07 september 2010

Elio’s ultieme hallucinatie

ANDERS GELEZEN

Elio Di Rupo’s ultieme poging om een compromis te bereiken over BHV, Brussel en de financieringswet is mislukt. Na lezing van de tekst die zowel door Knack als De Standaard werd vrijgegeven (in pdf formaat) kan men niet anders dan een zucht slaken van opluchting: dit is werkelijk een hallucinant voorstel. Eens Anders lezen.

Een eerste bevreemdende indruk is de onvoorstelbare schrik die spreekt uit het voorstel. De verlatingsangst bij de Franstalige bevolking waarover dS berichtte (7/09) is ook in dit document duidelijk voelbaar. Of wat dacht u van het voorstel om de mobiliteit, verkeersveiligheid en wegenwerken in de Vlaamse rand rond Brussel te onderwerpen aan een bijzondere wet waardoor Vlaanderen telkens de toelating moet krijgen van de andere twee gewesten, BHG en Wallonië, wanneer het de mobiliteitssituatie wil aanpassen. Een bijzondere wet die met een bijzondere meerderheid moet goedgekeurd worden en dus opnieuw een grendel schuift voor de Vlaamse autonomie zelfs in het eigen gewest. Blijkbaar heeft het beeld dat geschetst werd in de nepuitzending Bye Bye Belgium, waarbij de Brusselse tram niet mocht doorrijden naar Tervuren nu ook al de geesten beneveld van de preformateur en de PS. Daar is maar één woord voor: hallucinant

Een tweede belangrijke bedenking is dat Bart De Wever in een reactie op Canvas duidelijk liet verstaan dat niet enkel de koppeling van geld voor Brussel met de financieringswet essentieel was maar dat er nog andere losse eindjes waren zonder oplossing. Waarover zou hij het dan hebben?

Na een kritische lezing blijkt dat de Franstaligen absoluut niet opgeschoven zijn richting Vlaamse verzuchtingen, integendeel de allesoverheersende indruk is dat vooral Franstalig Brussel versterkt uit het dit voorstel komt, ten nadele van de Vlamingen zowel in als rond Brussel.
Als rechtvaardiging voor de bijkomende 500 miljoen euro verwijst de nota naar een Franstalige studie van 2003 (Facultés universitaires Saint Louis) en dat roept uiteraard vragen op. Het zou niet de eerste keer zijn dat een wetenschappelijke instelling een resultaat op maat aflevert. Voor zover bekend bestaat er géén studie die zowel de baten als de kosten van de hoofdstedelijke functie in rekening brengt. Een dure cheque voor een behoefte die de toets met de werkelijkheid niet doorstaat?
Maar laten we even de cijfers terzijde laten en lezen hoe Di Rupo de toekomst van de Vlamingen ziet in Brussel:
Zo schrijft hij over de taalwetgeving dat men zal waken over een onthaal in twee talen in de ziekenhuizen, politiecommissariaten en de smug. Hoe kan Vlaanderen na zoveel jaren van tekortkomingen in de toepassing van de bestaande taalwetgeving nog enig vertrouwen hebben in ‘men’. Daarenboven betekent het dat voor het onthaal de individuele tweetaligheid niet meer nodig is. Terug naar de tijd van de Nols loketten in Schaarbeek?
Voor de ééntalige politieagenten wil hij een practische oplossing zoeken. Concreet: tweetaligheid hoeft niet meer en wellicht denkt men aan nepstatuten om deze taaleis te omzeilen.
Verderop staat overigens met even zoveel woorden dat de gemeentelijke en gewestelijke diensten tweetalig zullen zijn. Opnieuw vervalt de individuele tweetaligheid waardoor de dienstverlening voor Nederlandstaligen zal verminderen. Is dát een teken van respect?

Over de aanpassingen van de Vlaamse vertegenwoordiging en deelname aan het beleid heeft hij eveneens enkele pijnlijke verrassingen in petto.

Met het schrappen van het verbod op tweetalige lijsten wordt de deur opengezet voor de Vlamingen van dienst die voor een bord linzensoep graag hun taal en cultuur zullen overboord gooien. Géén denkbeeldige situatie als men de Pascal Smets (SP.A), Sven Gatz (Open VLD) en andere Van Hengels bezig hoort. Voor zeer veel weldenkende Vlamingen is dit gewoon een stap naar de politieke uitschakeling van de Vlaamse beleidsdeelname in de eigen hoofdstad waarvoor we dan nog moeten extra geld betalen. Je moet maar durven.

Verder zijn er nog enkele onduidelijke voorstellen die met de grootste aandacht dienen bekeken te worden: zo is er sprake van constitutieve autonomie (voor Brussel) maar zonder de minste details. Verder wordt de taakverdeling binnen het BHG (zeg maar een beter bestuur) doorverwezen naar een werkgroep die voorstellen zal formuleren. Met andere woorden, het zal voor Sint Juttemis zijn.

En kijk eens aan, de zogezegde louter economische samenwerking tussen Brussel en zijn periferie (herinner u de oproep van zowel Vlaamse als Franstalige middenveldorganisaties) krijgt zowaar een exclusief politieke inhoud. Deze metropolitane gemeenschap zal bestaan uit vertegenwoordigers van de drie gewesten en geregeld worden door een bijzondere wet (nog maar eens een grendel). Wie dat leest denkt ongetwijfeld meer aan een carcan dan aan samenwerking.

Kortom, de eisen die de Franstaligen stelden in het ultieme compromis kunnen door géén enkele Vlaamse partij – tenzij een Belgischgezinde – aanvaard worden. Noch N-VA, noch CD&V zullen hun achterban kunnen overtuigen om dergelijke toegevingen te doen én daarbovenop nog 500 miljoen extra betalen. Ik denk dat Bart De Wever met zijn losse eindjes nog héél beleefd gebleven is, maar wellicht in zichzelf denkt: met alle Chinezen, maar niet met den dezen.

Wil iemand Elio Di Rupo en de Franstalige Brusselaars eens laten weten dat de Ultieme Hallucinatie, een Vlaams café in Brussel, al jaren dicht is en een Franstalige versie voor de Vlamingen al even du temps passé is. Of vergis ik mij?

Caro Elio, Chi troppo vuole, nulla stringe. Pietro

Pjotr

03 september 2010

Alleen geld telt?

ANDERS GELEZEN

Het was een week waarin de pers ons overdonderde met cijfers, vooral geldbedragen. Maar wie kan nog volgen? Zonder voldoende duiding en meestal zonder details die een wereld van verschil kunnen uitmaken, mag de lezer het zelf uitzoeken. Eens Anders lezen.

Bij wijze van inleiding een uitspraak van Thomas Leysen (VBO voorzitter en CEO van de Corelio-krantengroep) in zijn krant dS (3/09) over een belasting op vermogens of op vermogenswinsten: De grote vermogens zullen snel in het buitenland zitten.
Ik weet niet wie tot deze groep van ‘grote vermogens’ behoort maar vermoed dat het om invloedrijke mensen gaat en zeer waarschijnlijk ook om belangenorganisaties die het beleid in sterke mate willen en kunnen beïnvloeden. Als dat de maatschappelijke én morele attitude is van deze geldelite, hoe kan men dan nog gewone mensen motiveren om de buikriem aan te halen? Als voor hen alleen geld telt en burgerzin iets is voor de kleine mensen, dan is er iets fundamenteels fout aan de top van de NV België. Een greep uit het weekaanbod.

Volgens de OESO zijn de Belgen goed voor 61 miljard euro (2.440 miljard BEF) zwarte inkomsten waarop geen belasting wordt betaald. Dat is bijna 18 % van het Belgisch BNP en ongeveer evenveel als de uitgaven voor de sociale zekerheid. In Europa doen enkel Griekenland, Italië, Spanje en Portugal nog beter; toch een zuiders trekje? Spectaculair, maar waarover gaat het? Hoeveel van die zwarte inkomsten zijn het dagelijks brood voor mensen onderaan de ladder? Hoeveel zit in het circuit van zwartwerk dat door Jan modaal wordt bijverdiend? Jan, de parttime werkman/bediende, de vakman met pensioen of in ziekteverlof, de buitenlander die geen arbeidskaart heeft en enkel zo geld kan verdienen, maar ook de hooggeschoolde die advies geeft en betaald wordt via een buitenlandse rekening. Hoe zit het met de publieke werven waar het soms krioelt van de buitenlanders die nergens ingeschreven staan?
Hoe dan ook loopt de staat ettelijke miljarden inkomsten mis. Zelfs een voorzichtige raming van 15 miljard misgelopen ontvangsten maakt toch wel een groot verschil. Mocht men aan deze bedragen de onterechte uitgaven door sociale fraude toevoegen dan zou men ongetwijfeld tot de vaststelling komen dat het opheffen van dit pervers (politiek) evenwicht waardoor beide getolereerd worden, volstaat om de budgettaire problemen op te lossen.

Al die grote bedragen zijn nauwelijks nog nieuws en wat kunnen we er mee doen, zonder duiding en details? Fraude heeft veel aangezichten. Plaats dus voor speculaties: waar zitten vooral de gevallen van fiscale fraude? Een gok, de Vlaamse kust en Brussel waar het groot geld zit. Waar zit de sociale fraude? Een gok, waar de controles minder streng zijn, Wallonië en Brussel? Welnu, het volstaat niet zich af te zetten tegen dergelijke suggestieve vragen en louter speculaties, men mag vooral dit gebrek aan burgerzin niet langer tolereren en het pervers evenwicht tussen beide zijden doorbreken: socio-economisch rechts én links. Maar is er iemand die dat wel wil én ook kan?

Over die sociale zekerheid leerden we nog iets bij (dS 2/09). Dat de 63 miljard niet volstaan en er in 2009 een tekort was van 2,2 miljard. Dat tekort zal oplopen in de komende jaren tot 23,5 miljard in 2015. Om dit tekort op te vangen hebben de beheerders (vakbonden en ziekenfondsen) zelf geld geleend waarop men uiteraard interesten betaald. Tegelijk schrijft dS in dezelfde editie dat de Commissie voor Begrotingscontrole van de Ziekteverzekering tot de bevinding kwam dat er gemakkelijk 2 miljard euro kan bespaard worden. Te beginnen met de groei van 4,5 % voor 2011 te schrappen. Maar dat is buiten de waard gerekend, in casu de ziekenfondsen. Zowel de grote baas van de socialistische als de christelijke ziekenkas komen uitleggen dat zoiets niet zomaar kan én men haalt er een wel bijzonder politiek argument bij: een regering van lopende zaken kan het wettelijk vastgelegde groeipad van 4,5 % niet wijzigen en dus moet die 4,5 % gehandhaafd blijven tot er een nieuwe regering is (dixit Marc Justaert op VRT, 2/09). Eerst wil men niet dat de politiek zich moeit met hun zaken, maar als het slecht gaat is het de politiek die in de weg zit? Wat belet er hen om te besparen op hun eigen geld? Wie hier even bij stilstaat, kan toch niet anders dan twijfelen aan de verantwoordelijkheidszin van deze beheerders? Moet het herhaald dat zo’n 30 % van de sociale zekerheid bestaat uit belastinggelden (20 miljard euro) en dat 60 % (40 miljard euro bijdragen van werkgevers en werknemers) zogezegd hún geld is.

Brussel en geld: liefde op het eerste zicht.
Niet de Franstalige Brusselaars, noch de Brusselse Vlamingen (zo is het institutioneel correct volgens een aandachtig lezer van Anders Nieuws) leggen enige zin voor spaarzaamheid aan de dag. Eerst wil Brussel nog eens graaien in de lege pot. Zo’n slordige 1,5 miljard euro - het totaal van wat men nu reeds krijgt plus 500 miljoen vers geld.
Laten we nu eens aannemen dat Brussel inderdaad geld tekort heeft. Zouden we dan eens mogen weten waarvoor er geld te kort is of omgekeerde waaraan die bijkomende miljoenen zullen besteed worden? Om de functie van hoofdstad te kunnen vervullen? Hoofdstad van België en dus ook van de Vlamingen. Omdat al die pendelaars uit Wallonië en Vlaanderen (de grootste profiteurs in Franstalige kringen) geen belastingen betalen in Brussel maar wel veel kosten veroorzaken. Dan maar een deel van de belastingen in Brussel innen? Neen, want dan zouden de Vlaamse pendelaars ook stemrecht kunnen eisen! Quid non.

Mogen we geloven dat ze hun eigen middelen en wat ze er nu al bovenop krijgen goed beheren? Opnieuw kunnen we enkel speculeren want hierover ontbreken alle cijfers. Een beetje wantrouwen is niet enkel gezond, het gebrek aan transparantie in de ‘besteding’ van de reeds toegekende dotaties wekt weinig vertrouwen, of wat dacht u van volgende dotaties waar men alle kanten mee uitkan:
92 miljoen euro onder het label bijzondere dotatie voor de stad Brussel
125 miljoen voor infrastructuurwerken die het internationaal imago moeten ondersteunen en helemaal bizar:
30 miljoen (in totaal) voor gemeenten die een Vlaamse schepen aanstellen!
Deze dotatie om Vlaamse schepenen aan te stellen bewijst hoezeer de Vlamingen beschouwd worden als politiek ongewenst in hun eigen hoofdstad. Hier is er sprake van een ontstellend gebrek aan solidariteit. Vlaanderen kocht zich politieke macht; intellectueel onbegrijpelijk en in contradictie met het pleidooi voor een warme ‘terre d’accueil’. Niet alleen geld telt.

Mag ik afsluiten met een vraag die niet over cijfers gaat: hoe komt het dat niet alleen de Franstalige media steeds nadrukkelijker vragen stellen bij de compromisbereidheid van N-VA en CD&V, terwijl we nauwelijks drie maand onderweg zijn in een historische moment na drie jaar NON van de Franstaligen? Geduld is een mooie deugd, haast en spoed zelden goed.

Pjotr

27 augustus 2010

Hoezo, geen akkoord? Een tussenstand

ANDERS GELEZEN

Zolang er geen akkoord is over alles is er geen akkoord over iets, klinkt het bij de deelnemers aan de onderhandelingen. Dat klopt natuurlijk, maar een beetje (te) gemakkelijk, want zo het tot een globaal akkoord komt dan zal het wel bestaan uit de ‘deelakkoorden’ waarover men het vandaag reeds eens is. Daarom is een voorwaardelijke beoordeling waarbij gepeild wordt naar de inhoud (lees consequenties) ervan, geen overbodige oefening. De vraag die we moeten stellen is of deze deelakkoorden een toetsing met de gekende Vlaamse criteria doorstaan. Eens Anders toetsen.

Toetsstenen afhankelijk van de invalshoek
De Vlaamse beweging (of althans een groot deel ervan) kan leven met een stapsgewijze evolutie naar onafhankelijkheid op voorwaarde dat er serieuze stappen worden gezet; confederalisme op zijn Belgisch is er zo een. Als referentie (ook voor N-VA) voor de toetsing van de toegevingen verwijst men naar de doctrine van Frans Baert, gewezen VU-voorzitter, waarbij elke toegeving moet voldoen aan twee essentiële eisen: het mag de verdere evolutie naar onafhankelijkheid niet bemoeilijken én de prijs die betaald wordt moet beperkt zijn (in verhouding staan tot het voordeel).

Vanuit een andere invalshoek, waarbij het einddoel niet voorop staat (zoals bij CD&V), klinkt het dat de hervormingen goed bestuur moeten mogelijk maken op niveau van de deelstaat Vlaanderen (gewest en gemeenschap). Vandaar de eis voor homogene bevoegdheden en responsabilisering van de deelstaten (wat uiteraard ook voor N-VA een eis is). CD&V en N-VA verschillen nauwelijks op korte termijn want beiden willen een copernicaanse hervorming en wel nú. Zolang N-VA zich houdt aan de Baert doctrine kan CD&V niet anders dan volgen. Dat versterkt de leidende rol maar ook de verantwoordelijkheid van de N-VA onderhandelaars.

Dan zijn er nog de Vlaamse partijen die wel mee aan de onderhandelingstafel zitten (SP.A en Groen!) alhoewel ze geen vragende partij zijn voor een grondige hervorming maar meedoen om met de steun van de Waalse zusterpartij een groenlinks partijprogramma uit te voeren.

Splitsing BHV
Elke toegeving die Vlaanderen doet voor de splitsing is een toegeving méér dan de splitsing via een parlementaire stemming. Niet om fier op te zijn, de macht van het getal gebruiken, maar als de Franstalige minderheid via de al even onredelijke grendels blijvend stokken in de wielen steken, is het de enige wettelijke oplossing waarbij Vlaanderen geen prijs betaalt. Voor N-VA komt daarbij dat hun kiezers niet vergeten dat het voor de verkiezingen duidelijk was dat de splitisng van BHV niets mocht kosten.

De belangrijkste toegeving die (althans volgens de media) op tafel ligt is het inschrijvingsrecht voor Franstaligen in de faciliteitengemeenten. Deze toegeving strookt niet met de Baert doctrine gezien de grens tussen deelstaat Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) onduidelijk blijft en het inschrijvingsrecht de deur openzet voor de aansluiting van deze zes gemeenten bij Brussel. Dat tegelijk een stuk van de bevoegdheid over deze gemeenten (burgemeesterbenoemingen) overgeheveld wordt naar het federale niveau versterkt deze ongewenste boodschap. Elke weldenkende Vlaming in Vlaams Brabant beseft dat dit een bemoedigend signaal is voor de Franstaligen in andere gemeenten om tijdens een volgende onderhandeling ook dezelfde rechten op te eisen , waardoor Vlaanderen telkens opnieuw in het defensief zit. Maar er is meer mis met die inschrijvingsrechten: het is geen goed bestuur, aangezien elke nieuwe verkiezing aanleiding zal geven tot communautaire koorts. Sommigen hopen - vanuit een puur electorale en partijpolitieke invalshoek - dat na verloop van tijd steeds minder Franstaligen uit de faciliteitengemeenten zullen gebruik maken van dit inschrijvingsrecht en verwijzen daarvoor naar Voeren, waar Franstaligen kunnen gaan stemmen in Aubel, maar het steeds minder doen. Een vergelijking die naar mijn aanvoelen betwistbaar is al was het maar omwille van de totaal verschillende schaal en socio-economische belangen die meespelen. Om toch niet al te zeer in te gaan tégen de Baert doctrine kan er naar mijn aanvoelen hoogstens sprake zijn van uitdovende inschrijvingsrechten die wél het signaal geven dat de deur definitief zal dichtgaan. En waarom niet spreken over een uitdovend mechanisme voor de taalfaciliteiten. Zijn het niet de Franstaligen die beweerden dat goed bestuur ééntalig is?

Het verschil tussen een inschrijvingsrecht met of zonder uitdovend effect is enorm en dat zal de achterban ongetwijfeld ook zo ervaren.

Wat helaas ontbreekt in het voorliggend compromis, is een oplossing voor de diepere oorzaak, namelijk, de uitholling van de scheiding der Machten. De Wetgevende Macht is totaal afhankelijk van de Uitvoerende Macht aangezien die laatste de handtekening moet leveren voor de bekrachtiging van de gestemde wetten. Daardoor kan de carrousel van de grendels blijven draaien ad aeternam. Mocht bij voorbeeld de voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers gemachtigd zijn om de gestemde wetten te ondertekenen (plus de handtekening van de Koning) in plaats van de regering, dan zou BHV nu reeds gesplitst zijn en zou de almacht van de (Franstaligen in de paritaire) regering doorbroken worden. Dan krijgen we opnieuw mondige volksvertegenwoordigers, à la Jan Verroken destijds. Maar willen de traditionele partijen in Noord en Zuid wel een goed functionerende parlementaire democratie?

Brussel
Wie goed bestuur als mantra aanneemt kan Brussel géén blanco cheque geven.
Wie de Baert doctrine respecteert kan Brussel niet nog méér autonomie geven. Tenzij Vlaanderen vandaag reeds Brussel zou opgeven in ruil voor onafhankelijkheid.

Vermits de randvoorwaarden noch de hoogte van de bijkomende financiering duidelijk zijn is het niet mogelijk om welk oordeel dan ook te vellen, maar dat de Brusselse francofone ambities een blijvende struikelsteen zijn voor de evolutie naar meer zelfstandigheid van Vlaanderen is hopelijk voor iedereen duidelijk.

Hoe zit het nu met die jaarlijkse bijkomende dotatie van 500 miljoen euro? Elke dag horen we dat deze gekoppeld wordt aan een of ander probleem. Bij de Franstaligen is dat de prijs voor de splitsing van BHV. LLB (27/08 online) "Pas de refinancement immédiat de Bruxelles?, s’est exclamée Laurette Onkelincx. Alors nous scinderons aussi BHV temporairement." Voor Bart De Wever is de bijkomende financiering van Brussel (volgens LLB is een progressieve toeslag tot 500 miljoen euro in 2014 reeds toegezegd) afhankelijk van de uitvoering van de nieuwe financieringswet die de Franstaligen liefst op de lange baan willen schuiven. Kortom, een tussenstand is niet mogelijk want het kan nog alle kanten op. Maar dat Rudy Demotte in dS (28/08) categoriek de gemeenschappen in Brussel verwerpt en enkel wil spreken over een eigen Gewest, inclusief de bevoegdheid voor het onderwijs (en alle andere persoonsgebonden materies) is totaal in tegenspraak met de Baert doctrine. Kan men deze zéér belangrijke tegenstelling via onderhandelingen overstijgen? Neen, was het verdict op zondagnamiddag (29/08). Maar toch wil men de onderhandelingen nog niet opgeven. En de media, Dave Sinardet op VRT en VTM op kop (29/08) en onder meer De Morgen, hebben een zondebok gevonden: Bart De Wever en zijn strategogroep. Dat de Franstaligen zelfs een substantiële verhoging van het budget voor BHG weigeren te koppelen aan een nieuwe financieringswet zegt nochtans veel over hun gebrek aan compromisbereidheid. Heeft Bart De Wever aanvankelijk aan Di Rupo toegezegd om de financieringswet niet te wijzigen? Zo ja, dan was het een stommiteit van jewelste.

Regionaliseren van bevoegdheden
Wie onderhandelt over het herverdelen van de bevoegdheden tussen het federale niveau en de deelstaten bost altijd op de nadelen van deze methode: het gaat nooit om de volledige bevoegdheid van de beleidsdomeinen. Niet in strijd met de Baert doctrine maar onvoldoende voor goed bestuur in volle verantwoordelijkheid. Gekoppeld aan een herziening van de financieringswet mét de nodige responsabilisering is het een positieve ontwikkeling. Zonder koppeling een mager beestje en in elk geval niet echt een copernicaanse hervorming zoals CD&V en N-VA willen.

De overheveling van de kinderbijslag naar het BHG in plaats van de gemeenschappen is daarenboven niet conform de Baert doctrine. Meer macht voor Brussel en de keuze voor de gewesten zou onvermijdelijk leiden tot twee soorten Vlamingen naargelang hun woonplaats. Omdat twee soorten Brusselaars niet kunnen? Erger nog, deze oplossing kan leiden tot migratiestromen van ‘kroostrijke anderstalige gezinnen’ vanuit Brussel naar Vlaanderen, waardoor de ontnederlandsing van Vlaams Brabant en het Vlaams karakter van de streek, nog meer wordt aangetast. Contraproductief, want een Vlaamse (hogere) kinderbijslag in Brussel gecombineerd met een toenemend aantal kinderen die naar een Nederlandstalige school gaan versterkt de Vlaamse positie in Brussel. Hopelijk beseffen alle lezers welk belangrijk verschil er is tussen een overheveling naar de gewesten of gemeenschappen. Nog liever zo laten dan een overdracht naar de gewesten?

Financieringswet ombouwen, tegenstrijdige principes volstaan niet
Dat men in Vlaamse kranten reeds blij is met de bereidheid van de Franstaligen om over de financieringswet te praten is een beetje te gemakkelijk. In het verleden is er járen gepraat zonder resultaat en ook nu staan we nergens. Zou bij de herziening van de financieringswet ook niet de staatsschuld of tenminste de interesten moeten geregionaliseerd worden? Daar zijn goede redenen voor zeggen de academici van VIVES – KULeuven, die hierover een zeer interessante briefing gaven. Zou men vergeten zijn dat dit ook in de Octopus-nota van de Vlaamse regering staat, citaat: De deelgebieden moeten mee de positieve en negatieve gevolgen van de renteschommelingen op de overheidsschuld dragen zonder dat wordt overgegaan tot een formele schuldsplitsing. (…) Een nieuwe financieringswet met meer fiscale autonomie echter zet ook onlosmakelijk schuldautonomie en schuldregionalisering op de agenda. Fiscale autonomie en schuldautonomie gaan hand in hand, omdat schuld in feite neerkomt op een andere intertemporele allocatie van belastingen d.w.z. op een uitgestelde belastingheffing. Geïnteresseerden kunnen, in afwachting dat ook de media ons hierover duidelijk informeren, deze tekst vinden op de webstek http://www.econ.kuleuven.be/vives/ ‘briefing 25 augustus 2010’, door professor dr Dirk Heremans en Annelore van Hecke.

Dat niet iedereen in Noord en Zuid hetzelfde schrijft over de herziening van de financieringswet is begrijpelijk.
In DM (25/08) schrijft Yves Desmet, bijlange geen scherpslijper maar evenmin verlegen om de tjeven en conservatieve flaminganten eens te pesten, het volgende: Wat doe je wanneer je met twee partijen aan tafel zit die een totaal verschillende agenda hebben, met eisenpaketten die zich verhouden als water tot vuur? In eerste instantie een dovemansgesprek voeren, waarbij iedere partij de verzuchtingen van de andere probeert te blokkeren. Die eerste werkwijze, die ei zo na de gesprekken deed vastlopen, hebben de onderhandelaars opgegeven en ze zijn met een bijzonder creatieve oplossing voor de dag gekomen: ze hebben gewoon het water en het vuur netjes samen in een akkoord gezet.(…) Tout le monde est servi, tout le monde est content, en deze korf vol mooie principes kan iedereen vrij probleemloos aan zijn achterban als een betekenisvolle doorbraak slijten. (…) Er rijst hooguit een probleempje waar enkel een kniesoor over valt. Met name dat de praktische invulling van al deze mooie principes zal doen blijken dat ze elkaar niet alleen wederzijds tegenspreken, maar zelfs zo goed als onmogelijk maken. Dat de zogenaamde garanties op grotere autonomie en meer inkomsten worden tenietgedaan door de vereisten inzake solidariteit en tegen verarming. Dat er, nog een klein detail, niet voldoende geld voorhanden is om aan al die grote principes tegemoet te komen. Dat je niet én meer middelen aan de deelstaten kunt geven, én aan de federale staat, én aan Brussel, simpelweg omdat het geld er niet is. Kortom, deze berg van principes zal hooguit een muis van reële geldstromen veroorzaken.

In dS (25/08) lezen we welke de twaalf principes zijn waaraan de nieuwe regeling moet voldoen. Wie LLB leest kan ook daar deze principes lezen maar dan vanuit een andere invalshoek en met een andere klemtoon. Even de verschillen met dS duidelijk te maken. Principes volgens LLB (cursief dS zo verschillend):

- De leefbaarheid op lange termijn van de federale staat garanderen
- De solidariteitsmechanismen behouden (dS: deze mogen de responsabilisering niet teniet doen) - De progressiviteit van de belastingen behouden
- Fiscale concurrentie vermijden (dS: deloyale concurrentie vermijden)
- GEEN verarming van de verschillende entiteiten (dS: geen bruuske verarming)
- Een speciaal statuut voor Brussel, rekening houdend met de demografische en sociale evolutie (dS: erkenning Brussel als hoofdstad)
- Rekening houden met de bevolkingsaantallen en het aantal leerlingen (dS: vermelding van de gemeenschappen)
- Inspanningen leveren voor de gezondmaking van de publieke financiën (dS: budgettair evenwicht op alle niveau’s)
- Meer financiële autonomie voor de gewesten
- De responsabilisering van de gefedereerde entiteiten versterken door meer fiscale autonomie en een grotere marge voor de eigen inkomsten. De personenbelasting is slechts één parameter tussen andere (tewerkstellingsgraad, …)
- ONDERZOEK van de eventuele perverse effecten vooraleer het nieuw model toe te passen. (dS: de perverse effecten moeten verdwijnen)

Deze lijst van LLB werd afgesloten met volgende uitspraak: "On ne va pas le crier trop fort, s’esclaffait un francophone, mais franchement, nous avons bien joué le coup : toutes nos balises et nos clauses de sauvegarde sont présentes. C’est un exploit." Het betekent dat deze principiële afspraak door de Franstaligen gelezen wordt als een blokkeringsmiddel (want tegengestelde eisen zijn niet uitvoerbaar) terwijl men aan Vlaamse kant een opening ziet, maar ook niet meer dan dat.

Dat de onderhandelingen moeilijk zouden zijn was te verwachten. Dat de Vlaamse onderhandelaars ditmaal niet toegeven op essentiële punten is te hopen. Het klinkt niet aangenaam maar zonder grote toegevingen van de Franstaligen is de situatie niet langer houdbaar, noch voor België noch voor Vlaanderen. Voor Bart De Wever en Kris Peeters die zo hoog inzetten op een copernicaanse hervorming is er weinig onderhandelingsruimte. Ze beseffen ongetwijfeld beter dan wij dat de ‘bereikte’ deelakkoorden bitter weinig voorstellen; te weinig voor de achterban?

Laten we hopen dat we niet alles weten en er heel wat méér in zit dan wat momenteel bekend is. Of zal, nu er een kleine breuk is, toch nog het besef groeien dat een scheve dromedaris zoals weleer niet meer helpt en een andere aanpak – onderhandelen over wat we wél samen willen doen – niet enkel meer kans op slagen heeft, maar vooral ervoor kan zorgen dat de aanslepende communautaire ruzie omgebogen wordt tot een aanstekelijke positieve samenwerking tussen Noord en Zuid. Is het utopisch om hiervan te dromen?

Pjotr

20 augustus 2010

Nog nooit zoveel informatie, dankzij de Vlaamse kiezers

ANDERS GELEZEN

Hadden we werkelijk een duidelijke uitspraak nodig van de Vlaamse kiezers om de mediaredacties te bewegen tot meer relevante informatie vanuit een Vlaamse invalshoek? Twee maand na de verkiezingen blijken de kranten dieper te graven dan ooit en tegelijk daalden de Belgischgezinde opiniebijdragen. De kranten, Anders Gelezen.

De ware macht onthuld
De presentatie in dS (18/08) van de financiële middelen per niveau was werkelijk verhélderend! Het federale niveau beschikt nog over 28,5 miljard euro (waarvan dan nog 13 miljard euro rente op de staatsschuld); de gewesten en gemeenschappen beschikken over 53 miljard. Tenslotte beschikt de sociale zekerheid over 63,5 miljard euro. Niets opgevallen? Even Anders lezen.

Vermits de financiële middelen voor een eigen beleid op het federale niveau afgekalfd zijn tot een absoluut minimum, kan men zich afvragen waartoe zoveel mandatarissen en al die ministers en staatssecretarissen nog dienen. Maar wat te denken over de 63,5 miljard euro voor de sociale zekerheid? Voor alle duidelijkheid, dit bedrag betekent dat de federale overheid zowat de helft (47 %) van het totaal staatsinkomen min staatsschuld en vaste kosten, heeft uitbesteed aan organisaties, vakbonden, mutualiteiten, patroons en ander nevenorganisaties, die in de praktijk niet verantwoordelijk kunnen gesteld worden en nog minder aansprakelijk voor eventuele beheersfouten. Komt nog erbij dat de ‘sociale partners’ zelf een groot deel van deze inkomsten mogen ophalen (en daarvoor zichzelf een ruime vergoeding toekennen). Herinner u dat het ACV onlangs nog dreigde in dS dat de politici dan zelf het geld maar dienden te zoeken. Precies of het geld dat ze nu beheren van hén is en niet van de gemeenschap; belastinggelden, werknemers- en werkgeversbijdragen.

Beste lezers, vindt u dat niet abnormaal? Onverkozen organisaties die het leeuwenaandeel van de financiële middelen mogen beheren zonder transparantie en grondige controle? Begrijpelijk dat zij géén rechtspersoonlijkheid willen noch een open boekhouding. Begrijpelijk ook dat zij zich thuis voelen in de ondoorzichtige Belgische staatshuishouding, een uitgelezen doolhof waar veel geld circuleert zonder dat zelfs verkozenen weten hoe het allemaal in mekaar zit. Een ongezonde situatie waarbij alle politieke partijen inzake kennis afhankelijk geworden zijn van deze organisaties. En wat als ze een partij weigeren te informeren? Incontournabel, dat is nog erger dan een monopolie.

Doen ze het slecht? Hopelijk niet, maar zou volledige transparantie niet tot de praktijk van goed bestuur behoren? Controleren én de mogelijkheid om hen aansprakelijk te stellen voor een slecht (verkwistend) beheer, voor eventuele misbruiken of zogenaamde ‘professionele’ fouten? Een bevriend geneesheer-specialist is alvast overtuigd dat er nog heel veel kan bespaard worden op de gezondheidsfactuur zonder de kwaliteit van de geneeskundige verzorging in het gedrang te brengen.

Mag ik bij deze het opzettelijk verkeerd woordgebruik waaraan vakbondsleiders en andere woordvoerders van middenveldorganisaties zich bezondigen, rechtzetten: de sociale zekerheid is géén solidariteitsmechanisme (dat is onderdeel van de financieringswet) maar een verzekeringssysteem voor wie tegenslag heeft; werkloos of ziek is. Wie kiest voor een ander systeem is daarom niet minder solidair en deze verwijten zijn gratuit en zelfs beledigend. Hoog tijd om de sociale zekerheid – toch dé kerntaak vaan een overheid - terug onder de controle te brengen van de wetgevende en uitvoerende macht. En laat hén beslissen – zonder dreigementen - namens alle Vlamingen welk verzekeringssysteem het beste is én tegelijk betaalbaar blijft in de toekomst.

Over financiële verantwoordelijkheid
In dS (17/08) schrijft Guy Tegenbos het editoriaal onder de titel De kiezer maakte het verschil. Enkele interessante bedenkingen:
De Franstalige kiezer heeft de Franstalige partijen ‘de toelating' gegeven om dat te doen. En de Vlaamse kiezer heeft hen ‘gedwongen' om dat te doen. (…) De nieuwe stap die nodig is, die naar de financiële en fiscale verantwoordelijkheid, durven ze nog niet te zetten. (…)Dit is echter een sprong die ze nog móeten nemen. Alleen met die financiële verantwoordelijkheid van de deelstaten kan de zekerheid worden gegeven dat de resterende federale taken ook gefinancierd kunnen blijven. Dat is duidelijke taal en hierop kan men het resultaat van de onderhandelingen afmeten.

In dS editie van de volgende dag staan nog meer belangrijke bemerkingen:
Alle Vlaamse partijen eisen dat zo die fameuze responsabilisering wordt ingebouwd in de staatshervorming' (…) De kiezer vroeg fundamentele hervormingen en daarvoor is een hervorming van de financieringswet nodig.'
Goed om na twee maand te lezen dat de kiezer fundamentele hervormingen vroeg. In een aansluitend artikel komen we eindelijk te weten waarom dat met de compromissen van vroeger niet kon en als het van Di Rupo afhangt zo zal blijven: Di Rupo's strategie bestaat erin een vrij groot pakket regionaliseringen aan te bieden. Daarin zitten (delen van) de kinderbijslag, de gezondheidszorg, binnenlandse zaken en mobiliteit; geen enkele Vlaming kan zeggen dat het nog borrelnootjes zijn die niets terzake doen. Tegelijk waakt hij er zorgvuldig over dat er niks systemisch wordt overgeheveld. Geen enkel domein wordt 100 procent geregionaliseerd, overal houdt hij een federale sokkel. De kwaliteitsnormen voor ziekenhuizen verhuizen bijvoorbeeld naar de deelstaten, de financiering blijft federaal. Idem voor de arbeidsmarkt: de controle op de werklozen gaat naar de deelstaten, de uitkering blijft federaal.
Dat is precies de logica van de Belgische compromissen: het uiteenrafelen van beleidsdomeinen onder druk van de Vlamingen heeft nooit geleid tot duidelijke afgebakende beleidsdomeinen per niveau. Hierdoor was een krachtdadig gedifferentieerd beleid onmogelijk want afhankelijk van afspraken tussen verschillende niveau’s én verschillende ministeries. De blokkeringen inherent aan deze compromissen zijn verklaarbaar vanuit de vaststelling dat zowel de politieke visies tussen Noord en Zuid als de socio-economische gegevens, verschillen. Zolang de onderhandelaars deze foute logica blijven volgen kán er niks fundamenteel veranderen.
Maar zó ver is de redactie van dS nog niet, want het artikel eindigt met: het wordt voor de partij (N-VA) ook moeilijk om de mooie hap die er wel ligt, te laten schieten. Dat de anderen hen dan in de hoek van de fundi's duwen, die geen akkoord willen, spreekt voor zich. Opnieuw de persistente boodschap van de redactie om toch maar de mooie hap te consumeren alvorens de carrousel van een volgende staatshervorming op gang te trekken. De N-VA fundi’s (let op de woordkeuze) moeten buigen, schrijft men nu al (dS 20/08) en de onderhandelingen moeten nog beginnen.

Wat we dank zij Knack online (18/08) weten: dat Di Rupo zélf een voorstel tot herziening van de financieringswet voorstelde (tekst beschikbaar). Wat blijkt, dat Di Rupo massa’s geld van de Vlaamse gemeenschap wilde afpakken (100-den miljoenen euro per jaar oplopend tot 1,187 miljard in 2020). Wie hiervan profiteert: de federale staat en de Franse gemeenschap. Het zegt veel over de compromisbereidheid van de Franstalige ‘gematigden’.

Over Brussel
De Morgen pakt uit met een artikel online (17/08) van Prof Hendrik Vuye, UNamen waarin hij een weinig bekende ‘verworvenheid’ uit het Dehaene tijdperk duidelijk maakt. Iets wat de Vlaamsgezinden niet graag zullen lezen en wellicht daarom ook nooit te lezen kregen; citaat:
Wat weinigen beseffen is dat dit evenwicht al in 1993 werd verbroken door machtspoliticus Dehaene. Die zocht en vond een oplossing voor een ad-hoc probleem, namelijk het financiële deficit van de Franse Gemeenschap. Deze moest maar bevoegdheden overdragen aan het Waalse Gewest en, voor het Brusselse grondgebied, aan de Franse Gemeenschapscommissie (Cocof). De Cocof kreeg aldus decreetgevende bevoegdheid. Dat betekent dat er in feite een Brusselse Franstalige Gemeenschap werd opgericht, met een parlement, dat zich pompeus herdoopte tot 'Parlement francophone bruxellois'. De Cocof heeft zelfs een minister-president! Deze prestigieuze titel prijkt op het visitekaartje van Christos Doulkeridis (Ecolo). Om kort te gaan: de Brusselaars hebben sedert 1993 twee Brusselse parlementen. Eentje waar de Vlamingen recht hebben op 17 van de 89 zetels en eentje waar de Franstaligen echt alleen de baas zijn. Als symbool kan dat tellen! De Vlamingen hebben wel hun Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), maar dit orgaan heeft geen decreetgevende bevoegdheid.

Dat Brussel de facto een ‘gemeenschap’ is las ik nog nergens en was wellicht door veel lezers niet gekend. Nog maar eens het bewijs van de misleiding die toen schering en inslag was; volksverlakkerij is het juiste woord. Dat verklaart waarom de Franstalige Brusselaars nu opnieuw aan de deur kloppen om nog meer persoonsgebonden materies in eigen handen te krijgen van de vierde gemeenschap. Tijd om hier perk en paal aan te stellen.
Over misleiding gesproken: dat het Paleis nu ook al twee verschillende boodschappen over de herziening van de financieringswet verspreidt na het onderhoud met Di Rupo slaat toch alles. Een vertaalfout, volgens dS.

Verder maakt Vuye eveneens duidelijk waarom het politiek mis loopt in Brussel. Voor zover dat nog niet geweten zou zijn, volgend citaat:
Op het Brusselse grondgebied kunnen vele andere overheden normen uitvaardigen: Cocof, VGC, Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, Franse Gemeenschap, Vlaamse Gemeenschap, agglomeratie en negentien gemeenten. Daarnaast zijn er nog OCMW's, politiezones, en zelfs een gouverneur en een vicegouverneur, weliswaar zonder provincie. Dit is geen 'Brusselse zwans', maar een institutionele nachtmerrie. Uit recent onderzoek blijkt zelfs dat in Brussel 41 ministers of schepenen bevoegd zijn voor cultuur en dat er vier maatschappijen voor openbaar vervoer zijn. Is Brussel toe aan een interne staatshervorming? Zeker!
Die interne hervorming komt er evenwel niet omdat Brussel voor vele politici een machtsbasis is. Wat zouden Mangain (FDF), Milquet (cdh), Moureaux (PS), Cerexhe (cdh) of Picqué (PS) zonder Brussel zijn? Maar het is ook een machtsbasis die Vlaamse Brusselaars toelaat om zitjes te veroveren, in de Brusselse, de Vlaamse en de federale regering. In de uittredende federale regering zijn de twee Vlaamse vicepremiers Brusselaar! Toen Kris Peeters (CD&V) in 2008 de communautaire dialoog opstartte, bestond de zeskoppige Vlaamse delegatie uit drie Brusselaars. Een electorale basis hebben die politici nauwelijks, een institutionele machtsbasis des te meer.


Hopelijk brengt de week nog meer informatie, zodat iedereen in Noord en Zuid meer inzicht krijgt in de werkelijke wereld van de macht. Geef de demonen uit het verleden een plaats in ons collectief geheugen en laten we de verplichtingen overboord gooien en vervangen door een confederale - vrijwillige - samenwerking, waar we allemaal beter van worden op termijn. Is dat teveel gevraagd? Toch nog één bedenking: het zou de Vlaamse politici en media sieren mochten ze bekennen dat zoiets niet mogelijk is zonder dat op korte termijn Franstalig België daarvoor een extra prijs zal moeten betalen. Net zoals Vlaanderen reeds vele jaren doet.

Pjotr
ANDERS GELEZEN