29 april 2011

dS anders gelezen






Eindelijk is het zover … mijn boek De Standaard anders gelezen is klaar.



Bij deze nodig ik u allen uit op de presentatie met aansluitend gratis receptie op 17 mei 2011 om 19.30 u in de aula van het Congrescentrum De Montil te Affligem (deelgemeente Essene). Meer informatie over het boek en de presentatie vindt u op www.andersnieuws.eu

Ondertussen schreef Jean-Pierre Rondas (producer radio Klara) volgende commentaar over het boek: “Dit is machtig interessant, verbluffend, onthullend, en 't wordt zelfs een vraagbaak. Een naslagwerk op een manier.”

Gratis deelname presentatie maar verplichte inschrijving.
Gelieve naam en aantal deelnemers (max 2) over te maken per e mail aan: boek@andersnieuws.eu




Gevraagd: politici (M/V) met ballen


De Paasvakantie was aan de Vlaamse kust een zomerse bedoening. Toeristen vonden het heerlijk toeven op het fijne zandstrand ware het niet dat hun kinderen absoluut ook het koude water in wilden maar helaas teruggefloten werden wegens de afwezigheid van een reddingsdienst. De ene verantwoordelijke na de andere kwam op TV verklaren dat er geen redders beschikbaar waren en hoe moeilijk het was om er te vinden. Minister Bourgeois, verantwoordelijk voor toerisme Vlaanderen, vond het al even moeilijk om aan deze oproep van de verwende toeristen te voldoen. Potverdorie, ballen heeft hij nodig om te zeggen wat in dergelijk geval normaal is: dat in de eerste plaats iedereen zelf verantwoordelijk is voor zijn veiligheid en dus niet moet janken als er geen redders zijn. Wie wil zwemmen kan de grens oversteken, want in Frankrijk en Nederland zijn duizenden kilometers onbewaakt strand waar er niet gepamperd wordt maar wél mag gezwommen worden op eigen verantwoordelijkheid. Wie ooit de Grand Canyon in Arizona (US) bezocht zal ongetwijfeld ook gemerkt hebben dat er geen omheining staat bij die diepe kloof maar eventuel wel een minuscuul plakkaatje kunnen lezen met daarop de boodschap dat het gevaarlijk is om te dicht bij de rand te komen en iedereen zelf verantwoordelijk is voor de eigen veiligheid. Komaan politici voor wie de gemeenschap zo belangrijk is: stop met pamperen en zeg waar het op staat. Idem dito voor de omgang met kinderen in scholen en andere (jeugd)organisaties. Een menswaardig leven zonder risico bestaat zelfs niet – gelukkig maar –in het pamperend België waar politici het in hun broek doen om één stem te verliezen hoewel ze daardoor het verantwoordelijkheidsbesef van een gemeenschap herleiden tot appelmoes. Dat Bart De Wever moeite heeft met het fnuiken van lokale initiatieven door de overheid (dS 26/04) had eveneens mogen blijken uit de reactie van Bourgeois over de redders aan de Vlaamse kust. Een politieke partij die terecht oproept tot het nemen van verantwoordelijkheid maar de individuele leden niet durft te zeggen dat ze hun eigen verantwoordelijkheid niet mogen afwentelen op politici, is géén blijk van leiderschap, eerder electoraal opportunisme. Niet wenselijk en nog minder betaalbaar.

Bart Sturtewagen schrijft in zijn column (dS 28/04) dat “de oldtimers van de SP.A en CD&V samen met een schijnbaar onophoudelijke reeks weldenkenden en geleerden de N-VA willen overtuigen op water bij de wijn te doen”. De traditionele partijen beseffen dat N-VA geen voorbijgaand fenomeen is en zijn als de dood om zonder N-VA in een regering te stappen die zich opnieuw laat ringeloren door het dictaat van een Franstalige minderheid. Het is duidelijk dat de beleidsopties van N-VA zich niet beperken tot de splitsing van BHV maar vooral gaan over de socio-economische dossiers waarover Vlaanderen een andere visie heeft dan de Franstaligen. Wat Sturtewagen hiermee ook zegt: dat dS (dixit Peter Vandermeersch) in zijn ijver om Noord en Zuid dichter bij elkaar te brengen, jarenlang vooral de opinie van deze belgicisten heeft gepubliceerd en terechte Vlaamse kritiek weerde. Blijkbaar is het ook dS en Le Soir niet gelukt om de twee gemeenschappen dichter bij mekaar te brengen en hopelijk wordt er eindelijk ruimte vrijgemaakt voor een sereen debat over de toekomst.

Dat de Belgische ziekte vooral te wijten is aan de egocentrische partijpolitieke invulling van de beleidsverantwoordelijkheid wordt ten overvloede geïllustreerd in het energiedebat. In dS (28/04) – proficiat met deze publicatie – buigen drie specialisten zich over de rapporten van de NBB en de CREG. Hun conclusie is eigenlijk vernietigend voor de partijpolitieke klasse. Electrabel en god weet welke andere bedrijven uit alle sectoren krijgen vrij spel om hun winst te maximaliseren en zo weinig mogelijk solidair te zijn (door nauwelijks belastingen te betalen). Van de Cloot, De Keuleneer en Noels, mannen mét ballen, zeggen duidelijk waar het over gaat: dat Eandis functioneert als een zitpenningenmachine voor politici. En dat deze zitpenningen betaald worden door de gewone mensen, had er met evenveel woorden mogen bijstaan. Voor een premier en alle andere beleidsverantwoordelijken van de laatste decennia, blauw, rood en groen samen met geel, die in verkiezingstijd zo graag over ‘de mensen’ of ‘het algemeen belang’ spreken zou deze aantijging voldoende moeten zijn om tabula rasa te maken met deze onrechtvaardige toestand die enkel een politieke nomenclatura dient in plaats van het algemeen belang. Helaas wordt dit debat enkel gevoerd om het staatsbudget te spijzen, niet om de fundamentele onrechtvaardigheden weg te werken. Daarvoor dient dit België niet.

In dezelfde editie van dS een quote van Tom Lanoye: “Wat heeft De Wever al gerealiseerd en wat is in dat opzicht nog het verschil met Vlaams Belang?”. Opnieuw een Vlaamse calimero die, evenwel mét ballen, zich evengoed had kunnen afvragen waarom de Franstaligen nu al vier jaar een verrottingsstrategie voeren en elke grondige verandering weigeren? Het antwoord is nochtans eenvoudig: Franstalig België ligt aan het Vlaams infuus en weigert niet alleen zelf op te draaien voor de kosten van het federale beleid (socio-economisch, immigratie, …) maar ze willen daarenboven hun politieke machtsgreep op elk beleidsdomein niet lossen.

Hiermee valt geen land te bezeilen. Op naar een confederale staat waarbij de samenwerking op vrijwillige basis wél gestoeld is op een sociale en economische meerwaarde en een duidelijk (Vlaams) maatschappelijk draagvlak.

Pjotr
Anders Gelezen

19 april 2011

Vakantie voor iedereen

ANDERS GELEZEN

In vorige Anders Gelezen verwees ik naar een klakkeloos overgenomen hoofdartikel in dS (4/04) met nogal oppervlakkige conclusies over het belang van de cultuursubsidies. Blijkt dat daar een sluitende verklaring voor is: de Paasvakantie begint bij dS vroeg en zeg nu zelf, evenveel bladzijden vullen met de helft van de redactie kan toch niet zonder kwaliteitsverlies, tenzij de journalisten op gewone dagen op hun luie kont zouden zitten. Gelukkig zijn deze tijd ook veel lezers met vakantie en valt het minder op.

Vakantie was het in elk geval op donderdag (14/04) met een hoofdartikel gebaseerd op eenzijdige informatie dat op de voorpagina spectaculair oogt maar vatbaar is voor kritiek. Onder de titel “Meer Vlamingen dan Walen op loonlijst overheid” schrijft Guy Tegenbos dat per duizend inwoners er 96 Vlamingen tegenover slecht 92 Walen in de openbare dienst werken. In procent van de werkende bevolking blijft het wel negatiever voor Wallonië met 33,71 % en 5 % minder voor Vlaanderen (28,67 %). Hij haalt de mosterd uit een studie van Itinera uitgevoerd door Hindriks en De Vos die met deze cijfers één van die hardnekkige clichés die Vlamingen hebben over de Walen willen doorprikken. Getrainde lezers van dS weten dat ze best eerst een nachtje slapen vooraleer te oordelen. Nu ook, want de dag erop staat in een artikeltje op blz 13 dat het hoofdartikel van daags voordien een beetje kort door de bocht is. “Wallonië toch nog op kop in openbare jobs” staat er te lezen. Auteur, “g.teg.” relativeert het hoofdartikel van de dag ervoor na een reactie van socioloog Jan Hertogen die beweert dat de studie van Itenera niet klopt. Ze “vergaten” al of niet bewust - met academici is dat moeilijk uit te maken - onder meer het spoor, de post en de gemeentelijke politie mee te tellen. De juiste cijfers inzake het deel van de werkgelegenheid zijn wel nog negatiever voor Wallonië 38,6 % of 6 % minder goed dan Vlaanderen. Ook per duizend inwoners wordt het negatief voor Wallonië, 149 tewerkgestelden in de openbare sector tegenover 144 voor Vlaanderen. Kortom, ondanks de hogere noden in de Vlaamse welzijnssector blijft de scheefgetrokken situatie bestaan. Conclusie: het is ten zeerste aanbevolen om dS élke dag en minstens één week lang te lezen. De rubriek “correcties en aanvullingen” volstaat bijlange niet.

Roger Van gheluwe, een ‘godsgeschenk’ voor de media in deze komkommertijd was goed voor ettelijke bladzijden met uitgemolken weetjes die zelfs als primeur werden verkocht hoewel Knack daarover een jaar geleden al berichtte (het tweede slachtoffer van RVG).

Toch nog enkele opvallende artikels in dS, onder meer dat van Peter De Roover (VVB) die opmerkt dat het de ‘slechte Vlamingen zelf zijn die deze term uitvonden en hij nergens in het archief van dS een flamingant vond die dat verwijt gebruikte. Wie dit artikel niet las? Marc Reynebeau, want zie, op 16/04 maakt hij een paginahoge tabel met de eigenschappen van de goede en de slechte Vlaming. Hij is uiteraard een slechte Vlaming. Even de criteria citeren: soort onderbroeken, hond of kat hebben, donkere trappist versus witte wijn en cava, trompettist versus djembé, hangt de vlag uit op 11 juli of niet is een geus of denkt dat hij een calimero is. Voilà een volle bladzijde uit de kwaliteitskrant dS wanneer het vakantie is voor iedereen.

Komen we dan toch aan het politieke nieuws, dan is er een interessante opiniebijdrage van professor Carl Devos. Blijkbaar niet met verlof en evenmin in New York ondanks de uitnodiging van de Columbia universiteit om te spreken over het nationalisme in België. Dave Sinardet een beetje méér vedette, had blijkbaar iets minder academisch werk in eigen land en ging er wel naartoe.

Over de ontmoeting van VOKA met de voorzitters van de Franstalige partijen waar VOKA duidelijke Vlaamse taal sprak en uitgebreid werd geciteerd in de Franstalige krant lezen we nauwelijks iets in dS. VOKA niet belangrijk of té Vlaams?

Dan zijn er nog de vermakelijkheden van de vermoeide “sitting down comedians”, Louis van Leuven en onze teerbeminde kunstenaar Marc Eyskens die – onder ons gezegd en gezwegen – helemaal niets meer in de pap te brokken heeft in zijn eigen partij en daarom in navolging van Eric van Rompuy de aanbeveling van Herman Van Rompuy volgt: be free! Iedereen schiet de laatste dagen graag op N-VA die niet om het even welk compromis wil slikken en dus aan de kant moet geschoven worden. Even anders gedacht: wanneer de onderhandelingen duidelijk maken dat de standpunten van de twee opponenten onverzoenbaar zijn, zou het dan niet logisch zijn beide eruit te kieperen? Een regering dus zonder de onwillige PS en N-VA? Maar neen, de PS treft geen fout. Nochtans las ik geen enkel redelijk PS compromis, zeker niet de nota Di Rupo waarmee alleen een heel kleine minderheid, SP.A en Groen!, bereid waren om deze als onderhandelingsbasis te aanvaarden. Dan maar een regering vormen zonder nieuwe verkiezingen? Democratisch onverantwoord maar ondertussen weten we dat dit voor de traditionele partijen geen onoverkomelijk bezwaar is. Dat de media wat graag als megafoon meedoen met al die onzin zou ons nog doen vergeten dat de stilte van Wouter Beke (CD&V voorzitter) en de hoofdrolspelers normaal is en de krantenvulling berust op giswerk.

In de Franstalige pers vinden ze het beslist leuk om al die aanvallen op N-VA te mogen citeren. In LLB online (19/04) klonk het zo : « Fortes déflagrations dans le camp flamand. Les salves partent de tous côtés, mais atterrissent toujours dans le même jardin, celui de la N-VA, accusé de rendre impossible tout accord institutionnel avec les francophones. » Zou het iemand verwonderen dat er in deze kranten met geen kwaad woord wordt gesproken over de PS? Dat is de reden waarom de Vlamingen nooit tot een deftig resultaat kunnen komen. Het onvermogen om het partijbelang ondergeschikt te maken aan een Vlaams gemeenschappelijk standpunt voor een copernicaanse en dus ‘systemische’ hervorming. De nota Vande Lanotte is zelfs voor Belgische Mia Doornaert – persoonlijke raadgever van premier Leterme op radio 1 – onvoldoende en niet de grondige hervorming die België nodig heeft.

Anders gedacht: terwijl de helft van de redactie van dS op vakantie is, begon voor de politici de verkiezingsstrijd of worden ook verkiezingen overboord gekieperd?

Pjotr
ANDERS GELEZEN

11 april 2011

Over taal en cultuur

ANDERS GELEZEN

Op 4 april bloklettert dS op de voorpagina dat ‘geld voor cultuur rendeert’. Net onder de titel lezen we ‘Kunstorganisaties halen gemiddeld meer eigen inkomsten dan subsidies binnen. Het beeld dat de sector vooral teert op de overheid, klopt dus niet.’ De lezer wordt geacht niet verder te lezen want anders zal hij vaststellen dat dS redactie niet kan rekenen. In de tekst staat dat de subsidies (Vlaamse gemeenschap samen met provincies en gemeenten) uitkomt op 59 % en dat de eigen inkomsten maar 41 % bedragen. Ooit al gehoord van een rendabel bedrijf dat uit zijn commerciële activiteiten niet eens de helft van zijn inkomsten haalt? Verre van mij om cultuur geen goed hart toe te dragen, integendeel, maar wanneer een kwaliteitskrant cijfers gebruikt zou het passen om ook de juiste conclusies te trekken. Overigens deze bijdrage vermeldt als auteurs ‘ges en vpb’ wat volgens de interne regels van dS betekent dat ze dit hoofdartikel niet eens zelf schreven. Copy paste van een ontvangen tekst die daarenboven niet deftig werd nagelezen.

In Doorbraak (april 2011) schrijft Matthias Storme onder de titel ‘Bolland contra Mercier, ook vandaag’ over het gebruik van het Nederlands in de universiteiten: ‘Een eeuw geleden, in december 1911 en januari 1912, hield de Leidse hoogleraar, wijsgeer en filoloog, Gerard Bolland een Ronde van Vlaanderen voor “Het Nederlands als taal voor hogere aangelegenheden des geestes”. Zo luidde de titel van de lezing die hij hield in Antwerpen, Brussel, Gent, Brugge en Mechelen. Dit geschiedde op uitnodiging van de Vlaamse Vooruitstrevende Studentenkring “Geen Taal, Geen Vrijheid”. In een vurig betoog bestreed hij “de beledigende en leugenachtige praatjes over de minderwaardigheid van het Nederlands als voertaal der wetenschap”. Hij zette uiteen, in de traditie van zestiende- en zeventiende-eeuwse taalkundigen, waarom het Nederlands juist bij uitstek, meer dan het Frans en Engels geschikt is voor wetenschap en wijsbegeerte. Amusant zijn zijn uiteenzettingen over de betere geschiktheid van het Frans voor de omgang met maîtresses en andere onzedelijkheden, maar de ongeschiktheid van die taal voor de waarheid. Dat alles werd overigens uitgesproken in het Stadhuis te Brussel; het is zeer de vraag of dit vandaag nog zou kunnen. Voor ons vandaag van belang is vooral zijn betoog over de noodzaak om de volkstaal niet enkel voor schone letteren te eren, maar vooral ook voor de wetenschap. (…)De eerste verantwoordelijkheid van onze universiteiten is zorgen dat het Nederlands op alle gebieden zijn functie als wetenschapstaal behoudt en dat de jonge mensen die hier wonen in de taal van het land kunnen studeren. Andere doelstellingen, hoe lovenswaardig ook, mogen maar op de tweede plaats komen. De verdringing van het Nederlands in de wetenschap is enkel een verarming, niet alleen voor ons volk, maar ook voor de wetenschap zelf. Denken vereist taal en een andere denktaal houdt vaak ook andere klemtonen en inzichten in. Een extra inspanning om in het Nederlands beoefende wetenschap vervolgens ook te vertalen in het Engels levert dan ook meer op dan wetenschappers die niet meer in hun eigen taal denken en schrijven. Ook vandaag geldt “Geen Taal, geen Vrijheid”.

Toen recentelijk de (her)ontdekte Vlaming Vic Van Aelst het aanleren van Frans in de Vlaamse scholen ter discussie stelde, stak een storm van protest op. Bekrompenheid in de hoogste graad verweet men hem. Waar het om gaat, of Frans de tweede taal moet blijven, in plaats van Engels, dé wereldtaal, daar was weinig over te lezen. Bruno DE Wever zal daar alvast niet tegen zijn. Eens anders gedacht: zijn Franstaligen die weigeren Nederlands te leren wél bekrompen, of geldt deze beschuldiging exclusief voor Vlaamse boerkes? Is de weigering van de Franstalige politici om het Nederlands als verplichte tweede taal op te leggen geen gebrek aan respect en de facto een botte weigering van een evenwichtige samenleving?

Wie op zondag tijdens De Zevende Dag op EEN goed luisterde naar Rudy Demotte minister president van Wallonië en de federatie Brussel-Wallonie, kon zijn woorden niet verkeerd begrijpen: de naamswijziging van gemeenschap naar federatie heeft volgens zijn eigen woorden wel degelijk ook een inhoudelijke betekenis. Wie aan Vlaamse kant nu nog blind blijft voor de consequenties van deze totaal misplaatste francofone claim op Brussel is toch wel heel naïef. In zijn project worden de Brusselse Vlamingen herleid tot Vlaamse Brusselaars. Een minderheid in eigen hoofdstad. Terwijl ten minste Brigitte Grouwels (CD&V) dat begrepen heeft zijn sommige collega’s à la Van Raes (Open VLD) verworden tot aanschuifministers: liever Vlaamse Brusselaar maar minister – op voorwaarde dat Vlaanderen blijft betalen voor Van Raes zijn bevoegdheden. Dat zijn géén slechte Vlamingen maar gatlikkers, om het met een schoon Nederlands woord te zeggen.

Pjotr
ANDERS GELEZEN

04 april 2011

Mogen mensen nog zelf denken?

ANDERS GELEZEN Via de oude en nieuwe media wordt het nieuws met bakken over ons heen gegoten. Het adagium indachtig dat kennis macht is, zou de informatieconsument vandaag een heel stuk beter af zijn dan enkele decennia terug. Daarvoor moet wel aan twee voorwaarden worden voldaan: de media moeten correcte informatie geven en de kijker/lezer moet de tijd willen nemen om al die informatie te verwerken. Voor de overgrote meerderheid van de mensen is geen van beide voorwaarden vervuld en niemand vraagt zich nog af of de informatie en de manier waarop het nieuws gebracht wordt nog aanzet tot zelfstandig denken. Kijkers die op Canvas hopen wijzer te worden krijgen meestal slecht één verhaal te horen zonder duiding en zonder een tegenwoord. Zo was er de uitspraak van meester Vic Van Aelst die als een koude baksteen op de maag viel van de Belgicisten: België is een onrechtvaardig land. Zouden de kijkers dan niet mogen verwachten dat de VRT iemand aan het woord laat die met argumenten bewijst dat hij ongelijk heeft? Niets gehoord noch gelezen, tenzij het obligate mantra dat België een meerwaarde heeft. Kan best zijn maar is de situatie in België inderdaad onrechtvaardig of niet? Via een lezer ontving ik een e mail van Agnes H. die de onrechtvaardigheden uit de mond van Van Aelst oplijstte: “België met meer gevangenen op straat dan opgesloten; met een justitie die niet werkt noch hervormd geraakt; met ministers die tussenkomen in bankvonnissen; met onderzoekscommissies die hun werk niet mogen doen; met de op één na hoogste belasting van Europa; met een openbare schuld van 32.100 euro per inwoner; met vakbonden die geen belasting betalen op hun inkomen; met bijna geen belastingscontroles in Brussel en Wallonië; met 30 % meer ambtenaren in Wallonië dan in Vlaanderen; met het grootste aantal ambtenaren in heel Europa; met 30 miljard fiscale fraude waar niemand iets aan doet; met een verdubbeling van de ziekteverzekering in 12 jaar tijd; met soms 3 generaties werklozen in één gezin; met ministers die illegale asielzoekers bezoeken en hen aanzetten tot burgerlijke ongehoorzaamheid; waar Waalse politici van mening zijn dat werklozen een premie moeten krijgen om werk aan te nemen; waar belastingcontroleurs zelf hun computer kopen; waar vonnissen van het hoogste gerechtshof -B.H.V- niet uitgevoerd worden, maar politiek 'onderhandeld'; waar jonge criminelen die een scholier neersteken 'per vergissing' uitgeleverd worden vóór hun berechting; waar Waalse ministers zoete broodjes bakken met Zaïrese dictators; waar ministers de gemeentewet laten wijzigen zodat ze als Europees commissaris ook burgemeester kunnen blijven; waar jaarlijks 3 miljard werkloosheidsvergoedingen ten onrechte worden uitgekeerd; waar 80 miljoen wordt gespendeerd aan studies voor een wapperbrug die er waarschijnlijk nooit komt; waar justitiepaleizen verkocht worden aan duistere Ierse maatschappijen om ze dan terug te huren aan woekerprijzen; waar brandstof hoger belast wordt dan de grondstof waard is; waar ministeriële kabinetten dubbel zoveel medewerkers hebben als bijvoorbeeld in Frankrijk; waar het laagste pensioen van Europa wordt uitgekeerd (bvb: Luxemburg 97,2 % van het laatste loon, België 66,1 % van het laatste loon); waar Vlamingen meer aan Brussel en Wallonië betalen dan Nederland betaalt aan Europa.” Waarom zouden de consumenten de hiervoor aangehaalde onrechtvaardigheden – of slechts een deel ervan - niet geloven als daar geen afdoende bewijs van het tegendeel voor wordt geleverd? Maar vooral, vraag ik mij af, doen al de politici die zo bekommerd zijn om de mensen daar niets aan? Zoals het nu loopt leeft de indruk dat niemand nog echt bekommerd is om een rechtvaardig systeem en nog minder om wat de mensen denken. Over de communautaire discussie werd aan beide kanten van de taalgrens heel wat geschreven. Dat de invalshoeken zoveel van elkaar verschilden, bewijst zeker niet dat wij, Vlamingen en Franstaligen, veel gemeen hebben. Integendeel, de giftige reacties van de lezers geven aan dat de kloof nog dieper is geworden dan ze al was. De laatste peilingen illustreren dit duidelijk: de PS verliest omdat ze te toegeeflijk zou zijn, terwijl aan Vlaamse kant de appreciatie voor wie niet wil buigen (N-VA) voor een zoveelste compromis nog aan aanhang wint. Daar heeft de polarisatie, vooral in de Franstalige media ongetwijfeld toe bijgedragen. Aan Vlaamse kant konden de kijkers en lezers geregeld bijdragen lezen die dat verschil proberen te minimaliseren. Helaas waren deze standpunten soms echte aanslagen op het intellectueel vermogen van de lezer. Zo schreef de Gentse professor economie, Koen Schoors, in Knack (30/03) een artikel onder de titel “Wie tegengas geeft, wordt geschoffeerd” onder meer het volgende: “in de sociale zekerheid kun je niet spreken van transfers over de taalgrens. Dat is geen denkfout, dat is een leugen”. Dat een academicus andersdenkenden als leugenaar bestempelt is toch wel opmerkelijk en vraagt om een steekhoudende academische verklaring. Volgens hem is de juiste betekenis van de herverdeling dat er geld gaat van gezonden naar zieken, van werkenden naar werklozen of nog van jongeren naar gepensioneerden en niet van Vlamingen naar Walen, want ook een Waalse belastingbetaler betaalt mee voor de pensioenen van de Vlamingen. Alsof de doorsnee lezer van Knack hieraan ooit twijfelde. Alleen negeert hij dat de sociale zekerheid onvermijdelijk op een bepaald niveau wordt georganiseerd in elke staat. Dat in de staat België er wel degelijk verschillen zijn in de onderscheiden regio’s waardoor transfers bestaan zowel aan de inkomsten- als aan de uitgavenzijde. Wie hierover concrete informatie wil kan terecht bij www.VIVES dat op een academisch verantwoorde manier terzake doende cijfers publiceerde in zijn ‘beleidspapers’. Overigens, wanneer verschillen tussen gemeenschappen niet meer mogen in aanmerking genomen worden, zouden we de solidariteit beter Europees organiseren. Professor Schoofs weet ook nog dat het de waanzin voorbij is om van de taalgrens een landsgrens te maken nu in Europa steeds meer grensoverschrijdend wordt samengewerkt. Opnieuw gaat hij ervan uit dat de lezer zijn weinig academisch betoog zal slikken zonder erbij stil te staan. Is het niet zo dat de samenwerking in België niet meer lukt omdat het de federale samenwerking mangelt aan gemeenschappelijk inzichten – denk maar aan justitie, gezondheidszorg, … - terwijl de grensoverschrijdende samenwerking waar hij naar verwijst precies berust op specifieke gemeenschappelijke doelstellingen. Kortom, wanneer een academicus het heeft over leugens en waanzin, zou het goed zijn mocht Knack er een psychiater bijhalen, want mensen die zelf willen denken houden er niet van om zich de oren te laten wassen door een academicus die blijkbaar liever scheldwoorden gebruikt dan academische argumenten. Een euvel waaraan nogal wat Belgischgezinden lijden. Pjotr Anders Gelezen