23 november 2010

Van een klein muizeke en Mohammed

ANDERS GELEZEN

Het alom bekende Brussels liedje over een klein muizeke en een fleske cognac eindigt met volgende wijze woorden:

Vrienden, als ge van ze leive ne zatlap ziet,
respecteit em en beziet em mee tact
want ge kunt nooit nie weten voor wie em z’en eigen pakt.
Et surtout mensen die naar mij luistert bekloagt em nie
Want ‘t is misschien den iersten kier in deine sukkeleir zin leven
dat em nie af en ziet.

De laatste dagen is het allemaal Brussel dat de klok slaat. Professor en PAVIA woordvoerder Philippe Van Parijs beweert dat er maar 2 % van de Brusselaars wil aansluiten bij Vlaanderen en even weinig bij Wallonië. De conclusie ligt voor de hand: het Brussels muizeke is eindelijk een eigen ras geworden. Helaas zonder een fleske cognac maar mét Mohammed.

Toen Marc Reynebeau in dS (18/9/2007) N-VA politici verweet dat hun Vlaams-nationale visie een gat vertoonde ‘ter grootte van Brussel’, moeten we hem gelijk geven nu er een vierde gemeenschap is geboren: de multiculturele gemeenschap van Brusselaars. Het gat is eindelijk gevuld en meteen is het gedaan met de Brusselse Vlamingen. De historisch Vlaamse stad van de ketjes zal na de verfransing binnenkort zelfs niet meer Belgisch of Europees zijn, maar mohammedaans.

Waar elke gemeenschap recht op heeft geldt ook voor de Brusselse gemeenschap: de vrije keuze over de eigen toekomst. Of ze in een confederaal België nog bereid zijn om de rol van hoofdstad van België en de Vlaamse gemeenschap op zich te nemen en hiervoor verantwoording af te leggen aan alle gemeenschappen. Zonder antwoord op deze vraag is elke financiële steun een blanco cheque. Ook de eigen toekomst bij een splitsing is in de eerste plaats een zaak van de Brusselaars: ze kunnen kiezen voor een aansluiting bij Vlaanderen, bij Wallonië of een eigen stadsstaat worden. Pas de problème? Ondanks alle stoere praat vraag ik mij af wat ze zullen kiezen als de keuze gaat tussen verarmen of hun welvaart behouden? Bedenk dat de Brusselaars wel een groot bakkes hebben, maar vooral heel consistent zijn als het over geld gaat, zelfs lang voordat er sprake was van communautaire problemen. Liberté, Fraternité et égalité, mag wel mooi klinken maar onderschat de pottemonee van de ketjes niet. Al bij al toch raar dat net progressieven de eersten zijn om te pleiten voor de Brusselse eigenheid, het zich afzetten tégen de rest van het land. Een veel logischer verklaring voor deze liefdesverklaring van de linkse belgicistische kerk is dat men Brussel gewoon gebruikt als obstakel tegen het toenemend Vlaams zelfbewustzijn. Het maakt het Vlaams discours van voorman Frank Vandenbroucke wel héél ongeloofwaardig. Bedenkelijk voor een stad die tegelijk de hoofdstad wil zijn en het uithangbord van een verenigd Europa.

Mohammed, als symbool voor de immigratie vanuit Islamlanden, ontleende ik aan de Nederlandse journalist Joris Luyendijk die in dS (23/11) het volgende schreef over de immigratie: En over de migratie hoor je nu: je had natuurlijk wel moeten zeggen dat als we immigratie toestaan, de meest voorkomende naam in Amsterdam Mohammed wordt. De immigratiewetgeving, inclusief snel-Belg wet, die door Paars, onder druk van de Brusselse Franstaligen werd goedgekeurd, ligt aan de basis van de uit de hand gelopen situatie. En hoewel de Brusselse politici hiervoor de grootste verantwoordelijkheid dragen, schuiven ze maar al te graag de gevolgen door naar de (vooral) Vlaamse OCMW’s. Ontluisterende verhalen over misbruiken doen via het internet en e mails de ronde terwijl de federale overheid machteloos toekijkt. De weerstand zelfs bij linkse Vlamingen in Brussel groeit met de dag en toch blijft de federale regering dweilen met de kraan open. Het besef ontbreekt dat de gevolgen van deze 'overstroming' voor het maatschappelijk weefsel duizend maal erger is dan de recente overstromingen waarvan het grootste leed na enkele maanden voorbij is. Toen stonden de ministers zelf heel eventjes in het water te pronken met trendy botjes . Aan de OCMW’s staat er veel minder schoon volk.

Onlangs kwam de huisvesting van immigranten in nieuwe comfortabele appartementen in Limburg (Heusden-Zolder) in opspraak en volgens een ingezetene van Koksijde werden nieuwe sociale woningen met laag energieverbruik in zijn gemeente (deelgemeente Oostduinkerke), toegewezen aan immigrantenfamilies wegens meer kinderen dan de Vlaamse gezinnen die kandidaat waren. Dat zet ook bij tolerante Vlamingen kwaad bloed.

In Brusselse academische kringen werd onlangs tijdens een colloquium nagedacht hoe de autochtone bevolking in de toekomst als minderheid zal moeten samenleven met een mohammedaanse meerderheid die, gestuwd door het radicalisme, haar eigen zeden en gewoonten (sharia) op een democratische manier zal opleggen; meerderheid tegen minderheid.

In deze veralgemeende malaise, die duidelijk maakt hoezeer de maatschappij uit balans is, mag een academisch debat over een splitsing van België niet verwonderen, integendeel. Er rijzen wel vragen over de manier waarop het gevoerd werd. Over een hygiënisch gebruik van titels schreef ik reed een Anders Gelezen (21/08/2009) en blijkbaar is het niet overbodig om hieraan te herinneren. De VRT vroeg een twaalftal academici naar hun mening omtrent een eventuele splitsing van België. Academici die van zichzelf beweren dat ze boven het politieke gewoel staan. De ernst van de situatie en hun geloofwaardig bleek alvast niet uit de kijkcijfers - slechts 220.000 kijkers volgden de uitzending inclusief debat achteraf, tegenover 1.775.000 voor de Pappenheimers dat op het zelfde moment werd uitgezonden.

Dat de dames en heren academici tot de conclusie kwamen dat een splitsing niet simpel zou zijn, kan moeilijk als een bijzondere academische prestatie beschouwd worden. Dat niemand zijn bedenkingen staafde met argumenten is door de beperkte tijdsduur begrijpelijk, maar de makers van het programma hadden wel de kijkers moeten waarschuwen dat duidelijke conclusies derhalve niet mogelijk zijn. Dat gebeurde niet, integendeel, nadien mocht elke politieke partij vanuit de eigen invalshoek conclusies trekken wat de geloofwaardigheid niet ten goede kwam en voor de kijker weinig toegevoegde waarde had. Wanneer academici echter misbruik maken van deze gelegenheid om, profiterend van hun academische geloofwaardigheid, hun eigen politieke visie te verkondigen en moraliserende ( Béa Cantillon) of Belgicistische (Philippe Van Parijs) uitspraken te doen, stellen ze zichzelf bloot aan terechte kritiek. Béa Cantillon vond een splitsing van onze sociale zekerheid een stap terug in onze beschaving. Een totaal overtrokken conclusie. Dat de sociale zekerheid onder druk staat door het decennialang instandhouden van een pervers evenwicht tussen sociale en fiscale fraude, lijkt haar beschavingsniveau minder te beïnvloeden. Nochtans is dit aspect van de Belgische ziekte waarvoor zij als lid van het Belgische establishment mee verantwoordelijkheid draagt, rampzalig. Aan te weinig inkomsten en teveel uitgaven gaat elke staat kapot.

Staatsmannen, waaronder JL Dehaene, Guy Verhofstadt en Herman Van Rompuy, waarschuwden recentelijk voor een groeiend populisme dat geen antwoorden biedt. Graag laten ze het uitschijnen dat het om de zoveelste politieke crisis gaat, terwijl het een veel dieper snijdend maatschappelijk probleem is dat mede veroorzaakt werd door het gebrek aan maatschappelijk draagvlak voor hun compromissen à la belge. Het gebrek aan democratie is het gevolg van een paternalistisch beleid waardoor de politieke wereld haar geloofwaardigheid gaandeweg verloor. Terwijl JL Dehaene beweert dat de democratie ook de democratie kan opheffen en vooral staatsmanschap het tij kan keren, denk ik dat in de eerste plaats een gebrek aan democratie nefast is voor een democratische maatschappij.

Is het niet veelzeggend dat hooguit 10 % van TV kijkend Vlaanderen naar een debat over de toekomst van het land kijkt? Daarover zou ik mij zorgen maken, niet over een uitgeleefd federaal model.

Pjotr

17 november 2010

Ze zijn zo lief voor mekaar / c’est reporté / mea culpa

ANDERS GELEZEN

Ondanks alle regen op 14 november was het een prachtige Zevende Dag op ĒĒN. Aan tafel bij Ivan De Vadder zaten vier krantenjournalisten, van De Standaard, Het Nieuwsblad, De Morgen en Het Laatste Nieuws. Ze hadden het over de politiek en bekenden– de ene wat gewilliger dan de andere - dat ze zoveel moeten schrijven zonder eigenlijk te weten of het wel juist is. Ivan De Vadder toonde zich van zijn liefste kant. Voor wie eraan twijfelt, ons kent ons, onder journalisten. Het ironische aan de keuze voor dit panel - dat duidelijk de VRT en De Vadder ontging - is dat deze journalisten daar precies zaten omdat er inderdaad over de politieke situatie nauwelijks iets te vertellen valt! Typisch de VRT, iemand uitnodigen om over een onderwerp te praten waarvan men weet dat er niets over te vertellen valt. Puur entertainment én gratis publiciteit voor de aanzwellende categorie BJ, bekende journalisten. Waar is de tijd dat journalisten degelijke bijdragen schreven in de kranten zonder dat hun foto erbij stond. Even terzijde, bij de eersten die in dS mét foto werden aangeprezen … Marc Reynebeau (6/01/2004). Vanaf dan ging de kwaliteit van de journalistieke bijdragen naar omhoog.
Niemand minder dan Siegfried Bracke mocht in zijn repliek een laatste aaike geven. Als beslagen mediamanipulator weet hij hoe iemand blij te maken met een dode mus. Het is niet erg dat de journalisten er maar op los kletsen, vindt hij, want tenslotte zitten ze aan de buitenkant en alleen de politicus aan de binnenkant weet wat er echt gebeurt. Oh ja, hij wist ook nog te melden dat het vroeger slechter was, toen Hugo De Ridder de toespraken van een minister schreef. Inderdaad, nu zitten ze alleen maar op de schoot van de ministers en schrijven hun boekjes, of worden ze ingehuurd als persoonlijk raadgever. Ze zijn toch zo lief voor mekaar.

In dS op dinsdag 16/10 las ik een artikel over de communautaire onderhandelingen, een onderwerp waarvan we sinds zondag weten dat de journalisten er niet veel over weten. De meccano van de bemiddelaar Johan Vande Lanotte, bijeengepend door Bart Brinckman en Isabel Albers. Vande Lanotte werkt op zijn belgisch; bricoleren, zo staat gedrukt. Wie herinnert zich nog de tien principes waaraan de nieuwe financieringswet moet voldoen? Géén verarming stond erin en inderdaad de Franstaligen worden op hun wenken bediend, lees even mee: De technici van de Nationale Bank en het Planbureau rekenden de voorstellen uit volgens vier conjuncturele scenario's (volgens economische groei) over een periode van twintig jaar. Vande Lanotte gaat die lange periode overnemen. Een mogelijkheid tot compromis ligt namelijk in het zeer ver uitspreiden in de tijd van de gevolgen van de financiële responsabilisering. De Franstaligen krijgen de eerste jaren ruim de tijd om te wennen en zich aan te passen aan de veranderende financiering. De Vlamingen hebben de garantie dat een nieuwe financieringswet is vastgelegd. Deze zéér lange termijn doet mij terugdenken aan de Franstalig politicus die indertijd in La Libre juichend uitschreeuwde, ‘c’est reporté’! Gelijk heeft hij; de Franstaligen krijgen precies wat ze willen, uitstel.
Maar er is meer: wanneer de Vlamingen dit akkoord aanvaarden binden ze zich in het volle besef dat dit een zuiver politiek compromis is waarmee de Franstaligen de communautaire vrede proberen af te kopen voor de komende twintig jaar. Wetende dat deze financieringswet gebaseerd is op economische prognoses en geen zekerheid biedt. Het lijkt sterk op spelen op de beurs en bidden dat de NV België en vooral Wallonië het beter zullen doen. Blijft dan nog de vraag of in de loop van die 20 jaar – in de Belgische politiek gewoon onvoorstelbaar – de Franstaligen bij tegenvallende resultaten deze wet wél zullen respecteren? Ze hebben al voor veel minder de regering (en België) laten vallen.

Wie deze financieringswet isoleert van de rest kan een compromis wellicht nog uitgelegd krijgen, maar we mogen niet vergeten dat dit slechts één onderdeel is dat alleen resultaat oplevert wanneer met de geregionaliseerde inkomsten ook een autonoom beleid kan gevoerd worden. Inzake één van de belangrijkste beleidsdomeinen, arbeid en tewerkstelling blijkt dat uit de voorliggende teksten niet het geval te zijn, want de normering blijft federaal. Of om het concreet te zeggen, de (copernicaanse) verandering zoals de Vlaamse as N-VA/ CD&V wil, kan maar gerealiseerd worden als in beide domeinen een grote verandering komt. Zoniet wordt België verder uitgekleed zonder dat de deelstaten eigen kleren krijgen. In de volksmond heet dergelijke loodgieterij, kiezersbedrog. Het venijn van dit artikel zat in de staart. Zo lezen we als afsluiter, Het wordt vervolgens uitkijken of een partij dan nog het lef heeft om de onderhandelingstafel te verlaten. Die zal meteen de zwartepiet toegespeeld krijgen. Zouden Bart en Isabel even willen bedenken dat het zijzelf - de media- bepalen wie de zwarte piet krijgt? Wat denkt u, beste lezers, zouden ze de PS of een andere Franstalige partij viseren? CD&V of SP.A? Misschien Groen! dan?
Zouden ze nu werkelijk denken dat de lezers zo dom zijn? En, als het zo is, waarom kopen die dan nog een kwaliteitskrant? … Juist!

In Knack (10 nov) mogen de socialisten mea culpa slaan. Je weet maar nooit dat de rode ridder mislukt en er verkiezingen komen. We hebben de Vlaamse boot gemist, dixit Frank Vandenbroucke. Hoe Vlaams hij dan wel is, lezen we in zijn kaderstukje: op sociaal gebied zul je de drieledigheid van België moeten erkennen, schrijft hij. Voor wie even stilstaat bij deze stelling zal beseffen hoe ingrijpend hij hiermee tégen de Vlaamse wensen ingaat. Vandenbroucke maakt immers van de Brusselse Vlamingen, Vlaamse Brusselaars. Zeer concreet: een Vlaming in Brussel mag niet hetzelfde kindergeld krijgen als een Vlaming die in Vlaanderen woont, zelfs al wonen ze beiden in dezelfde straat. Waarom niet: omdat de Franstaligen niet willen dat er in Brussel een verschil zou zijn tussen Vlamingen en Franstaligen. Daarom blijkt België plotsklaps een nieuw soort Belgen erbij te hebben: de Brusselaars met hun eigen identiteit. Zou het niet eerder zijn dat dit een puur verzinsel is dat toevallig perfect past in het conservatief verhaal van het Belgisch establishment, waaronder de vakbonden en ziekenfondsen, die liefst zo weinig mogelijk willen veranderen aan de ondoorzichtige maar lucratieve Belgische situatie? Hoe zouden ze anders voor bijna 15 % eigenaar geworden zijn van DEXIA bank?

Misschien moet de bekeerde Vlaamse Frank eens vragen aan de Vlamingen in Brussel of ze Nederlandstalige Brusselaars willen worden? In het besef dat het dan gedaan is om van twee walletjes te eten. Zou de SP.A van zijn stelling een verkiezingsboodschap durven maken?

Pjotr

09 november 2010

Brand new / Déjà vu / Copy paste

ANDERS GELEZEN

Brand new Belgium
Hoe promoot je een land zonder eigen taal? Vergissing, een land dat zich uitgeeft als een Franstalig land, waarvan de eerste minister deelneemt aan de samenkomst van de wereldwijde francofonie en vertegenwoordigd wordt door diplomaten die zich hoofdzakelijk bedienen van het Frans, de minderheidstaal. Historicus Bruno De Wever pleitte in dS voor het gebruik van het Engels en zo geschiedde in het Vlaams-Nederlands Huis deBuren te Brussel dat opgericht werd ter bevordering van de Nederlandse taal en cultuur, met als co-sponsor de Vlaamse regering. Onderwerp van het debat: Een nieuw imago voor België. Overigens, van een Franstalige inbreng was er geen sprake, maar toch vond het exclusief Nederlandstalig panel het beter om het debat in het Engels te voeren. Moderator, Marc Reynebeau left-wing and pro Belgium journalist of the Standaard. Tony Mary, former chief executive officer of the Flemish Public Broadcast and international businessman; former president of ‘B Plus’, a pro Belgian association. dr. Menno Spiering (European Studies, UvA) en the Dutch marketeer Elian Wils.
De belangrijkste vaststelling van de avond was simpel: het buitenlands imago van België is slecht (allemaal). Met geld kunnen we er iets aan doen (Tony Mary, zijn lijfspreuk indachtig). De Nederlandse vakman speelde de rol van ‘bad guy’: Wie is de eigenaar van het merk België? Geen antwoord. Wordt dit merk door iedereen gedragen (nvdr: zouden Franstaligen België willen promoten in het Engels)? Geen antwoord. Is iedereen het daarmee eens? Geen antwoord. Wat delen de Belgen feitelijk? Geen antwoord.
Tot slot de voice of Belgium, Marc Reynebeau: Wij weten niet wat de Belgen nog delen omdat niemand ernaar zoekt. We zijn teveel bezig met de onderlinge verschillen.

Op 10 november volgt een tweede avond met als motto Trots op België, et fier de l’être. Ditmaal wordt het tweetalig maar met simultaan vertaling. Waarom? Het panel: Minister van Staat Marc Eyskens, hoofdredactrice van Le Soir Béatrice Delvaux, schrijver Alain Berenboom (ULB, Franstalig), journalist Dirk Barrez (VRT) en de Nederlandse kunstcritica Elsbeth Etty. Opdracht: trachten in korte, evocerende toespraken het publiek te overtuigen van hun ideaalbeeld voor België. Marc Reynebeau is opnieuw gastheer.
Bij het lezen van de namen …

Dat het erg gesteld is met het Belgisch imago ontsnapte evenmin aan de aandacht van de Stichting Marketing. Daar boog de Expertgroep Master Marketeers zich over dit probleem. Als eerste boodschap kan men lezen, citaat, dat het gaat om een eigen initiatief dat totaal neutraal en apolitiek is. Kijk eens aan, dat ze het nodig vinden om – in vetjes en onderlijnd – deze waarschuwing te vermelden? Uiteraard ging het ook hier om een Engelstalig evenement. Dat ze het probleem België onderkennen bleek al uit het eerste criterium over het bestuur; citaat,
Governance: Public opinion regarding the level of national Government competency and fairness, as well as it perceived commitment to global issues such as democracy, justice, poverty and environment.

Weet u, beste lezers, wat mij opgevallen is de laatste tijd? Dat steeds meer mensen nerveus worden en van alle kanten de behoefte opduikt om daar iets aan te doen. Bezorgd over hoe het buitenland kijkt naar België maar niemand die de moed heeft om de vinger op de wonde te leggen: DIT België is ziek. Daarenboven is deze ziekte zo besmettelijk, dat sommigen denken aan een schutskring. Containment heet dat in diplomatieke taal. Het lijkt mij eerlijk gezegd weggesmeten geld om te pogen dit België te verkopen. Misschien zouden we de marketeers eens moeten vragen of het niet eenvoudiger zou zijn om de Vlaamse kunst, de Vlaamse historische steden, de Vlaamse kust, de Vlaamse Port of Antwerp, de Vlaamse exportbedrijven en uiteraard ook Brussel als hoofdstad van Vlaanderen te promoten? Misschien moeten we onze eigen ambassadeurs – al was het maar bij wijze van wederdienst – eens op pad sturen: Herman Van Rompuy, Jacques Rogge, Peter Piot, Kim Clijsters, Tom Lanoye, Jan Decleir, Thomas Leysen, Wim Delvoy, Koen Wauters, Eddy Merckx. Bijna vergeten: de VRT vedetten en Slimste Mensen, VOKA, UNIZO, de universiteiten van Leuven, Gent en Antwerpen, het Ballet van Vlaanderen, de Vlaamse karbonaden en het witloof, de Vlaamse frietkoten, het Hof van Cleve, Manneken Pis, … allemaal Vlaams toch?

Déjà vu
Bemiddelaar Vande Lanotte vroeg aan de 7 partijen om hun kaarten op tafel te leggen. De N-VA deed eveneens een voorstel, al zal niemand het lezen. Waarom zouden ze ook, nadat Bart De Wever als koninklijk verduidelijker reeds een voorstel deed dat aangaf tot welke toegevingen hij bereid was. Het is een uitgemaakte zaak dat zijn voorstel de basis zal zijn voor verdere toegevingen. Tenzij Bart De Wever beseft dat zijn énig kapitaal zijn geloofwaardigheid is en dan zijn we toe aan verkiezingen pro of contra het confederale model.

Na een grondige lezing van De Wevers voorstel kan men twee kanten op: ofwel focust men op het groot aantal sneetjes van de Belgische koek die de regio’s zullen krijgen – in totaal zo’n 37 sneetjes = deeltjes van – ofwel kijkt men welke homogene hefbomen voor het socio-economisch beleid de regio’s in handen krijgen. Naar dit laatste is het zoeken en eens gevonden moet men rekening houden met een overgangsperiode die bij voorbeeld oploopt tot tien jaar voor de financiering van de tewerkstelling en de arbeidsmarkt. Ook de responsabilisering via de financieringswet wordt door een overgangsmechanisme slechts zeer geleidelijk ingevoerd. Een positieve wending is er in de politieke instellingen maar geen sprake van een echte breuk met het verleden. De senaat blijft bestaan en er wordt enkel geknibbeld op postjes en premies, kruidenierswerk. Justitie krijgt wel een betere regionale invulling maar ook hier ontbreekt het aan durf om volledig los te komen van een triviaal systeem.
Conclusie: De Wever kan inderdaad niet onder dit voorstel gaan zonder zijn geloofwaardigheid te verliezen. Hopelijk beseft men tijdig dat we opnieuw een compromis krijgen dat in zich de kiemen draagt voor een volgend communautair conflict. Een onverdachte bron schreef hierover het volgende: Na decennia institutioneel gebroddel schreeuwt ons koninkrijk om een diepgaande staatshervorming. De warboel van bevoegdheden, de doolhof van instellingen verbijstert de eigen burgers, ontmoedigt buitenlandse investeerders, en vormt een enorme verspilling. Auteur: Mia, barones Doornaert, persoonlijk raadgever van premier Leterme in dS 20 juli 2010.

Copy paste 1
Een foto is soms meer dan een illustratie schrijft Filip Verhoest als ombudsman in dS 8 november 2010. Gelijk heeft hij. In een lang stuk waarin hij zichzelf (dS) op de borst klopt omdat de krant géén foto van familiemoordenaar Léopold Storme afdrukte verwijst hij aansluitend nog even naar een uitgebreide fotoreportage over een Canadese luchtmachtofficier. Hij eindigt met volgende toegeving: Het klopt wel, bedenk ik, dat de publicatie van meerdere foto's geen toegevoegde waarde bood. Overdaad kan hier snel op effectbejag lijken. Maar toch voor alle duidelijkheid: de gepresenteerde fotocollectie is niet het werk van de fotoredactie, maar is op die manier door het persagentschap aangeboden.
Kijk eens aan copy paste en alle verantwoordelijkheid is afgeschoven op het persagentschap. Dixit de ombudsman of de Pontius Pilatus van dS. Maar er is meer. Op 28 oktober mag Marc Hooghe onder de titel Wat een grof volkje Peter De Roover van repliek dienen. Net onder de titel staat een foto waarop een man vanaf de rug gezien met een truitje 'België barst'; de ondertiteling maakt dit nog eens extra duidelijk , Een radicale flamingant op de IJzerwake van 2006. Ezequiel Scagnetti
Zou de redactie hier suggereren dat de opgevoerde flaminganten in dit artikel redelijke mensen zijn, zelfs universitair geschoold (De Roover is licentiaat TEW) of wil de redactie suggereren dat De Roover een onredelijke marginaal man is van wiens rug de onverdraagzaamheid zo afstraalt?
Daarom mailde ik de ombudsman met de vraag: “Onder de titel van de opiniebijdrage van politicoloog Marc Hooghe in dS 28 oktober “Wat een grof volkje” wordt een foto gepubliceerd uit 2006 waarvan de relatie tot het onderwerp mij niet relevant lijkt, maar wel het negatief beeld versterkt van de geviseerde in het artikel, Peter De Roover. Voor alle duidelijkheid, deze foto werd niet gekozen door de auteur van de bijdrage maar door de redactie van dS.”
Zijn antwoord: Vooreerst wat de foto bij het opinieartikel betreft: de foto staat mijns inziens in direct verband met een van de onderwerpen die in de bijdrage aan bod komen, met name de onafhankelijkheid van het Vlaamse Gewest. Dat heeft weinig van doen met een 'negatief beeld' van iemand ophangen.
"Weinig van doen" lijkt mij inderdaad van toepassing op zijn antwoord: weinigzeggend.

Copy paste 2
Het gebeurt wel vaker dat een krant een ingezonden stuk ‘copy-paste’ om de krant mee te vullen. Wanneer de bijdrage belangrijke en objectieve informatie bevat is dat oké, maar niet wanneer het om tendentieuze of foute informatie gaat.
dS 2 november. Dat er op Allerheiligen weinig journalisten beschikbaar waren blijkt reeds op de voorpagina van de krant op 2 november. De veelzeggende titel luidt, Angst voor regionale lonen met als vermelde auteur “jir”. Ook hier weer een typische truuk van dS redactie. Op overgenomen stukken kan men moeilijk voluit de naam van de ijverige copy-paste journalist plakken. Dan maar een afkorting gebruiken om de verantwoordelijke te behoeden voor persoonlijke kritiek. JIR staat voor?
De nobele onbekende zou Gonzales Stubbe, gedelegeerd bestuurder van GroepS geïnterviewd hebben. Tevens vermeldt hij de koepelfederatie van technologische bedrijven, Agoria, waar gedelegeerd bestuurder Paul Soete, eveneens schrik heeft.

Hun klachten: Een verschillende regionale fiscaliteit en een andere kinderbijslagbereke-ning zou een verschrikkelijke administratieve rompslomp opleveren, zeker als een bedrijf Vlamingen, Brusselaars en Walen tewerkstelt. Erger, dat zal leiden tot verarming want die rompslomp zullen wij allemaal moeten betalen. Door een regionalisering van de fiscaliteit zullen de bedrijfsvoorheffingen en de nettolonen binnen eenzelfde bedrijf verschillen en dat zal zorgen voor sociale spanningen.

Wie na het lezen van voorgaande paragraaf géén vragen heeft hoeft niet verder te lezen. We gaan het ons gemakkelijk maken en dezelfde techniek gebruiken als de journalist van dienst, copy-pasten van de lezersreacties. Eéntje zou eigenlijk kunnen volstaan: Gert Martens, Hasselt: Gewoon bangmakerij. Pas de software aan voor de loonberekening en vervang de programmeur als hij zegt dat het niet mogelijk is.

Te leuk om op te houden bij die ene rake opmerking. Een selectie met zowel aandacht voor de zeldzame pro’s als de talrijke contra’s:
Peter P Antwerpen: In mijn bedrijf werken vele nationaliteiten, de loonberekening is uitbesteed aan Tsjechië. Ik kan mij niet herinneren dat we ooit een nationaliteit geweigerd hebben omdat dit meer werk zou zijn voor de loonberekening.
Bart Wolput, Olen : Meer dan 350000 Vlamingen werken in Brussel, wat voor zottekot gaat ge inderdaad creëren? En ja, de VOKA's, Unizo's en Agoriazotten van deze wereld pleiten om bedrijfsvoorheffing af te schaffen? Absurd! En dan krijgen de mensen ineens een rekening van 7000-10000€ in de bus. Dat is zeer sociaal of wat? Dat gaat alleen maar leiden tot sociale drama's.
Hugo S., Tremelo: Door mijn werk ken ik de toestand in Bazel, Zwitserland, vrij goed. De twee grootste werkgevers, de farmareuzen Roche en Novartis, hebben werknemers uit Baden (Duitsland), de Elzas (Frankrijk), en, behalve uit Bazel-Stad zelf, uit een half dozijn of meer Zwitserse kantons (die elk hun eigen belastingregime hebben). Hetzelfde geldt, uiteraard in kleinere aantallen) voor de honderden KMO's in en rond Bazel. hun sociale secretariaten zijn daar perfect voor ingesteld en alles loopt gesmeerd. Nog nooit enige opmerking over gehoord. Hier gaat het inderdaad om pure bangmakerij vanwege een sociaal secretariaat dat opkijkt tegen wat aanpassingen aan hun software, en dat wordt meteen als énig hoofdartikel geserveerd op de voorpagina van de papieren DS van vandaag. Natuurlijk 'gefundenes Fressen' voor Belgicisten.
Steven V., Ninove: Het gaat in het artikel over de bedrijfsvoorheffing. Deze verschilt nu al tussen werknemers afhankelijk van hun gezinssituatie (gehuwd - niet gehuwd, aantal kinderen of andere personen ten laste, enz.). In het verleden werd ook al zonder veel problemen de Vlaamse korting in de bedrijfsvoorheffing verrekend. Bedrijven hebben blijkbaar geen enkel probleem met de complexe berekening van de gunstregimes inzake de niet doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid, nachtarbeid, overwerk enz. maar deze indrukwekkende subsidie is in hun voordeel, vandaar natuurlijk. De journalist van dit artikel had beter wat meer onderzoek gedaan en niet klakkeloos de info van groep S overgenomen.
Stefan P., Kessel-Lo (Leuven): Wel, misschien overdrijft dit artikel de mogelijke problemen wel wat. Maar dat het de Belgische situatie weeral wat complexer gaat maken, dat kan niemand ontkennen. Was de bedoeling van de staatshervorming niet om België efficienter en eenvoudiger te maken?
Jean-Noël G., Watermaal-Bosvoorde: Natuurlijk zal dit een ongelooflijke rompslomp met zich meebrengen. Maar daar zal natuurlijk wel niet naar geluisterd worden. Zolang de N-VA maar kan splitsen is het goed. Het is waar dat het in België zoveel beter gaat gaan met 3 wegcodes, 4 justities en een eigen Vlaamse brandweer. En daarna zal de N-VA wel komen zeggen dat België niet werkt! Wat een klucht!
Patrick V., Grote-Brogel: Sta me toe te vertellen dat de Europese instanties wel degelijk roet in het eten kunnen gooien. De grenzen van discriminatie van de werknemers zijn in dit geval wel degelijk overschreden.
Geert Roosens, Wezembeek-Oppem: Zodra 'de Europese instanties' Duitsland en Spanje gaan vervolgen wegens 'discriminatie' van werknemers in de verschillende deelstaten/regio's, moet Vlaanderen zich zorgen maken.
Arjan E., Linden: Wat ik vooral vreemd vind is dat het artikel uitgerekend kiest voor het voorbeeld van een aannemer die het moeilijker krijgt omdat hij een Vlaamse en een Waalse werknemer zou hebben. Het spijt mij, maar op een werf met 10 bouwvakkers vind je tegenwoordig 2 Belgen, 5 Polen, 2 Roemenen en een Oezbeek. Maar licht verschillende administraties voor die twee Belgen zouden net het verschil maken? Voor sommige jobs misschien, maar zeker niet voor aannemers...
Arne V., Wingene: In ons bedrijf werken er ook Nederlanders, en dat is nooit een probleem geweest. Het grote verschil zal zijn dat ze dan beter zullen beseffen wat de socialistische staat werkelijk kost, tegenover hetgeen het opbrengt.

Was dát een moeilijke Anders Gelezen zeg!

Pjotr

03 november 2010

De Standaard op zijn best

ANDERS GELEZEN

Er zijn zo van die weken dat de gestuurde informatie voor het rapen ligt. Schrappen wat niet past hoort er in Anders Gelezen niet bij, maar er zijn grenzen aan alles. Zelfs al is het onverantwoord interessant.

dS 22 oktober: Volgens Luc Huyse, professor emeritus en socialistisch huissocioloog is er “Geen reden tot paniek”. De Vlamingen hebben reeds veel bereikt in de honderdtachtigjarige sociale en culturele strijd. Alleen voor communautaire scherpslijpers is het nooit genoeg en onbegrijpelijk maar waar, ze krijgen de laatste tijd teveel media-aandacht. Uiteraard een vaststelling zonder studie noch referentie maar boven alle twijfel verheven want zo sprak een gewaardeerd emeritus academicus. De lezers mogen evenmin weten dat hij schrijft vanuit een socialistische invalshoek want ze zouden kunnen ontdekken dat dit kenmerk belangrijker is voor de inhoud dan de academische referentie. Zou Huyse vergeten zijn dat de sociologie thuishoort in de menswetenschappen waar verscheidene meningen bestaansrecht hebben. Het is maar hoe iemand het bekijkt, hoe open men staat voor andere opinies. En opdat de lezer zich niet zou vergissen, geeft hijzelf het antwoord op de vraag of hij een belgicist is: neen.

dS 27 oktober: Een reactie van Peter De Roover (Vlaamse Volksbeweging) Tout va très bien, Madame la Marquise. De lezers zijn het artikel van Huyse al lang vergeten waardoor deze reactie een deel van zijn actualiteitswaarde inboet. Gewild? In elk geval niet de eerste keer dat deze truuk wordt toegepast door de verantwoordelijke voor de rubriek Opinie. De Roover weerlegt in deze bijdrage de argumenten van Luc Huyse. Eentje eruit gepikt: De meerderheid van de Vlaamse kiezer wil niet verder met het huidige België, dus nu een akkoord sluiten dat België niet fundamenteel hervormt, voldoet evenmin aan Huyses criteria. Zoals te verwachten krijgt flamingant De Roover niet het laatste woord in dS. De dag erop – het kan dus wel snel gaan – volgt een scherpe reactie.

dS 28 oktober: met twee artikels samen goed voor drie bladzijden worden de Vlaamsgezinde roepers van de voorbije dagen ter orde geroepen door een academicus én de chef van de politieke redactie.
Wat een grof volkje luidt de titel van het opiniestukje dat Marc Hooghe, politicoloog aan de KULeuven, mag publiceren. Daaronder een zeer suggestieve foto met als onderschrift: Een radicale flamingant op de IJzerwake van 2006. fotograaf: Ezequiel Scagnetti.
Dat een oude foto wordt gepubliceerd die géén verband houdt met de inhoud van het artikel is op zijn minst tendentieus. Voor alle duidelijkheid, het is niet Marc Hooghe die de titel en de foto koos maar de redactie. Inhoudelijk krijgt De Roover de volle laag. Onder meer omdat hij academici zou verwijten aan het publieke debat deel te nemen. Hooghe vindt dat academici wel aan het debat mogen deelnemen maar zich niet voor de kar moeten laten spannen van een drukkingsgroep die onderzoek doet naar bij voorbeeld de voor- en nadelen van een zelfstandig Vlaanderen. Een citaat uit zijn bijdrage: Universiteiten doen op een onafhankelijke en integere wijze aan wetenschappelijk onderzoek, en het is niet onze job om naar de pijpen van politici en drukkingsgroepen te dansen.
Kijk eens aan, zou Marc Hooghe dan nog nooit gehoord hebben van de PAVIA groep? Re-Thinking Belgium? of VIVES? Allemaal academici die zich actief inzetten en onderzoek doen ten voordele van een welbepaald politiek project? Maar het grofste aan zijn bijdrage vond ik wel – na een grondige lezing van De Roover zijn artikel – dat zijn kritiek niet gefundeerd was. Opnieuw: in de sociologie en zeker als politicoloog zou hij in alle bescheidenheid moeten erkennen dat uiteenlopende meningen niet noodzakelijk verkeerd zijn. Tenzij Hooghe van mening is dat er een hiërarchie bestaat en de ene mening deontologisch minder correct is dan een andere. Zou dat toevallig niet het ‘academisch’ probleem zijn voor alles wat afwijkt van la pensée unique gecultiveerd door het Belgisch establishment? Het milieu dat nog altijd moeite heeft met Vlaamse verzuchtingen?

De reactie van De Roover op het commentaar van Marc Hooghe werd geweigerd door dS . Het is inderdaad niet gebruikelijk dat een flamingant het laatste woord krijgt. Maar er was meer aan de hand: manipulatie!
Onderaan De Roover zijn opiniestukje (27/10) schreef de redactie volgend bijgaande samenvatting zonder toelating van de auteur: Wat? Academici die de communautaire gemoederen menen te moeten bedaren, snappen er niets van.
Citaat uit De Roovers reactie 'Wat een grof taaltje' gepubliceerd in Doorbraak, november 2010: Hooghe slaagt er in de grofste (jawel) verwijten te lanceren, zonder middels één enkel citaat zijn stelling te illustreren. Hij rekent er op dat de meeste lezers niet de moeite nemen het betreffende corpus delicti uit de gft-bak te vissen en voetstoots aannemen dat een hoogleraar zich op concrete feiten baseert. Ik herlas m’n artikel voor alle zekerheid en vond nergens dat Huyse “zonder feitenkennis maar wat bazelt” of “er niets van snapt”. Dat laatste staat wel in de korte samenvatting van de redactie van DS, maar die interpretatie is niet de mijne. Juist omwille van de nood aan een fatsoenlijke debatcultuur, zou ik zo’n veralgemening ook niet neertikken. Voor de AN lezers: de volledige reactie in bijlage (e-mail).

28 oktober was ook een productieve dag voor Bart Brinckman, chef van de politieke redactie van DS. Onder de titel Professor in het droogdok krijgen we een staaltje van een professionele moord. Het begint alvast met een duidelijke boodschap, citaat: Hij wordt de ideoloog van Bart De Wever genoemd. Niets is minder waar. Bart Maddens geniet best wat renommée in Vlaams-nationalistische kringen, maar zijn doctrine leidt slechts tot de botte confrontatie. ‘De man schrijft in een droogdok,' zegt een criticus. Kortom, de professor heeft geen besef van de politieke realiteit. Van onze redacteur

Wie van een politicoloog publiekelijk schrijft dat hij geen besef heeft van de politieke realiteit moet zelf met bewijzen komen en zich niet verschuilen achter de uitspraak van een anonieme criticus zoniet is dat deontologisch vér over de schreef. Brinckmans volledige argumentatie berust op één verwerpelijke fout van Maddens, namelijk dat hij de botte confrontatie zoekt. Dat strookt volgens hem niet met de Belgische geplogenheden en dus is Maddens onrealistisch. Meegaand in zijn redenering stel ik mij de vraag of het niet evenzeer getuigt van een verregaand gebrek aan realiteitszin van een chef van de politieke redactie die negeert dat niet de Vlamingen maar de Franstaligen de confrontatiestrategie van Maddens reeds drie jaar in de praktijk brengen. Dat niet de meerderheid zijn wil opdringt aan de minderheid, zoals hij schrijft, maar omgekeerd. Beseft Brinckman zelf niet dat het getuigt van een totaal gebrek aan realiteitszin om te onderhandelen over een compromis waarbij de Waalse politici a priori eisen dat het hen niets mag kosten? Meer zelfs, dat zoals Di Rupo in zijn nota schreef over de aanpassing van de taalvereisten in Brussel, de Franstaligen nog minder respect moeten hebben voor de Vlamingen die er wonen en werken? Dat Di Rupo feitelijk de zes faciliteitengemeenten ruilt voor Brussel dat deel wordt van het toekomstige België zonder Vlaanderen?
Schrijft Brinckman twee dagen later niet (dS 30/10) dat na 140 dagen onderhandelen “De 'substantie' onvoldoende is” en “Bij elk voorstel doen de Franstalige socialisten er de helft af, en dan nog eens de helft, en dan nog eens de helft... Uiteindelijk blijft alles bij het oude. Het is een Belgische natuurwet”. De foute strategie van Maddens ‘demandeur de rien’, wordt een aanvaardbare Belgische natuurwet, nauwelijks twee daqen later?

Het komt mij voor dat Bart Brinckman bewust zijn uitgangspunt eenzijdig koos, zodat de uitkomst – een verwerpelijke strategie van een wereldvreemde professor - logisch overkomt bij de weinig kritisch ingestelde lezer. Het maakt zijn afsluitende bedenking nog venijniger: Niemand ontkent dat de Leuvenaar als politoloog zijn verdiensten heeft. Evenmin ontzegt iemand hem het recht om voor zijn separatistische overtuiging uit te komen. Maar in tegenstelling tot zijn wetenschappelijke papers blijft zijn doctrine slechts een onbewezen politiek statement.
Zou Brinckmans bijdrage dan een bewezen statement zijn of gewoon een andere opinie van een journalist wiens kleur en intentie we niet mogen kennen?

Pjotr