21 augustus 2012

Alliantie



ANDERS GELEZEN

Macht of democratie
De zomerse komkommertijd in de klassieke media is blijkbaar een vruchtbare tijd voor alternatieve publicisten om dieper in te gaan op een of ander maatschappelijk probleem. Voor Anders Gelezen moeilijk om een keuze te maken. Alvast één aanrader, die ook het uitgangspunt is voor deze “anders gelezen”:  “Vaarwel democratie?” door Jan Blommaert. De opmerkelijk goed onderbouwde maar wat lang uitgevallen opiniebijdrage (9 blz) is te lezen op http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2012/08/18/vaarwel-democratie
Blommaert heeft het over de foute benadering van de Europese crisis die volgens hem geen economische maar wel een cruciale politieke crisis is.  Zo schrijft hij: “Interessant genoeg is deze oligarchie (de technocraten die de belangen van de financiële wereld behartigen) ontstaan omdat we met z’n allen een bepaalde, foute definitie hebben aanvaard: we hebben aanvaard dat deze crisis een economische crisis is. Het aanvaarden van deze definitie is een vergissing van historisch formaat. De crisis is immers een diepe politieke crisis en voor zover we dat nodig hebben is de opinie van Jean-Luc Dehaene en Maurice de Hond (die de parlementaire democratie verouderd vinden) daarvoor doorslaggevend bewijs. De economie heeft de politiek geheel overgenomen en dus moeten de regels en procedures van de politiek snel-snel aan die van de economie aangepast worden. In afwachting daarvan plaatsen we dezelfde mensen aan de top van allebei deze domeinen: economen en bankiers (cfr de regeringen in Griekenland en Italië). Het oplossen van de economische crisis verscherpt zo de politieke crisis. (…) De EU is als systeem volkomen uit balans; het is dan ook geen orgaan dat democratische rechtvaardigheid uitdraagt en het is geen orgaan dat democratische legitimiteit bezit.”
Zijn conclusie is dan ook,  “dat we er alleen uitraken wanneer ons hele systeem terug in democratische balans is en elk onderdeel van de samenleving – incluis de economie – ‘zijn verantwoordelijkheid neemt’ en het eigen belang tegen het algemeen belang afweegt.” Tot zover de verwijzing naar dit sterk aanbevolen opiniestuk.
Binnen de groeiende groep van opmerkzame opiniemakers die een EU-kritische stem laten horen, waaronder ook Rik Van Cauwelaert, neemt de afkeer van deze nieuwe ondemocratische orde overhands toe. Maar precies omdat, zoals Blommaert terecht concludeert, de oplossing enkel politiek kan zijn, is enig pessimisme niet onterecht. Tegenover de macht van het geld staat immers alleen het voluntarisme en de integriteit van “hoogstaande” politieke leiders. Een kwalificatie die samen met de afgang van al die “vooraanstaande” politici in de vuilnisbak verdween. Vandaag zijn de  politici zozeer verstrengeld met de financiële wereld (denk maar in  ons land aan de doorslaggevende rol die het DEXIA probleem speelde bij de totstandkoming van de regering Di Rupo) dat het fundament van het democratisch handelen, verkiezingen, enkel nog een “formele” verplichting zijn. Het gaat niet enkel om de stuitende voorbeelden à la Verhofstadt (die kiesomschrijvingen aanpaste aan partijbelangen) en Dehaene (de exponent van de economische graaicultuur), want ook de “kleine politici” worden via bestuursmandaten en allerhande vergoedingen monddood gemaakt. Immers, voor sjoemelaars op het hoogste niveau is er niets lonender dan de groep afhankelijke politici zo groot mogelijk houden. De kosten dat dit met zich meebrengt worden immers toch afgewenteld op de belastingbetalers. Kan het cynischer?
Ook in de regelmatig terugkerende discussie over goed bestuur en de onderlinge verhoudingen tussen het beleidsniveau (ministers) en hun administratie is deze belangenvermenging met de economische machten soms oorzaak van heftige debatten. Wie kent geen projecten waarvan men zich afvraagt wie daar nu baat bij heeft, behalve de bouwheer? Welke politicus van enig belang durft nog recht te staan en publiekelijk te verklaren dat hij enkel het algemeen belang dient, of tenminste zorgt voor een balans tussen de verschillende belangengroepen die aan zijn mouw trekken? Het Europees parlement is verworden tot één grote lobbymachine. Geen enkel Europees zwaargewicht heeft het ooit aangedurfd om de democratische verzuchtingen van zijn volk te verdedigen tegen die economische machten. Wie dat toch doet  riskeert de banbliksems van diezelfde Europese technocraten. Zo gelezen is het toch wel straf dat vooral Links pro-Europees is en zo de hegemonie van obscure Financiële Machten dient, terwijl de eurosceptici vooral te vinden zijn ter rechterzijde.
Opdat Blommaert met zijn oproep aan de politici om hun verantwoordelijkheid op te nemen enige kans op slagen zou hebben moet er veel gebeuren. Een nieuwe politieke cultuur die niet moet gaan over de tegenstellingen tussen links en rechts maar over de  politieke besluitvorming en de rol van de belangengroepen.
België zal Vlaams zijn of niet?
In België is het staatsapparaat lange tijd in handen geweest van een Franstalige elite die zichzelf bediende. Vandaag ligt het staatsbestel nog steeds onder vuur wegens de tegengestelde belangen van de twee gemeenschappen. In een opmerkelijk artikel in Le Vif/Express (19/08) heeft Pascal De Sutter (politiek psycholoog en sexuoloog) het over « Tout francophone qui ose se plaindre de la mainmise flamande sur l'armée, la diplomatie et l'ensemble des hauts postes de l'Etat fédéral serait étiqueté nationaliste francophone.» Dat de aangescherpte taalvereisten een van de belangrijkste oorzaken is van de terugval van de ééntalige Franstalige aanwezigheid in deze departementen mag voor De Sutter geen argument zijn. Overigens werden deze taaleisen ten tijde van Louis Michel als buitenlandminister omzeild door ééntalige Frantalige contractuelen aan te werven.
Maar misschien is het de auteur ook niet te doen om de taal maar om de genomen beleidsopties, waarin Vlaanderen en Wallonië eveneens verschillen van mening. In elk geval is een (democratische) Vlaamse dominantie voor De Sutter een voldoende reden om tot een duidelijke conclusie te komen: « Pour ma part, je n'ai tout simplement pas envie de vivre dans un pays où mes enfants n'auraient plus accès aux meilleures fonctions de l'Etat parce qu'ils ont le malheur d'avoir été éduqués en français. Je respecte les ambitions flamandes, mais je n'ai pas envie de m'y soumettre. Je me considère simplement comme un "francophone insoumis". Ce n'est pas moi qui ai voulu la régionalisation, la frontière linguistique et toutes les prémisses du divorce. Mais maintenant que nous en sommes là, je suis de ces francophones qui ne tremblent pas de peur devant l'éventualité d'une séparation. Je suis certain que nous formerons d'excellents voisins. Comme la Norvège s'est bien entendue avec sa voisine quand elle s'est séparée de la puissante Suède qui voulait la dominer. Je préfère le défi d'une autonomie qui demandera de se retrousser les manches à une soumission prolongée, mais rien ne vous oblige à penser comme moi...»
Mocht aan Vlaamse zijde iemand zoiets schrijven dat werd hij in de klassieke media doodgezwegen ofwel kreeg hij het etiket van onverbeterlijke bekrompen nationalist opgeplakt. Een Vlaamse “insoumis” – die zich weigert te onderwerpen aan de wettelijke orde – bestaat (nog) niet.
Een Vlaams bondgenootschap
Het heuglijke nieuws is dat er aan Vlaamse kant zoiets als een Vlaams bondgenootschap aan het groeien is. Weldenkende Vlamingen uit het ganse politiek spectrum die bereid zijn om samen te werken aan een nieuwe orde: niet om de belangen van één bepaalde groep/partij te dienen maar een bondgenootschap dat open staat voor iedereen die het algemeen belang wil dienen. Wanneer Bart De Wever en de Nieuw-Vlaamse Alliantie hiervan de spreekbuis willen zijn, is elke afwijkende profilering weg van het centrum verkeerd. N-VA kan niet anders dan in het midden van het Vlaamse bed liggen, wil het aantrekkelijk blijven voor alle Vlaamsgezinden. Of, om het met de woorden van filmregisseur en theatermaker Jan Verheyen (lid Gravensteengroep) te zeggen (in Zondagskrant): “Ik ben politiek dakloos: rechts op gebied van veiligheid, links op ethisch vlak en economisch in het midden. (…) Ik vind N-VA niet per definitie een rechtse partij. Ik kan me vaak vinden in hun analyses en hoor zelden dingen die mij tegen de borst stoten.”
In Wikipedia kan men het volgende lezen over Alliantie: Een alliantie kan ook staatkundig  zijn, eventueel als uitloper van een militaire alliantie. Zwitserland is hier een voorbeeld van. Dit land ontstond als een vooral militaire alliantie tegen al te veel bemoeinissen van de Habsburgse vorsten van Oostenrijk, en mondde uit in een confederatie en aldus de staat Zwitserland.
Pjotr
ANDERS GELEZEN




16 augustus 2012

BHV compromis: Wederwoord Servais Verherstraeten


ANDERS GELEZEN

In deze Anders Gelezen enkel aandacht voor de MR interpretatie van het communautair compromis en het ontvangen wederwoord van Servais Verherstraeten (CD&V), staatsecretaris voor de hervormingen. Zijn commentaar in het Nederlands vindt u in de Franstalige MR tekst hieronder. Bij het lezen van zijn wederwoord kriebelde het, maar ik kon mijn pen in bedwang houden zodat de lezers zelf kunnen oordelen. Toch één bedenking: de spitsvondigheden ontbreken ook hier niet,  bvb: “er worden geen nieuwe rechten toegekend” wat evengoed kan gelezen worden als “de voorrechten blijven bestaan”.  Reacties altijd welkom.
Wederwoord staatssecretaris Servais Verherstraeten
1. Si vous habitez dans l'une des 6 communes à facilités (Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Rhodes-Saint-Genèse, Wemmel et Wezembeek-Oppem) :


Est-ce que vous pourrez encore voter pour un candidat bruxellois ?
Oui. Les électeurs des six communes à facilités pourront voter directement pour des listes bruxelloises et les votes émis dans l'ensemble de Hal-Vilvorde seront intégralement pris en compte pour le Sénat.


Laatste zin geeft een onjuiste indruk. Dit geldt slechts voor de vier Franstalige coöptatiezetels. Voor de verdeling van deze zetels wordt rekening gehouden met de stemmen in Halle-Vilvoorde. Deze worden echter opgeteld bij de stemmen in Wallonië en Brussel, zodat het effect van de Franstalige stemmen in Halle-Vilvoorde slechts marginaal zal zijn.
Est-ce que la Flandre peut neutraliser la nomination du Bourgmestre de votre commune pourtant démocratiquement élu ?


Non. Le Mouvement Réformateur a obtenu une procédure objective de nomination des bourgmestres des six communes à facilités. En cas de recours, c'est l'Assemblée générale paritairement bilingue du Conseil d'Etat qui tranchera sur base d'une présidence francophone ou néerlandophone en alternance. Il y aura également la garantie d'avoir un auditeur francophone et un auditeur néerlandophone. Les bourgmestres resteront en fonction tout le temps de la procédure. Ceci les soustrait totalement à l'arbitraire du Gouvernement flamand qui jusqu'ici refusait de les nommer. La démocratie est enfin respectée.


Op zich wordt niets incorrect gezegd, maar men wekt wel de indruk dat de Vlaamse Regering niet langer beslist over de benoeming, hetgeen onjuist is.
Est-ce que la Flandre peut continuer à vous imposer en toute impunité des tracasseries administratives notamment via la circulaire Peeters ?


Non. La consécration légale de la Circulaire Peeters prévue initialement a été empêchée par le MR. C'est donc la loi actuelle et la jurisprudence récente, favorables aux francophones, qui s'imposent. Si des abus du côté néerlandophone persistent, un recours sera possible devant l'Assemblée générale du Conseil d'Etat.


Dit is een onjuiste voorstelling. Vooreerst was het niet de bedoeling om de omzendbrief Peeters wettelijk te verankeren, maar wel om Franstaligen toe te staan om gedurende een periode van 3 of 6 jaar in het Frans bediend te worden. Vervolgens klopt het niet dat de huidige wet in de Franstalige interpretatie moet worden toegepast. De vandaag geldende rechtspraak is die van de Raad van State (Nederlandstalige kamers). Het is niet mogelijk te voorspellen of de algemene vergadering van de Raad van State deze rechtspraak al dan niet zal bevestigen. Wel is het zo dat ook het Grondwettelijk Hof, op grond van artikel 4 van de Grondwet, heeft bevestigd dat in de faciliteitengemeenten geen regime van tweetaligheid mag worden ingevoerd.
Est-ce que vous pourrez continuer à utiliser le français devant les tribunaux que ce soit au civil ou au pénal ?


Oui. Pour la première fois, les droits des justiciables de Bruxelles et de toute sa périphérie sont bétonnés dans la Constitution. Chacun aura désormais la garantie de se défendre dans sa langue.


Het enige wat in de Grondwet wordt geschreven is dat de essentiële elementen van de hervorming inzake het taalgebruik in gerechtszaken slechts met bijzondere meerderheid kan worden gewijzigd. Er worden geen inhoudelijke garanties in de Grondwet ingeschreven.
2. Si vous habitez dans l'une des 29 communes de l'arrondissement de BHV hors facilités:


Est-ce que vous pourrez continuer à voter pour un candidat francophone en Brabant flamand ?
Oui. Des listes francophones peuvent être déposées en Brabant flamand et contribuer à l'élection d'un francophone parmi les élus issus de la circonscription du Brabant flamand.


Que se passe-t-il pour le Sénat ?


Votre vote sera pris en compte pour la désignation des élus francophones cooptés au Sénat. Un élu de la périphérie pourra par ailleurs être cet élu coopté.


Klopt, maar zie hoger over relatief belang.
Est-ce que vous pourrez continuer à utiliser le français devant les tribunaux ?


Oui. Tout comme les habitants de Bruxelles et des six communes, vos droits linguistiques sur le plan judiciaire vont être bétonnés dans la Constitution.


Zie opmerking hoger over betonnering in de Grondwet. Er worden geen nieuwe rechten toegekend.
3. En outre, que vous habitiez dans l'une des six communes à facilités ou pas :


Est-ce que la Flandre peut décider seule de fermer des accès au ring pour embêter les navetteurs et les Bruxellois ?
Non. Elle ne peut prendre aucune décision sans avoir pris en compte les restrictions éventuelles imposées par les gouvernements bruxellois et wallons.


Onjuist : in tegenstelling tot eerdere teksten, wordt enkel voorzien in een overlegverplichting. De Vlaamse Regering behoudt de volle beslissingsbevoegdheid over de wegen op haar grondgebied.
Est-ce que Bruxelles est enfermée dans un carcan ?


Non. Bruxelles a renforcé son lien avec les six communes à facilités dont le statut est désormais « bétonné » par la Constitution. En outre, l'accord consacre l'existence par une loi spéciale, d'une Communauté métropolitaine qui permet d'élargir Bruxelles sur base du Grand Brabant.


De faciliteiten worden niet gebetonneerd in de Grondwet. Er wordt enkel voorzien dat een bijzondere wet nodig is om de bijzondere kiesmodaliteiten in de zes en de contentieuxregeling aan te passen.
Daarnaast kan met de hoofdstedelijke gemeenschap geen uitbreiding van Brussel plaatsvinden. Het gaat over een samenwerkingsplatform zonder bevoegdheden en geconditioneerd door het akkoord van de Vlaamse Regering.
C'est quoi cette Communauté métropolitaine ?
Cette institution a pour but de permettre à Bruxelles de rayonner sur l'ensemble de son ressort géographique naturel. On reconnaît ainsi le lien économique et social existant entre Bruxelles et sa périphérie, lien indispensable pour faciliter son le développement de Bruxelles.


Est-ce que les frontières linguistiques peuvent devenir des frontières d'état ?


Non. La garantie constitutionnelle accordée aux communes à facilités permettra à celles-ci d'être prémunie contre toute exigence flamande d'annexion à un futur Etat flamand. La comptabilisation de l'ensemble des voix francophones exprimées en dans Hal-Vilvorde pour le Sénat renforce cet élément. C'est le droit à l'autodétermination des habitants de la périphérie qui permettra de fixer les frontières linguistiques en cas de scénario de séparation du pays.
Het akkoord heeft niets van doen met dit scenario.
4. Si vous habitez Bruxelles :


Est-ce que Bruxelles est une sous-région ?


Non, le MR a obtenu la consécration de Bruxelles comme Région à part entière dans la Constitution. Chose qui lui était refusée depuis sa création à la fin des années 80. Il est enfin mis un terme à l'époque où Bruxelles bénéficiait d'un sous-statut institutionnel.


Het akkoord voorziet slechts in de toekenning van constitutieve autonomie onder zeer strikte voorwaarden (dubbele meerderheid in elke taalgroep en behoud van de rechten van de Vlamingen op federaal niveau). Andere elementen, zoals de aanpassing van het statuut van de ordonnanties, werden niet in het akkoord opgenomen.
Est-ce que Bruxelles va être refinancée comme il se doit ?


Oui. Bruxelles va être refinancée ce qui va permettre le développement de projets ambitieux au bénéfice direct des Bruxellois et de l'ensemble des Belges.
Op deze laatste triomfantelijke vermelding ontbreekt begrijpelijkerwijze elk wederwoord van staatssecretaris Verherstraeten. Pijnlijk en ongetwijfeld een voldoende reden  waarom weldenkende Vlamingen niet voor CD&V zullen kiezen. Laat dan nog eens het DEXIA/ARCO debacle verkeerd aflopen voor 2014 en het CD&V kiekenkot zal niet te klein maar veel te groot zijn!

Pjotr
Anders Gelezen

08 augustus 2012

Met vlag en wimpel, tussen pot en pint



ANDERS GELEZEN
Met vlag en wimpel
Vlaggengezwaai is niet mijn ding en ik verwonderde mij elke keer om het uithoudingsvermogen en de hardnekkigheid waarmee men via een vlag een politieke boodschap poogt te verkopen. Maar wanneer de omstandigheden zich ertoe lenen deed het mij wel iets, eens pronken met een vlag. We hoeven ons daarvoor niet te schamen.
Een zelfbewuste maar ook eenzame wandelaar met leeuwenvlag op de dijk te Middelkerke of een windscherm met Vlaamse wimpel waarachter een Vlaamsgezinde familie lekker ligt te zonnen, het zijn signalen die  ik niet zo direct associeer met een strandvakantie. Daartegenover zijn die opvallende leeuwenvlaggen langs het parcours van een wielerkoers oh zo Vlaams; ze vormen een  integraal onderdeel van het sportieve gebeuren. Dezelfde actie ‘Vlaanderen vlagt’, maar andere omstandigheden.
Volksfeesten: wie is er nog niet bewonderend blijven stilstaan bij een optreden van vendelzwaaiers? Prachtige souvenirs heb ik van de historische evocatie in de Karlstein burcht nabij Praag. Vendels, volksmuziek en historische kledij waar men terecht mee pronkt. Geen nostalgie maar respectvolle herinneringen die daarenboven nog wat geld in het laatje brengen. De stadsvlag, een Gilde en nog zoveel meer, allemaal symbolen van verbondenheid, net zoals de Vlaamse leeuw of de Waalse haan.
Op de Olympische Spelen pronken de winnende atleten met hun nationale vlag en klinkt de nationale hymne uit de talrijke luidsprekers. Het land heeft het weer eens gehaald en het volk associeert zich wat graag met de winnaar. Het zou een Vlaamse of Waalse winnaar kunnen zijn die pronkt met Leeuw of Haan, maar het is een Belgische vlag. Alleen bij tegenvallende resultaten vraagt men de Vlaamse minister voor sport of hij wel goed bezig is. Hieruit zou men kunnen afleiden dat voor sommige media en het Belgisch establishment alleen de winnaars Belgen zijn en de verliezers Vlamingen of Walen. Het moet in elk geval een grote frustratie zijn  voor ‘born-again’ Brusselaars  dat – bij gebrek aan een eigen gemeenschap - ze zelfs daarvoor niet in aanmerking komen.
Waar ik mij ook vlaggen en veelkleurige wimpels bij kan voorstellen, zijn jeugdkampen. Als er één plaats is waar het groepsgevoel bewust wordt aangezwengeld, zelfs een doel is, dan is dat tijdens die kampen. Het vormt zelfs een essentieel onderdeel van de militaire ‘teambuilding’: elk peloton zijn eigen wimpel, elk bataljon zijn eigen mascotte. Het getuigt dan ook van intolerantie wanneer een gemeentebestuur meent te moeten tussenkomen als Vlamingen zich als dusdanig willen manifesteren. De reactie van de Vlaamse beweging en N-VA daarentegen was een politiek signaal van verdraagzaamheid. Iets waarin we duidelijk geen lessen hoeven te krijgen van onze Waalse vrienden. Ik vermoed dat de haatcampagnes in de Franstalige media, met Le Soir en RTBF voorop, hier mee te maken hebben. Het werk van Belgicisten à la Béatrice Delvaux en Cie.
Tussen pot en pint
Er is iets merkwaardigs aan de commentaren naar aanleiding van het overlijden van PS politicus Michel Daerden. Herman Van Rompuy was er als een van de eersten bij om te laten weten dat Daerden warme gevoelens koesterde voor hem en zijn broer Eric. Elke kans is blijkbaar  goed om zichzelf te bewieroken. In dS (07/08) had Pascal Delwit het over de “Gainsbourg van de politiek”. Vooral de toegankelijkheid van deze politicus was belangrijk:”‘onmisbaar in de huidige politiek”, zo schrijft Delwit.
Even citeren uit het artikel: “Als we er rekening mee houden dat de verwachtingen ten aanzien van politici, niet in de laatste plaats van plaatselijke politici, tegenwoordig een stuk hoger liggen dan vroeger, dan lijkt het profiel van Michel Daerden achterhaald. Plaatselijke politici moeten meer dan ooit blijk geven van managerscapaciteiten, moeten hun beleid kunnen inpassen in Europese projecten of die zelf aandragen, hun stad met zin voor innovatie kunnen besturen of partners uit cultuur of bedrijfsleven kunnen aantrekken. Zo bekeken is het duidelijk dat het ‘imago' van Michel Daerden, zijn ‘rol', zijn ‘personage', niet spoorde met die verwachtingen. Je kunt trouwens goed zien hoe in de gemeentepolitiek het profiel van de bewindsploegen steeds meer verandert (…) De belangrijkste Franstalige politici stellen zich lokaal dan ook zeer benaderbaar op: denk aan Elio Di Rupo, Rudy Demotte of Charles Michel. Ze hechten daaraan, omdat ze het van wezenlijk belang vinden om aan politiek te kunnen doen.”
Wat Delwit hier voorstelt als een positief element is in feite niets anders dan een louche manier van “aan politiek doen”. Even anders lezen.
De lokale toegankelijkheid van politici à la Daerden en Di Rupo heeft weinig te maken met politiek inzicht maar vooral met electoraal opportunisme. Op zich niet zo erg maar wanneer een politicus zijn federale invloed gebruikt om zijn stad te bevoordelen, denk maar aan Stevaert en Vande Lanotte in Vlaanderen  en de ganse PS inclusief premier Di Rupo in Wallonië (denk maar aan de megalomane treinstations in Luik en binnenkort in Bergen), dan is er iets fundamenteels fout. Politici die hiervan een systeem maken zijn géén voorbeelden van goede bestuurders, laat staan van staatsmanschap. Dat Bart De Wever de dorpsstraat ziet als de noodzakelijke machtsbasis om ernstig genomen te worden in de Wetstraat mag dan al kloppen, het kan snel ontaarden in het omgekeerde:  de Wetstraat die gebruikt wordt om de eigen dorpsstraat te bevoordelen en de eigen (electorale) machtsbasis te bestendigen. Anders gelezen: dienstbetoon om mensen te helpen is vooral nodig wanneer de publieke diensten niet goed functioneren, terwijl dienstbetoon om mensen te bevoordelen vooral nodig is wanneer de publieke diensten wel objectief werken. Ja toch?      
Lezer  Peter P. uit Antwerpen reageerde op het artikel: “Dat zijn eigen kabinetschef, Sophie Brouhon hem zwaar beschuldigde voor zijn gedrag met vrouwen, sprak boekdelen. In Vlaanderen worden politici hiervoor van de kieslijst gehaald door klachten van politieke tegenstanders twintig jaar na de feiten. Soit, we leven in België met twee compleet verschillende culturen. Zijn carrière is hij begonnen als revisor bij wijlen André Cools. Diegene die de boekhouding en de zwarte kassen kent van de PS heeft veel macht. Na de dood van Cools komen een aantal zaken boven zoals OMOB en Agusta. Daerden weet veel en overheidsinstellingen moeten allemaal langs de kassa van zijn revisorenkantoor. Als nu deze tot op het bot corrupte politicus een rolmodel is van de PS, ben ik benieuwd wie er volgens Delwit het slechte voorbeeld is.
Anders gelezen: De Belgische ziekte voorstellen als een positief kenmerk van een politicus kan enkel in DIT België!
Pjotr
Anders Gelezen






 

31 juli 2012

Vakantietijd



ANDERS GELEZEN

Niet uit jaloersheid
In een reportage op CANVAS over de hoge wedden van de Europese verkozenen en ambtenaren vond Kathleen Cools het nodig om ter afsluiting te benadrukken dat deze reportage niet gemaakt was uit jalousie. Toch maar eens anders bekijken.
Twee oud-tenoren van de Belgische politiek kregen de volle aandacht: Louis Michel, die drie jaar lang genoot van een zeer hoge afscheidspremie en een riant pensioen, vond dit wel veel maar, zo stelde hij de retorische vraag: kent u iemand die het zou weigeren? Verder werd Jean-Luc Dehaene gefilmd in het parlementair halfrond, en in de wandelgangen waar hij zelfs geen moeite deed om de vragen van de journaliste te beantwoorden. Bij deze reportage kwamen vier bedenkingen bij mij op: (1) de media die jarenlang deze politici de hemel in prezen genieten blijkbaar van hun herwonnen ‘vrijheid’ eenmaal deze heren/dames hun politiek gewicht verloren hebben. Een bewijs van hun jarenlange medeplichtigheid aan de graaicultuur van onze politieke ‘elite’? (2) Naar de politici toe blijkt uit deze reportage hoezeer ze gefocust zijn op hun materiële welstand; het is nooit teveel. Voor JLD komt daar nog bij dat hij nooit kon betrapt worden op enige sympathie voor het parlementair werk, waardoor zijn in beeld gebrachte totale desinteresse tijdens de zitting nog aan relevantie won. Een beeld waardoor hij ook bij de laatste sympathisanten alle respect dreigt te verliezen. Omhooggestuwde en nadien -gevallen politici, beide dankzij de gezagsgetrouw media. Geen jalousie maar waarschijnlijk wel een vorm van revanche, omwille van de opgekropte zelfcensuur of de opgelegde ‘lijn van de krant of van de TV’. (3) Heeft iemand ooit al eens stilgestaan bij de macht van diegenen die deze lucratieve ‘functies/zitjes’ mogen uitdelen? En hoezeer daardoor de verkozenen schatplichtig zijn aan hun politieke zetbazen (tenzij ze hun eigen macht gebruikten om zichzelf te trakteren op een lucratief  cadeautje)? In dat verband kan het zelfs best zijn dat Dehaene daar inderdaad zit tegen zijn goesting maar omwille van zijn belang voor de partij er het ongemak en het geld bij neemt. Zouden deze zetelende verdedigers van de Europese gedachte er soms bij stilstaan dat zij, via hun verplichte contributie aan hun nationale partij, Europa de facto oplichten? (4) Bij dit zoveelste bewijs van de graaizucht en het nepotisme van de politieke (Europese?) elite is elke uitspraak van partijbonzen over de toenemende maatschappelijke verzuring een verregaande vorm van wereldvreemdheid. Een wereld van grote ego’s en brute macht, waarin partijbelangen de plaats innemen van het algemeen belang en individueel belang vooral de privileges van een zichzelf bedienende kaste moet in standhouden. Gelukkig zijn ze zelf overtuigd van het grote belang van hun werk en betreuren ze het gebrek aan respect van de Europese burgers. 
 
 
Creatief denken over een post-België

In dS van 23 juli schreef Luc Van Doorslaer een kritiek op België, dit ter compensatie van de kritiek die Luckas Vander Taelen voordien schreef in de krant over Vlaanderen. De tussentitels spreken voor zich: België genereert wrok en verlies (bij zowel Vlamingen als Frantaligen); België genereert zwart-wit denken; België genereert zwak links in Vlaanderen; België genereert nationalismen; België genereert navelstaarderij. Hij besluit zijn kritiek met volgende uitspraak: “Ongetwijfeld waren alle pogingen tot verbetering in de voorbije decennia in essentie lovenswaardig. Maar op een gegeven moment is dat niet meer voldoende. Als de fundamenten van een huis slecht zijn, zal elke verbouwing tot nieuwe verzakkingen leiden. Het is een teken van conservatieve ontkenning om dan te blijven beweren dat de fundamenten gezond zijn. Het moet geestesverruimend zijn om creatief aan de slag te gaan met een nieuwe paradox: het idee dat post-België kan leiden tot méér begrip en samenwerking, tot beter nabuurschap (want de buren blijven). Alleen verstokte Belgische nationalisten kunnen daar iets op tegen hebben, toch? Ik heb alleszins geen greintje flamingantisme nodig om kritisch te zijn voor België. Een progressieve levenshouding volstaat.”
Komkommertijd
Het is duidelijk vakantietijd bij de krantenredacties. Online reacties zijn niet meer mogelijk (wegens personeelstekort?) en bij gebrek aan ingestuurde artikels waagde onlangs (17 juli) zelfs Anni van Landeghem zich aan een zinvolle bijdrage in haar rubriek, Opinie & Duiding. Voor wie niet vertrouwd is met dS, zij is de verantwoordelijke voor de opiniebladzijden zonder wiens goedkeuring geen enkel opiniestukje de krant haalt. Een machtige dame die door dat stukje over Holland blijk gaf van haar onvermogen om het platvloers gekrakeel te overstijgen. “DENKEND AAN HOLLAND, ZIE IK...” volgt een scheldtirade aan het adres van de Hollanders naar aanleiding van de presentatie door Jan Leyers van het bekende Nederlandse programma Zomergasten. Even haar afsluitende paragraaf citeren: “Laat ik bij wijze van wederdienst ook eens een blik opentrekken: arrogant dat die Ollanders zijn! Allemaal onuitstaanbare lomperiken! Kennen niet één woord Frans! Dat accent als ze Engels praten! Een glas melk naast een broodje kaas, dat noemen ze al een lunch! (Complete lijst op eenvoudig verzoek verkrijgbaar.)”
Ziedaar, beste lezers, de kwaliteitsnorm van de selectiedame van dS. Meteen een verklaring waarom er een groot overaanbod is van anti-Vlaamse pennenridders op de opiniebladzijden. Enkele lezers hadden er zo’n hun mening over:
(Jef V., Hamont): En ik die dacht dat we dit niveau zo stilaan achter de rug hadden. Aan beide kanten van de grens dus. Mooi niet, blijkbaar. Maar goed, als een Ollandse al eens 'ambetant' mag hervallen, dan een blijkbaar vooral furieus generaliserende Vlaminkse ook, zeker? De hamvraag is natuurlijk deze: waar gaat dat ondertussen heen met onze ernstige informatiekranten, hun medewerkers en bij uitbreiding met het onderwijs en nog zoveel meer als daar is de kloof die meteen achter de grens al ligt?
(Jan Bosmans, Hoboken): Denkend aan Holland zie ik een intelligente en belezen vrouw die zich tot mijn teleurstelling aanstelt als de eerste de beste Vlaamse boerenkinkel met een minderwaardigheidscomplex van Ieper tot Groningen. Populistische zever is helaas niet het privilege van rechts. Nederlanders respecteren wie iets kan en zelf respect betoont. Jan Leyers zal snel ondervinden dat hij in het noorden nog meer naar waarde wordt geschat dan in dit middelmatige landje aan de veel te korte Noordzeekust, waar op Nederlanders foeteren een volkssport is die zelfs in intellectuele kringen opgeld blijkt te maken.
Van Parijse oplossingen voor Brusselse problemen
Filosoof Philippe Van Parijs doet in Knack een blik vol oplossingen voor Brussel open. Anders Gelezen: als de vos de passie preekt, boer let op uw ganzen.
Een interessant betoog en op het eerste zicht zelfs positief voor Vlaanderen. Maar vergis u niet, zijn doelstelling is en blijft Brussel losweken uit Vlaanderen en Wallonië. Zo schrijft hij het letterlijk: “De aansluiting van de zes bij Brussel gaat wat mij betreft gepaard met de erkenning van het Engels als derde officiële taal in het Brussels Gewest.” En wat dacht u van volgend citaat: “Maar de splitsing heeft natuurlijk wel grote symbolische waarde, door nog eens extra duidelijk te maken waar precies de taalgrens ligt, namelijk rondom de negentien Brusselse gemeenten en de zes faciliteitengemeenten.”  Is dat niet in tegenstrijd met wat onze brave Vlaamse partijvoorzitters ons voorhouden? Zo vanzelfsprekend is de aanhechting van de zes op termijn voor de francofone Brusselse bourgeoisie waartoe Van Parijs behoort.
Volgende opmerkelijke uitspraak bevestigt zijn ‘Parijse’ visie op Brussel: “Een Europese hoofdstad verdient ook een apart taalstatuut. Dat betekent niet dat je alle straatnaamborden drietalig moet maken, wel dat administratieve procedures ook in het Engels moeten kunnen. Nu al zijn er meer inwoners van Brussel die Engels kennen dan Nederlands.” Ja u leest goed, Brussel als Europese hoofdstad dat is de norm en niet langer als Belgische hoofdstad. Als de norm het aantal is dan lijkt het eerder aangewezen om Arabisch in plaats van Engels als officiële taal in te voeren, maar goed, hij beseft niet dat alleen al de verwijzing naar het minimale aantal Nederlandstaligen niet getuigt van respect voor de hoofdstedelijke functie van ‘zijn’ stad. Ook zijn kijk op de taalgeschiedenis van de stad is opmerkelijk: “Onze voorouders die naar Brussel kwamen, werden weliswaar verfranst maar niet verwaalst. Er bestaat absoluut geen Waalse identiteit in Brussel en er zal ook nooit een Vlaamse identiteit ontstaan. We moeten juist werken aan een identiteit van born again-Brusselaars, die veel belang hechten aan het leren spreken van Nederlands, Frans en Engels.” Opnieuw de contradictie van een stad die een eigen identiteit claimt en  hoewel ook hoofdstad, elke ‘verbondenheid’ met Vlaanderen en Wallonië afwijst. {Brussel} = }Vlamingen en Walen{. Alleen wil hij natuurlijk de kip met de gouden eieren niet slachten en dus moet volgens hem de  Vlaamse gemeenschap betalen. Zo vindt hij dat de Vlaamse gemeenschap het basisondrwijs in Brussel moet overnemen (en betalen uiteraard). Heel verleidelijk klinkt het: “Het Nederlandstalig onderwijs moet een echte vernederlandsingsmachine worden, zodat Brusselaars voldoende Nederlands leren om een job te vinden en zonder problemen naar Vlaanderen kunnen verhuizen. En hoe meer leerlingen er naar het Nederlandstalig onderwijs gaan, hoe meer centen ook van de federale staat naar de Vlaamse Gemeenschap.” Zou Philippe Van Parijs niet weten dat de bevoegdheid en de centen voor onderwijs reeds lang geleden overgedragen werden aan de gemeenschappen? Is dat geen achterbakse manier om het armlastig Franstalig onderwijs in Brussel te ontlasten en nog meer Vlaams gemeenschapsgeld door te sluizen naar Brussel? Omdat volgens Van Parijs het Nederlands zo belangrijk is terwijl de regering Di Rupo  de tweetaligheid in Brussel afbouwt en dus de facto het belang van het Nederlands ondergraaft? Zou het verkeerd zijn om te denken dat de toevoeging van het Engels vooral zal resulteren in een nog grotere marginalisering van het Nederlands in Brussel en de anderstaligen (niet alleen de Franstaligen) dit zullen aangrijpen om minder inspanningen te doen voor het aanleren van het Nederlands?
Lezer Marc Notredame, Gent, stoorde zich aan de voorgestelde verengelsing van Europa en schreef volgende commentaar: Van Parijs verwart de kennis van het Engels met de omstandigheid Engelstalig native speaker te zijn. Afgaand op de nationaliteit zijn er meer Italiaans-, Spaans- en Marokkaans-Arabisch-taligen dan Engelstaligen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. En als wij enkel de EU-onderdanen in aanmerking moeten nemen, zijn ook de Portugees- en Poolstaligen talrijker dan de Engelstaligen. Waarom  zouden Engelstaligen voorrang moeten genieten op andere anderstalige EU-burgers, als de verdragen de juridische gelijkheid tussen de 23 talen van de EU waarborgen? Voor een Europese Unie waarin Britten en Ieren ongegeneerd hun taal opleggen en de volkeren van het Europese continent gedwee die ongelijkheid moeten ondergaan, moet elk rechtgeaarde democraat bedanken.
Pjotr
Anders Gelezen