20 juni 2012

Faites vos jeux




ANDERS GELEZEN

L’Europe, faites vos jeux!
Een kritische bijdrage van Jean Vanempten in De Tijd over Europa begint met de bewering dat Europa leeft in een permanente staat van ontkenning. “Het is alsof iemand ongemerkt de Europese hymne van Beethoven heeft afgevoerd en in plaats daarvan 'Tout va très bien, madame la marquise' tot Europees lijflied heeft gemaakt. (…) De aanstormende problemen werden te laat onderkend, te veel onderschat en te traag aangepakt. Het zou tot mei 2010 duren voor sprake was van een Grieks reddingsplan. Iets wat de Griekse politici in de maanden vooraf nog van tafel hadden geveegd. En toen het plan er was, bleek het meteen al te licht.”
De auteur heeft het over politici die de problemen pas aanpakken als ze zich stellen en daardoor eigenlijk altijd achter de feiten aan lopen. Verder in de tekst staat volgende bedenking: “Het onvermogen is niet alleen politiek of intellectueel, maar is vooral een onvermogen om buiten de traditionele kaders te gaan. Het slopen van taboes is nog een van de grootste taboes van de Europese bank- en schuldencrisis, en daarom blijft radicaal ingrijpen moeilijk. (…) De permanente staat van ontkenning staat wel een snelle oplossing van de eurocrisis in de weg. Telkens opnieuw moet Europa tegemoetkomen als er al een brandhaard is. Zelfs als iedereen wist dat die brandhaard er zou komen, zoals bij de Spaanse banken. En in plaats van een zorgvuldig uitgekiend plan, komt er dan een oplossing die afhangt van de beperkingen van het moment. Met het traject dat inmiddels is afgelegd, lijkt het vanzelfsprekend dat er op zijn minst een masterplan voor de Europese constructie moet klaarliggen. Dat is nog altijd niet het geval. 'A part ça, madame la marquise, tout va très bien, tout va très bien!'
Ook in België was hoerageroep te horen, maar die verstomde nogal snel. Luc Coene, gouverneur van de Nationale Bank, verklaarde dat de EU-steunmaatregelen voor de Spaande banken de crisis zouden oplossen. Het duurde nauwelijks enkele uren of hij werd door de markten in het ongelijk gesteld. Ontkenning en overschatting van de publieke inbreng vormen een constante in deze crisisaanpak. In zijn rustige vastheid speculeert Europa op tijdswinst: om de getroffen landen de tijd te geven om hun ziekte te laten uitzieken.
Anders Gelezen, dacht ik bij mezelf hoe moeilijk het is voor mensen die geen tijd hebben om verschillende kranten te lezen om te begrijpen wat er gebeurt. De kloof overbruggen tussen de onheilsprofeten en zij die menen dat het allemaal wel goed komt. Dan zijn De Tijd en Knack wel aanraders. De Tijd is zakelijk en sober, zelfs als het gaat over politieke thema’s. Maar er blijven veel vragen. Bij voorbeeld, of het correct is om de bankencrisis op één hoopje te gooien met de totaal vastgelopen monetaire politiek van sommige EU lidstaten die dateert van lang voor deze bankencrisis? Wanneer de leidende klasse van een staat een beleid voert door schulden te maken en de media daar géén kritische vragen bij stellen, kunnen de kiezers niet weten dat ze bergaf aan het rijden zijn. Het gaat immers zo gemakkelijk en de problemen zullen zich wel vanzelf oplossen? Vergeten of genegeerd: de weg bergop is altijd lastiger en duurt ook langer. Vandaar het grote belang van een kritische ‘Vierde Macht’ die niet aanschurkt tegen de gevestigde macht. Maar welke Vlaamse krant – laat staan de staatszenders -  durft nu nog in te gaan tegen dergelijk beleid, wanneer ze zelf afhankelijk geworden zijn voor hun overleven van staatssubsidies? Waar zit de moed van de salonjournalisten die oh zo graag vooraanstaand willen zijn en de hoge toon voeren in elk debat, maar vooral blijven zweren bij de status-quo en elke verandering afkeuren?
Bekende Journalisten
In mijn boek “dS anders gelezen” (www.andersnieuws.eu) wijdde ik een hoofdstuk aan de Bekende Journalisten – BJ - die het voor en met elkaar doen in de media. Een frappant voorbeeld hiervan was het artikel van drie bladzijden in dS van 28 november 2009 waarin Tom Naegels (nu ombudsman) het eerste boekje van barones Mia Doornaert mocht de hemel in prijzen. Wel erbij vermelden dat er één paginagrote zwart-wit foto bij was en nog een vraag die Naegels als ombudsman zou kunnen beantwoorden: zou het wel betamelijk zijn dat een journaliste de kennis die ze opdeed op kosten van dS gebruikt voor een privé-boek? Was dat niet een van de pertinente bedenkingen bij het boek over de Keizer van Oostende door journalisten van de VRT?  
Nu kan kritiek ook al in Knack waar Mark Van de Voorde het heeft over de “mediadel”. Media die enkel nog met zichzelf bezig zijn en rondjes draaien in een cirkel van zelfbewieroking. Het zal wel even slikken geweest zijn bij het gild van de BJ en ook niet terecht voor sommigen, maar wel toepasselijk op heel veel BJ die het beeldscherm avond na avond vullen met hun ongelooflijk interessante anekdotes; liefst buiten hun vakgebied. Even citeren uit het artikel: “BV's vormen de nieuwe adel van het land, de nieuwe elite. En ze eisen alle aandacht op. Ze krijgen die ook. (…) Deze fase van 'je hoort erbij omdat je erbij hoort' is de mediadel ook ingetreden. Sommige BV's hebben hun bekendheid gewoon te danken aan hun BV-schap, hun bekendheid dus. Of ze worden uitvoerig in de media opgevoerd, omdat ze in de media komen. Onze talkshows, of ze Vanthilt heten of De Laatste Show, of straks zelfs nog een andere naam dragen, zijn die fase ingetreden: of je wat te zeggen hebt of niet, je krijgt het woord omdat je een bekend smoel bent.”
Anders Gelezen: Ik herinner mij dat de ombudsman van dS, aan een lezer van AG die het moeilijk had met een stukje scheldproza, schreef dat een scheldpartij van een BV wel nieuws is omdat het om een BV gaat. Blijkbaar een kwestie van afwijkende normen voor BV.
Het artikel in Knack sluit af met een citaat van de Franse journalist-essayist Jean-Claude Guillebaud in het weekblad La Vie: "Er steekt nogal wat kinderachtigheid in deze zelfverheerlijking die ons journalisten ziet als 'einddoel', terwijl we ons zouden moeten beperken tot de rol van 'middel'."  Waarvan akte.
Di Rupo en zijn Vlaamse vazallen    
Di Rupo doet in zijn eerste half jaar Europa na: vooral de mensen niet tegen de regeringspartijen in het harnas jagen door structurele maatregelen die de mensen zouden pijn doen. Tout va très bien. In DT schreef Jos Bouveroux, gewezen Wetstraatjournalist en ex-hoofdredacteur van de VRT-nieuwsdienst, hierover het volgende: “Juicht, Belgen, juicht. Ons roemrijke land heeft al een half jaar lang een heuse federale regering. Is dat geen verbazingwekkende prestatie na het wereldrecord van de langste kabinetsformatie? Premier Elio Di Rupo was vorige week bijna euforisch over deze halfjaarlijkse verjaardag. Ei zo na knalden de champagneflessen. Maar is er - behalve dit ene feit - wel veel reden tot feesten? (…) Akkoord, de coalitiepartners hebben het vaste voornemen om het vermaledijde BHV-dossier, dat al zolang het politieke leven domineert, op te lossen. Maar volgens mij is daarvoor een hoge prijs betaald: een onvoldragen staatshervorming en een budgettair beleid waarin vooral de forse belastingtoename opvalt. De geplande staatshervorming zal er de structuren niet doorzichtiger op maken. Van bijna elke bevoegdheid blijft een stukje federale materie. Er zijn wel meer beleidsdomeinen naar de deelstaten toegeschoven, maar als puntje bij paaltje komt, is de Belgische staat helemaal niet ontmanteld. De financieringswet zorgt ervoor dat de deelstaten niet al te ver uiteengroeien en er is een ruime overgangsperiode afgesproken. Dat betekent concreet dat een volgende staatshervorming zich al aankondigt. Di Rupo heeft handig een pak zaken voor zich uitgeschoven. Hetzelfde op sociaal-economisch vlak. Ingrijpende maatregelen zijn er niet gekomen. (…) Opmerkelijk vind ik dat de zes partijen van de coalitie koste wat het kost de rit willen uitdoen, ondanks alle interne tegenstellingen. (…) Maar een en ander betekent ook dat er tot en met 2014 geen erg ingrijpende maatregelen genomen zullen worden. Di Rupo is, zeker na de socialistische overwinning in Frankrijk, niet van plan om het roer drastisch om te gooien. Hoezeer de liberalen en de rechtervleugel van CD&V ook aandringen, de PS zweert bij de behoedzame aanpak. Of dat ook voor het land goed is, zal de erg nabije toekomst uitwijzen. Ik vrees wel dat een dergelijke politiek van pappen en nathouden uiteindelijk geen fundamentele oplossing zal brengen voor de Belgische problemen. (…) Voorlopig surfen we mee op de Duitse golven en proberen we ons onzichtbaar te maken voor Europa en de markten. Erg moedig is dat niet. En dat verdient zeker geen champagne.
Nog in DT heeft Wim Van De Velden het over schuldig verzuim van de Vlaamse partijen (CD&V, Groen!, OVLD en SP.A)  in verband met het akkoord over de splitsing van BHV. Even meelezen: “U houdt er niet van in korte broek rond te lopen en met vlaggen te zwaaien? En dus laat de 'historische' splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV) u eigenlijk koud? U zou zich wel eens kunnen vergissen, zeker als u een van die 200.000 Vlaamse pendelaars bent die elke dag komt werken in Brussel. Want als u straks, na de splitsing, een conflict met uw werkgever hebt en geen andere uitweg meer ziet dan naar de Brusselse arbeidsrechtbank te trekken, dreigt u van een kale reis terug te komen.Niet alleen voor de arbeidsrechtbank, ook voor de politierechtbank en voor de rechtbank van eerste aanleg is de verdeelsleutel van 80-20, die gebruikt werd om het aantal Franstalige en Nederlandstalige rechters in Brussel te bepalen na de splitsing, een ramp. Dat komt niet overeen met de verdeling van de werklast. Het is schuldig verzuim van alle Vlaamse partijen, want ook al ontkennen sommigen nog altijd het licht van de zon, ze weten intussen dat verkeerde cijfers zijn gebruikt.
Eveneens in DT verwijst Lars Bové naar de emails over BHV, waaruit blijkt dat men vooraf wist dat de cijfers over de werklast van het gerecht in Brussel fout waren en toch hebben de Vlaamse partijen dit akkoord in de Senaat goedgekeurd. De ontkenning van deze fout door Servais Verherstraeten ( in Terzake) zorgde ervoor dat rechtbankvoorzitster Van den Bossche in een mail aan Verherstraeten insinueert dat de staatssecretaris heeft gelogen in de tv-studio. Het artikel sluit af met een uiterst belangrijk vaststelling: “Als de Kamer het wetsvoorstel goedkeurt, kunnen de 'essentiële elementen' van de hervorming alleen nog bij bijzondere meerderheid gewijzigd worden.” Ook hier kunnen de Franstaligen elke wijziging blokkeren. Een mooi cadeau van onze “uitgeslapen” onderhandelaars.
Pjotr
Anders Gelezen

11 juni 2012

Goede morgen Vietnam !




ANDERS GELEZEN
Er zijn zo van die momenten waarop we naar goed nieuws snakken en even blij zijn als een dorstige in de woestijn die een oase ontwaart. Of is het een fata morgana? Goede morgen Vietnam, anders gelezen.
Goede morgen Vietnam
De politieke ‘goed nieuws’ show lijkt wel een georchestreerde reactie op de eisen van de Europese donorlanden. Sinds François Hollande president werd van Frankrijk, werd Europa op miraculeuze wijze een stuk gezonder. Als we de media-euforie te lande en bezuiden mogen geloven kunnen we weer volop dromen van economische groei en consumptie. Wie daar nog aan twijfelt is een spelbreker die het feest vergalt. Hollande gaf alvast het goede voorbeeld door 3,5 miljoen euro te spenderen aan zijn inauguratiefeestje; driemaal zoveel als zijn voorganger. Poenscheppen is geen probleem meer voor Frankrijk en België, tenminste zolang er een wilde geldschieter bestaat.
Ook in eigen land waaide - niet gehinderd door enig media-obstakel - een zuiderse ‘goede nieuws’ wind door onze haren. Elio Di Rupo en zijn Nederlandstalige tolk Steven Van Ackere vonden voor hun uh, uh, uh, goede nieuws show, gretige toehoorders bij de gezagsgetrouwe media die zorgvuldig elke al te kritische vraag achterwege lieten. De herauten van het goede nieuws dienden er zelfs weinig voor doen, want ook zonder hun opbeurende inbreng vond dS (voorpagina, 7 juni) zelf het goede nieuws uit. “Al 100 miljoen euro bespaard op schuld”. Kijk eens, beste lezers, hoe spaarzaam onze federale regering wel is. Maar leest u a.u.b. niet het artikel want daarin staat dat het gaat over een rentedaling op de overheidsschuld. Iets waaraan de regering geen verdienste heeft en noch minder het gevolg is van besparingsmaatregelen. In de kritische pers (Knack) leest men dan weer dat 75 % van de getroffen maatregelen bijkomende belastingen zijn.


Schrappen wat niet past.
Zo vriendelijk sommige media zijn voor de regering, zo moeilijk hebben politici het om in de kritische pers hun geloofwaardigheid te herwinnen. Zowel dS als De Morgen vertikten het om het tiende Gravensteenmanifest – een kritische analyse van het communautaire compromis – te publiceren in de gedrukte krant. Online kon Wouter Beke, voorzitter CD&V, wel reageren op de aanklacht. De belangrijkste opmerking van Beke is dat er géén Vlaamse onderstroom bestaat die het moeilijk heeft met het regeringscompromis en dat de prijs die Vlaanderen betaalde wel redelijk is. Blijkbaar beseft men nog niet in de cenakels van de traditionele partijen dat een grote meerderheid het beu is om voor elk compromis te moeten betalen. Maar de zwakte van zijn verweer werd vooral duidelijk tijdens zijn reactie in De Zevende Dag. Om te bewijzen dat de prijs wel redelijk was somde hij alle compensaties op die het Waalse parlement vroeg in ruil voor de splitsing. Met andere woorden, het volstond blijkbaar voor onderhandelaar Beke dat hij neen durfde te zeggen tegen totaal onaanvaarbare eisen. De lat veel te hoog leggen is een eeuwenoude truuk waar de naïeve Beke en Co zijn ingetuind. Het blijft dus nog altijd wachten op zijn argumenten waarom de wél ingewilligde eisen werden aanvaard. De maatschappelijke en financiële kostprijs van wat de Franstaligen wél kregen.
Wat Beke redelijk vindt is trouwens ook voor de Vlaamse vleugel binnen zijn partij te veel. In een dubbelinterview van Michel Doomst (CD&V burgemeester Gooik) en Willy De Waele (ere-burgemeester Lennik) in Doorbraak (juni 2012) wordt het duidelijk hoe moeilijk de Vlaamsgezinde CD&V’ers zoals Doomst het hebben om de compromissenpolitiek van de Belgicistische vleugel binnen Cd&V nog te verdedigen. Het valt te betwijfelen of CD&V op die manier ooit nog aantrekkelijk kan worden voor hun resterende Vlaamsgezinde kiezers die in 2010 toch nog maar hun stem gaven aan de rustige vastheid. Uit alle opiniepeilingen sindsdien blijkt alvast heel duidelijk dat de politieke keuze van Wouter Beke en zijn oudere raadgevers, die blijven zweren bij het traditionele compromissen, niet kunnen zorgen voor een ommekeer. Daar tegenover staat de heldere analyse van Willy De Waele waarop ook Michel Doomst geen afdoende argumenten had. Kern van zijn analyse is de onrechtvaardigheid van het Belgicistisch federaal model. Even citeren: “Inderdaad, naast de drie al bestaand vetorechten (de grendelgrondwet, het belangenconflict en de alarmbelprocedure) worden er nog 8 bijkomende vetorechten toegevoegd door grondwetswijzigingen of bijzondere wetten: De splitsing van de kieskring (grondwetswijziging); Het gerechtelijk arrondissement (grondwetswijziging); Belangenconflicten (grondwetswijziging); Constitutieve autonomie (grondwetswijziging); Geschillenregeling in de zes faciliteitengemeenten (bijzondere wet); Benoeming van de burgemeesters in de zes faciliteitengemeenten (bijzondere wet); Brussels Metropolitan Region (bijzondere wet); Financiering van de Brusselse instellingen (bijzondere wet).
Het zal u toch bekend zijn dat deze grondwetswijzigingen en de bijzonder wetten met een dubbele meerderheid worden gestemd (procedure voorzien door artikel 4 van de Grondwet): Een tweederde meerderheid en een meerderheid in de taalgroepen. Dientengevolge kunnen deze grondwetswijzigingen en bijzonder wetten niet meer worden gewijzigd zonder de instemming van de Franstalige minderheid. Deze veto “democratie” maakt het mogelijk dat de voorrechten van de Franstalingen kunnen afgedwongen worden door de Raad van State en het Grondwettelijk Hof monddood maken.” Verder citeert De Waele uit de memoires van Wilfried MARTENS (2006): “Wegens de vele grendels zullen de Vlaamse politici afhankelijk zijn van de goodwill van de Franstalige collega’s, wanneer zij de werking van de Belgische staat op de Vlaamse noden willen afstemmen. Daarbij bestaat het gevaar dat zij door de Franstalingen telkens zouden worden gedwongen tot het betalen van een prijs, in ruil voor het verkrijgen van hun fiat.”
Wie met deze uitspraak in het achterhoofd in oktober het kieshokje binnenstapt, zal wellicht minder geneigd zijn om nog te stemmen voor een partij die grendels aanvaardt op het moment dat een andere partij net die grendels definitief weg wil. De inzet van de lokale verkiezingen, die precies zoals vroeger beïnvloed worden door de gevoerde federale en gewestelijke politiek, dreigt uit te monden in een keuze tussen een positief verhaal – vrijwillige samenwerking zonder grendels in een confederaal land – versus een verder lijdzaam ondergaan van een minderheidsdictaat in een uitgeleefd federaal bestel. Met de gepaste communicatie lijkt dit een gemakkelijke keuze te worden.

Iedereen inbegrepen, ook stedelingen?
Walter Pauli (Knack) heeft het over het schrijnend gebrek van CD&V om zich los te maken van het overjaars dorpse karakter: “de partij van het echte Vlaamse leven waar mensen spruitjes en rode kool met worst of kotelet eten.” Terwijl diezelfde Vlaamse bevolking steeds meer leeft volgens de gangbare normen van grootstedelijke omgevingen.
Rik Van Cauwelaert die vooral bezorgd is over de solidariteit met mensen die echt lijden onder de armoede, stelt in zijn bijdrage “De solidariteit is niet gered” vast dat de traditionele partijen en hun zuilen helemaal niet wakker liggen van de oproep “Red de solidariteit” die ze ooit steunden. Hij citeert daarvoor Karel Gacoms, provinciaal secretaris van ABVV-metaal en lid van de Gravensteengroep die als insider concludeert dat “de bonden verkeerdelijk de solidariteit gelijkstellen aan de steun voor de Belgische status-quo.”
Neen, er is geen reden voor goedkoop goed nieuws. Er zijn dingen die bewegen maar andere zaken zoals het democratisch deficit dat ook de kernboodschap is van de Gravensteengroep wordt niet alleen genegeerd door de media maar, veel erger, onderuitgehaald door het onzalig politiek compromis dat geen enkele weldenkende en maatschappelijk geëngageerde Vlaamse kiezer kan aanvaarden. Tegen beter weten in blijven sommige traditionele politici zweren bij oude recepten, in plaats van de vruchtbaarheid van het jarenlang braakliggende communautaire land eindelijk opnieuw te exploiteren en met nieuwe scheuten een rijke oogst in het vooruitzicht stellen.
Columnisten die zelf hun ongelijk bewijzen.
Het is soms wel plezant om criticasters te lezen. Bij voorbeeld, een columnist die in De Morgen (6/6) uit het boek van Jean-Luc Dehaene volgende passage citeerde. “De splitsing werd een absolute en op zichzelf staande eis. Dat was in mijn ogen een tactische flater die recht naar een impasse leidde.” De verantwoordelijkheid daarvoor legt Dehaene vooral in 2004, bij de electorale strategie van zijn partij (toen in kartel met N-VA) en haar burgemeesters:“Michel Doomst zag de kans schoon om zich in dit dossier te profileren (...) en wat erger was: Yves Leterme steunde om opportunistische redenen de actie. (...) Alles was goed om uit de oppositie te geraken: enig populisme werd daarbij niet geschuwd.”
Bij het anders lezen van dit citaat dwaalden mijn gedachten af naar een bijdrage van diezelfde columnist die in De Standaard met veel aplomb, maar weinig academische zorgvuldigheid, beweerde dat de verkiezingen van 2006 helemaal geen communautair karakter hadden en dus ook geen overwinning konden zijn van een “Vlaamsgezinde” Leterme. Kijk eens aan, blijkbaar kunnen ook academici al op jongere leeftijd last hebben van geheugenverlies als het hen goed uitkomt. Een zichzelf tegensprekend professor is niet direct een voorbeeld van intellectuele betrouwbaarheid. Komisch wordt het wanneer hij zichzelf in zijn bijdrage de geuzentitel toekent van “intellectuele mierenneuker”. Een duidelijk voorbeeld van een epitheton ornans; intelligentie als versiersel.
Pjotr
Anders Gelezen




05 juni 2012

De ondraaglijke lichtheid van de gezagsgetrouwe media



ANDERS GELEZEN
dS, enkel nog de waan van de dag
Voorpagina dS 4 juni: Lieten doet het weer. Pag. 4 en 5: Over SP.A en Lieten. Vervolg op 5 juni.
Het tiende Gravensteenmanifest: behalve een pietluttig artikeltje onderaan links op vrijdag 1 juni, géén enkele vermelding. Blijkbaar onbelangrijk voor de redactie van De Standaard, terwijl meer dan veertienduizend mensen deze manifesten wel belangrijk vonden en ze ondertekenden. Dat de waan van de dag belangrijker is dan een gedegen kritiek op de communautaire regeringsakkoorden zegt veel over het tabloid karakter van deze zelfverklaarde kwaliteitskrant. Net nu in de senaat de traditionele regeringspartijen hun Vlaamsgezinde kiezers een dolk in de rug steken door een akkoord goed te keuren waardoor Franstalig Brussel nog meer invloed krijgt in de Rand en de Vlamingen in Brussel verder gemarginaliseerd worden, is beschamend. Dat de gezagsgetrouwe media over het duurbetaalde compromis zwijgen is veelbetekenend voor de onafhankelijkheid van de redactie. Of zoals een gewezen topjournalist van dS mij in besloten kring vertelde - zijn initialen zouden hem herkenbaar maken – dat mensen zoals Thomas Leysen die kranten uitgeven, dit vooral doen om hun mening te kunnen promoten. Dat de Gravensteenmanifesten niet passen in de overtuiging van Corelio-baas Leysen weten we sinds hijzelf in de aanloop naar de vorige verkiezingen in 2010 dS misbruikte om een anti-Vlaamse politieke oproep te publiceren. Is sp.a minister Lieten meer inkt waard dan de Gravensteenanalyse? Zou Lieten ontslag moet nemen wegens teveel testosteron terwijl Vande Lanotte die zijn politieke macht ge/misbruikt voor private activiteiten, rustig mag blijven zitten in de federale regering en in de gezagsgetrouwe media (o.a. VRT, dS en DM) duidelijk gespaard wordt. dS, een onafhankelijke redactie?
Voor wie wel belangstelling heeft voor de analyse van de Gravensteengroep:
In de mailbox gevonden: Het zilveraffront (met dank aan lezer A.D.)
In moeilijke economische tijden zoals nu, met een regering die wanhopig op zoek is naar geld om het steeds groter wordende gat in haar begroting dicht te kunnen rijden, zou een bedrag van, zeg maar, 15 miljard euro goed van pas kunnen komen. Nu, er blijkt zo'n bedrag gevonden te zijn. Het is namelijk de inhoud van het Zilverfonds, ooit opgericht door professor Vande Lanotte, minister van Begroting in de regering van de actieve welvaartstaat onder Verhofstadt. Als ik me niet vergis was Vande Lanotte ook toen vice-premier. Het was de bedoeling dat het Zilverfonds zou gespijsd worden met de overschotten op de begroting, diezelfde begroting waarvoor Vande Lanotte toen verantwoordelijk was. Daarbuiten hoopte men ook op eenmalige inkomsten. Het geld van het Zilverfonds moest in de eerste plaats dienen voor het opvangen van de extra kosten die de toenemende vergrijzing van de bevolking met zich zou meebrengen. Momenteel zit er in dat Zilverfonds zo'n 15 miljard euro, ongeveer de helft van wat men gehoopt had erin te kunnen brengen. Het probleem is, dat men er niet bij kan. De overheid heeft het geïnvesteerd in .... overheidsobligaties. M.a.w. ze heeft dat geld aan zichzelf uitgeleend. In gewone mensentaal: men heeft het geld opgesoupeerd. Niet waar, zeggen de 'specialisten', zoals alle obligaties hebben ook deze van het Zilverfonds een vervaldatum en daarin hebben ze nog gelijk ook. In dit specifiek geval hebben ze wel een probleem: door het feit dat de overheid het geld aan zichzelf heeft uitgeleend zou, als men die 15 miljard inzet waar het voor dient, de staatsschuld meteen met eenzelfde bedrag zou verhogen... Daar houdt het trouwens niet bij op. Er bestaat ook een hele administratie die dat Zilverfonds beheert en dus nog extra geld kost, alhoewel daar zo goed als niets gebeurt. Slapende ambetantenarij, die al meer dan tien jaar betaald wordt om, ja, om wat te doen? Knappe koppen, die dat allemaal hebben uitgedacht. De knapste, Vande Lanotte was niet voor commentaar ter zake bereikbaar, toen een ploeg van Ter Zake hem daarover wilde interviewen. Raar,hé.............?
Knack - RVC : zoek het verschil tussen Vanden Boeynants en Vande Lanotte
… Vande Lanotte was ook voorzitter van Otary, een consortium met onder meer Electrabel dat windmolenparken bouwt. Toen hij opnieuw minister werd, nam Vande Lanotte, zoals het hoort, formeel ontslag. Maar de band met Otary blijft wel bijzonder intens. Het consortium wordt immers voorgezeten door kameraard Olivier Vanderijst, een PS-creatuur met een onoverzichtelijke mandatenlijst achter zijn naam. Puur toeval: diezelfde Vanderijst, ooit woordvoerder van Guy Mathot, werd onlangs door de regering aangewezen als regeringscommissaris bij de NMBS die, zoals iedereen weet, ook dure plannen heeft in Oostende. Met zijn agent Vanderijst in Oostende en bij de NMBS kan premier Elio Di Rupo best wel vertrouwen op vicepremier Vande Lanotte. De premier kreeg zelfs de lachers in het parlement op zijn hand met de melding van Vande Lanottes onbezoldigde mandaat bij VZW Kerstfeest, een vereniging die jaarlijks een kerstfeest voor Oostendse bejaarden organiseert. De vergelijking met Vande Boeynants is weer treffend. VDB wilde graag gepensioneerden verrassen met door hem geleverde pensen met appelmoes. Politici als Vande Lanotte, Verhofstadt en Dehaene maken zich vaak zorgen over het toenemende populisme. De oorzaak daarvan staart hen elke ochtend aan vanuit de spiegel.
Onzindelijke Reynebeau (over het Vlaams handvest)
Gepost door Jaak Peeters (N-VA); Mei 2012
Even meelezen: “Eerst de teneur: het handvest is nationalistisch van inspiratie. Deze kritiek komt enkele keren in het stuk voor, dus mag men aannemen dat die ‘nationalistische inspiratie’ Marc Reynebau erg hoog zit. (…) Vreemd is het, dat de heer Reynebau geen moeite blijkt te hebben met een Belgisch nationalisme, doch wel met een Vlaams nationalisme. De enige bedoeling van het ontwerp, verklaart hij, is Vlaanderen uit België los te maken. Tja: dat mag dus volgens de Heilige Leer van Reynebau niet. België is eeuwig, het eindpunt van onze geschiedenis. Overigens maakt Reynebau zich toch wel belachelijk als hij het gebeuren over dat ontwerp van Handvest verbindt met het jongetje dat een kookpot op het hoofd zet en een pollepel als zwaard hanteert. (nvdr dat noemt men grijnslachjournalistiek) Begrijpt de heer Reynebau zelf wel wat hij hier zegt? Wat hij hier aanvalt is noch min noch meer de emancipatie zelf, want die bestaat er nu net uit dat ‘het jongetje’ zichzelf inderdaad ophijst tot op het hogere niveau. In de geschiedenis – Reynebau is historicus en moet dat dus weten – werden de lieden die hun volk wilden emanciperen altijd al misprezen door hen, die meenden de ware elite te zijn en daarom het recht te hebben om te heersen. Dat misprijzen werd enige tijd geleden door Marc Reynebau overigens zélf uitgesproken, toen hij verklaarde dat de eerste Vlaamse Bewegers veelal gefrustreerde kleine bourgeois waren. Aan zichzelf kent men de halve wereld! De heer Reynebau zou Ludo Abichts recente boekje over populismeeens moeten lezen. Net als schrijver dezes is Abicht zwaar geporteerd voor een zo ver mogelijk gaande emancipatie van mens en volk. Dat is nodig om moreel vermogen te verwerven. Zonder vrijheid is er geen moraliteit, want wie geen keuze heeft, kan geen fouten maken en dus ook geen goeds verrichten.
Vervolgens tapt Reynebau uit hetzelfde vaatje als novellen: de identiteit van de modale Vlaming zou ‘gelaagd’ wezen. Is er één nationalist die zulks betwist? Graag namen dan! Prof. M. Storme schreef over die gelaagdheid enkele jaren geleden reeds in het in Rotterdam verschijnende Civis Mundi. Schrijver dezes vergeleek in het jaarboek van het VVA van 2011 de menselijke identiteit met een wolk van betekenissen. Die wolk verandert voortdurend, zoals echte wolken doen. Er komen lobben bij en er verdwijnen er. Er komen gaten in; sommige delen worden donkerder, andere lichter. Mettertijd versmelten wolken met andere of vallen uit elkaar. Afhankelijk van het ogenblik worden andere delen – zeg maar: betekenissen – beklemtoond. Als ik in Spanje ben, kom ik uit De Nederlanden; als ik in Amsterdam ben, ben ik een Vlaming oftewel Zuid-Nederlander; als ik in Antwerpen rondloop, ben ik een Brabander en als ik in mijn eigenste dorp rondhang, ben ik een Olenaar. Bovendien ben ik amateurwijnbouwer, voorzitter van een paar verenigingen, vader, echtgenoot, grootvader, oom, buurman en zoveel meer. Maar altijd blijf ik een Vlaming, al is dat deel van de wolk van betekenissen niet altijd de centrale focus van mijn aandacht. Als ik aan de toog in het café de grote problemen van het dorp uit de doeken doe, tezamen met de andere verbruikers, sta ik niet de hele tijd uit te schreeuwen dat ik een Vlaming ben. En toch ben ik dat. Doet dit alles iets af van het bestaan van een Vlaamse identiteit? Men moet ook zindelijk willen denken.
En wat te zeggen over de uitspraak van Reynebau dat de inschrijving van Vlaanderen in de Belgische staat de onafhankelijkheid van Vlaanderen in de weg staat? Als dit handvest een politieke momentopname is, zoals Reynebau zelf schrijft, dat geldt dat ook voor deze bepaling. Want als artikel 35 van de Belgische grondwet in confederale zin wordt uitgevoerd, liggen de kaarten plots heel anders. De waarheid komt natuurlijk altijd wel boven water: dit handvest verhindert het instellen van een Belgische kieskring, dé fetisj van alles wat droomt over La Belgique Une et Indivisible.
Uittreksel Frans parlementair verslag
Intussen leeft in Wallonië nog steeds de mening dat Vlaanderen veel te danken heeft aan de Waalse rijkdom van weleer. “Au-delà de ces facteurs proprement économiques, nombre de responsables wallons estiment que les déboires de la Wallonie résultent en partie d’un « abandon » de la région par l’État belge, contrôlé par les Flamands. M. André Flahaut a ainsi affirmé à la mission que « les mécanismes nationaux ont été biaisés en faveur de la Flandre » : pendant des décennies, la construction des compromis entre la Wallonie et la Flandre est passée par le financement d’infrastructures ou le soutien à l’implantation d’industries en Flandre, grâce à la richesse wallonne ; pendant que l’État subventionnait chichement les derniers bassins houillers wallons, il soutenait massivement l’extraction en Campine.”
Anders Gelezen: één van de auteurs van dit rapport is Jean-Pierre Kucheida waarover volgende te lezen is (Wikipedia): “En novembre 2011, un rapport de la chambre régionale des comptes met en cause Jean-Pierre Kucheida. Cet audit financier critique la gestion de la Soginorpa, bailleur social qui gère les anciens logements miniers dans le Nord-Pas-de-Calais, dirigé par Jean-Pierre Kucheida5. Début décembre 2011, suite à des propos du député socialiste Arnaud Montebourg parlant de corruption des élus du Pas-de-Calais, Martine Aubry prend la décision de « geler la désignation » de Jean-Pierre Kucheida aux législatives. Suite à l’enquête diligentée par le Parti Socialiste et menée par Alain Richard, il n'est pas investi par le Parti Socialiste pour les élections législatives de 2012. Le PS investit Nicolas Bays. Il se présente donc sans étiquette. Le 29 mai 2012, il est exclu du PS pour avoir présenté une candidature dissidente.
Wat niet in dit rapport staat: Er wordt voorbijgegaan aan de inspanningen van de duizenden Vlamingen en andere buitenlanders, zonder dewelke deze “welvaart” grotendeels ondergronds zou gebleven zijn. Het rapport rept evenmin over de rol van de rijkste Belg, Albert Frère, die in de jaren zeventig zomaar één miljard kreeg van de federale regering (de toen bevoegde minister was toevallig ook een socialist, Willy Claes) voor de verkoop van het zieltogende Cockerill. Met dat geld kon hij de basis leggen voor zijn later imperium. Het zijn Franstalige Brusselaars die Wallonië hebben leeggezogen en de Franse buren sponsoren zoals blijkt in zowel het Fortis als Dexia debacle.
Rest de vraag aan eerste minister Di Rupo: Graag zou ik willen weten of u als vertegenwoordiger van álle Belgen van plan bent om het foute beeld van de Vlamingen te corrigeren? Zoniet bewijst u alleen maar dat zij die u niet aanvaarden als premier goede redenen hebben!
Pjotr
Anders Gelezen

 

29 mei 2012

Goed om weten


ANDERS GELEZEN

Onderzoeksjournalistiek

Naar aanleiding van het opgeblazen mediadispuut over het boek over vice-eerste minister Vande Lanotte, “De keizer van Oostende”, zijn wij als mediaconsumenten om de oren geslagen met heel uiteenlopende meningen en wederzijdse beschuldigingen. Maar of wij na het lezen of bekijken van al die bijdragen veel wijzer zijn geworden is een ander paar mouwen. Overigens ontbraken ook nu weer enkele belangrijke aspecten in het debat. Eens anders lezen.
Het debat, dat eigenlijk over de almacht van Vande Lanotte zou moeten gaan, raakte volledig ondergesneeuwd door de zogezegd insinuaties zonder bewijskracht in het boek en de punctuele fouten die Vande Lanotte de kans gaven om de geloofwaardigheid van de auteurs, onderzoeksjournalisten van de VRT, onderuit te halen. Daarop entte zich de discussie over de geloofwaardigheid van VRT hoofdredacteur Luc Rademakers die zijn journalisten niet dekte en meteen ging het over de invloed van de politiek op de media.
Over die insinuaties – waar we niet eens kunnen over oordelen omdat het boek nog niet te koop is – kan nog veel inkt vloeien maar voor een goed begrip zou men eerst eens moeten de vraag beantwoorden wat men eigenlijk bedoelt met onderzoeksjournalistiek. Wanneer iemand beschuldigd wordt van strafrechtelijke feiten dan is het duidelijk dat in een rechtsstaat enkel Justitie bevoegd is om te oordelen en eventueel te veroordelen. Onderzoeksjournalistiek echter moet niet enkel de bedoeling hebben om een smoking gun of strafrechtelijke feiten aan te klagen. Onderzoeksjournalistiek moet voor de lezer/kijker een blik bieden op het verborgene, mechanismen en relaties die spelen achter de façade van de macht. Anonieme getuigenissen die nooit de gerechtszaal zouden bereiken – wegens angst voor de macht - zijn wel degelijk belangrijk voor onderzoeksjournalisten om klaarheid te brengen in duistere zaken. Overigens zou het intellectueel fout zijn om a-priori anonieme getuigenissen af te doen als ongegronde insinuaties. Dat de beschuldigde graag het gezegde “waar rook is, is vuur” in zijn voordeel interpreteert (omkering) is geen voldoende argument om deze niet te bewijzen verklaringen ongeloofwaardig te maken. Wanneer een veelheid van elkaar losstaande verklaringen wijzen in een bepaalde richting, dan hebben ze een vorm van indirecte bewijskracht. Volgens de journalisten – die een zeer goede reputatie hebben als onderzoeksjournalisten bij Panorama - is dat hier wel degelijk het geval, zodat bij het verschijnen van het boek, het debat hopelijk opnieuw zal gaan over de overdreven macht van Vande Lanotte. … Zopas las ik dat de journalisten alle halve waarheden en hele leugens van Vande Lanotte op dinsdag zullen doorprikken. Doen, want het is belangrijk om te weten!

Luc Rademakers, hoofdredacteur of rode waterdrager?

In DT (23/05) vroeg men de mening van de Nederlandse onderzoeker Huub Evers, die onder meer journalistiek aan de Hogeschool Lessius in Mechelen doceert. Hij verwondert zich vooral over het feit dat Wim Van den Eynde en Luc Pauwels hun boek hebben kunnen schrijven zonder dat de VRT daar op voorhand bezwaren tegen heeft geuit. “Een van de algemene deontologische principes voor journalisten is dat ze de achtergrondkennis die ze in opdracht van hun werkgever hebben verworven, niet mogen gebruiken om er buiten die werkgever om een boek mee te schrijven. (…) Evers vindt het dan ook vreemd dat de VRT-hoofdredactie, die op de hoogte was van de plannen, niet veel eerder bezwaar heeft aangetekend. Hij noemt het bedenkelijk dat de openbare omroep zich niet op voorhand heeft gedistantieerd, maar pas nadat Vande Lanotte op zijn persconferentie zware kritiek had geuit.” Anders Gelezen: misschien had hij geen reden om vooraf te reageren!
Uiteindelijk mag Rademakers reageren in dS van 26 mei; drie bladzijden krijgt hij daarvoor (waarvan één gevuld wordt met een paginagrote foto die helemaal niets bijdraagt tot een beter begrip; goedkope papiervulling een kwaliteitskrant onwaardig). In grote letters laat hij weten niet bang te zijn van wie dan ook. “U denkt toch niet dat ik deze functie zou hebben aanvaard, als ik bang zou zijn van wie of wat dan ook?”
Even het commentaar anders lezen: Luc Rademakers is niet aan zijn proefstuk toe wanneer het erom gaat journalisten in de (socialistisch) pas te laten lopen. Onder druk van de omhooggevallen Zonnekoning Stevaert schoof Rademakers, toen hoofdredacteur van GVA, journalist Roger Van Houtte aan de kant omdat deze niet meeging in de socialistische visie van de krant en het zelfs aandurfde om contacten te hebben met VB politica Marie Rose Morel. Overigens ontkent Rademakers deze broodroof net zoals hij nu ook ontkent dat hij zou gezwicht zijn voor discrete socialistische wenken. Benieuwd hoe ombudsman Tom Naegels van dS hiermee zal omgaan, wan als columnist van de krant verdedigde hij indertijd journalist Van Houtte en klaagde onder meer de houding van Luc Rademakers impliciet aan. Voor de redactie van dS is er echter geen onoverkomelijk probleem want was het niet de hoofdredacteur van die krant, Peter Vandermeersch, die onder druk van premier Verhofstadt, indertijd journalist Derk Jan Epping wandelen stuurde? Dat Luc Rademakers van buiten de VRT gekozen werd als hoofdredacteur is een keuze van het politiek samengestelde bestuur en men moet daar dus niet flauw overdoen. Rademakers werd voorgedragen door Vlaams sp.a minister Ingrid Lietens (bron: Journaal) en zelfs wanneer hij beweert onafhankelijk te zijn, blijft nog altijd de vaststelling dat de politieke partijen die aan de macht zitten bepalen wie wat krijgt en verwacht dat de “geselcteerde” de partijlijn zal respecteren zonder hiertoe telkens aangemaand te moeten worden.

De maakbare wereld van de socialisten

Kampioenen in het machtsdenken en -uitoefening is de Parti Socialiste. Dat bewezen ze onlangs door een hele rist socialistische medestanders te droppen aan het hoofd van publieke organismen. Zelfs de beruchte Didier Donfut (PS) wordt opnieuw getipt om een belangrijke functie te bekleden. Te lezen in LLB online : « Donfut (PS), ancien ministre wallon, fait une nouvelle fois parler de lui. Il y a un an, le conseil d’administration de la société de logements sociaux Toit et Moi (Mons) le nommait directeur. Après un recours déposé par Ecolo et les récations suscitées par cette décision, il décidera de renoncer. Et bien voilà que ça recommence. Il s’agit cette fois de nommer Didier Donfut, directeur-gérant de la société de logement les Jardins de Wallonie (Seneffe, Pont-à-Celles et Les Bons Villers) dans le Hainaut. Pour l’heure Didier Donfut n’a pas encore été nommé, mais certains éléments qui touchent au concours de recrutement laissent penser que le coup de Toit et Moi est en train de se répéter. Précisons ici le déroulement des faits. »
Verder in de krant volgt een chronologische opsomming van de gebeurtenissen die aantonen dat hier opnieuw een spelletje gespeeld wordt. Maar voor de politieke wereld is dat de meest normale zaak geworden en stoort men zich nog nauwelijks aan wat de media hierover brengen. Ze doen het immers allemaal, meneer.

Verantwoording afleggen

In de zeer leerrijke reeks “Het vaderland” (Knack) doet Rik Van Cauwelaert een boekje open over de verantwoordelijkheid van politici in de raden van bestuur van de financiële instellingen. Een citaat: « De bestuurders, zo dicteert de OESO, handelen integer en zijn rekenschap verschuldigd voor hun daden. Zij dragen de eindverantwoordelijkheid voor de prestaties van de onderneming, zorg voor interne controle en risicomanagement. Dat dit bij Dexia nooit is gebeurd, mocht niet eens worden vastgesteld. Want de Kamer van Volksvertegenwoordigers kreeg van de huidige regering waarvan de premier (Di Rupo) een gewezen Dexia bestuurder is, nooit de gelegenheid om via een echte onderzoekscommissie de verantwoordelijken tot de orde te roepen. De toezichthouders verscholen zich achter hun beroepsgeheim. » Tenslotte eindigt zijn bijdrage met een sneer naar JL Dehaene: “Jean-Luc Dehaene toonde zich de voorbije dagen bezorgd over de werking van de democratie en het rijzende populisme. Hoe zou dat toch komen? 

Pjotr