16 augustus 2010

De onderhandelingen: uw vragen

ANDERS GELEZEN

Daar ook Anders Nieuws lezers met vragen blijven zitten over de politieke thema’s en de onderhandelingen, eens een informatieve Anders Gelezen. Antwoorden op uw vragen.

Wat is er eigenlijk mis met de typisch Belgische onderhandelingen?
Zeer bondig zou men kunnen stellen dat de Belgische communautaire onderhandelingen vergelijkbaar waren (en nog zijn?) met het gesjacher in de mediterrane bazaars. De koper wil iets kopen en de verkoper wil daarvoor zoveel mogelijk geld hebben, maar er zijn geen spelregels en er zijn geen onafhankelijke scheidsrechters. Deze relatie tussen de Vlaamse politici als kopers en de Franstalige politici als verkopers, impliceert dat de Vlamingen eigenlijk géén recht hadden/hebben op wat ze vroegen en nog vragen. Het ging nooit om het sámenleven, om mekaar iets te géven, om een gemeenschappelijk project. Daarom is een dialoog – géén onderhandelingen tussen Franstalige ‘demandeurs de rien’ en Vlaamse eisers – tussen evenwaardige partijen slechts mogelijk wanneer men deze logica verlaat en in de plaats ervan samen beslist wat men samen wil doen. Dat is voor de Franstaligen voorlopig nog altijd onbespreekbaar en dus kunnen de Vlamingen slechts het onevenwicht tijdens de onderhandelingen herstellen door eveneens met een breekijzer uit te pakken: niet in een regering stappen zolang hun eisen niet worden aanvaard. Daarenboven hebben de Vlaamse politici nooit de reeds bestaande kostprijs voor België (transferts), in rekening gebracht. Maar wat als deze situatie zou veranderen?
Het grootste nadeel aan deze manier van onderhandelen is dat het onvermijdelijk leidt tot compromissen in plaats van een duidelijke verdeling van de macht; daardoor rafelden de beleidsdomeinen uiteen in stukken en brokken. Gevolg: géén coherent beleid meer en evenmin voldoende homogene beleidsdomeinen voor een gedifferentieerd beleid. Daardoor verschrompelde het maatschappelijk draagvlak voor deze compromissen die vooral (partij)politiek geïnspireerd waren. Het politiek haalbare werd de mantra van Dehaene & Co, het betere was niet haalbaar en het algemeen welzijn een vaag ideaal.

Wat willen de Vlamingen (lees N-VA en CD&V) nu eigenlijk?
In de kranten was het zoeken naar concrete informatie over de vijf Vlaamse resoluties (maart 1999) en de recente Octopus-nota die nochtans de basis vormen voor de Vlaamse eisen. Gelukkig beweegt er iets bij dS en publiceerde Guy Tegenbos op 13/08 een kaderstukje met duidelijke informatie over de Octopus-nota.
Drie duidelijke principes staan voorop:
- Homogene bevoegdheidspakketten (de rechtzetting van wat scheefgroeide door de compromissen; zo bijvoorbeeld het ganse gezinsbeleid regionaliseren in plaats van actueel een stukje federaal en een stukje bij de gemeenschappen)
- Responsabilisering van de deelstaten (laks beleid verhinderen door zelf te beslissen over eigen inkomsten en uitgaven)
- Maximale macht bij de deelstaten (deelstaten = overkoepelende term voor de gewesten en gemeenschappen; toepassing van het subsidiariteitsbeginsel).

Maar laten we eerlijk zijn, het gaat niet alleen meer om de feitelijke macht. Er is ook het groeiende gevoel dat samenleven met de Franstaligen steeds moeilijker wordt. Dat steeds meer weldenkende Vlamingen niet meer willen dat Joëlle Milquet, Laurette Onckelinckx & Co zich nog bemoeien met onze zaken. Van daar dat vooral autonomie en responsabilisering voorop staan in de eisen terwijl dát precies het meest pijnlijke is voor de Franstaligen.

Dit verklaart de toegenomen polarisatie die perfect geïllustreerd wordt door twee gezaghebbende opiniemakers: Béatrice Delvaux, hoofdredactrice van Le Soir deed zowel in haar editoriaal (14/08) als tijdens een chatsessie met de lezers volgende opmerkelijk uitspraak: De fait, il faut refuser toute tentative franche ou larvée, déguisée d'annexion de Bruxelles. Si l'objectif flamand est celui-là, alors c'est clair, il faut parler d'autre chose, c'est à dire la négociation franche et directe de la scission du pays.
In Knack schrijft directeur Rik Van Cauwelaert: Eigenlijk blijft er Elio Di Rupo en Bart De Wever weinig meer over dan, naar het voorbeeld van de Tsjech Vaclav Klaus en de Slowaak Vladimir Meciar, onder een boom te gaan zitten en het ultieme communautaire contract te sluiten. Alleen door uit te gaan van het meest extreme, kunnen de zaken eindelijk op orde worden gesteld.
Dat voor Béatrice Delvaux, die in Dilbeek woont, Brussel eigendom geworden is van de Franstaligen en de rechten van de Vlamingen op deze Brabantse stad niet langer erkent, is veelzeggend voor het aplomb waarmee de Franstalige media hun politici steunen in het verzet tegen elke aantasting van hun onversneden imperialistisch gedrag.
Dat Rik Van Cauwelaert de compromiscultuur afvalt is niet minder tekenend voor de sterk groeiende drang naar zelfstandigheid aan Vlaamse kant.

Maar er is meer: wanneer twee goed geïnformeerde zwaargewichten zoiets zeggen is het omdat de onderhandelingen niet lopen zoals de gezagsgetrouwe media ons willen doen geloven. Die pogen nog steeds om de Vlamingen te bewegen tot compromisbereidheid en ze uit mekaar te spelen zoals dS, die CD&V aanraadde om niet mee te stappen in de Vlaamse eisen van N-VA, want ze zouden daar toch niet van profiteren. Fout want kordaatheid is voor de geloofwaardigheid van beide essentieel. De nood aan het kartel is nog nooit zo groot geweest, nu SP.A koos voor de PS (en zichzelf).

Een ander lezer vroeg naar de voordelen van een splitsing van de kinderbijslag?
Het antwoord op deze vraag had eveneens al lang in de kranten moeten staan. Maar eindelijk kon het wel: in zijn commentaar ‘Kinderbijslag herdenken is zinvol’ (DS 12/10) geeft Guy Tegenbos een zeer goede verklaring waarom dit een goede maatregel is. Samengevat: een goed gezinsbeleid houdt rekening met de verschillende aspecten en stelt prioriteiten in functie van de specifieke situatie. Dat kan alleen als elk zijn eigen beleid kan voeren.
Twee toevoegingen:
Momenteel zijn er verschillende beleidsregels voor kinderen die naar een Nederlandse of Franstalige school gaan in Brussel (de Franstaligen krijgen 50 % afslag op het schoolabonnement voor de STIB; = 100 euro; maar enkel voor het Nederlandstalig lager onderwijs is er een maximumfactuur), dixit een ervaringsdeskundige Brusselaar in dS online. Zouden we al die verschillen dan ook moeten wegwerken en zo ja, met welk geld zal het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dat betalen? Met een federale dotatie waardoor Vlaanderen opnieuw een onredelijk aandeel moet bijdragen, aangezien volgens de Franstaligen zij 90 % van de bevolking uitmaken? Zou het niet eerlijker zijn dat de financiering van Brussel – 500 miljoen euro, zonder kindergeld - ook volgens deze sleutel wordt geregeld: 450 miljoen euro door Wallonië en Brussel en 50 miljoen euro door Vlaanderen? Of is dat teveel gevraagd?
Tweede bedenking: dat de Franstaligen niet willen dat Vlaanderen ook zorgt voor de Brusselse Vlamingen komt omdat zij vrezen dat ze hun exclusief zeggenschap op Brussel zouden verliezen. In Vlaanderen denkt men aan Brussel als de tweetalige hoofdstad van België en hoofdstad van Vlaanderen, maar de Franstaligen zien dat reeds lang niet meer zo. Vandaar de reactie hiervoor van Beatrice Delvaux. Zij tolereren alleen nog een Vlaamse minderheid omwille van de centen, maar zonder voldoende inspraak! Meteen een goede reden om in een confederale structuur de Vlamingen in Brussel niet in de steek te laten en blijvend deel te nemen aan de macht in Brussel. Het BHG mag daarom geen volwaardig gewest worden met gemeenschapsbevoegdheden.

De verwijzing van SP.A en Groen! naar de tegenstelling tussen een linkse versus rechtse maatschappijvisie om te verklaren waarom ze tégen de overdracht naar de gemeenschappen zijn, houdt geen steek. In deze discussie gaat het enkel om de vraag WIE mag bepalen hoe het gezinsbeleid eruit ziet, de gemeenschappen of gewesten, en helemaal niet WELK beleid, links dan wel rechts, het dient te zijn. Zit SP.A niet in de Vlaamse regering die bevoegd is voor het gewestelijk én gemeenschapsbeleid? Het lijkt er sterk op dat zij vooral de Belgischgestructureerde middenveldorganisaties willen beschermen. Dat heeft niets met sociaal of links te maken maar enkel om puur machtsbehoud van het Belgisch apparaat. Het werd helemaal duidelijk toen in dS (13/08) de sociale partners lieten weten dat zij ‘de financiering zullen intrekken’ wanneer ze zelf niet meer mogen (mee)beslissen over de middelen voor de kinderbijslag en andere gezinstoelagen. Voor een aandachtige lezer is zo’n uitspraak toch wel zeer grof want het betekent nog min nog meer dat zij zich in de plaats gesteld hebben van de democratisch verkozen macht. Is er een beter argument mogelijk om hier perk en paal aan te stellen?

Iemand vroeg waarom ik Sven Gatz, Douglas De Coninck en Mia Doornaert omschreef als Vlaamse Brusselaars en niet als Brusselse Vlamingen?
Omdat ik op basis van wat ik las van hen – ook in privé correspondentie – zij perfecte ‘voorbeelden’ zijn voor een groep Vlamingen-van-afkomst die zich in de eerste plaats identificeren als Nederlandstalige Brusselaar. Dat niet álle Vlamingen in Brussel zich daarin herkennen is vanzelfsprekend maar een deel heeft duidelijk moeite met de Vlaamse standpunten omtrent Brussel.

Nog één vraag van een in Wallonië wonende Nederlander: Het valt mij op, dat ook u de Franstaligen tegenover de Vlamingen zet in uw geschriften. Volgens mij is dat niet juist en speelt dit de Franstaligen in de kaart. Het moet zijn Vlamingen versus Walen, Nederlandstaligen versus Franstaligen, Communauté Française versus Communauté Neerlandaise (bedoelde wellicht Vlaamse gemeenschap). Aangezien de Vlamingen in het verleden hun eigen vijand waren zou je toch verwachten dat zij een beetje na zouden denken hierover?
Wat u schrijft is terecht of zou het moeten zijn. Alleen weten wij in België niet meer hoe dat zit met de Brusselaars. In dS (14/08) schrijft Marc Reynebeau dat er wel degelijk sprake is van een Brusselse identiteit; citaat: Er bestaat onmiskenbaar een Brusselse identiteit, met eigen kenmerken en problemen. Dat Reynebeau nu opeens komt aanzetten met een identiteit is opmerkelijk gezien zijn vorige uitspraken hierover. Maar wie het volledig artikel leest begrijp dat deze uitspraak bedoeld is om de Vlamingen te overtuigen dat Brussel wel degelijk recht heeft op een eigen gewest met bevoegdheid over alle persoonsgebonden materies. Zou hij dan ook pleiten voor een Antwerps gewest dat eveneens zijn eigen parameters heeft? Of een Antwerpse zone urbaine die zich uitstrekt tot in Duitsland, Luik en Kortrijk?
Het zegt veel dat hij hiervoor te rade ging bij Philippe Van Parijs, woordvoerder van de Pavia groep die pleit voor een federale kieskring, maar vooral de sympathieke academicus als pleitbezorger voor meer macht voor het BHG. Toen ik hem bij gelegenheid confronteerde met een voorstel waarin de Vlamingen op basis van het principe ‘No taxation without representation’ geld zouden geven voor BHG mits ook stemrecht (voor de 300.000 Vlaamse pendelaars) vond hij dat niet zo’n goed idee.

Tenslotte enkele bedenkingen.
Ik denk niet dat alle Franssprekende en Nederlandssprekende Brusselaars zich als een ‘ras apart’ beschouwen en vooral niet dat ze daarvan de consequenties willen dragen.
Hebben Vlamingen evenveel meningsverschillen met de Walen als met de Brusselse Francofonie? Ik denk het niet, al was het maar omdat we niet in mekaars ‘territorium’ leven en het ook in Wallonië steeds meer voorkomt dat men omwille van de Nederlandstalige toeristen ook moeite doet om Nederlands te spreken. Dat de Nederlanders in Wallonië zich assertiever gedragen en een voorbeeld zijn voor de Vlamingen die al te gemakkelijk hun taal opgeven, kan alleen maar positief zijn voor de uitstraling van onze gemeenschappelijke taal en cultuur. Ik neem aan dat ook Nederlanders een onderscheid maken tussen de Franstaligen in Wallonië en in Brussel?

Zoals u ziet, niet eenvoudig dit kleine landje.

Pjotr
ANDERS GELEZEN

11 augustus 2010

Beslissen de media wat aanvaardbaar is?

ANDERS GELEZEN

In een kritische periode mag al eens een A.G. méér in de bus vallen. Alvast stof genoeg nu dS woensdag (11/10) aandacht besteedde aan de kinderbijslag; sommige journalisten lezen blijkbaar ook A.G. De manier waarop de redactie dit communautair geladen onderwerp bracht kan gelden als een schoolvoorbeeld van beïnvloeding door een speler die géén kleur bekent maar wél, bewust of onbewust, kant kiest.

Op de voorpagina heet het dat de kinderbijslag de Vlaamse partijen verdeeld.

De essentiële en enige vraag gaat over de politieke keuze tussen twee oplossingen. Dat is de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de politici aan de onderhandelingstafel, maar blijkbaar heeft de redactie van dS al een keuze gemaakt. Eens Anders lezen.

De Vlaamse verdeeldheid klinkt niet goed. Meteen worden de voorstanders voor een overdracht naar de gemeenschappen, N-VA en CD&V uitgespeeld tegen de voorstanders van een regionalisering via de gewesten, SP.A en Groen! Feitelijk is zelfs dat verkeerd, want SP.A en Groen! willen helemaal geen splitsing. En als er een moet komen dan kiezen ze voor de Franstalige kant hoewel ook in deze oplossing er verschillen in de kinderbijslag kunnen ontstaan; bij voorbeeld tussen de Vlamingen in Brussel en zij die in buurgemeente Sint-Genesius-Rode wonen. De beste manier om jonge Vlaamse gezinnen aan te porren om hun identiteit overboord te gooien of – wat nog erger is - Brussel te verlaten en zo Brussel cadeau te doen aan de Brusselse Francofonie. Ik kan mij inbeelden dat de overtuigde Vlaamse Brusselaars zoals Sven Gatz, Douglas De Coninck (DM journalist) en Mia Doornaert (ex-dS journaliste) warm worden bij de gedachte dat ze niet langer van die bekrompen Vlamingen zullen afhangen voor hun persoonsgebonden behoeften. Weten rode Caroline en groene Wouter dat in het Franstalig onderwijs, het Nederlands géén verplichte tweede taal is, wegens niet belangrijk genoeg. Iets gehoord van Frank Vandenbroucke? Nochtans is hij de drijvende kracht achter deze keuze. Waarom juist hij, de enige socialist waarvan gezegd werd dat hij een Vlaamse reflex had? Wellicht moeten we het niet ver zoeken en ons gewoon herinneren dat de PS hem destijds uit de federale regering bonjourde en dat wil kandidaat-minister Vandenbroucke geen tweede keer riskeren.

En de speler dS zal u zich afvragen? Wel wat dacht u van volgende titel op de voorpagina van dS die al even correct én veelzeggend zou zijn:

Kinderbijslag: SP.A en Groen! kiezen kant van de Franstaligen!

Ter afsluiting van het voorpaginanieuws lezen we: Aan Franstalige zijde wordt dit dossier stilaan het symbool voor de 'hardleersheid' van de N-VA. Bij heel wat onderhandelaars zoemt almaar meer de vraag 'Wil De Wever wel een akkoord?' Waarmee de redactie bewijst dat ook zij enkel compromisbereidheid verwacht van Bart De Wever en N-VA. Ze hadden voor hetzelfde geld kunnen schrijven dat bij heel wat onderhandelaars almaar meer de vraag zoemt ‘Willen de Franstaligen wel een akkoord’? Ze zouden al even dicht bij de waarheid zitten, maar helaas net zoals de titel klinkt dit al te Vlaams in de oren van een redactie die wellicht niet beseft dat ze kant kiezen. Verdeel en heers is altijd het motto geweest van behoudsgezinden (Belgischgezinde federalisten) die niets liever willen dan dat ook in dit dossier alles bij het oude blijft. Het zou getuigen van eerlijkheid mocht de krant hiervoor ook uitkomen.

Even verder bladeren en zie op blz 4 en 5 heet het dat de kinderbijslag een symbooldossier is. En, beste lezers, zoals we als weldenkende Vlamingen horen te weten zijn symbolen niet belangrijk. Denk maar aan die Vlaamse vlaggen, geel-zwarte signalisatiepalen en andere toeters en bellen. Géén kant gekozen? Beste Bart De Wever, maak er geen staatszaak van, geef toe aan de Franstaligen op dit punt want ten slotte is het toch maar een symbool. Er staat zelfs een drankje plus borrelhapje te wachten als N-VA toegeeft (dixit een ‘groene bron’): Als de N-VA hierin toegeeft, zullen de Franstaligen tot veel meer toegevingen bereid zijn', zegt een groene bron. Opnieuw pure beïnvloeding, want wanneer het mislukt zijn de slechte onderhandelaars meteen gekend: die hardleerse flaminganten die durven hun woord houden. Dat Groen! geen woord heeft, tot daar aan toe, maar verstandige mensen zwijgen dan. En de krant zou wat inkt kunnen uitsparen.

Er is gelukkig één kaderartikel op blz 5, waar dS zijn opdracht naar behoren vervult: namelijk de lezers inhoudelijke informatie geven over het verschil tussen de overdracht naar de gewesten of de gemeenschappen. Aan de hand van een duidelijk voorbeeld; voorwaar zelfs pedagogisch verantwoord! Proficiat aan de auteur ‘lob’ wie dat ook mag zijn; Peter De Lobel?
Wat blijkt eindelijk - na het ontbreken van inhoudelijke informatie en foute interpretaties de afgelopen weken: dat de beide oplossing naar gewesten of gemeenschappen geen schoonheidsprijs verdienen maar wel doenbaar zijn.

Wat hebben we anders kunnen lezen? dat de argumenten van SP.A (Vandenbroucke) vooral thuis horen in een partijpolitieke en persoonlijke agenda en dat Pieters, N-VA, aan de Vlamingen in Brussel dezelfde kinderbijslag wil geven als aan alle andere Vlamingen. Goed om weten wie daartegen is. Maar vooral goed dat het nu eindelijk uitgeklaard is. Met dank aan dS.

Pjotr
ANDERS GELEZEN

09 augustus 2010

Du temps de Jean-Luc

ANDERS GELEZEN

De zaterdagkranten stonden er vol van: Jean-Luc Dehaene werd 70 jaar en dat mag Vlaanderen best geweten hebben. Lovende woorden en hier en daar een bescheiden aanzet tot kritiek. Naast Dehaene kijken is moeilijk, belangrijker echter dan één persoon is het tijdperk (1971 – 2010) waarin Dehaene een betekenisvolle rol speelde. Daarom de krantencommentaren eens Anders lezen.

In De Morgen wijdt Pauli een artikel aan JLD waarin hij onder meer schrijft: 'Den Dikke', zoals zijn bijnaam was, die nadien 'Onze Dikke' werd: ook door niet-partijgenoten geapprecieerd als een belangrijk en gezagsvol staatsman. Opmerkelijk voor een politiek commentator die de christendemocraten niet in het hart draagt. Maar het is slechts het begin want het einde klinkt anders: Vandaag zijn de meeste leidende CD&V'ers eerst Vlaming, en het liefst zo heilig mogelijk, en dan pas christendemocraat. En dus bij uitstek ongeschikt om het land te leiden en nog eens een premier te leveren.
Het klopt alvast dat JLD reeds een politiek zwaargewicht was vooraleer hij ‘verkozen’ werd en het zou nog langer duren voor hij een stemmenkanon werd. Zijn macht bouwde hij op in de kabinetten waar hij kon opereren achter de schermen en zijn beslissingen niet zelf moest ‘verkopen’; zoals hij zelf zei in een HUMO interview (2/08 online). Lezen we de afsluiter van Pauli’s bijdrage erbij, dan wordt nog iets anders duidelijk: namelijk dat hij als commentator vooral zijn persoonlijke mening verkoopt. Typisch voor de Vlaamse kwaliteitspers die meent ons te moeten zeggen welke voorwaarden zij stellen aan toekomstige premiers. Waarin hij wel gelijk heeft: dat niet alleen Dehaene maar ook de andere Nederlandstalige premiers sindsdien, Guy Verhofstadt en Yves Leterme geen Vlaamsgezinden waren of hun overtuiging inslikten om premier te kunnen blijven.

Du temps de Jean Luc waren verkiezingen vervelende verplichtingen en een bron van grote onkosten. Dat de politieke partijen toen corrupt waren en zich al te gemakkelijk lieten sponsoren door grote bedrijven wordt niet meer ontkent (ironisch dat het precies de ‘werkliedenpartij’ was die geconfronteerd werd met de Agusta omkoping in 1988). Dit schandaal zou leiden tot de publieke financiering (1989; ongeveer 85 % van alle inkomsten) van de politieke partijen op basis van hun kiesresultaat. Helaas kortwiekte het nieuwe systeem niet alle onverkozen machtscenakels. De middenveldorganisaties, leveranciers van het kiesvolk, mochten hun verregaande invloed behouden en zouden dank zij de verworven kennis elke democratische besluitvorming blijvend onder curatele plaatsen. Hoe dan ook, door zichzelf (te) royaal te bedienen heeft men van een democratische oefening een bron van geldgewin gemaakt voor een voor zichzelf levende particratie, waardoor, met de woorden van Rik Van Cauwelaert, politici meer leven van de politiek dan voor de politiek. Deze bittere vaststelling wordt nog versterkt door de vaststelling dat deze partijen-zonder-democratie evenmin konden dulden dat de - nochtans vooraf geselecteerde - verkozenen ook nog eens macht zouden hebben. Vandaar was het slechts een logische stap naar de uitholling van de parlementaire democratie en we weten dat Dehaene als premier hiertoe daadwerkelijk heeft bijgedragen. Daarom klinkt het werkelijk hypochriet wanneer Dehaene in het reeds geciteerd interview met Humo laat optekenen: 'Ik heb altijd gezegd dat de democratie in staat is zichzelf kapot te maken: ik vraag me af of het nu niet aan het gebeuren is'.

In dit machtsdenken pastte eveneens zijn oproep om niet te stemmen voor N-VA. Het heette dat de versnippering van het politieke landschap regeren onmogelijk maakte. Welnu, de kiezer heeft hem gelijk gegeven en van N-VA de grootste partij gemaakt en in zijn meerderheidssysteem hadden ze zelfs de absolute macht gekregen. Zijn eigen CD&V werd meteen herleid tot de Zestien Belgicisten. Het is een beetje gênant dat een groot politicus die, zoals hijzelf verkondigde op de radio enkel nog duiven mist om de ware volksmens te verzinnebeelden, weigert in te zien dat de versnippering van het Vlaamse politieke landschap niet de oorzaak is van de actuele (CD&V) ellende, maar het gevolg van een sluipend ondemocratisch proces, waarbij de partijen en de uitvoerende macht steeds minder belang hechtten aan het maatschappelijk draagvlak voor hun beleid. Of correcter, dat het maatschappelijk draagvlak in de beide taalgemeenschappen steeds minder gelijk spoorde en het verkopen van het federaal beleid uit pure noodzaak herleid werd tot een marketingprobleem, inclusief het gebruik van verschillende argumenten en interpretaties afhankelijk van het publiek in Noord en Zuid; kromtaal, totaal ongeloofwaardig en soms pure volksverlakkerij.

De conclusie is duidelijk: du temps de Jean-Luc werd de (parlementaire) democratie – de confrontatie tussen meerderheid en minderheid - geliquideerd en ik zie niet in hoe België op dat vlak nog een meerwaarde kan hebben voor Vlaanderen, zolang dit democratisch deficit blijft bestaan.

De commentaren hebben het ook over de grote communautaire verdiensten van JLD en Co. Toch even Anders lezen en de vraag stellen of dat de verdienste was van de Vlaamse onderhandelaars en of dit ook van België een beter land maakte.

In Knack (4/08) schreef historicus Yvan Vanden Berghe: ‘de Koningskwestie confronteerde de Walen wel met het numeriek overwicht van Vlaanderen en dat zijn ze nooit meer vergeten’. Deze opmerking wint nog aan relevantie wanneer men de institutionele hervormingen bekijkt. Toch nog even dit over de Koningskwestie: ondanks het gunstig referendum voor Leopold III, hebben de Walen ook deze democratische uitspraak niet aanvaard en diende Leopold III toch troonsafstand te doen onder dreiging met straatgeweld en jawel, de afscheuring van Wallonië (inclusief de toezegging van Franse militaire steun). Ik denk niet dat de weldenkende Vlamingen naar de wapens zouden gegrepen hebben.

Vanuit het hiervoor aangehaalde perspectief kan men stellen dat de institutionele hervormingen niet zozeer een verdienste van de Vlaamse politici waren, maar vooral dienden om de Vlaamse meerderheid in de unitaire staat definitief te breken. En zo gebeurde het. Trouwens, uit alles wat ik las blijkt dat in de ganse periode Dehaene, de Vlaamse politici altijd toegegeven hebben aan de essentiële eisen van de Franstaligen en dat wij voor elke bekomen ‘toegeving’ (te) duur hebben betaald zal geen zinnig mens nog ontkennen. Hoeveel moet dat kosten vroeg de rijke; is dat een prestatie om fier op te zijn?
Zo werd tegemoet gekomen aan de onverzadigbare financiële eisen van Wallonië die slechts een PS geïnspireerde politiek kon voeren dank zij melkkoe Vlaanderen. Overigens, onder leiding van Guy Verhofstadt ontspoorde de staatsfinanciering helemaal en opnieuw was het om toch maar de Franstaligen in de Paarse regering ter wille te zijn. Het is wel Dehaene’s verdienste (en deze van Herman Van Rompuy) om België in de euro-zone te loodsen (2002), maar daarnaast blijft het feit dat België, tenminste Wallonië en Brussel, altijd boven zijn stand is blijven leven. In Knack werden hieraan talrijke bijdragen gewijd en zelfs Alfons Verplaetse, gewezen voorzitter van de nationale bank, noemde de besparingen ten tijde van Dehaene/Van Rompuy, klein bier in vergelijking met de huidige desastreuze toestand. En wie denkt u, beste lezers, zal voor die besparing van 25 miljard euro – duizend miljard Belgische frank zoals Di Rupo verduidelijkte - vooral opdraaien, willens nillens?

Het is naïef om niet te beseffen dat ook in dit domein België geen meerwaarde is voor Vlaanderen. Maar we kunnen best fier zijn op onze solidariteit. Deze bijdrage wordt in Vlaanderen al te zeer onderschat: ze betekent volgens prof H. Capron, ULB, dat het Waalse Binnenlands Regionaal Product maar liefst 25 % hoger ligt dan zonder die transferts (102 % ipv 77,3 % van het Europees gemiddelde). Volgens Claude Thayse (RWF) zouden de belastingen in Wallonië met 16 à 20 % moeten verhoogd worden mocht de Vlaamse steun wegvallen. Met ander woorden, de Vlaamse steun is van levensbelang voor Wallonië en toch, toch puurden de Vlaamse zogenaamde ‘machts’politici hieruit niet de macht om het spilzieke Wallonië tot de orde te roepen, Brussel te dwingen tot een efficiënter bestuur. Dat in deze omstandigheden de Franstaligen blind blijven voor de Vlaamse eisen en aanspraken maken op delen van Vlaanderen, tart elke verbeelding. Wat hebben onze politici met al hun macht dan wél gedaan?

De vraag hoelang Vlaanderen nog in staat zal zijn om deze achterstand te compenseren wordt cruciaal voor wat er politiek zal gebeuren. Ik kan mij niet inbeelden dat de huidige Belgischgezinde politici net zoals Dehaene en Co blijvend het confederaal model kunnen afwijzen, wanneer ze gedwongen worden om aan hun kiezers uit te leggen dat belangrijke maatschappelijke behoeften – waaronder de bestrijding van de armoede in Vlaanderen – niet meer kunnen gehonoreerd worden, maar er wel geld is voor een geldverkwistende Belgische constructie.

Even terugkeren in de tijd.
Het eerste en wellicht sterkste signaal dat de beide gemeenschappen vervreemdden van mekaar, was de splitsing van de politieke partijen volgens taalgemeenschap (CVP in 1972). De splitsing van de Leuvense universiteit (1970) was hieraan niet vreemd en even terzijde, net zoals tijdens de Koningskwestie was het dankzij massaal straatprotest dat de politici door de knieën gingen en Leuven Vlaams werd, tégen de wensen van de Belgischgezinde politieke elite én de katholieke kerk in, maar mét steun van de media.

Hoe te verklaren dat de Vlaamse natievorming aan belang bleef winnen ondanks de hervormingen waardoor Vlaanderen op cultureel vlak onafhankelijk werd? Precies door de compromissen van loodgieter Dehaene, die er telkens in slaagde een politiek aanvaardbare oplossing te vinden maar deze niet meer verkocht kreeg. Het zijn precies die ‘scheve dromedarissen’ waar de Vlamingen hun buik van vol hebben. Compromissen zonder dat de samenlevingsproblemen (vooral in Vlaams Brabant) werden opgelost, integendeel zorgden voor nog meer frustraties aan beide zijden. Zonder dat Vlaanderen de kans kreeg om een aangepast socio-economische beleid te voeren en er járen verloren zijn gegaan ten gevolge van het federaal immobilisme.

De vraag lijkt mij daarom niet zozeer waarom die drang naar zelfstandigheid is blijven groeien, maar wel hoe het mogelijk is dat het zolang duurde vooraleer dit vertaald werd in een historisch electoraal succes van een Vlaamsnationale partij die België wil ontmantelen?

Dit brengt mij tot het laatste punt in deze korte analyse: de rol van de media.
Het blijft veel weldenkende Vlamingen verbazen hoe het kon dat bestuurders en redacties van ‘kwaliteits’kranten zoals De Morgen en De Standaard deze politieke evolutie zo kritiekloos hebben aanvaard en zelfs verdedigd. Dat ze de ganse periode van de institutionele hervormingen niet hebben ingezien dat elk compromis ontoereikend was en de communautaire onvrede bevorderde in plaats van een oplossing dichterbij te brengen. Dat ze ondanks alle signalen bleven vasthouden aan een verschrompelende staat. Niet omdat ze zoveel argumenten hadden ten voordele van DIT België, maar wellicht vanuit een anti-Vlaams sentiment. Omdat ze overtuigd waren en nog altijd zijn, dat een zelfstandiger Vlaanderen alleen maar meer bekrompenheid zou opleveren. Calimero’s zijn het. Ruiters op lelijke dromedarissen die, net als België, in een woestijn van drijfzand dreigen te verstikken.

Hierbij hoort een ultieme vraag: zouden wij niet veel sneller tot een harmonieuze samenleving zijn gekomen mochten de media onverkort achter de Vlaamse eisen hebben gestaan? Mochten ze een zelfstandig Vlaanderen en Wallonië, die op vrijwillige basis samenwerken, meer genegen zijn geweest dan DIT België?

Als epiloog een recente uitspraak van JL Dehaene op de radio (7/08): N-VA en PS moeten eerst een compromis sluiten onder elkaar. Waar ook de media nu al wekenlang op aansturen. Is dat een gebrek aan inzicht, of het zich obstinaat vastklampen aan het enige (eigen) groot gelijk. Aan u, beste lezers, om hierover te oordelen. Wordt het opnieuw een fata morgana?

Pjotr
ANDERS GELEZEN

05 augustus 2010

Aangeschoten wild en lekken in komkommertijd

ANDERS GELEZEN

Het zijn moeilijke tijden voor politieke analisten en wetstraatjournalisten. Gelukkig zijn er ook mensen die hiervan profiteren. Eens interessant doen en lekken wat niet mag geweten worden is altijd meegenomen in tijden van nieuwsschaarste. Of eens andere belangrijke onderwerpen op de voorgrond plaatsen. Dat laatste deed DS (4/08) met een voorpagina én commentaar over die domme ING bank die zestigplussers wou beperken in hun centjes uit de muur halen. Met als titel: Senioren doen ING bakzeil halen en een conclusie op de voorpagina: De zaak zal de komende jaren wellicht de marketinghandboeken halen, als voorbeeld van hoe de markt totaal verkeerd ingeschat kan worden. Waar zit de maatschappelijke relevantie? Erger, wie aandacht had voor de bedoeling en argumentatie van ING kan zoveel misleiding enkel lezen als goedkope kritiek. De banken zijn blijkbaar aangeschoten wild en neen, ik heb geen aandelen noch enig ander belang bij ING.

Het commentaar van Guy Tegenbos werd eveneens aan deze onvoorstelbaar relevante blunder gewijd. Komkommertijd, ook voor een gewaardeerd senior wetstraatjournalist. Een sterk staaltje taalbeheersing daarenboven gezien het aantal tekens van het commentaarstukje vastligt, ook als er weinig nieuws te vertellen valt. Maar ik denk dat hij dat stukje vooral schreef om de boodschap in de laatste paragraaf te kunnen schrijven, (aan de politici): Ze werken nog altijd mee aan bedrijfsonderhandelingen die leiden tot het afdanken van mensen, enkel en alleen op grond van hun leeftijd. Ook dat is discriminatie. Discriminatie, is dát niet belangrijk? Wat dacht u van het Nederlandse meisje dat omwille van haar jeugdige leeftijd niet mag gaan zeilen en waarom stemrecht pas op 18 jaar, …? De ene jongere is net zoals een oudje de andere niet. Dan maar wetten maken op individuele maat gesneden? Overigens, is laxisme beter dan discriminatie?

Even Anders Lezen?
Zijn uitspraak deed mij terugdenken aan mijn studententijd, toen Prof Van Passel aan de KMS in zijn cursus logisch denken, ons volgende redenering voorlegde:
Wij werken in de eerste plaats om geld te verdienen. En met dat geld organiseren we dan ons leven; studeren, trouwen, kinderen opvoeden en tenslotte genieten van de oude dag. Maar het systeem zit niet logisch in mekaar. Op het moment dat we het meeste geld nodig hebben – om een eigen huis te bouwen, de kinderen te laten studeren en zelf ook een beetje te genieten van de broze gezondheid – verdienen we bijlange niet zoveel als de ouderen die géén schoolgaande kinderen meer hebben, die hoewel ze de hoogste wedde krijgen steeds minder gedreven zijn en al eens de tijd nemen voor een namiddagje tafelen. Is dat niet onlogisch? Ja, vonden we, want tenslotte waren we jong en zouden niets liever hebben dan dat onze wedde sneller zou toenemen. Dat we later minder zouden verdienen was nog zo veraf en leek toen minder belangrijk. Zou dat ook discriminatie zijn, het inkomen afstemmen op de tijdsgebonden behoeften? Logisch toch én met enkele positieve (financiële) gevolgen. Zo zouden alle pensioenen die berekend worden op de ‘laatste jaren’ dalen en toch zou het verschil tussen pensioen en de laatste wedde kleiner worden; de overgang minder brutaal. Misschien kan dS eens een beginnend journalist hierover een commentaar laten schrijven.

In dezelfde dS editie werd een artikel gewijd aan de lekken in La Libre Belgique. Over de eisen die N-VA zou gesteld hebben tijdens de onderhandelingen. N-VA betreurde het lek en dS had zijn les geleerd en ging heel omzichtig te werk. Een grote foto om de publicatieruimte te vullen en een beetje tekst, zonder verduidelijking over de al of niet gestelde eisen voor de staatshervorming. Eens Anders Lezen.

Even teruggaan naar verkiezingstijd: toen werd van diverse kanten gepleit voor een grondige staatshervorming op basis van de subsidiariteitsregel: de gewesten en gemeenschappen zouden bevoegd worden voor alles en de onderhandelingen dienden te gaan over wat we samen nog willen doen op (con)federaal niveau. Dat zei zelfs Di Rupo op de RTBF, ‘Que voulons nous encore faire ensemble?’. Het volstaat om artikel 35 van de Grondwet in te vullen. En laten we nu eindelijk eens inzien dat een dialoog over wat we nog samen willen doen de énige manier is om op voet van gelijkheid (in plaats van telkens bedelende partij te zijn) de toekomst van Vlaanderen en Wallonië gestalte te geven.

De lekken maken alvast duidelijk dat deze logica niet gevolgd werd en de klassieke onderhandelingen enkel kunnen leiden tot een ‘compromis à la belge’, of mislukken als de Vlaamse onderhandelaars eens on-Vlaams, voet bij stuk houden. Weldenkende Vlamingen zoals Jean Pierre Rondas (VRT, producer radio Klara), kwamen al tot deze conclusie: dat klassieke onderhandelingen geen zin hebben. In zijn opmerkelijke 11-juli toespraak stond onder meer de reden waarom: omdat onderhandelingen in het Belgisch denkkader enkel mogelijk zijn als de Vlamingen compromisbereid zijn terwijl de Franstaligen dat niet hoeven te zijn.
Tijd voor VERANDERING zoals N-VA in zijn verkiezingscampagne vooropstelde is dus géén inhoudsloze slogan maar absolute noodzaak wil men de (vooral Brusselse) Franstaligen doen beseffen dat hun dominante positie voorbij is. Verandering door op de eerste plaats de dialoog over de toekomst van België en Vlaanderen te voeren op een andere manier. Zo ver zijn we blijkbaar nog niet maar toch heel dichtbij? Wim Van de Velden schrijft in het commentaarstukje van DT (31/07): Bart De Wever & co zullen het land maar willen redden, als het wordt ontmanteld en Vlaanderen op eigen benen kan staan. Dat is de paradox waar Elio Di Rupo voor staat.

Zijn lekken absoluut fout?
In zijn commentaar verwijt Guy Tegenbos de ING bank dat ze te paternalistisch tewerk zijn gegaan; betutteling is onaanvaardbaar. Maar wat zijn lekken anders dan een reactie op betutteling. Hoewel lekken geen positieve bijdrage zijn, kan men evenmin ontkennen dat al dat achterafkamergedoe de geloofwaardigheid van de politieke wereld geen deugd doet. Werden we niet al te dikwijls door ondermaatse democraten belazerd? Werden we niet al te dikwijls misleid en kenden we pas de gevolgen als het te laat was; denk maar aan de al of niet uitdovende taalfaciliteiten in Vlaanderen? Gelukkig blijkt uit de lekken dat het ditmaal alsnog niet zo’n vaart loopt.

Een lek is niets meer dan een roep om transparantie, een schot voor de boeg. Het is hygiënisch en doet deugd. Of zoals een N-VA sympathisante mij schreef nadat ik haar het artikel uit LLB toestuurde: Dank je wel voor deze bijzonder hartverwarmende info. Dit maakt mijn dag meer dan goed.

Pjotr
Anders Gelezen
http://anders-nieuws-extra.blogspot.com/