14 januari 2014

Liefde voor Brussel maakt blind




MEDIA EN POLITIEK  -   ANDERS GELEZEN


 

 

Opnieuw een klassieke Anders Gelezen: voor de enen een bron van inspiratie voor de anderen een bron van ergernis.



Brussels nationalisme


 

 

Dat Brussel ook in de komende verkiezingsstrijd zijn zeg wil hebben is niet ongewoon. Maar te veel liefde voor Brussel vanuit een anti-Vlaams ressentiment kan averechts werken.
In ‘Brusselsnieuws.be’ (08/01) laat Bert Anciaux (SP.A) zijn licht schijnen over de gevaren van het nieuw Brussels nationalisme. Anciaux laat het volgende optekenen: “Tot niet zo lang geleden zwaaiden hautaine francofone Brusselaars de plak over Vlaanderen en Wallonië. De geschiedenis van dit land staat bol van verfoeilijke praktijken van uitbuiting en vernedering. Onze taal en cultuur oogstten vooral misprijzen. In Brussel werd je als Vlaming beschimpt. Kerk, koning en kapitaal vormden de heersende drievuldigheid, gesmeed op een Franstalig aambeeld”.
Ondanks die voor Vlamingen weinig rooskleurige blik in de achteruitkijkspiegel ziet hij toch kansen voor Brussel als cement voor de Belgische constructie. Maar dan wel op één voorwaarde: dat Brussel geen eigen nationalisme ontwikkelt. Om het met zijn woorden te zeggen: “De zesde staatshervorming geeft de deelgebieden volop kansen op een beter beleid. Brussel kan nu vele uitdagingen aanpakken. Maar deze zegen verwordt tot een vloek, als de eigen pretentie overheerst op de wil om hoofdstad te zijn en de wil om géén concurrent voor Vlaanderen en Wallonië te spelen”.
Ancciaux heeft gelijk om zich zorgen te maken want die ‘Drievuldigheid’ van kerk, koning en kapitaal, is misschien niet meer zo machtig, maar er zijn nog voldoende hardleerse volgelingen. Zij zijn niet geïnteresseerd in de hoofdstedelijke functie die ten dienste staat van alle Belgen. Ze willen wel de eraan verbonden politieke macht verzilveren als een soort van waarborg tegen het aftakelingsproces van de federale staatsstructuur en royale financiële bonussen voor – nog altijd ontbrekend - goed bestuur. Hun nationalisme is als een Muur die bescherming moet bieden tegen een gemeenschappelijke ondergang in een Wallo-Brux federatie én tegen elke vorm van verantwoordelijkheid (lees afhankelijkheid) ten overstaan van buitenstaanders, in casu  Vlaanderen.
Zou Bert Anciaux echt denken dat deze ‘hautaine francofone Brusselaars’ wakker liggen van zijn mening? Mochten ze voor rede vatbaar zijn zouden ze al lang Vlaanderen omarmd hebben in plaats van hun francofonie te exporteren naar Vlaanderen en ondertussen de Vlamingen in Brussel als tweederangsburgers te behandelen.

Een Brusselse gazet


 

Afgelopen week kreeg ik een boos mailtje. Een lezer had naar aanleiding van een artikel over Brussel in De Morgen een reactie opgestuurd die geweigerd werd. Zijn commentaar: “Vandaag betoogt Douglas De Coninck in een lang opiniestuk in De Morgen (11/01) dat een Vlaming beter geen Nederlands spreekt in Brussel; en dat het tijd wordt dat er een einde komt aan de politieke overbescherming van die Vlaamse minderheid. Ik reageerde daarop met twee postings. In de eerste stelde ik dat ik het prima vond dat er een einde kwam aan die vermeende overbescherming, als in ruil ook de pariteit in de regering wegviel, net als de grendels in de grondwet. In de tweede posting stelde ik dat De Morgen een Nederlandstalige Le Soir is geworden: geen Vlaamse krant maar een Brusselse. Geen van beide postings werd op de site gepubliceerd. Terwijl postings afkomstig van de halvegare Pietje Pluk en scheldpartijen van de psychopaat ‘Frank vee’ (om nog te zwijgen van de linkse fanatici Marc Panaye en Jan Dirix) zonder enig probleem het filter passeren.
 
De dag erna kreeg ik over De Morgen een tweede mailtje, ditmaal naar aanleiding van de N-VA-nieuwjaarsreceptie in ‘Flanders Expo’.
 
De lezer citeert uit het artikel van journalist Tim F. Van der Mensbrugghe: “Voor de N-VA is er geen juistere plek om een feestje te houden. Flanders Expo symboliseert als geen ander het moderne Vlaanderen: een hoop blikken dozen met een Engelse naam waarrond een kluwen van autostrades en steenwegen ligt. Supermarkten en hoerenkoten op vijf minuten rijden: zo heeft de Vlaming het graag. Rakelings langs Flanders Expo scheert de R4, een ringweg waar er praktisch nooit file is, zodat je met gemak 120 kunt rijden, zelfs als je maar 90 mag...”. En zo voegt de gebelgde lezer eraan toe: Dat is nog een van de meer beschaafde tekstfragmenten, het gaat tenminste niet over de jaren dertig, wat verderop wél het geval is.
 
Laat mij er nog een citaat aan toevoegen:
“Aan één van de togen spot ik Kamerlid Ben Weyts. Vinnig baasje. Weyts zou een prima terrariumdier zijn als je niet houdt van reptielen: klein, neemt dus niet veel plaats in, maar wel levendig. Wel een tikkeltje territoriaal.
Minder vinnig oogt Liesbeth Homans. Wat ziet zij er weer droef uit, die mevrouw, alsof ze liever ergens anders was dan in Gent. Maar ze hoeft slechts iets raars te doen met haar wenkbrauwen en gerespecteerde journalisten volgen haar zeer gedwee naar de dansvloer.
Een grote lomperik strompelt tegen mij aan, ik bedwing mijn neiging hem een vuistslag toe te dienen. Mijn zelfbeheersing kwam weer van pas, want ik geloof dat het Jan Jambon was. Ik heb geen zin om aan zijn vrouw uit te leggen dat een Kamerlid misschien wel parlementair, maar niet fysiek onschendbaar is”. 
 
Bij zoveel objectieve journalistiek kan ik mij volmondig aansluiten bij de conclusie van de lezer: De Morgen is een Brusselse gazet geworden die Vlaanderen en de Vlamingen haat.
 
Ik geloof niet dat álle journalisten bij DM Vlamingenhaters zijn, maar één alvast wel. Naar aanleiding van een stukje over zijn geliefd Brussel en de volgens hem onvermijdelijke verfransing van Vlaams Brabant, schreef Douglas De Coninck mij het volgende (e-post van 17/12/2008): "Ik ben een paar jaar geleden (even) in Vlaanderen gaan wonen. Ik heb er nog steeds een trauma van: de extreme bekrompenheid, de lelijkheid, de kilheid van de mensen. Doe mij maar Brussel, de mix, de warmte, de drukte, de humor, de laissez-faire. ... Ik weet dat dat zeer persoonlijk en zeer subjectief is, maar ik val nog liever dood dan ooit terug in Vlaanderen te gaan wonen".

 

PS malgoverno


 

In De Tijd (7/01) heeft Louis Verbeke, voorzitter van de Vlerick Business School, grote moeite met de intransparantie van het PS-model (dat was nog voor de N-VA-nieuwjaarsreceptie  waar het ‘PS-model’ hét onderwerp was).
 
Een uittreksel: “La Libre titelde op 20 december dat het Waalse Gewest bijna twee keer meer schuld heeft dan het beweert (meer dan 11 miljard euro). Het verwijst naar het 25ste rapport van het Rekenhof gericht aan het Waals Parlement. De regering voldoet niet aan de normen van ‘régularité, sincérité et d’image de fidélité’. Met andere woorden, hun rekeningen zijn onbetrouwbaar. Als uw bedrijf een beoordeling van zijn externe auditor kreeg zoals de Waalse regering van het Rekenhof, dan zouden het management en de raad van bestuur moeten opstappen. Het is de schuld van het Rekenhof, zeggen de ministers Rudy Demotte (PS) en André Antoine (cdH) ‘sereen’, terwijl het gaat om de strengere Europese normen die consolidatie vereisen, voor iedereen gelden en (uiteraard) in Vlaanderen worden toegepast”.
 
Voorts heeft hij het over de blunders die beschreven worden in het jaarlijks rapport van het Rekenhof. Helaas is het ‘blunderboek’ al heel lang vermakelijke lectuur. Geen kat die daar nog overschrijft of belang aan hecht. Politiek België verdraagt geen transparantie en dus wordt elke blunder met een lachertje afgedaan. Hoelang nog?
 
Zo zal ook Verbeke’s oproep aan het Vlaams parlement om het Rekenhof om uitleg te vragen, zeer waarschijnlijk genegeerd worden. Nochtans zou dat zeer nuttig zijn. Zo kan immers aangetoond worden dat de (in Vlaanderen) onverkozen PS wel degelijk het beleid van de Vlaamse regering bemoeilijkt of zelfs in de weg staat.
 
Opmerkelijk is dat de Vlaamse  media nauwelijks aandacht hebben voor het ‘malgoverno’ van Wallonië en de Frans Gemeenschap. Minister van (Vlaamse) financiën, Muyters heeft duidelijk minder krediet bij deze kwaliteitspers. Verheugend is dat De Tijd hierop een uitzondering is.
 
Dat men volop ruimte geeft aan Paul De Grauwe die beweert dat meer autonomie voor Vlaanderen niet leidde tot betere economische resultaten, toont aan hoe ‘anders’ de geschreven pers omgaat met kritiek op de N-VA.

 

 

Citaten van de week

 

 

Lorin Parys in DS 13/01): Het percentage arme Amerikanen zakte van 17% in 1968, toen de Economic Opportunity Act van kracht werd, naar 11% in 1973. Of dat dankzij Johnson was of dankzij de economische boom, is niet duidelijk. In elk geval is die oorlog niet bepaald gewonnen vandaag. Maar zonder de initiatieven die Johnson door het Congres joeg, zouden nu geen 47 miljoen maar 94 miljoen Amerikanen arm zijn, beklemtonen de voorstanders. In het land dat we vaak als onbeschaafd brandmerken, leeft vandaag nog altijd een goede 15% van de bevolking onder de armoedegrens. Een schande.
Gelukkig betalen wij in België veel meer belastingen dan in het asociale Amerika zodat wij dergelijke armoedecijfers kunnen vermijden, denken wij. We geven dan ook een pak meer uit aan sociale overheidsuitgaven: in percentage van het bruto binnenlands product (bbp) zijn die uitgaven in de VS goed voor 20%, wij spenderen 30% van het bbp. Het resultaat daarvan? Wel, euh, grosso modo hetzelfde als in de VS. Ook bij ons leeft 15% van de bevolking in armoede. Dat is sterk, want in naam van de herverdeling legt onze overheid beslag op meer dan de helft van wat we in dit land produceren. Dat maakt ons tot wereldkampioenen solidariteit. Maar we presteren wat het resultaat betreft wel even slecht als landen die een pak minder uitgeven. Als Vredeseilanden even inefficiënt zou zijn, waren we al lang gestopt met het storten van een bijdrage.
 
Mia Doornaert (in DS 13/01): Als vrijheid degenereert tot gebrek aan verantwoordelijkheidszin, dan krijgen we helemaal geen ‘neoliberale maatschappij’, maar leven we onder besturen die steeds meer van ons belastinggeld uitgeven aan het opruimen van de schade van dat asociaal gedrag, en die zich steeds meer met ons persoonlijk leven (moeten) bemoeien. Want dat is nu de sfeer. Ik hoef de straten niet schoon te houden, ik mag luidruchtig en agressief en stomdronken zijn, ik mag klappen uitdelen en de boel kort en klein slaan, ‘de maatschappij’ moet het maar zien op te lossen.
Sommige GAS-boetes klinken absurd, inderdaad. Maar ze waren er nooit gekomen als burgerzin geen vies woord was geworden. De beste remedie ertegen? Herstel opvoeding in eer, het is hoog tijd. Anders gelezen, zou Mia nu pleiten voor  ‘moeders aan de haard’?
 
Tim F. Van der Mensbrugghe  in DM over de NJ-receptie van Open VLD: Journalisten doen vaak geheimzinnig over de partij van hun voorkeur. Ik niet. U mag gerust weten dat ik trouw en consequent stem op blauw. Ik vertel er u graag bij dat ik mij daar steeds dieper voor schaam. Kies Open Vld en je keert ontgoocheld terug.
 
Pjotr

 


08 januari 2014

De oogst van één dag





 


MEDIA EN POLITIEK  -  ANDERS GELEZEN



 




Wie begint er nu het nieuwe jaar met het doorsnuffelen van alle kranten en weekbladen, terwijl de Nieuwjaarwafeltjes van Destrooper uitnodigen tot een moment van ontspanning? Daarom deze week slechts de oogst van één dag  grasduinen in het persaanbod. Toch ruimschoots voldoende om een ganse ‘Anders Gelezen’ mee te vullen. Zes januari is ook een symbolische dag, want sinds 2011 de laatste dag van mijn vorig leven.
 


Philippe Moureaux in De Tijd






Philippe Moureaux, PS kopstuk die dankzij de zesde staathervorming meer geld en macht kreeg voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en tot voor kort twintig jaar lang burgemeester was van Molenbeek, mag in De Tijd zijn gal spuwen op het te rechtse beleid van Di Rupo I. Met zijn links beleid in Molenbeek had hij duidelijk meer succes. Ten minste wanneer succes afgemeten wordt aan het aantal jaren dat men burgemeester mag zijn. Ondertussen zijn er al doden gevallen en is Molenbeek het voorbeeld van de totale mislukking van de Belgische immigratiepolitiek. Een politiek die zijn partij misbruikte omwille van het electoraal belang van de allochtonen. Over populisme gesproken. Dat hij dan nog de arrogantie heeft om N-VA en de Vlaamse ondernemers te vergelijken met het nationaal-socialisme ten tijde van … is geen ‘slip of the tongue’ maar een diepgewortelde overtuiging die leeft bij een deel van een ideologisch verstarde linkse elite. Waar de PS zelf naartoe wil is veel minder duidelijk en in elk geval onmogelijk zonder Vlaams geld. Wat we ondertussen wel met zekerheid weten is dat ‘zijn’ Molenbeek  zelfs tolerante linkse Vlamingen niet langer kan bekoren.


Wie Moureaux zegt, zegt Parti Socialiste en dan zouden de Vlaamse kiezers eens Artikel 1 van de partijstatuten van de PS moeten lezen (in vrije vertaling): “De Parti Socialiste - afgekort PS - wil op het terrein van de klassenstrijd, alle socialistische krachten van Wallonië en Brussel verenigen, zonder onderscheid van ras, geslacht, taal, nationaliteit, geloof of filosofische overtuiging, met als doel de macht te veroveren en de volledige emancipatie van de arbeiders te realiseren”. Een lovenswaardige doelstelling die meteen ook het gigantisch falen van de PS duidelijk maakt. Want, hoe anders kan men de armoede en werkloosheidscijfers in Wallonië en Brussel interpreteren? Deze partij heeft België kapot gemaakt en wil haar ‘échec’ verdoezelen door nu Vlaanderen te verarmen.


De uiteenvallende regering Di Rupo




Dat de regering Di Rupo in verkiezingsmodus verkeert en de ene excellentie de andere afblokt om electorale redenen is een steeds weerkerend fenomeen in parlementaire democratieën. Maar journalist Wim Winckelmans (DS) heeft daar een oplossing voor: ‘Wat zou Dehaene doen?’ vraagt hij. En het antwoord geeft hij erbij: “Een kleine twintig jaar geleden schreef Jean-Luc Dehaene (CD&V) als premier vervroegde verkiezingen uit, met onder meer als reden dat hij de verkiezingscampagne kort wou houden, om nadien zo snel mogelijk het nodige besparingsbeleid te kunnen hervatten”.

 

Zo loste Dehaene dat op. Jongleren met de verkiezingen. En waarom ook niet want of een regering nu een Vlaamse meerderheid of minderheid vertegenwoordigt is ook aan hem en de traditionele partijen niet besteed. Van gewezen premier Dehaene weten we dat zijn respect voor het parlement te vergelijken valt met het respect van de andere machtsgeile politici die symbool staan voor het complex staatsbestel. Het is niet omdat de kiezer foute keuzes maakt dat politici dat ook moeten doen.

 

Klein detail, deze oplossing kan niet wegens de Europese verkiezingen die vastliggen op 25 mei. ‘Anders was Dehaenes idee zeker voor herhaling vatbaar’ zo concludeert Winckelmans. Overigens een foute redenering want nergens staat geschreven dat de verkiezingen moeten samenvallen. Is het niet de nieuwe CD&V kopman voor het Vlaams parlement, Peter Van Rompuy, die pleit voor afzonderlijke - kort na mekaar gehouden - verkiezingen?


De ondemocratische werking van de regering

 


Onder deze titel in DS geeft Tinneke Beeckman scherpe kritiek op Di Rupo. Ze ergert zich aan de grendels waarover de federale overheid beschikt om de Franstalige minderheid te beschermen en meteen de Vlaamse meerderheid monddood te maken. Een zoveelste herhaling van de aanklacht die heel erg leeft bij de Gravensteengroep waar ze lid van is. Als alternatief pleit ze voor het federale systeem dat Canada hanteert voor de bescherming van de Franstalige minderheid in Québec. Verregaande autonomie is het antwoord. Deze autonomie heeft ook het voordeel dat ze federaal niet de meerderheid kan blokkeren.

Vertaald naar de Belgische situatie betekent dat een grote autonomie voor Wallonië (en dus ook voor Vlaanderen). Precies waar het confederaal denken van N-VA en CD&V over gaat. Alleen is voor CD&V deze denkpiste slechts onderdeel van het machtsdenken en niet van de overtuiging dat het een duurzame oplossing is voor een communautaire vrede. Hoe geloofwaardig N-VA nog zal zijn na de verkiezingen was tot voor kort zelfs nog geen vraag. Maar macht en geld kunnen van deze Vlaamse beweging al snel een partij als een ander maken.      

Een federale kieskring acht ze niet voldoende. Laat gewoon de meerderheid de meerderheid zijn. Voor haar Vlaamse vloek in de Francofone kerk bestaat er een simpele oplossing: de federale grendels.     


 

De dictatuur van de angst




De jongeren van Open VLD mochten in Knack eens hun gedacht neerpennen en zoveel is duidelijk: Bart De Wever gebruikt de angst voor moslimterreur om succes te behalen. Hun aanklacht: “De Wever beweert Westerse vrijheden te verdedigen. Tegelijk pleit hij voor bewakingscamera's, controle van internetverkeer en breidt hij GAS-boetes drastisch uit.”  Dat Open VLD de wetgeving inzake GAS-boetes goedkeurde en zowat elke gemeente daar een eigen interpretatie van maakt, zit deze jongeren niet lekker.

Hun conclusie is alvast heel moedig: “Onze samenleving heeft nood aan politici met moed. Politici die durven stellen dat we niet alles kunnen controleren. Politici die niet de symptomen maar de oorzaken bestrijden. We moeten durven aanvaarden dat niet elke maatregel die de veiligheid schijnbaar verhoogt daarom ook proportioneel is”.

Nu nog de eigen partijleiding overtuigen dat ze de laatste decennia niet moedig waren. Meer zelfs, hun beleid de dieperliggende oorzaak is van de maatschappelijke ontregeling. Maar toen waren ze daar niet mee bezig. Toen telde enkel het uitbouwen van individuele carrières. Verhofstadt en De Gucht zijn daar de sprekende voorbeelden van.
 


Citaten van de week



 


Steven Vanackere in DM (aanvaardt toch de derde plaats voor de Europese verkiezingen): Ik blijf me ervan bewust dat ik met deze derde plaats een zeer groot risico neem, maar ik ben niet van plan om op te geven. CD&V heeft met lijsttrekster Marianne Thyssen, Europees parlementslid Ivo Belet en mezelf een sterk trio om de waarden en de belangen van de Vlamingen in het Europees Parlement krachtig te verdedigen. Nu komt het erop aan de kiezers te overtuigen. Anders Gelezen zal bij tegenvallend resultaat de partij of het ACW wel zorgen voor een passende betrekking.

Hugo Camps in DM: Je mag er niet aan denken dat het Antwerpse matrakbewind straks nationaal wordt doorgetrokken in een nieuwe Vlaamse meerderheid. Nog even en een jointje op het Zuiderterras is goed voor de dood met de kogel. Hoezo Lichtstad? Homans en De Wever in rijlaarzen en met zweepje - ranselplebs als onze grote leiders. De Morgen-stond heeft goud in de mond.

Guido Lauwaert in Knack: Het gevaar bestaat daarom dat na mei 2014 emopartijen de macht zullen grijpen. En wie zal de schuld hiervoor krijgen? Grootbedrijven bestaan dus zonder het eigen kapitaal aan te spreken, en door handige trucs betalen ze geen belasting. De regering regelt loonmatiging, minder ontslagbescherming, hoest de opleiding van jonge arbeidskrachten op en laat het vuile werk opknappen door Maggie De Block, bijgenaamd Ma Dalton, zorgt voor meer aftrekposten, zodat de bedrijven kunstinstellingen kunnen sponsoren, waar ze handig gebruik van maken om vrijkaartjes op de beste rijen van de schouwburgen voor te versieren en een aparte ingang bij de gerenommeerde musea voor zichzelf, hun verwanten en hun vrienden. Anders gelezen, dat is ook een privilege van het Paleis dat al evenzeer zijn getrouwen bedient met ‘faveurkes’.

Tinneke Beeckman in DS: De federale politiek is geen opbeurend spektakel. Betekent dit dat het Vlaams bestuursniveau het altijd beter doet? Niet noodzakelijk. Soms dreigt Vlaanderen de zo vermaledijde Belgische ziektes – politieke benoemingen, gebrek aan transparantie, verkwisting – over te nemen. Maar een burger kan tenminste tegen Vlaamse politici stemmen wanneer die er in zijn ogen een zootje van maken. Dat is niet veel, maar wel een noodzakelijk begin. Anders gelezen, nu zelfs Herman De Croo de kans krijgt om de kiemen van de Belgische ziekte te verspreiden in het Vlaams parlement, zal het er niet op verbeteren.

Waarom worden die oude krokodillen niet afgevoerd in plaats van opgevoerd?


Pjotr


 

31 december 2013

In de luwte van het aflopend jaar


Met onze beste wensen voor

een hartverwarmend en  uitdagend 2014 



MEDIA EN POLITIEK   ANDERS GELEZEN


 

 

Naar jaarlijkse gewoonte is het opnieuw tijd om even achterom te kijken. Wat was er in de media en de politiek zo belangrijk voor ons. Maar het mag ook een persoonlijke toets hebben. Want of we het nu willen of niet, we hebben veel gemeen en lezen soms teksten die zo herkenbaar zijn in ons eigen leven.

 

2013 was vooral opvallend door al wat niet gezegd noch geschreven werd.

 
Over de informatie die de Amerikaanse veiligheidsdienst NSA verzamelde werd aanvankelijk met heel veel gedruis gesproken en nog meer poeha geschreven. Verontwaardiging alom, vooral uit landen waar de eigen inlichtingendiensten goede contacten onderhouden met deze Amerikaanse inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Net als sneeuw voor de zon verdween de belangstelling en slechts sporadisch hoorden we hier of daar nog iets dat dan meestal ook nog ver van ons bed was. We leven in een ‘snelle’ maatschappij waar alles  vluchtig wordt. Vlaanderen maar ook gans Europa is apathisch geworden voor alles wat niet past in het eigen plaatje. We aanvaarden dingen die we niet moeten aanvaarden.
 
Ook de eigen media laten heel veel onbesproken. Niet omwille van een monstercomplot maar gewoon omdat de redacties onderbemand zijn om kwaliteit te kunnen leveren. Voeg daar de zelfcensuur van de individuele journalist aan toe, die wel weet wat ‘zijn redactie’ al of niet belangrijk vindt en we zitten opgescheept met ongeloofwaardige media. Het verklaart alvast het succes van de snelgroeiende online nieuwsmedia die net deze informatie brengen waar de traditionele redactie niets over schrijven, of vooral ‘passende’ meningen aan bod laten komen.
 
Een mooi voorbeeld was de eerste kersttoespraak van Koning Filip. Hij hield zijn toespraak niet enkel in drie verschillende talen maar gebruikte deze taalverscheidenheid om elk ‘volk’ te bedienen op zijn wenken. De vermelding ‘Franse gemeenschap’ in het Nederlands werd zo in het Frans de ‘Fédération Wallonie-Bruxelles’. Nochtans een ongrondwettelijke benaming. Gevraag naar commentaar reageerde Pierre-Emmanuel De Bauw, Directeur Media en Communicatie van het Koninklijk Paleis, “dat vanuit de wens om het 'gangbare taalgebruik' onder de Franstaligen te volgen! …  Contact met enkele Vlaamse journalisten die de toespraak positief beoordeelden leerde dat geen enkele de Franse tekst gelezen had. (link http://de-bron.org/content/koning-philippe-negeert-de-grondwet ). Is dat geen mooi voorbeeld van de Belgische werkelijkheid? Een land met twee afzonderlijke democratieën? De grondwet een vodje papier voor de Franstaligen maar niet wanneer Vlamingen op hun rechten staan. Dan eist men een grondwetswijziging waarop eveneens een stevige Franstalige grendel zit.

 

2013 was het jaar waarin de traditionele partijen beseften dat de Vlaamse grondstroom hen dreigt links te laten liggen.

 
Dat oppositiepartijen zich in de aanloop naar de verkiezingen bezinnen is een vast ritueel. Het moet zuurstof geven voor de lange spurt naar de verkiezingen. In 2013 voelden blijkbaar ook de regeringspartijen de noodzaak om zich te herbronnen. Regeringspartijen die zich verontschuldigen voor het gevoerde beleid. Regeringsleden die de schuld in de schoenen schuiven van de (in Vlaanderen vermaledijde) PS maar verder onmachtig het PS dictaat ondergaan. Het resultaat is precies wat men niet wou: verder aanmodderen en de complexiteit van het compromis accepteren zonder dat er ten gronde iets verandert. Meer geld voor de regio’s maar zonder homogene bevoegdheden. Brussel nog  minder Vlaams dan voor de hervorming. Maar federaal blijft de politieke macht stevig in handen van een almachtige Franstalige minderheid. Politieke solidariteit?
 
De media staan voor een belangrijke test. Brengen ze afstandelijk nieuws en zorgen ze voor correcte informatie of laten ze verder opiniemakers met een duidelijke voorkeur hun gang gaan? Bieden ze een forum voor manipulaties of zorgen ze zelf voor een correcte duiding en analyse? Durven ze voorbij de waan van dag kijken? Verdedigen ze een divers en zelfstandig Vlaanderen of blijft het aanschurken tegen de Belgische vetpotten?
 
Onze hoofdstad, Brussel, is zo’n belangrijk onderwerp waar de media vooral uitblinken door er niet over te spreken of te schrijven. Ze laten liever Belgischgezinde en  francofiele opiniemakers aan het woord. Recentelijk deed Philippe Van Parijs een oproep ‘om van Brussel te houden’. Maar wat blijkt? In januari wordt, mede onder zijn impuls, een colloquium gehouden met als onderwerp ‘de financiering van Brussel’. Hou van Brussel betekent dus geld voor Brussel.
 
Nochtans staat er voor Brussel veel meer dan de financiering op het spel. Brussel moet vooral een fundamentele keuze maken voor de komende decennia: tussen de hoofdstad zijn waar Vlamingen zich thuis voelen en het Vlaamse verleden met al zijn prachtige monumenten gekoesterd wordt, of een multiculturele stad worden waar minaretten onze kathedralen verdringen en onze rijke christelijke cultuur enkel nog beleden wordt in catacomben. Waar de rechtstaat vervangen wordt door de sharia.
 
Het is een schande dat de Brusselse politici die decennialang de plak zwaaiden over deze oorspronkelijk Vlaamse stad, ook vandaag nog liever minaretten toelaten dan dat Brussel (het Brussels electoraat) zou vervlaamsen. Het zou ontluisterend zijn om, na het ondergaan van de verfransing, nu ook nog mee te werken aan de islamisering van onze hoofdstad. Brussel heeft geen nood aan francofiele kapitalisten maar aan zelfbewuste Vlamingen die van hún stad houden.
 

Het is maar om te lachen

 
De krant De Tijd had voor zijn lezers een cadeautje in petto: de 50 kwaadste columns van Koen Meulenaere, alias Kaaiman, gebundeld in een gratis boekje.
 
In het ‘Woord vooraf’ schrijft Isabel Albers, hoofdredacteur van de krant het volgende: “Elke dag geven we Koen Meulenaere in De Tijd vrij baan om in die soms schier onverdraaglijke nieuwsstroom tegen de schenen te stoppen. Als Kaaiman hakt hij ongenadig in op de zwakke flank van al wie zich sterk waant”. Ze besluit met volgende zin: “Niets is zo pikant als zotte dingen met zo’n ernstig gezicht te behandelen, dat niemand opmerkt dat het maar een grap is”.
 
Is het niet opmerkelijk dat de hoofdredacteur van een kwaliteitskrant het nodig vindt om de satirische columns van Meulenaere af te doen ‘als een grap’?
 
Daarom, mocht ik voor de Vlaamse geschreven pers één wens doen voor 2014, dan wel deze: dat Isabel Albers en al haar collega-hoofdredacteurs zich niet genoodzaakt voelen om zich te verontschuldigen voor de waarheid (ook al wordt die in de beste traditie van de satire overdreven) en deze te herleiden tot ‘zotte dingen’, tot ‘een grap’. Integendeel ik hoop in 2014 dat wat Kaaiman schrijft overgenomen wordt door journalisten die de zelfcensuur durven overstijgen.  Journalisten die hun werk belangrijker vinden dan hun imago van Bekende Vlaming en zich niet langer laten ringeloren door een allesverstikkend politiek-correct denken. Opdat Kaaiman in De Tijd en in alle Vlaamse kranten en weekbladen overbodig wordt!
 

Lonely but not alone

 
Tenslotte maakte volgend interview indruk op mij.
 In Terzake (13/12) haalt de gewezen Zuid-Afrikaanse minister van buitenlandse zaken onder Mandela, R.F. Botha, een anekdote aan. Toen Mandela scheidde van zijn vrouw Winnie belde hij Botha op om zijn verdriet te delen. Botha begreep hoe eenzaam Mandela zich voelde, en antwoordde Mandele 'you are lonely but not alone'. Waarop Mandela volgens Botha in tranen uitbarstte. Zo zie je maar dat iemand die 27 jaar gevangenis overleefde zonder bitterheid, toch heel eenzaam kan zijn in volle vrijheid. 
Beste lezers, deze anekdote zal voor sommigen onder u helaas ook een bijzondere betekenis hebben. Daarom wil ik afsluiten met deze hopelijk aanstekelijke woorden: Ware vriendschap is veel meer dan enkel de mooie momenten delen.

 
Pjotr


 

26 december 2013

Pleidooi voor een realistische defensie


MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN


 
In DS pleit Jonathan Holslag (VUB) voor een volwaardige Belgische defensie met gevechtsvliegtuigen én fregatten. Over de factuur echter, geen woord.

In een opmerkelijk én moedig pleidooi gaat Jonathan Holslag, docent internationale politiek aan de VUB, uit van de grote waarschijnlijkheid op gewapende conflicten in de komende tien jaar. Daarom moet België volgens hem zowel over gevechtsvliegtuigen als over fregatten  kunnen beschikken, want ze zijn beide cruciaal in eender welk conflict. “Het enige mogelijke uitgangspunt voor zo’n beslissing is de veiligheidssituatie rondom ons. Wie zegt dat gevechtsvliegtuigen niet nodig zijn omdat grote conflicten ons niet langer kunnen bedreigen, zet de veiligheid van de komende generaties op het spel”.

Geopolitieke overwegingen


Vanuit een geopolitieke invalshoek klopt het dat een gewapend conflict, door de globalisering van de belangen, ook een weerslag zal hebben op de Belgische belangen. En het klopt ook dat de buitenlandse politiek, met defensie als sluitstuk, de eerste en laatste verdediger is van onze belangen in het buitenland.

Onder andere toenmalig buitenlandminister Karel De Gucht verklaarde dat de  diplomatieke geloofwaardigheid van ons land worden geschaad wanneer de defensie-inspanningen ondermaats zijn. Defensie als stok achter de deur, speelt inderdaad een belangrijke rol in de internationale geloofwaardigheid van een land. 

Maar meteen zou het ook duidelijk moeten zijn dat het soortelijk (geopolitieke) gewicht van een land niet bepaald wordt door de diplomatieke inspanningen noch door defensie maar door de klassieke geopolitieke machtsfactoren. De grootte van het land, de beschikking over natuurlijke rijkdommen, het bevolkingsaantal en de geschooldheid, de economische prestaties, de militaire capaciteit, … . Wanneer men al deze factoren als ijkpunt neemt is het duidelijk dat België nooit een belangrijke rol kan spelen in om het even welk gewapend conflict en het dus enkel kans maakt om enig belang te hebben, wanneer het zich inschrijft in een groter geheel. Voor België is dat, bij gebrek aan een volwaardig alternatief, de NAVO. En binnen de NAVO is het evident dat de VS de ‘leidende natie’ is.

 
Holslag maakt zich ook zorgen om de Europese afhankelijkheid van de VS. Een afhankelijkheid die overigens niet zal verminderen door de aankoop van Amerikaanse vliegtuigen. Maar de EU is nooit een volwaardig alternatief geweest. Het eerste initiatief om een Europees Leger op te richten dateert al van 1952 (CED – Communauté Européenne de Defense), maar werd door Frankrijk reeds begraven in 1954. Sindsdien is er nooit nog een aanvaardbaar initiatief geweest. Zelfs het beperkte voorstel van toenmalig premier Guy Verhofstadt om in Tervuren een hoofdkwartier op te richten voor een Europese Defensie werd op schamper gelach onthaald. Naar aanleiding van de zogeheten ‘pralinetop’ op 29 april 2003 verzetten de trans-Atlantische leden, waaronder het Verenigd Koninkrijk en Nederland, zich tegen dit initiatief met als argument omdat de EU geen duplicatie van de NAVO moest worden. Een autonoom hoofdkwartier werd gezien als een verspilling van schaarse middelen. Dat laatste was voor de bevlogen dromer-politicus Verhofstadt nooit een argument.  

In zijn pleidooi voor een volwaardige defensie met alles erop en eraan geeft nu ook professor Holslag blijk van heel veel voluntarisme.  

 
Internationale samenwerking

 

Een interessante vraag is of de samenwerking tussen de verschillende nationale legers beter kan georganiseerd worden wanneer elke land in elk domein een bijdrage kan leveren of dat integendeel de (kleinere) landen zich specialiseren in deelcapaciteiten – te land in de lucht of ter zee?

In een 'nationalistische' visie, zoals deze die Holslag duidelijk voorstaat, vindt men het beter dat elk land beschikt over een volwaardige nationale defensie, hoe beperkt die in het geval van België ook zal zijn. 

Het nadeel van deze oplossing is dat de middelen voor gecombineerde operaties uit zoveel verschillende landen komen, dat zowel de voorbereiding als de operationele samenwerking moeilijker is. Daarenboven zijn deze landen meestal ook nog zo chauvinistisch ingesteld dat ze ook tijdens de operaties baas willen blijven over hun middelen. VN operaties, die net als NAVO-interventies afhangen van nationale contingenten, hebben reeds meermaals de zwakheden van deze oplossing aangetoond.

Maar het voornaamste nadeel van dergelijke samenwerking tussen nationale legers is dat zowel de overkoepelende commando als ondersteunende functionaliteiten ontbreken. Daarom worden in de praktijk alle recente militaire operaties uitgevoerd onder het commando van een ‘leading nation’. En dat dit vooral de VS is, heeft alles te maken met de onmacht van Europa, dat militair nauwelijks iets voorstelt.

Specialisatie betekent inderdaad dat kleinere landen een deel van hun defensie toevertrouwen aan bondgenoten. Waarom zou dat een probleem zijn? Vandaag kan België evenmin zijn buitenlandse belangen militair verdedigen en dat weet Holslag vanzelfsprekend ook wel. Wie echt op internationaal niveau wil meedoen kan alleen maar kiezen voor internationale samenwerking. Een BE-NL samenwerking ligt in de lijn van deze logica. Maar ook dan dienen kosten en baten afgewogen te worden.

Militaire principes en regels


 
Wanneer men zoals Holslag een volwaardige defensie wil organiseren dan betekent dit dat we ons laten leiden door de principes van de krijgskunst. Immers, elke tekortkoming zal door de tegenstander afgestraft worden en kan alleen maar leiden tot veel bloedvergieten ‘umsonst’.

Holslag ziet vooral de bedreiging en een gordel van instabiliteit die zich uitstrekt van Zuid-Oost Azië over het Midden Oosten tot aan de Westkust van Afrika. Op basis van het principe van de evenredigheid der krachten lijkt een gewpaend conflict in deze uitgestrekte regio niet direct op maat gesneden voor een autonome Belgische militaire interventie.  In Rwanda hadden we zelfs niet de moed om een vuist te maken tegen de aan gang zijn genocidaires. 

Maar toch moeten we voor deze meest waarschijnlijke bedreiging kunnen beschikken over fregatten en gevechtvliegtuigen. Fregatten zijn bij uitstek de middelen om het principe van de ‘vrijheid van handelen’ te respecteren. Hierbij geldt de regel dat de communicatielijnen moeten gevrijwaard blijven. Wie op basis van dit principe en de afgeleide regels de behoefte aan fregatten zou willen berekenen mag dat doen. Alleen wil ik erop wijzen dat alleen al voor de beveiliging van onze handelsvloot tegen de piraterij vanuit Somalië een gecombineerde ‘Task Force 151’ nodig was en en de operatie Atalanta gecoördineerd wordt door afgevaardigden van de NAVO, EU en de Combined Maritime Forces (CMF). Welke rol België daarin speelt laat zich raden. Overigens lijkt het voor de burgermaatschappijen niet altijd goedkoper om militairen aan boord te hebben in plaats van een privé veiligheidsdetachement.

Wanneer wij ons zouden specialiseren in één of enkele capaciteiten, is de kans groter dat wij met deze specialiteit meer opvallen binnen een internationale troepenmacht dan  met een marginale bijdrage in meerdere capaciteiten. Iets wat we overigens sinds de Koreaanse oorlog in 1950 nooit meer aankonden. Wie ons internationaal imago op een geloofwaardige manier wil ondersteunen heeft er baat bij om op te vallen in een beperkter domein dan irrelevant te zijn in het geheel van de capaciteiten. Net zoals het beter is om de krachten te bundelen en prominenter aanwezig te zijn in éénenkele operatie dan onopgemerkt deel te nemen aan verschillende (gelijktijdige) operaties.  

Defensiebudget ontoereikend


 
Het zal vooral  luchtmachteneraals aangenaam in de oren klinken om vanuit academische hoek steun te  krijgen voor een volwaardige luchtgevechtcapaciteit. Net nu een beslissing terzake moet genomen worden is het alvast meegenomen dat de grote baas van defensie, Generaal vlieger Gerard Van Caelenberge, een luchtmachtgeneraal is. Vanuit zijn eigen ervaringen zal hij ongetwijfeld minder graten zien in de achteruitstelling van de programma’s voor de andere defensiecomponenten. Momenteel circuleert een bericht van oud luchtmachtstafchef Alex Moriau  - die zijn opleiding kreeg in de VS en er ook  aan het  ‘staff college’  studeerde - waarin hij ‘Oranje’ feliciteert met de in ontvangstneming van de eerste Lockheed F35A. Duidelijk de natte droom van de luchtmachttop.

Maar eens geconfronteerd met de budgettaire werkelijkheid zal ook de meest fervente voorstander van een volwaardige luchtmacht – 40 nieuwe ‘fighter-bombers’ volgens defensieminister De Crem - moeten toegeven dat deze uitgave groter is dan het dubbele van het jaarlijks totaalbudget van defensie. Zelfs met een gespreide betaling betekent dit dat er zal moeten gesneden worden in alle andere programma’s. En ik hoorde nog geen enkele politicus pleiten voor een hoger defensiebudget.

Technisch valt er wel veel te zeggen voor een voldoende groot aantal vliegtuigen. Maar het is duidelijk dat de keuze dan niet kan vallen op de dure F35 maar op goedkopere alternatieven. In een eerder gepubliceerd artikel over de vervanging van de F16 gevechtsvliegtuigen (http://de-bron.org/content/de-f35-een-dure-politieke-beslissing) wezen we op de mogelijkheden van een nieuwe versie van de F16 als opvolger. Ook andere alternatieven zouden omwille van de beperkende budgettaire middelen eveneens in overweging moeten genomen worden. De Zweedse Saab Gripen heeft alvast enkele interessante troeven, waaronder de kostprijs, maar laat zich minder gemakkelijk integreren in een Navo-samenwerking.  

Momenteel stelt zich het probleem van de fregatten niet vermits we nog niet zo lang geleden twee oude maar gerenoveerde Nederlandse fregatten kochten. Ooit zal ook hier de vervanging zorgen voor een hernieuwd gebakkelei. Met de roep om ons te specialiseren.
 

Politieke geloofwaardigheid


 
Holslag heeft het in zijn artikel over het cynisme bij de politici: “Het zou van veel partijen trouwens bijzonder cynisch zijn om de jonge generaties eerst op te zadelen met een kreupele economie, om hen dan vervolgens ook een basisverzekering tegen belangrijke veiligheidsrisico’s te ontzeggen”.
 
Rekening houdend met de realiteit heeft deze vermanende uitspraak nauwelijks betekenis tenzij ze gelezen mag worden als een aansporing om het defensiebudget te verhogen. Alleen dan zal België zijn Navo- en Europese partners kunnen overtuigen van haar loyaliteit.

Helaas is dat zelfs geen vraag, laat staan dat de politieke wereld er vandaag een antwoord op heeft. De politieke wereld is ook in het defensiedomein hopeloos verdeeld. Terwijl Vlaamse defensiekringen vooral het Navo-lidmaatschap ondersteunen, leeft in Wallonië, onder Franse invloed, eerder een Navo-ressentiment. Vooral ten aanzien van het Amerikaanse leiderschap. Toen Flahaut minister van defensie was, leidde dat zelfs tot een hilarisch veto tegen het overvliegen van Amerikaanse vliegtuigen ten tijde van de oorlog met Irak.

Dat Verhofstadt en zijn Paarse coalitie van België het wereldgeweten tegen oorlogsmisdaden wilde maken, en zo ook VS defensieminister Rumsfeld bedreigde, toont aan hoe politici zichzelf soms belachelijk maken. Hoe zouden wij onze belangen op een geloofwaardige diplomatieke en militaire manier kunnen ondersteunen als de regering, eerste minister op kop, zich ten aanzien van onze voornaamste militaire bondgenoot zo arrogant opstellen?

 

Damm it if you do, and damm it if you don’t


 

Hoewel de Lockheed lobby-machine, inclusief een kern van fervente voorstanders in de Wetstraat en binnen Defensie, de indruk wekt dat de Lockheed F35 de enige goede keuze is, heeft ons land wel degelijk de mogelijkheid om te kiezen welk vliegtuigtype het best geschikt én betaalbaar is.

Andere landen die blindelings in het programma gestapt zijn, zitten nu – onder meer door de lange ontwikkelingstijd en de oplopende kosten – vast aan hun premature politieke keuze. Nederland, Zuid Korea, Noorwegen en Denemarken staan voor een onmogelijk dilemma: damm it if you do, and damm it if you don’t.

Deze landen hebben reeds heel veel geïnvesteerd in het programma. Een bron schat die uitgaven op 1 miljard USD en dat zijn ze kwijt als ze afhaken: damm you.

Maar voortdoen betekent daar bovenop ook nog eens de echte kost betalen. Voor NL wordt nu reeds uitgegaan van minimum 4,5 miljard Euro, en de finale kost kan nog een stuk hoger liggen: Damm you if you don’t

Onvermijdelijk rijst de vraag of de keuze voor de F35 binnen een samenwerkingsverband met Nederland niet in tegenspraak is met goed bestuur. Ook de vraag of internationale samenwerking ook betekent dat men verplicht is mee te stappen in een aankoop die op zijn minst vatbaar is voor veel kritiek, kan niet meer vermeden worden.

De keuze tussen goed bestuur of internationale samenwerking wordt dus ook voor de Belgische politieke wereld een damm it if you do and damm it if you don’t.  
 
Pjotr 

Deze bijdrage werd ook gepubliceerd in De Bron: http://de-bron.org/content/pleidooi-voor-een-realistische-defensie
 

Artikel in DS “Koop die gevechtsvliegtuigen” door Jonathan Holslag http://www.standaard.be/cnt/dmf20131215_00888655)