“Regards sur la Wallonie 2008”
In het rapport van de Conseil économique et social de la Région wallonne (CESRW), wordt een beeld geschetst van de economische en sociale situatie in Wallonie (met vergelijkende cijfers voor België en Vlaanderen). Precies omdat deze gegevens uit onverdachte bron komen, zijn ze belangrijk voor het toekomstig beleid en in hoeverre beide economieën uit mekaar gegroeid zijn, met alle sociale gevolgen van dien.
Eerst de cijfers
Het BBP/BRP (Bruto Binnenlands product/ Bruto Regionaal Product)
Laatste beschikbare cijfergegevens 2006
Groei van het BRP
Op basis van de beschikbare cijfers tussen 1996 en 2006 zit Wallonië slechts twee jaar, 2003 en 2004, boven het Europese gemiddelde en de andere acht jaren eronder. Het grootste negatieve verschil (- 1%) werd genoteerd in 1998 en 2006.
Voor Vlaanderen is de groei 4 jaar groter (97, 99, 2004 en 2006) dan het gemiddelde in de EU.
Groei BRP per inwoner
Referentie: EU zone = 100 %
Tussen 1996 en 2006 evolueerde de groei in Wallonië nauwelijks (81 % in ’96 tot maximaal 81,1 % in 2006; alle andere jaren zitten eronder).
Voor Vlaanderen zijn de cijfers gelijklopend maar altijd boven het gemiddelde (112,6 in ’96 en 112,7 in 2006).
Brussel heeft zeer hoge cijfers maar evolueert negatief (van 233,2 % in ’96 naar 218,9 % in 2006)
Tewerkstelling en werkloosheid
Tewerkstellingsgraad in vergelijking met EU (15 – 64 jaar) voor 2006
EU 27: 65,3
EU 14: 66,8
Vlaanderen 66,1
Wallonië 57
Brussel 54,8
Tewerkstellingsgraad in vergelijking met EU (15 – 24 jaar) voor 2006
EU 27: 37,1
EU 15: 40,7
Vlaanderen 31,5
Wallonië 23,1
Brussel 19,6
Werkloosheid (2000 – 2007) 15 jaar +
Referentiewaarden EU 27 : variëren tussen 8,2 % (2006)en 9,2 (2004)
Idem voor EU 15: tussen 7 % (2007) en 8,3 (2004)
In Wallonië varieerde de werkloosheid tussen 2000 en 2007 van 9,9 % (2001) tot 11,8 % (2005) met 10,5 % voor 2007.
In Vlaanderen varieerden de cijfers tussen 4 % en 5,7 % (2003) en 4,3 % in 2007.
Brussel doet het ook hier zeer slecht en zit boven de 17 % in 2006 en 2007.
Vergelijking Wallonië met andere industriële regio’s
Gegevens Eurostat en CESRW
Telkens cijfers voor: Drie topregio’s / Drie zwakste regio’s / Wallonië
Bruto regionaal product per inwoner 2005
36.587 / 20.259 / 19.593
Tewerkstelling 15-24 j
64,8 / 30,5 / 23,1
Werkloosheid 15-24 j
8 / 20,2 / 23,5
Langdurig werkloos (% van totale werkloosheid)
20,6 / 57,5 / 57
R&D uitgaven industrie
1,34 / / 0,28 / 1,36
R&D publieke sector
0,43 / 0,04 / 0,02
In de begeleidende commentaar wordt vooral de nadruk gelegd op de positieve aspecten (o.a R&D in de industrie)
In de volgende cijfers worden de arrondissementen en de verschillende sectoren binnen Wallonië onder de loep genomen.
In een hoofdstuk huishoudelijke uitgaven: Wallonië 30.321 euro tegenover 31.548 euro voor België (- 3,9 %).
Over de bevolkingsevolutie op lange termijn (tot 2060) komt men tot de conclusie dat er een toename zal zijn in Wallonië (32,5 naar 34,2%) en in Brussel (9,7 naar 10,5%) een een daling in Vlaanderen van 57,8 naar 55,4%. Opm: deze evolutie staat verre van vast en is afhankelijk van diverse onvoorspelbare evoluties onder meer inzake de onderscheiden regionale evolutie op socio-economische vlak.
Anders bekeken
Het feit dat deze cijfers publiek gemaakt worden is op zich belangrijk. Dat er heel wat slechte resultaten bij zijn, zal het moreel van de Walen geen deugd doen, maar het zal wel de euforie over het Marchall plan temperen.
Vooral de vergelijking met de drie zwakste EU regio’s is ontnuchterend. Dat Wallonië in 15 van de 23 geciteerde criteria slechter doet dan het gemiddelde van de drie slechtste regio’s en slechts in 8 gevallen beter, moet toch een duidelijk signaal zijn dat de socio- economische situatie in Wallonië er zeer erg aan toe is.
Dat betekent meteen ook dat een gunstige evolutie van de transfers van Vlaanderen naar Wallonië niet voor morgen is.
Het risico is reëel dat het verschil tussen Vlaanderen en Wallonië nog groter kan worden, vermits in periodes van economische crisis de zwakkere regio’s nog meer getroffen worden dan de welvarende.
Het financieel onvermogen van de federale staat om de economische crisis te ondersteunen is recentelijk bewezen (cfr KBC en de auto-industrie) . Vlaanderen zal niet kunnen rekenen op federale solidariteit en de beperkte federale steun aan de regio’s impliceert een grotere staatsschuld die de toekomst voor gans België hypothekeert.
Het politieke onvermogen van het federale niveau om een samenhangend beleid te voeren voor regio’s die zeer verschillend zijn, kan niet zonder gevolgen blijven. Vlaanderen en Wallonië zullen hun welvaart zelf moeten veilig stellen. Een armer Vlaanderen is geen goed nieuws voor een afhankelijk Wallonië.
Pjotr.
04 maart 2009
03 maart 2009
Flanders House
Brief aan de Heer minister van Buitenlandse Zaken
Na de feestelijke opening van het ‘Flanders House’ in New York door een glunderende Vlaamse Minister-president Kris Peeters in aanwezigheid van charmante Patricia Ceyssens (Open VLD) gisteren (26/2) was het vandaag aan Karel De Gucht buitenland minister om in DS brandhout te maken van dit ‘prestigeproject van Geert Bourgeois’. Voldoende reden om een brief te schrijven aan Karel De Gucht. Leest u even mee?
Aan de Heer Minister van Buitenlandse Zaken,
Geachte Heer Minister,
Ik las met veel aandacht uw vernietigende commentaar op de opening van het ‘Flanders House’ in De Standaard en ik geef u gelijk, het is geldverspilling. Jawel, de Vlaamse delegatie zou perfect kunnen werken vanuit de kanselarij, ten minste als daar plaats genoeg voor is. Ook uw suggestie, ik citeer: "Als je in New York Vlaanderen op de kaart wil zetten, doe dat dan met een groot evenement, een mooie tentoonstelling van Ensor, Magritte of Rubens", vind ik prima.
En toch zit er in uw redenering een kronkel waardoor ik uw kritiek niet gepast vind. U weigert namelijk impliciet de politiek realiteit te erkennen.
In een normaal land, mijnheer de minister, zorgt de diplomatie voor de promotie van álle landgenoten en álle instellingen. Uw diensten kunnen dat echter alleen vanuit een Belgische achterhaalde (unitaire) visie, onder één vlag ‘België’. Ik kan mij bij voorbeeld niet herinneren dat er ooit een ambassadeur zich als vertegenwoordiger van de Vlaamse of Waalse gemeenschap heeft voorgesteld. Ziet u, mijnheer de minister, dit is het absurde aan de Belgische situatie: als Vlaanderen zich als Vlaanderen wil promoten vanuit de Belgische ambassade wordt dit automatisch herleid tot ‘Belgisch’ en laat dat nu precies datgene zijn waar we bij de decentralisatie van een deel van de buitenlandse betrekkingen zijn van afgestapt.
Mijnheer de minister,
U kunt bezwaar hebben tegen deze decentralisatie, maar het kan niet dat u deze realiteit publiek aanvecht en weigert in te zien dat u in deze onbevoegd bent. De dag dat u even publiekelijk en even hardnekkig de Franstaligen de mantel uitveegt omdat ze Vlaanderen in het buitenland onterecht in een kwaad daglicht stellen (ja ook sommige Franstalige diplomaten steunen de Vlaamse export niet altijd naar behoren) zal u met veel meer reden recht van spreken hebben.
Als u het heeft over geldverspilling, zou u dan niet tegelijk de gigantische verspillingen (o.a. door het ‘internationale karakter’ van de federale regering en het immobilisme) op het federale niveau en de excessen van het consumptiefederalisme willen aanklagen?
Het spijt mij, maar uw boze reactie lijkt zeer sterk ingegeven door het onvermogen om een coherente buitenlandse politiek te kunnen voeren op federaal niveau (cfr de Afrika politiek met o.a. de schabouwelijke rivaliteit tussen u en de Franstaligen over Congo, …).
Hoogachtend
Pierre Therie,
Gewezen defensie attaché
Na de feestelijke opening van het ‘Flanders House’ in New York door een glunderende Vlaamse Minister-president Kris Peeters in aanwezigheid van charmante Patricia Ceyssens (Open VLD) gisteren (26/2) was het vandaag aan Karel De Gucht buitenland minister om in DS brandhout te maken van dit ‘prestigeproject van Geert Bourgeois’. Voldoende reden om een brief te schrijven aan Karel De Gucht. Leest u even mee?
Aan de Heer Minister van Buitenlandse Zaken,
Geachte Heer Minister,
Ik las met veel aandacht uw vernietigende commentaar op de opening van het ‘Flanders House’ in De Standaard en ik geef u gelijk, het is geldverspilling. Jawel, de Vlaamse delegatie zou perfect kunnen werken vanuit de kanselarij, ten minste als daar plaats genoeg voor is. Ook uw suggestie, ik citeer: "Als je in New York Vlaanderen op de kaart wil zetten, doe dat dan met een groot evenement, een mooie tentoonstelling van Ensor, Magritte of Rubens", vind ik prima.
En toch zit er in uw redenering een kronkel waardoor ik uw kritiek niet gepast vind. U weigert namelijk impliciet de politiek realiteit te erkennen.
In een normaal land, mijnheer de minister, zorgt de diplomatie voor de promotie van álle landgenoten en álle instellingen. Uw diensten kunnen dat echter alleen vanuit een Belgische achterhaalde (unitaire) visie, onder één vlag ‘België’. Ik kan mij bij voorbeeld niet herinneren dat er ooit een ambassadeur zich als vertegenwoordiger van de Vlaamse of Waalse gemeenschap heeft voorgesteld. Ziet u, mijnheer de minister, dit is het absurde aan de Belgische situatie: als Vlaanderen zich als Vlaanderen wil promoten vanuit de Belgische ambassade wordt dit automatisch herleid tot ‘Belgisch’ en laat dat nu precies datgene zijn waar we bij de decentralisatie van een deel van de buitenlandse betrekkingen zijn van afgestapt.
Mijnheer de minister,
U kunt bezwaar hebben tegen deze decentralisatie, maar het kan niet dat u deze realiteit publiek aanvecht en weigert in te zien dat u in deze onbevoegd bent. De dag dat u even publiekelijk en even hardnekkig de Franstaligen de mantel uitveegt omdat ze Vlaanderen in het buitenland onterecht in een kwaad daglicht stellen (ja ook sommige Franstalige diplomaten steunen de Vlaamse export niet altijd naar behoren) zal u met veel meer reden recht van spreken hebben.
Als u het heeft over geldverspilling, zou u dan niet tegelijk de gigantische verspillingen (o.a. door het ‘internationale karakter’ van de federale regering en het immobilisme) op het federale niveau en de excessen van het consumptiefederalisme willen aanklagen?
Het spijt mij, maar uw boze reactie lijkt zeer sterk ingegeven door het onvermogen om een coherente buitenlandse politiek te kunnen voeren op federaal niveau (cfr de Afrika politiek met o.a. de schabouwelijke rivaliteit tussen u en de Franstaligen over Congo, …).
Hoogachtend
Pierre Therie,
Gewezen defensie attaché
26 februari 2009
Interview Willy De Waele burgemeester Lennik
naar aanleiding van het commentaarstukje
‘Als de grondvesten van een rechtsstaat symbolisch worden’ zie hieronder
Dat de kieskring Brussel Halle Vilvoorde gevoelig ligt werd nog maar eens duidelijk toen gouverneur De Witte telefonisch reageerde op mijn vragen maar mij geen toelating gaf om deze te publiceren, hoewel zijn uitleg heel correct en neutraal was. Samengevat komt zijn en andere informatie neer op volgende feitelijke vaststellingen:
- De verkiezingen van 2009 voor het Vlaams parlement zijn niet strijdig met de grondwet en stellen geen probleem. Overigens wil geen enkele politieke familie dat een boycot van de Europese verkiezingen ook de gewestelijke verkiezingen onmogelijk zou maken.
- Voor de verkiezing van het Europees parlement zijn er stricto sensu geen juridische problemen, vermits het arbitrage hof (nu grondwettelijk hof) de schending van het gelijkheidsbeginsel enkel vaststelde voor de kieswet van 2002 die de federale verkiezingen regelt.
- Voor de federale verkiezingen (ten laatste in 2011) zijn er twee tegengestelde grondwettelijke bepalingen van toepassing: enerzijds de verplichting om verkiezingen te houden en anderzijds de toepassing van het gelijkheidsbeginsel (er is geen voorrangsorde tussen deze of gene bepaling van de grondwet). Dus zelfs in 2011 kan de minister van Binnenlandse Zaken verkiezingen organiseren, door zich te beroepen op de andere bepaling, goed wetende dat hij dan de Vlamingen discrimineert.
De ‘Vlaamse’ burgemeesters willen vanzelfsprekend dat BHV gesplitst wordt maar geen enkele van de politieke partijen waartoe ze behoren heeft tot op heden de politieke moed gehad om deze discriminatie weg te werken via de volkomen legale en democratische parlementaire weg. Aan Franstalige kant weigert men elk gesprek zolang Vlaanderen niet bereid is een prijs te betalen voor het elimineren van deze discriminatie.
Als rechtsgronden niet meer de grondvesten zijn van de rechtspleging, wat blijft er dan nog over van een rechtsstaat?
Mijnheer De Waele, volgens ingewonnen informatie is er geen juridisch probleem voor de verkiezingen van het Europees parlement?
De Waele: Ik ken deze redenering en inderdaad als men zich baseert op de uitspraak van het arbitragehof is dit correct. Alleen weet iedereen dat de rechtsgrond (schending van het gelijkheidsbeginsel) waarop dit arrest is gebaseerd ook van toepassing is op de kieswet van 1989 die de verkiezingen voor het Europees parlement regelt.
De vaststelling dat een rechtbank zich daaromtrent niet heeft uitgesproken heft de discriminatie niet op en doet niets af van de ongrondwettelijkheid van de Europese verkiezingen en de onmogelijkheid om deze te organiseren.
Trouwens waarom wordt alleen het bestuurlijke arrondissement Halle-Vilvoorde onttrokken aan de logica van de grondwetsartikelen 1 tot 5 (organisatie van de federale staat) en niet de Waalse gemeenten met “faciliteiten” voor de Vlamingen?
Wat is er precies discriminerend aan de wet van 1989?
De Waele: Artikel 9 van de wet van 23 maart 1989 stelt dat de Europese verkiezingen worden gehouden op basis van de volgende kieskringen:
De Vlaamse kieskring die de administratieve arrondissementen omvat van het Vlaams Gewest met uitzondering van het bestuurlijk arrondissement Halle-Vilvoorde;
De Waalse kieskring die de administratieve arrondissementen omvat van het Waalse Gewest met uitzondering van de gemeenten van het Duitse taalgebied;
De kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde die de administratieve arrondissementen Brussel-hoofdstad en Halle-Vilvoorde omvat;
De Duitstalige kieskring die de gemeenten van het Duitse taalgebied omvat;
Artikel 10 § 1 van de wet van 23 maart 1989 bepaalt dat er 3 kiescolleges zijn:
Het Nederlandstalig kiescollege omvattend de personen die ingeschreven zijn op de lijst van kiezers van de Vlaamse kieskring;
Het Franstalig kiescollege omvattend de personen die ingeschreven zijn op de lijst van de kiezers van de Waalse kieskring;
De personen die ingeschreven zijn op de lijst van de kiezers van de gemeenten van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde behoren hetzij tot het Nederlandstalig kiescollege of het Franstalig kiescollege;
Beide artikelen hebben voor gevolg dat de kandidaten die deel uitmaken van de Waalse kieskring en van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde wanneer ze gekozen hebben voor het Franstalig kiescollege stemmen kunnen halen in 35 Vlaams Brabantse gemeenten.
Noch de kandidaten uit de Vlaamse kieskring, noch de kandidaten uit de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde die gekozen hebben voor het Nederlandstalig kiescollege, kunnen in om het even welke Waalse gemeenten op stemmen rekenen.
Tijdens de verkiezingen voor het Europese Parlement van 13 juni 2004 konden kandidaten uit onderstaande gemeenten van de Waalse kieskring en het Franstalig kiescollege in 35 Vlaams-Brabantse gemeenten aan de kiezer worden voorgesteld en stemmen halen:
Bruxelles, Dio-Valmont, Noirchain, Aywaille, Heure, Bastogne, Jumet, Tubize, Charleroi, Mons, Pont-à-Celles, Gilly, Saint-Marc, Lustin, Velaine-sur-Sambre, Jodogne, Ottignies, Gembloux, Liège, Hensies, Manhay, Tournai, Poulseur, Namur, Lessines, Blaugnies, Ophain-Bois-Seigneur-Isaac, Ittre, Sainte-Ode, La Louvière, Bouge, Verviers, Ans, Feluy, Anthines, Boussu, Tintigny, Orcq, Bothey, Loncin, Dorinne, Genval, Waterloo, Montigny-le-Tilleul, Lierneux, Nandrin, Beaufays, Les Bons Villers, Rouvroy, Saive, Wavre, Ghlin, Havinnes, Soignies, Grivegnée, Tongrinne, Limerlé, Mouscron, Ensival, Dinant, Binche, Herstal, Vedrin, Cuesmes, Montignies-sur-Sambre.
Dit is duidelijk een ongelijke behandeling van de kiezers en kandidaten van de Vlaamse kieskring behorend tot het Nederlandstalig kiescollege enerzijds en de kiezers en kandidaten van de Waalse kieskring behorend tot het Franstalig kiescollege anderzijds.
Dit argument is met het arrest van 26 mei 2003 van het Grondwettelijk Hof (overweging B.9.5) weerhouden om een aantal artikelen van de wet van 13 december 2002 tot wijziging van het kieswetboek te vernietigen.
Wanneer iemand de grondwettelijke verplichting tot het organiseren van de Europese verkiezingen inroept, dan stel ik daar tegenover dat deze verkiezingen enkel kunnen georganiseerd worden met respect voor de artikelen 1 tot 5 van de Grondwet die de federale staat organiseert in gewesten, gemeenschappen en taalgebieden die territoriaal afgebakend zijn.
De gemeenteraad van Lennik heeft beslist deze verkiezingen te boycotten. Betekent het ook dat u geen personen zal oproepen om te zetelen in de kiesbureau’s?
De Waele: Het oproepen van de personen die zullen zetelen in stem- en telbureau’s valt onder de bevoegdheid van de voorzitter van het hoofdkiesbureau.
Is de symboliek van uw aktie burgerzin niet het pijnlijke bewijs van de onmacht van de Vlamingen in het huidige Belgisch staatsbestel?
De Waele: De splitsing van de kieskring B H V en van het gerechtelijke arrondissement heeft geen communautair aspect zoals te pas en te onpas wordt verkondigd, maar iets dat een rechtstaat fundamenteel en veel dieper raakt: het respect voor de grondwet.
Er kan simpelweg niet onderhandeld worden over dit hele dossier; deze ongrondwettelijke situatie moet eenvoudig zonder enige compensatie worden rechtgezet.
Ik stel evenwel vast dat het naleven van de grondwet en het afdwingen van de naleving ervan, zelfs na een arrest van het Grondwettelijk Hof, in het Belgisch staatsverband onmogelijk is.
Zes miljoen Vlamingen, die al grondwettelijk geketend en gekluisterd waren door bijzondere meerderheidsregels, bevoegdheidsconflicten en alarmbelprocedures en de taalpariteit in de ministerraad, zijn in werkelijkheid een politieke minderheid. In België kan een rechtmatige en redelijke politieke doelstelling niet meer langs democratische weg worden gerealiseerd.
Waarvan akte.
Ter afsluiting twee bedenkingen:
Een vooraanstaande, maar vooral ook hoogstaande Vlaming die ooit uitgenodigd werd om lid te worden van het establishment en allerlei mooie functies en zelfs een adellijke titel werd aangeboden, maar deze weigerde, verklaarde onlangs nog dat de strijd tegen het Belgisch (Franstalig) establishment nog altijd actueel is.
Onlangs verklaarde een zittend rechter dat het ongehoord is dat een uitspraak van het hoogste rechtscollege door de politici genegeerd wordt. Deze verontwaardiging is volkomen begrijpelijk. Maar heeft ook een gemeenschap niet het recht om verontwaardigd te zijn als het slachtoffer is van een discriminerende wetgeving?
Beste lezers,
Heeft u de boodschap ook zo begrepen: dat discriminatie niet bestaat zolang een rechter dat niet vaststelt?
Hoe kunnen u en ik zo eigenwijs zijn om te denken dat we zelf discriminatie kunnen vaststellen. Hoe arrogant moeten we niet zijn om dat ook nog publiek te durven zeggen!
Pjotr
‘Als de grondvesten van een rechtsstaat symbolisch worden’ zie hieronder
Dat de kieskring Brussel Halle Vilvoorde gevoelig ligt werd nog maar eens duidelijk toen gouverneur De Witte telefonisch reageerde op mijn vragen maar mij geen toelating gaf om deze te publiceren, hoewel zijn uitleg heel correct en neutraal was. Samengevat komt zijn en andere informatie neer op volgende feitelijke vaststellingen:
- De verkiezingen van 2009 voor het Vlaams parlement zijn niet strijdig met de grondwet en stellen geen probleem. Overigens wil geen enkele politieke familie dat een boycot van de Europese verkiezingen ook de gewestelijke verkiezingen onmogelijk zou maken.
- Voor de verkiezing van het Europees parlement zijn er stricto sensu geen juridische problemen, vermits het arbitrage hof (nu grondwettelijk hof) de schending van het gelijkheidsbeginsel enkel vaststelde voor de kieswet van 2002 die de federale verkiezingen regelt.
- Voor de federale verkiezingen (ten laatste in 2011) zijn er twee tegengestelde grondwettelijke bepalingen van toepassing: enerzijds de verplichting om verkiezingen te houden en anderzijds de toepassing van het gelijkheidsbeginsel (er is geen voorrangsorde tussen deze of gene bepaling van de grondwet). Dus zelfs in 2011 kan de minister van Binnenlandse Zaken verkiezingen organiseren, door zich te beroepen op de andere bepaling, goed wetende dat hij dan de Vlamingen discrimineert.
De ‘Vlaamse’ burgemeesters willen vanzelfsprekend dat BHV gesplitst wordt maar geen enkele van de politieke partijen waartoe ze behoren heeft tot op heden de politieke moed gehad om deze discriminatie weg te werken via de volkomen legale en democratische parlementaire weg. Aan Franstalige kant weigert men elk gesprek zolang Vlaanderen niet bereid is een prijs te betalen voor het elimineren van deze discriminatie.
Als rechtsgronden niet meer de grondvesten zijn van de rechtspleging, wat blijft er dan nog over van een rechtsstaat?
Mijnheer De Waele, volgens ingewonnen informatie is er geen juridisch probleem voor de verkiezingen van het Europees parlement?
De Waele: Ik ken deze redenering en inderdaad als men zich baseert op de uitspraak van het arbitragehof is dit correct. Alleen weet iedereen dat de rechtsgrond (schending van het gelijkheidsbeginsel) waarop dit arrest is gebaseerd ook van toepassing is op de kieswet van 1989 die de verkiezingen voor het Europees parlement regelt.
De vaststelling dat een rechtbank zich daaromtrent niet heeft uitgesproken heft de discriminatie niet op en doet niets af van de ongrondwettelijkheid van de Europese verkiezingen en de onmogelijkheid om deze te organiseren.
Trouwens waarom wordt alleen het bestuurlijke arrondissement Halle-Vilvoorde onttrokken aan de logica van de grondwetsartikelen 1 tot 5 (organisatie van de federale staat) en niet de Waalse gemeenten met “faciliteiten” voor de Vlamingen?
Wat is er precies discriminerend aan de wet van 1989?
De Waele: Artikel 9 van de wet van 23 maart 1989 stelt dat de Europese verkiezingen worden gehouden op basis van de volgende kieskringen:
De Vlaamse kieskring die de administratieve arrondissementen omvat van het Vlaams Gewest met uitzondering van het bestuurlijk arrondissement Halle-Vilvoorde;
De Waalse kieskring die de administratieve arrondissementen omvat van het Waalse Gewest met uitzondering van de gemeenten van het Duitse taalgebied;
De kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde die de administratieve arrondissementen Brussel-hoofdstad en Halle-Vilvoorde omvat;
De Duitstalige kieskring die de gemeenten van het Duitse taalgebied omvat;
Artikel 10 § 1 van de wet van 23 maart 1989 bepaalt dat er 3 kiescolleges zijn:
Het Nederlandstalig kiescollege omvattend de personen die ingeschreven zijn op de lijst van kiezers van de Vlaamse kieskring;
Het Franstalig kiescollege omvattend de personen die ingeschreven zijn op de lijst van de kiezers van de Waalse kieskring;
De personen die ingeschreven zijn op de lijst van de kiezers van de gemeenten van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde behoren hetzij tot het Nederlandstalig kiescollege of het Franstalig kiescollege;
Beide artikelen hebben voor gevolg dat de kandidaten die deel uitmaken van de Waalse kieskring en van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde wanneer ze gekozen hebben voor het Franstalig kiescollege stemmen kunnen halen in 35 Vlaams Brabantse gemeenten.
Noch de kandidaten uit de Vlaamse kieskring, noch de kandidaten uit de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde die gekozen hebben voor het Nederlandstalig kiescollege, kunnen in om het even welke Waalse gemeenten op stemmen rekenen.
Tijdens de verkiezingen voor het Europese Parlement van 13 juni 2004 konden kandidaten uit onderstaande gemeenten van de Waalse kieskring en het Franstalig kiescollege in 35 Vlaams-Brabantse gemeenten aan de kiezer worden voorgesteld en stemmen halen:
Bruxelles, Dio-Valmont, Noirchain, Aywaille, Heure, Bastogne, Jumet, Tubize, Charleroi, Mons, Pont-à-Celles, Gilly, Saint-Marc, Lustin, Velaine-sur-Sambre, Jodogne, Ottignies, Gembloux, Liège, Hensies, Manhay, Tournai, Poulseur, Namur, Lessines, Blaugnies, Ophain-Bois-Seigneur-Isaac, Ittre, Sainte-Ode, La Louvière, Bouge, Verviers, Ans, Feluy, Anthines, Boussu, Tintigny, Orcq, Bothey, Loncin, Dorinne, Genval, Waterloo, Montigny-le-Tilleul, Lierneux, Nandrin, Beaufays, Les Bons Villers, Rouvroy, Saive, Wavre, Ghlin, Havinnes, Soignies, Grivegnée, Tongrinne, Limerlé, Mouscron, Ensival, Dinant, Binche, Herstal, Vedrin, Cuesmes, Montignies-sur-Sambre.
Dit is duidelijk een ongelijke behandeling van de kiezers en kandidaten van de Vlaamse kieskring behorend tot het Nederlandstalig kiescollege enerzijds en de kiezers en kandidaten van de Waalse kieskring behorend tot het Franstalig kiescollege anderzijds.
Dit argument is met het arrest van 26 mei 2003 van het Grondwettelijk Hof (overweging B.9.5) weerhouden om een aantal artikelen van de wet van 13 december 2002 tot wijziging van het kieswetboek te vernietigen.
Wanneer iemand de grondwettelijke verplichting tot het organiseren van de Europese verkiezingen inroept, dan stel ik daar tegenover dat deze verkiezingen enkel kunnen georganiseerd worden met respect voor de artikelen 1 tot 5 van de Grondwet die de federale staat organiseert in gewesten, gemeenschappen en taalgebieden die territoriaal afgebakend zijn.
De gemeenteraad van Lennik heeft beslist deze verkiezingen te boycotten. Betekent het ook dat u geen personen zal oproepen om te zetelen in de kiesbureau’s?
De Waele: Het oproepen van de personen die zullen zetelen in stem- en telbureau’s valt onder de bevoegdheid van de voorzitter van het hoofdkiesbureau.
Is de symboliek van uw aktie burgerzin niet het pijnlijke bewijs van de onmacht van de Vlamingen in het huidige Belgisch staatsbestel?
De Waele: De splitsing van de kieskring B H V en van het gerechtelijke arrondissement heeft geen communautair aspect zoals te pas en te onpas wordt verkondigd, maar iets dat een rechtstaat fundamenteel en veel dieper raakt: het respect voor de grondwet.
Er kan simpelweg niet onderhandeld worden over dit hele dossier; deze ongrondwettelijke situatie moet eenvoudig zonder enige compensatie worden rechtgezet.
Ik stel evenwel vast dat het naleven van de grondwet en het afdwingen van de naleving ervan, zelfs na een arrest van het Grondwettelijk Hof, in het Belgisch staatsverband onmogelijk is.
Zes miljoen Vlamingen, die al grondwettelijk geketend en gekluisterd waren door bijzondere meerderheidsregels, bevoegdheidsconflicten en alarmbelprocedures en de taalpariteit in de ministerraad, zijn in werkelijkheid een politieke minderheid. In België kan een rechtmatige en redelijke politieke doelstelling niet meer langs democratische weg worden gerealiseerd.
Waarvan akte.
Ter afsluiting twee bedenkingen:
Een vooraanstaande, maar vooral ook hoogstaande Vlaming die ooit uitgenodigd werd om lid te worden van het establishment en allerlei mooie functies en zelfs een adellijke titel werd aangeboden, maar deze weigerde, verklaarde onlangs nog dat de strijd tegen het Belgisch (Franstalig) establishment nog altijd actueel is.
Onlangs verklaarde een zittend rechter dat het ongehoord is dat een uitspraak van het hoogste rechtscollege door de politici genegeerd wordt. Deze verontwaardiging is volkomen begrijpelijk. Maar heeft ook een gemeenschap niet het recht om verontwaardigd te zijn als het slachtoffer is van een discriminerende wetgeving?
Beste lezers,
Heeft u de boodschap ook zo begrepen: dat discriminatie niet bestaat zolang een rechter dat niet vaststelt?
Hoe kunnen u en ik zo eigenwijs zijn om te denken dat we zelf discriminatie kunnen vaststellen. Hoe arrogant moeten we niet zijn om dat ook nog publiek te durven zeggen!
Pjotr
20 februari 2009
Als de grondvesten van een rechtsstaat symbolisch worden
Toen de gemeenteraad van Lennik besliste om de komende verkiezingen niet te organiseren wegens ongrondwettelijk en hierin gevolgd werden door de gemeente Affligem, werd deze actie door enkele collega’s schamper afgedaan als een vorm van spektakel, een symbolische actie zonder belang.
Deze actie burgerzin werd, met dank aan onze lieve Franstalige landgenoten, opgemerkt door de EU instanties die zich ‘zorgen maken’ over deze gang van zaken. Immers, stelt u zich even voor dat Europeanen die in de kieskring BHV wonen niet zouden kunnen stemmen voor hun vertegenwoordiger in het Europese parlement.
Tot op vandaag loopt alles lekker op zijn Belgisch: de Vlaamse minister Marino Keulen mag publiek verklaren dat hij de burgemeesters die van hem afhangen en weigeren deze verkiezingen te organiseren niet zal vervolgen, wegens geen juridische argumenten om hen te kunnen verplichten ongrondwettelijk te handelen en de federale minister van Binnenlandse Zaken die er geen graten in ziet om desgevallend de gouverneur te laten opdraven als organisator in plaats van de burgmeesters. In een land waar de bevoegdheden nogal door mekaar lopen is dat geen enkel probleem.
Er zijn echter wel enkele zwakke puntjes in deze surrealistische situatie.
In de eerste plaats is het duidelijk dat de uitvoerende macht de grondwet niet respecteert, of om het met de woorden van een rechter in functie te zeggen: “het is onvoorstelbaar dat politici een uitspraak van het hoogste rechtscollege dat duidelijk stelt dat het gelijkheidsbeginsel geschonden is door de vigerende kieswet, naast zich neerleggen”. Ze schenden daarmee niet enkel het heilig principe van de scheiding der machten, erger de federale regering stelt zich gewoon in de plaats van de rechterlijke macht door deze uitspraak te negeren. Dat de wetgeving eigenlijk het privilege is van de wetgevende macht doet in ons land al lang niet meer terzake.
Dat de burgemeesters die deze actie steunen het voorpaginanieuws halen betekent nog niet dat hun beslissing vooral mediatiek of symbolisch is, integendeel! Het is gewoon het begin van een bijna onvermijdelijke besluitvorming die zal uitdraaien op een juridisch gevecht waardoor DIT België – tot daar aan toe – maar helaas opnieuw en vooral Vlaanderen imagoschade dreigt op te lopen.
In plaats van de ‘recalcitrante’ burgemeesters zal de gouverneur van Vlaams Brabant desnoods in opdracht van de minister van Binnenlandse zaken deze verkiezingen moeten organiseren. Alleen blijkt men te vergeten dat de gouverneur een ambtenaar is die voor de koning volgende eed heeft afgelegd: “Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de grondwet en de wetten van het Belgische volk”. Met andere woorden: als de uitvoerende macht hem die opdracht geeft wordt hij verplicht om meineed te plegen. Ik kan mij indenken dat dit voor een integer ambtenaar een gewetensprobleem is dat niet zomaar kan onder de mat geschoven worden. Maar het wordt ook heel persoonlijk: kan om het even welke burger uit de kieskring BHV de gouverneur (en elke burgemeester die de verkiezingen wel organiseert) niet aanklagen wegens het nemen van maatregelen waardoor het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden, en dus indruisen tegen de grondwet?
Tweede vraag: moet de gewestelijke (Vlaamse) overheid die vooraf erkent dat deze verkiezingen ongrondwettelijk zijn de gouverneur/burgemeesters niet aanklagen wegens meineed als ze deze wél organiseren? Nul n’est censé ignorer la loi!
Ik ken het antwoord niet op deze vragen en heb daarom het advies gevraagd aan iemand die het zou moeten weten: Gouverneur De Witte van Vlaams Brabant.
In afwachting van zijn antwoord lijkt het er sterk op dat deze actie afdoen als symboliek een gigantische crisis van de ‘rechtsstaat’ België moet verdoezelen.
Pjotr
Deze actie burgerzin werd, met dank aan onze lieve Franstalige landgenoten, opgemerkt door de EU instanties die zich ‘zorgen maken’ over deze gang van zaken. Immers, stelt u zich even voor dat Europeanen die in de kieskring BHV wonen niet zouden kunnen stemmen voor hun vertegenwoordiger in het Europese parlement.
Tot op vandaag loopt alles lekker op zijn Belgisch: de Vlaamse minister Marino Keulen mag publiek verklaren dat hij de burgemeesters die van hem afhangen en weigeren deze verkiezingen te organiseren niet zal vervolgen, wegens geen juridische argumenten om hen te kunnen verplichten ongrondwettelijk te handelen en de federale minister van Binnenlandse Zaken die er geen graten in ziet om desgevallend de gouverneur te laten opdraven als organisator in plaats van de burgmeesters. In een land waar de bevoegdheden nogal door mekaar lopen is dat geen enkel probleem.
Er zijn echter wel enkele zwakke puntjes in deze surrealistische situatie.
In de eerste plaats is het duidelijk dat de uitvoerende macht de grondwet niet respecteert, of om het met de woorden van een rechter in functie te zeggen: “het is onvoorstelbaar dat politici een uitspraak van het hoogste rechtscollege dat duidelijk stelt dat het gelijkheidsbeginsel geschonden is door de vigerende kieswet, naast zich neerleggen”. Ze schenden daarmee niet enkel het heilig principe van de scheiding der machten, erger de federale regering stelt zich gewoon in de plaats van de rechterlijke macht door deze uitspraak te negeren. Dat de wetgeving eigenlijk het privilege is van de wetgevende macht doet in ons land al lang niet meer terzake.
Dat de burgemeesters die deze actie steunen het voorpaginanieuws halen betekent nog niet dat hun beslissing vooral mediatiek of symbolisch is, integendeel! Het is gewoon het begin van een bijna onvermijdelijke besluitvorming die zal uitdraaien op een juridisch gevecht waardoor DIT België – tot daar aan toe – maar helaas opnieuw en vooral Vlaanderen imagoschade dreigt op te lopen.
In plaats van de ‘recalcitrante’ burgemeesters zal de gouverneur van Vlaams Brabant desnoods in opdracht van de minister van Binnenlandse zaken deze verkiezingen moeten organiseren. Alleen blijkt men te vergeten dat de gouverneur een ambtenaar is die voor de koning volgende eed heeft afgelegd: “Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de grondwet en de wetten van het Belgische volk”. Met andere woorden: als de uitvoerende macht hem die opdracht geeft wordt hij verplicht om meineed te plegen. Ik kan mij indenken dat dit voor een integer ambtenaar een gewetensprobleem is dat niet zomaar kan onder de mat geschoven worden. Maar het wordt ook heel persoonlijk: kan om het even welke burger uit de kieskring BHV de gouverneur (en elke burgemeester die de verkiezingen wel organiseert) niet aanklagen wegens het nemen van maatregelen waardoor het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden, en dus indruisen tegen de grondwet?
Tweede vraag: moet de gewestelijke (Vlaamse) overheid die vooraf erkent dat deze verkiezingen ongrondwettelijk zijn de gouverneur/burgemeesters niet aanklagen wegens meineed als ze deze wél organiseren? Nul n’est censé ignorer la loi!
Ik ken het antwoord niet op deze vragen en heb daarom het advies gevraagd aan iemand die het zou moeten weten: Gouverneur De Witte van Vlaams Brabant.
In afwachting van zijn antwoord lijkt het er sterk op dat deze actie afdoen als symboliek een gigantische crisis van de ‘rechtsstaat’ België moet verdoezelen.
Pjotr
Abonneren op:
Posts (Atom)