseren.
Mahatma Ghandi deed het ons wel voor met zijn succesvol geweldloos verzet. Maar misschien kon dat slechts omdat India door de Engelsen toch enige mate van ‘gentlemenlike’ gedrag en discipline hadden aangeleerd en blijkt dit recept niet te werken in Poetin’s Rusland noch in het hedendaagse China en evenmin in landen waar een dictator zich onaantastbaar waant.

Wat doe je met deze nobele visie ?

Mia Doornaert schreef zopas in De Standaard: “Opnieuw blijkt dat 'de macht uit de loop van een geweer komt', om de woorden aan te halen van Mao Zedong die door zoveel West-Europese intellectuelen de hemel werd in geprezen”. En verder “Aan haar (EU) 'zachte waarden' hebben Peking en Moskou duidelijk geen boodschap. Ze zien de EU als een softie. En eerlijk gezegd, dat heeft de Unie aan zichzelf, of liever aan haar lidstaten te danken. Appeasement werkt niet met bullebakken”. Duidelijke taal, maar wat doe je eraan?

Een ding zou deze crisis ons moeten leren: wanneer men al te zeer afhankelijk is van anderen – zoals Europa voor haar energie – dan is de meest dwingende opdracht om deze afhankelijkheid te herleiden tot aanvaardbare proporties. Dat is de beste strategische reactie op de oorlog in Georgië en zou de absolute topprioriteit van Europa moeten zijn, als het in de toekomst wel invloed wil hebben op de boze buitenwereld. De zwakheid van Europa is ook maar niet in de eerste plaats het gebrek aan militaire macht maar de onenigheid om gemeenschappelijk vernieuwend te denken en handelen. Alleen al te weten dat Rusland de kraan kan dichtdraaien zou niet alleen voormalig Duits bondskanselier Schröder, momenteel bezoldigde in Russische dienst, mogen verontrusten.

Enkel als we enig gewicht op de weegschaal kunnen leggen, kan (proactieve) diplomatie een alternatief zijn. Dat in onderhandelingen de ‘tegenpartij’ zonder duidelijke druk kan overtuigd worden om toegevingen te doen is een softe utopie waarvan onder meer de huidige crisis in België een sprekend voorbeeld is.

De positieve wereldvisie van een machteloze is niet relevant.

Pjotr

08 augustus 2008

Brief aan Luckas Vander Taelen

Geachte Heer,

In de krant De Morgen schreef u een column onder de titel “Een zachte vorm van etnische purificatie” waarmee u Prof Vermeersch (samen met Bart De Wever) beschuldigt van een weliswaar zachte vorm van etnische purificatie. Om het met de ‘Van Dale’ in de hand zeer duidelijk te stellen: uw bewering betekent dat u hen beschuldigt van een poging tot etnische zuivering, want een ‘zachte vorm’ van purificatie bestaat niet. Ik begrijp wel dat u deze toevoeging nodig heeft om uw uitspraak wat aanvaardbaarder te maken; om deze zwaar beladen woorden te kunnen gebruiken zonder risico op een juridische aanklacht. U weet best dat de doorsnee lezer ‘etnische purificatie’ zal onthouden en zo heeft u alvast publiekelijk uw gram gehaald. Dat is intellectuele oneerlijkheid.

Wanneer u het heeft over “de hitserige communautaire sfeer”, dacht ik dat u het vooral zou hebben over de Franstalige media die woorden als nazi’s, fascisten en separatisten hanteren zonder enige nuance of bezinning over hun woordkeuze. Dat u als historicus gaat steigeren als Vlamingen verwijzen naar hun lange ontvoogdingsstrijd maar niet als Franstaligen voortdurend refereren naar de onzalige collaboratie getuigt van een selectieve verontwaardiging. Beide zijn verwerpelijk, alleen blijkt onze taal en cultuur ook vandaag nog problematisch in uw stad!

Verder en ik citeer u, “Is hun (Vlamingen) culturele zelfbewustzijn dan zo klein dat ze geloven dat ze hun eigenheid verliezen als er al eens Frans gesproken wordt bij de bakker?” Mocht uw werkelijkheid, dat er ‘al eens Frans gesproken wordt’ juist zijn, zou er geen communautair probleem zijn in Vlaams Brabant. Maar als men in eigen gemeente zelfs niet meer in het Nederlands kan bediend worden bij de bakker, dan volstaat het niet meer om zoals u de situatie een beetje te verdoezelen en godbetert de Vlamingen een schuldgevoel aan te praten. De werkelijkheid Mijnheer Vander Taelen is dat de Franstaligen rondom Brussel een taalpurificatie doorvoeren terwijl u de Vlamingen met de vinger wijst als ze de taalwetten toepassen.

Maar zoals dikwijls komt de ware reden voor uw bezorgdheid pas op het einde aan bod: dat de Vlamingen Brussel zouden kunnen laten vallen en dat dit wel eens zeer vervelend zou kunnen zijn voor de Vlamingen die er leven. Dat u in die ‘goede stadsgenoten’ blijkbaar weinig vertrouwen heeft begrijp ik perfect. Want een Brussel zonder inspraak van Vlaanderen zou binnen de kortste keren een exclusief Franstalige stad zijn. Als historicus weet u dat de Franstaligen op gebied van imperialisme – ook in uw stad - de geschiedenis tegen hebben. Trouwens, dat zoals u beweert “een verpletterende meerderheid wel vindt dat ze Nederlands moeten spreken in Vlaanderen”, wordt door geen enkele Franstalige politicus, van Di Rupo over Demotte tot en met Reynders, publiekelijk toegegeven. Integendeel, uit alles wat ze zeggen en doen blijkt dat ze onverkort achter deze taalextremisten staan. Medeplichtigheid of uitdrukking van een eensgezinde overtuiging?

Ik heb één belangrijke vraag voor u: hoe ziet u, Vlaamse Brusselaar, zelf de toekomst van Brussel?
Als u werkelijk bezorgd bent voor de toekomst van de Vlaamse Brusselaars dan zou u al uw energie moeten gebruiken om van Brussel een goed georganiseerde en veilige internationale ontmoetingsplaats te maken in plaats van mee te heulen met een allegaartje middeleeuwse baronnen die een modern en efficiënt beheer in de weg staan. Zijn het niet de Franstaligen uit Brussel die de ganse boel verpesten, ook in Vlaanderen? Zou u zich niet beter inzetten voor een tweetalige hoofdstad waar ook Vlamingen zich thuis voelen, bij de bakker en de beenhouwer? Het zou alvast de welwillendheid vanuit Vlaanderen doen toenemen.

Want, in tegenstelling tot wat sommige Vlaamse Brusselaars beweren, weten zeer veel weldenkende Vlamingen heel goed wat ze van hun hoofdstad verwachten: een Vlaamsvriendelijke ontmoetingsplaats, hoofdstad (of noem het district zoals Hans Bonte) ten dienste van twee confederale gemeenschappen. Ook in de praktijk is dat niet zo moeilijk als men graag beweert, maar strookt deze visie wel met het soms megalomane beeld dat de Brusselaars van zichzelf en hun stad hebben? Dat hadden ik en mijn lezers heel graag geweten.

Wees gerust beste Luckas, de Vlamingen zullen Brussel niet laten vallen, het zullen de Franstaligen zijn die u, lang voordien, zullen wandelen sturen. Tenzij, ja tenzij je hun taal spreekt, want zo hoort dat helaas nog altijd in uw multiculturele baronie.
Hopelijk heb ik in deze wel ongelijk!

Met vriendelijke groet,
Pjotr

17 juli 2008

Exit nr 1 reactie Prof Carl Devos

Beste,

Door vakantie een korte reactie. U mag die publiceren.

Om uit deze knoop te raken is veel politieke feeling en ervaring nodig. Politiek besturen is niet zoals een bedrijf besturen. Vraag dat maar aan de vele bedrijfsleiders die politieke ambities hadden.
Een zakenkabinet die enkel sociaal-economsch moet besturen, terwijl politici de staatshervorming uitwerken, kan ook niet: dat sociaal-economische beheer vereist, zeker de komende maanden, heel wat fundamentele keuzes. Zeg maar ideologische keuzes. Dat is geen kwestie van objectieve, rationele bestuursdaden, het gaat om normatieve keuzes. Die moeten door partijen gemaakt en gesteund worden. Een zakenkabinet heeft dat vertrouwen niet.

De meeste politici willen zo snel mogelijk uit deze crisis raken. Een zakenkabinet zal dat misschien niet slechter doen, maar zeker ook niet beter kunnen dat de beroepspolitici.
Het is aan de politici en vooral aan de niet-politici, zoals de economische, syndicale, financiële, academische, middenveldwereld om allerlei inzichten, belangen, overwegingen, … naar de politieke wereld te sturen.

Over vervroegde verkiezingen: ik denk inderdaad dat ze een oplossing uit deze crisis niet dichterbij zullen brengen. U moet daarin geen intrinsieke veroordeling lezen van het inspraakinstrument verkiezingen. Ik zeg alleen dat de burger nu laten spreken wellicht niet zal helpen om de crisis op te lossen. Integendeel.

Van mij mogen alle opties aan de democratische wil onderworpen worden. Dat heeft niets met een agenda te maken, maar met de vraag welke methodes deze crisis het best kunnen oplossen. Vaak zijn het precies diegenen die nu om verkiezingen vragen die ‘een eigen agenda’ hebben. Bovendien worden verkiezingen geïnterpreteerd. Het signaal van de kiezer wordt daags nadien gemaakt, eerder dan gegeven. Wie denkt dat Vlamingen via een referendum allerlei radicale oplossingen zouden goedkeuren kunnen zich ook vergissen. Bovendien is een referendum een bot instrument om dergelijke ingewikkelde zaken te beslechten. De vraagstelling zou alvast genuanceerd moeten zijn en verschillende antwoorden moeten toelaten. Een simpele ja-neen volstaat in deze niet.

Ik heb vertrouwen in de democratie, maar democratie is meer dan verkiezingen. Meer dan het optellen van stemmen. Verkiezingen zijn cruciaal, maar niet alleszaligmakend. Verkiezingen kunnen een democratie ook kapot maken. Het verleden toonde hoe in de naam van democratie rechten werden opzij gezet. Het verleden toonde hoe in de naam van democratie democratie buiten werking werd gesteld. Kortom, de democratie is imperfect, maar verkiezingen zijn dat ook. Het referendum nog veel meer. Die kritiek maakt de criticus niet tot anti-democraat.
We kunnen niet zonder verkiezingen, maar dat maakt verkiezingen daarom nog niet tot een altijd geschikte uitweg.

Vriendelijke groeten,
Carl Devos

Ik stuurde hem volgende bedenking bij zijn reactie:

Ik durf (in goed academisch gezelschap) te betwijfelen of het federale niveau nog veel mogelijkheden heeft om ‘fundamentele keuzes’ te maken gezien twee niet te negeren feiten:
1. er is geen geld meer om nog veel keuzes te hebben.
2. de politieke visies liggen op federaal niveau zover uiteen dat fundamentele beslissingen die per definitie ook de gewesten en gemeenschappen zullen raken, niet meer kunnen. Het immobilisme is er niet gekomen sinds 10 juni 2007. Ik heb eerder de indruk dat sommigen dit argument gebruiken omdat het past in hun eigen groot gelijk. Lees maar de commentaar van Guy Tegenbos (vandaag in DS) en de mening van Rik Van Cauwelaert terzake.

Mijn stelling is trouwens dat we minder met ideologie en meer met rationaliteit moeten besturen. Geen blabla als het over (financiële en economische) cijfers gaat en zich niet verschuilen achter cijfers om maatschappelijke fenomenen te willen duiden en catalogeren.

Vriendelijke groet,
Pierre Therie