16 november 2009

Voedselhulp kan dodelijk zijn

ANDERS GELEZEN

Deze bijdrage werd opgestuurd naar DS maar werd (nog) niet gepubliceerd.

Sinds enige tijd verschijnen in DE STANDAARD regelmatig bijdragen over de zin van ontwikkelingssamenwerking. Een containerbegrip voor verschillende vormen van steunverlening aan achtergestelde regio’s of conflictgebieden: humanitaire ‘nood’hulp, structureel opbouwwerk - zowel materieel als maatschappelijk – en politieke – financiële en organisatorische - beleidsondersteuning.

WALTER ZINZEN, deskundige inzake de situatie in centraal Afrika twijfelt of we wel goed bezig zijn (DS 25/09).

BOGDAN VANDEN BERGHE, algemeen secretaris van 11.11.11, repliceert (DS 26/09): ‘Enkel en alleen hulp is niet voldoende om de problemen van de Afrikanen op te lossen. Hulp is een katalysator, die ontwikkeling kan versterken. Dat kan alleen als daarvoor een juist klimaat bestaat, zowel intern als extern’.

KAREL DE GUCHT, commissaris voor de ontwikkelingssamenwerking, pleit dan weer voor meer efficiëntie door de versnippering tegen te gaan (DS 12/11).

Dit probleem is zo complex dat diverse invalshoeken, zoals de hiervoor vermelde, allemaal juist zijn maar slechts een deel van het probleem belichten. Vandaar een toelichting geschreven vanuit een andere invalshoek: mijn ervaring als gewezen verantwoordelijke voor de bouw van een UNHCR vluchtelingenkamp in Kroatië (1992) en de samenwerking met NGO’s in Somalië (1993).

Ik begrijp volkomen het standpunt van Walter Zinzen die refereert naar de uitspraak van de Zambiaanse econome Dambisa Moyo: 'Stop met ontwikkelingshulp, het helpt toch niet'. Maar tegelijk weten we allemaal dat duidelijke uitspraken – hoe essentieel ook - in een complex dossier als dit niet noodzakelijk betekenen dat er niets meer kan of moet gebeuren. Dat zou een verkeerde conclusie zijn maar geen excuus om de zwakke kanten van de organisaties en de manier van hulpverlening, te verdoezelen.

Wellicht één van grootste knelpunten in deze problematiek is het tijdsaspect van de hulp. Wanneer we spreken over noodhulp dan denken we aan bij voorbeeld vluchtelingen die dringend een onderkomen moeten hebben voor de winter, zoals dat het geval was met Bosnische vluchtelingen in Kroatië. Of medische interventies naar aanleiding van catastrofes. Alleen tussen beide aangehaalde voorbeelden schuilt er een zeer groot verschil: daar waar de medische noodhulp op korte termijn kan stopgezet worden, is dat niet het geval met een vluchtelingenkamp; het aantal ‘winters’ is immers afhankelijk van de duur van een conflict. In het door de Belgische Genie gebouwd kamp in Kroatië verbleven vluchtelingen meerdere jaren onder het statuut van vluchteling, met alle voordelen van dien maar zonder het recht om te werken.

Noodhulp die zeer lang duurt creëert ongewild een structurele afhankelijkheid. Men ‘installeert zich in de hulpbehoevendheid’. Het bestendigt de hulpeloosheid en dat kan en mag niet de bedoeling zijn. De cruciale vraag is daarom of we op een bepaald moment moeten stoppen? Ik denk dat wij in bepaalde gevallen moeten durven JA zeggen. Maar zo’n controversiële uitspraak kan enkel mits een verantwoording.

Toen ik in Somalië geconfronteerd werd met de mensonwaardige omstandigheden van de ontheemden (inheemse vluchtelingen) en tegelijk het fantastische werk van diverse NGO’s - onder meer Artsen zonder grenzen - naar waarde kon schatten, leerde ik iets waarmee ik het toen en nu nog altijd moeilijk heb. Het besef van de beperkte eigen invalshoek op crisissituaties . Het meest schokkende verschil ging over leven en dood. Over de waarde van een mensenleven. Zo ging het verhaal rond van een clan die in ruil voor het doden van een meisje door een ander clan het recht had om hetzelfde te doen, tenzij men een prijs betaalde, uitgedrukt in kamelen; verschillend als het een jongen dan wel een meisje was.
Naast dit verhaal waren er tal van indicaties dat een mensenleven van weinig tel is. Dat de onderdrukking van de Bantoestam in de ‘Webi Jubba’ vallei niets anders dan slavernij is. Hoewel deze vruchtbare vallei een dubbele jaarlijkse oogst kon produceren nadat wij de dijken hersteld hadden en waterpompen zorgden voor drinkwater, stuurde de WFO (World Food Program van de VN) en andere NGO’s voedsel vanuit de donorlanden naar de haven van Kismayo. Dezelfde haven van waaruit inheemse boeren hun vee verscheepten naar buitenlandse bestemmingen.

Kan u zich voorstellen dat voedselhulp een pervers effect kan hebben? Dat in Somalië mannen en vrouwen dank zij deze voedselhulp niet zelf voor hun voedsel moesten werken en zo meer tijd hadden om mekaar af te maken? Dat er voedsel gestolen werd en verkocht. Dat met dat geld wapens en munitie werden gekocht. Dat de internationale gemeenschap op die manier het conflict feitelijk sponsorde?

Kan u zich voorstellen dat dank zij die voedselhulp er meer mensen gestorven zijn dan er zouden verhongerd zijn?

Zou dat ook vandaag in Oost Congo het geval zijn?

Een ander probleem dat onvoldoende uitgeklaard is maar op dezelfde oorzaak steunt - de verschillende visie tussen het Westen en de Derde Wereld - is de maatschappelijke en politiek steunverlening. Telkens opnieuw lezen en horen wij ‘hoeveel’ goed wij doen. Geld is het criterium. Fout natuurlijk. Het geeft alleen aan dat wij aan ontwikkelingssamenwerking doen volgens onze normen en vooral ook ‘marktconform’. Hiermee negeren we dat deze achtergestelde gebieden in een andere maatschappelijke ‘evolutiefase’ zitten. Denken wij dat deze bevolking méér kan dan wij ooit konden: dat ze hun geschiedenis kunnen overslaan, de inquisitie kunnen vermijden, een dictator als Jozef Stalin voorkomen, de democratie en de weldaden van de verlichting zonder evolutie zomaar kunnen omarmen. Zeer kortzichtig en zelfs arrogant van onzentwege.

EU commissaris Karel De Gucht mag dan om pragmatische redenen focussen op meer efficiëntie, naar mijn aanvoelen is zijn voornaamste bedenking dat deze hulp – onder welke vorm dan ook - nooit de eigen inzet mag vervangen. Daar zou ik alleen willen aan toevoegen dat we moeten leren geduld hebben – ook als dat mensenlevens kost op korte termijn - hen de tijd geven om hun eigen maatschappij op te bouwen volgens eigen inzichten. Met bescheidenheid erkennen dat een mensenmaatschappij de kracht puurt uit haar tradities, net als een boom de levenskracht haalt uit de bodem waarin hij verankerd is.

Tenzij, tenzij wij deze volkeren opnieuw willen koloniseren, overigens de meest efficiënte vorm van ontwikkelingshulp tot nog toe.

Pierre Therie
Gewezen verantwoordelijke voor de bouw van een vluchtelingenkamp, Savudrija, Kroatië
Gewezen stafchef van het Belgisch detachement te Kismayo, Somalië

Geen opmerkingen: