22 februari 2008

Brief aan Etienne Schouppe

Geachte Heer Voorzitter van CDenV,

Nu uw boegbeeld Yves Leterme in het ziekenhuis herstellende is – ik wens hem hierbij van ganser harte een spoedig en volledig herstel toe - neemt u in de communautaire onderhandelingen achter de schermen zijn plaats in. Ik las in de afgelopen dagen dat de Wijze CDenV’ers, JL Dehaene en H Van Rompuy de bedoeling hebben om een pakket minimale hervormingen door te voeren vooraleer CDenV in een definitieve regering stapt. Terwijl JL Dehaene hieraan toevoegt dat men niet moet hopen op veel meer, corrigeert H Van Rompuy deze uitspraak door te stellen dat er wél een tweede belangrijk pakket voor de zomer moet klaar zijn.

Het lijkt voor de neutrale waarnemer (maar allicht ook voor uw kiezers van 2007) dat CDenV zijn voornaamste en eigenlijk énig drukkingsmiddel om een staatshervorming erdoor te krijgen VRIJWILLIG heeft opgegeven; namelijk dat het niet in een (definitieve) regering zou stappen zonder een grondige hervorming. Meedoen aan een ‘tijdelijke regering’ kan nog ‘uitgelegd’ worden, maar nu dat de onderhandelingen eindelijk beginnen blijkt dat CDenV zich heeft neergelegd bij de eisen van de Franstaligen, namelijk om nauwelijks iets te veranderen en te aanvaarden dat ze blijven NEEN zeggen tegen de staatshervorming die de CDenV (en alle andere Vlaamse partijen) noodzakelijk achtte voor goed bestuur. Kunt u mij uw onderhandelingstrategie uitleggen waarbij u uw enig wapen vrijwillig opbergt maar toch aan uw achterban zou kunnen uitleggen dat het u menens is met deze staatshervorming? Dat er wel degelijk een groter pakket komt? Of dat u VOOR de herfst de regering zult verlaten als het er niet van komt? Uit alles wat ik hoorde en las vrees ik echter dat uw strategie zich beperkt tot het behoud van een minimaal Vlaams profiel waarmee u dan naar nieuwe verkiezingen kan in 2009, zowel voor de gewestelijke als federale regering. Zullen de kiezers CDenV nog geloven?

Ik heb ook begrepen dat u geen steun kunt verwachten van Open VLD omdat voor hen slechts één ding telt: de ministerportefeuilles van Karel De Gucht en Patrick De Wael. Dat dit ook hun énige reden is waarom ze er de SP.A niet bij willen. Dat SP.A verkiest aan de zijlijn toe te kijken hoe de andere partijen zich in de vernieling rijden, lijkt mij geen moedige maar wél een zeer lonende houding. Daarom zou ik graag willen weten of het kartel CDenV / N-VA nu ook kiest voor de Wetstraat 16 en zo ja hoe men deze bocht van 180 graden aan hun kiezers zullen uitleggen?

Verder vraag ik mij af in hoeverre N-VA kan meegaan in dat verhaal. Natuurlijk bent u als de dood voor het uiteenvallen van het kartel sinds het objectief van (een deel van) uw partij niet meer de hervormingen maar het premierschap is. Zonder N-VA zou dat wel eens een tegenvaller kunnen worden. Maar ook voor Bart De Wever staat zijn geloofwaardigheid op het spel en in geval er binnen de regering een tweederde meerderheid zonder N-VA kan zal hij zelfs overbodig worden. In deze omstandigheden zal het moeilijk zijn om de kiezers van 2007 te overtuigen om opnieuw voor CD&V – zonder N-VA - te stemmen in 2009. Ik begrijp dan ook de reacties van de CDenV jongeren en een niet onbelangrijk deel van de CD&V militanten, die heel goed aanvoelen dat u dat nooit kunt uitgelegd krijgen. Dat de jongeren aan hun eigen kansen op een politieke loopbaan denken en niet gelukkig zijn met een zichzelf compromitterende partijtop, kan u hen toch niet kwalijk nemen?

Naar de toekomst toe kan de huidige onduidelijkheid niet anders dan aanleiding geven tot dé cruciale vraag voor de toekomst van CDenV, namelijk of uw partij nu al dan niet gelijk had om voor de verkiezingen in 2007 het zwaarwichtig en zeer efficiënt wapen van de niet deelname aan een regering boven te halen en of ze dat in de toekomst nog wil gebruiken? Ik denk dat dit de vraag is die uw eigen kiezers u zullen stellen in de aanloop naar 2009. Ze zullen willen weten of u nu een Belgische partij bent die bereid is om onbetekenende compromissen te sluiten met de Franstaligen in ruil voor machtsdeelname en dus de eigen mantra van goed bestuur te ondergraven OF dat CD&V een Vlaamse partij is die weliswaar solidair wenst te blijven met de andere gemeenschappen maar dit alleen wil doen onder de voorwaarden die in het Vlaams parlement zijn goedgekeurd en waarvoor er een maatschappelijk draagvlak bestaat. De beslissing om al of niet deel te nemen aan een regering is een keuze die alleen CDenV kan maken en waarvoor ze ook alleen verantwoordelijk is.

In een mail schreef u mij dat teveel ineens willen niet goed is: ‘Qui trop embrasse mal étreint’. Denkt u niet dat én de 16 willen én een maatschappelijk gedragen staatshervorming niet te veel is van het goede? Want inderdaad, Qui trop embrasse, mal étreint!

Pjotr

08 februari 2008

Vragen aan professor em. van Gerven

Vragen aan professor van Gerven

(Prof Walter van Gerven, eminent Rechtgeleerde en em. hoogleraar Rechten, KULeuven)

Geachte Professor,

Ik las met veel interesse uw artikel in Knack, 'België is een onvoltooide federale staat' waarin u uitgaat van buitenlandse voorbeelden om tot een blauwdruk te komen voor een ‘afgewerkte’ federale organisatie van België.

U vertrekt van buitenlandse voorbeelden, verwijzend naar het ontstaan van de federale staatsvorm, waarbij u vaststelt dat België zoals het Verenigd Koninkrijk en Spanje aan devolutie onderhevig zijn (decentralisatie). Andere federale staten, zoals Duitsland, Zwitserland en de Verenigde Staten evolueerden van confederatie naar een federale staat (centralisatie). Verder in uw artikel zal u Duitsland als vergelijkingspunt nemen voor uw blauwdruk. Mijn vraag: Zijn beide landen, gezien het verschillend uitgangspunt, wel vergelijkbaar?
Er zijn immers twee belangrijke verschillen:
- de Bundestrue en ‘Duitsland = één Natie’, essentiële voorwaarden voor de federale werking zijn niet of veel minder aanwezig in België. Hier stelt men dagelijks vast dat de gewesten en gemeenschappen uit mekaar zijn gegroeid en ook op federaal vlak vooral hun eigen belangen verdedigen. België is geen Natie en de verschillende beleidsvisie tussen Noord (politiek rechts) en Zuid (links) zijn mede oorzaak van het gebrek aan cohesie.
- Verder verschillen wij grondig van Duitsland omwille van de verschillende culturen en talen, waarbij wij helaas moeten vaststellen dat een niet onbelangrijk deel van de bevolking de taal van de andere gemeenschap niet (of node) wil aanleren zodat zelfs de communicatie op zich al een toegeving inhoudt van de andere gemeenschap. De door u geponeerde noodzakelijke cohesie is toch wel heel beperkt in België.

U spreekt in uw artikel evenmin over het probleem dat Brussel stelt in een federale staat met afzonderlijke ‘Gewesten/Ländern’. Zo men Brussel erkent als een gewest, zoals Vlaanderen en Wallonië, wordt België een federale staat waarin de meerderheid van de bevolking een structurele minderheid wordt in de ‘senaat van de gewesten’. Dat kan alleen maar polariserend werken. Daardoor beseften zowel Prof Senelle als de Coudenberg groep in 1987 reeds dat een federatie met twee (Vlaanderen en Wallonië) of met drie (afzonderlijk gewest Brussel) niet haalbaar is omwille van de maatschappelijke (socio-economisch én culturele) tegenstellingen. De Coudenberg groep suggereert een ‘meerpolig’ federalisme zonder precies te omschrijven wat daarmee bedoeld wordt. Maar een federale staat met bij voorbeeld 10 Provincies als ‘deelgebieden’ lijkt mij getuigen van een lilliputter visie en geen bruikbaar alternatief. Mijn vraag: Denkt u dat een federale staat met twee/drie gewesten werkbaar kan zijn? Kan men van bovenuit een mentaliteitswijziging, essentieel voor de noodzakelijke cohesie, met succes opleggen?

Over de vertegenwoordiging in de federale regering en de Kamer van Volksvertegenwoordigers vraag ik mij af of in uw blauwdruk er nog sprake kan zijn van afwijkingen aan het beginsel van het algemeen stemrecht waarbij één man/vrouw = één stem? Is dat niet precies het tegenovergestelde van wat we in de opeenvolgende staatshervormingen hebben meegemaakt: de uitholling van de democratie ter bescherming van een ‘minderheid’ die de facto elke federale evolutie kan tegenhouden als het niet strookt met de belangen van het eigen gewest?

Ik ben het volledig met u eens dat de mogelijkheid van artikel 35 GW een uitkomst biedt voor de afbakening van exclusieve en gedeelde bevoegdheden. Maar dat gewezen eerste minister JL Dehaene (onder wiens regering dit artikel werd toegevoegd) onlangs verklaarde dat het niet bruikbaar is roept vragen op. Bedoelde hij dat de cohesie waarover u het heeft ontbreekt om dit artikel ook daadwerkelijk in te vullen en te komen tot een ‘afgewerkte’ staatsordening? Mijn vraag: zal een invulling van art 35 GW niet botsen op de totaal verschillende visie terzake van beide opponenten en dus onuitvoerbaar zijn?

Een andere vraag, niet direct voortvloeiend uit uw artikel maar wel in verband ermee betreft het, naar mijn mening, bewust dubbelzinnig gebruik van de term confederalisme door verschillende politieke partijen. Ik stelde reeds de vraag aan enkele politieke partijen, maar kreeg slechts één antwoord (van SPIRIT) en de betekenis die aan deze term werd gegeven strookte evenmin met de juridische betekenis. Ook CD&V heeft tijdens een partijcongres een ‘confederatie’ weerhouden als uiteindelijke staatsvorm maar evenmin een duidelijke invulling gegeven aan dit ‘verbond van onafhankelijke staten’ zoals Van Dale dit begrip omschrijft. Vindt u ook niet dat men hier klare wijn zou moeten schenken? Misschien zou het goed zijn als u of een collega dit (nog) eens publiek doet.

Geachte Professor,
Elke invalshoek biedt stof tot nadenken. De economische visie van Het Lentemanifest en van de denktank ‘In de Warande’, de politieke invalshoek van de Pavia groep, een juridische kijk … elk hebben ze een bijdrage geleverd om België te laten evolueren naar een betere structuur. Alleen stel ik vast dat al deze interessante ideeën blijkbaar ontoereikend zijn voor een maatschappelijk gedragen politiek project. Het is daarom heel waarschijnlijk dat we opnieuw een compromis krijgen waar niemand gelukkig mee is. Waardoor de problemen alleen verschoven worden naar de toekomst.
Zoals u stelde is ‘elke staatsvorm een structuur die rust op een burgersamenleving met een zekere cohesie. Daarom mijn laatste vraag: is het in een land waar de visies zover uiteenlopen en de cohesie door de culturele verschillen zo klein is, nog mogelijk om een maatschappelijk draagvlak te vinden in beide gemeenschappen om van bovenuit een goedwerkende federale staatsvorm op te leggen? Zou men niet beter op basis van het actuele beperkte vertrouwen werken aan een vrijwillige samenwerking binnen een confederale staatsvorm? Het is duidelijk dat in dit geval zowel een minimale samenwerking (de domeinen waarin de visies gelijklopend zijn) als een transparante solidariteit perfect kunnen.

Pjotr

01 februari 2008

Nooit meer oorlog

Er is nood aan een hertaling van het Vlaams pacifisme naar de 21 ste eeuw

De eerste Wereldoorlog heeft in Vlaanderen een grondstroom van pacifisme opgewekt waarvan tot op vandaag de invloed niet mag onderschat worden. Teruggaand in de tijd kan men niet rond de situatie van toen, waarin de Vlamingen nauwelijks meer waren dan tweederangsburgers. Gewone soldaten die moesten vechten en sterven voor het ‘vaderland’ zonder erkenning. Ze schreven daarom – wat toen zéér ongewoon was - een “Open brief aan den Koning van België Albert I”

Sire,

Vol vertrouwen in U die bij het ingaan van den Wereldoorlog, de Vlamingen aan het Guldensporenfeest herinnerdet, komen wij tot U, wij de Vlaamsche soldaten, het Vlaamsche leger, het leger dus van den IJzer, om U te zeggen wat wij lijden, waarom wij lijden, om U te zeggen dat we ons bloed voor ons land veil houden doch dat het niet dienen mag om de boeien van ons volk nauwer toe te halen maar om het vrij te laten ademen, vrij te laten leven.
We hebben geen vertrouwen in onze oversten die ons meer dan ooit tegengaan. … We wantrouwen de regeering die door ons is gestemd, misbruik makend van haar gezag ons 85 jaar lang heeft bedrogen. …
Vanaf 1830, begon de lijdensgeschiedenis van het Vlaamsche volk. Ons volk is verachterd, verongelijkt, diep vervallen. In België is voor de Walen alles, voor de Vlamingen niets. We wilden dat de grondwet die zegde dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet, geen ijdel woord bleef ….
(archief P Doms).

Sindsdien is er veel veranderd. Ook het begrip oorlog evolueerde.
Geboren in 1945 behoor ik tot de eerste generatie die géén oorlog heeft meegemaakt. Maar ik was wel getuige van de wreedheden van de burgeroorlog in Somalië en de gevolgen van de etnische zuiveringen in Bosnië. Er is vrede - althans op dat kleine plekje dat de Europese Unie is - terwijl daarbuiten de ene volkerenmoord de andere verdringt van onze TV schermen. Daarom is pacifisme nog altijd geen overbodige gedachte.

De wapenverkoop.
Naar aanleiding van de recente discussie in het Vlaams parlement over de levering van auto-onderdelen aan Groot Brittannië – waarvan men weet dat deze uiteindelijk dienen voor de assemblage van voertuigen voor veiligheidsdiensten in Saoudi Arabië - bleek nog maar eens hoe moeilijk het evenwicht tussen pacifisme en economisch denken is. Het probleem van Groot Brittannië, niet het onze? In Wallonië heeft men minder moeite met deze afweging al zijn er progressieve linkse krachten aan de macht.

Maar laten we niet vergeten dat élk signaal, ook van een klein land, om te protesteren tegen wapenverkoop en –gebruik geen nutteloos signaal is. Tegelijk moeten we lucide blijven en beseffen dat de rol van Don Quichotte spelen ook gevolgen heeft voor de mensen hier te lande. Iemand zijn broodwinning afnemen kan vele negatieve uitlopers hebben. Een moeilijke evenwichtsoefening die alleen fundamentalisten niet willen maken.

Defensie
De ‘oorlogen’ waaraan Belgische militairen sinds 1992 deelnemen zijn van een totaal andere orde, nauwelijks vergelijkbaar met de klassieke interstaten oorlogen van weleer. Het gaat om crisisbeheersing waarvoor een totaal nieuwe terminologie werd uitgedacht: Vredesondersteunende operaties (PSO – Peace Support Operations). De initiatiefnemers zijn internationale organisaties in plaats van staten. De crisis is meestal géén oorlog tussen staten maar een burgeroorlog. Staten die uiteenvallen. Niet te vergelijken met verwoestende oorlogen waar vooral militairen mekaar op een onpersoonlijke vakkundig manier vernietigen. Nu zijn het vreedzame burgers die opeens de kolder krijgen en hun buurvrouw, waarmee ze bevriend waren, verkrachten nadat ze de buurman met een mes vermoordden. Genocides, de ene al erger dan de andere. Dat is de werkelijkheid bij het begin van de 21ste eeuw. Getuigt het van pacifisme om deze situaties te gedogen of gewoon te negeren? Indien dit niet zo is dan heeft ook pacifistisch Vlaanderen een leger nodig. Dan moeten we solidair zijn met de andere lidstaten van de Verenigde Naties, de NAVO en de Europese Unie. Wegkijken is schuldig verzuim.

In deze context is de inzet van een leger niet in tegenspraak met de basisgedachte van het pacifisme: het stoppen van moorden en onrecht. Het dient om de vrede een kans te geven, desnoods door de vrede op te leggen en in stand te houden. Zelfs al duurt dit jaren van volgehouden inspanning. De redelijkheid van deelname zal wel voor iedereen duidelijk zijn. In de werkelijkheid wordt vooral een andere afweging gemaakt: deelnemen mag niet teveel kosten en niet te gevaarlijk zijn. Dat is precies de moeilijkheid voor defensie. De politieke wil is aanwezig om onrecht te bestrijden, om vrede te bevorderen maar de wil om defensie uit te rusten met moderne middelen en fitte goed getrainde soldaten, is veel minder. Vandaar onze zeer beperkte mogelijkheden om onze solidariteit binnen de NAVO en EU waar te maken. Het feit dat een defensieminister – gesteund door de ganse regering - resoluut kiest voor middelen die ontoereikend zijn voor gevaarlijke opdrachten ‘peace enforcement’ de vrede opleggen, is het ultieme bewijs van onze gebrekkige solidariteit. Pleiten voor een Europees leger maar ondertussen de eigen defensie verwaarlozen (zelfs niet alleen door een gebrek aan geld!) is pure demagogie, die in de wandelgangen van de NAVO onthaald wordt op een misprijzende zij het diplomatisch glimlach. Wie gelooft die Belgen nog?

Dat er nood is aan een grondig debat over een nieuwe pacifistische invulling van ‘nooit meer oorlog’ en over de rol en opdrachten van defensie is duidelijk. Voor dit laatste debat zijn de problemen gekend:
Te veel en te oud personeel.
Structuren die niet afgestemd zijn op de eisen van efficiëntie maar om iedereen een functie te kunnen geven; ook het overtollig personeel, zowel burgers als militairen.
De aanwerving die bemoeilijkt wordt door een onoordeelkundige inplanting van de eenheden.
De moeilijkheden om militair personeel te laten afvloeien en te integreren in de privé-sector of andere openbare diensten. Waarom is dit veel makkelijker in andere landen?

Investeringen die niet bijdragen tot de core business van defensie.
Materieel dat niet beantwoordt aan de criteria voor opdrachten waarvoor wij ons solidair verklaarden met zowel de VN, de NAVO als de EU: ‘peace enforcement’ opdrachten.

De trainingsproblemen inherent aan de beperkte oefenruimte in eigen land.

Tenslotte
Is het niet dringend tijd voor bezinning én actie? Pacifisme, dat een duurzame vrede nastreeft kan niet naast al dat brute geweld kijken. Het is geen vrijgeleide om niets te doen. Tegen bewapening, tegen geweld en fysiek misbruik maar tegelijk ook bereid en klaar zijn om de vrede actief te bewerkstelligen.

Pierre Therie
Kolonel SBH bd
Gewezen defensie attaché

31 januari 2008

Brief aan Pieter De Crem

Brief aan de Minister van Defensie

Geachte Heer Minister,

Met deze brief wil ik U drie uiterst belangrijke redenen geven om de aankoop van de gevechtsvoertuigen – deze uitgerust met een kanon 90 mm - niet te laten doorgaan.

In de eerste plaats zal de aankoop van dit type voertuig met een kanon met beperkt kaliber de toekomstige solidariteit met onze NAVO partners inperken wegens veiligheidsrisico’s. Mag ik U herinneren dat zowel de NAVO als de VN van hun leden verwachten dat ze solidair zijn voor alle mogelijke opdrachten, waaronder het opleggen van de vrede ‘peace enforcement’. Welnu, onze grondtroepen zullen ondanks deze zeer grote investering niet meer inzetbaar zijn dan actueel met de oudere Leopard tanks uitgerust met een kanon 105 mm; tenzij met grotere risico’s. Ik heb de stellige indruk dat de vorige regering bij de besluitvorming onvoldoende besefte dat deze (bewuste?) keuze een (ideologische?) politieke keuze was met als doel onze solidariteit met de NAVO (en VN) partners in de toekomst de facto te beperken tot humanitaire en weinig riskante vredesoperaties. Is dat de bedoeling van deze regering: zich desolidariseren in plaats van loyaal samen te werken met de NAVO én Europese partners, ook als het gevaarlijk is?

In de tweede plaats is er de onmogelijkheid om met dergelijk wapensysteem in NAVO en EU verband veilig samen te werken. Er zullen onvermijdelijk problemen rijzen wegens de technische beperkingen (te weinig penetratiekracht van de munitie en te weinig bescherming van het voertuig) waardoor onze soldaten kwetsbaarder worden. Daarnaast zijn er logistieke problemen (geen uitwisseling van de munitie mogelijk, moeilijker herbevoorrading waardoor grotere zeer dure stocks in vredestijd noodzakelijk zijn). Maar het gaat ook over praktische problemen voor de soldaten; in het terrein zal de samenwerking risico’s meebrengen, omdat de tactische procedures afhankelijk zijn van de vuur- en beschermingscapaciteiten van de voertuigen en onze soldaten dus sneller kwetsbaar zijn dan hun collega’s waarmee ze in het terrein samenwerken. Ook het risico op incidenten door “Friendly Fire” zal groter zijn als gevolg van de kortere inzetafstanden.

Ten slotte, Mijnheer de Minister, zal deze aankoop onvermijdelijk een weerslag hebben op het moreel van de soldaten. Hoe zal U de soldaten motiveren om hun leven te riskeren in onvoorspelbare crisisgebieden als U ze niet de middelen geeft om deze opdrachten in de beste voorwaarden uit te voeren? Wanneer België, één van de meest welvarende landen, niet de inspanning wil leveren om zijn eigen soldaten maximale overlevingskansen te bieden in bevolen opdracht dan zal dit een zeer nefast effect hebben op het moreel en de beschikbaarheid. Zal dat ook geen gevolgen hebben voor de rekrutering van gemotiveerde jongeren? En wat met het thuisfront dat zo belangrijk is voor het welslagen van een buitenlandse operatie?

Geachte Heer Minister, met deze brief wil ik absoluut niet pleiten voor méér militaire inzet en méér risico’s, maar wel mijn diepe bezorgdheid uitdrukken voor het belabberde imago van ons land wegens het manifeste gebrek aan solidariteit. Dat de beperkingen van het nieuwe materieel groot gevaar inhouden voor onze soldaten kan toch niet de bedoeling zijn van een dure investering? Dat deze aankoop duurder is dan alternatieven die technisch wél meer garanties bieden is daarenboven géén daad van goed bestuur.

Ik vermoed dat nog vele anderen zoals ik bezorgd zijn en U en de ganse regering met deze brief willen overtuigen om deze aankoop niet te laten doorgaan; het leven van soldaten heeft nu eenmaal een prijs! Het zijn géén tweederangsburgers.

Met de meeste hoogachting,
Pjotr