ANDERS GELEZEN
dS pakt op maandag 5 juni uit met een groot artikel over de Belgische kust in 2100: het project Vlaamse baaien. Citaat Het waren de baggeraars die vorig jaar het plan Vlaamse Baaien 2100 lanceerden. Zij wilden door het verhogen van de zandbanken de kust beter beveiligen tegen de gevreesde grote storm, die statistisch één keer om de duizend jaar voorkomt.
Verder kan men nog lezen: ‘Vlaanderen mag ambitieus zijn', aldus de Vlaamse minister van Openbare Werken en Mobiliteit, Hilde Crevits (CD&V), bij de voorstelling. Het studiewerk van Ecorise mag vier jaar duren. De overheid en de baggersector investeren er ieder twee miljoen euro in. Het hele project zou 1,3 miljard euro vergen. Tegen 2014 moet er een masterplan Vlaamse Baaien ontwikkeld worden. Dit wordt gekoppeld aan het geïntegreerde kustveiligheidsplan, waarvan de projecten tegen 2015 uitgevoerd zouden zijn. De baggeraars willen graag in 2020 beginnen.
Hoewel er twee volle bladzijden gespendeerd worden aan dit project, valt er inhoudelijk weinig nieuw te rapen. De ruimte gaat vooral naar een goede overzichtsfoto en naar opiniemakers die hun zeg mogen doen. Vande Lanotte vindt het alvast on-Vlaams ambitieus en de burgemeester van Knokke Heist, graaf Leopold Lippens is enkel geïnteresseerd als hij de eigendomsakte krijgt van het eilandje voor zijn gemeente, zoniet zal hij dwars liggen. De veiligheid is voor hem alvast heel ver ‘onder de waterspiegel’ gezakt.
Wie toch iets meer wil weten over dit project kan terecht op de webstek van DEME en daar lazen wij onder meer: Naast de twee baggerreuzen DEME en Jan De Nul zijn ook het Nederlandse waterbouwkundige studiebureau Arcadis en Belgische partner IMDC,Consultant AT&M (ex-Haecon) en landschapsarchitecten ORG partners in het project Vlaamse Baaien 2100. Zij hebben hun krachten gebundeld in de THV Noordzee en Kust. Het plan gaat over de ontwikkeling van de Vlaamse kust, van een smalle, harde naar een brede zachte strook met alle kansen om naast beveiliging tegen watervloed, duurzaamheid, toerisme, economie en recreatie in te bouwen. “Onze kust verdient een geïntegreerde langetermijnvisie” stelt Verboomen. Die visie ligt voor in dit plan, dat in totaal voorziet in 11 projecten die in verschillende fasen verlopen, waarbij elke volgende fase geen must maar een opportuniteit is. Het project geeft een toekomstvisie op de mogelijke ontwikkeling van de Vlaamse kuststrook tussen nu en het jaar 2100. Dat klinkt megalomaan, maar is het niet. Het plan is bovendien betaalbaar, grotendeels door de terugverdieneffecten, stelt Bart Verboomen.
Het project is ontwikkeld op basis van het huidige kustverdedigingsplan, dat in uitvoering is bij de Vlaamse overheidsdienst Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK). Dat plan bestaat al langer omdat de klimaatverandering en het rijzen van de zeespiegel het noodzakelijk maken de zwakke schakels van de Vlaamse kust aan te pakken. (…)
De projectpartners hebben alvast de aandacht van de Vlaamse overheid voor hun project. Maar dat alleen zal niet volstaan voor de realisatie. Het draagvlak zal breder moeten zijn en de partners zullen ook de bevolking en de lokale en regionale autoriteiten warm moeten maken voor hun plan. Het fijne daaraan is dat het bijzonder flexibel is. De eerste stappen kunnen nu worden gezet en naargelang de toekomstige noden worden bijgestuurd.
Heel belangrijk: de initiatiefnemers zijn zich bewust van de noodzaak om voor dit project een maatschappelijk draagvlak te vinden. Zou men dan toch geleerd hebben uit de foute Lange Wapper aanpak?
Het gaat dus over een toekomstplan voor de kust van Vlaanderen, waarbij de voorziene beveiligingswerken worden aangegrepen voor de ontwikkeling van commerciële en ecologische ontwikkeling.
Is dergelijk project dat zelfs dubbel zoveel zou kosten als de geschatte 1,3 miljard euro te ambitieus voor Vlaanderen? Eigenlijk is het helemaal niet ambitieus want slechts een fractie van de ongebruikte spaartegoeden die momenteel wegkwijnen op nauwelijks renderende spaarboekjes.
Zou het niet goed zijn om bij dergelijke stimulerende projecten nog andere deelnemers te betrekken? Het zou alvast de verdenking van het bedienen van consultancykantoren (Arcadis, gelieerd aan Vlaams SP.A minister Lietens, dixit JM Dedecker) voorkomen. En waarom de bevolking niet laten deelnemen aan de financiering tegen een rente die hoger ligt dan wat spaarboekjes opbrengen? Het zou tegelijk het maatschappelijk draagvlak vergroten. Immers, hoe meer mensen hierbij financieel en economisch betrokken worden, hoe groter het draagvlak. Meteen kunnen de Vlaamse overheid samen met de industriële initiatiefnemers van dit project ook hun geloofwaardigheid bewijzen door een waterdichte waarborg te geven op het geïnvesteerde geld. Dat zou pas een vertrouwenwekkende garantie zijn voor de kust!
Pjotr
ANDERS GELEZEN
08 juli 2010
30 juni 2010
Brief aan Servais Verherstraeten
ANDERS GELEZEN
Waarde CD&V’er,
U kreeg de opdracht van uw partij om het slechte verkiezingsresultaat van 13 juni laatstleden te evalueren en de nodige lessen te trekken voor de toekomst van CD&V. Helaas blijkt uit recente verklaringen van belangrijke partijgenoten dat dit niet enkel een moeilijke oefening wordt maar een overbodige of zelfs ongewenste.
Ik citeer enkele kopstukken die hetzij vooruitlopen hetzij het voorbije resultaat afdoen als een onvermijdelijk en voorbijgaand incident. Het laatste is alvast de mening van JL Dehaene die op de radio verkondigde dat al wie via onderhandelingen communautaire resultaten boekt een prijs hiervoor moet betalen, dus ook De Wever. Volgens hem een onvermijdelijk en voorbijgaand fenomeen waar men zich best niet al te druk over maakt.
In dS (28/06) zegt interim voorzitter Wouter Beke ‘dat hij bij de onderhandelingen zijn vel duur zal verkopen. Winnaars moeten leren toegeven, verliezers moeten kunnen opeisen.’ Typisch Belgisch, een minderheid die de meerderheid afblokt. Blijkbaar heeft hij de les al geleerd en is het slechte resultaat het gevolg van de voorbij drie jaar federaal immobilisme.
Ziedaar, beste Servais, de conclusie van uw rapport, weze het dan ‘avant la lettre’: Het communautaire is voorbijgaand en dus niet belangrijk en een eigen socio-economische profilering volstaat om CD&V terug op de sporen te krijgen.
Mocht u de moed hebben om toch verder te durven kijken, zou ik willen voorstellen om even http://anders-nieuws-extra.blogspot.com/ aan te klikken en de bijdrage over ‘Vlaamse christendemocraten’ (24/06) te lezen. Daarin wordt een verband gelegd tussen de communautaire ‘verwezenlijkingen’ en de electorale afgang van CD&V. Om deze analyse concreet te maken wil ik u de trend over een langere periode in herinnering brengen: namelijk de resultaten van CVP/CD&V voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers sinds 1978.
1978: 26 %
1981: 19 % (na Voeren)
1985: 22 %
1987: 19 %
1991: 17 % (na de val van de regering door de communautaire crisis omtrent de wapenexportlicenties waarbij de Franstaligen de regering lieten vallen omdat ze geen gelijk kregen en na de verkiezingen deze materie zonder verwijl werd geregionaliseerd!; na de verkiezingen volgden de St Michielsakkoorden 1992/93)
1995: 16 %
1999: 14 %
2003: 13 %
2007: 18 % (incl N-VA); max 13 % zonder N-VA
2010: < 11 %
Eén duidelijke vaststelling: sinds 1978 gaat de CVP en vervolgens CD&V gestaag achteruit, met uitzondering van één verkiezing. De winst in 2007 kwam er door het Vlaams kartel met N-VA en een gemeenschappelijke campagne waarin Leterme en De Wever zich communautair profileerden. Het slechte resultaat van 2010 is dus géén uitzonderlijk en onverwacht resultaat, maar de doortrekking van een trend sinds het begin van de institutionele hervormingen. Het is duidelijk dat de communautaire problemen een grote rol hebben gespeeld in de electorale achteruitgang van CVP/CD&V. Hiervoor zijn er veel verklaringen te bedenken maar één ervan ligt voor de hand en wordt bevestigd door de resultaten van N-VA - die programmatorisch slechts een Vlaamse doorslag is van het CD programma: dat die onderhandelde politieke compromissen nooit gedragen werden door het brede Vlaams electoraat en al evenmin door de leden van CVP/CD&V. Was het niet JL Dehaene die zei dat elk compromis de kiemen van een volgend rondje communautair boksen in zich hield? Omdat hij wist dat Vlaanderen telkens een (te hoge) prijs betaalde (vooral zijn democratische rechten verkwanselde) en deze louter politieke compromissen slechts met moeite konden verkocht worden aan een slinkend (al te trouw en kritiekloos) deel van de CD&V leden. Men rekende op de vergeetachtigheid van de kiezers om de politiek van het haalbare te verzoenen met de wil van de groeiende groep Vlamingen die almaar minder bereid was om de communautaire vrede en goed bestuur af te kopen.
Is het niet logisch dat de Belgischgezinde vleugel afkalft naarmate België door de staatshervormingen minder belangrijk wordt voor het dagelijks leven van de mensen? Zou deze logica niet een deel van uw conclusie moeten zijn? Dat men België niet noodzakelijk moet opblazen maar wel bekijken vanuit een Vlaamse invalshoek, zoals de Franstalige partijen al sinds de eerste hervormingen doen en daarvoor door een stabiel en veel minder versnipperd kiezerspubliek worden beloond. Door de bewuste onduidelijkheid of CD&V nu Vlaams- dan wel Belgischgezind is, heeft de partij alle authenticiteit verloren. Gelukkig dat in de huidige omstandigheden de vermelding ‘katholiek’ niet meer voorkomt in het logo. Maar de V past evenmin in het logo wanneer men bedenkt hoeveel Vlaanderen heeft moeten betalen voor de compromissen (herlees maar eens het Manifest voor een Zelfstandig Vlaanderen) en hoeveel kansen Vlaanderen reeds ontnomen werden door de stilstand op federaal niveau.
Het zal u wel duidelijk zijn dat de toekomstige koers van CD&V niet enkel CD&V kiezers aanbelangt maar gans Vlaanderen. Mag Vlaanderen nu eindelijk eens weten of CD&V een Vlaams- of Belgischgezinde partij is? Om het héél duidelijk te stellen: dat CD&V nooit nog zal kiezen voor de Zestien als daar geen wezenlijke vooruitgang inzake institutionele hervormingen tegenover staat. Een confederaal België waarin de samenwerking voor welbepaalde beleidsdomeinen gebaseerd is op gelijklopende visies in beide gemeenschappen.
Zal CD&V een defensief partijpolitiek programma volgen – zoals Wouter Beke laat uitschijnen en waar ook Mia Doornaert in haar column (dS 28/06) over schrijft – dan wel een positieve Vlaamse samenwerking over de partijgrenzen heen. Jawel, ook met Alexander De Croo én vanzelfsprekend met Bart De Wever en de andere partijen. Dat CD&V niet langer de middenveldorganisaties zal achternalopen maar deze aanspoort om zich in te schrijven in het positief Vlaams verhaal van Kris Peeters.
Bedenk beste Servais, dat bij de laatste verkiezingen heel veel traditionele CD&V kiezers kozen voor N-VA zonder evenwel hun lidmaatschap op te geven. In de toekomst valt het niet uit te sluiten dat ze zonder duidelijk signaal van de partijleiding ook hun lidmaatschap zullen opzeggen.
Pjotr
ANDERS GELEZEN
Waarde CD&V’er,
U kreeg de opdracht van uw partij om het slechte verkiezingsresultaat van 13 juni laatstleden te evalueren en de nodige lessen te trekken voor de toekomst van CD&V. Helaas blijkt uit recente verklaringen van belangrijke partijgenoten dat dit niet enkel een moeilijke oefening wordt maar een overbodige of zelfs ongewenste.
Ik citeer enkele kopstukken die hetzij vooruitlopen hetzij het voorbije resultaat afdoen als een onvermijdelijk en voorbijgaand incident. Het laatste is alvast de mening van JL Dehaene die op de radio verkondigde dat al wie via onderhandelingen communautaire resultaten boekt een prijs hiervoor moet betalen, dus ook De Wever. Volgens hem een onvermijdelijk en voorbijgaand fenomeen waar men zich best niet al te druk over maakt.
In dS (28/06) zegt interim voorzitter Wouter Beke ‘dat hij bij de onderhandelingen zijn vel duur zal verkopen. Winnaars moeten leren toegeven, verliezers moeten kunnen opeisen.’ Typisch Belgisch, een minderheid die de meerderheid afblokt. Blijkbaar heeft hij de les al geleerd en is het slechte resultaat het gevolg van de voorbij drie jaar federaal immobilisme.
Ziedaar, beste Servais, de conclusie van uw rapport, weze het dan ‘avant la lettre’: Het communautaire is voorbijgaand en dus niet belangrijk en een eigen socio-economische profilering volstaat om CD&V terug op de sporen te krijgen.
Mocht u de moed hebben om toch verder te durven kijken, zou ik willen voorstellen om even http://anders-nieuws-extra.blogspot.com/ aan te klikken en de bijdrage over ‘Vlaamse christendemocraten’ (24/06) te lezen. Daarin wordt een verband gelegd tussen de communautaire ‘verwezenlijkingen’ en de electorale afgang van CD&V. Om deze analyse concreet te maken wil ik u de trend over een langere periode in herinnering brengen: namelijk de resultaten van CVP/CD&V voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers sinds 1978.
1978: 26 %
1981: 19 % (na Voeren)
1985: 22 %
1987: 19 %
1991: 17 % (na de val van de regering door de communautaire crisis omtrent de wapenexportlicenties waarbij de Franstaligen de regering lieten vallen omdat ze geen gelijk kregen en na de verkiezingen deze materie zonder verwijl werd geregionaliseerd!; na de verkiezingen volgden de St Michielsakkoorden 1992/93)
1995: 16 %
1999: 14 %
2003: 13 %
2007: 18 % (incl N-VA); max 13 % zonder N-VA
2010: < 11 %
Eén duidelijke vaststelling: sinds 1978 gaat de CVP en vervolgens CD&V gestaag achteruit, met uitzondering van één verkiezing. De winst in 2007 kwam er door het Vlaams kartel met N-VA en een gemeenschappelijke campagne waarin Leterme en De Wever zich communautair profileerden. Het slechte resultaat van 2010 is dus géén uitzonderlijk en onverwacht resultaat, maar de doortrekking van een trend sinds het begin van de institutionele hervormingen. Het is duidelijk dat de communautaire problemen een grote rol hebben gespeeld in de electorale achteruitgang van CVP/CD&V. Hiervoor zijn er veel verklaringen te bedenken maar één ervan ligt voor de hand en wordt bevestigd door de resultaten van N-VA - die programmatorisch slechts een Vlaamse doorslag is van het CD programma: dat die onderhandelde politieke compromissen nooit gedragen werden door het brede Vlaams electoraat en al evenmin door de leden van CVP/CD&V. Was het niet JL Dehaene die zei dat elk compromis de kiemen van een volgend rondje communautair boksen in zich hield? Omdat hij wist dat Vlaanderen telkens een (te hoge) prijs betaalde (vooral zijn democratische rechten verkwanselde) en deze louter politieke compromissen slechts met moeite konden verkocht worden aan een slinkend (al te trouw en kritiekloos) deel van de CD&V leden. Men rekende op de vergeetachtigheid van de kiezers om de politiek van het haalbare te verzoenen met de wil van de groeiende groep Vlamingen die almaar minder bereid was om de communautaire vrede en goed bestuur af te kopen.
Is het niet logisch dat de Belgischgezinde vleugel afkalft naarmate België door de staatshervormingen minder belangrijk wordt voor het dagelijks leven van de mensen? Zou deze logica niet een deel van uw conclusie moeten zijn? Dat men België niet noodzakelijk moet opblazen maar wel bekijken vanuit een Vlaamse invalshoek, zoals de Franstalige partijen al sinds de eerste hervormingen doen en daarvoor door een stabiel en veel minder versnipperd kiezerspubliek worden beloond. Door de bewuste onduidelijkheid of CD&V nu Vlaams- dan wel Belgischgezind is, heeft de partij alle authenticiteit verloren. Gelukkig dat in de huidige omstandigheden de vermelding ‘katholiek’ niet meer voorkomt in het logo. Maar de V past evenmin in het logo wanneer men bedenkt hoeveel Vlaanderen heeft moeten betalen voor de compromissen (herlees maar eens het Manifest voor een Zelfstandig Vlaanderen) en hoeveel kansen Vlaanderen reeds ontnomen werden door de stilstand op federaal niveau.
Het zal u wel duidelijk zijn dat de toekomstige koers van CD&V niet enkel CD&V kiezers aanbelangt maar gans Vlaanderen. Mag Vlaanderen nu eindelijk eens weten of CD&V een Vlaams- of Belgischgezinde partij is? Om het héél duidelijk te stellen: dat CD&V nooit nog zal kiezen voor de Zestien als daar geen wezenlijke vooruitgang inzake institutionele hervormingen tegenover staat. Een confederaal België waarin de samenwerking voor welbepaalde beleidsdomeinen gebaseerd is op gelijklopende visies in beide gemeenschappen.
Zal CD&V een defensief partijpolitiek programma volgen – zoals Wouter Beke laat uitschijnen en waar ook Mia Doornaert in haar column (dS 28/06) over schrijft – dan wel een positieve Vlaamse samenwerking over de partijgrenzen heen. Jawel, ook met Alexander De Croo én vanzelfsprekend met Bart De Wever en de andere partijen. Dat CD&V niet langer de middenveldorganisaties zal achternalopen maar deze aanspoort om zich in te schrijven in het positief Vlaams verhaal van Kris Peeters.
Bedenk beste Servais, dat bij de laatste verkiezingen heel veel traditionele CD&V kiezers kozen voor N-VA zonder evenwel hun lidmaatschap op te geven. In de toekomst valt het niet uit te sluiten dat ze zonder duidelijk signaal van de partijleiding ook hun lidmaatschap zullen opzeggen.
Pjotr
ANDERS GELEZEN
24 juni 2010
Vlaamse christendemocraten
ANDERS GELEZEN
Marianne Thyssen treft geen schuld voor de verkiezingsnederlaag van CD&V, maar het is wel goed dat ze verzaakt aan het voorzitterschap. Omdat het te zwaar is voor een voorname vriendelijke en frêle mevrouw. Maar vooral omdat de partij hoogdringend met zichzelf in het reine moet komen. Zal men de kracht vinden om voorbij de cijfertjes van de laatste verkiezingen te kijken? Niet dát het misliep maar waarom, is belangrijk.
Deel I Waarom het misliep
CD&V is voor alles een machtspartij wiens opperste betrachting het is om deel te nemen aan de Belgische macht. In die rol heeft ze in grote mate bijgedragen tot de institutionele hervormingen; een grote verdienste en tegelijk een grote verantwoordelijkheid. Door die hervormingen werd België een institutionele doolhof waar alleen nog loodgieters, rechtsgeleerden en (scheids)rechters hun weg in vinden. De mensen kregen de indruk dat het allemaal boven hun hoofden geregeld werd. Terecht, want wie nagaat hoe alles tot stand kwam kan zich niet van de indruk ontdoen dat ze enkel politieke akkoorden sloten waarvoor ze slechts achteraf en met tegenzin een maatschappelijk draagvlak zochten. Verkiezingen, de ultieme toetssteen, werden een last – veel te dikwijls kon de kiezer zich uitspreken en ze durfden al eens foert zeggen. Het begon echter vroeger, toen men de parlementaire macht inperkte via allerhande loodgieterij – denk maar aan de ‘volmachten’ van de regering onder J.L. Dehaene. Niets minder dan een aanslag van de uitvoerende macht op de wetgevende (en controlerende) macht. Het ging rapper met wat minder democratie, zei men, net zoals in elke goedmenende dictatuur. Zo gemakkelijk, dat het werd bestendigd ook toen er wel tijd was voor een degelijke wetgevende en controlerende macht.
CD&V heeft, samen met de andere Vlaamse traditionele partijen, in de loop van de laatste decennia twee cruciale fouten gemaakt:
1. de parlementaire democratie laten verworden tot een slaafs verlengstuk van de uitvoerende macht en meteen ook de Vlaamse meerderheid opgeofferd op het altaar van de Belgische macht.
2. door de opeenvolgende institutionele hervormingen heeft ze bijgedragen tot de verschuiving van de macht naar de regio’s en gemeenschappen zonder de gevolgen ervan te willen inzien: dat België geen eigen macht meer heeft en het federale niveau reeds jaren geen morele en materiële meerwaarde meer te bieden heeft. Omdat de federale regering enkel nog functioneert bij de gratie van de vertegenwoordigers van de regio’s.
Door haar volksvertegenwoordigers monddood te maken (fout 1) tastte ze het belang aan van de énigen binnen een partij die maatschappelijk relevant zijn. Verkozenen van vlees en bloed, tastbaar aanwezig in de straat en onzichtbaar in de roddelpers. Waar mensen graag contact mee willen hebben én waar ze kunnen naar opkijken. De teloorgang van de scheiding der Machten, de gevolgen van zowel morele als materiële schandalen waarbij vooraanstaanden – helaas niet langer samenvallend met het begrip hoogstaand - uit de DRIE Machten betrokken zijn, heeft het politiek bedrijf aangetast tot in zijn kleinste vezels.
Toen de verguisde Yves Leterme zijn woord jegens de Vlamingen niet hield en koos voor de Zestien (met instemming van het partijbureau) heeft men collectief een verkeerde strategie gevolgd en hun geloofwaardigheid zelf onderuit gehaald. Dat hij bij zijn ontslag op 14/07/2008 zei dat de limieten van het federale niveau bereikt waren, klonk daarom als een laattijdige schuldbekentenis van de ganse traditionele politieke klasse (fout 2). De onvoltooide hervormingen, het dagelijks gekrakeel en het gebrek aan krachtdadigheid – rustige vastheid weet u nog? -wegens uiteenlopende visies zijn slechts symptomen van een uitgeleefd model.
De reden waarom het misloopt bij de traditionele partijen en vooral met een machtspartij als CD&V is dat ze de gevolgen van hun eigen institutioneel hervormingsbeleid niet inzien en blijven leven in een wereld van formele schijnmacht en -democratie. Wie de macht verschuift naar de regio’s heeft geen reden om halsstarrig vast te houden aan de Zestien. Toen een generaal tijdens een rondrit door Napels bij het zien van een huizenhoge foto van Maradona vroeg wie dat was, antwoordde de gids: Mon général, deux pieds sur terre s’il vous plaît …
Deel II Een positief verhaal en een nieuw leiderschap
Terwijl een deel van de partij zich wentelt in cynisme – nu moet een nationalist België redden, dixit Mark Eyskens – en nog steeds weigert in te zien dat de catastrofale verkiezingsuitslag het gevolg is van de jarenlange onduidelijkheid die de CD&V bewust koesterde, is er dank zij deze les in nederigheid, hoop op duidelijkheid: dat de christendemocraten eindelijk de omslag maken en duidelijk kiezen voor een Vlaamse christendemocratie die eerst en vooral verantwoording verschuldigd is aan zijn kiezers: Vlamingen. Simpelweg omdat er géén Belgen bestaan die niet eerst Vlaming, eerst Waal of eerst Brusselaar zijn.
Tijdens een lezing voor VIRA (22/06 , Vereniging voor Internationale Relaties Anders) stuurde Kris Peeters een positieve Vlaamse boodschap uit. Een deelstaat (noteer alvast deze benaming in het steeds langer wordend lijstje van taalkundige verleiding om de roep naar zelfstandigheid te kanaliseren) die België niet opdoekt maar duidelijk herleidt tot zijn ware proporties. Vlaanderen, zo verklaarde hij, moet zich internationaal blijven profileren – het was knarsetanden bij de aanwezige (gewezen) ambassadeurs en federale diplomaten – weliswaar in samenwerking met de federale diplomatie. Economische en culturele samenwerking met andere Europese regio’s op basis van een welbegrepen eigenbelang is het nieuwe mantra. Weg van die verplichte institutionele benadering met zijn formalistische structuur die zich bedient van ronkende titels als ‘Ambassadeur van Zijne Majesteit Koning der Belgen’, maar steeds minder betekent. Veel minder in elk geval dan de Port of Anwerp & Zeebrugge zo wist hij uit ervaring. Even dacht ik Bart De Wever te horen spreken.
Belangrijk ook dat hij de slogan wat we zelf doen, doen we beter, niet afvalt maar ontdoet van de karikatuur die Belgicisten ervan maken. Integendeel, Vlaanderen doet het goed door vooral hard te werken aan zijn zwakke punten.
Uitgaan van de eigen kracht om een samenleving in stand te houden die altijd open was en precies daardoor zich nooit heeft neergelegd bij de dominantie van een aanmatigende elite. Een gemeenschap die liever samenwerkt met respectvolle partners, vrienden en buren dan met landgenoten die hen niet respecteren. Een volk dat zijn lot in eigen handen wil nemen. Voorzichtig maar toch duidelijk.
Zal CD&V nu durven kiezen? Er is voor beide strekkingen, zowel de Belgisch- als Vlaamsgezinde, een kiezerspubliek. Maar wie beide wil zal tussen twee stoelen vallen. De keuze is gemakkelijk voor wie vooruit kijkt en rekening houdt met een grondige hervorming ten voordele van de regio’s. Alleen zal men een beetje ballast moeten lossen wil men die hoogte halen.
Wie dS (24/06) openslaat op bladzijde 6, krijgt een fotogalerij van potentiële kandidaten voor het voorzitterschap te zien. Bij het bekijken van de foto’s had ik zowel een déjà vu gevoel als een beetje gêne om zoveel bloedarmoede. Behalve Kris Peeters is er werkelijk geen enkele kandidaat die datgene uitstraalt wat de Vlaamse christendemocraten nodig hebben: iemand waar men kan naar opkijken. Of toch: er is nog één plaatsje vrij, waarop de foto ontbreekt. Voor een nieuwe charismatische leider die heel veel Vlaamse christendemocraten met open armen zullen verwelkomen: Bart De Wever.
Mocht hij weigeren zijn andere kandidaten welkom; alleen tsjeven dienen zich te onthouden.
Pjotr
ANDERS GELEZEN
Marianne Thyssen treft geen schuld voor de verkiezingsnederlaag van CD&V, maar het is wel goed dat ze verzaakt aan het voorzitterschap. Omdat het te zwaar is voor een voorname vriendelijke en frêle mevrouw. Maar vooral omdat de partij hoogdringend met zichzelf in het reine moet komen. Zal men de kracht vinden om voorbij de cijfertjes van de laatste verkiezingen te kijken? Niet dát het misliep maar waarom, is belangrijk.
Deel I Waarom het misliep
CD&V is voor alles een machtspartij wiens opperste betrachting het is om deel te nemen aan de Belgische macht. In die rol heeft ze in grote mate bijgedragen tot de institutionele hervormingen; een grote verdienste en tegelijk een grote verantwoordelijkheid. Door die hervormingen werd België een institutionele doolhof waar alleen nog loodgieters, rechtsgeleerden en (scheids)rechters hun weg in vinden. De mensen kregen de indruk dat het allemaal boven hun hoofden geregeld werd. Terecht, want wie nagaat hoe alles tot stand kwam kan zich niet van de indruk ontdoen dat ze enkel politieke akkoorden sloten waarvoor ze slechts achteraf en met tegenzin een maatschappelijk draagvlak zochten. Verkiezingen, de ultieme toetssteen, werden een last – veel te dikwijls kon de kiezer zich uitspreken en ze durfden al eens foert zeggen. Het begon echter vroeger, toen men de parlementaire macht inperkte via allerhande loodgieterij – denk maar aan de ‘volmachten’ van de regering onder J.L. Dehaene. Niets minder dan een aanslag van de uitvoerende macht op de wetgevende (en controlerende) macht. Het ging rapper met wat minder democratie, zei men, net zoals in elke goedmenende dictatuur. Zo gemakkelijk, dat het werd bestendigd ook toen er wel tijd was voor een degelijke wetgevende en controlerende macht.
CD&V heeft, samen met de andere Vlaamse traditionele partijen, in de loop van de laatste decennia twee cruciale fouten gemaakt:
1. de parlementaire democratie laten verworden tot een slaafs verlengstuk van de uitvoerende macht en meteen ook de Vlaamse meerderheid opgeofferd op het altaar van de Belgische macht.
2. door de opeenvolgende institutionele hervormingen heeft ze bijgedragen tot de verschuiving van de macht naar de regio’s en gemeenschappen zonder de gevolgen ervan te willen inzien: dat België geen eigen macht meer heeft en het federale niveau reeds jaren geen morele en materiële meerwaarde meer te bieden heeft. Omdat de federale regering enkel nog functioneert bij de gratie van de vertegenwoordigers van de regio’s.
Door haar volksvertegenwoordigers monddood te maken (fout 1) tastte ze het belang aan van de énigen binnen een partij die maatschappelijk relevant zijn. Verkozenen van vlees en bloed, tastbaar aanwezig in de straat en onzichtbaar in de roddelpers. Waar mensen graag contact mee willen hebben én waar ze kunnen naar opkijken. De teloorgang van de scheiding der Machten, de gevolgen van zowel morele als materiële schandalen waarbij vooraanstaanden – helaas niet langer samenvallend met het begrip hoogstaand - uit de DRIE Machten betrokken zijn, heeft het politiek bedrijf aangetast tot in zijn kleinste vezels.
Toen de verguisde Yves Leterme zijn woord jegens de Vlamingen niet hield en koos voor de Zestien (met instemming van het partijbureau) heeft men collectief een verkeerde strategie gevolgd en hun geloofwaardigheid zelf onderuit gehaald. Dat hij bij zijn ontslag op 14/07/2008 zei dat de limieten van het federale niveau bereikt waren, klonk daarom als een laattijdige schuldbekentenis van de ganse traditionele politieke klasse (fout 2). De onvoltooide hervormingen, het dagelijks gekrakeel en het gebrek aan krachtdadigheid – rustige vastheid weet u nog? -wegens uiteenlopende visies zijn slechts symptomen van een uitgeleefd model.
De reden waarom het misloopt bij de traditionele partijen en vooral met een machtspartij als CD&V is dat ze de gevolgen van hun eigen institutioneel hervormingsbeleid niet inzien en blijven leven in een wereld van formele schijnmacht en -democratie. Wie de macht verschuift naar de regio’s heeft geen reden om halsstarrig vast te houden aan de Zestien. Toen een generaal tijdens een rondrit door Napels bij het zien van een huizenhoge foto van Maradona vroeg wie dat was, antwoordde de gids: Mon général, deux pieds sur terre s’il vous plaît …
Deel II Een positief verhaal en een nieuw leiderschap
Terwijl een deel van de partij zich wentelt in cynisme – nu moet een nationalist België redden, dixit Mark Eyskens – en nog steeds weigert in te zien dat de catastrofale verkiezingsuitslag het gevolg is van de jarenlange onduidelijkheid die de CD&V bewust koesterde, is er dank zij deze les in nederigheid, hoop op duidelijkheid: dat de christendemocraten eindelijk de omslag maken en duidelijk kiezen voor een Vlaamse christendemocratie die eerst en vooral verantwoording verschuldigd is aan zijn kiezers: Vlamingen. Simpelweg omdat er géén Belgen bestaan die niet eerst Vlaming, eerst Waal of eerst Brusselaar zijn.
Tijdens een lezing voor VIRA (22/06 , Vereniging voor Internationale Relaties Anders) stuurde Kris Peeters een positieve Vlaamse boodschap uit. Een deelstaat (noteer alvast deze benaming in het steeds langer wordend lijstje van taalkundige verleiding om de roep naar zelfstandigheid te kanaliseren) die België niet opdoekt maar duidelijk herleidt tot zijn ware proporties. Vlaanderen, zo verklaarde hij, moet zich internationaal blijven profileren – het was knarsetanden bij de aanwezige (gewezen) ambassadeurs en federale diplomaten – weliswaar in samenwerking met de federale diplomatie. Economische en culturele samenwerking met andere Europese regio’s op basis van een welbegrepen eigenbelang is het nieuwe mantra. Weg van die verplichte institutionele benadering met zijn formalistische structuur die zich bedient van ronkende titels als ‘Ambassadeur van Zijne Majesteit Koning der Belgen’, maar steeds minder betekent. Veel minder in elk geval dan de Port of Anwerp & Zeebrugge zo wist hij uit ervaring. Even dacht ik Bart De Wever te horen spreken.
Belangrijk ook dat hij de slogan wat we zelf doen, doen we beter, niet afvalt maar ontdoet van de karikatuur die Belgicisten ervan maken. Integendeel, Vlaanderen doet het goed door vooral hard te werken aan zijn zwakke punten.
Uitgaan van de eigen kracht om een samenleving in stand te houden die altijd open was en precies daardoor zich nooit heeft neergelegd bij de dominantie van een aanmatigende elite. Een gemeenschap die liever samenwerkt met respectvolle partners, vrienden en buren dan met landgenoten die hen niet respecteren. Een volk dat zijn lot in eigen handen wil nemen. Voorzichtig maar toch duidelijk.
Zal CD&V nu durven kiezen? Er is voor beide strekkingen, zowel de Belgisch- als Vlaamsgezinde, een kiezerspubliek. Maar wie beide wil zal tussen twee stoelen vallen. De keuze is gemakkelijk voor wie vooruit kijkt en rekening houdt met een grondige hervorming ten voordele van de regio’s. Alleen zal men een beetje ballast moeten lossen wil men die hoogte halen.
Wie dS (24/06) openslaat op bladzijde 6, krijgt een fotogalerij van potentiële kandidaten voor het voorzitterschap te zien. Bij het bekijken van de foto’s had ik zowel een déjà vu gevoel als een beetje gêne om zoveel bloedarmoede. Behalve Kris Peeters is er werkelijk geen enkele kandidaat die datgene uitstraalt wat de Vlaamse christendemocraten nodig hebben: iemand waar men kan naar opkijken. Of toch: er is nog één plaatsje vrij, waarop de foto ontbreekt. Voor een nieuwe charismatische leider die heel veel Vlaamse christendemocraten met open armen zullen verwelkomen: Bart De Wever.
Mocht hij weigeren zijn andere kandidaten welkom; alleen tsjeven dienen zich te onthouden.
Pjotr
ANDERS GELEZEN
20 juni 2010
In staat van genade
ANDERS GELEZEN
Dat de kaart van Vlaanderen geel kleurde was voor de enen een trieste aanblik en voor de anderen een streling voor het oog. Vooral de Belgisch georiënteerde bovenlaag had het moeilijk met de overwinning van een Vlaamsnationalist die de ‘historische’ kans krijgt om België grondig te hervormen. Ondanks alle waarschuwingen koos het volk massaal voor Vlaanderen. Niet zozeer voor een onafhankelijk Vlaanderen maar wel duidelijk tégen DIT België. De uitkomst kan niet anders zijn dan een totaal ANDER België, indien men tenminste het democratisch verdict van de ‘brede bevolking’ respecteert.
Deel I Verdeel en heers
De onderhandelingen zijn niet eens gestart of een subtiel mediaspel is reeds begonnen. Nu de communautaire problemen blijkbaar toch de mensen beroeren kan men het licht niet meer negeren en is het tijd om over te schakelen op een andere methode. If you can’t beat them, join them. Voor alle duidelijkheid, als je het dS vraagt is dat klinkklare nonsens.
Onder het motto, verdeel en heers, zal men De Wever aanzetten tot gematigdheid en tegelijk de flaminganten – overtreffende trap van Vlaamsgezinden – demoniseren. De Wever zal geknuffeld worden tot hij kiest voor het compromis waarvan de inhoud (behalve BHV) grotendeels bepaald zal worden door de Belgische as PS/SP.A. In LLB (18/06) – op basis van mijn ervaring met deze krant is de berichtgeving er accurater - klinkt het zo: Les deux principaux partis de la future coalition n’auront pas de mal à se trouver des points d’équilibre. C’est que la N-VA est surtout demandeuse d’une grande réforme de l’Etat, de transferts massifs de compétences du fédéral vers les entités fédérées. Le PS, héritier du mouvement populaire wallon, n’aura aucun mal à accepter ces transferts de compétences. Bart De Wever en est bien conscient - lui qui cite souvent les régionalistes wallons en exemple. Côté socialiste, on est surtout demandeur de maintenir une sécurité sociale fédérale. Ce que Bart De Wever aurait déjà accepté, pour autant que cette solidarité soit transparente. Dat klinkt als muziek in de oren van SP.A partijvoorzitter Caroline Gennez die op rode rozen zit. Begrijpelijk omdat het actueel model de socialistische maatschappijvisie beter ondersteunt: een voldoende sterke centrale staat, waarin de zwakke SP.A veel meer invloed heeft dank zij een sterke PS . Zo zullen ze samen hun visie op de sociaal-economische dossiers kunnen realiseren, ondanks de overwinning van centrum-rechts in Vlaanderen. Fijn voor wie deze maatschappijvisie deelt, jammer voor hen die dachten dat deze hefbomen naar de regio's zouden komen. In Terzake gaf Louis Tobback (17/06) een eerste voorzet. De niet mis te verstane wenk was dat elk compromis van De Wever ook goed zou zijn voor de anderen. Behalve zo wist hij ook te vertellen, voor de harde achterban van N-VA en voor de talrijk overgelopen Vlaamsgezinden van CD&V. Voor hen heeft hij helemaal geen begrip. Dat zijn de slechten.
In het commentaar van Bart Sturtewagen (dS 18/06) wordt de vooraf argwanend bekeken Siegfried Bracke na de verkiezingen opgehemeld omwille van zijn gematigdheid en eindigt Sturtewagen zijn commentaar met: Om dezelfde reden moet Bart De Wever met spoed duidelijk maken dat de Leuvense politoloog Bart Maddens niet de huisideoloog is van zijn partij. Diens aanpak van uithongering, drooglegging en frontvorming leidt recht naar de mislukking van wat de kiezer op 13 juni heeft gewild.
Opnieuw dezelfde boodschap, de 'good guy' versus de 'bad guy', waarbij de lezers verondersteld worden Sturtewagen’s interpretatie van de kiesuitslag kritiekloos te aanvaarden. Toch even ANDERS bij stilstaan: Zou het niet precies de duidelijke taal zijn van De Wever VOOR de verkiezingen die de kiezers aansprak. Kozen ze niet voor De Wever omdat ze van hem verwachten dat hij doet wat hij beloofde, een heel grote staatshervorming? Hebben zowel Luc Cortebeeck (ACV) als Thomas Leysen (voorzitter Corelio krantengroep en voorzitter VBO) samen met veel opiniemakers in kranten en TV, er niet alles aan gedaan om N-VA af te schilderen als een te mijden separatistische partij?
Maar waar Bart Sturtewagen in elk geval te ver gaat in zijn column, is wanneer hij Bart Maddens zwaarbeladen woorden in de mond legt die hij bij mijn weten nooit heeft gebruikt, zoals ‘uithongeren’ en ‘drooglegging’. Dat is intellectuele oneerlijkheid.
Deel II Age quod Agis
Nil Volentibus Arduum (niets is moeilijk voor hen die willen) was de naam van een roemrucht gezelschap van dichters, opgericht in Amsterdam in de tweede helft van de zeventiende eeuw. Dit genootschap tracht in Holland de taak te vervullen en de invloed te krijgen, die de Académie Française in Frankrijk bezit. Het streeft naar dictatoriale macht in de Letterrepubliek, bevit, bedilt, verbetert en schrijft wetten voor...
Voorgaande beschrijving is te lezen op de webstek van Wikipedia. Hoewel 28 % van de stemmen niet direct leidt tot een dictatoriale macht, leveren diverse uitspraken van Bart De Wever toch wel aanwijzingen op dat hij met zijn passie voor historische Romeinse figuren zelf wel eens een autoritair leider kan worden. Of, zoals hijzelf liet noteren in Knack (16/06), dat hij niet van plan is om zijn achterban achterna te lopen. In dS klonk het zo (Mark Van De Voorde, 18/06) : Intellectueel op alles en iedereen neerkijkend diende De Wever zowel zijn tegenstrevers als de media van repliek.(…) Bart De Wever begreep als geen ander dat het volk wil opkijken naar zijn leiders.
Bestaat het gevaar dat hij te toegeeflijk is? In dS (19/06) schrijft zijn vorige woordvoerder Piet De Bruyn dat Bart toch ook het jongetje is dat graag gezien wil worden. Het lijkt daarom niet overbodig om te herinneren aan hoe het SPIRIT onderhandelaar Geert Lambert verging tijdens de onderhandelingen over BHV in 2005. Toen was hijzelf ook bereid om tijdens de moeilijke onderhandelingen in te stemmen met het compromis en was het de reflectiegroep – die niet blootgesteld was aan de externe druk - die het compromis weigerde. Zal De Wever eerst aftoetsen en eventueel rekening houden met beide ‘kampen’? Het antwoord zullen wij ten laatste kennen in september, want na maximaal drie maand zal zijn staat van genade ongeveer voorbij zijn. Als hij er dan, zonder akkoord, de stekker niet uittrekt, gaat hij Leterme achterna. Dat nooit?
Anders Gelezen wil bewust tegengas geven in de euforie van de overwinning. In elk geval zou het een ongelooflijke afknapper zijn mocht blijken dat de vertelling van Hans Christian Andersen over De nieuwe kleren van de keizer nog altijd actueel is. Het verhaal gaat zo:
In de grote stad waar de keizer woonde was het leven heel genoeglijk. Iedere dag waren er vreemdelingen en op een dag kwamen er twee bedriegers, die zich voor wevers uitgaven en zeiden dat ze de mooiste stoffen konden weven die je je maar denken kon. Niet alleen de kleuren en het patroon waren ongelooflijk mooi, maar ook hadden de kleren die ervan gemaakt waren, de wonderbaarlijke eigenschap dat ze onzichtbaar waren voor iedereen die niet voor zijn ambt deugde of die onvergeeflijk dom was. Die stof moet ik meteen laten weven, zei de keizer en hij gaf de bedriegers een flink handgeld, zodat ze met hun werk konden beginnen. Ze zetten twee weefgetouwen op en deden alsof ze werkten, maar er zat helemaal niets op het weefgetouw. Iedereen die ging kijken durfde niet te zeggen dat er niets was en zo kwam het dat de Keizer, die al evenmin wou toegeven dat hij te dom was en niets zag, al zijn kleren uitdeed en de nieuwe aandeed vooraleer hij zich in het publiek vertoonde. Hoe het volk hierop reageerde hangt af van de versie. In de eerste versie deed het volk net zoals de edelen en loofden ze de keizer voor zijn prachtige kleren. In de tweede versie roept een klein kind: Maar de keizer heeft geen kleren aan! En het volk gelooft het kleine kind, terwijl de keizer en zijn edelen in hun waan verder liepen.
Bij wijze van intellectuele uitsmijter – en dat doe ik slechts bij uitzonderlijke gelegenheden - hoop ik vooral dat de nieuwe held de spreuk Age quod agis in de komende weken en maanden indachtig wil zijn. En net zoals er voor Nil Volentibus Arduum meer dan een interpretatie mogelijk is, biedt deze latijnse spreuk eveneens een beetje speling!
Pjotr
ANDERS GELEZEN
Dat de kaart van Vlaanderen geel kleurde was voor de enen een trieste aanblik en voor de anderen een streling voor het oog. Vooral de Belgisch georiënteerde bovenlaag had het moeilijk met de overwinning van een Vlaamsnationalist die de ‘historische’ kans krijgt om België grondig te hervormen. Ondanks alle waarschuwingen koos het volk massaal voor Vlaanderen. Niet zozeer voor een onafhankelijk Vlaanderen maar wel duidelijk tégen DIT België. De uitkomst kan niet anders zijn dan een totaal ANDER België, indien men tenminste het democratisch verdict van de ‘brede bevolking’ respecteert.
Deel I Verdeel en heers
De onderhandelingen zijn niet eens gestart of een subtiel mediaspel is reeds begonnen. Nu de communautaire problemen blijkbaar toch de mensen beroeren kan men het licht niet meer negeren en is het tijd om over te schakelen op een andere methode. If you can’t beat them, join them. Voor alle duidelijkheid, als je het dS vraagt is dat klinkklare nonsens.
Onder het motto, verdeel en heers, zal men De Wever aanzetten tot gematigdheid en tegelijk de flaminganten – overtreffende trap van Vlaamsgezinden – demoniseren. De Wever zal geknuffeld worden tot hij kiest voor het compromis waarvan de inhoud (behalve BHV) grotendeels bepaald zal worden door de Belgische as PS/SP.A. In LLB (18/06) – op basis van mijn ervaring met deze krant is de berichtgeving er accurater - klinkt het zo: Les deux principaux partis de la future coalition n’auront pas de mal à se trouver des points d’équilibre. C’est que la N-VA est surtout demandeuse d’une grande réforme de l’Etat, de transferts massifs de compétences du fédéral vers les entités fédérées. Le PS, héritier du mouvement populaire wallon, n’aura aucun mal à accepter ces transferts de compétences. Bart De Wever en est bien conscient - lui qui cite souvent les régionalistes wallons en exemple. Côté socialiste, on est surtout demandeur de maintenir une sécurité sociale fédérale. Ce que Bart De Wever aurait déjà accepté, pour autant que cette solidarité soit transparente. Dat klinkt als muziek in de oren van SP.A partijvoorzitter Caroline Gennez die op rode rozen zit. Begrijpelijk omdat het actueel model de socialistische maatschappijvisie beter ondersteunt: een voldoende sterke centrale staat, waarin de zwakke SP.A veel meer invloed heeft dank zij een sterke PS . Zo zullen ze samen hun visie op de sociaal-economische dossiers kunnen realiseren, ondanks de overwinning van centrum-rechts in Vlaanderen. Fijn voor wie deze maatschappijvisie deelt, jammer voor hen die dachten dat deze hefbomen naar de regio's zouden komen. In Terzake gaf Louis Tobback (17/06) een eerste voorzet. De niet mis te verstane wenk was dat elk compromis van De Wever ook goed zou zijn voor de anderen. Behalve zo wist hij ook te vertellen, voor de harde achterban van N-VA en voor de talrijk overgelopen Vlaamsgezinden van CD&V. Voor hen heeft hij helemaal geen begrip. Dat zijn de slechten.
In het commentaar van Bart Sturtewagen (dS 18/06) wordt de vooraf argwanend bekeken Siegfried Bracke na de verkiezingen opgehemeld omwille van zijn gematigdheid en eindigt Sturtewagen zijn commentaar met: Om dezelfde reden moet Bart De Wever met spoed duidelijk maken dat de Leuvense politoloog Bart Maddens niet de huisideoloog is van zijn partij. Diens aanpak van uithongering, drooglegging en frontvorming leidt recht naar de mislukking van wat de kiezer op 13 juni heeft gewild.
Opnieuw dezelfde boodschap, de 'good guy' versus de 'bad guy', waarbij de lezers verondersteld worden Sturtewagen’s interpretatie van de kiesuitslag kritiekloos te aanvaarden. Toch even ANDERS bij stilstaan: Zou het niet precies de duidelijke taal zijn van De Wever VOOR de verkiezingen die de kiezers aansprak. Kozen ze niet voor De Wever omdat ze van hem verwachten dat hij doet wat hij beloofde, een heel grote staatshervorming? Hebben zowel Luc Cortebeeck (ACV) als Thomas Leysen (voorzitter Corelio krantengroep en voorzitter VBO) samen met veel opiniemakers in kranten en TV, er niet alles aan gedaan om N-VA af te schilderen als een te mijden separatistische partij?
Maar waar Bart Sturtewagen in elk geval te ver gaat in zijn column, is wanneer hij Bart Maddens zwaarbeladen woorden in de mond legt die hij bij mijn weten nooit heeft gebruikt, zoals ‘uithongeren’ en ‘drooglegging’. Dat is intellectuele oneerlijkheid.
Deel II Age quod Agis
Nil Volentibus Arduum (niets is moeilijk voor hen die willen) was de naam van een roemrucht gezelschap van dichters, opgericht in Amsterdam in de tweede helft van de zeventiende eeuw. Dit genootschap tracht in Holland de taak te vervullen en de invloed te krijgen, die de Académie Française in Frankrijk bezit. Het streeft naar dictatoriale macht in de Letterrepubliek, bevit, bedilt, verbetert en schrijft wetten voor...
Voorgaande beschrijving is te lezen op de webstek van Wikipedia. Hoewel 28 % van de stemmen niet direct leidt tot een dictatoriale macht, leveren diverse uitspraken van Bart De Wever toch wel aanwijzingen op dat hij met zijn passie voor historische Romeinse figuren zelf wel eens een autoritair leider kan worden. Of, zoals hijzelf liet noteren in Knack (16/06), dat hij niet van plan is om zijn achterban achterna te lopen. In dS klonk het zo (Mark Van De Voorde, 18/06) : Intellectueel op alles en iedereen neerkijkend diende De Wever zowel zijn tegenstrevers als de media van repliek.(…) Bart De Wever begreep als geen ander dat het volk wil opkijken naar zijn leiders.
Bestaat het gevaar dat hij te toegeeflijk is? In dS (19/06) schrijft zijn vorige woordvoerder Piet De Bruyn dat Bart toch ook het jongetje is dat graag gezien wil worden. Het lijkt daarom niet overbodig om te herinneren aan hoe het SPIRIT onderhandelaar Geert Lambert verging tijdens de onderhandelingen over BHV in 2005. Toen was hijzelf ook bereid om tijdens de moeilijke onderhandelingen in te stemmen met het compromis en was het de reflectiegroep – die niet blootgesteld was aan de externe druk - die het compromis weigerde. Zal De Wever eerst aftoetsen en eventueel rekening houden met beide ‘kampen’? Het antwoord zullen wij ten laatste kennen in september, want na maximaal drie maand zal zijn staat van genade ongeveer voorbij zijn. Als hij er dan, zonder akkoord, de stekker niet uittrekt, gaat hij Leterme achterna. Dat nooit?
Anders Gelezen wil bewust tegengas geven in de euforie van de overwinning. In elk geval zou het een ongelooflijke afknapper zijn mocht blijken dat de vertelling van Hans Christian Andersen over De nieuwe kleren van de keizer nog altijd actueel is. Het verhaal gaat zo:
In de grote stad waar de keizer woonde was het leven heel genoeglijk. Iedere dag waren er vreemdelingen en op een dag kwamen er twee bedriegers, die zich voor wevers uitgaven en zeiden dat ze de mooiste stoffen konden weven die je je maar denken kon. Niet alleen de kleuren en het patroon waren ongelooflijk mooi, maar ook hadden de kleren die ervan gemaakt waren, de wonderbaarlijke eigenschap dat ze onzichtbaar waren voor iedereen die niet voor zijn ambt deugde of die onvergeeflijk dom was. Die stof moet ik meteen laten weven, zei de keizer en hij gaf de bedriegers een flink handgeld, zodat ze met hun werk konden beginnen. Ze zetten twee weefgetouwen op en deden alsof ze werkten, maar er zat helemaal niets op het weefgetouw. Iedereen die ging kijken durfde niet te zeggen dat er niets was en zo kwam het dat de Keizer, die al evenmin wou toegeven dat hij te dom was en niets zag, al zijn kleren uitdeed en de nieuwe aandeed vooraleer hij zich in het publiek vertoonde. Hoe het volk hierop reageerde hangt af van de versie. In de eerste versie deed het volk net zoals de edelen en loofden ze de keizer voor zijn prachtige kleren. In de tweede versie roept een klein kind: Maar de keizer heeft geen kleren aan! En het volk gelooft het kleine kind, terwijl de keizer en zijn edelen in hun waan verder liepen.
Bij wijze van intellectuele uitsmijter – en dat doe ik slechts bij uitzonderlijke gelegenheden - hoop ik vooral dat de nieuwe held de spreuk Age quod agis in de komende weken en maanden indachtig wil zijn. En net zoals er voor Nil Volentibus Arduum meer dan een interpretatie mogelijk is, biedt deze latijnse spreuk eveneens een beetje speling!
Pjotr
ANDERS GELEZEN
Abonneren op:
Posts (Atom)