16 maart 2011

België verdampt al lang

ANDERS GELEZEN

In de communautaire discussies is de hamvraag hoeveel België er nog zal overblijven ná de hervorming, als die er komt. Niemand vraagt zich echter af in hoeverre de Belgische staat reeds verdampt is door institutionele oorzaken, onafgezien van de toenemende invloed van de Europese Unie.

Toen recentelijk Vlaamse academici en kunstenaars zich verzetten tegen de Vlaamse verzuchtingen voor meer autonomie onder de slogan “Niet in onze naam” werd hun pleidooi met veel toeters en bellen verspreid door de media, TV en geschreven pers. Wat de media niet deden: aan deze zelfverklaarde specialisten vragen welke argumenten ze hadden behalve het axioma dat België moet blijven zoals het is. Dat er ook academici en kunstenaars waren die weigerden mee te doen en vooral waarom ze niet wilden meedoen, kon men nergens horen noch lezen. Jammer want ze bestaan en hun argumenten zijn de moeite waard om gepubliceerd te worden. Anders Gelezen geeft alvast het goede voorbeeld door weigeraar Prof. Dirk De Bièvre, PhD Departement Politieke Wetenschappen, UA, uitgebreid te citeren. Mét de oproep om deze boodschap verder te verspreiden. Citaat: “Ik meen dat de oproep onterecht de Belgische wederzijdse blokkade wijt aan culturele en identiteitsfactoren. België zit niet in de greep van vreemde identiteitsgeobsedeerden, maar verkeert in een diepe regimecrisis die institutionele oorzaken heeft. (…) De Belgische sociale zekerheid is op dit ogenblik binnen de EU en zelfs binnen de OESO geenszins een kathedraal, maar juist niet sociaal en helemaal niet zeker. Rekening houdend met de koopkracht zijn onze pensioenen nu reeds bij de laagste van de hele EU, hoewel de vergrijzingsgolf pas goed gaat beginnen in 2013. De reden hiervoor is dat vooral de zgn. sociale partners, vakbonden en in zekere mate ook de Belgische werkgeversorganisatie VBO (waar vooral grote maar weinig kleine ondernemingen in vertegenwoordigd zijn) mordicus vasthouden aan een systeem dat deze financiert door bijdragen op lonen dat zij zelf kunnen beheren buiten het parlement om. In plaats van deze financiering los te koppelen van de factor arbeid en daardoor juist arbeid bruto minder duur te maken. VOKA, De Wever, voorzichtige suggesties vanuit de Europese Commissie en vele andere bronnen pleiten er juist voor om deze financiering net zoals in Duitsland, Denemarken, Nederland en andere landen meer uit algemene belastingen te halen. Dat gebeurt nu veel te weinig. Zo heeft België als enige OESO land nog steeds geen ernstige beursbelasting (een belasting op kapitaal) en bestaat er geen BTW verhoging op luxegoederen zoals bijvoorbeeld in Denemarken (dan laat je immers de Porsche Cayenne kopers vrolijk de ziekenhuisbedden betalen). De Belgische verzuilde zgn. sociale partners wensen dit echter niet. Zij zouden dan immers hun geprivilegieerde organisatorische positie moeten afstaan aan het parlement. Het conflict dat escaleert omdat het enkel uit stilstand en wederzijdse blokkade bestaat, is juist zo erg geworden omdat de Waalse zijde, soms samen met wat er rest van de volkspartijen SPA, CDH en CD&V, telkens door hun vakbond of VBO achterban worden teruggefloten om het parlement hierin meer zeggenschap te geven. Aangezien er in Vlaanderen een hogere werkingsgraad van de beroepsbevolking is, vertaalt zich dat in electoraal succes voor die partij(en) die zeggen: als het op federaal vlak niet kan hervormd worden omdat de minderheid (de Franstaligen) deze hervorming blokkeren, dan wensen wij autonomie. Zoals uit het beleid in Denemarken, Duitsland, Nederland, Zwitserland, en Oostenrijk overduidelijk blijkt, leidt een omschakeling op een deelfinanciering uit algemene belastingen ipv een de facto overbelasting op werk niet tot privatisering en afschaffing van de sociale zekerheid maar tot (1) hogere pensioenen dan in België, (2) een toekomstvastere welvaartscreatie dan in België.
Eenzelfde argumentatie bestaat voor de gezondheidszorg: deze wordt nu reeds voor 1/3 door de patiënt zelf gedragen in België, een situatie die ik hoogst asociaal vind en zeer sterk tegen het algemeen belang ingaat. Ook hier hangt de financiering veel te eenzijdig af van de lasten op lonen en veel te weinig van belastingen op kapitaal en BTW. De reden waarom deze hervorming nu zo noodzakelijk is in vele West-Europese landen en vroeger de Belgische sociale zekerheid geen last had van haar financieringsbasis is het feit dat we nu in een geliberaliseerde wereld leven waardoor er veel meer concurrentie is met gebieden waar werkkrachten goedkoper zijn. Zoals Duitsland, Nederland en andere landen met hogere sociale bescherming dan in België bewijzen hoeft dit niet te betekenen dat je de sociale zekerheid afschaft, enkel dat je ze niet meer exclusief laat financieren door werknemers en werkgevers, maar wel meer uit belastingen op kapitaal en consumptie. Het is een Belgisch fabeltje dat het reduceren van de sociale bijdragen tot kaalslag in de sociale zekerheid voert. De hervormingen in Duitsland hebben juist de uitkeringen verhoogd door ze uit algemene belastinggelden te financieren waardoor de werkgelegenheid zelfs in tijden van crisis als een pijl naar omhoog is geschoten. U zal zeggen: ja maar dat zijn allemaal tijdelijke statuten. Dan zeg ik: beter tijdelijk werk dan permanente werkloosheid, en beter tijdelijk werk dat in veel gevallen tot contracten met onbepaalde duur leidt.
Verder ben ik van mening dat andere belangrijke samenlevingsproblemen niet worden opgelost, omdat uit strategische overwegingen de lokale Brusselse partijorganisaties en de Waalse partijfederaties jarenlang een volkomen contraproductief non-integratiebeleid hebben gedoogd ipv taalkennis als absolute voorwaarde te aanzien voor deelname aan het openbare leven in het land. (…) De Franstaligen (onder PS minister Arena) hebben echter de verplichting in Franstalige scholen om Nederlands te leren afgeschaft in 2003, ipv juist meer te investeren in de kennis van het Nederlands. Blijkbaar hebben ze daarbij gedacht: Liever doen we dan maar wat schamper over extremistische Vlamingen en ander uitschot, dan dat we ervoor zorgen dat we de kennis van de landstalen werkelijk bevorderen en ervoor zorgen dat iedereen die taal werkelijk leert kennen en appreciëren, wat nog als mooi bijproduct zou hebben dat Franstaligen gemakkelijker aan een job zouden geraken in Brussel. Deze beslissing om de verplichting NL te kennen op Waalse scholen, zo meen ik, was een kapitale fout en ondergraaft het respect voor Nederlandstaligen in dit land.
Om deze redenen ben ik van mening dat u zich helaas voor de kar van Belgische nationalistische en corporatistische structuren laat spannen door een weinig inhoudelijk gefundeerde argumentatie van ‘wij zijn het beu’ te gebruiken. (…) Ik kan best aannemen en er in komen dat u het identiteitsverhaal maar niets vindt (integendeel: het lijkt wel contraproductief want u mobiliseert ertegen!), maar dat ontslaat u bij het ondernemen van politieke actie niet van de taak een inhoudelijk diepgaande argumentatie op te stellen over waarom het status quo verkieselijk zou zijn. Het status quo in België is bijzonder slecht. (…) Vorige verkiezingen (en hoogstwaarschijnlijk de volgende nog meer) hebben als uitslag van dit dialectisch proces als resultaat gehad dat velen van mening waren dat het uitproberen van het status quo à la CD&V geen optie meer was. Ik denk dat daarom een reactie van de culturele wereld zoals u die op het getouw zet moet ingaan op de argumenten die daarvoor bestaan en moet schetsen waarom het Belgische status quo verkieselijk is of wat het alternatief is voor grotere autonomie dat de zgn. nationalisten voorstellen.

De argumenten van De Bièvre tonen aan hoezeer de politieke macht zichzelf liet ringeloren door onverkozen drukkingsgroepen die het meest essentiële domein van elk politiek beleid mogen uittekenen en waarbij de overheid hooguit nog als sponsor in nood fungeert, zoals ook nu weer bleek toen het IPA (interprofessioneel akkoord) werd afgeschoten en de regering in lopende zaken het akkoord redde door er enkele honderden miljoenen belastinggelden tegenaan te gooien. Dat het parlement geen wetten meer mag maar wel kan stemmen omdat een minderheid in de regering dat niet wil is een ander voorbeeld van de geïnstitutionaliseerde onmacht – de interne verdamping – van de Belgische federale instellingen. Deze afkalving is helaas niet merkbaar in de omvangrijke politieke instellingen en de talloze organisaties – waaronder in eerste instantie de politieke partijen zelf - die leven van dit manna. Als een staat zijn politieke partijen financiert met belastinggelden, dan moet dat eveneens kunnen voor de sociale zekerheid en de gezondheidszorg.

Hoewel Prof De Bièvre focust op de socio-economische teleurgang van politiek België is het belangrijk dat hij toch bondig verwijst naar de culturele (taal) problemen. Want veel belangrijker dan de instellingen en wat er van België overblijft is de zekerheid dat de taal- en cultuurgemeenschappen zullen blijven bestaan. Gewoon omdat ze veel essentiëler zijn dan politieke instellingen. Het zou daarom onwijs zijn om deze gemeenschappen tekort te doen wegens onaangepaste of zelfs overbodige instellingen die daarenboven het algemeen belang niet dienen.

Pjotr
ANDERS GELEZEN

07 maart 2011

Het primaatschap van de politieke macht

ANDERS GELEZEN

Het primaatschap van de politieke macht is zo’n essentieel onderdeel van een democratie dat geen enkel democraat mag aanvaarden dat onbetamelijk gedrag door vooraanstaanden dit privilege ondergraaft.

Het is niet de eerste en nog minder de laatste keer dat de media vol staan met commentaren over misbruiken bij de administratie; ditmaal de politiechef Fernand Koekelberg. Maar wie durft verder te kijken dan dit individuele geval, moet zich afvragen waarom zoiets kon gebeuren. Waarom politici nu opeens een oprisping van gestrengheid etaleren?

In DM (7/03) schrijft Yves Desmet onder meer “Als hij zich alles kan permitteren wat niet formeel verboden is, wat let de rest van het korps dan om het voorbeeld van de chef te volgen?”. Een pertinente vraag die echter zoveel hypocrisie verbergt dat het beschamend is voor een politiek commentator om zoiets te schrijven zonder kritische kanttekeningen te plaatsen bij wat gebeurde. Immers, is diezelfde vraag niet even pertinent als het gaat over de bazen van de ambtenaren? Had hij met dezelfde zwier niet kunnen schrijven dat “Als de politicus zich alles kan permitteren wat niet verboden is, wat let de administratie dan om het voorbeeld van hun chefs te volgen?” Of zou Yves Desmet en alle andere commentatoren niet beseffen dat het primaatschap van de politieke macht betekenisloos wordt wanneer de houders ervan dit niet op een hoogstaande, voorbeeldige manier invullen?

Eens anders lezen? Zijn goede vriend, waar Desmet zo graag bij op de schoot zit, voerde als premier een promotiecampagne om Voorzitter van de Europese Commissie te worden. Dat bracht hem naar alle uithoeken van Europa tot zelfs in Ankara. In de 15de Wing Transport te Melsbroek circuleerde indertijd een hardnekkig verhaal over één van die promotiereisjes waarbij deze bevlogen premier wegens panne aan de voorziene Embraer een ander vliegtuig van hetzelfde type diende te nemen dat helaas niet uitgerust was met een ‘bureelkit’. Hij vond dat zo’n onoverkomelijke handicap dat hij de Luchtmacht verplichtte om voor de terugreis een vliegtuig met bureel te laten overvliegen zodat hij tenminste op de terugweg zou kunnen werken.
Wie herinnert zich nog de premier die zijn vliegtuig een ommetje liet maken om een voetbalmatch te kunnen bijwonen?
Wie was ook weer die Vlaamse minister-president die naar Oostenrijk vloog – volgens de aanvraag met een grote delegatie – en daarvoor een groter vliegtuigtype kreeg, maar toen het zover was bleek de delegatie te bestaan uit drie man en een paardenkop.
Wat te denken van leden van Koninklijke Bloede die voor een geschenkje aan de landelijke Rode Kruis Voorzitter beroep doen op de ambassade, wegens nogal krap bij kas voor relatiegeschenken?
Hoe zit het met al die forfaitaire vergoedingen voor zogezegde uitgaven waarvan iedereen weet dat ze gratis verkregen werden?
Hoeveel werkuren én belastinggeld hebben onze diplomaten niet besteed aan en gebruikt voor de promotie van politici voor een of andere internationale job? Kwatongen beweren dat dit de belangrijkste opdrachten zijn voor de grote ambassades, Washington, Berlijn, London en Parijs.
Hoe zit het met al die grote heren van het establishment die nauwelijks belastingen betalen maar wel grote sier maken of reserves aanleggen voor hun nageslacht, terwijl de doorsnee burger heel veel belastingen betaalt en er nauwelijks geld is voor zijn zuur verdiend pensioen? Vrije Beroepen die zich laten voorstaan als een elite maar zichzelf degraderen tot werknemer van hun eigen BVBA (kostprijs één euro) om louter fiscale redenen.

Het lijstje is eindeloos lang en voorbeeldig gevarieerd. Wie dan toch wil schermen met het goede voorbeeld kan niet anders dan helemaal bovenaan beginnen.
Is het niet bij de haren getrokken dat men zo zwaar tilt aan Koekelbergs keuze van zijn naaste medewerkers terwijl het de normaalste zaak is dat politici en om het even welke CEO hun eigen vertrouwelingen kiezen zonder examen? Waarvoor de belangrijkste vereiste van kabinetsmedewerkers loyaliteit is, wat in de realiteit betekent dat ze moeten kunnen horen, zien en vooral zwijgen. Helaas zo blijkt uit reacties van zij die hem beter kennen, zijn dienaars als Koekelberg niet meer van deze tijd. Nu tellen bezieling en onbetaalde overuren niet meer.

Een ander zeer waardoor het primaatschap van de verkozenen worden ondergraven en waarover ik reeds enkele bijdragen schreef is de besluitvorming door sociale partners die het grootste federaal budget - buiten de politiek om – beheren.

In een rechtsstaat is er echter wel respect nodig voor de grondwet en de wetten. Deze rem op de politieke macht wordt echter de laatste tijd genegeerd. Zowel door de ongrondwettelijke verkiezingen als door de beslissingen die de lopende regering neemt zonder dat ze hiervoor kan afgestraft worden. Bizar is dat een begroting opstellen voor de komende jaren wél kan maar volgens minister van Binnenlandse Zaken Turtelboom kan de benoeming van een opvolger voor Koekelberg als politiechef niet. Zou een begroting minder belangrijk zijn dan de politieke verdeling van de postjes in de ambtenarij? Wordt het niet hoog tijd om iets te doen aan deze koehandel die quasi permanent de administratie verlamt?

De Belgische ziekte heeft vele gezichten en telkens opnieuw bewijst men dat ze onuitroeibaar is. Helaas wordt allengs duidelijk dat deze ziekte niet alleen persistent is maar ook zeer besmettelijk en een slechte leerschool was en blijft voor de Vlaamse beleidsverantwoordelijken. Een beter Vlaanderen waar elke weldenkende Vlaming van droomt kan niet als men ook in deze kwestie niet durft breken met deze ziekte en kiest voor een apolitieke functionele administratie die zich loyaal én enthousiast kwijt van haar taken. Opkijkt naar de hoogstaande politieke beleidsvoerders in plaats van zich te verkneukelen telkens wanneer opnieuw een wet onuitvoerbaar blijkt of – wat in feite nog erger is – weinig ethisch gedrag toelaat.

Pjotr

27 februari 2011

Als de vos de passie preekt

Over compenserende fouten

ANDERS GELEZEN

Wie dacht dat alle Franstaligen hetzelfde denken zal na het lezen van dS (25/02) wel verbaasd opgekeken hebben. Acht Franstaligen – volgens de redactie van dS gezaghebbende Brusselaars - laten weten dat voor hen de Belgen die kiezen om te wonen in Wallonië of Vlaanderen enige bescheidenheid aan de dag moeten leggen en onder meer de taal moeten leren van de gemeenschap waar ze deel van worden. Meteen een dikke pluim voor alle Vlamingen die dat vanzelfsprekend vinden. Ook de reacties in Le Soir – waarin hun opiniebijdrage eveneens gepubliceerd werd - waren zeer uiteenlopend, pro en contra in alle gradaties. De aandachtige lezer zal echter minder enthousiast zijn. Meest bekende ondertekenaar Philippe Van Parijs van de academische én politiek geïnspireerde (Belgischgezinde) lobbygroep PAVIA, verkondigt deze stelling al ettelijke jaren maar situeert deze wel in een globaal Belgicistisch verhaal waarin ook de federale kieskring en de erkenning van een volwaardig Brussels gewest onderdeel zijn. In deze bijdrage wordt daar nog de samenwerking met de omliggende Vlaamse en Waalse steden aan toegevoegd. Dat laatste – zoals we weten uit de nota van Di Rupo en de onverholen expansionistische interpretaties vanuit Franstalige hoek - moet institutioneel verankerd worden en beschermd door de genoegzaam bekende grendelwetgeving. Waarom kan men niet blijven bij het oorspronkelijke doel van een regio die naar analogie met de samenwerking tussen Zuid West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk enkel economische belangen dient en géén politieke, laat staan een institutioneel keurslijf?
Maar er is met deze opiniebijdrage veel meer fout. Of zou er dan niemand beseffen dat Van Parijs en zijn medestanders, waaronder ook Vlamingen , Vande Lanotte en SP.A op kop, hiermee eigenlijk zeggen dat Vlaanderen op zoek moet naar een nieuwe hoofdstad? Want geef toe, met de erkenning van Brussel als gelijkwaardige deelstaat kan Vlaanderen onmogelijk deze erkende deelstaat nog als hoofdstad claimen.

Toen ik een tijd geleden aan Philippe Van Parijs voorstelde om een federale kieskring te organiseren voor Brussel (naast de inwoners zou iedereen die er werkt een bescheiden deel van zijn belastingen betalen in Brussel maar er ook kunnen deelnemen aan de verkiezingen) vond hij dat toch niet zo’n goed idee. Volgens hem zou deze oplossing de grote werkloosheid in Brussel niet oplossen. Het idee van stemrecht voor pendelaars, zou hij eens bekijken. Sindsdien géén woord meer gehoord. Wat is er mis met de idee dat al wie belang heeft bij de goede functionering van deze stad, Vlamingen en Walen die er dagelijks mee geconfronteerd worden, mee zouden bepalen hoe deze stad functioneert? Als de vos de passie preekt ….

Wie dacht dat de nieuwsarme Wetstraat ook merkbaar zou zijn in de dikte van de kranten, heeft een verkeerde kijk op de nieuwe opdracht van de kranten: infotainment. De WE editie van dS met zijn bijlagen, zonder ‘jobat’, beslaat welgeteld tweehonderd bladzijden. Hoeveel daarvan interessante informatie bieden is zelfs voor de weinig kritische lezer beperkt. Om het met de woorden van een redactielid van dS te zeggen, “in de WE editie wordt er niet veel ‘journalistiek’ nieuws gebracht”. Inderdaad, in deze edities komen vooral derden - al of niet tegen een vergoeding – hun verhaal vertellen. Mocht de redactie dan nog iemand aan het woord laten die over een onderwerp iets meer kennis heeft dan de doorsnee lezer, zou het boeiend kunnen zijn. Helaas volstaat meestal hun reputatie van Bekende Belg als verkoopsargument. Met deze marketeertechniek probeert men de variëteit van de klanten tevreden te stellen. Vanuit de gedachte dat zo elke lezer wel iets zal vinden dat hem of haar interesseert; een bijdrage van de eigen politicus die vanzelfsprekend gelijk heeft, de BB die in zijn column er nog eens een lap op geeft. Kortom het eigen groot gelijk breed uitgesmeerd zodat de gazet aanslaat. Of deze zware ecologische voetafdruk getuigt van moderniteit weten we niet, maar dat het zoeken is naar evenwichtige journalistieke bijdragen in de WE editie, dat in elk geval. De vraag die toch wel mag gesteld worden is of al die botsende meningen ook een beter inzicht verschaffen. Wat we in elk geval de waarheidzoekende lezer kunnen aanbevelen is om de dS gedurende minsten een volle week te lezen, want de waarheid van de ene wordt enkele dagen later tegengesproken door de waarheid van de andere. Kortom, elke dag zijn waarheid of gewoon compenserende fouten.

In een interview met Humo enkele jaren geleden schreef de grote krantenbaas van dS dat het met de objectiviteit van de krant wel los liep want hij kreeg regelmatig reclamaties van alle politieke partijen. De socialisten verweten hem de tsjeven voor te trekken en de christendemocraten het omgekeerde. Wat blijkbaar niet bij hem noch de interviewer opkwam was de mogelijkheid dat zowel het ene artikel tégen de rooien als het andere tégen de tsjeven inderdaad niet getuigden van neutraliteit laat staan van objectiviteit. Het volstaat blijkbaar om in alle richtingen te schieten – met of zonder spek – om aanspraak te kunnen maken op het label van kwaliteitskrant. Anders gelezen: kwaliteit als resultaat van compenserende fouten.

Zo was er de hetze wegens een uithaal van Bart De Wever naar de kunstenaars die zich opwerpen als de verdedigers van België en elke vorm van Vlaamse gemeenschapsvorming afdoen als kneuterigheid. Tegenover deze beperkte column kwam cultureel Vlaanderen ruimschoots aan bod in dS; ze vulden tienmaal meer publicatieruimte dan hun opponent. Kneuterigheid is zo stilaan het meest gebruikte cultuurwoord geworden in hun zo hoogstaand grijnslachtaaltje. Na Geert Van Istendael en Geert Buelens was er Jan Goossens, artistiek leider van de KVS die op zijn beurt De Wever eens flink de oren mocht wassen. Waarbij hij uiteraard niet naliet om te vermelden dat “in mijn mooi Vlaanderen verlagen politieke leiders zich niet tot populistische kunsthaat, maar verdedigen ze een dynamisch en autonoom cultuurleven met stevige overheidssteun.” Dat De Wever in de dinsdagkrant op geen enkel moment over kunst zelf sprak waren de lezers natuurlijk al vergeten. Topper met twee en een halve bladzijde was Karel De Gucht die tekeer ging tegen de Vlaamsnationale kringredenering. Op de voorpagina wordt de lezer gelokt naar zijn bijdrage met de titel “Mogen we het nog oneens zijn met het nationalisme?” Na het lezen van de andere bijdragen lijkt mij dat een retorische vraag die men echter ook anders kan lezen, inclusief een relevant antwoord , namelijk dat het inderdaad mag om kritiek te hebben op alles wat te Vlaams is, maar het moet niet meer! Blijkbaar zit het de Belgicisten toch wel hoog dat de tijden voorbij zijn waar ze ongegeneerd nationalisten konden afdoen als mentaal gehandicapten, mestkevers of houtwormen die men best met boot en al liet vergaan in de Noordzee – liefst in de winter. Dat de calimeros van kamp veranderd zijn en men nu spreekt van kaakslagbelgicisten mag weldenkend Vlaanderen deugd doen, maar het moet niet.

Pjotr
ANDERS GELEZEN

22 februari 2011

Een visie of meer van hetzelfde?

ANDERS GELEZEN

De verovering van het wereldrecord ‘mislukte regeringsvorming’ gaf aanleiding tot surrealistische feestjes; België ten voeten uit! Met de resterende regeringen valt er ondertussen best wel goedkoop te regeren. Maar ooit moet er toch een oplossing komen voor de huidige politieke impasse. Waar iedereen op wacht is een enthousiasmerend nieuw project.

De communautaire ruzie tussen Vlaanderen en Franstalig België was en is in de eerste plaats een ruzie om de macht via de institutionele inrichting van ‘de staat”. Maar niemand kan nog ontkennen dat de steeds weerkerende communautaire polemieken en de compromissen niet langer onderdeel zijn van een louter politieke ruzie maar de bevolking in haar geheel - het maatschappelijk samenleven - zwaar onder druk hebben gezet. In Knack (16/02) doet Etienne Davignon hierover een opmerkelijke uitspraak: “Het probleem is: als je niet weet wat je wil bereiken, komt het compromis in de plaats van het project. Er is lang gedacht dat het beter was om hele ingewikkelde akkoorden te maken. Wat de mensen niet begrepen, zouden ze gemakkelijker slikken. Dat is voor een deel waar, maar het is fundamenteel fout. (…) Het is fundamenteel fout omdat de dubbelzinnigheid over het einddoel blijft bestaan. Een duidelijker beschuldiging aan het adres van de loodgieters van weleer is nauwelijks denkbaar. Met deze uitspraak geeft hij Bart De Wever gelijk toen hij stelde dat niet N-VA maar de staatsdragende partijen en hun zo geroemde staatslieden van weleer verantwoordelijk zijn voor de huidige institutionele toestand.

In zijn gastcollege aan de universiteit Gent, leerstoel politicologie, biedt Johan Vande Lanotte ons een nieuwe visie, ditmaal niet als mislukte onderhandelaar maar als academicus. Een verhaal voor België en zijn deelstaten. In dS (18/02) wordt hierover uitvoerig verslag uitgebracht en de aanhef klinkt alvast bijzonder vernieuwend. “Geen federatie, geen confederatie maar een Belgische Unie, naar analogie van de Europese Unie.” Veelbelovend en hartverwarmend voor flaminganten, want is de EU niet hét voorbeeld van een organisatie waarin de lidstaten, ook Vlaanderen, zelfstandig zijn? Een structuur die zelfs voor de meest Europagezinde politicus geen Verenigd Europa maar een Europa van de natiestaten is. Helaas is deze aanhef inclusief de nieuwe woordenschat slechts peptalk voor hetzelfde. Ook Dave Sinardet komt in zijn column (dS 21/02) tot dezelfde conclusie. Meer zelfs, hij beweert dat wat Vande Lanotte zegt allemaal op de onderhandelingstafel ligt. En inderdaad, wie verder leest stelt vast dat in Vande Lanotte zijn project, België gewoon een federale staat blijft. Even opvallend waren de gelijklopende reacties van professor Devos (organisator van het gastcollege) en Karel De Gucht (op radio 1 de volgende ochtend), namelijk dat zijn project niet bruikbaar is als oplossing voor de huidige impasse. Waarmee de lezing van Sinardet wortdt tegengesproken. Politicologie is nu eenmaal geen exacte wetenschap maar een kwestie van invalshoek (of vooroordeel).

In zijn verdere uitleg zegt Vande Lanotte dat “Een Unie betekent dat er duidelijke taakstellingen zijn op de verschillende niveaus, afzonderlijke financiële verantwoordelijkheden en regels over hoe de unie en de deelstaten zich tot elkaar verhouden.” Dit veelbelovend uitgangspunt worden heel snel uitgehold door onder meer zijn antwoorden op de gestelde vragen. Eén van die vragen luidde: Wat doet de Belgische Unie? Tien kerntaken: 1. defensie; 2. buitenlands beleid en ontwikkelingssamenwerking; 3.migratie en asiel; 4. veiligheidsbeleid; 5. de financiering van de sociale zekerheid; 6. het beheer van de uitgaven in de sociale zekerheid (pensioenen), met uitzondering van die onderdelen waarvan de middelen op een geobjectiveerde manier aan de deelstaten worden toegewezen (gezinsbijslagen); 7. financiering van de deelstaten, voor dat deel waarvoor ze geen eigen fiscale bevoegdheid hebben; 8. garanderen van de minderheidsrechten; 9.garanderen van de economische monetaire unie; 10. coördinatie van internationale verplichtingen.
Deze opsomming heeft het grote voordeel van de duidelijkheid die er (gewild) nooit was met de compromissen à la belge. In feite zou men zijn antwoord als een proeve van invulling van art 35 van de Grondwet kunnen lezen. Daarom moeten de opgesomde beleidsdomeinen getoetst worden aan de criteria waaraan een bevoegdheidsverdeling moet voldoen wil ze ook leiden tot goed bestuur: in de eerste plaats gaat het om de vraag of de deelstaten dezelfde visie delen voor deze opdrachten. Dat blijkt alvast niet het geval te zijn voor asiel en migratie, het veiligheidsbeleid en de financiering van de sociale zekerheid, waarover er tussen Noord en Zuid duidelijke verschillen zijn. Of beter gezegd, waar een regionale meerderheid tegengestelde visies over heeft. Wanneer men deze beleidsdomeinen toch samenhoudt zal dat niet leiden tot een krachtdadig bestuur maar tot de onvoldragen beleidscompromissen en impasse die het huidige federaal systeem kenmerken.

Over die compromisbereidheid die er aan Vlaamsgezinde kant niet zou bestaan wordt het hoog tijd om even te herinneren aan de oorzaak van deze onwilligheid. In het verleden werden inderdaad compromissen afgesloten waarin Wallonië telkens hetzelfde kreeg als Vlaanderen, maar waarvoor enkel Vlaanderen een prijs diende te betalen. Een prijs onder vorm van minder democratie of meer financiële steun vanuit Vlaanderen. Dat het armlastig Brussel voor Vande Lanotte zelfstandig mag worden terwijl Vlaanderen er wél moet blijven voor betalen bewijst nog maar eens hoezeer het compromis gebruikt wordt om Vlaanderen tot inschikkelijkheid te dwingen. Is het dan niet vanzelfsprekend dat weldenkende Vlamingen deze eenzijdige vorm van consensusdemocratie afwijzen?

Een opmerkelijke uitspraak die aantoont hoezeer de geesten in Franstalig België vastgeroest zijn, lazen we in de Knack editie van 16/02, onder de titel ‘Gesprekken over België’. Daarin krijgt Béatrice Delvaux, hoofdredacteur van Le Soir, de gelegenheid om zich uit te spreken over de positie van haar krant en haar visie op de toekomst. Ze weert zich tegen het slechte imago dat haar krant heeft in Vlaanderen. Het ressentiment van de Vlamingen over het aangedane onrecht is niet meer gepast want de situatie is veranderd. De positieve evolutie die zij ziet bij de Franstaligen blijkt alvast niet uit de eis van Brussel voor een eigen zelfstandigheid waarbij enkel nog het geld ( zonder inspraak) van het federale niveau welkom is. Ze klopt zichzelf vervolgens op de borst voor de vele bruggen die Le Soir samen met De Standaard heeft geslagen tussen de beide gemeenschappen. En zie de conclusie van deze samenwerking was voor haar duidelijk: “om deze staat te behouden moeten we de Vlamingen wat meer ademruimte geven.” Zou ik nu de énige zijn die de arrogantie van deze conclusie proef? Het bewijs dat Delvaux, net zoals haar krant én de meeste Franstalige politici, zowel Waalse als Brusselse, blijven steken in de overtuiging dat zij kunnen beslissen over wat goed is voor België en wat Vlaanderen nodig heeft en mag ‘krijgen’. Niet omdat het van harte gegund is, maar enkel om dit Franstalig België te redden.

Laten we duidelijk zijn: op basis van dergelijke misplaatste attitude kan nooit een enthousiasmerende toekomstvisie worden geschreven voor Vlaanderen noch voor België.

Pjotr
ANDERS GELEZEN