ANDERS GELEZEN
De verovering van het wereldrecord ‘mislukte regeringsvorming’ gaf aanleiding tot surrealistische feestjes; België ten voeten uit! Met de resterende regeringen valt er ondertussen best wel goedkoop te regeren. Maar ooit moet er toch een oplossing komen voor de huidige politieke impasse. Waar iedereen op wacht is een enthousiasmerend nieuw project.
De communautaire ruzie tussen Vlaanderen en Franstalig België was en is in de eerste plaats een ruzie om de macht via de institutionele inrichting van ‘de staat”. Maar niemand kan nog ontkennen dat de steeds weerkerende communautaire polemieken en de compromissen niet langer onderdeel zijn van een louter politieke ruzie maar de bevolking in haar geheel - het maatschappelijk samenleven - zwaar onder druk hebben gezet. In Knack (16/02) doet Etienne Davignon hierover een opmerkelijke uitspraak: “Het probleem is: als je niet weet wat je wil bereiken, komt het compromis in de plaats van het project. Er is lang gedacht dat het beter was om hele ingewikkelde akkoorden te maken. Wat de mensen niet begrepen, zouden ze gemakkelijker slikken. Dat is voor een deel waar, maar het is fundamenteel fout. (…) Het is fundamenteel fout omdat de dubbelzinnigheid over het einddoel blijft bestaan. Een duidelijker beschuldiging aan het adres van de loodgieters van weleer is nauwelijks denkbaar. Met deze uitspraak geeft hij Bart De Wever gelijk toen hij stelde dat niet N-VA maar de staatsdragende partijen en hun zo geroemde staatslieden van weleer verantwoordelijk zijn voor de huidige institutionele toestand.
In zijn gastcollege aan de universiteit Gent, leerstoel politicologie, biedt Johan Vande Lanotte ons een nieuwe visie, ditmaal niet als mislukte onderhandelaar maar als academicus. Een verhaal voor België en zijn deelstaten. In dS (18/02) wordt hierover uitvoerig verslag uitgebracht en de aanhef klinkt alvast bijzonder vernieuwend. “Geen federatie, geen confederatie maar een Belgische Unie, naar analogie van de Europese Unie.” Veelbelovend en hartverwarmend voor flaminganten, want is de EU niet hét voorbeeld van een organisatie waarin de lidstaten, ook Vlaanderen, zelfstandig zijn? Een structuur die zelfs voor de meest Europagezinde politicus geen Verenigd Europa maar een Europa van de natiestaten is. Helaas is deze aanhef inclusief de nieuwe woordenschat slechts peptalk voor hetzelfde. Ook Dave Sinardet komt in zijn column (dS 21/02) tot dezelfde conclusie. Meer zelfs, hij beweert dat wat Vande Lanotte zegt allemaal op de onderhandelingstafel ligt. En inderdaad, wie verder leest stelt vast dat in Vande Lanotte zijn project, België gewoon een federale staat blijft. Even opvallend waren de gelijklopende reacties van professor Devos (organisator van het gastcollege) en Karel De Gucht (op radio 1 de volgende ochtend), namelijk dat zijn project niet bruikbaar is als oplossing voor de huidige impasse. Waarmee de lezing van Sinardet wortdt tegengesproken. Politicologie is nu eenmaal geen exacte wetenschap maar een kwestie van invalshoek (of vooroordeel).
In zijn verdere uitleg zegt Vande Lanotte dat “Een Unie betekent dat er duidelijke taakstellingen zijn op de verschillende niveaus, afzonderlijke financiële verantwoordelijkheden en regels over hoe de unie en de deelstaten zich tot elkaar verhouden.” Dit veelbelovend uitgangspunt worden heel snel uitgehold door onder meer zijn antwoorden op de gestelde vragen. Eén van die vragen luidde: Wat doet de Belgische Unie? Tien kerntaken: 1. defensie; 2. buitenlands beleid en ontwikkelingssamenwerking; 3.migratie en asiel; 4. veiligheidsbeleid; 5. de financiering van de sociale zekerheid; 6. het beheer van de uitgaven in de sociale zekerheid (pensioenen), met uitzondering van die onderdelen waarvan de middelen op een geobjectiveerde manier aan de deelstaten worden toegewezen (gezinsbijslagen); 7. financiering van de deelstaten, voor dat deel waarvoor ze geen eigen fiscale bevoegdheid hebben; 8. garanderen van de minderheidsrechten; 9.garanderen van de economische monetaire unie; 10. coördinatie van internationale verplichtingen.
Deze opsomming heeft het grote voordeel van de duidelijkheid die er (gewild) nooit was met de compromissen à la belge. In feite zou men zijn antwoord als een proeve van invulling van art 35 van de Grondwet kunnen lezen. Daarom moeten de opgesomde beleidsdomeinen getoetst worden aan de criteria waaraan een bevoegdheidsverdeling moet voldoen wil ze ook leiden tot goed bestuur: in de eerste plaats gaat het om de vraag of de deelstaten dezelfde visie delen voor deze opdrachten. Dat blijkt alvast niet het geval te zijn voor asiel en migratie, het veiligheidsbeleid en de financiering van de sociale zekerheid, waarover er tussen Noord en Zuid duidelijke verschillen zijn. Of beter gezegd, waar een regionale meerderheid tegengestelde visies over heeft. Wanneer men deze beleidsdomeinen toch samenhoudt zal dat niet leiden tot een krachtdadig bestuur maar tot de onvoldragen beleidscompromissen en impasse die het huidige federaal systeem kenmerken.
Over die compromisbereidheid die er aan Vlaamsgezinde kant niet zou bestaan wordt het hoog tijd om even te herinneren aan de oorzaak van deze onwilligheid. In het verleden werden inderdaad compromissen afgesloten waarin Wallonië telkens hetzelfde kreeg als Vlaanderen, maar waarvoor enkel Vlaanderen een prijs diende te betalen. Een prijs onder vorm van minder democratie of meer financiële steun vanuit Vlaanderen. Dat het armlastig Brussel voor Vande Lanotte zelfstandig mag worden terwijl Vlaanderen er wél moet blijven voor betalen bewijst nog maar eens hoezeer het compromis gebruikt wordt om Vlaanderen tot inschikkelijkheid te dwingen. Is het dan niet vanzelfsprekend dat weldenkende Vlamingen deze eenzijdige vorm van consensusdemocratie afwijzen?
Een opmerkelijke uitspraak die aantoont hoezeer de geesten in Franstalig België vastgeroest zijn, lazen we in de Knack editie van 16/02, onder de titel ‘Gesprekken over België’. Daarin krijgt Béatrice Delvaux, hoofdredacteur van Le Soir, de gelegenheid om zich uit te spreken over de positie van haar krant en haar visie op de toekomst. Ze weert zich tegen het slechte imago dat haar krant heeft in Vlaanderen. Het ressentiment van de Vlamingen over het aangedane onrecht is niet meer gepast want de situatie is veranderd. De positieve evolutie die zij ziet bij de Franstaligen blijkt alvast niet uit de eis van Brussel voor een eigen zelfstandigheid waarbij enkel nog het geld ( zonder inspraak) van het federale niveau welkom is. Ze klopt zichzelf vervolgens op de borst voor de vele bruggen die Le Soir samen met De Standaard heeft geslagen tussen de beide gemeenschappen. En zie de conclusie van deze samenwerking was voor haar duidelijk: “om deze staat te behouden moeten we de Vlamingen wat meer ademruimte geven.” Zou ik nu de énige zijn die de arrogantie van deze conclusie proef? Het bewijs dat Delvaux, net zoals haar krant én de meeste Franstalige politici, zowel Waalse als Brusselse, blijven steken in de overtuiging dat zij kunnen beslissen over wat goed is voor België en wat Vlaanderen nodig heeft en mag ‘krijgen’. Niet omdat het van harte gegund is, maar enkel om dit Franstalig België te redden.
Laten we duidelijk zijn: op basis van dergelijke misplaatste attitude kan nooit een enthousiasmerende toekomstvisie worden geschreven voor Vlaanderen noch voor België.
Pjotr
ANDERS GELEZEN
22 februari 2011
18 februari 2011
Een ander Vlaanderen
ANDERS GELEZEN
In zijn commentaarstukje (dS 14/02) hekelt Guy Tegenbos iedereen die olie op het vuur giet in plaats van op de golven. Gelijk heeft hij, maar achter het negatieve mediakabaal schuilt het drama van België. Aan Franstalige – vooral Brusselse - zijde heeft men duidelijk de strijdbijl nog niet begraven en misbruikt men élke gelegenheid, zoals nu de begrafenis van Marie Rose Morel, om de Vlamingen te schofferen. Ook al focust dS op het feit dat de RTBF zich verontschuldigde – wat de volgende dag ontkent werd - het kwaad is geschied. In dS kreeg Guido Fontein (15/02) de kans om dit recht te zetten en de ware schuldigen aan te duiden: de Franstalige Brusselaars, Le Soir en RTBF op kop. Toch heb ik nooit één dissidente Waalse politieke stem gehoord of gelezen die duidelijk afstand nam van de anti-Vlaamse standpunten die door de RTBF en Le Soir worden ingenomen. Over de krantentitel van Het Laatste Nieuws schrijft hij: “In elk geval is het van de Vlaamse pers uit gezien bijna misdadig dit onderscheid (tussen Walen en Franstalige Brusselaars) niet in acht te nemen, of op zijn minst niet te kennen”. Terechte fout maar dat diezelfde Walen zoete broodjes bakken met de Franstalige Brusselaars – denk maar aan het project Wallo-Brux dat de Vlamingen negeert in Brussel en zo de hoofdstad van het land en van het Vlaams Gewest wil inlijven, lezen we uiteraard niets. Ook Dave Sinardet mag zich roeren in het debat (dS 15/02). “Excuses gaan niets oplossen, maar de RTBF moet hier wel lessen uit trekken”. En hij twittert, “de kop van HLN al even choquerend als RTBF-repo”. We mogen niet veralgemenen zegen ze unisono maar wat doen de RTBF en Le Soir al jarenlang? En vermits de RTBF een officiële zender is, lijkt het mij duidelijk dat zij ten minste de stilzwijgende goedkeuring hebben van hun politieke bestuurders, ook de Waalse.
Over de betekenis van wat werkelijk gebeurde in de kathedraal van A’pen ter gelegenheid van het afscheid van Marie-Rose Morel schreef Jean-Pierre Rondas een stukje in DM (16/02) dat in tegenstelling tot de andere gazettenpraat heel veel diepgang heeft en geschreven door een lid van de Gravensteengroep ongetwijfeld weerklank zal (of zou moeten ) vinden. Twee citaten: “In de Antwerpse kathedraal werd evident niet alleen een persoonlijke tragedie herdacht. Ik vermoedde al hoe daar ook de publieke tragedie van het cordon sanitaire een begin van ontknoping zou kennen. Deze met filosofische drogredenen goedgeprate ideologie die zich tegen een kwart van de bevolking richt. Een schutskring, niet tegen bacillen of ongedierte, maar tegen politiek besmette mensen. Ik voorvoelde hoe deze leer in het drama van de uitvaardienst misschien geknakt zou worden. Deze verwachting werd bewaarheid. We hoorden eerst, bij iemand als een Bart de Wever die het cordon in de feiten in stand helpt te houden, diepe spijt op het menselijke vlak. Het was tussen de overledene en hem tot een breuk gekomen, zei hij, "omwille van trots en partijpolitiek", een andere manier om uit te drukken dat zijn vroegere vriendin zich had geschaard bij een partij waarmee iedereen die nog iets wou betekenen in de Belgische politiek, hoorde te breken. Bitter, bitter griefde het hem”.
“De partijleiders van het Vlaams Belang, die de uitsluiting te ver hebben laten komen, moesten zich op uitdrukkelijke wens van de families ver van deze uitvaart houden. Dat ze zelfs de aflijvige hadden verstoten was hun voorlaatste misrekening geweest. Datzelfde weekend is Filip Dewinter, als een soort tweede Zampano in Fellini's La Strada met diens eeuwig herhaalde circusact, bezig met een megafoonactie tegen de illegaliteit. Hier gaat een partij ten gronde, niet zozeer aan het cordon van buitenaf, maar door de afwijzing van binnenuit. Door de verzoening, in het zicht van de dood, die zich richt tegen alle uitsluiting. De partijstructuur die de Vlaamse Leeuw had gekaapt, krijgt die verzoening nu in het gelaat - en weet uiteraard niet wat ermee aan te vangen. Een foute inschatting te veel. Het cordon zal dus verdampen, in het kader van een grootscheepse hertekening van het Vlaamse partijlandschap. Daarmee zal dan ook een begin zijn gemaakt met het herstel van de parlementaire democratie. Deze hertekening is zelfs een voorwaarde voor de hertekening van de staat België zelf. Tussen beide gebeurtenissen zal er waarschijnlijk geen al te grote tijdspanne liggen. Dit weekend hebben de mensen in en voor de kathedraal niet met de voeten, maar met de handen gestemd. Per applaus hebben ze de uitsluiting weggestemd. Tijd voor een nieuw geluid.”
Paul De Grauwe schrijft in Me Judice (12/02) onder de titel Waarheen met België?, over twee mogelijke scenario’s:
In een eerste scenario slagen de Belgische politici erin om een staatshervorming door te voeren die de conflictpunten tussen de twee gemeenschappen drastisch vermindert. Dit kan alleen door een verder doorgedreven decentralisatie waarbij België een confederatie wordt waarin een beperkt aantal taken gemeenschappelijk blijven (één leger, één koning, één voetbalploeg). Het zal echter buitengewoon moeilijk zijn om hierover consensus te vinden. Wat met de sociale zekerheid, bijvoorbeeld? Wordt deze in dit scenario ook gesplitst? Het wederzijdse vertrouwen tussen de Vlaamse en Franstalige politici is nu zo laag dat het moeilijk in te zien is hoe ze hierover een akkoord kunnen sluiten. De enige factor die dit scenario nog een redelijke kans geeft, is het bestaan van Brussel. Het is voor niemand duidelijk wat er met Brussel moet gebeuren bij een eventuele splitsing van het land. De onmogelijkheid om het probleem Brussel op te lossen zou wel de enige reden kunnen worden waarom het scenario van een Belgische confederatie een zekere realiteitswaarde behoudt.
Het tweede scenario, de splitsing van België, wordt alsmaar realistischer. Het wordt meer en meer duidelijk dat het land onbestuurbaar wordt. De sociale en politieke cohesie is volledig zoek. Er is geen dossier of de Vlaamse en Franstalige politici maken er een strijdpunt van. Het gevolg is politieke verlamming: niets geraakt nog beslist; alles moet uitgesteld worden. Op den duur zullen Belgen langs beide zijden van de taalgrens, ook de overgrote meerderheid die vandaag niet te vinden is voor Vlaamse of Waalse onafhankelijkheid, wel verplicht zijn het onvermijdelijke te aanvaarden, vooral dat het land onbestuurbaar is, en dat deugdelijk bestuur alleen nog mogelijk is door het land te splitsen. Op termijn is dit tweede scenario daarom de meest realistische.
Tegen het licht van de sociaal-economische situatie van België is dergelijke – voor de enen pessimistische en voor de anderen hoopvolle - uitspraak van iemand die niet direct bekend staat als een separatist veelzeggend.
Pjotr
In zijn commentaarstukje (dS 14/02) hekelt Guy Tegenbos iedereen die olie op het vuur giet in plaats van op de golven. Gelijk heeft hij, maar achter het negatieve mediakabaal schuilt het drama van België. Aan Franstalige – vooral Brusselse - zijde heeft men duidelijk de strijdbijl nog niet begraven en misbruikt men élke gelegenheid, zoals nu de begrafenis van Marie Rose Morel, om de Vlamingen te schofferen. Ook al focust dS op het feit dat de RTBF zich verontschuldigde – wat de volgende dag ontkent werd - het kwaad is geschied. In dS kreeg Guido Fontein (15/02) de kans om dit recht te zetten en de ware schuldigen aan te duiden: de Franstalige Brusselaars, Le Soir en RTBF op kop. Toch heb ik nooit één dissidente Waalse politieke stem gehoord of gelezen die duidelijk afstand nam van de anti-Vlaamse standpunten die door de RTBF en Le Soir worden ingenomen. Over de krantentitel van Het Laatste Nieuws schrijft hij: “In elk geval is het van de Vlaamse pers uit gezien bijna misdadig dit onderscheid (tussen Walen en Franstalige Brusselaars) niet in acht te nemen, of op zijn minst niet te kennen”. Terechte fout maar dat diezelfde Walen zoete broodjes bakken met de Franstalige Brusselaars – denk maar aan het project Wallo-Brux dat de Vlamingen negeert in Brussel en zo de hoofdstad van het land en van het Vlaams Gewest wil inlijven, lezen we uiteraard niets. Ook Dave Sinardet mag zich roeren in het debat (dS 15/02). “Excuses gaan niets oplossen, maar de RTBF moet hier wel lessen uit trekken”. En hij twittert, “de kop van HLN al even choquerend als RTBF-repo”. We mogen niet veralgemenen zegen ze unisono maar wat doen de RTBF en Le Soir al jarenlang? En vermits de RTBF een officiële zender is, lijkt het mij duidelijk dat zij ten minste de stilzwijgende goedkeuring hebben van hun politieke bestuurders, ook de Waalse.
Over de betekenis van wat werkelijk gebeurde in de kathedraal van A’pen ter gelegenheid van het afscheid van Marie-Rose Morel schreef Jean-Pierre Rondas een stukje in DM (16/02) dat in tegenstelling tot de andere gazettenpraat heel veel diepgang heeft en geschreven door een lid van de Gravensteengroep ongetwijfeld weerklank zal (of zou moeten ) vinden. Twee citaten: “In de Antwerpse kathedraal werd evident niet alleen een persoonlijke tragedie herdacht. Ik vermoedde al hoe daar ook de publieke tragedie van het cordon sanitaire een begin van ontknoping zou kennen. Deze met filosofische drogredenen goedgeprate ideologie die zich tegen een kwart van de bevolking richt. Een schutskring, niet tegen bacillen of ongedierte, maar tegen politiek besmette mensen. Ik voorvoelde hoe deze leer in het drama van de uitvaardienst misschien geknakt zou worden. Deze verwachting werd bewaarheid. We hoorden eerst, bij iemand als een Bart de Wever die het cordon in de feiten in stand helpt te houden, diepe spijt op het menselijke vlak. Het was tussen de overledene en hem tot een breuk gekomen, zei hij, "omwille van trots en partijpolitiek", een andere manier om uit te drukken dat zijn vroegere vriendin zich had geschaard bij een partij waarmee iedereen die nog iets wou betekenen in de Belgische politiek, hoorde te breken. Bitter, bitter griefde het hem”.
“De partijleiders van het Vlaams Belang, die de uitsluiting te ver hebben laten komen, moesten zich op uitdrukkelijke wens van de families ver van deze uitvaart houden. Dat ze zelfs de aflijvige hadden verstoten was hun voorlaatste misrekening geweest. Datzelfde weekend is Filip Dewinter, als een soort tweede Zampano in Fellini's La Strada met diens eeuwig herhaalde circusact, bezig met een megafoonactie tegen de illegaliteit. Hier gaat een partij ten gronde, niet zozeer aan het cordon van buitenaf, maar door de afwijzing van binnenuit. Door de verzoening, in het zicht van de dood, die zich richt tegen alle uitsluiting. De partijstructuur die de Vlaamse Leeuw had gekaapt, krijgt die verzoening nu in het gelaat - en weet uiteraard niet wat ermee aan te vangen. Een foute inschatting te veel. Het cordon zal dus verdampen, in het kader van een grootscheepse hertekening van het Vlaamse partijlandschap. Daarmee zal dan ook een begin zijn gemaakt met het herstel van de parlementaire democratie. Deze hertekening is zelfs een voorwaarde voor de hertekening van de staat België zelf. Tussen beide gebeurtenissen zal er waarschijnlijk geen al te grote tijdspanne liggen. Dit weekend hebben de mensen in en voor de kathedraal niet met de voeten, maar met de handen gestemd. Per applaus hebben ze de uitsluiting weggestemd. Tijd voor een nieuw geluid.”
Paul De Grauwe schrijft in Me Judice (12/02) onder de titel Waarheen met België?, over twee mogelijke scenario’s:
In een eerste scenario slagen de Belgische politici erin om een staatshervorming door te voeren die de conflictpunten tussen de twee gemeenschappen drastisch vermindert. Dit kan alleen door een verder doorgedreven decentralisatie waarbij België een confederatie wordt waarin een beperkt aantal taken gemeenschappelijk blijven (één leger, één koning, één voetbalploeg). Het zal echter buitengewoon moeilijk zijn om hierover consensus te vinden. Wat met de sociale zekerheid, bijvoorbeeld? Wordt deze in dit scenario ook gesplitst? Het wederzijdse vertrouwen tussen de Vlaamse en Franstalige politici is nu zo laag dat het moeilijk in te zien is hoe ze hierover een akkoord kunnen sluiten. De enige factor die dit scenario nog een redelijke kans geeft, is het bestaan van Brussel. Het is voor niemand duidelijk wat er met Brussel moet gebeuren bij een eventuele splitsing van het land. De onmogelijkheid om het probleem Brussel op te lossen zou wel de enige reden kunnen worden waarom het scenario van een Belgische confederatie een zekere realiteitswaarde behoudt.
Het tweede scenario, de splitsing van België, wordt alsmaar realistischer. Het wordt meer en meer duidelijk dat het land onbestuurbaar wordt. De sociale en politieke cohesie is volledig zoek. Er is geen dossier of de Vlaamse en Franstalige politici maken er een strijdpunt van. Het gevolg is politieke verlamming: niets geraakt nog beslist; alles moet uitgesteld worden. Op den duur zullen Belgen langs beide zijden van de taalgrens, ook de overgrote meerderheid die vandaag niet te vinden is voor Vlaamse of Waalse onafhankelijkheid, wel verplicht zijn het onvermijdelijke te aanvaarden, vooral dat het land onbestuurbaar is, en dat deugdelijk bestuur alleen nog mogelijk is door het land te splitsen. Op termijn is dit tweede scenario daarom de meest realistische.
Tegen het licht van de sociaal-economische situatie van België is dergelijke – voor de enen pessimistische en voor de anderen hoopvolle - uitspraak van iemand die niet direct bekend staat als een separatist veelzeggend.
Pjotr
11 februari 2011
Boetekleed is géén rechtzetting meer
ANDERS GELEZEN
De moeder van alle rechtzettingen, die met brio de prijs van de media 2011 zal halen stond te lezen in dS WE editie van 5 februari. Niet één maar alletwee de hoofdredacteurs van De Standaard trekken het boetekleed aan. Stel u voor, de kwaliteitskrant heeft een mail geloofd waarin Luc Cortebeeck zijn ontslag aankondigt als voorzitter van het ACV. Terechte rechtzetting maar de totaal overtrokken mea culpa bewijst hoe gevoelig foute informatie over een lid van het establishement is. Wat een verschil met de talloze foute of eenzijdige berichtgeving, scheldpartijen waarbij slechts gewone mensen in een kwaad daglicht worden gesteld en waarover reacties niet eens de gedrukte krant halen. Grijnslachjournalistiek en schelden dat het een lieve lust is kan in dS maar oh wee als er verkeerde informatie gepubliceerd wordt over een belangrijk personage – bovendien behorend tot het selecte kransje waartoe ook de eigen krantenbaas Thomas Leysen behoort. Dan moeten de hoofdredacteurs van de onafhankelijke redactie, persoonlijk en met foto, op hun knieën vergiffenis vragen. We zouden graag zien dat ze dat ook doen voor de talrijke andere blunders. Quid non.
Netjes doorgeprikt. In mijn vorige Anders Gelezen citeerde ik een lezer die het moeilijk had met de censuur in dS online terwijl in de gedrukte versie van dS wel anti-Vlaamse scheldpartijen aanvaard worden. Bij wijze van experiment reageerde een andere lezer, F.T., in dS online op het artikel van Pascal Delwit (dS 31/01) met volgende zinnetje: “Straks blazen ze zich nog een klaplong met hun gele ballonnen, bekropen door de droom dat men spoedig, misschien deze zomer nog, zijn moddervette pens ... etc.” Resultaat: de reactie werd vakkundig verwijderd door de censor van dienst. Wat deze censor niet wist was dat deze tekst integraal werd overgenomen uit een opiniebijdrage van Dimitri Verhulst die voordien verscheen in de papieren dS (31.05.2010). Een schitterend idee waarmee deze attente lezer de onbetamelijke censuur van dS doorprikte als meten met twee maten en twee gewichten
Foute cijfers. Gebrek aan kwaliteit belet de redactie niet om in dezelfde editie zich op de borst te kloppen met uitstekende verkoopscijfers. ‘De Standaard verstevigt positie’ klinkt het jubelend. dS verkocht gemiddeld 93.711 papieren en digitale kranten. In het boek ‘De Vierde Onmacht’ schrijft Walter Zinzen over die cijfers het volgende: “In de officiële statistieken die het CIM (centrum voor informatie over de media) publiceert staat een merkwaardige kolom ‘verkoop aan derden’.Die blijkt te gaan over adverteerders die een deel van de reclamekosten betalen met abonnementen. Dat zijn dus virtuele abonnementen waar geen lezers tegenoverstaan. Voor het eerste trimester 2010 had De Morgen 2357 van die spookabonnementen. Het Laatste Nieuws 4437 en dS zelfs 8307. Zo is het natuurlijk niet moeilijk om te ‘groeien’. Einde citaat. Kijk eens aan de kwaliteitskrant als grootste sjoemelaar om toch maar te kunnen pronken met goede resultaten en zo niet alleen zijn lezers misleidt (waar blijft de rechtzetting?) maar ook alle adverteerders die op basis van deze deels fictieve abonnementen hun reclame in de krant te duur betalen.
Hoog tijd voor een rechtzetting. Wat hebben we allemaal niet mogen lezen over die arrogante onderzoeksrechter Wim De Troy die eiste dat hij zijn dienstvoertuig op de parking van de gevangenis mocht zetten. Dat een onderzoeksrechter zelfs geen dienstvoertuig heeft is maar een detail. Tegenover deze uitvergrote berichtgeving kon slechts een klein artikeltje in dS (dan nog overgenomen van De Morgen) over een Brusselse Franstalige onderzoeksrechter die onlangs weigerde om met zijn persoonlijk voertuig naar de gevangenis van St Gilles te gaan en daarvoor de steun kreeg van zijn overste Hennard, voorzitter van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg. Wat een verschil met de media aanpak van het gevangenisincident met De Troy. Minister De Clerck vond het zelfs nodig om hierover publiek tussen te komen. Maar dat heeft meer te maken – althans off the record –met de vermetele daad van deze onderzoeksrechter die het aandurfde om baron Van Steenkiste in voorhechtenis te nemen. De voorgeschiedenis van het gevangenisincident – waar nergens over te lezen viel - leest als een flagrante vorm van pesterij. Aanleiding was een vorig bezoek van de onderzoeksrechter en zijn griffier die zoals steeds hun wagen parkeerden op de binnenkoer en vervolgens zonder morren de metaaldetector doorliepen. Maar dan plots vond de verantwoordelijke cipier van dienst het absoluut nodig om te eisen dat de griffier haar BH zou uitdoen. Komaan zeg, dat is geen veiligheidsprobleem meer maar pesterij van het laagste allooi! Dat De Troy zijn griffier in bescherming nam was voldoende om hem de volgende keer te koeioneren. Hallo minister van Justitie en Gevangeniswezen, wat denkt u van dergelijk pestgedrag?
Misschien kunnen de kwaliteitskranten ook eens wat dieper graven in de aanval op diezelfde onderzoeksrechter in de zaak ('Salduz') over de rechtsbijstand door een advocaat vanaf het eerste verhoor van verdachten eens correct weergeven. Pas op 2 februari konden we een verdediging lezen in GVA (later overgenomen door andere kranten) door Antwerps procureur Herman Dams (voormalig kabinetschef van Jo Van Deurzen) die het volgende schrijft: “Het voorstel dat nu in de senaat ligt gaat veel te ver. Een verdachte zou bij elk verhoor een advocaat mogen inschakelen, die twee uur op zich mag laten wachten. Stel je voor dat een drugsdealer bij zijn eerste verhoor verklapt in wiens opdracht hij werkt, dan is het voor de advocaat een kleintje om de opdrachtgever te verwittigen. Zo wordt de strijd tegen de georganiseerde misdaad onmogelijk”. Is het dan de bedoeling van de wetgever om Justitie het leven nog moeilijker te maken? Ook in deze zaak miste minister De Clerck de kans om te zwijgen. Het is alvast duidelijk dat huidig wetsvoorstel nogal slordig werd ineengeknutseld en nog niet rijp is voor een stemming.
Zouden de onderzoeksjournalisten zich eens kunnen afvragen waarom De Troy en zijn medewerkers tijdens de vermaledijde Operatie Kelk alle dossiers meenamen uit het aartsbisschoppelijk paleis? Zou dat zijn omdat ze dat zo graag deden of omdat alle aanwezigen - bisschoppen en de erbij gehaalde secretaresse – plotsklaps leden aan amnesie? Zelfs niet meer wisten waar de notulen van vergaderingen worden bewaard. En ik die dacht dat het rechtschapen en geleerde mensen waren die niets te verbergen hadden.
Pjotr
Anders Gelezen
De moeder van alle rechtzettingen, die met brio de prijs van de media 2011 zal halen stond te lezen in dS WE editie van 5 februari. Niet één maar alletwee de hoofdredacteurs van De Standaard trekken het boetekleed aan. Stel u voor, de kwaliteitskrant heeft een mail geloofd waarin Luc Cortebeeck zijn ontslag aankondigt als voorzitter van het ACV. Terechte rechtzetting maar de totaal overtrokken mea culpa bewijst hoe gevoelig foute informatie over een lid van het establishement is. Wat een verschil met de talloze foute of eenzijdige berichtgeving, scheldpartijen waarbij slechts gewone mensen in een kwaad daglicht worden gesteld en waarover reacties niet eens de gedrukte krant halen. Grijnslachjournalistiek en schelden dat het een lieve lust is kan in dS maar oh wee als er verkeerde informatie gepubliceerd wordt over een belangrijk personage – bovendien behorend tot het selecte kransje waartoe ook de eigen krantenbaas Thomas Leysen behoort. Dan moeten de hoofdredacteurs van de onafhankelijke redactie, persoonlijk en met foto, op hun knieën vergiffenis vragen. We zouden graag zien dat ze dat ook doen voor de talrijke andere blunders. Quid non.
Netjes doorgeprikt. In mijn vorige Anders Gelezen citeerde ik een lezer die het moeilijk had met de censuur in dS online terwijl in de gedrukte versie van dS wel anti-Vlaamse scheldpartijen aanvaard worden. Bij wijze van experiment reageerde een andere lezer, F.T., in dS online op het artikel van Pascal Delwit (dS 31/01) met volgende zinnetje: “Straks blazen ze zich nog een klaplong met hun gele ballonnen, bekropen door de droom dat men spoedig, misschien deze zomer nog, zijn moddervette pens ... etc.” Resultaat: de reactie werd vakkundig verwijderd door de censor van dienst. Wat deze censor niet wist was dat deze tekst integraal werd overgenomen uit een opiniebijdrage van Dimitri Verhulst die voordien verscheen in de papieren dS (31.05.2010). Een schitterend idee waarmee deze attente lezer de onbetamelijke censuur van dS doorprikte als meten met twee maten en twee gewichten
Foute cijfers. Gebrek aan kwaliteit belet de redactie niet om in dezelfde editie zich op de borst te kloppen met uitstekende verkoopscijfers. ‘De Standaard verstevigt positie’ klinkt het jubelend. dS verkocht gemiddeld 93.711 papieren en digitale kranten. In het boek ‘De Vierde Onmacht’ schrijft Walter Zinzen over die cijfers het volgende: “In de officiële statistieken die het CIM (centrum voor informatie over de media) publiceert staat een merkwaardige kolom ‘verkoop aan derden’.Die blijkt te gaan over adverteerders die een deel van de reclamekosten betalen met abonnementen. Dat zijn dus virtuele abonnementen waar geen lezers tegenoverstaan. Voor het eerste trimester 2010 had De Morgen 2357 van die spookabonnementen. Het Laatste Nieuws 4437 en dS zelfs 8307. Zo is het natuurlijk niet moeilijk om te ‘groeien’. Einde citaat. Kijk eens aan de kwaliteitskrant als grootste sjoemelaar om toch maar te kunnen pronken met goede resultaten en zo niet alleen zijn lezers misleidt (waar blijft de rechtzetting?) maar ook alle adverteerders die op basis van deze deels fictieve abonnementen hun reclame in de krant te duur betalen.
Hoog tijd voor een rechtzetting. Wat hebben we allemaal niet mogen lezen over die arrogante onderzoeksrechter Wim De Troy die eiste dat hij zijn dienstvoertuig op de parking van de gevangenis mocht zetten. Dat een onderzoeksrechter zelfs geen dienstvoertuig heeft is maar een detail. Tegenover deze uitvergrote berichtgeving kon slechts een klein artikeltje in dS (dan nog overgenomen van De Morgen) over een Brusselse Franstalige onderzoeksrechter die onlangs weigerde om met zijn persoonlijk voertuig naar de gevangenis van St Gilles te gaan en daarvoor de steun kreeg van zijn overste Hennard, voorzitter van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg. Wat een verschil met de media aanpak van het gevangenisincident met De Troy. Minister De Clerck vond het zelfs nodig om hierover publiek tussen te komen. Maar dat heeft meer te maken – althans off the record –met de vermetele daad van deze onderzoeksrechter die het aandurfde om baron Van Steenkiste in voorhechtenis te nemen. De voorgeschiedenis van het gevangenisincident – waar nergens over te lezen viel - leest als een flagrante vorm van pesterij. Aanleiding was een vorig bezoek van de onderzoeksrechter en zijn griffier die zoals steeds hun wagen parkeerden op de binnenkoer en vervolgens zonder morren de metaaldetector doorliepen. Maar dan plots vond de verantwoordelijke cipier van dienst het absoluut nodig om te eisen dat de griffier haar BH zou uitdoen. Komaan zeg, dat is geen veiligheidsprobleem meer maar pesterij van het laagste allooi! Dat De Troy zijn griffier in bescherming nam was voldoende om hem de volgende keer te koeioneren. Hallo minister van Justitie en Gevangeniswezen, wat denkt u van dergelijk pestgedrag?
Misschien kunnen de kwaliteitskranten ook eens wat dieper graven in de aanval op diezelfde onderzoeksrechter in de zaak ('Salduz') over de rechtsbijstand door een advocaat vanaf het eerste verhoor van verdachten eens correct weergeven. Pas op 2 februari konden we een verdediging lezen in GVA (later overgenomen door andere kranten) door Antwerps procureur Herman Dams (voormalig kabinetschef van Jo Van Deurzen) die het volgende schrijft: “Het voorstel dat nu in de senaat ligt gaat veel te ver. Een verdachte zou bij elk verhoor een advocaat mogen inschakelen, die twee uur op zich mag laten wachten. Stel je voor dat een drugsdealer bij zijn eerste verhoor verklapt in wiens opdracht hij werkt, dan is het voor de advocaat een kleintje om de opdrachtgever te verwittigen. Zo wordt de strijd tegen de georganiseerde misdaad onmogelijk”. Is het dan de bedoeling van de wetgever om Justitie het leven nog moeilijker te maken? Ook in deze zaak miste minister De Clerck de kans om te zwijgen. Het is alvast duidelijk dat huidig wetsvoorstel nogal slordig werd ineengeknutseld en nog niet rijp is voor een stemming.
Zouden de onderzoeksjournalisten zich eens kunnen afvragen waarom De Troy en zijn medewerkers tijdens de vermaledijde Operatie Kelk alle dossiers meenamen uit het aartsbisschoppelijk paleis? Zou dat zijn omdat ze dat zo graag deden of omdat alle aanwezigen - bisschoppen en de erbij gehaalde secretaresse – plotsklaps leden aan amnesie? Zelfs niet meer wisten waar de notulen van vergaderingen worden bewaard. En ik die dacht dat het rechtschapen en geleerde mensen waren die niets te verbergen hadden.
Pjotr
Anders Gelezen
06 februari 2011
Confederalisme: vergeet de vlag
ANDERS GELEZEN
In dS pleitte Carl Devos (UGent) om alle mogelijke pistes te onderzoeken om uit de politieke impasse te raken. Deze week konden we in een Knack Extra editie lezen dat Bruno De Wever (eveneens UGent) een buikgevoel heeft: er komt iets heel nieuws aan dat België ten gronde zal veranderen. Het zou inderdaad tijd worden dat na alle heilloze compromisvoorstellen waarvan a priori geweten was dat de maximale toegevingen van de Franstaligen mijlenver uit de buurt liggen van de minimale eisen van de Vlamingen, echte staatsmannen opstaan die durven vooruit kijken en andere opties overwegen. Dat ze zoals elders in de wereld luisteren naar de bevolking en beseffen dat wij al die oeverloze discussies kotsbeu zijn en niet nog eens een compromis willen dat uitblinkt door onduidelijkheid. Omdat ook een nieuw compromis à la belge - net als alle voorgaande - na één dag reeds aanleiding zal geven tot een volgend rondje communautair geruzie. Confederalisme is het énige rationele politieke antwoord op de huidige maatschappelijke crisis van twee uit mekaar gegroeide gemeenschappen die toch nog enkele dingen willen en kunnen samen doen.
Om dit mogelijk te maken moeten de flaminganten niet de vlag van de onafhankelijkheid hijsen en moeten de Belgischgezinde Vlamingen en Franstaligen eindelijk eens loskomen van hun totaal achterhaald patriottisme. Het verschil tussen confederalisme op basis van onafhankelijke staten of een confederaal model via de invulling van artikel 35 van de Grondwet mag geen hinderpaal zijn voor een gemeenschappelijke houding van alle Vlaamsgezinde krachten. De tweede, een minimalistische oplossing voor de flaminganten – het zo genoemde confederaal model - druist niet in tegen de Baert doctrine en wanneer men artikel 35 van de Grondwet invult vanuit een vrijwillig aangegaan engagement dan komen we dicht in de buurt van het formele confederalisme waarbij onafhankelijke staten eveneens op vrijwillige basis voor bepaalde beleidsdomeinen samenwerken. Buitenlandse zaken en defensie, zijn daar de meest voor de hand liggende beleidsdomeinen voor.
Voor het invullen van art 35 GW zijn er echter twee voorwaarden. De eerste betreft de bereidheid van beide gemeenschappen om samen te werken. Dit is slechts denkbaar als de ene gemeenschap de andere respecteert, zowel het territorium als de cultuur en uiteraard het alleenrecht om binnen de eigen grenzen een ander beleid te voeren. De tweede voorwaarde slaat op de afweging of een samenwerking kan op basis van een gemeenschappelijke visie én de bereidheid om hieraan loyaal bij te dragen. Kortom, wanneer we hetzelfde streefdoel hebben en op een evenwichtige manier willen bijdragen om dit streefdoel te realiseren, kan een samenwerking zeer positief zijn. Zo dit niet het geval is, moeten de gemeenschappen de kans hebben om hun eigen beleid te voeren.
De efficiëntiewinst dank zij homogene beleidsdomeinen is evident. Daarenboven zorgt de responsabilisering van de gemeenschappen ervoor dat de zaken op orde gehouden worden in plaats van de actuele Belgische situatie met een uit de hand gelopen staatsschuld; emanatie van politieke laksheid en het bewijs dat België als staat reeds tientallen jaren boven zijn stand leeft. In een confederaal model kan het interessant zijn om samen te werken voor de uitvoerende administratieve taken, zelfs voor de bevoegdheden van de deelstaten, naar analogie met bedrijven die hun administratie eveneens uitbesteden. Een gemeenschappelijke innings- of uitbetalingsdienst op basis van normen die bepaald worden door de deelstaten en die hiervoor het nodige geld ter beschikking stellen is zo’n praktische oplossing. Dan kan ook voor de Delcrederedienst die een staatswaarborg biedt voor exporteurs.
In een confederale staat of een organisatie volgens het confederaal model, beschikt het confederale niveau slechts over de volledige bevoegdheid voor de afgesproken beleidsdomeinen, waardoor een drastische afslanking van zowel de wetgevende als de uitvoerende macht vanzelfsprekend is. Een tweekamerstelsel wordt een overbodige luxe en voor de democratische controle volstaat één Kamer, samengesteld uit regionaal verkozen afgevaardigden, ruimschoots.
Het probleem Brussel kan door deze nieuwe invalshoek tot zijn ware proporties worden herleid: een stad van iets meer dan 1 miljoen inwoners die niet voldoende financiële middelen heeft om de hoofdstad te zijn van de confederatie en internationaal centrum, maar voor de sponsoring geen verantwoording wil afleggen. Als het waar zou zijn – wat ik betwijfel – dat de eigen Brusselse identiteit de gemeenschappen heeft vervangen en de Brusselse Vlamingen, net zoals de Franstaligen de facto Nederlandstalige Brusselaars zijn geworden, dan moet deze nieuwe gemeenschap de kans krijgen om zijn eigen verantwoordelijkheid op te nemen. Komt het tot een echte confederatie kan Brussel beslissen een eigen entiteit te vormen en zelf beslissen wat ze samen willen doen met Vlaanderen en Wallonië. Indien het tot een confederaal model komt en Brussel de hoofdstad wil zijn van de deelstaten kan het in functie van de rol die het nog wil vervullen onderhandelen over de nodige steun. Zo komt er een einde aan de perverse rol die de politieke verantwoordelijken van deze stad spelen, namelijk als eeuwige dwarsliggers, die de twee grootste gemeenschappen gijzelen omwille van het eigenbelang. Inderdaad eigenbelang, want de rol van Brussel doorheen de laatste 100 jaar was deze van een centrum dat zijn welvaart dankte en nog altijd dankt aan de economische prestaties die geleverd werden in Wallonië vroeger en in Vlaanderen vandaag. Het getuigt daarom van een ondraaglijke arrogantie wanneer ze datzelfde Vlaanderen géén deel laten hebben aan het internationaal imago van Brussel. Begrijpelijk dat steeds meer Vlaamse politici het zo moeilijk hebben met een stad die vér boven zijn eigen soortelijk gewicht speelt. Het doet mij denken aan de vaderlandse politici die de vaders zijn van elk economisch succes maar bij elke terugval luidkeels hun onmacht uitschreeuwen. Brussel die – zouden we het vergeten? – minder belastingen betaalt dan we zouden mogen verwachten volgens hun bevolkingsaandeel en ondanks de talrijke maatschappelijke zetels van internationale maar ook Vlaamse topbedrijven.
Verkiezingen die eindelijk over iets gaan, schreef Rik Van Cauwelaert een tijdje geleden reeds in Knack en ook Carl Devos denkt aan verkiezingen als alternatief. Geen traditionele verkiezing van politici en politieke partijen die afkomen met vage beloften, maar historische verkiezingen over een politiek systeem. Laat de kiezers uitspraak doen over volgende mogelijkheden (met tussen haakjes de partijen zoals ze zich nu profileren):
1. een unitair België; (kies voor BUB)
2. een federale staat zoals vandaag met enkele aanpassingen waarover beide gemeenschappen het eens zijn; (kies voor SP.A, Groen!, CD&V of Open VLD)
3. een confederaal model met homogene bevoegdheden voor de deelstaten en een vrijwillige samenwerking in welafgelijnde domeinen op confederaal niveau; (kies voor CD&V, N-VA, LDD)
4. een confederatie van onafhankelijke staten; (kies voor N-VA, VB, LDD)
5. een eenzijdige proclamatie van de Vlaamse onafhankelijkheid. (kies voor VB)
Bij het lezen van voorgaande zal wel niemand het spagaat binnen CD&V en N-VA ontgaan zijn, maar wie de grondstroom in Vlaanderen een beetje volgt weet dat de Vlaamse resoluties en de Octopusnota als verkiezingsprogramma voorbijgestreefd zijn. Met zo'n achterhaald programma krijgen we inderdaad overbodige verkiezingen en kunnen we ons beter een stembusgang besparen. Dan doet België maar voort tot het zichzelf tegenkomt. Want als we iets geleerd hebben uit al het gebroddel van de voorbije decennia is het wel dat zachte heelmeesters stinkende wonden veroorzaken. Een staat zonder maatschappelijk draagvlak.
Pjotr
In dS pleitte Carl Devos (UGent) om alle mogelijke pistes te onderzoeken om uit de politieke impasse te raken. Deze week konden we in een Knack Extra editie lezen dat Bruno De Wever (eveneens UGent) een buikgevoel heeft: er komt iets heel nieuws aan dat België ten gronde zal veranderen. Het zou inderdaad tijd worden dat na alle heilloze compromisvoorstellen waarvan a priori geweten was dat de maximale toegevingen van de Franstaligen mijlenver uit de buurt liggen van de minimale eisen van de Vlamingen, echte staatsmannen opstaan die durven vooruit kijken en andere opties overwegen. Dat ze zoals elders in de wereld luisteren naar de bevolking en beseffen dat wij al die oeverloze discussies kotsbeu zijn en niet nog eens een compromis willen dat uitblinkt door onduidelijkheid. Omdat ook een nieuw compromis à la belge - net als alle voorgaande - na één dag reeds aanleiding zal geven tot een volgend rondje communautair geruzie. Confederalisme is het énige rationele politieke antwoord op de huidige maatschappelijke crisis van twee uit mekaar gegroeide gemeenschappen die toch nog enkele dingen willen en kunnen samen doen.
Om dit mogelijk te maken moeten de flaminganten niet de vlag van de onafhankelijkheid hijsen en moeten de Belgischgezinde Vlamingen en Franstaligen eindelijk eens loskomen van hun totaal achterhaald patriottisme. Het verschil tussen confederalisme op basis van onafhankelijke staten of een confederaal model via de invulling van artikel 35 van de Grondwet mag geen hinderpaal zijn voor een gemeenschappelijke houding van alle Vlaamsgezinde krachten. De tweede, een minimalistische oplossing voor de flaminganten – het zo genoemde confederaal model - druist niet in tegen de Baert doctrine en wanneer men artikel 35 van de Grondwet invult vanuit een vrijwillig aangegaan engagement dan komen we dicht in de buurt van het formele confederalisme waarbij onafhankelijke staten eveneens op vrijwillige basis voor bepaalde beleidsdomeinen samenwerken. Buitenlandse zaken en defensie, zijn daar de meest voor de hand liggende beleidsdomeinen voor.
Voor het invullen van art 35 GW zijn er echter twee voorwaarden. De eerste betreft de bereidheid van beide gemeenschappen om samen te werken. Dit is slechts denkbaar als de ene gemeenschap de andere respecteert, zowel het territorium als de cultuur en uiteraard het alleenrecht om binnen de eigen grenzen een ander beleid te voeren. De tweede voorwaarde slaat op de afweging of een samenwerking kan op basis van een gemeenschappelijke visie én de bereidheid om hieraan loyaal bij te dragen. Kortom, wanneer we hetzelfde streefdoel hebben en op een evenwichtige manier willen bijdragen om dit streefdoel te realiseren, kan een samenwerking zeer positief zijn. Zo dit niet het geval is, moeten de gemeenschappen de kans hebben om hun eigen beleid te voeren.
De efficiëntiewinst dank zij homogene beleidsdomeinen is evident. Daarenboven zorgt de responsabilisering van de gemeenschappen ervoor dat de zaken op orde gehouden worden in plaats van de actuele Belgische situatie met een uit de hand gelopen staatsschuld; emanatie van politieke laksheid en het bewijs dat België als staat reeds tientallen jaren boven zijn stand leeft. In een confederaal model kan het interessant zijn om samen te werken voor de uitvoerende administratieve taken, zelfs voor de bevoegdheden van de deelstaten, naar analogie met bedrijven die hun administratie eveneens uitbesteden. Een gemeenschappelijke innings- of uitbetalingsdienst op basis van normen die bepaald worden door de deelstaten en die hiervoor het nodige geld ter beschikking stellen is zo’n praktische oplossing. Dan kan ook voor de Delcrederedienst die een staatswaarborg biedt voor exporteurs.
In een confederale staat of een organisatie volgens het confederaal model, beschikt het confederale niveau slechts over de volledige bevoegdheid voor de afgesproken beleidsdomeinen, waardoor een drastische afslanking van zowel de wetgevende als de uitvoerende macht vanzelfsprekend is. Een tweekamerstelsel wordt een overbodige luxe en voor de democratische controle volstaat één Kamer, samengesteld uit regionaal verkozen afgevaardigden, ruimschoots.
Het probleem Brussel kan door deze nieuwe invalshoek tot zijn ware proporties worden herleid: een stad van iets meer dan 1 miljoen inwoners die niet voldoende financiële middelen heeft om de hoofdstad te zijn van de confederatie en internationaal centrum, maar voor de sponsoring geen verantwoording wil afleggen. Als het waar zou zijn – wat ik betwijfel – dat de eigen Brusselse identiteit de gemeenschappen heeft vervangen en de Brusselse Vlamingen, net zoals de Franstaligen de facto Nederlandstalige Brusselaars zijn geworden, dan moet deze nieuwe gemeenschap de kans krijgen om zijn eigen verantwoordelijkheid op te nemen. Komt het tot een echte confederatie kan Brussel beslissen een eigen entiteit te vormen en zelf beslissen wat ze samen willen doen met Vlaanderen en Wallonië. Indien het tot een confederaal model komt en Brussel de hoofdstad wil zijn van de deelstaten kan het in functie van de rol die het nog wil vervullen onderhandelen over de nodige steun. Zo komt er een einde aan de perverse rol die de politieke verantwoordelijken van deze stad spelen, namelijk als eeuwige dwarsliggers, die de twee grootste gemeenschappen gijzelen omwille van het eigenbelang. Inderdaad eigenbelang, want de rol van Brussel doorheen de laatste 100 jaar was deze van een centrum dat zijn welvaart dankte en nog altijd dankt aan de economische prestaties die geleverd werden in Wallonië vroeger en in Vlaanderen vandaag. Het getuigt daarom van een ondraaglijke arrogantie wanneer ze datzelfde Vlaanderen géén deel laten hebben aan het internationaal imago van Brussel. Begrijpelijk dat steeds meer Vlaamse politici het zo moeilijk hebben met een stad die vér boven zijn eigen soortelijk gewicht speelt. Het doet mij denken aan de vaderlandse politici die de vaders zijn van elk economisch succes maar bij elke terugval luidkeels hun onmacht uitschreeuwen. Brussel die – zouden we het vergeten? – minder belastingen betaalt dan we zouden mogen verwachten volgens hun bevolkingsaandeel en ondanks de talrijke maatschappelijke zetels van internationale maar ook Vlaamse topbedrijven.
Verkiezingen die eindelijk over iets gaan, schreef Rik Van Cauwelaert een tijdje geleden reeds in Knack en ook Carl Devos denkt aan verkiezingen als alternatief. Geen traditionele verkiezing van politici en politieke partijen die afkomen met vage beloften, maar historische verkiezingen over een politiek systeem. Laat de kiezers uitspraak doen over volgende mogelijkheden (met tussen haakjes de partijen zoals ze zich nu profileren):
1. een unitair België; (kies voor BUB)
2. een federale staat zoals vandaag met enkele aanpassingen waarover beide gemeenschappen het eens zijn; (kies voor SP.A, Groen!, CD&V of Open VLD)
3. een confederaal model met homogene bevoegdheden voor de deelstaten en een vrijwillige samenwerking in welafgelijnde domeinen op confederaal niveau; (kies voor CD&V, N-VA, LDD)
4. een confederatie van onafhankelijke staten; (kies voor N-VA, VB, LDD)
5. een eenzijdige proclamatie van de Vlaamse onafhankelijkheid. (kies voor VB)
Bij het lezen van voorgaande zal wel niemand het spagaat binnen CD&V en N-VA ontgaan zijn, maar wie de grondstroom in Vlaanderen een beetje volgt weet dat de Vlaamse resoluties en de Octopusnota als verkiezingsprogramma voorbijgestreefd zijn. Met zo'n achterhaald programma krijgen we inderdaad overbodige verkiezingen en kunnen we ons beter een stembusgang besparen. Dan doet België maar voort tot het zichzelf tegenkomt. Want als we iets geleerd hebben uit al het gebroddel van de voorbije decennia is het wel dat zachte heelmeesters stinkende wonden veroorzaken. Een staat zonder maatschappelijk draagvlak.
Pjotr
Abonneren op:
Posts (Atom)