ANDERS GELEZEN
In De Standaard van 22 september, analyseert Bart Brinckman de moeilijkheden van de politieke partijen om degelijk politiek personeel aan te werven. Zijn conclusie: De rekrutering aan de bron hapert. Niet iedereen heeft zin om aan politiek te doen. Partijen moeten daarom op zoek naar toptalent dat bereid is om zijn privéleven op te offeren tot meerdere eer en glorie van het idealisme. Een correcte analyse maar er zijn belangrijker vragen waar we hoogdringend antwoorden moeten op krijgen. Bijvoorbeeld:
Hoe kunnen we ervoor zorgen dat het parlement opnieuw zijn wetgevende opdracht kan uitvoeren op een onafhankelijke manier?
In een parlementaire democratie waar de spelregels verkracht worden en de (wetgevende) macht slechts de kwispelende staart is van een niet eens mooie pitbull, de uitvoerende macht, is dat niet evident.
Wat er zoals misloopt?
De ongelijkheid, om te beginnen. Niet elke verkozene heeft eenzelfde aantal stemmen nodig om verkozen te worden. Het hangt af van de partij waartoe men behoort en van het gewest. Bij de federale verkiezingen van 2007 voor de Kamer resulteerden de 4.043.105 Vlaamse stemmen in 88 Kamerzetels of anders gezegd, elk zitje ‘kostte’ gemiddeld 45.944 stemmen. Voor de Franstaligen was dat een stuk minder, 39.285 stemmen. Onderling tussen de partijen waren de verschillen nog groter: Groen! kreeg voor 265.828 stemmen slecht vier zitjes (66.457 stemmen voor één zetel), terwijl CD&V/V-VA, met 1.2034.950 stemmen 30 zetels binnenhaalde (41.165 stemmen per verkozene). Dat betekent nog min nog meer dat via een ingewikkeld berekeningssysteem, politiek België het algemeen stemrecht heeft verkracht.
Alle andere bekende ‘ingrepen’ (aanduiding van verkiesbare plaatsen door de partij, regelingen voor plaatsvervangers en opvolgers, …) zorgen er samen voor dat de parlementaire democratie niet meer kan functioneren. De conclusie is al langer bekend maar mag nog eens herhaald worden: België is slechts in naam een parlementaire democratie. In werkelijkheid zijn de machtshebbers enkele partijbonzen én een kluwen van ondoorzichtige formele en informele organisaties die allen samen het establishment vormen.
Hun belangrijkste doel is de instandhouding van dit lucratief systeem.
Het is daarom nutteloos om beroep te doen op het zelfreinigend vermogen van dit allesomvattend machtsinstrument. Het is zelfs pijnlijk te horen dat de meest prominente leden ervan de eersten zijn om anderen (soms terecht) met de vinger te wijzen. Om bij voorbeeld deontologische regels op te leggen aan hun ondergeschikten. De verwevenheid van het kapitalisme (de wereld van het grootkapitaal en de economische spelers zoals het VBO, ...), de politieke macht, Justitie én (soms heel duidelijk) de media als vierde macht, is zo vanzelfsprekend geworden dat transparantie en zindelijkheid niet meer de norm kán zijn. Men blijft de eigen koekoeksjongen voeden; zelfs de meest wantrouwige leden van deze maatschappij, de ‘scheppende’ kunstenaars, zijn al evenzeer poenscheppende vazallen geworden.
Wat we recent meemaken en veel kwaad bloed zet, zijn de symptomen van een algehele normvervaging. Een regime waarvan het blikveld verengd is tot zijn materialistische aspecten, een budgettair evenwicht op basis van imaginaire normen, voorop. Dat de maatschappij uit balans is?
Een politieke leefwereld waar dé problemen herleid worden tot (partij)politieke compromissen waarbij men zelfs het nut van een maatschappelijk draagvlak niet meer inziet; zich alleen nog afvraagt ‘hoe men het kan verkopen’! Willen de politieke partijen nu eens eindelijk bekennen dat ze niet voor het algemeen belang pleiten maar voor één invalshoek van dit belang: hùn belang!
Is het niet getuigen van een absoluut gebrek aan respect voor de parlementaire democratie, wanneer één van de machtigste vrouwen en partijvoorzitter, verklaart dat men beter kan onderhandelen over de toepassing van de grondwet dan dat men het parlement zou toelaten haar werk te doen? Dat de machtsdeelname (regeren) belangrijker geworden is dan onze instellingen? Het schaamlapje dat het anders nog erger zou zijn, is op zich reeds een bekentenis van intellectuele armoede, maar daarenboven nooit geprobeerd en dus nooit bewezen.
Wanneer men van België terug een parlementaire democratie wil maken moet men de particratie radicaal aan banden leggen. Daarvoor bestaat maar één manier: pak hen de centen af en het systeem van ‘ons kent ons en samen zorgen we voor mekaar’ stuikt in mekaar als een kaartenhuisje. Want één ding beseft men maar al te goed: alleen de graaicultuur houdt hen samen.
Dit politiek systeem veroorzaakt een nog ergere ziekte: het geestdodend effect van een particratie/nomenclatura die mensen dwingt in een intellectueel keurslijf en ze daarvoor betaalt. Dat diezelfde roergangers verdraagzaamheid prediken voor andere visies is op zijn minst een merkwaardige intellectuele oefening. Verbazend dat ook wijze politici daar geen probleem mee hebben.
Het is hoog tijd om méér te doen dan analyses maken. Twee maatregelen dringen zich op als men werkelijk wil komen tot een maatschappelijk gedragen democratie:
1. Ontneem de partijen de macht om alleen te bepalen wie een verkiesbare plaats krijgt en organiseer voorverkiezingen, zoals recent uitgetest werd in Engeland. Niet de partijen maar kandidaten mogen daarvoor beroep doen op middelen van ‘het volk’.
2. Ontneem de partijen de macht om te beslissen welke de inkomsten (vooral de bonussen) zijn en om het sociale vangnet te organiseren (afhankelijk van de grootte van de partijen). Volksvertegenwoordigers moeten méér zijn dan partijvertegenwoordigers . Dat een witte raaf minder rechten heeft op een vangnet enkel en alleen omdat zijn partij kleiner is en minder alternatieve ‘postjes’ heeft is je reinste discriminatie!
Onafhankelijke VOLKSVERTEGENWOORDIGERS zijn door het volk verkozen; dáár hoort ook de beslissing over loon naar werken bij.
Pjotr
28 september 2009
22 september 2009
Niet rijk maar steenrijk - Redelijk onbenullig
ANDERS GELEZEN
Mijn geheugen laat mij in de steek. Ik weet niet meer precies wanneer Maurice Lippens de vraag van een journaliste beantwoordde met , Neen mevrouw, ik ben niet rijk, ik ben steenrijk. Gezien zijn recent palmares ware het veel beter geweest mocht hij dan rentenier geworden zijn. Helaas is het voor superrijken nooit genoeg; altijd groter tot ze beginnen zweven, Icarus achterna.
In DS (22/09) schrijft Paul Huybrechts, publicist en voorzitter van de Vlaamse Federatie van Belggingsclubs - VFB, een zeer degelijk artikel over Fortis -Lippens. Zonder hoofdletters noch uitroepingstekens nuanceert dit artikel de stroom oppervlakkige informatie die elke dag de kranten vulden. Dat we moeten wachten, zegt hij, tot de experts alle informatie verzameld hebben en de rechbank geoordeeld heeft over schuld of onschuld. Maar het artikel spreekt Lippens wel tegen als die beweert dat de tsunami (financiële crisis) hem net zo verrast heeft als de gewone man. Fout, want er waren voldoende aanwijzingen die Lippens echter in de wind geslagen heeft. Toch jammer dat de journalist van dienst geen waardiger titel vond dan 'Het platte populisme van Maurice Lippens'.
Redelijk onbenullig
In dezelfde editie, op de tweede bladzijde, lezen we dat iemand een 'redelijk onbenullig politicus is'. Klinkt alvast niet heel vriendelijk en nogal gratuit als blijkt dat deze schimpscheut er verder niet toe doet in de overigens interessante commentaar. Misschien wou hij niet onderdoen voor de uitspraak van daags voordien toen op dezelfde bladzijde te lezen was dat 'Lippens lult'. Klinkt ten minste veel kernachtiger dan Lippens kletst uit zijn nek. Of was het een subtiele verwijzing naar een ander gezegde: 'niet lullen, zakken vullen'?
Maar er zijn veel belangrijker bedenkingen die wel passen in deze problematiek maar (nog) niet aan bod kwamen. Zo is er een Zwitserse studie die aantoont dat parlementsleden die afhankelijk zijn voor hun inkomen van een politieke partij slecht zijn voor de democratie. Dat alle macht zich daardoor concentreert bij die enkele partijbonzen. Zou dát niet eens het onderwerp kunnen zijn voor een diepgravend debat in mijn krant? Dat niet de partij maar het volk zorgt voor een vangnet?
Niet iedereen die in de politiek stapt krijgt een contract maar is het niet redelijk, rationeel en menselijk, dat men zo goed mogelijk voor iemand zorgt als hij uit de boot valt? Helaas is het voor kleine partijen moeilijk om voor enige zekerheid, een vangnet te zorgen, terwijl grote partijen het veel makkelijker hebben. Deze problematiek is overigens een kwalijke en besmettelijke ziekte in ons landje, waardoor we steeds verder afglijden naar toestanden zoals in Oostenrijk waar een heuse nomenclatura naar aloude sovjetstijl regeerde tot in oktober 1999 het volk liet weten dat ze het beu was; die postjes die gecreëerd werden ter meerdere eer en glorie van de partij.
Zou ik geen speechwriter of intendant kunnen worden van een of ander Huis?
Pjotr
Anders gelezen
Mijn geheugen laat mij in de steek. Ik weet niet meer precies wanneer Maurice Lippens de vraag van een journaliste beantwoordde met , Neen mevrouw, ik ben niet rijk, ik ben steenrijk. Gezien zijn recent palmares ware het veel beter geweest mocht hij dan rentenier geworden zijn. Helaas is het voor superrijken nooit genoeg; altijd groter tot ze beginnen zweven, Icarus achterna.
In DS (22/09) schrijft Paul Huybrechts, publicist en voorzitter van de Vlaamse Federatie van Belggingsclubs - VFB, een zeer degelijk artikel over Fortis -Lippens. Zonder hoofdletters noch uitroepingstekens nuanceert dit artikel de stroom oppervlakkige informatie die elke dag de kranten vulden. Dat we moeten wachten, zegt hij, tot de experts alle informatie verzameld hebben en de rechbank geoordeeld heeft over schuld of onschuld. Maar het artikel spreekt Lippens wel tegen als die beweert dat de tsunami (financiële crisis) hem net zo verrast heeft als de gewone man. Fout, want er waren voldoende aanwijzingen die Lippens echter in de wind geslagen heeft. Toch jammer dat de journalist van dienst geen waardiger titel vond dan 'Het platte populisme van Maurice Lippens'.
Redelijk onbenullig
In dezelfde editie, op de tweede bladzijde, lezen we dat iemand een 'redelijk onbenullig politicus is'. Klinkt alvast niet heel vriendelijk en nogal gratuit als blijkt dat deze schimpscheut er verder niet toe doet in de overigens interessante commentaar. Misschien wou hij niet onderdoen voor de uitspraak van daags voordien toen op dezelfde bladzijde te lezen was dat 'Lippens lult'. Klinkt ten minste veel kernachtiger dan Lippens kletst uit zijn nek. Of was het een subtiele verwijzing naar een ander gezegde: 'niet lullen, zakken vullen'?
Maar er zijn veel belangrijker bedenkingen die wel passen in deze problematiek maar (nog) niet aan bod kwamen. Zo is er een Zwitserse studie die aantoont dat parlementsleden die afhankelijk zijn voor hun inkomen van een politieke partij slecht zijn voor de democratie. Dat alle macht zich daardoor concentreert bij die enkele partijbonzen. Zou dát niet eens het onderwerp kunnen zijn voor een diepgravend debat in mijn krant? Dat niet de partij maar het volk zorgt voor een vangnet?
Niet iedereen die in de politiek stapt krijgt een contract maar is het niet redelijk, rationeel en menselijk, dat men zo goed mogelijk voor iemand zorgt als hij uit de boot valt? Helaas is het voor kleine partijen moeilijk om voor enige zekerheid, een vangnet te zorgen, terwijl grote partijen het veel makkelijker hebben. Deze problematiek is overigens een kwalijke en besmettelijke ziekte in ons landje, waardoor we steeds verder afglijden naar toestanden zoals in Oostenrijk waar een heuse nomenclatura naar aloude sovjetstijl regeerde tot in oktober 1999 het volk liet weten dat ze het beu was; die postjes die gecreëerd werden ter meerdere eer en glorie van de partij.
Zou ik geen speechwriter of intendant kunnen worden van een of ander Huis?
Pjotr
Anders gelezen
16 september 2009
Pleidooi voor geloofwaardigheid op lange termijn
ANDERS GELEZEN
In De Standaard (15/09) krijgen onze goede bestuurders van weleer de kans om eens hun gedacht te zeggen over de federale schuldenberg en wat we daaraan moeten doen.
Luc Coene gewezen raadgever van Guy Verhofstadt komt uitleggen dat Paars het toch niet zo goed heeft gedaan. Dat al die snoepjes nu onverteerbare stenen zijn geworden die nog heel lang op onze budgettaire maag zullen blijven liggen. Maar dat belet hem niet om advies te geven: de kloof tussen de pensioenen van de ambtenaren en de privé-sector is te groot en dus moeten de ambtenarenpensioenen naar beneden. Terwijl uit vergelijkende studies met het buitenland blijkt dat ze daar veel hoger pensioenen hebben en onze pensioenen (in de privé-sector) moeten stijgen om de kloof te verkleinen.
Dirk Van Mechelen de gewezen Vlaamse begrotingsminister vindt dan weer dat Vlaanderen zich niet mag verschuilen achter doctrines (de Maddens-strategie) en samen met de andere gewesten moet werken aan een oplossing voor de overheidsschuld. Fijn dat iemand zo’n verstandige taal spreekt. Alleen is het nogal ongeloofwaardig en wel om twee belangrijke redenen:
1. Precies de samenwerking met de Franstaligen op federaal niveau tijdens 8 jaar Paars is de grootste oorzaak van het ineenklappen van de overheidsfinanciën. Was het niet onder Paars dat de federale staat werd uitgekleed door de federale regering via een financieringswet die er kwam om de samenwerking met de Franstaligen te smeren? Tegelijk mochten de liberalen scoren met een belastingsvermindering en een notionele belastingsaftrek die de deuren wijd open zette voor oneigenlijk gebruik, inclusief door Belgacom … waarvan de CEO pas na jaren beleid voor het eerst een Vlaamse vestiging bezocht en op onevenredige manier de Waalse sport sponsort.
2. Een tweede reden waarom zijn pleidooi hol klinkt is de simpele vaststelling dat de liberale oproep al decennia lang in dovemansoren valt ten zuiden van de taalgrens (ook de MR kon het tij niet keren), waardoor zijn oproep alleen gericht is aan de Vlamingen en hun zo verdomde Maddens-doctrine. Stoerdoenerij nu men regionaal in de oppositie zit, maar vooral uit onmacht tegenover zij die de grootste schuld dragen voor de financiële strop waaraan België ligt te spartelen!
Het wordt zelfs nog ongeloofwaardiger, als men bedenkt dat Van Mechelen en ‘la baronne’ eigenlijk vragen aan de “Wrokkige Vlamingen” om zo snel mogelijk geld opzij te zetten in plaats van te investeren om de toekomst veilig te stellen. Dezelfde gewezen liberale begrotingsminister die voor de regionale verkiezingen nog snoepjes wilde uitdelen. Maar wat helemaal absurd klinkt: dat men Vlaanderen vraagt om de logica die de federale regering (een laks begrotingsbeleid omwille van de crisis) huldigt, niet zelf toe te passen. Met andere woorden, omdat de federale staat niet in staat is het probleem op te lossen waaraan Vlaanderen géén schuld heeft, moet het nu opnieuw de schuld op zich nemen.
Is dat niet een hypotheek leggen op de welvaart in Vlaanderen? Zou het niet getuigen van geloofwaardigheid op lange termijn om de welvaart van de enige regio die nog kan zorgen voor de instandhouding van het sociale zekerheidsstelsel in het ganse land, alle kansen te geven zodat er ook nog een toekomst is voor een Belgische sociale zekerheid?
Helaas stopt het niet alleen bij het ongeloofwaardige blauwe verhaal. Paars, was ook socialistisch en dus zouden en moesten de gezondheidsuitgaven stijgen; jaarlijks 4,5 % boven de index! Dat klinkt leuk, zolang men niet spreekt in cijfers in plaats van procenten. 4,5 % per jaar betekent dat na 15 jaar de uitgaven in centen verdubbeld zijn (verdubbelingstijd T= 70/4,5). Deze stijging wordt met het jaar exponentieel groter ook al blijft het in procenten gelijk. Mocht men stoppen met die volksverlakkerij zouden de mensen veel sneller beseffen dat zoiets niet kan. Hetzelfde met de staatsschuld die in % van het BBP daalde maar waarvan het bedrag NOOIT is gedaald, integendeel.
De verantwoordelijkheid van de Vlaamse liberalen in het virtuele faillissement van België zou moeten aanzetten tot bescheidenheid. Door hun federaal immobilisme en wanbeheer zit België diep in de shit en dreigt het Vlaanderen mee te sleuren. Dat premier Van Rompuy en CD&V evenmin het tij kunnen keren toont hoe erg het gesteld is met de federale besluitvorming. Wie daaraan nu mee doet is medeplichtig en moet later niet komen uitleggen waarom Vlaanderen zijn welvaart verloor.
Of zoals Bart Sturtewagen het duidelijk stelde in zijn commentaar: “Wie kan met gezag het pad uittekenen dat we moeten gaan om de fundamenten van onze welvaartsstaat duurzaam te behouden en te versterken? Is het aanvaardbaar dat we eerst nog enkele jaren tekorten opbouwen en pas nadien volop beginnen te besparen? Of is dat een geheid recept voor een sociaal-economische ramp? Wat de grote budgetopties betreft is het nu de tijd om te spreken. Straks doet het er niet meer toe”.
Pjotr
Anders Gelezen
In De Standaard (15/09) krijgen onze goede bestuurders van weleer de kans om eens hun gedacht te zeggen over de federale schuldenberg en wat we daaraan moeten doen.
Luc Coene gewezen raadgever van Guy Verhofstadt komt uitleggen dat Paars het toch niet zo goed heeft gedaan. Dat al die snoepjes nu onverteerbare stenen zijn geworden die nog heel lang op onze budgettaire maag zullen blijven liggen. Maar dat belet hem niet om advies te geven: de kloof tussen de pensioenen van de ambtenaren en de privé-sector is te groot en dus moeten de ambtenarenpensioenen naar beneden. Terwijl uit vergelijkende studies met het buitenland blijkt dat ze daar veel hoger pensioenen hebben en onze pensioenen (in de privé-sector) moeten stijgen om de kloof te verkleinen.
Dirk Van Mechelen de gewezen Vlaamse begrotingsminister vindt dan weer dat Vlaanderen zich niet mag verschuilen achter doctrines (de Maddens-strategie) en samen met de andere gewesten moet werken aan een oplossing voor de overheidsschuld. Fijn dat iemand zo’n verstandige taal spreekt. Alleen is het nogal ongeloofwaardig en wel om twee belangrijke redenen:
1. Precies de samenwerking met de Franstaligen op federaal niveau tijdens 8 jaar Paars is de grootste oorzaak van het ineenklappen van de overheidsfinanciën. Was het niet onder Paars dat de federale staat werd uitgekleed door de federale regering via een financieringswet die er kwam om de samenwerking met de Franstaligen te smeren? Tegelijk mochten de liberalen scoren met een belastingsvermindering en een notionele belastingsaftrek die de deuren wijd open zette voor oneigenlijk gebruik, inclusief door Belgacom … waarvan de CEO pas na jaren beleid voor het eerst een Vlaamse vestiging bezocht en op onevenredige manier de Waalse sport sponsort.
2. Een tweede reden waarom zijn pleidooi hol klinkt is de simpele vaststelling dat de liberale oproep al decennia lang in dovemansoren valt ten zuiden van de taalgrens (ook de MR kon het tij niet keren), waardoor zijn oproep alleen gericht is aan de Vlamingen en hun zo verdomde Maddens-doctrine. Stoerdoenerij nu men regionaal in de oppositie zit, maar vooral uit onmacht tegenover zij die de grootste schuld dragen voor de financiële strop waaraan België ligt te spartelen!
Het wordt zelfs nog ongeloofwaardiger, als men bedenkt dat Van Mechelen en ‘la baronne’ eigenlijk vragen aan de “Wrokkige Vlamingen” om zo snel mogelijk geld opzij te zetten in plaats van te investeren om de toekomst veilig te stellen. Dezelfde gewezen liberale begrotingsminister die voor de regionale verkiezingen nog snoepjes wilde uitdelen. Maar wat helemaal absurd klinkt: dat men Vlaanderen vraagt om de logica die de federale regering (een laks begrotingsbeleid omwille van de crisis) huldigt, niet zelf toe te passen. Met andere woorden, omdat de federale staat niet in staat is het probleem op te lossen waaraan Vlaanderen géén schuld heeft, moet het nu opnieuw de schuld op zich nemen.
Is dat niet een hypotheek leggen op de welvaart in Vlaanderen? Zou het niet getuigen van geloofwaardigheid op lange termijn om de welvaart van de enige regio die nog kan zorgen voor de instandhouding van het sociale zekerheidsstelsel in het ganse land, alle kansen te geven zodat er ook nog een toekomst is voor een Belgische sociale zekerheid?
Helaas stopt het niet alleen bij het ongeloofwaardige blauwe verhaal. Paars, was ook socialistisch en dus zouden en moesten de gezondheidsuitgaven stijgen; jaarlijks 4,5 % boven de index! Dat klinkt leuk, zolang men niet spreekt in cijfers in plaats van procenten. 4,5 % per jaar betekent dat na 15 jaar de uitgaven in centen verdubbeld zijn (verdubbelingstijd T= 70/4,5). Deze stijging wordt met het jaar exponentieel groter ook al blijft het in procenten gelijk. Mocht men stoppen met die volksverlakkerij zouden de mensen veel sneller beseffen dat zoiets niet kan. Hetzelfde met de staatsschuld die in % van het BBP daalde maar waarvan het bedrag NOOIT is gedaald, integendeel.
De verantwoordelijkheid van de Vlaamse liberalen in het virtuele faillissement van België zou moeten aanzetten tot bescheidenheid. Door hun federaal immobilisme en wanbeheer zit België diep in de shit en dreigt het Vlaanderen mee te sleuren. Dat premier Van Rompuy en CD&V evenmin het tij kunnen keren toont hoe erg het gesteld is met de federale besluitvorming. Wie daaraan nu mee doet is medeplichtig en moet later niet komen uitleggen waarom Vlaanderen zijn welvaart verloor.
Of zoals Bart Sturtewagen het duidelijk stelde in zijn commentaar: “Wie kan met gezag het pad uittekenen dat we moeten gaan om de fundamenten van onze welvaartsstaat duurzaam te behouden en te versterken? Is het aanvaardbaar dat we eerst nog enkele jaren tekorten opbouwen en pas nadien volop beginnen te besparen? Of is dat een geheid recept voor een sociaal-economische ramp? Wat de grote budgetopties betreft is het nu de tijd om te spreken. Straks doet het er niet meer toe”.
Pjotr
Anders Gelezen
13 september 2009
Tijd voor een zuiverende crisis?
ANDERS GELEZEN
Met “De kemphanen openen het debat” geeft Knack (09/09) het startsein voor een nieuwe stroom communautair geladen bijdragen. Bart De Wever versus Olivier Mangain. Twee interviews in hetzelfde nummer - een voorbeeld voor sommige kwaliteitskranten – en dus de mogelijkheid om te vergelijken en zich een genuanceerde mening te vormen.
Wat ik onthoud van beide standpunten is dat ze mijlenver uit mekaar liggen. Maar misschien is de boodschap van Mangain realistischer én belangrijker: zonder FDF is de MR in Brussel verloren en zonder de MR+FDF is er geen tweederdenmeerderheid aan Franstalige kant. Als men Mangain zijn standpunt leest van onder naar boven of van rechts naar links, het zal slechts op de MR/FDF voorwaarden zijn dat een grote communautaire hervorming kan slagen. Dat Bart De Wever zegt dat de standpunten zo ver uiteenliggen dat een vergelijk niet mogelijk is, maakt het plaatje helemaal duidelijk.
Het federale compromismodel functioneert al een tijdje niet meer naar behoren en zelfs al zijn er gelukkig nog altijd politici die het algemeen belang voor ogen hebben, ook zij moeten toegeven dat het algemeen belang van Vlaanderen niet meer spoort met het algemeen belang van Wallonië en dat Brussel van zijn verworven politieke autonomie vooral gebruik heeft gemaakt om een onefficiënte politieke nomenclatura te installeren die er niet in slaagt de vele troeven van een internationale hoofdstad waar te maken, laat staan een thuishaven te zijn voor de beide gemeenschappen. Hoe groot moet de ‘sense of urgency’ zijn om de Vlaamse politici over alle partijgrenzen heen te doen inzien dat Vlaanderen door het federale immobilisme afstevent op een economische én maatschappelijke crisis waardoor het zijn énige aantrekkelijkheid voor Franstalig België zal verliezen en de solidariteit helemaal kapseist?
In 1987 schreef de ‘Groep Coudenberg’ een rapport onder de titel “Naar een ander België?”. Deze groep Nederlandstalige en Franstalige vooraanstaanden riep toen reeds op om België grondig te veranderen; de Belgische ziekte uit te roeien. In dit rapport zeggen ze ook iets over het communautaire probleem, ik citeer (blz 171):
“Het Belgisch probleem is geen nationaliteitenprobleem
Er zijn nog steeds teveel mensen die denken dat het Belgisch probleem een nationaliteitenprobleem is, met andere woorden het probleem van het samenleven van twee volkeren….. Indien dit zo was zou het Belgisch probleem inderdaad onoplosbaar zijn. De geschiedenis bewijst dat afdoende. In dat geval zou men er beter aan doen het scheidingsproces wat te bespoedigen om ons de langdurige doodstrijd van de Belgische staat te besparen en om snel over te kunnen stappen naar een confederale staat, zijnde twee autonome staten die voor een aantal gemeenschappelijke materies verbonden zijn door verdragen.”
Ondertussen zijn er 22 jaar voorbijgegaan en woekert de Belgische ziekte als nooit voorheen. 22 jaar, waarin men via onderhandelde compromissen enkel politieke uitwegen vond die steeds opnieuw aanleiding gaven tot nieuwe communautaire oprispingen. Waarom het in essentie scheef liep? Het paternalisme van de Belgisch denkende elite is gebotst op het succes van ons onderwijs: mondige burgers die het niet meer nemen dat hen ‘politieke’ oplossingen worden opgedrongen – het volstaat een oplossing te vinden die men aan weerskanten van de taalgrens anders kan uitleggen (dixit professor Marc Eyskens)! – door politici die verder onbekwaam waren om een maatschappelijk gedragen oplossing voor een ‘samen’ leven in wederzijds respect aan te reiken. Dat is de hoofdreden waarom een gestaag groeiende groep weldenkende Vlamingen vinden dat het hoog tijd is om een totaal ANDER België in de steigers te zetten. Maar dat wist men eigenlijk al in 1987.
Pjotr
Met “De kemphanen openen het debat” geeft Knack (09/09) het startsein voor een nieuwe stroom communautair geladen bijdragen. Bart De Wever versus Olivier Mangain. Twee interviews in hetzelfde nummer - een voorbeeld voor sommige kwaliteitskranten – en dus de mogelijkheid om te vergelijken en zich een genuanceerde mening te vormen.
Wat ik onthoud van beide standpunten is dat ze mijlenver uit mekaar liggen. Maar misschien is de boodschap van Mangain realistischer én belangrijker: zonder FDF is de MR in Brussel verloren en zonder de MR+FDF is er geen tweederdenmeerderheid aan Franstalige kant. Als men Mangain zijn standpunt leest van onder naar boven of van rechts naar links, het zal slechts op de MR/FDF voorwaarden zijn dat een grote communautaire hervorming kan slagen. Dat Bart De Wever zegt dat de standpunten zo ver uiteenliggen dat een vergelijk niet mogelijk is, maakt het plaatje helemaal duidelijk.
Het federale compromismodel functioneert al een tijdje niet meer naar behoren en zelfs al zijn er gelukkig nog altijd politici die het algemeen belang voor ogen hebben, ook zij moeten toegeven dat het algemeen belang van Vlaanderen niet meer spoort met het algemeen belang van Wallonië en dat Brussel van zijn verworven politieke autonomie vooral gebruik heeft gemaakt om een onefficiënte politieke nomenclatura te installeren die er niet in slaagt de vele troeven van een internationale hoofdstad waar te maken, laat staan een thuishaven te zijn voor de beide gemeenschappen. Hoe groot moet de ‘sense of urgency’ zijn om de Vlaamse politici over alle partijgrenzen heen te doen inzien dat Vlaanderen door het federale immobilisme afstevent op een economische én maatschappelijke crisis waardoor het zijn énige aantrekkelijkheid voor Franstalig België zal verliezen en de solidariteit helemaal kapseist?
In 1987 schreef de ‘Groep Coudenberg’ een rapport onder de titel “Naar een ander België?”. Deze groep Nederlandstalige en Franstalige vooraanstaanden riep toen reeds op om België grondig te veranderen; de Belgische ziekte uit te roeien. In dit rapport zeggen ze ook iets over het communautaire probleem, ik citeer (blz 171):
“Het Belgisch probleem is geen nationaliteitenprobleem
Er zijn nog steeds teveel mensen die denken dat het Belgisch probleem een nationaliteitenprobleem is, met andere woorden het probleem van het samenleven van twee volkeren….. Indien dit zo was zou het Belgisch probleem inderdaad onoplosbaar zijn. De geschiedenis bewijst dat afdoende. In dat geval zou men er beter aan doen het scheidingsproces wat te bespoedigen om ons de langdurige doodstrijd van de Belgische staat te besparen en om snel over te kunnen stappen naar een confederale staat, zijnde twee autonome staten die voor een aantal gemeenschappelijke materies verbonden zijn door verdragen.”
Ondertussen zijn er 22 jaar voorbijgegaan en woekert de Belgische ziekte als nooit voorheen. 22 jaar, waarin men via onderhandelde compromissen enkel politieke uitwegen vond die steeds opnieuw aanleiding gaven tot nieuwe communautaire oprispingen. Waarom het in essentie scheef liep? Het paternalisme van de Belgisch denkende elite is gebotst op het succes van ons onderwijs: mondige burgers die het niet meer nemen dat hen ‘politieke’ oplossingen worden opgedrongen – het volstaat een oplossing te vinden die men aan weerskanten van de taalgrens anders kan uitleggen (dixit professor Marc Eyskens)! – door politici die verder onbekwaam waren om een maatschappelijk gedragen oplossing voor een ‘samen’ leven in wederzijds respect aan te reiken. Dat is de hoofdreden waarom een gestaag groeiende groep weldenkende Vlamingen vinden dat het hoog tijd is om een totaal ANDER België in de steigers te zetten. Maar dat wist men eigenlijk al in 1987.
Pjotr
Abonneren op:
Posts (Atom)