29 november 2011

Heeft iedereen gelijk?

ANDERS GELEZEN

Toen Elio Di Rupo aan zijn opdracht begon, noemde hij het ‘un travail gigantesque’, want hij diende het onverzoenbare te verzoenen. Ruim vijfhonderd dagen later blijkt dat de kloof toch te dichten was, meer zelfs, er werd een goed compromis overeengekomen, aldus de kandidaat premier. Een typisch compromis waarvan volgens professor Carl Devos geen enkele partij het resultaat kan claimen als een overwinning. Inderdaad, het akkoord heeft er alle schijn van géén afdoend antwoord te bieden op de uitdagingen.

Heeft iedereen gelijk? Sommige mediamensen waaronder Peter Vandermeersch en Cas Goossens zweren bij botsende opinies om de luisteraars, kijkers en lezers te informeren. De eerste doet dit om commerciële redenen, want hij weet dat een scherpe pen beter verkoopt dan een genuanceerd stukje waarheidzoekende journalistiek. De tweede is voorstander van botsende meningen want “du choc des idées jaillit la lumière”. Dat laatste zou wel kunnen op voorwaarde dat er een evenwichtig en compleet aanbod is van de verschillende opinies én de lezers de kans en vooral de tijd hebben om alles te lezen; wat in de praktijk niet het geval is. Een onevenwichtig aanbod aan opiniebijdragen is eerder de regel en ook op de VRT zijn er talloze voorbeelden van hoe het niet moet. Ik herinner mij dat ooit een debat plaatsvond op Canvas tussen filosoof Gerard Bodifee en drie progressieve tegenstanders die hem op een abominabele manier behandelden, zonder dat de VRT journalist/moderator tussenbeide kwam. Erger, de viscerale afkeer van Kristien Hemmerechts sprak overduidelijk uit haar lichaamstaal. De onevenwichtige tijdsverdeling – drie tijdsbeurten tegen één – herleidde dit debat tot een ware farce, verre van wat een genuanceerd “waarheidzoekend” debat dient te zijn. Opinies in de kranten zijn evenmin een goed idee omdat scherpe pennen alleen de polarisatie voeden en de lezers verdelen in twee kampen. Deze verdeel-en-heers tactiek vanuit een anti-Vlaamse invalshoek is imminent aanwezig in de media. Het heeft voor gevolg dat de lezers uiteindelijk de “andere” mening zelfs niet meer lezen. Getuige hiervan onder meer het dalend aantal reacties op de columns van Sinardet, Reynebeau en Doornaert in dS. Ze zijn zo voorspelbaar en tegelijk zo overtuigd van hun eigen gelijk dat de lezers beseffen dat reacties zinloos zijn. Maar wie toch kritisch reageert trapt al snel op lange tenen en krijgt dan een mailtje waarin onder meer het volgende te lezen staat: “Wij hebben u bovendien een gele kaart gegeven. U kunt nu nog steeds reageren op artikels en debatten op De Standaard Online. Maar bij herhaalde overtreding krijgt u een rode kaart. Van op dat moment zullen uw reacties niet meer zichtbaar zijn op onze site.” en sluit af met, “Zoals in de spelregels wordt vermeld, voeren wij geen verdere correspondentie over deze beslissing.” Klik hier met de rechtermuisknop om afbeeldingen te downloaden. Om uw privacy te beschermen, is het automatisch downloaden van deze afbeelding van internet verhinderd.Met vriendelijke groeten, De redactie van De Standaard Online.” Over transparantie gesproken!

Terug naar de essentie: waarom zou een journalist niet de verschillende invalshoeken in één artikel kunnen bijeen brengen, de soms tegenstrijdige argumenten onderzoeken of verklaren waarom ze verschillend zijn of, wat vaker voorkomt, de argumenten helemaal niet kunnen vergeleken worden omdat ze uitgaan van andere uitgangsgegevens of omdat elementen bewust vergeten worden. Zou de lezer zich zo niet veel gemakkelijker een goede mening kunnen vormen? Mij lijkt het alvast veel beter mochten de kwaliteitskranten meer investeren in vakbekwame journalisten dan de goedkopere scherpe pennen in naam van het eigen groot gelijk.

Vanzelfsprekend stellen de onderhandelaars het bereikte resultaat voor als een succes en al even duidelijk wordt het door de Vlaamse oppositie – bij gebrek aan een Franstalige - verworpen. Kan het dat beide gelijk hebben of wordt hier, zoals in het verleden, met medewerking van de media een loopje genomen met de werkelijkheid? Een poging tot Anders Lezen.

Een van de zeldzame “stemmen” die probeert genuanceerde uitleg te geven is professor Carl Devos, vandaar dit citaat (VRT 26 november):

“Di Rupo zal straks trots een akkoord voorstellen. Maar met zijn spel van de laatste dagen heeft hij veel krediet verspeeld. (…) Wat afgelopen nacht gebeurde had gewoon een week eerder moeten gebeuren. Zelfs al had dat de renteverhoging en kredietverlaging misschien niet kunnen tegenhouden, alle beetjes helpen en schelen op termijn soms miljarden. Di Rupo zal straks schitteren, maar hij start gekwetst aan zijn premierschap. Het is, om het bij hier en nu te houden, begrijpelijk dat de grote overwinnaar in Franstalig België, de PS, de rem optrekt tegen de hervormingen die dit land nochtans zo hard nodig heeft. De PS torent al jaren, decennia, in het staafdiagram van de Waalse verkiezingsuitslagen boven al de rest uit. De grote rode balk is gebouwd op beloftes dat ze de kiezers, voorop de Waalse, een sterk sociaal vangnet zullen bieden en de afbouw van sociale rechten zullen verhinderen. De PS won de verkiezingen meer dan overtuigend, het is voor hen vreselijk moeilijk om hun beloftes in te slikken. Ze gaven al heel wat toe, gingen verder dan op 10 juni denkbaar was, maar sindsdien is de wereld veranderd. (…) In deze tweelandenstaat zit elk beleid, zeker crisisbeleid, met een molensteen aan de status quo gebonden. In andere landen zijn hervormingen eerder doorgevoerd, en vaak in regeringen die minder kleuren telden dan de zes partijen die het bij ons moeten doen. Bovendien zijn die kleuren bij ons verspreid over twee politieke gemeenschappen met een verschillende sociaal-economische onderbouw. Een versnipperd partijlandschap, tjokvol vetomechanismen. Men kan geen land ontwerpen dat nog moeilijker te besturen is. Dat het dus even duurde, zeker omdat de inzet ronduit gigantisch is, is dus de pijnlijke evidentie zelve. Het resultaat is wat nu voorligt. En wie dat bekijkt weet dat het enerzijds het best mogelijke is, anderzijds eigenlijk nog beter had moeten zijn. (…) Want hoe uiterst belangrijk de begroting ook moge zijn, uiteindelijk zijn het de structurele hervormingen (die dus impact zullen hebben op de begroting en groei van de komende jaren en decennia), die écht tellen. Moeten die niet wat eerder komen?" Tot zover Carl Devos.

Terwijl het gevecht om de cijfertjes en de kwalificaties van wat nu juist inkomsten zijn en wat besparingen, is het voor weldenkende kijkers en lezers duidelijk dat de onderhandelaars de belangrijkste structurele hervormingen op een te lange baan hebben geschoven. De ontnuchtering na een begroting gebaseerd op voorbijgestreefde groeiprognoses zal na een evaluatie door de buitenwereld – EU en de markten – resulteren in nog meer ingrepen die alsmaar pijnlijker zullen zijn. Misschien wel zo pijnlijk dat zelfs de meest verknochte Belg zal beginnen twijfelen aan dit politiek België. Een beleid waarvoor, volgens Di Rupo, iedereen de mouwen moet opstropen voor de “weldaad” van het land. Een verspreking (die de Vlaamse media zedig verzwegen of corrigeerden) voor “welvaart” of was het geen verspreking maar gewoon de Waalse visie: dit politiek België is inderdaad een weldaad voor de Walen.

Zijn persconferentie maakte toch één ding duidelijk, namelijk dat zijn kennis van het Nederlands abominabel is. In Le Soir (27/11) stelde een lezer hierover een vraag aan Béatrice Delvaux:

Question de Thomas: Qu'est-ce que vous pensez du néerlandais de monsieur Di Rupo? N'est-il pas souhaitable qu'un futur premier ministre sait s'exprimer aussi bien qu'en français qu'en néerlandais.

B. Dx.: Je suis convaincue du caractère indispensable du très bon bilinguisme de ministres francophones ou flamands. C'est d'ailleurs le cas désormais pour nombre de jeunes ministres ou jeunes hommes politiques francophones: Magnette, Wathelet, Michel Jr. Mais je suis passablement agacée - et le mot est faible - par les remarques sur Di Rupo. Il a 60 ans, il a des problèmes de multilinguisme que ce soit en néerlandais ou en anglais, il ne sera jamais bon véritablement en néerlandais. Il a fait un investissement énorme, à l'audition et aussi pour le parler. Mais il n'ira pas plus loin. Donc oui, il ne parle pas bien. Mais je pense vraiment qu'aujourd'hui, vu les circonstances, la Belgique, flamande ou francophone a besoin d'un gouvernement qui règle les problèmes, prenne les mesures, les fasse appliquer. Que les partis qui le composent se mettent d'accord sur un plan fort, ce qui est sur table aujourd'hui s'en approche. Je préfère un Di Rupo qui conclut des accords et parle mal le néerlandais qu'un Bart de Wever bilingue qui ne conclut aucun accord. Je trouve vraiment qu'on devrait faire au nord du pays une trêve sur le néerlandais d'un Di Rupo d'une ancienne génération, dès lors qu'il remplit le travail essentiel et que, comme je l'ai dit, son "unilinguisme" ou mauvais bilinguisme devient un cas isolé dans la classe politique.

Kijk eens aan, de premier die naar buiten toe de vertegenwoordiger is van de drie taalgemeenschappen maar slechts één taal ervan beheerst, is voor de Waals-Brusselse francofonie ‘un cas isolé'. Je zou van minder verschieten wanneer je Brussel nadert.

Pjotr

22 november 2011

Hoe cynisch kan het toeval zijn

ANDERS GELEZEN

Opgedragen aan Roger Van Houtte, lezer van Anders Nieuws, die mij af en toe attent maakte op de gespleten tong van de media.

Zestien november 2011 of hoe cynisch het toeval kan zijn.

In het weekblad Knack verschijnt op 16 november een artikel in de rubriek “Mensen Portret” van laudator Jeroen Zuallaert waarin hij de nieuwe hoofdredacteur van de VRT, Luc Rademakers, de hemel in prijst. Diezelfde dag bezwijkt in het containerpark van Berchem Roger Van Houtte, gewezen journalist van de Gazet van Antwerpen, aan een hartfalen. Het verband tussen beide eens Anders gelezen.

In zijn lofrede omschrijft Zuallaert Luc Rademakers bij zijn aantreden als algemeen hoofdredacteur van de VRT als een diplomaat die in zijn periode als hoofdredacteur van de Gazet van Antwerpen (2004-2007) erin slaagde om de GVA van koers te doen veranderen. Zo schrijft hij: “Toen Rademakers in 2004 hoofdredacteur werd bij de GVA, had de krant de kwalijke reputatie geregeld met de eerder aangebrande standpunten van het Vlaams Belang te flirten. Met fluwelen handschoenen wist hij dat om te buigen, zonder evenwel censuur toe te passen.”

Beste lezers, voor wie weet wat er werkelijk gebeurde zal deze schijnheiligheid, mede door het moment van het publiceren, als heel cynisch worden ervaren. Vandaar dat ook bij mij de verontwaardiging om zoveel misleiding opborrelde.

Wat er in werkelijkheid gebeurde bij de GVA, toen Roger Van Houtte er als stadsjournalist werkte en Rademakers als nieuwe hoofdredacteur en zetbaas van de linkse politieke strekking de opdracht kreeg om eerstgenoemde desnoods te liquideren – broodroof in plaats van censuur – staat uitvoerig te lezen in het boek “Media & journalistiek in Vlaanderen”. Een ontnuchterend verhaal dat ook Tom Naegels, als columnist in dS inspireerde om ertegen te fulmineren. Op 5 december 2009 schreef hij het volgende: “Soms lees je een verhaal dat zo'n krater slaat in je respect voor mensen, dat die bij de tegenvoeters een bult veroorzaakt. Dat heb ik dezer dagen met Steve Stevaert. Niet zozeer omdat hij amper drie jaar gouverneur geweest is om dan zijn eigen beschermeling en lookalike in die functie te loodsen zodat de dochter van hun beider beschermheer diéns job zou kunnen overnemen - hey, als dat oké is voor de Limburgers, dan is dat oké voor iedereen. Nee, wat mij danig de ogen opende is het relaas, eindelijk mét bewijs - of met op zijn minst stevige aanwijzingen - van hoe Stevaert en zijn entourage uitgeverij Concentra onder druk zetten om Roger Van Houtte, politiek commentator bij Gazet van Antwerpen, op een zijspoor te zetten en uiteindelijk te ontslaan, omdat zijn kritieken de partij slecht uitkwamen. (…) Daar zit minstens één rokend pistool tussen. Of wat moet een mens anders denken van deze mail? Hij werd geschreven door Jean-Paul Coenen, toen directielid bij de uitgeverij, en werd gestuurd aan de ceo van Concentra, Peter Baert. Het is 1999, de paarse regering was net in office, en Coenen schrijft, inclusief spelfouten: 'Door bepaalde commentaarstukken en titels... en de verslaggeving in bepaalde dossiers waarbij Steve zich gepakt voelt door de redactie van De GVA... is er een serieuze bekoeling in de relatie met Steve over alle Antwerpse dossiers... Door de nieuwe regering is er een dynamiek op gang gekomen, die ons niet mag ontgaan. Ik bedoel maar dat we niet geïsoleerd mogen geraken. Mannen als Dewael, Stevaert of Vanmechelen hebben direkt een goede relatie met De Persgroep en Van Thillo gelegd. Als leidend medium in Antwerpen kan het niet dat wij alleen met de tweede of erger de derde lijn praten. Steve is de enige waar we een direkte toegang hebben wat zeer belangrijk is om de juiste informatie of als eerste info te krijgen waardoor we soms kunnen anticiperen. Een hernieuwd gesprek met Luk of mezelf is voor hem onvoldoende. Hij wil Peter zien met de afspraak dat er duidelijke engagementen komen om de Blokkers van de Gazet niet meer hun gang te laten gaan. (…) Doet ze dat omdat de toplui van de uitgeverij er belang bij hebben om op goede voet te blijven staan met hun politieke connecties, en die laatsten daar schaamteloos misbruik van maken, dan is dat een schending van de scheiding der machten die vergelijkbaar is met wat Leterme en Vandeurzen werd aangewreven in het Fortis-dossier. Die laatsten hebben daar ontslag voor genomen. En keerden pas terug toen bleek dat de beschuldigingen tegen hen ongegrond waren. Het zal wel ijdele hoop zijn zeker, te denken dat er voor dit soort beïnvloeding ook ooit een parlementaire commissie wordt opgericht?”

Maar de tijden evolueren en nu Naegels naast columnist ook “embedded” ombudsman is van dS, zal zijn verontwaardiging over het hoger belang wel een beetje bekoeld zijn; alvast viel er in dS nog niets te lezen over de dood van GVH (of keek ik erover?).

Overigens hoeven we ons geen begoochelingen te maken over het gebrek aan onafhankelijkheid van de redacties van de andere week- en dagbladen. In mijn boek “dS anders gelezen” wijs ik via concrete voorbeelden op de twee gevaren die de onafhankelijkheid van de redactie bedreigen: de dwingende opdrachten van bovenuit om een en ander dood te zwijgen of te minimaliseren of – al even erg maar wel begrijpelijk - de censuur die de journalisten zichzelf opleggen om te vermijden dat ze net als Roger Van Houtte bij het groot vuil worden gezet; in het containerpark. Een kwalijke situatie als u het mij vraagt.

Dankzij een vangnet aangereikt door N-VA kon hij toch nog actief blijven met het schrijven van bijdragen allerhande, maar het was nooit meer zoals zijn oude liefde, de onafhankelijke journalistiek die zich niet laat ringeloren door hogere belangen wanneer het erop aankomt de lezers op een degelijke manier te informeren. Ik zal alvast zijn eerlijke commentaar missen.

Enkele reacties …

Bart De Wever en directeur Piet De Zaeger (N-VA) lieten bij zijn overlijden hun erkentelijkheid blijken: “De ganse N-VA is diep bedroefd om dit plotse afscheid van een gewaardeerde medewerker, behulpzame collega en warme vriend. De partij leeft mee met zijn echtgenote Els, familie en vrienden.” Een welgemeend medeleven waarbij ik mij graag aansluit.

In de Gazet van Antwerpen kon men het volgende lezen: “In 1986 stapte Roger Van Houtte over naar Gazet van Antwerpen, als rubriekleider Algemeen Nieuws onder hoofdredacteur Lou De Clerck. Later werd hij onder meer politiek verslaggever op de Antwerpse stadsredactie en werkte hij op de redacties Buitenland en Economie. Hij stond bekend om zijn vlijmscherpe analyses en commentaren.” Uit de reacties van de lezers bleek dat zij wel wisten hoe de vork aan de steel zat en daarom vond de redactie van GVA het nodig om alle reacties snel te verwijderen. Beschamend voor de Gazet, maar niet verloren want wie die toch wil lezen kan dat via de reacties op deze column.

Scherper was de reactie op de blog Seniorennet – Angeltjes. Daar klonk het zo: “Zoals velen waardeerde ik Roger van Houtte vanuit zijn Gazet van Antwerpen periode, waar hij eerst het algemene nieuws deed en vervolgens politiek stadsredacteur werd. Een journalist die in volledige onafhankelijkheid het politieke nieuws uit deze lastige stad op een strikt neutrale manier versloeg. Als Dewinter de bal missloeg, dan schreef Roger dat zonder hatelijkheid en zonder inwendige binnenpretjes. Maar als Dewinter bij een andere gelegenheid nagels met koppen sloeg, dan werd dat even nuchter meegedeeld.

Roger van Houtte was een vertrouwd figuur in zijn stad, hij belichaamde op zijn eentje het begrip "stadskrant" en hij had niemand nodig om hem te dicteren dat de redactie een politieke lijn moest volgen. Van Houtte volgde de hartenklop van de Sinjoren en dat werd door velen zo aangevoeld en gewaardeerd. Zonder grote woorden en ideologische opdrachten, maakte Roger van Houtte van de Frut de gazet van iedereen.

Die typisch Antwerpse joviale mentaliteit strookte echter niet met de politieke bevelen die kwamen uit Hasselt waar de leiding van Concentra het bekrompen katholieke provincialisme ingeruild had tegen het hippe socialisme van Steve Stevaert. De conservatieve, gelovige en Vlaamsgezinde Gazet van Antwerpen kreeg rauwweg het bevel te verhinderen dat deze stad zou ingenomen worden door Vlaams Belang. Dat was een bevel. En Luc Rademakers, een Franstalige sukkel die niet eens een reclametekst voor een pakje magarine kan schrijven, werd tot hoofdredacteur gebombardeerd als hij er kon voor zorgen de oude Vlaamsgezinde garde journalisten en personeelsleden (meestal CVP, VU en soms VB gezind) aan de deur te zetten en van de Gazet het campagne-instrument van Patrick Janssens te maken.

Er is toen zwaar geïntrigeerd geworden, men heeft vuil spel gespeeld, mensen bezwadderd, eerlijke journalisten gebroodroofd en lezers voor het hoofd gestoten. Eind 2008 werd ook het wandelend geweten van Antwerpen, Roger van Houtte, genadeloos ontslagen door de minkukels die nu vrij spel hadden en hebben om hun paladijnenrol op het Schoon Verdiep te spelen.

Het is jammer dat journalisten blootgesteld worden aan zoveel externe druk, waardoor ze eigenlijk risico’s moeten nemen willen ze toch onafhankelijk blijven hun beroep uitoefenen. Zou daar niet eens een grondig debat kunnen over gevoerd worden, in plaats van alles toe te dekken in naam van om het even welk belang; zelfs al is het Vlaams?

Pjotr

15 november 2011

Is medeleven onbetaalbaar

ANDERS GELEZEN

Het aantal opiniemakers die oproepen tot verdraagzaamheid en solidariteit is nauwelijks bij te houden. Meer zelfs, ook de bevolking heeft doorgaans weinig moeite met beide. Waarom deze begrippen toch zoveel aandacht krijgen blijft een interessante vraag. Wanneer is kritiek een blijk van onverdraagzaamheid en respect voor regels een gebrek aan solidariteit. Even anders lezen …

De overleden VB politica Mari-Rose Morel kwam indertijd op voor een allochtoon kind dat men wou terugsturen naar het thuisland, alhoewel haar partij een zeer streng terugkeerbeleid propageert. Wanneer problemen een gezicht krijgen haalt menselijkheid dikwijls de bovenhand. Wanneer iemand zijn best doet – bij voorbeeld Di Rupo die zijn best doet om Nederlands te leren – is dat voor velen voldoende om verdraagzaam te zijn. Al wie Di Rupo persoonlijk kent zegt dat hij een aimabel man is en zo iemand hoeft – in naam van de verdraagzaamheid - dan ook geen Nederlands te kennen? Wat beide begrippen in al hun gedaanten gemeen hebben is niet de aversie van het grote publiek maar het misbruik dat ervan gemaakt wordt. Solidariteit noch verdraagzaamheid zijn het probleem maar wel het gebrek aan grenzen. Grenzen die voor alle duidelijkheid niet enkel terug te voeren zijn tot regels en normen.

Wie pleit voor solidariteit en verdraagzaamheid zou daarom eerst de grenzen moeten vastleggen: de morele limiet tot waar ze moeten reiken. Helaas ontbreekt het in vele gevallen aan duidelijke regels en worden normen in sommige gevallen geïnterpreteerd als een vorm van racisme. Nochtans mag het geen opgelegde beslissing zijn maar een maatschappelijk gedragen vanzelfsprekendheid. In dit braakliggend terrein tussen het moreel vanzelfsprekende en het misbruik van deze begrippen wordt in de media zelden ten gronde gedebatteerd.

In dS kon men op 12 november een bijdrage lezen over de problemen in rusthuizen. “Rusthuis Tristesse” of verkommeren voor 44 euro per dag. Dat rusthuisbewoners soms minder goed behandeld worden is geen loze klacht. Dat ze (en de familie) hiermee niet naar buiten durven komen uit vrees voor nog minder aandacht of zelfs pesterijen is ook juist. Daartegenover staat dat er veel goed werk verricht wordt, zoals de maandag daarna stond te lezen op de opiniebladzijden van dS. “Hoe wij oude mensen elke dag uit de eenzaamheid tillen” schreven Peter Degadt en Guido Van Oevelen, gedelegeerd bestuurder en voorzitter Zorgnet Vlaanderen. Het was volgens hen verkeerd om de fouten te veralgemenen. Ze verwezen eveneens naar de nood aan een zorgzame omgeving, familie en vrijwilligers die de rusthuizen en ander zorginstellingen helpen bij de zinvolle invulling van het dagelijks leven. Op zich een bekentenis dat de rusthuizen niet de middelen hebben om zelf te zorgen voor een volwaardige menselijke opvang. Waar ligt de scheidslijn tussen het aanvaardbare en het onaanvaardbare? Kritiek die aanvaard wordt als een stimulans om beter te doen is niet vanzelfsprekend. Precies daarom is het goed dat een krant ook kritiek laat horen. Het mag geen taboe zijn en de talrijke goede voorbeelden doen niets af aan de gebreken die voor individuen zo zwaar om dragen zijn. Afhangen van de welwillendheid van anderen is op zich al erg.

Ervaringsdeskundigen beseffen echter dat goede regels en normen niet volstaan. Zorgbehoevende patiënten in ziekenhuizen, opvangcentra en rusthuizen hebben recht op een correcte behandeling en verzorging. Daarvoor hoeft men niet te danken, men betaalt ervoor. Maar er zijn geen regels noch normen om het medeleven van het personeel te meten en te belonen. Daarvoor kan men alleen dankuwel zeggen of vloeken wanneer het ontbreekt. Nochtans is deze betrokkenheid minstens even belangrijk als de opgelegde materiële normen. Over de empathie of het ontbreken ervan zijn talrijke zowel positieve als schrijnende voorbeelden aan te halen. Ook al ken ik persoonlijk pijnlijke voorbeelden wil ik mij beperken tot één positief voorbeeld van het medeleven dank zij de inzet van vrijwilligers : een vriendin die al jaren bezoekjes aflegt bij ouderen in het rusthuis vertelde dat ze jaarlijks aan alle oudjes een verjaardagkaartje stuurde en dat een oudje haar met tranen in de ogen bedankte “want het was het eerste kaartje sinds ze vele jaren geleden in het rusthuis terecht kwam”.

In een revalidatiecentrum hangt volgende tekst uit op het informatiebord van de afdeling neurologie: “Een glimlach, Een schouderklopje, Een vriendelijk woordje, Een aanmoediging, Deze zijn oh zo kostbaar in het revalidatieproces van een patiënt! Toch jammer dat deze uitnodiging tot medeleven niet gelezen werd door alle medewerkers en zelfs de revalidatiearts niet het goede voorbeeld geeft.

In een verouderende maatschappij worden de problemen voor de toenemende groep zorgbehoevenden een zware opgave. Dat sombere beeld kan alleen weggewerkt worden door meer menselijkheid. Dat steeds meer instellingen hiervoor afhankelijk zijn van externe vrijwilligers is niet bemoedigend. De noodkreet mag niet enkel gaan over het gebrek aan personeel maar ook over het gebrek aan empathie. Onbetaalbaar?

Pjotr

09 november 2011

Ken uw plaats

ANDERS GELEZEN

Iedereen komt ooit aan het einde van zijn of haar (professioneel) verhaal. Zo ook Jean Luc Dehaene die als politicus en bestuurder een reputatie en een netwerk opbouwde waar weinigen kunnen aan tippen. In een overzicht verschenen in DT (05/11) besluit prof emeritus Huyse: “Ik waardeer hem voor wat hij voor 1999 heeft gepresteerd. Wat daarna komt, werpt een schaduw op zijn persoon, maar niet op zijn realisaties als premier. Alleen doodjammer dat hij is blijven proberen petjes op te zetten die hem niet meer pasten. Dehaene zegt zelf dat hij een politicus van de 20ste eeuw is. Dan moet je daar ook naar handelen.”

Tom Naegels, schrijft in dS 9/11 een zeer interessante bijdrage waarin hij de vraag stelt of politiek over feiten gaat of slechts om opinies, verschillende invalshoeken? Een zéér terechte vraag die voor de media betekent dat ze zelf kleur bekennen door de eenzijdige invalshoek van dergelijke bijdragen van en interviews met politici te publiceren zonder te wijzen op het eenzijdig karakter ervan. Om hieraan tegemoet te komen stelt hij dat er ook aandacht moet zijn voor andere invalshoeken, lees opinies.

Maar volstaat dat wel, botsende opinies die gepubliceerd worden in al of niet opeenvolgende edities? Wel voor een opinieblaadje maar niet voor een kwaliteitskrant die voldoende journalisten in huis heeft om vanuit een objectieve(re) invalshoek kanttekeningen te plaatsen bij het artikel en zelf zorgen voor een kader waarin de uitspraken passen, die de eenzijdige uitlatingen nuanceren en zodoende de lezers meteen – en niet later - een veel bredere kijk geeft op de behandelde problematiek. Wat dS doet is géén kwaliteit leveren maar sensatie, botsende meningen bij voorkeur geschreven met een scherpe pen waarin de voorgaande opinie ongegeneerd geïnterpreteerd wordt naar eigen inzicht en voorkeur. Wat heeft een lezer hieraan? Een voorbeeld: in dS 8/11 schrijft Bart De Wever een kritische bijdrage over de hedendaagse kunst die (volgens hem) door het elitaire karakter minder aansluiting vindt bij de leefwereld van de gewone mensen. De dag erop schrijft Marc Reynebeau in zijn column als reactie het volgende: “In deze krant deed N-VA-voorzitter Bart De Wever gisteren precies hetzelfde, maar omgekeerd, door geen culturele held te kiezen, maar een vijand, de 'hedendaagse' kunst.”

Anders gelezen zou ik volgende vraag willen stellen aan de ombudsman: stel nu even dat een lezer het artikel van BDW niet las, misschien omdat hij niet verwacht dat die ook iets zinnigs te vertellen heeft, maar wel de bijdrage van Reynebeau las. Zou die lezer dan tot de conclusie komen dat BDW in de hedendaagse kunst (en niet voor de eerste keer volgens deze cultuurpausen) vijanden ziet? Ik las het artikel van BDW blijkbaar anders, want nergens kon ik bevestiging vinden van het vijandbeeld dat Reynebeau zijn lezers voorhoudt. Er is ook nergens sprake van minder vrijheid voor de kunstenaar, zoals Reynebeau eveneens beweert. Dat dit vijandbeeld voor Reynebeau nauw samenhangt met het Vlaams-nationalisme van De Wever, mocht uiteraard niet ontbreken.

Zou ik alleen staan met de mening dat dS met deze weliswaar commercieel renderende (?) methode geen kwaliteit levert, maar eerder bijdraagt tot de polemiek, een strategie volgt die de verdeeldheid van de Vlaamse publieke opinie benadrukt. Dat de redactie kant kiest voor een behoudsgezinde staatsdragende visie blijkt uit hiernavolgend onderwerp.

Van G1000 over G32 naar de G1?

Het initiatief van historicus en auteur David Van Reybrouck krijgt heel veel aandacht in de media en zou best interessant kunnen zijn. Gisteren hoorde ik Francesca Vanthielen, VTM presentatrice en actrice en het “tweede gezicht” van dit project, over dit initiatief zeggen dat het toch jammer was dat er maar om de zoveel tijd verkiezingen zijn en zij met dit burgerinitiatief tegemoet komen aan de belangstelling die wel leeft bij de burgers. Of dit ook juist is laat ik in het midden, maar haar uitspraak is wel opmerkelijk want ze zegt daarmee ook dat “verkiezingen om de zoveel tijd” niet volstaan en daar heeft ze wel een punt. Zoals ik vroeger reeds schreef worden in een parlementaire democratie vertegenwoordigers verkozen die nadien doen wat ze willen, ook datgene waar ze tijdens de verkiezingsperiode helemaal tégen waren. Woord houden is helaas een inhoudsloze boodschap geworden voor wie deel wil uitmaken van de federale regering en precies daarom willen de Belgischgezinde politici het aantal verkiezingen (of de impact ervan) nog verminderen. Terwijl de G1000 dus méér betrokkenheid wil creëren, willen de politici precies het tegendeel: de inspraak van de burgers zoveel mogelijk beknotten. Wie dit project echter volgt stelt zich ook vragen. Zowel de deelnemers als de sponsors – waaronder Thomas Leysen, grote baas van dS – blijken gezien hun vroegere interventies niet direct boven de politiek te staan noch het volledige maatschappelijk draagvlak te omarmen. Voor alle duidelijkheid, de namen van de sponsors waren niet te lezen in dS maar wel in De Tijd en Thomas Leysen wou niet ingaan op de vraag om meer uitleg. Is het dan verwonderlijk dat de communautaire problemen zelfs niet aan bod zullen komen, wegens niet ervaren als belangrijk door de G1000? Zouden Rik Van Cauwelaert en talrijke andere opiniemakers dan ongelijk hebben wanneer ze beweren dat dit onderwerp wel degelijk leeft en zelfs het onderliggend probleem is voor de oplossing van de maatschappelijke problemen? Blijkbaar wenst men niet zo diep te graven en zal het blijven bij heel veel kleine soms triviale overwegingen die voorbijgaan aan de dieperliggende problemen – waar de mensen niet van wakker liggen. Gelukkig zal 11 november niet het eindpunt zijn maar slechts een democratische schijnbeweging die leidt naar de G32 om uiteindelijk te eindigen bij de G1, initiatiefnemer David Van Reybrouck. Toch had het zinnig kunnen zijn, al was het maar om de politici te laten weten dat ze geloofwaardig moeten worden en doen wat ze zeggen.

Marc Van de Voorde schrijft over dit initiatief in dS 9/11 het volgende: “G1000, het initiatief van David Van Reybrouck, is een nobele onderneming. Probleem is echter dat ze het falen van de democratie aan het verkeerde uiteinde vastgrijpt: de stem van het volk. De fout zit aan het andere uiteinde: het (gebrek aan) staatsmanschap van veel politici. Dat staatsmanschap verbeter je in een representatieve democratie helemaal niet door het volk te laten ‘beslissen'. Want dan injecteer je het populisme dat de politiek al heeft aangetast, in het systeem. Bovendien, het volk draagt geen verantwoordelijkheid en hoeft aan niemand verantwoording af te leggen. Je kan nooit het volk op de vingers tikken (terecht). De politici wel (terecht). We moeten dus de verantwoordingsplicht van de politici verhogen.” Hieraan zou ik wel volgende bedenking willen vastknopen: Staatsmanschap wordt dictatuur wanneer een staat geen (gemeenschappelijke) democratische basis meer heeft. Dan moet men de verkiezingen afschaffen en David Van Reybrouck samen met Francesca Vanthielen interneren. dS, interessant, soms onverantwoord.

En verder:

Lezers van kranten moeten hun plaats kennen en niet al te kritisch zijn wanneer de kranten hun resultaten bekend maken. Het CIM (Centrum voor Informatie over de Media) publiceerde de resultaten voor de kranten en tijdschriften en in dS klinkt het triomfantelijk dat zij de grootste steiger zijn. 95.817 of 2.765 exemplaren meer dan het jaar ervoor. Wie de CIM cijfers erbij haalt leest dat er twee berekeningen zijn. De cijfers die berusten op het erewoord (dat zijn de cijfers die dS publiceert) en de cijfers die echt verklaard werden. Volgens deze laatste komt men voor 2010 op een totale verspreiding van 94.945 kranten (of 872 ipv 2.765 kranten meer). Dan zit er nog een verschil in het aantal kranten die verkocht werden aan derden (zoals Walter Zinzen ooit opmerkte zijn dat kranten waar geen lezers tegenover staan): 4.960 echt verklaarde cijfers tegenover de cijfers op erewoord waar slechts 4.911 kranten gemeld worden.

In DT (5/11) klinkt het resultaat zo: De losse verkoop van dagbladen gaat achteruit. Dat blijkt uit de publicatie van de dagbladverkoopcijfers van het Centrum van Informatie over de Media (CIM) gisteren publiceerde over het derde kwartaal. In de twaalf maanden die voorafgingen aan 30 september zagen alle Vlaamse dagbladen hun verkoop bij de krantenwinkel ('de losse verkoop') dalen met 6,9 procent tot bijna 355.000 kranten per dag. Dat de Vlaamse krantenmarkt desondanks stabiel bleef, is vooral te danken aan het stijgende aantal abonnementen voor zowel de papieren als de digitale versies van de kranten. De oplage van De Tijd steeg, inclusief digitale versies, met 2,6 procent tot 37.030 exemplaren. Met een gemiddelde oplage van 4,759 digitale kranten per dag blijft De Tijd de grootste digitale krant van België. Het Laatste Nieuws blijft de grootste krant van het land. In de Franstalige krantenmarkt heeft zich de malaise van de voorbije kwartalen ook in de laatste drie maanden doorgezet. Daar daalde de oplage met 3,8 procent tot gemiddeld 397.672 exemplaren per dag.

Zolang kranten hun eigen resultaten op een verhullende manier voorstellen zullen ze ongeloofwaardig blijven in hun kritiek op ander instellingen die al even creatief zijn in hun communicatie. Samengevat, beste lezers, wanneer u niet wil bedot worden doet u er best aan om zelf even de website van het CIM aan te klikken

Ken uw plaats: Uplace

dS: “Dagelijks 25.000 extra auto's op de Ring? Alsof er elke dag een grote voetbalwedstrijd is. Zo geraakt niemand nog in Vilvoorde.' Corinne Olbrechts (Open VLD), waarnemend burgemeester van Vilvoorde, ziet de komst van shoppingcenter Uplace, groter dan wat ons land ooit eerder heeft gezien, in de oksel van het viaduct van Vilvoorde, niet zitten. (…) Bart Somers (Open VLD), de burgemeester van Mechelen, heeft al laten weten geen schrik te hebben van Uplace. De Leuvense burgemeester, Louis Tobback, wil Uplace wel tegenhouden. Niet omdat we schrik hebben, maar omdat we er nadeel van gaan ondervinden. Mechelen trouwens meer dan wij. (…) Het spektakel wordt geamuseerd gadegeslagen vanuit het Brusselse Gewest. Benoît Cerexhe (CDH), de Brusselse minister van Economie, verslikte zich vrijdag even toen hij hoorde dat Uplace een bouwvergunning kreeg. “We hadden van Vlaanderen toch wat meer overleg verwacht, want ze weten dat wij ook een shoppingcenter plannen. Vlakbij dan nog, op de Heizel.
Twee shoppingcenters zijn volgens Cerexhe niet leefbaar, maar geen nood, volgens onze gegevens heeft de Heizel meer overlevingskansen dan Uplace. Nu de Vlaamse regering blijkbaar snel wil gaan, kunnen wij alleen maar volgen. We zien wel wie het haalt.”

Even Anders Gelezen: terwijl de NIMBY Vlamingen ruzie maken, zal Brussel op nauwelijks enkele km een vergelijkbaar project realiseren, uiteraard zonder de minste inspraak van de Vlamingen. Een duidelijk signaal dat de op stapel staande metropolitane gemeenschap enkel de Brusselse belangen moet dienen, of wat dacht u wel? Bizar dat de kleine Back van Leuven over het Brussels project dat evengoed concurrentie is en de verkeershinder zal vergroten, zijn mond niet durft open te doen.

In Knack 9/11 doet Walter Pauli (overgekomen van De Morgen) een gans ander boekje open over dit project: “Het is namelijk een erfenis van de vorige Vlaamse regering Peeters I. De beslissing dateert van voor de Vlaamse verkiezingen op 7 juni 2009. De toenmalige Vlaamse ministers gunden elkaar wat (…) Frank Vandenbroucke (SP.A) zorgde voor 30 miljoen euro voor een betere toegankelijkheid van het universitair ziekenhuis Gasthuisberg. Patricia Ceysens (Open VLD) kon op de valreep nog 60 miljoen vrijmaken voor het Leuvense onderzoekscentrum IMEC. Voldoende reden waarom de Leuvense socialisten toen niet protesteerden tegen het shoppingcentrum. Zakenman Bart Verhaeghe, die vroeger reeds kon rekenen op de steun van Dirk Van Mechelen (Open VLD) voor de bouw van het Brugse voetbalstadion annex zakencentrum, werd ditmaal bediend door Patricia Ceysens voor het shoppingcentrum …

Het volstaat niet om dS te lezen.

Pjotr

Anders Gelezen