29 maart 2011

Tollende gedachten

ANDERS GELEZEN


Politieke stilstand en toch doen de bijdragen op de opiniebladzijden van de kranten mijn hoofd tollen. Ondermeer de column van professor Carl Devos in Het nieuwsblad (28/03) waarin hij vraagt hoelang dit zottekesspel nog gaat duren. N-VA en PS vinden mekaar nog altijd niet en is het moeilijk stappen met twee stijve benen. Er is de lafheid want er is geen compromis in zicht en toch durft niemand te zeggen dat een compromis niet mogelijk is. Hypocrisie ook want de ander partijen slaan hard op N-VA maar willen niet in een regering stappen zonder die partij. Het kan tellen als aanklacht.


In deze vaststellingen zal menig lezer zich kunnen vinden hoewel hij ook suggereert dat N-VA met iets minder moet tevreden zijn, al mag dat niet gezegd worden zonder met de vinger gewezen te worden (wat hij toch deed en zo bewijst dat het wel kan en mag). In mijn gedachten droomde ik van volgende uitspraak in de Nederlandstalige kranten: het is duidelijk dat Di Rupo en de PS oorzaak zijn van de huidige impasse en het tijd wordt dat Di Rupo niet enkel in het zwembad springt maar ook politiek springt en ingaat op de vragen van de breedgedragen Vlaamse eisen. Zou iemand mij willen zeggen waarom deze gedachte blijkbaar voor onze kranten absurd is en géén enkele deze stelling durft te publiceren? En waarom is het wel normaal dat de Franstalige kranten én talrijke Nederlandstalige opiniemakers de verantwoordelijkheid van alle problemen bij N-VA leggen? Wellicht heeft dat aan Vlaamse kant te maken met de persoonlijke voorkeur van deze BV die vrije baan krijgen van de redacties. Voor hen is de Vlaamse ontvoogding een oud verhaal terwijl het ondertussen voor iedereen duidelijk is dat de huidige crisis meer dan ooit (en net omwille van de vorige compromissen) gaat om de toekomstige (politieke) machtsverwerving met of zonder België. Er is echter een grond voor de weigering van de media om kant te kiezen, namelijk de ruzie binnen de Vlaamse politieke partijen. Alle traditionele machtspartijen kampen met dissidenties binnen de eigen partij nu ze geconfronteerd worden met een partij die niet de Zestien ambieert, maar wel zijn programma wil realiseren en dus daarom niet kan toegeven aan het zoveelste compromis dat gelijkstaat met kosmetische opsmuk zonder grote veranderingen. De situatie lijkt uitzichtlozer dan uitzichtloos schrijft Devos en bevestigt daarmee wat Yves Leterme reeds lang geleden vaststelde: de grenzen van het compromisbeleid zijn bereikt en dat heeft niets met lafheid of hypocrisie te maken maar alles met een volgende stap in de politieke bewustwording in Vlaanderen. Of is het toeval dat de kiesintenties steevast uitwijzen dat steeds meer Vlamingen hun stem blijven geven aan N-VA, ondanks de pogingen van de media om deze trend te negeren. Dat minister-president Chris Peeters nu afkomt met de Octopusnota mag dan wel een politiek correct statement zijn, hij is door deze evolutie wel een oorlog ten achter. Erger wordt het als deze uitspraak moet gelezen worden als een signaal aan N-VA dat een echte copernicaanse hervorming toch binnen het oude Belgisch denken moet blijven. Premier Leterme schrijft in dS dat De Wever (net als hij) niets bereikt heeft ondanks zijn electoraal succes. Deze sneer is weinig bemoedigend want ook deze kan gelezen worden als een oproep om toch maar toe te geven of om opzij gezet te worden wegens onhandelbaar. Ondertussen heeft Leterme III een nieuw wereldrecord, dat van een regering in lopende zaken. Een regering die de facto een zakenkabinet is want niet verkozen, geen parlementaire (Vlaamse) meerderheid en daarenboven niet kan worden wandelen gestuurd. Onverantwoord of Belgisch surrealisme? Wat deze regering doet is namelijk hetzelfde als wat een zakenkabinet doet: op de winkel letten en voor elk initiatief eerst de goedkeuring vragen van het parlement. Maar zelfs zonder slaagt Leterme III erin om belangrijke beslissingen te nemen behalve één die blijkbaar nog veel belangrijker is dat de staatsfinanciën en de oorlogsparticipatie: de politieke benoemingen van topambtenaren. Er is wel één zeer belangrijk onderscheid met een echt zakenkabinet: zonder politici zouden de gestemde wetten wel uitgevoerd worden; bij voorbeeld deze over de splitsing van BHV. Een angstwekkende gedachte voor al wie meer belang hecht aan de politieke macht van de partijen dan aan de democratische werking van het parlement. Een zakenkabinet zonder politici zou daarenboven een belangrijke stimulans zijn voor de voortgang van de institutionele hervormingen. Nu kan men in rustige vastheid aan de macht blijven tot in 2012 of zelfs 2014. Alvast een gelukzalige gedachte voor de pas verkozenen die door vervroegde verkiezingen riskeren om hun zopas verworven mandaat alweer te verliezen. Maar struikelblok numero uno blijft het risico op een aderlating van de partijkas waardoor vele monden niet meer zouden kunnen gevoed worden.


Iets anders dat maar blijft door mijn hoofd spoken en mij mateloos stoort is de fiscale en sociale fraude. Hoewel Vande Lanotte mee verantwoordelijk is voor de riante fiscale situatie van de allergrootste bedrijven heeft hij het toch moeilijk met de winstmarge van Electrabel, 150 % (dS 28/03). Ondertussen schreeuwt de zachte sector om meer geld en ook meer erkenning door hun bazen en wordt allengs duidelijk dat het sociaal beleid voor de allerzwaksten, de echte armen en gehandicapten, afkalft. Toch weigeren politici het consumptiefederalisme van de sociale partners om te buigen. Dat de ziekenbonden zopas twee miljard konden besparen bewijst dat de voorbije jaren tevéél geld (jaarlijks 80 miljard BEF) werd uitgegeven. Dat men in goede verstandhouding met de farma-industrie teveel overbodige voorschriften aanvaardde die men nu om puur budgettaire redenen via een opgelegde inperking schrapt. Of is het zoals een huisarts mij zei: dat de vermindering van sommige medicaties vragen oproepen. Patiënten betalen nu al veel zelf en zouden ook nog meer gezondheidsrisico’s moeten dragen? Dat dergelijke beslissingen buiten de politieke macht vallen is pure lafheid vanwege de verkozenen die zelf verantwoordelijk moeten zijn voor een eerlijker systeem waaraan iedereen meebetaalt vooraleer er ook ten volle recht op te hebben. Via internet circuleren aberrante verhalen over misbruiken van sociale tussenkomsten door consumenten die nooit hebben bijgedragen en dat wellicht ook nooit zullen doen. Toen ik Luc Vander Kelen (HLN) vroeg of het verhaal over misbruiken door allochtonen van Jo Van Deurzen indertijd klopte kreeg ik als antwoord dat het ondertussen niet meer mogelijk was. Juist dus maar Belgicist VDK wil daar niet aan herinnerd worden. Splitsen die boel zodat tenminste Vlaanderen een goede én betaalbare sociale zekerheid kan garanderen. Hetzelfde moet nu eindelijk ook eens gebeuren met de fiscale wetgeving: een grote kuis waarbij al die voordelen (aftrekposten en ander spitsvondigheden) enkel om de te hoge belastingen te ontlopen afgeschaft worden zodat het betalen van (lagere) belastingen rechtvaardiger wordt. Want als er één domein is waarin dit België uitblinkt inzake oneerlijkheid, dan is het wel deze van de fiscale en sociale fraude.


Pjotr

ANDERS GELEZEN

22 maart 2011

VN resolutie 1973 versus de realiteit

ANDERS GELEZEN

Frankrijk valt samen met Groot-Brittannië en de Verenigde Staten Libische militaire doelwitten aan. Is de oorlog begonnen?

Er zullen slechts weinig resoluties van de Veiligheidsraad zo snel goedgekeurd zijn. Nochtans is het niet de eerste keer dat een dictator zijn eigen volk beschiet of de rechten van de mens niet worden gerespecteerd. Is Kadhafi dan zo verschillend van al die andere dictators die wel de vrije hand kregen of spelen er andere factoren?

De eensgezindheid van de internationale gemeenschap is verklaarbaar omwille van de gedeelde (olie) belangen en de kwalijke reputatie van Kadhafi, die lange tijd vrijheidsstrijders – waaronder de Zuid-Afrikaanse - maar ook terroristen heeft gesteund. Voor Europa komt daarbij dat het indammen van de immigratie uit de onrustige Arabische wereld evenzeer een belangrijke reden is om de rebellerende Libiërs te steunen. Vanuit de militaire industrie zal het wel positief zijn dat er weer volop stand-off wapens worden verbruikt want deze commercie moet ook blijven draaien en vanuit (Westerse) militaire hoek is de totaal ongelijke strijd goed voor de Napoleons van deze tijd. Kortom, er zijn blijkbaar alleen maar winnaars in dit debat, zelfs socialisten en Groenen! Toch even de resolutie anders lezen?

Misdaden tegen de eigen bevolking of meer algemeen het weigeren van democratie als gegronde reden om de soevereiniteit van een land te schenden is voor de VN zeldzaam. Landen die het niet zo nauw nemen met de democratische spelregels maken deel uit van de Verenigde Naties en zelfs van de Veiligheidsraad. Consequent is het wel, want de bedoeling van de VN is en blijft het vreedzaam regelen van conflicten. Zo ook resolutie 1970 die opriep om de wapens te doen zwijgen en tot een democratisch proces te komen in Libië. Met de laatste resolutie 1973 wil de VN de vorige kracht bijzetten en de internationale gemeenschap de mogelijkheid bieden om militair tussenbeide te komen. Basis voor deze resolutie is het Hoofdstuk VII van het Handvest van de VN. Daarin wordt een “optreden met betrekking tot bedreiging van de vrede, verbreking van de vrede en daden van agressie” mogelijk. In militair VN jargon is dit een Peace enforcement operation of het opleggen van de vrede”. In de gestemde resolutie (die u kan lezen op http://www.un.org/documents/scres.htm) wordt duidelijk bepaald om welke maatregelen het gaat: Militaire acties om de bevolking te beschermen en het afdwingen van een no-fly zone. Daarnaast is er voorzien in een wapenembargo, een wereldwijde ban op Libische vluchten en het bevriezen van de financiële middelen van Kadhafi en van enkele met naam vernoemde medestanders.

Predikt deze resolutie een oorlog zoals de media en zelfs Belgische ministers ons willen laten geloven? Het antwoord is neen. Dat de resolutie spreekt over “to take all necessary measures, notwithstanding paragraph 9 of resolution 1970 (2011), to protect civilians and civilian populated areas under threat of attack”, betekent helemaal niet dat alles kan, want de opdracht blijft beperkt tot het beschermen van de bevolking. Dat is precies het bezwaar dat vanuit de Arabische Liga (secretaris-generaal Amr Moussa) te horen is. Gezien onze minister van Buitenlandse zaken, Steven Vanacker (CD&V), verwijst naar het belang van de goedkeuring door deze regionale instantie, zou het logisch zijn dat België hiermee rekening houdt, anders wordt ze deel van een operatie die niet gedekt is door de gestemde resolutie van de Veiligheidsraad.

Er is ook geen grond voor een oorlog want de vrede is wereldwijd noch regionaal in het gedrang gebracht en het zijn vooral allochtonen die het land ontvluchtten wegens de onveiligheid. Deze resolutie vraagt om een wapenstilstand te land en in de lucht af te dwingen en enkel dit doel heiligt de middelen. Wat de internationale gemeenschap onder impuls van enkele door een overvloed aan testosteron aangetaste polieieke leiders vandaag doen gaat veel verder. In dS (21/03) was de Amerikaanse stafchef, MIKE MULLEN, zeer duidelijk, “Het doel van Odyssey Dawn is niet Kadhafi te zien vertrekken.”

Vanuit militair oogpunt is het - in contradictie met de stoere borstklopperij van politici die het hebben over onze helden - een weinig risicovolle operatie: van op afstand, met een knopdruk of met hoogtechnologische en goed beveiligde vliegtuigen de commandocentra vernielen en de luchtafweer uitschakelen die weinig voorstelt om dan vervolgens vanuit de lucht ongehinderd tanks en ander militair materieel te vernielen, zal wel adrenaline doen opborrelen bij de piloten, maar als ze zelf de cowboy niet uithangen, is de kans op een incident nauwelijks groter dan tijdens om het even welke jaarlijkse gevechtsoefening in de Sahara. Trouwens, statistisch gezien zijn er tijdens de deelnames van de Belgische Krijgsmacht aan de vredesoperaties sinds 1992 nauwelijks meer slachtoffers gevallen dan voordien het geval was tijdens de grote militaire maneuvers in Duitsland. Voor de media is deze 'oorlog' nog anders: daar telt enkel de spektakelwaarde en toegegeven, de foto’s zijn gewéldig … commercieel.

Veel erger is de misleiding door de grote Westerse democratieën, Frankrijk op kop, die deze resolutie misbruiken om een politiek streefdoel te bereiken dat niet eens onderwerp is van deze resolutie. Deze militaire ingreep zal niet zonder gevolgen blijven en gaat in tegen één van de essentiële principes van de VN: neutraliteit. Door de kant te kiezen van één partij – hoezeer dat vanuit een democratisch standpunt verdedigbaar is - kan deze actie leiden tot en burgeroorlog die uitgevochten wordt in de steden. Ditmaal een echte oorlog waaraan we zelfs niet willen deelnemen, want voor onze moedige leiders zijn de risico’s en de imagoschade door een inzet van grondtroepen te groot. Als het erop aankomt zullen de Libiërs zelf de kastanjes uit het vuur moeten halen en eigenlijk is dat ook de énige goede oplossing, want wie verandering wil moet het zelf doen. Ondertussen zullen – beneden de radar en zonder toestemming van de VN Veiligheidsraad – talrijke geheime militaire operaties ervoor moeten zorgen dat de rebellen winnen. De vorige resolutie waarin het wapenembargo wordt opgelegd aan alle partijen, wordt daarmee herleid tot een vodje papier.

Pjotr
ANDERS GELEZEN

16 maart 2011

België verdampt al lang

ANDERS GELEZEN

In de communautaire discussies is de hamvraag hoeveel België er nog zal overblijven ná de hervorming, als die er komt. Niemand vraagt zich echter af in hoeverre de Belgische staat reeds verdampt is door institutionele oorzaken, onafgezien van de toenemende invloed van de Europese Unie.

Toen recentelijk Vlaamse academici en kunstenaars zich verzetten tegen de Vlaamse verzuchtingen voor meer autonomie onder de slogan “Niet in onze naam” werd hun pleidooi met veel toeters en bellen verspreid door de media, TV en geschreven pers. Wat de media niet deden: aan deze zelfverklaarde specialisten vragen welke argumenten ze hadden behalve het axioma dat België moet blijven zoals het is. Dat er ook academici en kunstenaars waren die weigerden mee te doen en vooral waarom ze niet wilden meedoen, kon men nergens horen noch lezen. Jammer want ze bestaan en hun argumenten zijn de moeite waard om gepubliceerd te worden. Anders Gelezen geeft alvast het goede voorbeeld door weigeraar Prof. Dirk De Bièvre, PhD Departement Politieke Wetenschappen, UA, uitgebreid te citeren. Mét de oproep om deze boodschap verder te verspreiden. Citaat: “Ik meen dat de oproep onterecht de Belgische wederzijdse blokkade wijt aan culturele en identiteitsfactoren. België zit niet in de greep van vreemde identiteitsgeobsedeerden, maar verkeert in een diepe regimecrisis die institutionele oorzaken heeft. (…) De Belgische sociale zekerheid is op dit ogenblik binnen de EU en zelfs binnen de OESO geenszins een kathedraal, maar juist niet sociaal en helemaal niet zeker. Rekening houdend met de koopkracht zijn onze pensioenen nu reeds bij de laagste van de hele EU, hoewel de vergrijzingsgolf pas goed gaat beginnen in 2013. De reden hiervoor is dat vooral de zgn. sociale partners, vakbonden en in zekere mate ook de Belgische werkgeversorganisatie VBO (waar vooral grote maar weinig kleine ondernemingen in vertegenwoordigd zijn) mordicus vasthouden aan een systeem dat deze financiert door bijdragen op lonen dat zij zelf kunnen beheren buiten het parlement om. In plaats van deze financiering los te koppelen van de factor arbeid en daardoor juist arbeid bruto minder duur te maken. VOKA, De Wever, voorzichtige suggesties vanuit de Europese Commissie en vele andere bronnen pleiten er juist voor om deze financiering net zoals in Duitsland, Denemarken, Nederland en andere landen meer uit algemene belastingen te halen. Dat gebeurt nu veel te weinig. Zo heeft België als enige OESO land nog steeds geen ernstige beursbelasting (een belasting op kapitaal) en bestaat er geen BTW verhoging op luxegoederen zoals bijvoorbeeld in Denemarken (dan laat je immers de Porsche Cayenne kopers vrolijk de ziekenhuisbedden betalen). De Belgische verzuilde zgn. sociale partners wensen dit echter niet. Zij zouden dan immers hun geprivilegieerde organisatorische positie moeten afstaan aan het parlement. Het conflict dat escaleert omdat het enkel uit stilstand en wederzijdse blokkade bestaat, is juist zo erg geworden omdat de Waalse zijde, soms samen met wat er rest van de volkspartijen SPA, CDH en CD&V, telkens door hun vakbond of VBO achterban worden teruggefloten om het parlement hierin meer zeggenschap te geven. Aangezien er in Vlaanderen een hogere werkingsgraad van de beroepsbevolking is, vertaalt zich dat in electoraal succes voor die partij(en) die zeggen: als het op federaal vlak niet kan hervormd worden omdat de minderheid (de Franstaligen) deze hervorming blokkeren, dan wensen wij autonomie. Zoals uit het beleid in Denemarken, Duitsland, Nederland, Zwitserland, en Oostenrijk overduidelijk blijkt, leidt een omschakeling op een deelfinanciering uit algemene belastingen ipv een de facto overbelasting op werk niet tot privatisering en afschaffing van de sociale zekerheid maar tot (1) hogere pensioenen dan in België, (2) een toekomstvastere welvaartscreatie dan in België.
Eenzelfde argumentatie bestaat voor de gezondheidszorg: deze wordt nu reeds voor 1/3 door de patiënt zelf gedragen in België, een situatie die ik hoogst asociaal vind en zeer sterk tegen het algemeen belang ingaat. Ook hier hangt de financiering veel te eenzijdig af van de lasten op lonen en veel te weinig van belastingen op kapitaal en BTW. De reden waarom deze hervorming nu zo noodzakelijk is in vele West-Europese landen en vroeger de Belgische sociale zekerheid geen last had van haar financieringsbasis is het feit dat we nu in een geliberaliseerde wereld leven waardoor er veel meer concurrentie is met gebieden waar werkkrachten goedkoper zijn. Zoals Duitsland, Nederland en andere landen met hogere sociale bescherming dan in België bewijzen hoeft dit niet te betekenen dat je de sociale zekerheid afschaft, enkel dat je ze niet meer exclusief laat financieren door werknemers en werkgevers, maar wel meer uit belastingen op kapitaal en consumptie. Het is een Belgisch fabeltje dat het reduceren van de sociale bijdragen tot kaalslag in de sociale zekerheid voert. De hervormingen in Duitsland hebben juist de uitkeringen verhoogd door ze uit algemene belastinggelden te financieren waardoor de werkgelegenheid zelfs in tijden van crisis als een pijl naar omhoog is geschoten. U zal zeggen: ja maar dat zijn allemaal tijdelijke statuten. Dan zeg ik: beter tijdelijk werk dan permanente werkloosheid, en beter tijdelijk werk dat in veel gevallen tot contracten met onbepaalde duur leidt.
Verder ben ik van mening dat andere belangrijke samenlevingsproblemen niet worden opgelost, omdat uit strategische overwegingen de lokale Brusselse partijorganisaties en de Waalse partijfederaties jarenlang een volkomen contraproductief non-integratiebeleid hebben gedoogd ipv taalkennis als absolute voorwaarde te aanzien voor deelname aan het openbare leven in het land. (…) De Franstaligen (onder PS minister Arena) hebben echter de verplichting in Franstalige scholen om Nederlands te leren afgeschaft in 2003, ipv juist meer te investeren in de kennis van het Nederlands. Blijkbaar hebben ze daarbij gedacht: Liever doen we dan maar wat schamper over extremistische Vlamingen en ander uitschot, dan dat we ervoor zorgen dat we de kennis van de landstalen werkelijk bevorderen en ervoor zorgen dat iedereen die taal werkelijk leert kennen en appreciëren, wat nog als mooi bijproduct zou hebben dat Franstaligen gemakkelijker aan een job zouden geraken in Brussel. Deze beslissing om de verplichting NL te kennen op Waalse scholen, zo meen ik, was een kapitale fout en ondergraaft het respect voor Nederlandstaligen in dit land.
Om deze redenen ben ik van mening dat u zich helaas voor de kar van Belgische nationalistische en corporatistische structuren laat spannen door een weinig inhoudelijk gefundeerde argumentatie van ‘wij zijn het beu’ te gebruiken. (…) Ik kan best aannemen en er in komen dat u het identiteitsverhaal maar niets vindt (integendeel: het lijkt wel contraproductief want u mobiliseert ertegen!), maar dat ontslaat u bij het ondernemen van politieke actie niet van de taak een inhoudelijk diepgaande argumentatie op te stellen over waarom het status quo verkieselijk zou zijn. Het status quo in België is bijzonder slecht. (…) Vorige verkiezingen (en hoogstwaarschijnlijk de volgende nog meer) hebben als uitslag van dit dialectisch proces als resultaat gehad dat velen van mening waren dat het uitproberen van het status quo à la CD&V geen optie meer was. Ik denk dat daarom een reactie van de culturele wereld zoals u die op het getouw zet moet ingaan op de argumenten die daarvoor bestaan en moet schetsen waarom het Belgische status quo verkieselijk is of wat het alternatief is voor grotere autonomie dat de zgn. nationalisten voorstellen.

De argumenten van De Bièvre tonen aan hoezeer de politieke macht zichzelf liet ringeloren door onverkozen drukkingsgroepen die het meest essentiële domein van elk politiek beleid mogen uittekenen en waarbij de overheid hooguit nog als sponsor in nood fungeert, zoals ook nu weer bleek toen het IPA (interprofessioneel akkoord) werd afgeschoten en de regering in lopende zaken het akkoord redde door er enkele honderden miljoenen belastinggelden tegenaan te gooien. Dat het parlement geen wetten meer mag maar wel kan stemmen omdat een minderheid in de regering dat niet wil is een ander voorbeeld van de geïnstitutionaliseerde onmacht – de interne verdamping – van de Belgische federale instellingen. Deze afkalving is helaas niet merkbaar in de omvangrijke politieke instellingen en de talloze organisaties – waaronder in eerste instantie de politieke partijen zelf - die leven van dit manna. Als een staat zijn politieke partijen financiert met belastinggelden, dan moet dat eveneens kunnen voor de sociale zekerheid en de gezondheidszorg.

Hoewel Prof De Bièvre focust op de socio-economische teleurgang van politiek België is het belangrijk dat hij toch bondig verwijst naar de culturele (taal) problemen. Want veel belangrijker dan de instellingen en wat er van België overblijft is de zekerheid dat de taal- en cultuurgemeenschappen zullen blijven bestaan. Gewoon omdat ze veel essentiëler zijn dan politieke instellingen. Het zou daarom onwijs zijn om deze gemeenschappen tekort te doen wegens onaangepaste of zelfs overbodige instellingen die daarenboven het algemeen belang niet dienen.

Pjotr
ANDERS GELEZEN

07 maart 2011

Het primaatschap van de politieke macht

ANDERS GELEZEN

Het primaatschap van de politieke macht is zo’n essentieel onderdeel van een democratie dat geen enkel democraat mag aanvaarden dat onbetamelijk gedrag door vooraanstaanden dit privilege ondergraaft.

Het is niet de eerste en nog minder de laatste keer dat de media vol staan met commentaren over misbruiken bij de administratie; ditmaal de politiechef Fernand Koekelberg. Maar wie durft verder te kijken dan dit individuele geval, moet zich afvragen waarom zoiets kon gebeuren. Waarom politici nu opeens een oprisping van gestrengheid etaleren?

In DM (7/03) schrijft Yves Desmet onder meer “Als hij zich alles kan permitteren wat niet formeel verboden is, wat let de rest van het korps dan om het voorbeeld van de chef te volgen?”. Een pertinente vraag die echter zoveel hypocrisie verbergt dat het beschamend is voor een politiek commentator om zoiets te schrijven zonder kritische kanttekeningen te plaatsen bij wat gebeurde. Immers, is diezelfde vraag niet even pertinent als het gaat over de bazen van de ambtenaren? Had hij met dezelfde zwier niet kunnen schrijven dat “Als de politicus zich alles kan permitteren wat niet verboden is, wat let de administratie dan om het voorbeeld van hun chefs te volgen?” Of zou Yves Desmet en alle andere commentatoren niet beseffen dat het primaatschap van de politieke macht betekenisloos wordt wanneer de houders ervan dit niet op een hoogstaande, voorbeeldige manier invullen?

Eens anders lezen? Zijn goede vriend, waar Desmet zo graag bij op de schoot zit, voerde als premier een promotiecampagne om Voorzitter van de Europese Commissie te worden. Dat bracht hem naar alle uithoeken van Europa tot zelfs in Ankara. In de 15de Wing Transport te Melsbroek circuleerde indertijd een hardnekkig verhaal over één van die promotiereisjes waarbij deze bevlogen premier wegens panne aan de voorziene Embraer een ander vliegtuig van hetzelfde type diende te nemen dat helaas niet uitgerust was met een ‘bureelkit’. Hij vond dat zo’n onoverkomelijke handicap dat hij de Luchtmacht verplichtte om voor de terugreis een vliegtuig met bureel te laten overvliegen zodat hij tenminste op de terugweg zou kunnen werken.
Wie herinnert zich nog de premier die zijn vliegtuig een ommetje liet maken om een voetbalmatch te kunnen bijwonen?
Wie was ook weer die Vlaamse minister-president die naar Oostenrijk vloog – volgens de aanvraag met een grote delegatie – en daarvoor een groter vliegtuigtype kreeg, maar toen het zover was bleek de delegatie te bestaan uit drie man en een paardenkop.
Wat te denken van leden van Koninklijke Bloede die voor een geschenkje aan de landelijke Rode Kruis Voorzitter beroep doen op de ambassade, wegens nogal krap bij kas voor relatiegeschenken?
Hoe zit het met al die forfaitaire vergoedingen voor zogezegde uitgaven waarvan iedereen weet dat ze gratis verkregen werden?
Hoeveel werkuren én belastinggeld hebben onze diplomaten niet besteed aan en gebruikt voor de promotie van politici voor een of andere internationale job? Kwatongen beweren dat dit de belangrijkste opdrachten zijn voor de grote ambassades, Washington, Berlijn, London en Parijs.
Hoe zit het met al die grote heren van het establishment die nauwelijks belastingen betalen maar wel grote sier maken of reserves aanleggen voor hun nageslacht, terwijl de doorsnee burger heel veel belastingen betaalt en er nauwelijks geld is voor zijn zuur verdiend pensioen? Vrije Beroepen die zich laten voorstaan als een elite maar zichzelf degraderen tot werknemer van hun eigen BVBA (kostprijs één euro) om louter fiscale redenen.

Het lijstje is eindeloos lang en voorbeeldig gevarieerd. Wie dan toch wil schermen met het goede voorbeeld kan niet anders dan helemaal bovenaan beginnen.
Is het niet bij de haren getrokken dat men zo zwaar tilt aan Koekelbergs keuze van zijn naaste medewerkers terwijl het de normaalste zaak is dat politici en om het even welke CEO hun eigen vertrouwelingen kiezen zonder examen? Waarvoor de belangrijkste vereiste van kabinetsmedewerkers loyaliteit is, wat in de realiteit betekent dat ze moeten kunnen horen, zien en vooral zwijgen. Helaas zo blijkt uit reacties van zij die hem beter kennen, zijn dienaars als Koekelberg niet meer van deze tijd. Nu tellen bezieling en onbetaalde overuren niet meer.

Een ander zeer waardoor het primaatschap van de verkozenen worden ondergraven en waarover ik reeds enkele bijdragen schreef is de besluitvorming door sociale partners die het grootste federaal budget - buiten de politiek om – beheren.

In een rechtsstaat is er echter wel respect nodig voor de grondwet en de wetten. Deze rem op de politieke macht wordt echter de laatste tijd genegeerd. Zowel door de ongrondwettelijke verkiezingen als door de beslissingen die de lopende regering neemt zonder dat ze hiervoor kan afgestraft worden. Bizar is dat een begroting opstellen voor de komende jaren wél kan maar volgens minister van Binnenlandse Zaken Turtelboom kan de benoeming van een opvolger voor Koekelberg als politiechef niet. Zou een begroting minder belangrijk zijn dan de politieke verdeling van de postjes in de ambtenarij? Wordt het niet hoog tijd om iets te doen aan deze koehandel die quasi permanent de administratie verlamt?

De Belgische ziekte heeft vele gezichten en telkens opnieuw bewijst men dat ze onuitroeibaar is. Helaas wordt allengs duidelijk dat deze ziekte niet alleen persistent is maar ook zeer besmettelijk en een slechte leerschool was en blijft voor de Vlaamse beleidsverantwoordelijken. Een beter Vlaanderen waar elke weldenkende Vlaming van droomt kan niet als men ook in deze kwestie niet durft breken met deze ziekte en kiest voor een apolitieke functionele administratie die zich loyaal én enthousiast kwijt van haar taken. Opkijkt naar de hoogstaande politieke beleidsvoerders in plaats van zich te verkneukelen telkens wanneer opnieuw een wet onuitvoerbaar blijkt of – wat in feite nog erger is – weinig ethisch gedrag toelaat.

Pjotr