Geachte Heer,
In de krant De Morgen schreef u een column onder de titel “Een zachte vorm van etnische purificatie” waarmee u Prof Vermeersch (samen met Bart De Wever) beschuldigt van een weliswaar zachte vorm van etnische purificatie. Om het met de ‘Van Dale’ in de hand zeer duidelijk te stellen: uw bewering betekent dat u hen beschuldigt van een poging tot etnische zuivering, want een ‘zachte vorm’ van purificatie bestaat niet. Ik begrijp wel dat u deze toevoeging nodig heeft om uw uitspraak wat aanvaardbaarder te maken; om deze zwaar beladen woorden te kunnen gebruiken zonder risico op een juridische aanklacht. U weet best dat de doorsnee lezer ‘etnische purificatie’ zal onthouden en zo heeft u alvast publiekelijk uw gram gehaald. Dat is intellectuele oneerlijkheid.
Wanneer u het heeft over “de hitserige communautaire sfeer”, dacht ik dat u het vooral zou hebben over de Franstalige media die woorden als nazi’s, fascisten en separatisten hanteren zonder enige nuance of bezinning over hun woordkeuze. Dat u als historicus gaat steigeren als Vlamingen verwijzen naar hun lange ontvoogdingsstrijd maar niet als Franstaligen voortdurend refereren naar de onzalige collaboratie getuigt van een selectieve verontwaardiging. Beide zijn verwerpelijk, alleen blijkt onze taal en cultuur ook vandaag nog problematisch in uw stad!
Verder en ik citeer u, “Is hun (Vlamingen) culturele zelfbewustzijn dan zo klein dat ze geloven dat ze hun eigenheid verliezen als er al eens Frans gesproken wordt bij de bakker?” Mocht uw werkelijkheid, dat er ‘al eens Frans gesproken wordt’ juist zijn, zou er geen communautair probleem zijn in Vlaams Brabant. Maar als men in eigen gemeente zelfs niet meer in het Nederlands kan bediend worden bij de bakker, dan volstaat het niet meer om zoals u de situatie een beetje te verdoezelen en godbetert de Vlamingen een schuldgevoel aan te praten. De werkelijkheid Mijnheer Vander Taelen is dat de Franstaligen rondom Brussel een taalpurificatie doorvoeren terwijl u de Vlamingen met de vinger wijst als ze de taalwetten toepassen.
Maar zoals dikwijls komt de ware reden voor uw bezorgdheid pas op het einde aan bod: dat de Vlamingen Brussel zouden kunnen laten vallen en dat dit wel eens zeer vervelend zou kunnen zijn voor de Vlamingen die er leven. Dat u in die ‘goede stadsgenoten’ blijkbaar weinig vertrouwen heeft begrijp ik perfect. Want een Brussel zonder inspraak van Vlaanderen zou binnen de kortste keren een exclusief Franstalige stad zijn. Als historicus weet u dat de Franstaligen op gebied van imperialisme – ook in uw stad - de geschiedenis tegen hebben. Trouwens, dat zoals u beweert “een verpletterende meerderheid wel vindt dat ze Nederlands moeten spreken in Vlaanderen”, wordt door geen enkele Franstalige politicus, van Di Rupo over Demotte tot en met Reynders, publiekelijk toegegeven. Integendeel, uit alles wat ze zeggen en doen blijkt dat ze onverkort achter deze taalextremisten staan. Medeplichtigheid of uitdrukking van een eensgezinde overtuiging?
Ik heb één belangrijke vraag voor u: hoe ziet u, Vlaamse Brusselaar, zelf de toekomst van Brussel?
Als u werkelijk bezorgd bent voor de toekomst van de Vlaamse Brusselaars dan zou u al uw energie moeten gebruiken om van Brussel een goed georganiseerde en veilige internationale ontmoetingsplaats te maken in plaats van mee te heulen met een allegaartje middeleeuwse baronnen die een modern en efficiënt beheer in de weg staan. Zijn het niet de Franstaligen uit Brussel die de ganse boel verpesten, ook in Vlaanderen? Zou u zich niet beter inzetten voor een tweetalige hoofdstad waar ook Vlamingen zich thuis voelen, bij de bakker en de beenhouwer? Het zou alvast de welwillendheid vanuit Vlaanderen doen toenemen.
Want, in tegenstelling tot wat sommige Vlaamse Brusselaars beweren, weten zeer veel weldenkende Vlamingen heel goed wat ze van hun hoofdstad verwachten: een Vlaamsvriendelijke ontmoetingsplaats, hoofdstad (of noem het district zoals Hans Bonte) ten dienste van twee confederale gemeenschappen. Ook in de praktijk is dat niet zo moeilijk als men graag beweert, maar strookt deze visie wel met het soms megalomane beeld dat de Brusselaars van zichzelf en hun stad hebben? Dat hadden ik en mijn lezers heel graag geweten.
Wees gerust beste Luckas, de Vlamingen zullen Brussel niet laten vallen, het zullen de Franstaligen zijn die u, lang voordien, zullen wandelen sturen. Tenzij, ja tenzij je hun taal spreekt, want zo hoort dat helaas nog altijd in uw multiculturele baronie.
Hopelijk heb ik in deze wel ongelijk!
Met vriendelijke groet,
Pjotr
08 augustus 2008
17 juli 2008
Exit nr 1 reactie Prof Carl Devos
Beste,
Door vakantie een korte reactie. U mag die publiceren.
Om uit deze knoop te raken is veel politieke feeling en ervaring nodig. Politiek besturen is niet zoals een bedrijf besturen. Vraag dat maar aan de vele bedrijfsleiders die politieke ambities hadden.
Een zakenkabinet die enkel sociaal-economsch moet besturen, terwijl politici de staatshervorming uitwerken, kan ook niet: dat sociaal-economische beheer vereist, zeker de komende maanden, heel wat fundamentele keuzes. Zeg maar ideologische keuzes. Dat is geen kwestie van objectieve, rationele bestuursdaden, het gaat om normatieve keuzes. Die moeten door partijen gemaakt en gesteund worden. Een zakenkabinet heeft dat vertrouwen niet.
De meeste politici willen zo snel mogelijk uit deze crisis raken. Een zakenkabinet zal dat misschien niet slechter doen, maar zeker ook niet beter kunnen dat de beroepspolitici.
Het is aan de politici en vooral aan de niet-politici, zoals de economische, syndicale, financiële, academische, middenveldwereld om allerlei inzichten, belangen, overwegingen, … naar de politieke wereld te sturen.
Over vervroegde verkiezingen: ik denk inderdaad dat ze een oplossing uit deze crisis niet dichterbij zullen brengen. U moet daarin geen intrinsieke veroordeling lezen van het inspraakinstrument verkiezingen. Ik zeg alleen dat de burger nu laten spreken wellicht niet zal helpen om de crisis op te lossen. Integendeel.
Van mij mogen alle opties aan de democratische wil onderworpen worden. Dat heeft niets met een agenda te maken, maar met de vraag welke methodes deze crisis het best kunnen oplossen. Vaak zijn het precies diegenen die nu om verkiezingen vragen die ‘een eigen agenda’ hebben. Bovendien worden verkiezingen geïnterpreteerd. Het signaal van de kiezer wordt daags nadien gemaakt, eerder dan gegeven. Wie denkt dat Vlamingen via een referendum allerlei radicale oplossingen zouden goedkeuren kunnen zich ook vergissen. Bovendien is een referendum een bot instrument om dergelijke ingewikkelde zaken te beslechten. De vraagstelling zou alvast genuanceerd moeten zijn en verschillende antwoorden moeten toelaten. Een simpele ja-neen volstaat in deze niet.
Ik heb vertrouwen in de democratie, maar democratie is meer dan verkiezingen. Meer dan het optellen van stemmen. Verkiezingen zijn cruciaal, maar niet alleszaligmakend. Verkiezingen kunnen een democratie ook kapot maken. Het verleden toonde hoe in de naam van democratie rechten werden opzij gezet. Het verleden toonde hoe in de naam van democratie democratie buiten werking werd gesteld. Kortom, de democratie is imperfect, maar verkiezingen zijn dat ook. Het referendum nog veel meer. Die kritiek maakt de criticus niet tot anti-democraat.
We kunnen niet zonder verkiezingen, maar dat maakt verkiezingen daarom nog niet tot een altijd geschikte uitweg.
Vriendelijke groeten,
Carl Devos
Ik stuurde hem volgende bedenking bij zijn reactie:
Ik durf (in goed academisch gezelschap) te betwijfelen of het federale niveau nog veel mogelijkheden heeft om ‘fundamentele keuzes’ te maken gezien twee niet te negeren feiten:
1. er is geen geld meer om nog veel keuzes te hebben.
2. de politieke visies liggen op federaal niveau zover uiteen dat fundamentele beslissingen die per definitie ook de gewesten en gemeenschappen zullen raken, niet meer kunnen. Het immobilisme is er niet gekomen sinds 10 juni 2007. Ik heb eerder de indruk dat sommigen dit argument gebruiken omdat het past in hun eigen groot gelijk. Lees maar de commentaar van Guy Tegenbos (vandaag in DS) en de mening van Rik Van Cauwelaert terzake.
Mijn stelling is trouwens dat we minder met ideologie en meer met rationaliteit moeten besturen. Geen blabla als het over (financiële en economische) cijfers gaat en zich niet verschuilen achter cijfers om maatschappelijke fenomenen te willen duiden en catalogeren.
Vriendelijke groet,
Pierre Therie
Door vakantie een korte reactie. U mag die publiceren.
Om uit deze knoop te raken is veel politieke feeling en ervaring nodig. Politiek besturen is niet zoals een bedrijf besturen. Vraag dat maar aan de vele bedrijfsleiders die politieke ambities hadden.
Een zakenkabinet die enkel sociaal-economsch moet besturen, terwijl politici de staatshervorming uitwerken, kan ook niet: dat sociaal-economische beheer vereist, zeker de komende maanden, heel wat fundamentele keuzes. Zeg maar ideologische keuzes. Dat is geen kwestie van objectieve, rationele bestuursdaden, het gaat om normatieve keuzes. Die moeten door partijen gemaakt en gesteund worden. Een zakenkabinet heeft dat vertrouwen niet.
De meeste politici willen zo snel mogelijk uit deze crisis raken. Een zakenkabinet zal dat misschien niet slechter doen, maar zeker ook niet beter kunnen dat de beroepspolitici.
Het is aan de politici en vooral aan de niet-politici, zoals de economische, syndicale, financiële, academische, middenveldwereld om allerlei inzichten, belangen, overwegingen, … naar de politieke wereld te sturen.
Over vervroegde verkiezingen: ik denk inderdaad dat ze een oplossing uit deze crisis niet dichterbij zullen brengen. U moet daarin geen intrinsieke veroordeling lezen van het inspraakinstrument verkiezingen. Ik zeg alleen dat de burger nu laten spreken wellicht niet zal helpen om de crisis op te lossen. Integendeel.
Van mij mogen alle opties aan de democratische wil onderworpen worden. Dat heeft niets met een agenda te maken, maar met de vraag welke methodes deze crisis het best kunnen oplossen. Vaak zijn het precies diegenen die nu om verkiezingen vragen die ‘een eigen agenda’ hebben. Bovendien worden verkiezingen geïnterpreteerd. Het signaal van de kiezer wordt daags nadien gemaakt, eerder dan gegeven. Wie denkt dat Vlamingen via een referendum allerlei radicale oplossingen zouden goedkeuren kunnen zich ook vergissen. Bovendien is een referendum een bot instrument om dergelijke ingewikkelde zaken te beslechten. De vraagstelling zou alvast genuanceerd moeten zijn en verschillende antwoorden moeten toelaten. Een simpele ja-neen volstaat in deze niet.
Ik heb vertrouwen in de democratie, maar democratie is meer dan verkiezingen. Meer dan het optellen van stemmen. Verkiezingen zijn cruciaal, maar niet alleszaligmakend. Verkiezingen kunnen een democratie ook kapot maken. Het verleden toonde hoe in de naam van democratie rechten werden opzij gezet. Het verleden toonde hoe in de naam van democratie democratie buiten werking werd gesteld. Kortom, de democratie is imperfect, maar verkiezingen zijn dat ook. Het referendum nog veel meer. Die kritiek maakt de criticus niet tot anti-democraat.
We kunnen niet zonder verkiezingen, maar dat maakt verkiezingen daarom nog niet tot een altijd geschikte uitweg.
Vriendelijke groeten,
Carl Devos
Ik stuurde hem volgende bedenking bij zijn reactie:
Ik durf (in goed academisch gezelschap) te betwijfelen of het federale niveau nog veel mogelijkheden heeft om ‘fundamentele keuzes’ te maken gezien twee niet te negeren feiten:
1. er is geen geld meer om nog veel keuzes te hebben.
2. de politieke visies liggen op federaal niveau zover uiteen dat fundamentele beslissingen die per definitie ook de gewesten en gemeenschappen zullen raken, niet meer kunnen. Het immobilisme is er niet gekomen sinds 10 juni 2007. Ik heb eerder de indruk dat sommigen dit argument gebruiken omdat het past in hun eigen groot gelijk. Lees maar de commentaar van Guy Tegenbos (vandaag in DS) en de mening van Rik Van Cauwelaert terzake.
Mijn stelling is trouwens dat we minder met ideologie en meer met rationaliteit moeten besturen. Geen blabla als het over (financiële en economische) cijfers gaat en zich niet verschuilen achter cijfers om maatschappelijke fenomenen te willen duiden en catalogeren.
Vriendelijke groet,
Pierre Therie
16 juli 2008
Mijn exit nr 1
Een ‘Anders Nieuws’ reactie op het artikel
Wie heeft het minst slechte voorstel?
Van Prof Carl Devos (DS 16 juli)
Geachte Professor,
Zoals altijd las ik met veel interesse uw artikel in DS. Het inspireerde mij opnieuw om na te denken en dat leidde tot een andere visie: mijn ‘minst slechte voorstel’ maar niet nieuw want ik schreef dit recept reeds voor in 2006.
Ik stel voor dat de Koning een zakenkabinet aanstelt dat op de winkel past totdat de politici van beide gemeenschappen tot een overeenkomst komen voor het verdere samenleven of het vreedzaam uiteengaan van beide gemeenschappen.
Ziehier de argumenten waarop ik mijn voorstel baseer:
1. De politieke onmogelijkheid om tot een oplossing te komen wordt gevoed of ten minste vergemakkelijkt doordat de politici ondertussen aan de macht mogen blijven en dus geen persoonlijke schade ondervinden door de politieke impasse. Integendeel velen voelen zich goed in hun nieuwe status van BV / BW.
2. Wanneer men een zakenkabinet aanstelt dat op de Belgische winkel past en binnen duidelijke krijtlijnen de economische situatie onder controle houdt, kan geen enkel politicus/opiniemaker nog schermen met het ‘staatsbelang’ om toch maar weer te grijpen naar een onzalig compromis waarvan men weet dat de houdbaarheidsperiode alsmaar kleiner wordt en de polarisatie enkel doet toenemen.
3. Alle democratische politieke partijen kunnen betrokken worden bij de besprekingen zonder het stigma van meerderheid/minderheid.
4. De politieke gevolgen voor de ‘volgende verkiezingen’ zijn voor iedereen gelijk. Geen meerderheid meer en dus ook geen minderheid.
5. Deadlines zijn er niet meer maar de drang om te slagen (en terug geld te verdienen) zal voor veel meer druk zorgen dan nu.
6. Alle rationele argumenten kunnen op tafel komen zonder dat ze een negatief effect hebben op de werking van de regering.
7. De onderlinge partijpolitieke strijd wordt moeilijker want ze zitten allemaal in hetzelfde schuitje zonder centen en macht om 'faveurkes' uit te delen.
Alhoewel ik uw betoog zeer goed kan volgen heb ik wel een groot vraagteken bij uw stelling dat vervroegde verkiezingen niet wenselijk zijn ‘omdat ze de oplossing niet dichterbij brengen’. Al heeft u gelijk, in een democratie is dat geen aanvaarbaar argument tenzij men een eigen agenda heeft die men niet wil onderwerpen aan de democratische regels. Overigens ben ik om dezelfde reden van mening dat de uitkomst van de onderhandelingen tussen de gemeenschappen moet voorgelegd worden aan de bevolking in een referendum. Men moet vertrouwen hebben in de democratie wil men een ware democraat zijn.
vriendelijke groeten,
Pjotr
Wie heeft het minst slechte voorstel?
Van Prof Carl Devos (DS 16 juli)
Geachte Professor,
Zoals altijd las ik met veel interesse uw artikel in DS. Het inspireerde mij opnieuw om na te denken en dat leidde tot een andere visie: mijn ‘minst slechte voorstel’ maar niet nieuw want ik schreef dit recept reeds voor in 2006.
Ik stel voor dat de Koning een zakenkabinet aanstelt dat op de winkel past totdat de politici van beide gemeenschappen tot een overeenkomst komen voor het verdere samenleven of het vreedzaam uiteengaan van beide gemeenschappen.
Ziehier de argumenten waarop ik mijn voorstel baseer:
1. De politieke onmogelijkheid om tot een oplossing te komen wordt gevoed of ten minste vergemakkelijkt doordat de politici ondertussen aan de macht mogen blijven en dus geen persoonlijke schade ondervinden door de politieke impasse. Integendeel velen voelen zich goed in hun nieuwe status van BV / BW.
2. Wanneer men een zakenkabinet aanstelt dat op de Belgische winkel past en binnen duidelijke krijtlijnen de economische situatie onder controle houdt, kan geen enkel politicus/opiniemaker nog schermen met het ‘staatsbelang’ om toch maar weer te grijpen naar een onzalig compromis waarvan men weet dat de houdbaarheidsperiode alsmaar kleiner wordt en de polarisatie enkel doet toenemen.
3. Alle democratische politieke partijen kunnen betrokken worden bij de besprekingen zonder het stigma van meerderheid/minderheid.
4. De politieke gevolgen voor de ‘volgende verkiezingen’ zijn voor iedereen gelijk. Geen meerderheid meer en dus ook geen minderheid.
5. Deadlines zijn er niet meer maar de drang om te slagen (en terug geld te verdienen) zal voor veel meer druk zorgen dan nu.
6. Alle rationele argumenten kunnen op tafel komen zonder dat ze een negatief effect hebben op de werking van de regering.
7. De onderlinge partijpolitieke strijd wordt moeilijker want ze zitten allemaal in hetzelfde schuitje zonder centen en macht om 'faveurkes' uit te delen.
Alhoewel ik uw betoog zeer goed kan volgen heb ik wel een groot vraagteken bij uw stelling dat vervroegde verkiezingen niet wenselijk zijn ‘omdat ze de oplossing niet dichterbij brengen’. Al heeft u gelijk, in een democratie is dat geen aanvaarbaar argument tenzij men een eigen agenda heeft die men niet wil onderwerpen aan de democratische regels. Overigens ben ik om dezelfde reden van mening dat de uitkomst van de onderhandelingen tussen de gemeenschappen moet voorgelegd worden aan de bevolking in een referendum. Men moet vertrouwen hebben in de democratie wil men een ware democraat zijn.
vriendelijke groeten,
Pjotr
12 juli 2008
11 juli 2008 Anders gedroomd
Toen vorige jaar op 10 juni de Vlaamse bevolking duidelijk gekozen had voor méér Vlaanderen dacht ik dat we een nieuwe weg zouden durven inslaan: weg van die onzalige compromissen waarvoor niet alleen Vlaanderen een te zware prijs betaalde maar waardoor België, zij het op langere termijn, zijn aantrekkingskracht en draagvlak grotendeels verloor. Het laatste jaar heeft, mede door de mediabelangstelling en de lange duur van de NON-onderhandelingen, aangetoond dat een samenwerking op basis van wederzijds respect niet meer mogelijk is. Dat een aanvaardbare oplossing voor de ene de andere gemeenschap verplicht tot een knieval waartoe ze niet meer bereid is. België is ten gronde verdeeld.
Vandaag één jaar later, op de Vlaamse feestdag die er geen is, lijkt mijn droom zo ver weg. Wat overblijft is ergernis.
Ook vooraanstaanden die vandaag nog pleiten om dit België te redden – zoals Etienne Davignon en Thomas Leysen - beseffen maar al te goed dat zelfs de actuele wereldwijde economische problemen geen voldoende cement zijn voor een staat in maatschappelijke ontbinding. Ik heb veel begrip voor hun oproep tot regeringscontinuïteit maar stel tegelijk vast dat ze het antwoord schuldig blijven wanneer men hen de vraag stelt hoe we het samenleven van twee gemeenschappen kunnen redden als de ene zelfs weigert om de taal van de andere gemeenschap te spreken. En dit ongeacht waar men zich bevindt in dit ‘eigen land’. Dat deze hoge heren nu komen roepen dat het nog niet te laat is en pleiten voor hervormingen die ze decennialang hebben tegengehouden getuigt niet van een strategisch denken maar eerder van een kortzichtig eigenbelang dat vooral de privileges van hun kaste moet vrijwaren.
De laatste weken is er een politieke paradox ontstaan waarvan men aan Vlaamse zijde weigert de diepgaande consequenties in te zien. Terwijl het Franstalig publieke discours pleit voor het voortbestaan van DIT België hebben ze de Rubicon overgestoken en zijn ze klaar om België te laten vallen op hun voorwaarden. De Vlamingen daarentegen, nochtans gebrandmerkt als separatisten, doen er tot de laatste minuut alles aan om (minder maar toch) België te behouden. Een paradox waar Vlaanderen wel eens het grootste slachtoffer kan van worden.
De Franstaligen hebben een alternatief voor België: Wallobrux. In Vlaanderen roepen de belgicisten dat er geen goed alternatief is terwijl de Flaminganten resoluut kiezen voor een onafhankelijk Vlaanderen, ook zonder Brussel. Dat 'goede Belgen', zoals Mia Doornaert - bijnaam Ras le bol / Spuugzat, eindelijk zelf ervaren dat de vanzelfsprekendheid van het Francofone culturele imperialisme niet strookt met de regels van elementair respect en inschikkelijkheid die een samenleving leefbaar moeten houden, is symptomatisch voor de radicalisering in gans Vlaanderen en niet alleen bij een vendelzwaaiende minderheid zoals sommige media ons willen laten geloven. Nochtans is het enige intellectueel correct antwoord op de vraag of Vlaanderen beter zelfstandig zou zijn eenvoudig: we weten het niet, want we hebben het nooit geprobeerd! Wat we wel weten is dat het zwakke broertje Slowakijë na de splitsing van de Tsjechoslowaakse republiek er na enkele jaren economisch veel beter aan toe is dan voordien.
Wat de Franstaligen zo sterk maakt is hun eensgezindheid zelfs tot in het intellectueel oneerlijke toe. Ter illustratie de persoonlijke reactie van Elio Di Rupo op mijn brief in verband met de tweetaligheid in Brussel die ik hem stuurde op 2 maart 2005. Ik citeer:
“Volgens mij heeft Vlaanderen ook voordeel aan België :
- De eerste voordeel is economische. Wallonië is de eerste klant van Vlaanderen. Met een splitsing van het land zou Vlaanderen zijn eerste klant verliezen. Dat is onzin. Dat zou een verarming van Vlaanderen veroorzaken.
- Een tweede voordeel is Brussel zoals u ook zegt. Alhoewel Brussel tweetalig is zou een zelfstandig Vlaanderen het zonder Brussel zijn.”
Zo ziet u dat al in een periode zonder oplopende discussies, de belangrijkste politicus van Franstalig België argumenten gebruikt die geen steek houden. Meer zelfs, dat hij het culturele imperialisme in Brussel (waar amper 70 jaar geleden nog 95 % van de notariële akten in het Nederlands werden geacteerd) en omgeving onverkort blijft steunen met als gevolg dat hij en de ganse Franstalige gemeenschap het vanzelfsprekend vinden dat alleen zij vandaag nog rechten hebben op Brussel en de enige legitieme vertegenwoordigers zijn van de Franstaligen in het ganse land.
Wie de politieke geschiedenis van de laatste decennia wil schrijven zal niet rond de vaststelling kunnen dat de Franstaligen in de communautaire onderhandelingen steeds uitgingen van een dreiging. Eerst was het de uitdagende vraag ‘Willen jullie België splitsen?’ waarop de Vlaamse politici inpakten en voor elk compromis een zware prijs betaalden; tot op vandaag dat ‘Wij willen één staat Wallobrux’. Dreigen met een splitsing op hun voorwaarden, waarop de Wijze Vlaamse staatslieden geen antwoord hebben. Nochtans kunnen wij met evenveel aplomb eisen “dat wij een zelfstandig Vlaanderen inclusief Brussel willen”.
Is dat intellectueel fout? Neen toch als de Franstaligen op basis van een meerderheid in Brussel het vanzelfsprekend vinden dat zij mogen beslissen over Brussel in naam van de democratie maar tegelijk dezelfde rechten weigeren aan een Vlaamse meerderheid in het land. Deze intellectuele oneerlijkheid is het ultieme bewijs dat niet België maar alleen de Vlaamse solidariteit hen interesseerde. Nu Vlaanderens welvaart met rasse schreden afbrokkelt is ook dat geen beletsel meer.
Daarvoor dank ik feestelijk!
Pjotr
Vandaag één jaar later, op de Vlaamse feestdag die er geen is, lijkt mijn droom zo ver weg. Wat overblijft is ergernis.
Ook vooraanstaanden die vandaag nog pleiten om dit België te redden – zoals Etienne Davignon en Thomas Leysen - beseffen maar al te goed dat zelfs de actuele wereldwijde economische problemen geen voldoende cement zijn voor een staat in maatschappelijke ontbinding. Ik heb veel begrip voor hun oproep tot regeringscontinuïteit maar stel tegelijk vast dat ze het antwoord schuldig blijven wanneer men hen de vraag stelt hoe we het samenleven van twee gemeenschappen kunnen redden als de ene zelfs weigert om de taal van de andere gemeenschap te spreken. En dit ongeacht waar men zich bevindt in dit ‘eigen land’. Dat deze hoge heren nu komen roepen dat het nog niet te laat is en pleiten voor hervormingen die ze decennialang hebben tegengehouden getuigt niet van een strategisch denken maar eerder van een kortzichtig eigenbelang dat vooral de privileges van hun kaste moet vrijwaren.
De laatste weken is er een politieke paradox ontstaan waarvan men aan Vlaamse zijde weigert de diepgaande consequenties in te zien. Terwijl het Franstalig publieke discours pleit voor het voortbestaan van DIT België hebben ze de Rubicon overgestoken en zijn ze klaar om België te laten vallen op hun voorwaarden. De Vlamingen daarentegen, nochtans gebrandmerkt als separatisten, doen er tot de laatste minuut alles aan om (minder maar toch) België te behouden. Een paradox waar Vlaanderen wel eens het grootste slachtoffer kan van worden.
De Franstaligen hebben een alternatief voor België: Wallobrux. In Vlaanderen roepen de belgicisten dat er geen goed alternatief is terwijl de Flaminganten resoluut kiezen voor een onafhankelijk Vlaanderen, ook zonder Brussel. Dat 'goede Belgen', zoals Mia Doornaert - bijnaam Ras le bol / Spuugzat, eindelijk zelf ervaren dat de vanzelfsprekendheid van het Francofone culturele imperialisme niet strookt met de regels van elementair respect en inschikkelijkheid die een samenleving leefbaar moeten houden, is symptomatisch voor de radicalisering in gans Vlaanderen en niet alleen bij een vendelzwaaiende minderheid zoals sommige media ons willen laten geloven. Nochtans is het enige intellectueel correct antwoord op de vraag of Vlaanderen beter zelfstandig zou zijn eenvoudig: we weten het niet, want we hebben het nooit geprobeerd! Wat we wel weten is dat het zwakke broertje Slowakijë na de splitsing van de Tsjechoslowaakse republiek er na enkele jaren economisch veel beter aan toe is dan voordien.
Wat de Franstaligen zo sterk maakt is hun eensgezindheid zelfs tot in het intellectueel oneerlijke toe. Ter illustratie de persoonlijke reactie van Elio Di Rupo op mijn brief in verband met de tweetaligheid in Brussel die ik hem stuurde op 2 maart 2005. Ik citeer:
“Volgens mij heeft Vlaanderen ook voordeel aan België :
- De eerste voordeel is economische. Wallonië is de eerste klant van Vlaanderen. Met een splitsing van het land zou Vlaanderen zijn eerste klant verliezen. Dat is onzin. Dat zou een verarming van Vlaanderen veroorzaken.
- Een tweede voordeel is Brussel zoals u ook zegt. Alhoewel Brussel tweetalig is zou een zelfstandig Vlaanderen het zonder Brussel zijn.”
Zo ziet u dat al in een periode zonder oplopende discussies, de belangrijkste politicus van Franstalig België argumenten gebruikt die geen steek houden. Meer zelfs, dat hij het culturele imperialisme in Brussel (waar amper 70 jaar geleden nog 95 % van de notariële akten in het Nederlands werden geacteerd) en omgeving onverkort blijft steunen met als gevolg dat hij en de ganse Franstalige gemeenschap het vanzelfsprekend vinden dat alleen zij vandaag nog rechten hebben op Brussel en de enige legitieme vertegenwoordigers zijn van de Franstaligen in het ganse land.
Wie de politieke geschiedenis van de laatste decennia wil schrijven zal niet rond de vaststelling kunnen dat de Franstaligen in de communautaire onderhandelingen steeds uitgingen van een dreiging. Eerst was het de uitdagende vraag ‘Willen jullie België splitsen?’ waarop de Vlaamse politici inpakten en voor elk compromis een zware prijs betaalden; tot op vandaag dat ‘Wij willen één staat Wallobrux’. Dreigen met een splitsing op hun voorwaarden, waarop de Wijze Vlaamse staatslieden geen antwoord hebben. Nochtans kunnen wij met evenveel aplomb eisen “dat wij een zelfstandig Vlaanderen inclusief Brussel willen”.
Is dat intellectueel fout? Neen toch als de Franstaligen op basis van een meerderheid in Brussel het vanzelfsprekend vinden dat zij mogen beslissen over Brussel in naam van de democratie maar tegelijk dezelfde rechten weigeren aan een Vlaamse meerderheid in het land. Deze intellectuele oneerlijkheid is het ultieme bewijs dat niet België maar alleen de Vlaamse solidariteit hen interesseerde. Nu Vlaanderens welvaart met rasse schreden afbrokkelt is ook dat geen beletsel meer.
Daarvoor dank ik feestelijk!
Pjotr
Abonneren op:
Posts (Atom)