11 februari 2011

Boetekleed is géén rechtzetting meer

ANDERS GELEZEN

De moeder van alle rechtzettingen, die met brio de prijs van de media 2011 zal halen stond te lezen in dS WE editie van 5 februari. Niet één maar alletwee de hoofdredacteurs van De Standaard trekken het boetekleed aan. Stel u voor, de kwaliteitskrant heeft een mail geloofd waarin Luc Cortebeeck zijn ontslag aankondigt als voorzitter van het ACV. Terechte rechtzetting maar de totaal overtrokken mea culpa bewijst hoe gevoelig foute informatie over een lid van het establishement is. Wat een verschil met de talloze foute of eenzijdige berichtgeving, scheldpartijen waarbij slechts gewone mensen in een kwaad daglicht worden gesteld en waarover reacties niet eens de gedrukte krant halen. Grijnslachjournalistiek en schelden dat het een lieve lust is kan in dS maar oh wee als er verkeerde informatie gepubliceerd wordt over een belangrijk personage – bovendien behorend tot het selecte kransje waartoe ook de eigen krantenbaas Thomas Leysen behoort. Dan moeten de hoofdredacteurs van de onafhankelijke redactie, persoonlijk en met foto, op hun knieën vergiffenis vragen. We zouden graag zien dat ze dat ook doen voor de talrijke andere blunders. Quid non.

Netjes doorgeprikt. In mijn vorige Anders Gelezen citeerde ik een lezer die het moeilijk had met de censuur in dS online terwijl in de gedrukte versie van dS wel anti-Vlaamse scheldpartijen aanvaard worden. Bij wijze van experiment reageerde een andere lezer, F.T., in dS online op het artikel van Pascal Delwit (dS 31/01) met volgende zinnetje: “Straks blazen ze zich nog een klaplong met hun gele ballonnen, bekropen door de droom dat men spoedig, misschien deze zomer nog, zijn moddervette pens ... etc.” Resultaat: de reactie werd vakkundig verwijderd door de censor van dienst. Wat deze censor niet wist was dat deze tekst integraal werd overgenomen uit een opiniebijdrage van Dimitri Verhulst die voordien verscheen in de papieren dS (31.05.2010). Een schitterend idee waarmee deze attente lezer de onbetamelijke censuur van dS doorprikte als meten met twee maten en twee gewichten

Foute cijfers. Gebrek aan kwaliteit belet de redactie niet om in dezelfde editie zich op de borst te kloppen met uitstekende verkoopscijfers. ‘De Standaard verstevigt positie’ klinkt het jubelend. dS verkocht gemiddeld 93.711 papieren en digitale kranten. In het boek ‘De Vierde Onmacht’ schrijft Walter Zinzen over die cijfers het volgende: “In de officiële statistieken die het CIM (centrum voor informatie over de media) publiceert staat een merkwaardige kolom ‘verkoop aan derden’.Die blijkt te gaan over adverteerders die een deel van de reclamekosten betalen met abonnementen. Dat zijn dus virtuele abonnementen waar geen lezers tegenoverstaan. Voor het eerste trimester 2010 had De Morgen 2357 van die spookabonnementen. Het Laatste Nieuws 4437 en dS zelfs 8307. Zo is het natuurlijk niet moeilijk om te ‘groeien’. Einde citaat. Kijk eens aan de kwaliteitskrant als grootste sjoemelaar om toch maar te kunnen pronken met goede resultaten en zo niet alleen zijn lezers misleidt (waar blijft de rechtzetting?) maar ook alle adverteerders die op basis van deze deels fictieve abonnementen hun reclame in de krant te duur betalen.

Hoog tijd voor een rechtzetting. Wat hebben we allemaal niet mogen lezen over die arrogante onderzoeksrechter Wim De Troy die eiste dat hij zijn dienstvoertuig op de parking van de gevangenis mocht zetten. Dat een onderzoeksrechter zelfs geen dienstvoertuig heeft is maar een detail. Tegenover deze uitvergrote berichtgeving kon slechts een klein artikeltje in dS (dan nog overgenomen van De Morgen) over een Brusselse Franstalige onderzoeksrechter die onlangs weigerde om met zijn persoonlijk voertuig naar de gevangenis van St Gilles te gaan en daarvoor de steun kreeg van zijn overste Hennard, voorzitter van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg. Wat een verschil met de media aanpak van het gevangenisincident met De Troy. Minister De Clerck vond het zelfs nodig om hierover publiek tussen te komen. Maar dat heeft meer te maken – althans off the record –met de vermetele daad van deze onderzoeksrechter die het aandurfde om baron Van Steenkiste in voorhechtenis te nemen. De voorgeschiedenis van het gevangenisincident – waar nergens over te lezen viel - leest als een flagrante vorm van pesterij. Aanleiding was een vorig bezoek van de onderzoeksrechter en zijn griffier die zoals steeds hun wagen parkeerden op de binnenkoer en vervolgens zonder morren de metaaldetector doorliepen. Maar dan plots vond de verantwoordelijke cipier van dienst het absoluut nodig om te eisen dat de griffier haar BH zou uitdoen. Komaan zeg, dat is geen veiligheidsprobleem meer maar pesterij van het laagste allooi! Dat De Troy zijn griffier in bescherming nam was voldoende om hem de volgende keer te koeioneren. Hallo minister van Justitie en Gevangeniswezen, wat denkt u van dergelijk pestgedrag?
Misschien kunnen de kwaliteitskranten ook eens wat dieper graven in de aanval op diezelfde onderzoeksrechter in de zaak ('Salduz') over de rechtsbijstand door een advocaat vanaf het eerste verhoor van verdachten eens correct weergeven. Pas op 2 februari konden we een verdediging lezen in GVA (later overgenomen door andere kranten) door Antwerps procureur Herman Dams (voormalig kabinetschef van Jo Van Deurzen) die het volgende schrijft: “Het voorstel dat nu in de senaat ligt gaat veel te ver. Een verdachte zou bij elk verhoor een advocaat mogen inschakelen, die twee uur op zich mag laten wachten. Stel je voor dat een drugsdealer bij zijn eerste verhoor verklapt in wiens opdracht hij werkt, dan is het voor de advocaat een kleintje om de opdrachtgever te verwittigen. Zo wordt de strijd tegen de georganiseerde misdaad onmogelijk”. Is het dan de bedoeling van de wetgever om Justitie het leven nog moeilijker te maken? Ook in deze zaak miste minister De Clerck de kans om te zwijgen. Het is alvast duidelijk dat huidig wetsvoorstel nogal slordig werd ineengeknutseld en nog niet rijp is voor een stemming.
Zouden de onderzoeksjournalisten zich eens kunnen afvragen waarom De Troy en zijn medewerkers tijdens de vermaledijde Operatie Kelk alle dossiers meenamen uit het aartsbisschoppelijk paleis? Zou dat zijn omdat ze dat zo graag deden of omdat alle aanwezigen - bisschoppen en de erbij gehaalde secretaresse – plotsklaps leden aan amnesie? Zelfs niet meer wisten waar de notulen van vergaderingen worden bewaard. En ik die dacht dat het rechtschapen en geleerde mensen waren die niets te verbergen hadden.

Pjotr
Anders Gelezen

06 februari 2011

Confederalisme: vergeet de vlag

ANDERS GELEZEN

In dS pleitte Carl Devos (UGent) om alle mogelijke pistes te onderzoeken om uit de politieke impasse te raken. Deze week konden we in een Knack Extra editie lezen dat Bruno De Wever (eveneens UGent) een buikgevoel heeft: er komt iets heel nieuws aan dat België ten gronde zal veranderen. Het zou inderdaad tijd worden dat na alle heilloze compromisvoorstellen waarvan a priori geweten was dat de maximale toegevingen van de Franstaligen mijlenver uit de buurt liggen van de minimale eisen van de Vlamingen, echte staatsmannen opstaan die durven vooruit kijken en andere opties overwegen. Dat ze zoals elders in de wereld luisteren naar de bevolking en beseffen dat wij al die oeverloze discussies kotsbeu zijn en niet nog eens een compromis willen dat uitblinkt door onduidelijkheid. Omdat ook een nieuw compromis à la belge - net als alle voorgaande - na één dag reeds aanleiding zal geven tot een volgend rondje communautair geruzie. Confederalisme is het énige rationele politieke antwoord op de huidige maatschappelijke crisis van twee uit mekaar gegroeide gemeenschappen die toch nog enkele dingen willen en kunnen samen doen.

Om dit mogelijk te maken moeten de flaminganten niet de vlag van de onafhankelijkheid hijsen en moeten de Belgischgezinde Vlamingen en Franstaligen eindelijk eens loskomen van hun totaal achterhaald patriottisme. Het verschil tussen confederalisme op basis van onafhankelijke staten of een confederaal model via de invulling van artikel 35 van de Grondwet mag geen hinderpaal zijn voor een gemeenschappelijke houding van alle Vlaamsgezinde krachten. De tweede, een minimalistische oplossing voor de flaminganten – het zo genoemde confederaal model - druist niet in tegen de Baert doctrine en wanneer men artikel 35 van de Grondwet invult vanuit een vrijwillig aangegaan engagement dan komen we dicht in de buurt van het formele confederalisme waarbij onafhankelijke staten eveneens op vrijwillige basis voor bepaalde beleidsdomeinen samenwerken. Buitenlandse zaken en defensie, zijn daar de meest voor de hand liggende beleidsdomeinen voor.

Voor het invullen van art 35 GW zijn er echter twee voorwaarden. De eerste betreft de bereidheid van beide gemeenschappen om samen te werken. Dit is slechts denkbaar als de ene gemeenschap de andere respecteert, zowel het territorium als de cultuur en uiteraard het alleenrecht om binnen de eigen grenzen een ander beleid te voeren. De tweede voorwaarde slaat op de afweging of een samenwerking kan op basis van een gemeenschappelijke visie én de bereidheid om hieraan loyaal bij te dragen. Kortom, wanneer we hetzelfde streefdoel hebben en op een evenwichtige manier willen bijdragen om dit streefdoel te realiseren, kan een samenwerking zeer positief zijn. Zo dit niet het geval is, moeten de gemeenschappen de kans hebben om hun eigen beleid te voeren.

De efficiëntiewinst dank zij homogene beleidsdomeinen is evident. Daarenboven zorgt de responsabilisering van de gemeenschappen ervoor dat de zaken op orde gehouden worden in plaats van de actuele Belgische situatie met een uit de hand gelopen staatsschuld; emanatie van politieke laksheid en het bewijs dat België als staat reeds tientallen jaren boven zijn stand leeft. In een confederaal model kan het interessant zijn om samen te werken voor de uitvoerende administratieve taken, zelfs voor de bevoegdheden van de deelstaten, naar analogie met bedrijven die hun administratie eveneens uitbesteden. Een gemeenschappelijke innings- of uitbetalingsdienst op basis van normen die bepaald worden door de deelstaten en die hiervoor het nodige geld ter beschikking stellen is zo’n praktische oplossing. Dan kan ook voor de Delcrederedienst die een staatswaarborg biedt voor exporteurs.

In een confederale staat of een organisatie volgens het confederaal model, beschikt het confederale niveau slechts over de volledige bevoegdheid voor de afgesproken beleidsdomeinen, waardoor een drastische afslanking van zowel de wetgevende als de uitvoerende macht vanzelfsprekend is. Een tweekamerstelsel wordt een overbodige luxe en voor de democratische controle volstaat één Kamer, samengesteld uit regionaal verkozen afgevaardigden, ruimschoots.

Het probleem Brussel kan door deze nieuwe invalshoek tot zijn ware proporties worden herleid: een stad van iets meer dan 1 miljoen inwoners die niet voldoende financiële middelen heeft om de hoofdstad te zijn van de confederatie en internationaal centrum, maar voor de sponsoring geen verantwoording wil afleggen. Als het waar zou zijn – wat ik betwijfel – dat de eigen Brusselse identiteit de gemeenschappen heeft vervangen en de Brusselse Vlamingen, net zoals de Franstaligen de facto Nederlandstalige Brusselaars zijn geworden, dan moet deze nieuwe gemeenschap de kans krijgen om zijn eigen verantwoordelijkheid op te nemen. Komt het tot een echte confederatie kan Brussel beslissen een eigen entiteit te vormen en zelf beslissen wat ze samen willen doen met Vlaanderen en Wallonië. Indien het tot een confederaal model komt en Brussel de hoofdstad wil zijn van de deelstaten kan het in functie van de rol die het nog wil vervullen onderhandelen over de nodige steun. Zo komt er een einde aan de perverse rol die de politieke verantwoordelijken van deze stad spelen, namelijk als eeuwige dwarsliggers, die de twee grootste gemeenschappen gijzelen omwille van het eigenbelang. Inderdaad eigenbelang, want de rol van Brussel doorheen de laatste 100 jaar was deze van een centrum dat zijn welvaart dankte en nog altijd dankt aan de economische prestaties die geleverd werden in Wallonië vroeger en in Vlaanderen vandaag. Het getuigt daarom van een ondraaglijke arrogantie wanneer ze datzelfde Vlaanderen géén deel laten hebben aan het internationaal imago van Brussel. Begrijpelijk dat steeds meer Vlaamse politici het zo moeilijk hebben met een stad die vér boven zijn eigen soortelijk gewicht speelt. Het doet mij denken aan de vaderlandse politici die de vaders zijn van elk economisch succes maar bij elke terugval luidkeels hun onmacht uitschreeuwen. Brussel die – zouden we het vergeten? – minder belastingen betaalt dan we zouden mogen verwachten volgens hun bevolkingsaandeel en ondanks de talrijke maatschappelijke zetels van internationale maar ook Vlaamse topbedrijven.

Verkiezingen die eindelijk over iets gaan, schreef Rik Van Cauwelaert een tijdje geleden reeds in Knack en ook Carl Devos denkt aan verkiezingen als alternatief. Geen traditionele verkiezing van politici en politieke partijen die afkomen met vage beloften, maar historische verkiezingen over een politiek systeem. Laat de kiezers uitspraak doen over volgende mogelijkheden (met tussen haakjes de partijen zoals ze zich nu profileren):
1. een unitair België; (kies voor BUB)
2. een federale staat zoals vandaag met enkele aanpassingen waarover beide gemeenschappen het eens zijn; (kies voor SP.A, Groen!, CD&V of Open VLD)
3. een confederaal model met homogene bevoegdheden voor de deelstaten en een vrijwillige samenwerking in welafgelijnde domeinen op confederaal niveau; (kies voor CD&V, N-VA, LDD)
4. een confederatie van onafhankelijke staten; (kies voor N-VA, VB, LDD)
5. een eenzijdige proclamatie van de Vlaamse onafhankelijkheid. (kies voor VB)

Bij het lezen van voorgaande zal wel niemand het spagaat binnen CD&V en N-VA ontgaan zijn, maar wie de grondstroom in Vlaanderen een beetje volgt weet dat de Vlaamse resoluties en de Octopusnota als verkiezingsprogramma voorbijgestreefd zijn. Met zo'n achterhaald programma krijgen we inderdaad overbodige verkiezingen en kunnen we ons beter een stembusgang besparen. Dan doet België maar voort tot het zichzelf tegenkomt. Want als we iets geleerd hebben uit al het gebroddel van de voorbije decennia is het wel dat zachte heelmeesters stinkende wonden veroorzaken. Een staat zonder maatschappelijk draagvlak.

Pjotr

30 januari 2011

Opmerkelijke uitspraken

ANDERS GELEZEN

Baron Paul Buysse
Prominent lid van het Belgisch establishment doet in Knack (19/01) enkele opmerkelijke uitspraken. Eens Anders lezen.
Mocht België een bedrijf zijn, zou ik het meteen kopen, laat hij opschrijven. Zo’n koopje kan inderdaad niemand missen. Wat hij vergeet te zeggen is dat hij meteen de grootste hervorming aller tijden zou doorvoeren, want dit België is zo ziek dat het nauwelijks nog iets waard is. Helaas is het niet te koop en wat hij eveneens over het hoofd ziet is dat er een minderheidsaandeelhouder is die de boel blokkeert. Zou hij die dan ook uitkopen? Verder slaat hij zichzelf op de borst en verklaart ‘iedereen weet dat ik zeer veel voor Vlaanderen heb gedaan’. Een overbodige uitspraak vermits iedereen het weet of is het ijdelheid? Wat ik wel weet is dat Buysse vroeger lid was van een elitair Vlaamsgezind genootschap maar toen bleek dat dit engagement haaks stond op zijn persoonlijke ambities, verliet hij het genootschap wegens ‘niet elitair genoeg’; een drogreden om toch maar zijn grote honger naar eer en macht te camoufleren. Buysse, net zoals Albert Frère en die andere captains of industry, doen niets voor Vlaanderen en al evenmin voor België, alleen voor hun eigen belang en dat van hun aandeelhouders. Of is het een teken van maatschappelijke inzet voor Vlaanderen en België wanneer ze gretig bonussen uitbetalen in plaats van belastingen te betalen? Waarbij zelfs socialistische toppolitici persoonlijk hun diensten aanbieden ‘mochten ze enige hulp nodig hebben’. Uiteraard volledig belangenloos.
Hij heeft het eveneens over de meerwaarde van België – wat wil zeggen dat men er meer uithaalt dan men erin steekt. Maar voor een bestuurder zou hij toch ten minste de balansgegevens moeten bekend maken, zoals men verwacht van elk normaal bedrijf? Volgens professor em. Juul Hannes die deze oefening wel maakte, is het resultaat alvast niet positief voor Vlaanderen. Nu niet en vroeger evenmin.
Dat een koninklijk steuntje in de rug van de Belgische export (waarvan 80 % Vlaams) belangrijk is lees ik als wat het is: een anekdote. Het zou overigens erg zijn mocht de koning het verschil moeten maken. Wat telt is het product of de dienst, de prijs en de betrouwbaarheid (financieel en logistiek) van een bedrijf. Wat ik wel weet is dat de grootste Belgische brouwer begin deze eeuw een Sloveense brouwerij overnam en daarvoor zelfs geen beroep deed op de diplomatieke steun van onze ambassadeur in Ljubljana, tot zijn grote ergernis. Denkt nu iemand dat ambitieuze exportgerichte bedrijven zoals DEME werkelijk wachten op de koning om zaken te doen in het buitenland? Mij valt het steeds meer opdat het zo geroemde imago van België vooral berust op Vlaamse inbreng, zowel politiek, cultureel, sportief als economisch. Maar oh wee, wanneer men pleit voor een Vlaamse brand: dat is vloeken in de Belgische kerk, want deloyale concurrentie.
Voor alle duidelijkheid, hij is een capabel man en zijn baronstitel is geen snoepgoed, wel zaaigoed.

Professor Bruno De Wever
In Knack (26/01) geeft historicus Bruno De Wever zijn visie over de toekomst van België. Een interessant artikel dat de moeite loont om eens Anders te lezen.
De essentie van zijn pleidooi voor een nieuwe natiestaat België berust op de creatie van een nieuwe politieke gemeenschap (polis) die Engels spreekt en samengesteld is uit unitaire Belgische politieke partijen. Waarmee hij bewijst dat dit België niet voldoet en dat de voorwaarden om te kunnen evolueren naar een natiestaat het opgeven is van de eigenheid van de taalgemeenschappen. Zou dat wel kunnen, een natie bouwen door de gemeenschapstalen te negeren? Bizar toch vermits hij in hetzelfde artikel beweert dat de oorspronkelijke taalstrijd nog altijd leeft bij veel Vlamingen. Maar in de veronderstelling dat de Vlaming niet om zijn taal geeft, zou dat ook lukken met de Franstaligen?
Dat landen merken geworden zijn, zoals baron Buysse het ziet, vindt hij evenmin correct. Hij is overtuigd dat buitenlandse investeerders altijd eieren voor hun geld kiezen en niet het imago maar de praktische aspecten van een land belangrijk zijn. Doet mij denken aan de notionele interestaftrek en ander fiscale snoepjes.
Wellicht zullen veel mensen zich tijdens het lezen van zijn bijdrage afgevraagd hebben waarom een Belgische natiestaat zo belangrijk is. Wat wel duidelijk wordt door het betoog van Bruno De Wever is dat hij als Belgische nationalist beroep doet op allerlei kunstgrepen om een Belgische elite nieuw leven in te blazen. Wat de kiezers daar nog mee te maken hebben blijft onduidelijk. Maar zoals hijzelf schrijft, de politieke realiteit ligt hem als historicus niet zo goed. Wishful thinking van een historicus die bij gebrek aan een concreet houvast voor zijn stelling de vlucht vooruit predikt.

Vergeetachtige bange opiniemakers
Wat mochten we niet lezen in tal van kranten over die steeds kwader wordende lezers. Ze schelden en dreigen dat het een lieve lust is. Wie nog iets verkeerd durft zeggen over Bart De Wever riskeert zijn leven, zo blijkt alvast uit bijdragen van Marc Reynebeau, Bart Sturtewagen, Tom Naegels … Betreurenswaardig inderdaad. Dat de frustraties toenemen en schelden en dreigen voor sommigen normaal wordt valt niet goed te praten. Maar zouden diezelfde heren zich ook eens willen afvragen hoe het zover is kunnen komen? Zouden ze eens de rol van megafoon die de media zelf speelden toen ze gretig het schelden publicerenden door een politiek correct denkende elite. Het was bon ton toen een toppoliticus zich verontschuldigde bij de mentaal gehandicapten omdat hij ze vergeleken had met politieke tegenstanders. Vond de redactie van dS het niet leuk om een politicus te citeren die het had over mestkevers? Ondanks het feit dat Peter Vandermeersch een lezer liet weten dat schelden niet paste in het beleid van dS als kwaliteitskrant. Hoog tijd dat zijn opvolgers eens de eigen opiniebladzijden van hun krant lezen. Of wat dacht u van de bijdrage van Tom Lanoye (29/01) die een lezer noopte tot protest: Van lezers op de webstek van dS die een reactie geven, verwacht U terecht dat ze geen scheldwoorden gebruiken. Sanctie daarop is schrapping van hun tekst. Wat lees ik in de tekst van Tom Lanoye?, Ik citeer :draaideurintellectueel, schijnheilig, bullebak, showman, paranoïde, hoorndol. Ik verwacht dat een kwaliteitskrant consequente normen hanteert; wat duidelijk niet gebeurt.
Blijkbaar zijn ook de media het noorden kwijt en begrijpt men nog altijd niet dat de crisis waar België mee worstelt geen politieke maar een maatschappelijke crisis is. Waarin zij een rol speelden door weg te kijken, wegens vervelend voor de machtshebbers = sponsors.
Wat er werkelijk aan de hand is werd op een eenvoudige manier verwoord in The Wall Street Journal (geciteerd in De Tijd): ‘Als dit nog niet aangeeft dat België als staat in een doodsstrijd verkeert, dan suggereert het wel het einde van België als een identiteits-experiment’. De Amerikaanse zakenkrant voegt eraan toe dat de elegantste uitweg voor Wallonië erin zou bestaan een beleid van economische liberalisering te voeren om de kloof met Vlaanderen te verkleinen. Al zijn er weinig signalen dat dat ook zal gebeuren. Waardoor de spanningen alleen maar zullen toenemen in het land ‘that we may soon have to say, was formerly known as Belgium’, besluit The Wall Street Journal.

Professor Paul Van Orshoven
Over de politieke actualiteit schreef hij in dS: 'De Franstaligen hebben het nog steeds niet begrepen', fulmineert hij. ‘Tegenwoordig gaat het om een regimecrisis. Dan biedt de grondwet geen antwoord meer, dan moet gewoon het bestel veranderen.' Het voorstel van communautair compromis van bemiddelaar Vande Lanotte vindt hij maar niets. 'Veel te ingewikkeld. Bevoegdheden raakten helemaal versnipperd. Dit bewijst hoezeer we op de grenzen van het systeem aanbotsen. Het gaat niet om hoe veel of hoe weinig: het gaat om volstrekte autonomie. Het gaat om dat oude verhaal van homogene bevoegdheidspakketten. Iedereen moet zelfstandig zijn plan kunnen trekken. We moeten af van die compromissen.' 'De Franstaligen hebben het nog steeds niet begrepen', fulmineert hij. 'Zij blokkeren alles, zij houden het been stijf. Daarbij worden ze geholpen door de grondwet die bepaalde grendels inbouwde voor als een minderheid zich bedreigd voelde. Maar die grendels (tweederdemeerderheid, alarmbelprocedure enz.) waren nooit bedoeld om elk beleid onmogelijk te maken. Snelsnel een compromis smeden heeft geen enkele zin. Die nieuwe regering loopt binnen de kortste keren weer helemaal vast. Een discussie over artikel 35 van de grondwet dringt zich op. Dat laat toe om te bepalen wat de federale overheid nog overhoudt, de rest mogen de deelgebieden invullen. Vergelijk het met een huwelijk. Op een bepaald ogenblik loopt het gedrag van een partner zo de spuigaten uit dat de andere partner enkel heil ziet in een scheiding. Dat de Vlamingen dat eens duidelijk maken aan de Franstaligen.'
Als ook professoren kwaad worden, waarom dan niet de gewone man in de straat die toch mee het gelag betaalt voor de meerwaarde van dit België?
Dat Vlaamsezinde CD&V politici (Hendrik Bogaert en Ludwig Caluwé) suggereren dat het tijd is om toe te geven of zonder N-VA te regeren, zegt veel over hun angst voor verkiezingen waarbij ze riskeren een minder goed plaatsje te krijgen zoals gebeurde met enkele andere Vlaamsgezinde sterkhouders bij de vorige verkiezingen.

Pjotr

25 januari 2011

Vervelende duidelijkheid

ANDERS GELEZEN

Respect voor het Nederlands zolang het vaag blijft en niks kost
Er werd nogal wat geschreven over de herziening van de criteria om Belg te worden. Reden was een akkoord in de Kamercommissie om taal en integratiecriteria toe te passen bij het verzoek om Belg te worden. In het vervolg wilde men vragen dat naast de kennis van één van de landstalen de aanvrager ook blijk moet geven van inspanningen om de taal van zijn woonplaats te begrijpen en te spreken en deel te nemen aan het gemeenschapsleven. Dat werd in de Kamercommissie goedgekeurd dank zijn één stem van MR. Zijn er dan toch federale materies waar men het over eens is? Helaas, werd de MR afgevaardigde teruggefloten door de Brusselse Franstalige kliek. Zo blijkt opnieuw dat deze bende weigert om van immigranten te eisen dat ze Nederlands zouden kennen, want Frans, c’est l’évidence même. Nogal doorzichtig want de ware reden is dubbel: dat wij hetzelfde zouden kunnen vragen aan de Franstaligen die in Vlaanderen wonen en nog erger, stel u voor dat al die Afrikaanse immigranten die Frans kennen in Brussel en Wallonië zouden moeten opgevangen worden en niet meer afgeschoven kunnen worden naar Vlaanderen. Zo progressief zijn PS en CHD niet. Het is eens te meer duidelijk: alleen als Vlaanderen betaalt en de Franstalige (Nederlandsonkundigen) immigranten ook welkom zijn in Vlaanderen, zijn de PS en CDH enthousiaste Belgen. Dat N-VA zijn eis afzwakte tot ‘de taal aan het leren zijn’ is een verkeerd signaal dat niet bevorderlijk is voor de integratie.

Opnieuw commotie wanneer de N-VA aankondigt dat ze een wetsvoorstel willen indienen waardoor het medisch personeel in Brussel (dokters en verplegend personeel) verplichtend tweetalig moeten zijn. Groot kabaal vanuit Franstalige hoek, want daar vreest men dat er te weinig Franstalige kandidaten nog een jobke kunnen krijgen. Overigens ontkent PS kamerlid Yvan Mayeur, tevens voorzitter van het Brusselse OCMW dat er taalproblemen zijn in de Brusselse ziekenhuizen. Het is een vals probleem en er is geen enkele klacht ingediend bij de bevoegde organen, schrijft hij. Het zal dan wel de grote uitzondering zijn toen ik op 22 januari van een Belgische ambassadeur volgende mail ontving: “Ik zou je graag , heel graag zelfs, mijn zeer negatieve ervaringen in de kliniek in Brussel meedelen. Kan ik uitstel vragen tot midden februari? Dan heb ik hopelijk een beetje meer tijd.” Gezien de federale diplomaten ook in Belgische kringen geloofwaardig zijn, kijk ik samen met u uit naar zijn wedervaren. Wordt vervolgd.

Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel!
Siegfried Bracke heeft boter op het hoofd nu bekend werd dat hij niet alleen socialist was maar ook hand en spandiensten leverde terwijl hij bij de VRT werkte. Zou hij daarbij in het zwart betaald zijn? Onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Trouwens, nadat Vandenbroucke het Agustageld verbrandde zouden ze bij de SP.A geen zwart geld meer mogen hebben. Blijft wel de vraag of hij desgevallend een uitzondering zou zijn mocht hij toch wat drinkgeld gekregen hebben? Voortgaande op mijn eigen ervaringen met journalisten en artiesten denk ik het niet. Ooit vroeg ik een artiest en tegelijk zéér slim mens die furore maakt in gans het land, hoeveel een act kostte en ik kreeg prompt twee prijzen, één in ’t zwart en één met factuur. Of wat gezegd van een Bekende Journaliste – wiens behoeften blijkbaar groter zijn dan haar wedde – die van de organisator een enveloppe kreeg terwijl ik erbij stond. Het zal wel een mooi dankuwel kaartje geweest zijn want, honi soit qui mal y pense!
Even herinneren: mijn ‘Anders Gelezen’ van 3 juni 2010 sloot af als volgt: In deze politiek georganiseerde laissez faire, laissez passer horen ook de schnabbels van Bekende Journalisten en opiniemakers thuis die in het sprekerscircuit een aardig centje bijverdienen. Volgens een organisator bedraagt de vraagprijs van een van die bekende columnisten die onlangs overstapte naar de politiek, 700 euro + verplaatsingskosten, voor een causerie. Weliswaar inclusief een volle aflaat. Belastingvrij? Zalig België!

Beste lezers, het is niet nodig om heiliger dan de paus te willen zijn. Maar we moeten wel beseffen dat het moeilijk wordt om anderen met de vinger te wijzen als in feite gans het (Belgisch) systeem zo in mekaar zit. Daarenboven is het wel jammer voor de journalisten en andere bekende Vlamingen die wel gratis hun kennis ter beschikking stellen en zo ken ik er ook!

Pjotr
ANDERS GELEZEN