21 april 2012

Moedige journalistiek én politiek zijn niet evident



ANDERS GELEZEN

Het zijn moeilijke tijden voor schuinschaatsenrijders maar gelukkig laten de gezagsgetrouwe media hen al te gemakkelijk ongemoeid. Eens anders lezen.
 

De betere journalistiek

Dat iemand met de reputatie van Rik Van Cauwelaert een commentaar wijdt aan de duistere financiële gangen van sp.a voorman Johan Vande Lanotte zal wel niet op applaus ontvangen zijn in het socialistisch hoofdkwartier. In zijn commentaar verwijst Van Cauwelaert naar minister Reynders die in De Morgen openlijk suggereerde dat de socialisten wel kritiek hadden op zijn beleid als minister van financiën maar blijkbaar zelf goed thuis zijn in allerhande ontwijkingmechanismen. Dat collega-ministers mekaar publiekelijk beschuldigen kan enkel in een apenland als België, zei Marc Eyskens en denkt hoogstwaarschijnlijk RVC. Anders gedacht is het zelfs niet de eerste keer dat dit voorvalt: Toen in 2000 in Oostenrijk een regering werd gevormd met deelname van de volgens onze ambassadeur “rechtse populistische” Freiheitliche Partei Österreich (FPÖ) van Jorg Haider werd vooral vanuit Franstalig België met scherp geschoten. Tot de door de EU aangestelde Drie Wijzen, de Finse oud-president Martti Ahtisaari, de Spaanse oud-minister van Buitenlandse Zaken Marcelino Oreja en de Directeur van het Duitse Max Planck-Instituut Jochen Frowein, na onderzoek ter plaatse tot de conclusie kwamen dat Oostenrijk nog steeds voldeed aan de Europese normen en waarden en “sancties” onnodig waren. Hierop was onze toenmalige buitenlandminister Louis Michel verplicht om de ambassadeurs schriftelijk te melden dat de relaties met Oostenrijk opnieuw genormaliseerd werden en de boycot ten aanzien van FPÖ-ministers niet langer van toepassing was. Maar dat was buiten de Franstalige socialistische regeringsleden gerekend, die nauwelijks één dag later via een mededeling aan de ambassades unisono – waarmee bedoeld wordt, dat alle ministers van de federale regering, het Waalse Gewest en de Franstalige gemeenschap – lieten weten dat zij de normalisatie weigerden en de boycot ten aanzien van FPÖ-ministers handhaafden. Voor de ambassadeur (van PS-signatuur) in Wenen was het wel even slikken. Dit voorbeeld illustreert toch wel heel pijnlijk dat zelfs een confederaal model met behoud van een gemeenschappelijk buitenlands beleid niet voor de hand ligt.

De rel rond de losse pollen van Pol Van Den Driessche bood dan weer een ander beeld van de journalistiek. Politicoloog Carl Devos vond het vanuit een socialistische drang naar gelijkheid vreemd dat alleen Van Den Driessche aan de schandpaal wordt genageld, hiermee suggererend dat er nogal wat andere politici zijn die hun pollen niet kunnen thuis houden. Hij was wel zo discreet om geen namen te noemen. Geen journalist die erom vroeg. In elk geval wacht volgens HUMO journalist Jan Antonissen de hel op Van Den Driessche als hij durft een klacht indienen. Hierop vroeg Rik Van Cauwelaert zich af waarom Antonissen wacht op een klacht om kleur te bekennen? Misschien wacht hij tot na het zomerverlof? Anders gedacht: wat vroeger met de mantel der christelijke liefde bedekt werd, kan nu niet meer en ik zou ook vandaag de heren politici en ander “machtshebbers” met losse pollen niet te eten willen geven. Overigens zijn er nogal wat dames van stand met nymfomane neigingen die hun handjes evenmin kunnen thuis houden, maar géén man die ik hierover ooit hoorde klagen. Hoe zou dat komen? Het werd echter een puur partijpolitiek gevecht toen de lokale Brugse N-VA de CD&V betichtte van een beschadigingoperatie. Waarop Wouter Beke repliceerde dat CD&V indertijd PVDD aan de kant geschoven had omwille van de verhalen over zijn losse pollen. Een nogal moeilijke oefening nu blijkt uit de verklaring van een slachtoffer dat zij toppolitici zoals Herman Van Rompuy en Yves Leterme op de hoogte bracht maar deze niks deden alhoewel losse Pol toen nog bij CD&V was.. Ik vraag mij trouwens af wat Beke gaat doen met het weinig stichtend voorbeeld van een torenpoepende kandidaat- burgemeester van Aalst? Tenslotte vraag ik mij af of het voor de verandering niet goed zou zijn mocht Pol de eer aan zichzelf houden en zo het bewijs leveren van een nieuwe politieke cultuur. Door nu een boete(processie)kleed aan te trekken kan hij gezuiverd van zijn kwalijke reputatie nog terugkeren in 2014.

Maar het betere journalistieke (onderzoeks)werk kwam niet van een journalist maar van een politicus, Jean Marie Dedecker die in een open brief aan Johan Vande Lanotte een doekje open deed over diens connecties met de wereld van de elektriciteit. VDL mag dan wel niets van “elektriek” afweten, uit de vermelde namen en toenamen van de bedrijven en hun politieke banden, weet hij duidelijk maar al te goed waar de lamp brandt.  Dat Dedecker zich nochtans bewust is van de problemen mocht hij iets schrijven dat niet juist is toch zo ijzig duidelijk wordt, versterkt de geloofwaardigheid van zijn onthutsende onthullingen. Dat geen enkel wakkere onderzoeksjournalist hierover reeds een boekje opendeed laat vermoeden dat hun krant niet gediend is met kritiek op een machtig man. Even meelezen uit de open brief van JM Dedecker die gaat over de dure electriciteit waar Johan Vande Lanotte iets wil aan doen door Electrabel te dwingen tot een matiging. “Behalve vergissing mijnentwege ben jij het toch, die samen met jouw paarse spitsbroeder Guy Verhofstadt Electrabel verkwanseld heeft aan de Fransen voor een appel, een ei en een Golden Share. In welke wijngaard dit Gouden Aandeel gedijt is tot op heden een goed bewaard geheim. Beste Johan, de elektriciteitsfactuur steeg met gemiddeld 34 % sedert 2007. Negentig procent daarvan is op conto van de overheid te schrijven. Eerlijkheidshalve zou je ook moeten zeggen dat onze energieprijzen uit 3 componenten bestaan. Amper één derde van de elektriciteitsprijs is productiekost en komt in de zakken van Electrabel terecht. Een tweede derde zijn taksen en lasten. Zowat 13 verschillende soorten belastingen op gas en elektriciteit worden aan de verbruiker doorgerekend. Als minister, Beste Johan, zou je toch een paar taksen kunnen afschaffen.

Verder in de brief heeft hij  het over de groenestroomcertificaten en de ganse constructie – een verstrengeling van politiek en industrie – die achter deze certificatenhandel  schuil gaat. Het doet mij denken aan de verkoop van vuile lucht aan derde wereldlanden. Citaat: “Op 12 juli 2003 werd je naast Vice–premier ook onze allereerste Minister van de Noordzee. Met je huisvriend Steve Stevaert van Interelectra en met Turbowinds en Dregdging International werd C-power opgericht, het allereerste windmolenpark voor de Noordzee. Tijdens de ministerraden van 21 januari en 27 mei 2005 werden door jou toch 2 belangrijke beslissingen genomen om het project betaalbaar te krijgen op de kap van de verbruikerbelastingbetaler. De aankoopverplichting van groenestroomcertificaten voor netwerkbeheerders werd van 10 jaar verlengd tot 20 jaar. De groenestroomcertificaten voor windenergie op zee werden opgetrokken van 90 euro per megawattuur (MWh) tot 107 euro MWh voor de eerste 216 megawatt. (…) Er komen 7 windmolenparken op zee. In 5 daarvan heb je zelf de hand gehad. Volgens de CREG (De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas) zullen die 7 geplande windmolenparken gemiddeld 300 megawatt groot zijn. Elk van de 7 windmolenparken zal volgens de CREG 100 miljoen euro per jaar kosten aan groenestroomcertificaten. Dit betekent zo’n 700 miljoen euro extra per jaar voor de consument. De concessies zijn daarenboven gegeven voor een periode van twintig jaar met een vaste prijsgarantie. De windmolenboeren zullen dus – zegge en schrijve  14 miljard euro - groenestroomcertificaten op zak steken de komende twee decennia en dit bovenop de normale elektriciteitsprijs. (…) Beste Johan, je beweert dat het uitbrengen van je fiscale constructies met managementvennootschappen het werk is van machtige vijanden zoals Electrabel. Laat me toe daaraan te twijfelen. Voor de concessie van het zevende windmolenpark op zee heb je samen met Electrabel een heuse constructie opgezet: THV Mermaid. Eerst werd op 21 januari 2011 OTARY RS NV opgericht, een consortium van bedrijven met jezelf als voorzitter. Het consortium bestaat uit Electrawinds Offshore NV 12,5 %, Aspiravi Offshore NV 12,5 %, DEME NV 12,5 % en zijn dochterbedrijven Rent a Port Energy NV 12,5 % en Power@sea NV 12,5 %, Z kracht NV 12,5 % ( Nuhma met Jo Geebelen intimus van Steve Stevaert), SOCOFE NV 12,5 % (de investeringsmaatschappij van het Waalse gewest o.l.v. PS’er Jean-Claude Marcourt)en SRIW Evironnement NV 12,5 %( o.l.v. geestesgenoten, de P.S.’er Vanderijst Olivier & Claude Grégoire). Vervolgens richtten je vrienden (Otary RS) samen met Electrabel de tijdelijke Handelsvereniging Mermaid op. Door de machtsverhouding binnen Mermaid van 65 % Otary RS tegenover 35 % Electrabel heb jij de touwtjes toch stevig in handen. (…)Enerzijds weiger je de belastingen op elektriciteit te verminderen om de verbruiker geld te besparen, anderzijds zijn jij en je socialistische kameraden de oorzaak van de stijging van de elektriciteitsprijs door het optrekken van de subsidies via groenestroomcertificaten voor uw vrienden windboeren, en ten derde weigert u de netbeheerders, die in handen zijn van de overheid, prijsverlagingen op te leggen.”

De brief stopt niet bij de elektriciteitswinkel maar doet ook een boekje open over de Oostendse connecties van VDL en eindigt met de conclusie: “Maar links zure oprispingen krijgen voor deze elektriciteitsboer en er rechts zoete broodjes mee bakken noemt men aan ’t zeetje tjevenstreken.”

De betere politiek

Volgens LLB die refereert naar het GERFA (Groupe d’étude et de réforme de la fonction administrative) werd in Wallonië een nieuw record gevestigd. Zowat 88 % van de ambtenaren zijn waterdragers van de PS of van de CDH. Daarmee zitten ze in een vergelijkbare situatie van Oostenrijk waar de ambtenaren decennialang verdeeld werden tussen de socialistische en de christen-democratische partij. Haider was toen het antwoord van de Oostenrijkse kiezers.

Zo zijn er 31 topambtenaren van PS-signatuur, 17 CDH’ers, 7 van MR en éénenkele van Ecolo. Er zou welgeteld één ongebonden topambtenaar zijn. Wedden dat er in Wallonië géén ambetantenaren zijn?


Maar toch vindt Paul Magnette dat we vooral verder moeten doen en rekent hij blijkbaar op de Vlamingen om grote kuis te houden in het Waalse huishouden. Tenminste zo interpreteer ik zijn oproep in dS (17/04) om de Walen ook de kans te geven om voor Vlaamse (top)politici te stemmen. Een federale kieskring maar wel te verstaan met de garantie dat er geen plaatjes zouden verloren gaan voor Franstalige politici. Nadat Rudy Demotte (PS) de Vlamingen verweet dat ze federaal te veel investeerden in Vlaanderen en Wallonië enkel aan een infuus lieten hangen, is deze oproep al even ongeloofwaardig en nog minder democratisch. Het zou wel de macht van de minderheid in stand houden en voor wie er nog steeds aan mocht twijfelen, is dat het ultieme doel van de Franstalige politieke klasse.

Di Rupo zei het zo in LLB (21/04): Je ne dirige pas un gouvernement contre la N-VA, ni contre qui que ce soit. Je suis partisan d’une Belgique beaucoup plus fédérale, mais une Belgique qui doit rester unie. C’est ce qui fait la différence avec la N-VA qui veut l’indépendance de la Flandre et donc la fin du pays. Ce sont deux projets politiques fondamentalement et totalement différents. D’un côté, la fin du pays; de l’autre, une Belgique profondément réformée, mais qui reste unie. Even ter herinnering de verkiezingsuitslag voor de Kamer in 2010 : PS 894.543 kiezers, 13,7 %; N-VA 1.135.617 kiezers of 17,4 %.

Een unitair België, met behoud van de wettelijke grendels, versus een confederaal systeem gebaseerd op vrijwillige samenwerking: een mooie keuze voor de kiezers in 2014.

Pjotr








15 april 2012

Een verloren reputatie kan mensenlevens kosten



ANDERS GELEZEN


Show the flag

In het debat volgend op mijn bijdrage over het ontslag van chef-staf generaal Delcour ontving ik een interessante bedenking van Anders Nieuws lezer  K.V. die als piloot meermaals actief was in Congo. Even meelezen:
“Van 1982 tot 1989 hadden we permanent een C130 in Zaïre die vloog voor de CTM en voor de FAZA. Militair was het op het eerste zicht een waardeloze bedoening. We vlogen vooral voor de nomenclatura van Mobutu en zijn regime, inclusief tegels overvliegen voor zijn paleis in Mbandaka. Maar de echte waarde was dat we gedurende die ganse periode, volgens mij, de stabiliteit en vrede hielpen bewaren aan een relatief kleine kost. De Zaïrezen hadden 9 C130, inclusief die van Mobutu zelf, en kregen meestal maximum één ervan in de lucht, die nog veel meer voor persoonlijke zaken gecharterd was dan wij. Wij deden continu de ronde van Zaïre, en ze zagen ons om de twee-drie dagen op talloze plaatsen, met een paar rode mutsen. Het verhaal ging dan ook dat wij “en force” in Kinshasa waren met een regiment para’s. Dit verklaarde waarom wij overal gezien werden en hun eigen “Air Peut-être” bijna niet. Dat heeft ze wel degelijk kalm gehouden.
Toen de regering besliste, omdat het teveel kostte, om dit toestel niet meer permanent in Zaïre te houden, braken de onlusten op een minimum van tijd terug uit: 1990, 1996, 1997, 1998 in Kinshasa. Ik ben er zelf dus zesmaal ingedoken, met Kolwezi en Kitona erbij. Steeds hetzelfde scenario: para’s in, refugees out, para’s out, we out! Maar in de periode dat we er permanent waren, hebben we ons wel moeten prostitueren op last van onze regering!”
Anders gelezen: dit is een mooi voorbeeld van een strategische “Show the flag” operatie waarmee men in Afrikaanse omstandigheden inderdaad heel veel kon bereiken. In het Congo van die tijd hadden onze Para’s een indrukmakende reputatie en hun aanwezigheid volstond dikwijls om de gemoederen te bedaren. Hoe ze dat deden laten we nu even buiten beschouwing, maar of dit vandaag ook nog zou kunnen is een andere vraag. De reputatie van “onoverwinnelijkheid” van onze Para’s werd door het incident waarbij tien Para-Commando’s in Kigali, Rwanda, werden gedood, flink beschadigd. Nog erger was de daaropvolgende beschamende terugtrekking terwijl niet enkel militair maar vooral politiek net het tegenovergestelde had kunnen en moeten gebeuren, namelijk de ter plaatse zijnde eenheid versterken om de toestand onder controle te houden én een genocide te voorkomen. Daarom mijn oproep aan de voorzitters van de Commissies Buitenlandse Zaken en Defensie van Kamer en Senaat: het wordt hoog tijd om na te denken over de bijzondere relaties  die België nog moet onderhouden met onze vorige kolonies en of Defensie nog altijd een specifieke inspanning in dit kader moet leveren. Moet Defensie nog een inspanning leveren om snel te kunnen interveniëren en landgenoten te evacueren uit Congo? Waarom geen meer algemene belangstelling voor onder meer Zuid Afrika – dat evenmin politiek noch socio-economisch een stabiel land is -waar er meer Vlamingen leven dan Belgen in Congo. Of zijn de fortuinen van enkele rijke Belgische families, zoals de familie Lippens, belangrijker dan gewone staatsburgers? Blijven we steken in de nostalgische status quo van het Belgique à papa of durven we nieuwe wegen inslaan die gebaseerd zijn op een no-nonsense benadering en de erkenning dat we als klein land ook daar nog nauwelijks meespelen?

Scheldproza in dS
In de krant van 10 april mocht redactielid Joël De Ceulaer in navolging van Reynebeau ook het petje van opiniemaker opzetten om de RTBF en LeSoir te verdedigen tegen de Vlaamse opstoot.
Even meelezen: “De Vuye-rel voltrok zich ongeveer een jaar na de Morel-rel. Toen vormde een RTBF-reportage over de begrafenis van Marie-Rose Morel de aanleiding voor Vlaams geweeklaag en geknars van tanden. En ja, die reportage was zo scherp dat ze misschien een beetje tactloos was. Anderzijds: de verslaggeving aan Vlaamse kant was toen zo tactvól dat ze bijna beschamend was.”
Tactvol en afstandelijkheid - zoals men mag verwachten van een journalist - is dus niet de eerste bekommernis van De Ceulaer. Na zijn “vertrek” bij Knack is hij er bij dS duidelijk niet op vooruit gegaan. Eenmaal op gang getrokken kon het niet anders dat ook professor Magda Michiels  een veeg uit de pan zou krijgen. Citaat: “Op de planeet waar professor Magda Michielsens vertoeft, past die uitspraak in een waarachtige haatcampagne. Op www.vlaanderenscherpgesteld.be vindt u de montages die zij een paar maanden geleden bijeen sprokkelde uit een seizoen van Mise au point. Helaas zijn die montages zélf een schoolvoorbeeld van stemmingmakerij. Wie zo monteert, kan alles vertekenen – die maakt van het weerbericht desnoods een pornofilm.”

Het zal de weldenkende lezer wel opgevallen zijn dat elke argumentatie achterwege blijft en De Ceulaer ervan uitgaat dat wij hem in beate bewondering zullen volgen. Maar hij geeft wel een plausibele uitleg over de manier waarop de RTBF werkt: “Het verschil tussen RTBF en VRT is niet dat de ene omroep haat zaait en de andere niet. Het verschil is dat de marketeers in het zuiden des lands nog niet over de redacties heen zijn gedenderd.” Kijk eens aan, zouden de lezers hieruit mogen besluiten dat De Ceulaer liever een staatszender heeft die als een “puppet on a string” naar de pijpen danst van de gevestigde macht, in casu de Parti Socialiste, dan een onafhankelijke redactie? Gelukkig maar dat een kwaliteitskrant als dS zijn scheldproza publiceert. Wegens passend in de redactielijn of in deze van progressieve duizendpoot Anni Van Landeghem, verantwoordelijke voor de opiniebijdragen? 

Met dank aan Luckas Vander Taelen
Gelukkig hoeft dS zich niet meer te wenden tot een extreemrechtse partij om ons te informeren over de veiligheidsproblematiek in Brussel. Met Luckas Vander Taelen hebben ze een geloofwaardige (want progressieve) criticus die ondanks de scherpe kritiek niet onder het mediatiek cordon valt. In zijn bijdrage over “De bittere vruchten van het laksisme” hekelt hij de gemakzucht van de overheid inzake de onveiligheid in Brussel. Citaat: “Freddy Thielemans was zoals iedereen zeer geschokt over de moord op de supervisor van de MIVB. De burgemeester van Brussel kon maar niet begrijpen dat een banaal verkeersongeluk zo dramatisch afloopt. Toen twee jaar geleden in het centrum van zijn stad een overval met kalasjnikovs plaatsvond, reageerde hij helemaal anders. Dat is nu eenmaal de grootstad, zei hij toen. Hij verweet vooral de Vlaamse media dat ze, wat volgens hem niet meer was dan een fait divers, buiten proportie opbliezen. (…) In een stad die demografisch uit haar voegen barst, komt het er nog meer op aan om duidelijke regels op te leggen. Veel Brusselse politieke leiders kijken helaas niet verder dan de grenzen van hun 19 gemeenten en zijn niet klaar voor de uitdagingen van de grootstad die Brussel stilaan wordt. (…) Politieke laksheid leidt tot morele laksheid op individueel vlak. (…)  Vooral de Brusselse PS-burgemeesters lijken een afkeer te hebben van elke repressieve aanpak van wangedrag. Zij zien nog altijd sociaal-economische achterstand als een excuus voor incivisme. Elk pleidooi voor het bijbrengen van individuele responsabilisering wijzen ze af als een perfide neoliberale samenzwering. Die houding werpt nu haar bittere vruchten af: een generatie die in Brussel is opgegroeid en enkel misprijzen heeft voor de zwakke openbare macht en voor wie regels geen inhoud of betekenis hebben.”

Wie kent ze nog de Rosetta-banen?
In dS van 7 april herinnert Guy Tegenbos ons aan deze nog steeds bestaande Rosetta-jobs die sinds 1999 worden gesubsidieerd door de overheid. Het was Laurette Onkelinx (PS) federaal minister van Werk die getroffen was door de hoge jeugdwerkloosheid in Wallonië en waarover de gebroeders Dardenne de ontroerende film Rosetta hadden gemaakt. Haar voorstel leidde tot consternatie in Vlaanderen. Bedrijven verplichten om mensen in dienst te nemen die ze niet nodig hadden? Ondenkbaar! Een maatregel uit de heel oude doos. Bovendien had Vlaanderen in die tijd nauwelijks jonge werklozen. Na lange communautaire palavers werd het plan bijgesteld. Er kwamen subsidies om de verplichting te verzachten, de leeftijdsgrens werd opgetrokken tot 35 jaar, en die 'jongeren' mochten ook hoger geschoold zijn. 'Het plan was bedacht voor één landsdeel, maar werd opgelegd aan het hele land', zegt Ben Weyts daarover. De volgende ministers van Werk vervingen het Rosetta-plan door een eigen banenplan. Maar ze vergaten Rosetta af te schaffen, zodat het nog altijd bestaat in de overheidssector.
Uit de cijfers van staatssecretaris Hendrik Bogaert blijkt dat het departement Economie er nog 32 in dienst heeft, de Regie der Gebouwen 22, de Rijksdienst voor Pensioenen 17, het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika zeven. De diensten die vandaag afhangen van minister Onkelinx hebben er nauwelijks of geen. De hoofdbrok zit bij Financiën: 350 van de 525. Niet toevallig blijkt dat er een oververtegenwoordiging is van Waalse jongeren (40 procent) en een ondervertegenwoordiging van Brusselse (8 procent) en Vlaamse (52 procent). Ze worden bovendien regelmatig vervangen, want hun gemiddelde leeftijd is 23 jaar. Het grootste deel heeft alleen een diploma middelbaar onderwijs, maar er zijn ook een pak hooggeschoolden. Staatssecretaris Bogaert bevestigde aan kamerlid Weyts dat ze aangeworven kunnen worden zonder een examen te moeten afleggen.Van een volledige afschaffing van de Rosetta-banen is op dit moment geen sprake, meent Peter Vansintjan, de kabinetschef van minister van Gelijke Kansen Joëlle Milquet (CDH).

Waarom een ACW?
Als het van Europa afhangt zijn de ARCO spaarders hun centen kwijt, maar er zal nog veel tijd overheen gaan zodat de politieke verantwoordelijken voor dit debacle – de ACW politici - er zonder kleerscheuren vanaf komen. De spaarders waren geen gewone beleggers maar stonden hun geld ter goeder trouw af aan deze zuil en hebben dus recht op terugbetaling van hun ‘inleg’. Maar het zijn niet de belastingbetalers die hiervoor moeten opdraaien maar het ACW dat hun vertrouwen misbruikte. Naar aanleiding van dit debat kwam ik tot enkele dringende vragen ten gronde: waarom bestaat er een overkoepelende organisatie zoals het ACW? Waarom zouden de basisorganisaties – ACV, CM, … niet afzonderlijk hun opdrachten kunnen vervullen? Ik ben waarschijnlijk niet de enige die denkt dat het ACW enkel bestaat om dijzige afspraken te kunnen maken en een onevenredige politieke macht te kunnen uitoefenen. Het klopt alvast naar mijn aanvoelen niet dat de tijd van de “zuilen” voorbij is. Zij zijn de sterkhouders van een achterhaald status quo en wie verandering wil zal dit taboe moeten doorbreken. Weg ermee.

Advocaat Fernand Keuleneer keurt de splitsing van BHV af (Knack 10/04))
 “‘Ook al spreekt men de hele tijd over een splitsing, het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde blijft in zijn geheel bestaan. Het akkoord is een grote knoeiboel geworden”, zegt advocaat Fernand Keuleneer (bekend als verdediger van kardinaal Danneels in de pedofiliezaak). Enkel het parket wordt effectief gesplitst: er ontstaat een afzonderlijk parket voor Halle-Vilvoorde.”
“De grootste ramp is afgewend’” schreven de kranten vorige week. Keuleneer: Dat is niet echt correct. Sinds de laatste ingrepen in de wetteksten is er sprake van 27 procent rechters voor de Nederlandstaligen, wat zou betekenen dat het huidige aantal Nederlandstalige rechters behouden blijft. Maar er zijn zo veel voorwaarden ingebouwd dat het hoogst onzeker is dat dit percentage ooit zal worden toegepast.
Staatssecretaris voor Institutionele Hervormingen Servais Verherstraeten (CD&V) bepleit die splitsing van het parket: zo krijgt Halle-Vilvoorde de kans op een eigen vervolgingsbeleid. Keuleneer: Daar heb ik mijn twijfels bij. De Nederlandstalige substituten worden bijgestaan door 20 procent uit Brussel gedetacheerde Franstalige magistraten. Die mogen dan wel operationeel afhankelijk zijn van de Nederlandstalige procureur des Konings van Halle-Vilvoorde, hiërarchisch blijven ze ondergeschikt aan de Brusselse procureur des Konings. Het doel is dat ze bij voorrang strafbare feiten behandelen gepleegd door verdachten die voor een procedure in het Frans kiezen en niet in het Nederlands. Maar de vraag rijst waarom die aanpak nodig is. Waarom kunnen die feiten niet behandeld worden door tweetalige Nederlandstaligen van het parket van Halle-Vilvoorde?

Zou Servais Verherstraeten op deze terechte vraag een zinnig antwoord hebben?

Pjotr

08 april 2012

Kletspraat


ANDERS GELEZEN

Ontkenningsgedrag?

Toch nog even terugkomen op de uitspraken van de Waalse minister-president Rudy Demotte die vindt dat Wallonië ondanks alle besparingen recht heeft op investeringsmiddelen en daardoor impliciet zegt niet zelf te kunnen bijdragen tot de gezondmaking van de ziekelijke budgettaire toestand van het land. De federale staat kan dan weer geen besparingsplan uit eigen zak betalen wegens de eigen financiële verplichtingen en de eis van de federale PS regeringsleden dat de Brusselse en Waalse bevolking niet mag verarmen. Eens anders lezen.

Griekenland wordt door de Europese Unie gedwongen tot harde maatregelen die een verschrikkelijke verarming veroorzaken. Toch hebben de Grieken begrepen dat het nodig is om in de Eurozone te kunnen blijven en heel belangrijk om de toekomst van hun kinderen te vrijwaren. Volgens EUROSTAT bedraagt de staatsschuld van Griekenland 143 % van het BNP, gevolgd door Italië met 112 % en op de derde plaats België met 96 %. Wanneer we de Belgische staatsschuld opsplitsen dan heeft Wallonië een regionale schuld die schommelt rond de 500 % van hun BRP. Wallonië is niet virtueel maar de facto failliet en toch weigeren de PS-kopstukken Di Rupo, Picqué en Demotte een verarming te aanvaarden om de situatie recht te trekken. Nochtans, tijden van armoede zijn ook uitdagingen waaruit mensen krachten putten om hun situatie te verbeteren. Zo ging het toch toen Vlaamse armoezaaiers indertijd uit pure miserie naar de Waalse koolputten trokken. Maar zie, ondanks de slechte toestand van Wallonië vandaag, vinden de talrijke Franstalige werklozen – zowel in Brussel als in de Waalse socialistische bastions – de weg niet naar Vlaanderen waar er wel werk is.
Het is net daarom ergerlijk dat Demotte, notabene een socialist, over de periode dat Wallonië welvarend was vergeet dat het vooral Vlamingen – en later andere buitenlanders - waren die voor de rijkdom zorgden. Integendeel, grote verontwaardiging telkens iemand het heeft over die (cliché van) minder werkzame Walen. Wat Demotte niet ziet (of ontkent) vanuit zijn chique ambtswoning – heel toepasselijk het Elysette genoemd - is wat ik in de Genieschool op nauwelijks één km van zijn ambtswoning samen met vele andere Vlamingen gedurende een tiental jaren vaststelde: de Walen kunnen het goed uitleggen maar het waren vooral de Vlaamse diensthoofden die in de Genieschool zorgden voor de “daden”.

Wie anders dan de regerende klasse in Wallonië is verantwoordelijk voor de gebrekkige talenkennis van de Franstalige jeugd die hun tewerkstelling in Vlaanderen bemoeilijkt? Daarom is het totaal onbegrijpelijk dat er Vlaamse partijen zijn die de Franstaligen steunen in de versterking van hun ééntaligheid zoals overeengekomen in het communautair compromis met onder meer soepeler taalvereisten voor Brussel. Dat is niet alleen contraproductief voor de Brusselaars zelf maar het zal op termijn ook de verfransingdruk in de Vlaamse Rand nog doen toenemen. Laat het daarom heel duidelijk zijn: deze toegeving is absoluut niet aanvaardbaar voor elke weldenkende Vlaming die respect heeft voor zijn eigen taal en cultuur. Wanneer Demotte dus zegt dat de Vlamingen bescheiden moeten zijn, durf ik net het tegenovergestelde beweren: de Vlaamse politici moeten dringend “een stamp onder hun gat krijgen” om – met of zonder de Franstaligen - orde op zaken te stellen.

Kakofonie

De verkiezingspropaganda is nog niet eens van start gegaan of de kakofonie begint al haar tol te eisen. In dS werd een opiniestrijd gevoerd die enkele jaren terug niet mogelijk was. Op 24 maart schreef Bart De Wever een uitgebreid opiniestuk over identiteitsvorming, geschiedschrijving en mythes. Zoals het past in dS lijn mogen twee opponenten hem van antwoord dienen: prof em. Luc Huyse, en Europees Commissaris Karel De Gucht. Twee tegen één maar – en dat is nieuw – ditmaal krijgt Bart De Wever als flamingant het laatste woord (tenzij Marc Reynebeau zich nog zou moeien). Huyse voert een intentieproces waar De Wever (terecht naar mijn aanvoelen) weigert  op in te gaan. Wie de moeite deed om het artikel van Karel De Gucht  te lezen kwam zelf wel tot de vaststelling dat hij als politiek tegenstander probeerde De Wevers redenering onderuit te halen. Wel ergerlijk vond ik dat hij zijn politieke opponent dingen in de mond legt die deze nooit gezegd heeft.

Vollezele bis?
Siegfried Bracke vond het in de Franstalige media (RTBF) nodig om de Franstaligen op het hart te drukken dat hij (en N-VA) het goed voor hebben met België. Een confederatie dat wel, maar geen splitsing. Wees maar niet bang leek zijn oproep te zijn. Uit vrees dat ze wel eens kwaad zouden kunnen worden op hem? Als N-VA zo verder doet zitten we al gauw opnieuw in een scenario van Vollezele bis. Dat is geen prettig vooruitzicht, zelfs niet voor wie de communautaire tegenstellingen wil oplossen door toepassing van de Baert doctrine. Beste meneer Bracke, het heeft al veel te lang geduurd.
Radio Mille Collines
DT: Ex-premier Yves Leterme, CD&V) verwijt de Franstalige openbare omroep RTBF en de krant Le Soir een 'gebrek aan niveau'. Leterme verwijst daarmee naar het 'bashen' van de Vlaamse professor Hendrik Vuye door die twee media. Hendrik Vuye is niet alleen Vlaming en hoogleraar aan de universiteit van Namen. Hij is ook adviseur van de N-VA. Na een opiniestuk in deze krant, waarin Vuye de staatshervorming als ongrondwettelijk bestempelde, stuurde de RTBF in februari een cameraploeg naar Namen. Een aantal studenten kreeg de wel erg suggestieve vraag of 'deze racistische man niet beter ontslagen zou worden'. Vuye haalde daarop uit naar de RTBF en Le Soir en sprak over "beschadigingjournalistiek" (DM, 23 maart). Christian Laporte (La Libre) liet gisteren op het Radio 1-programma De Ochtend weten de mening van Vuye te delen. "Ik vind het absoluut dom dat sommige Franstalige media zo aan Vlaming-bashing doen. Dat zal zeker niet bijdragen tot een betere verstandhouding tussen de verschillende gemeenschappen in ons land."

Yves Leterme zit blijkbaar op dezelfde lijn. Hij stuurde maandagnamiddag een bericht via Twitter: "Christian Laporte, journalist, bewijst het tekort aan professionalisme en objectiviteit van Le Soir en RTBF. Inderdaad een gebrek aan niveau." Johanne Montay, chef politiek bij RTBF, is  not amused door Leterme's gedrag. "Hij is toch de eerste die de RTBF heeft omschreven als Radio Mille Collines, hij valt ons altijd als eerste aan. We gaan ons niet tot hetzelfde niveau verlagen. Iedereen kent zijn stijl, die je minstens als impulsief kan omschrijven. We hebben echter altijd objectief over hem bericht."
Maar ook aan Vlaamse kant zijn er die Leterme zijn getwitter niet appreciëren (Hugo Camps in DM) citaat: “De rancune is dan toch niet helemaal drooggelegd. Yves Leterme twitterde (alweer) dat Le Soir en RTBF geen niveau hebben. De aanleiding was gesteggel rond N-VA-sympathisant en relprofessor Vuye, maar dit terzijde. (nvdr: deze opmerking verduidelijkt de anti-Vlaamse invalshoek van Camps) Een ex-premier die zich zo laatdunkend uitlaat over hem niet altijd welgezinde media, lijdt op zijn minst aan een democratisch deficit. Of erger: aan fatsoengebrek.
Waar haalt hij de legitimatie vandaan om zich te melden als meetlat van een niveau? (…)  Als Le Soir een barricadekrant wil worden, het zij zo. De sanctie ligt bij de lezer, niet bij een dwaallicht dat verloren loopt in Parijs.” Einde citaat.

Voor de poen
Onze Italiaantjes – Verhofstadt en De Gucht – hebben alvast nog geen financiële zorgen. Verhofstadt krijgt een bestuurderszitje bij Sofina omdat hij als bestuurder van Exmar blijk gaf van “menselijke en managerkwaliteiten”, zo was te lezen in Trends. Dat hij als eerste minister van Paars de staatsfinanciën liet ontsporen telt duidelijk niet mee of net wel omwille van de notionele belastingaftrek waardoor deze grote bedrijven nauwelijks nog belastingen betalen. Een uitgesteld cadeautje?

In de rechtszaak tussen De Gucht en de fiscus is er alvast één ding zeker: de kakofonie van mekaar tegensprekende rechters doet niet enkel pijn aan de oren maar getuigt van een ongehoorde lichtzinnigheid of gebrek aan vakkennis. Wat van beide het ergste is, laat ik over aan de weldenkende lezers.

Exit generaal Delcour
Ook in het leger rommelt het nog geen klein beetje. Maar een ding is alvast duidelijk: generaal Delcour was niet de man die chef staf had moeten worden. In DT was te lezen:
“Delcour kwam ooit bij De Crem aan met een dikke map vol cijfers en berekeningen over de C-130's die het Belgisch leger inzet voor Monusco, de VN-vredesmacht in Congo”, zegt een bron op de defensiestaf. Hij had maandenlang alles op de voet gevolgd: de vluchtschema's, welke vracht er werd vervoerd, welke prominenten er mee vlogen, van waar naar waar... Het militaire nut van die aanwezigheid was nihil, concludeerde hij.” Maar de slotzin van deze bijdrage is toch wel erg scherp: “Defensie neemt afscheid van een zeer verstandig man, zeker, maar ook van een militair uit de vorige eeuw, zonder een gram politiek verstand.”

Met de aanduiding van een nieuwe baas voor de Inlichtingendienst (Generaal Eddy Testelmans chef van de legerspionnen dixit Wim Van De Velden in DT) heeft De Crem wel zijn voorkeur voor een operationele benadering kunnen doordrukken. Uit DT: “Daarnaast is het de bedoeling de militaire inlichtingendienst beter uit te rusten, want volgens een rapport van het Vast Comité I, dat toezicht houdt op de inlichtingendiensten in ons land, laat de informatica van de dienst te wensen over. Doordat de gegevens niet op een behoorlijke wijze kunnen worden opgeslagen of kunnen worden doorzocht, bestaat het risico dat de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid (ADIV) relevante gegevens mist, waarschuwde het Comité I.” Maar er is niet enkel een probleem met de informatica: er was enkele jaren terug ook een Franstalige analist die Nederlandstalige rapporten niet kon lezen en ze daarom … zorgvuldig klasseerde. Zou het Comité I dat weten?
Pjotr

30 maart 2012

Il suffit d'avoir du culot


ANDERS GELEZEN

DS op zijn best

Even teruggaan in de tijd, 26 september 2009. Op de voorpagina van dS staat een paginagrote foto van een bordeelscène die als lokker moet dienen voor een bijdrage binnenin de krant die maar liefst vier bladzijden beslaat en als titel heeft: “Seks, leugens en corruptie binnen het Brussels gerecht.” Een ingewijde wist mij overigens te vertellen dat de foto op de voorpagina - die ik eveneens hernam op de kaft van mijn boek “De Standaard, anders gelezen” (info op www.andersnieuws.eu) een copy-paste was uit de reclamefolder van dit Amsterdamse luxebordeel. De geviseerde in dit verhaal is Dirk Merckx, substituut bij het Brussels parket, die in dezelfde editie laat weten dat  “die zaak zijn leven kapot maakt.”

Dinsdag 27 maart 2012 staat te lezen op bladzijde 8: “Gerecht wast Merckx wit. Bordeelbezoeken met chauffeur van Blijweert zijn niet strafbaar.” Verder staat te lezen:   “Het Brusselse parket-generaal heeft ook een uitgebreid bankonderzoek gevoerd, waarbij onder meer de Bijzondere Belastinginspectie en de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) werd betrokken. Uit die onderzoeken zouden geen verdachte financiële geldstromen zijn gebleken waaruit eventuele corruptie van Merckx naar voren zou komen. Er werd, aldus Briers, geen enkele tussenkomst van Merckx gevonden in een zaak waarbij Blijweert betrokken was.

Blijkbaar heeft dS geen vertrouwen in de Belgische rechtsstaat want eenzelfde beschuldigende vinger staat op de opiniebijdragen, waar redactielid Marc Eeckhoudt de beschuldigingen nog eens op een rijtje zet. Dat zijn bijdrage niet wordt gepubliceerd in de rubriek Binnenland zoals het andere artikel maar wel als een opiniebijdrage, wijst erop dat de redactie van dS niet de moed heeft van zijn overtuiging. Het is maar een opinie, waarbij de redactie buitenschot blijft en onderwijl Merckx nog eens wordt gekapitteld. Op die manier heeft het veel weg van ordinair natrappen.

Er zijn andere “Merckxen” die het ook bruin bakken maar door de redactie van dS niet op de voorpagina staan. Zo volstond een klein berichtje op blz 7 over Eddy Merckx die verdacht wordt van corruptie. “Merckx zou gesjoemeld hebben bij de verkoop van 48 fietsen aan de politie van Anderlecht. Rijdt politiecommissaris Philippe Boucar louter toevallig met een dure Eddy Merckx-fiets? Of is die fiets uit carbon juist het resultaat van “een goed gesprek” tussen hem en Eddy Merckx over de succesvolle aankoop van 48 fietsen voor Boucars politiezone in 2006? (…) De link tussen Merckx en Boucar is duidelijk: Merckx zit in het Astridpark tweewekelijks in de tribune, ook de politiecommissaris is er als chef ordehandhaving kind aan huis. “Ze kennen elkaar al decennialang”, zegt Danny Spreutels, de advocaat van Boucar. “Merckx was zelfs op zijn huwelijk aanwezig.”


Bizar maar in de oorspronkelijke tekst online werd eveneens vermeld dat de bekendmaking van deze beschuldiging achtergehouden werd tot na de vereremerking van Merckx door de Franse president Sarkozy, want dat wou men niet in het gedrang te brengen. Wie liet deze opmerking schrappen? Iedereen gelijk voor de wet?

Free speech

Het gebeurt niet alle dagen dat een toppoliticus tijdens een interview in zijn ziel laat kijken en dingen zegt die niet doorgesproken zijn met de partijtop waarvan hij deel uitmaakt. Steven Vanackere, hét Vlaams gezicht van CD&V in de federale regering deed dat wel en verklaarde dat volgens hem de grootste politieke vergissing in de geschiedenis van België de splitsing van de politieke partijen in Vlaamse en Franstalige was. Hij is ook voorstander van een federale kieskring. Zijn uitspraak toont aan hoezeer CD&V van de top tot in de dorpsstraat verdeeld is over de rol die Vlaanderen mag spelen. Het is bevreemdend dat net het zogezegd Vlaams gezicht van deze regering zoiets zegt dat ingaat tegen het wankel evenwicht binnen CD&V en wat nog erger is, voorbijgaat aan de oorzaak waarom de unitaire CVP/PSC uit mekaar viel. Een anekdote uit de tijd dat Robert Houben laatste voorzitter van de unitaire CVP/PSC (1966 - 1972) was, gaat over de schaarse contacten die er in de laatste jaren van de unitaire partij nog waren tussen Frans- en de Nederlandstalige christendemocraten. “Deze gesprekken werden vooral gevoerd in het toilet, “braquette ouverte”, aldus Herman Van Rompuy tijdens een lezing. Het zou Vanackere sieren mocht hij eens zijn lezing geven over dit stukje partijgeschiedenis waarin de Vlamingen constant werden tegengewerkt door de PSC’ers en de splitsing als een ware verademing werd ervaren door zij die er wel mee te maken hadden.

Steven Vanackere ware wellicht  toch beter provinciegouverneur geworden. Aan de kust lopen er genoeg Franstalige landgenoten rond die het met hem eens zullen zijn. Zolang ze maar kunnen profiteren van de betere sociale omstandigheden in Vlaanderen. Dat ze daarvoor geen Nederlands moeten kennen zal ACW’er Vanackere wellicht niet deren. Oh ja, als ACW’er voelt Vanacker zich gekwetst door het amalgaam dat men maakt van de rol die het ACW speelde in de DEXIA affaire. Want, zo beweert hij, in het politiek comité werd over de winstparticipaties nooit gesproken. Maar mag ik eens vragen wat een minister van Financiën zit te oden in een comité van het ACW behalve om het ACW belang te dienen?

Door de uitspraken van Steven Vanackere, een zwaargewicht binnen de partij, krijgt Michel Doomst als Vlaamsgezinde sterkhouder, absoluut gelijk wanneer hij de “nationale” politiek liever niet ziet opduiken in de verkiezingscampagne voor de gemeenteraad later dit jaar. Jammer voor Doomst dat zoveel Vlaamse ministers van de federale regering ook op de verkiezingslijsten staan in hun gemeente. Toch federale verkiezingen?

Servais Verherstraeten, CD&B, deed er donderdagmorgen op de radio nog een schepje bovenop door de splitsing van BHV voor te stellen als een stap naar een vreedzamer samenleven. Alluderend op de komende Ronde van Vlaanderen zegt hij dat de regering de Kwaremont achter de rug heeft en Oudenaarde wenkt. Jan Verroken (gewezen Vlaamsgezinde CVP’er en oud burgemeester van Oudenaarde zal dat ongetwijfeld graag horen!

De kleuter-rel

Vier op tien migranten werken, zes op tien niet. Klopt dat wel? Neen, want bij de zes op tien die niet werken zullen er ongetwijfeld heel wat zijn die voor hun levensonderhoud wellicht beroep doen op sociale uitkeringen maar daar bovenop in het zwart werken of als we het een andere vorm van werk mogen noemen, zich onledig houden met criminele activiteiten. Dat DS deze problematiek op de voorpagina zet verbaasde niet alleen mij maar blijkbaar ook Siegfried Bracke die in dS schreef: “Kijk, kijk, kijk. De dingen veranderen. Te traag, maar toch. Ik vraag me af of de kop van De Standaard van eergisteren een paar jaar geleden zou hebben gekund. Nog maar vier op tien migranten werken, een jaar of twee geleden zou het op de redactie misschien wel zijn afgevoerd als Vlaams Belang-praat.”

Lezeres Anka C., Ganshoren merkte dit eveneens op: “Niet alleen de krantentitels, maar ook een bijdrage als deze zou twee jaar geleden nog geweigerd zijn door DS, wegens niet strokend met de ideologische lijn van de krant. Maar na ruim 25 jaar realiteitsontkenning en het verbannen van politieke stromingen die het probleem durfden benoemen, blijken de statistieken nog steeds dezelfde cijfers te geven, meer nog: de cijfers worden steeds verontrustender. Vraag is of deze 'glasnost' niet te laat komt om, inzake de immigratiecatastrofe, de ontsporing nog in beheersbare banen te leiden?”

Regionale concurrentie

DS online 29 maart: De Waalse minister voor Luchtvaartbeleid André Antoine (CDH) stelt Brussels Airlines voor om zich te vestigen op de luchthaven van Charleroi. De ceo van de luchtvaartmaatschappij had eerder deze week gedreigd om naar het buitenland te verhuizen als de regering niet snel werk maakt van bijzondere fiscale maatregelen. (…) Op de commerciële omroep Bel-RTL verklaarde de minister donderdag dat hij de voorzitter van de Raad van Bestuur van de maatschappij, Etienne Davignon, in een brief heeft uitgenodigd de toestellen op de luchthaven van Charleroi te vestigen. 'Dat komt neer op een besparing van 29 euro per passagier', weet de Waalse minister. Anders Gelezen: hoog tijd dat Vlaanderen eveneens zijn concurrentiële troeven uitspeelt en zich niet meer laat ringeloren door federale taboes. Zelfstandigheid heet dat.

Demotte ziet dan weer Vlaanderen dezelfde weg opgaan als Wallonië vroeger. (De Tijd, 27/03). “Minder dan een eeuw geleden was Wallonië een van de sterkste industriegebieden ter wereld', vertelt Demotte in De Tijd. Maar men heeft toen palliatieve zorg toegediend aan Wallonië en vitamines gegeven aan Vlaanderen. De verouderde industrie is gestorven.' Volgens hem maakt Vlaanderen stilaan hetzelfde mee als wat vijftig jaar geleden in Wallonië is gebeurd. Het is het symptoom van de vierde generatie. Die verkoopt de boel. Het is een les in nederigheid voor iedereen. Je kan de eerste zijn, maar je moet voorzichtig blijven. (…) Het Waalse Marshallplan is daarbij de rode draad, zegt hij. 'De Walen waren hun zelfvertrouwen en trots verloren. Het Marshallplan leidt ertoe dat de Walen hun lot opnieuw in handen nemen. Maar de regio heeft nog altijd nood aan financiële middelen voor een heropleving van de economie.
'Als het geld dat wordt gebruikt om de economie te stimuleren moet dienen om de nieuwe bevoegdheden te betalen, zal de kloof te groot blijven', zegt Demotte. 'De transfers zullen pas stoppen als wij nog over de nodige financiële middelen kunnen beschikken om te investeren in de economie.”

Anders Gelezen: Minister-president van het Waals Gewest en de Gemeenschapsregering, Demotte geeft hier een zeer goed argument aan de Vlamingen om meer te investeren in de eigen toekomst in plaats van te betalen voor de palliatieven zorgen die Wallonië nog altijd nodig heeft. Wat Demotte hier op een subtiele manier zegt is eigenlijk aberrant: Vlaanderen moet de wederopstandig van Wallonië blijven betalen ook al dreigt het daardoor zelf de afspraak met de toekomst te missen. Over cijfers gesproken: dank zij de studie van het Waalse studiecentrum CERPE weten we dat het federaal primair overschot (zonder rentelasten) in de periode 2006 -2010 evolueerde van 12,95 miljard euro bonus naar 1,69 miljard verlies.  Maar opgesplitst zijn de cijfers nog veel sprekender: per gewest realiseerde Vlaanderen over de vijf jaar een positieve balans (+ 41,43 miljard) terwijl Wallonië 21,19 miljard in het rood ging en Brussel een licht overschot ( +4,19 miljard) totaliseerde. In het maandblad Doorbraak (april 2012) worden ook de interestlasten op de staatsschuld (366,56 miljard euro)  in rekening van de gewesten gebracht volgens een verdeling op basis van het aantal inwoners (wat gunstiger is voor zij die schulden maakten). Beide samen, het primair saldo en de rentelast geeft dan een resultaat dat zonder overdrijving de peptalk van Demotte keldert. Het saldo van de staatsschuld (primair saldo min het deel van de rentelasten) wordt dan: + 6,01 miljard voor Vlaanderen; - 41,05 miljard voor Wallonië en – 1,85 miljard voor Brussel. Om het heel duidelijk te stellen: Vlaanderen heeft door zijn gematigd beleid in de laatste vijf jaar de staatsschuld doen afnemen met 6 miljard euro terwijl Brussel en Wallonië samen de staatsschuld deden toenemen met maar liefst 43 miljard euro. Il suffit d’avoir du culot …

De uitspraak van de week


Na alle kritiek op de Dexiacommissie slaat voorzitster Marie-Christine Marghem (MR) dinsdag terug in de krant De Morgen. "Dexiavoorzitter Jean-Luc Dehaene heeft de Belgische belangen niet verdedigd zoals hij had moeten doen en gewezen premier Yves Leterme is zijn verantwoordelijkheid ontvlucht door niet te komen getuigen."

Marghem is echter ook ongemeen scherp voor Jean-Luc Dehaene en Pierre Mariani, die het duo Richard-Miller opvolgden. "Dehaene is compleet verpletterd door Mariani", luidt het. "Officieel was het een duo dat samenwerkte, maar in realiteit was Mariani de motor, die alles besliste. De Franse bestuurders hebben samen met Mariani ingezet op het intact houden van de Dexiagroep, maar dat was een onhoudbare strategie. Dehaene heeft de Belgische belangen niet verdedigd zoals hij had moeten doen. Hij heeft niet begrepen in welk spel hij speelde", benadrukt het MR-parlementslid. Tot op het einde hebben Mariani en Dehaene zo hard geloofd dat hun strategie ging slagen, dat ze niet inzagen dat ze zich vergisten. Ze spraken altijd over de logica van de groep, maar de Belgische bank was gewoon een melkkoe. Verschillende mensen zijn Dehaene nochtans gaan zeggen dat het niet meer ging."

Pjotr