03 maart 2009

Flanders House

Brief aan de Heer minister van Buitenlandse Zaken

Na de feestelijke opening van het ‘Flanders House’ in New York door een glunderende Vlaamse Minister-president Kris Peeters in aanwezigheid van charmante Patricia Ceyssens (Open VLD) gisteren (26/2) was het vandaag aan Karel De Gucht buitenland minister om in DS brandhout te maken van dit ‘prestigeproject van Geert Bourgeois’. Voldoende reden om een brief te schrijven aan Karel De Gucht. Leest u even mee?

Aan de Heer Minister van Buitenlandse Zaken,

Geachte Heer Minister,

Ik las met veel aandacht uw vernietigende commentaar op de opening van het ‘Flanders House’ in De Standaard en ik geef u gelijk, het is geldverspilling. Jawel, de Vlaamse delegatie zou perfect kunnen werken vanuit de kanselarij, ten minste als daar plaats genoeg voor is. Ook uw suggestie, ik citeer: "Als je in New York Vlaanderen op de kaart wil zetten, doe dat dan met een groot evenement, een mooie tentoonstelling van Ensor, Magritte of Rubens", vind ik prima.

En toch zit er in uw redenering een kronkel waardoor ik uw kritiek niet gepast vind. U weigert namelijk impliciet de politiek realiteit te erkennen.

In een normaal land, mijnheer de minister, zorgt de diplomatie voor de promotie van álle landgenoten en álle instellingen. Uw diensten kunnen dat echter alleen vanuit een Belgische achterhaalde (unitaire) visie, onder één vlag ‘België’. Ik kan mij bij voorbeeld niet herinneren dat er ooit een ambassadeur zich als vertegenwoordiger van de Vlaamse of Waalse gemeenschap heeft voorgesteld. Ziet u, mijnheer de minister, dit is het absurde aan de Belgische situatie: als Vlaanderen zich als Vlaanderen wil promoten vanuit de Belgische ambassade wordt dit automatisch herleid tot ‘Belgisch’ en laat dat nu precies datgene zijn waar we bij de decentralisatie van een deel van de buitenlandse betrekkingen zijn van afgestapt.

Mijnheer de minister,

U kunt bezwaar hebben tegen deze decentralisatie, maar het kan niet dat u deze realiteit publiek aanvecht en weigert in te zien dat u in deze onbevoegd bent. De dag dat u even publiekelijk en even hardnekkig de Franstaligen de mantel uitveegt omdat ze Vlaanderen in het buitenland onterecht in een kwaad daglicht stellen (ja ook sommige Franstalige diplomaten steunen de Vlaamse export niet altijd naar behoren) zal u met veel meer reden recht van spreken hebben.

Als u het heeft over geldverspilling, zou u dan niet tegelijk de gigantische verspillingen (o.a. door het ‘internationale karakter’ van de federale regering en het immobilisme) op het federale niveau en de excessen van het consumptiefederalisme willen aanklagen?

Het spijt mij, maar uw boze reactie lijkt zeer sterk ingegeven door het onvermogen om een coherente buitenlandse politiek te kunnen voeren op federaal niveau (cfr de Afrika politiek met o.a. de schabouwelijke rivaliteit tussen u en de Franstaligen over Congo, …).

Hoogachtend
Pierre Therie,
Gewezen defensie attaché

26 februari 2009

Interview Willy De Waele burgemeester Lennik

naar aanleiding van het commentaarstukje

‘Als de grondvesten van een rechtsstaat symbolisch worden’ zie hieronder

Dat de kieskring Brussel Halle Vilvoorde gevoelig ligt werd nog maar eens duidelijk toen gouverneur De Witte telefonisch reageerde op mijn vragen maar mij geen toelating gaf om deze te publiceren, hoewel zijn uitleg heel correct en neutraal was. Samengevat komt zijn en andere informatie neer op volgende feitelijke vaststellingen:

- De verkiezingen van 2009 voor het Vlaams parlement zijn niet strijdig met de grondwet en stellen geen probleem. Overigens wil geen enkele politieke familie dat een boycot van de Europese verkiezingen ook de gewestelijke verkiezingen onmogelijk zou maken.

- Voor de verkiezing van het Europees parlement zijn er stricto sensu geen juridische problemen, vermits het arbitrage hof (nu grondwettelijk hof) de schending van het gelijkheidsbeginsel enkel vaststelde voor de kieswet van 2002 die de federale verkiezingen regelt.

- Voor de federale verkiezingen (ten laatste in 2011) zijn er twee tegengestelde grondwettelijke bepalingen van toepassing: enerzijds de verplichting om verkiezingen te houden en anderzijds de toepassing van het gelijkheidsbeginsel (er is geen voorrangsorde tussen deze of gene bepaling van de grondwet). Dus zelfs in 2011 kan de minister van Binnenlandse Zaken verkiezingen organiseren, door zich te beroepen op de andere bepaling, goed wetende dat hij dan de Vlamingen discrimineert.

De ‘Vlaamse’ burgemeesters willen vanzelfsprekend dat BHV gesplitst wordt maar geen enkele van de politieke partijen waartoe ze behoren heeft tot op heden de politieke moed gehad om deze discriminatie weg te werken via de volkomen legale en democratische parlementaire weg. Aan Franstalige kant weigert men elk gesprek zolang Vlaanderen niet bereid is een prijs te betalen voor het elimineren van deze discriminatie.

Als rechtsgronden niet meer de grondvesten zijn van de rechtspleging, wat blijft er dan nog over van een rechtsstaat?


Mijnheer De Waele, volgens ingewonnen informatie is er geen juridisch probleem voor de verkiezingen van het Europees parlement?

De Waele: Ik ken deze redenering en inderdaad als men zich baseert op de uitspraak van het arbitragehof is dit correct. Alleen weet iedereen dat de rechtsgrond (schending van het gelijkheidsbeginsel) waarop dit arrest is gebaseerd ook van toepassing is op de kieswet van 1989 die de verkiezingen voor het Europees parlement regelt.
De vaststelling dat een rechtbank zich daaromtrent niet heeft uitgesproken heft de discriminatie niet op en doet niets af van de ongrondwettelijkheid van de Europese verkiezingen en de onmogelijkheid om deze te organiseren.
Trouwens waarom wordt alleen het bestuurlijke arrondissement Halle-Vilvoorde onttrokken aan de logica van de grondwetsartikelen 1 tot 5 (organisatie van de federale staat) en niet de Waalse gemeenten met “faciliteiten” voor de Vlamingen?

Wat is er precies discriminerend aan de wet van 1989?

De Waele: Artikel 9 van de wet van 23 maart 1989 stelt dat de Europese verkiezingen worden gehouden op basis van de volgende kieskringen:
De Vlaamse kieskring die de administratieve arrondissementen omvat van het Vlaams Gewest met uitzondering van het bestuurlijk arrondissement Halle-Vilvoorde;
De Waalse kieskring die de administratieve arrondissementen omvat van het Waalse Gewest met uitzondering van de gemeenten van het Duitse taalgebied;
De kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde die de administratieve arrondissementen Brussel-hoofdstad en Halle-Vilvoorde omvat;
De Duitstalige kieskring die de gemeenten van het Duitse taalgebied omvat;

Artikel 10 § 1 van de wet van 23 maart 1989 bepaalt dat er 3 kiescolleges zijn:
Het Nederlandstalig kiescollege omvattend de personen die ingeschreven zijn op de lijst van kiezers van de Vlaamse kieskring;
Het Franstalig kiescollege omvattend de personen die ingeschreven zijn op de lijst van de kiezers van de Waalse kieskring;
De personen die ingeschreven zijn op de lijst van de kiezers van de gemeenten van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde behoren hetzij tot het Nederlandstalig kiescollege of het Franstalig kiescollege;

Beide artikelen hebben voor gevolg dat de kandidaten die deel uitmaken van de Waalse kieskring en van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde wanneer ze gekozen hebben voor het Franstalig kiescollege stemmen kunnen halen in 35 Vlaams Brabantse gemeenten.

Noch de kandidaten uit de Vlaamse kieskring, noch de kandidaten uit de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde die gekozen hebben voor het Nederlandstalig kiescollege, kunnen in om het even welke Waalse gemeenten op stemmen rekenen.

Tijdens de verkiezingen voor het Europese Parlement van 13 juni 2004 konden kandidaten uit onderstaande gemeenten van de Waalse kieskring en het Franstalig kiescollege in 35 Vlaams-Brabantse gemeenten aan de kiezer worden voorgesteld en stemmen halen:
Bruxelles, Dio-Valmont, Noirchain, Aywaille, Heure, Bastogne, Jumet, Tubize, Charleroi, Mons, Pont-à-Celles, Gilly, Saint-Marc, Lustin, Velaine-sur-Sambre, Jodogne, Ottignies, Gembloux, Liège, Hensies, Manhay, Tournai, Poulseur, Namur, Lessines, Blaugnies, Ophain-Bois-Seigneur-Isaac, Ittre, Sainte-Ode, La Louvière, Bouge, Verviers, Ans, Feluy, Anthines, Boussu, Tintigny, Orcq, Bothey, Loncin, Dorinne, Genval, Waterloo, Montigny-le-Tilleul, Lierneux, Nandrin, Beaufays, Les Bons Villers, Rouvroy, Saive, Wavre, Ghlin, Havinnes, Soignies, Grivegnée, Tongrinne, Limerlé, Mouscron, Ensival, Dinant, Binche, Herstal, Vedrin, Cuesmes, Montignies-sur-Sambre.

Dit is duidelijk een ongelijke behandeling van de kiezers en kandidaten van de Vlaamse kieskring behorend tot het Nederlandstalig kiescollege enerzijds en de kiezers en kandidaten van de Waalse kieskring behorend tot het Franstalig kiescollege anderzijds.

Dit argument is met het arrest van 26 mei 2003 van het Grondwettelijk Hof (overweging B.9.5) weerhouden om een aantal artikelen van de wet van 13 december 2002 tot wijziging van het kieswetboek te vernietigen.

Wanneer iemand de grondwettelijke verplichting tot het organiseren van de Europese verkiezingen inroept, dan stel ik daar tegenover dat deze verkiezingen enkel kunnen georganiseerd worden met respect voor de artikelen 1 tot 5 van de Grondwet die de federale staat organiseert in gewesten, gemeenschappen en taalgebieden die territoriaal afgebakend zijn.

De gemeenteraad van Lennik heeft beslist deze verkiezingen te boycotten. Betekent het ook dat u geen personen zal oproepen om te zetelen in de kiesbureau’s?

De Waele: Het oproepen van de personen die zullen zetelen in stem- en telbureau’s valt onder de bevoegdheid van de voorzitter van het hoofdkiesbureau.

Is de symboliek van uw aktie burgerzin niet het pijnlijke bewijs van de onmacht van de Vlamingen in het huidige Belgisch staatsbestel?

De Waele: De splitsing van de kieskring B H V en van het gerechtelijke arrondissement heeft geen communautair aspect zoals te pas en te onpas wordt verkondigd, maar iets dat een rechtstaat fundamenteel en veel dieper raakt: het respect voor de grondwet.

Er kan simpelweg niet onderhandeld worden over dit hele dossier; deze ongrondwettelijke situatie moet eenvoudig zonder enige compensatie worden rechtgezet.

Ik stel evenwel vast dat het naleven van de grondwet en het afdwingen van de naleving ervan, zelfs na een arrest van het Grondwettelijk Hof, in het Belgisch staatsverband onmogelijk is.

Zes miljoen Vlamingen, die al grondwettelijk geketend en gekluisterd waren door bijzondere meerderheidsregels, bevoegdheidsconflicten en alarmbelprocedures en de taalpariteit in de ministerraad, zijn in werkelijkheid een politieke minderheid. In België kan een rechtmatige en redelijke politieke doelstelling niet meer langs democratische weg worden gerealiseerd.


Waarvan akte.

Ter afsluiting twee bedenkingen:

Een vooraanstaande, maar vooral ook hoogstaande Vlaming die ooit uitgenodigd werd om lid te worden van het establishment en allerlei mooie functies en zelfs een adellijke titel werd aangeboden, maar deze weigerde, verklaarde onlangs nog dat de strijd tegen het Belgisch (Franstalig) establishment nog altijd actueel is.

Onlangs verklaarde een zittend rechter dat het ongehoord is dat een uitspraak van het hoogste rechtscollege door de politici genegeerd wordt. Deze verontwaardiging is volkomen begrijpelijk. Maar heeft ook een gemeenschap niet het recht om verontwaardigd te zijn als het slachtoffer is van een discriminerende wetgeving?

Beste lezers,

Heeft u de boodschap ook zo begrepen: dat discriminatie niet bestaat zolang een rechter dat niet vaststelt?
Hoe kunnen u en ik zo eigenwijs zijn om te denken dat we zelf discriminatie kunnen vaststellen. Hoe arrogant moeten we niet zijn om dat ook nog publiek te durven zeggen!

Pjotr

20 februari 2009

Als de grondvesten van een rechtsstaat symbolisch worden

Toen de gemeenteraad van Lennik besliste om de komende verkiezingen niet te organiseren wegens ongrondwettelijk en hierin gevolgd werden door de gemeente Affligem, werd deze actie door enkele collega’s schamper afgedaan als een vorm van spektakel, een symbolische actie zonder belang.

Deze actie burgerzin werd, met dank aan onze lieve Franstalige landgenoten, opgemerkt door de EU instanties die zich ‘zorgen maken’ over deze gang van zaken. Immers, stelt u zich even voor dat Europeanen die in de kieskring BHV wonen niet zouden kunnen stemmen voor hun vertegenwoordiger in het Europese parlement.

Tot op vandaag loopt alles lekker op zijn Belgisch: de Vlaamse minister Marino Keulen mag publiek verklaren dat hij de burgemeesters die van hem afhangen en weigeren deze verkiezingen te organiseren niet zal vervolgen, wegens geen juridische argumenten om hen te kunnen verplichten ongrondwettelijk te handelen en de federale minister van Binnenlandse Zaken die er geen graten in ziet om desgevallend de gouverneur te laten opdraven als organisator in plaats van de burgmeesters. In een land waar de bevoegdheden nogal door mekaar lopen is dat geen enkel probleem.

Er zijn echter wel enkele zwakke puntjes in deze surrealistische situatie.
In de eerste plaats is het duidelijk dat de uitvoerende macht de grondwet niet respecteert, of om het met de woorden van een rechter in functie te zeggen: “het is onvoorstelbaar dat politici een uitspraak van het hoogste rechtscollege dat duidelijk stelt dat het gelijkheidsbeginsel geschonden is door de vigerende kieswet, naast zich neerleggen”. Ze schenden daarmee niet enkel het heilig principe van de scheiding der machten, erger de federale regering stelt zich gewoon in de plaats van de rechterlijke macht door deze uitspraak te negeren. Dat de wetgeving eigenlijk het privilege is van de wetgevende macht doet in ons land al lang niet meer terzake.

Dat de burgemeesters die deze actie steunen het voorpaginanieuws halen betekent nog niet dat hun beslissing vooral mediatiek of symbolisch is, integendeel! Het is gewoon het begin van een bijna onvermijdelijke besluitvorming die zal uitdraaien op een juridisch gevecht waardoor DIT België – tot daar aan toe – maar helaas opnieuw en vooral Vlaanderen imagoschade dreigt op te lopen.

In plaats van de ‘recalcitrante’ burgemeesters zal de gouverneur van Vlaams Brabant desnoods in opdracht van de minister van Binnenlandse zaken deze verkiezingen moeten organiseren. Alleen blijkt men te vergeten dat de gouverneur een ambtenaar is die voor de koning volgende eed heeft afgelegd: “Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de grondwet en de wetten van het Belgische volk”. Met andere woorden: als de uitvoerende macht hem die opdracht geeft wordt hij verplicht om meineed te plegen. Ik kan mij indenken dat dit voor een integer ambtenaar een gewetensprobleem is dat niet zomaar kan onder de mat geschoven worden. Maar het wordt ook heel persoonlijk: kan om het even welke burger uit de kieskring BHV de gouverneur (en elke burgemeester die de verkiezingen wel organiseert) niet aanklagen wegens het nemen van maatregelen waardoor het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden, en dus indruisen tegen de grondwet?
Tweede vraag: moet de gewestelijke (Vlaamse) overheid die vooraf erkent dat deze verkiezingen ongrondwettelijk zijn de gouverneur/burgemeesters niet aanklagen wegens meineed als ze deze wél organiseren? Nul n’est censé ignorer la loi!

Ik ken het antwoord niet op deze vragen en heb daarom het advies gevraagd aan iemand die het zou moeten weten: Gouverneur De Witte van Vlaams Brabant.

In afwachting van zijn antwoord lijkt het er sterk op dat deze actie afdoen als symboliek een gigantische crisis van de ‘rechtsstaat’ België moet verdoezelen.

Pjotr

13 februari 2009

Luisteren met beide oren

Er worden soms heel overtuigende argumenten bijeengesprokkeld om de onwetende toehoorder of lezer te overtuigen van het gelijk van een van de protagonisten in een discussie. Het kan overigens best zijn dat het ook zo is, maar toch even naar beide kanten luisteren kan geen kwaad. Zeker niet als men daardoor beseft dat het soms moeilijker is om de juiste toedracht te kennen, dan het lijkt.

Neem nu de Fortis affaire van de laatste dagen (stemming aandeelhouders) en de reacties van de federale regering. De stemming over de Fortis deals werd door de aandeelhouders weggestemd. Men verwees naar een mogelijke manipulatie van de regering om geschorste aandelen toch toe te laten om hun eraan verbonden stemrecht te laten gelden. Volgens de enen ging deze actie uit van de regering (Reynders), waarop Van Rompuy reageerde en bevestigde dat deze vraag uitging van Fortis bank. Wie heeft er gelijk?
Wanneer men uit de media deze passages aan mekaar linkt die voor Reynders belastend zijn (vooral vandaag in DS), is het niet moeilijk om mensen die al geen hoge pet van hem ophebben te overtuigen van zijn schandalige poging om de regeringsbeslissing alsnog erdoor te duwen.

Als men echter redenen zoek om het tegenovergestelde te geloven, zal men luisteren naar Van Rompuy die zegt dat het Fortis bank was die deze ongelukkige vraag stelde en niet Reynders. Dat hij in één adem een ander zwart schaap aanwijst, de chinees Pin An, doet er niet toe, maar of het zijn geloofwaardigheid versterkt? Wie u gelijk geeft zal dus afhangen van wat u wil horen en uiteraard de geloofwaardigheid van de protagonisten.

Voor wie geen vertrouwen meer heeft in de politici én de bankmanagers is er een derde mogelijkheid: dat Fortis bank de vraag wel stelde maar dat het plausibel is om te geloven dat Reynders Fortis bank opdracht gaf om deze poging te ondernemen zodat hijzelf buiten schot kon blijven. Dan heet dan zijn ver antwoordelijkheid ontlopen of in eenvoudige termen achterbaksheid. Dan heeft de hele regering boter op het hoofd en gooide Van Rompuy zijn aureool van integriteit en geloofwaardigheid te grabbel.

Want geloofwaardigheid dáár gaat het om en is dat nu niet precies het grote probleem van de bankmanagers en federale politici? Alleen kunnen bankmanagers weggestuurd worden, voor federale politici, die staan voor het Belgisch belang(?) lijkt dat veel moeilijker. Hun ultieme verdedigingsgordel is het verwijt dat ‘men’ – dat zijn wij allen, kritisch ingestelde toehoorders/lezers - de polarisatie voedt; nog meer ‘wij tegen zij’. Dan heb ik wel één vraag die ik graag aan de eerste minister zou willen stellen: zouden we dan mogen weten wat de politici en bankiers dan wel van ons verwachten?

De mediaoorlog tussen Delhaize en Unilever heeft deze week gezorgd voor enige ophef en toen ik het opnam voor één partij (Unilever, op het moment dat Delhaize als eerste dit probleem eenzijdig via de radio naar buiten bracht) kreeg ik prompt reactie van een vriend en trouwe lezer. Even beide kanten bekijken?

Delhaize stelt dat ze verplicht wordt om het Unilever gamma uit de rekken te nemen omdat Unilever een veel hogere prijs eist. In hun winkels staat bij elke lege plek een bordje met de aanbeveling om een ‘gelijkwaardig’ product te kopen dat ze wel in voorraad hebben. Unilever wordt publiek gehekeld als de boeman die onredelijke prijsverhogingen eist.

Unilever vertelt een heel ander verhaal, dat begint bij de vaststelling dat de winstmarge op de eigen producten beduidend kleiner is dan de winstmarge van Delhaize op diezelfde producten. Geen probleem voor Delhaize dat terecht zijn eigen prijzen mag bepalen, zolang de klanten deze maar billijk vinden. In september 2008 wordt Delhaize op de hoogte gebracht van de vraag om voor 2009 een nieuwe overeenkomst te onderhandelen (het gaat om jaarlijkse akkoorden), wat betekent dat Delhaize vanaf dan wist dat het lopende akkoord niet zou verlengd worden. Tot begin januari weigert Delhaize te onderhandelen over een nieuw akkoord. Gevolg: alle leveringen na 1 januari worden gefactureerd aan de volle prijs, vermits de toegekende kortingen deel uitmaken van een akkoord dat er niet is. De ‘volle pot’ prijs is niet hoger dan de inflatie in het voorbije jaar en dus best aanvaardbaar. Maar de grote kortingen die Delhaize krijgt zijn er niet meer waardoor Delhaize gelijk heeft als ze zeggen dat de aankoopkosten gestegen zijn met … 30% ? Een van die kortingen is de belangrijke korting voor klanten die het ganse assortiment nemen en daar ook de nodige promotie campagnes voor willen steunen. Dat is blijkbaar waar het schoentje voor Delhaize wringt.
Delhaize wil met goedkopere producten de concurrentie aangaan met ALDI. Daarom willen ze hun assortiment in deze prijsklasse promoten en uitbreiden. Dat staat haaks op het grote assortiment van Unilever en veroorzaakt praktische problemen (ruimte en grotere stocks en gelijktijdige promotiecampagnes voor twee verscheiden strategieën). Naamsbekendheid versus de goedkoopste zonder merknaam. Strategische keuzes hebben natuurlijk ook consequenties.
Unilever staat sterk want niet zo afhankelijk van deze klant, maar het doet geen deugd en ook Delhaize zal een aantal klanten verliezen. Delhaize dreigt zijn imago van de ‘betere winkel’ te verliezen. Beide kampen zullen uiteindelijk tot een vergelijk komen en dan zal men zich afvragen of het wel nodig was om zo lang te wachten en het uit te vechten via de media.

Ondertussen is het bij Colruyt en andere afnemers van het Unilever assortiment kassa, kassa. En als later de prijs stijgt in Delhaize zal ook hun winstmarge groter worden.

Voor wie Delhaize volgt en de vervangingsproducten koopt: HLN heeft de moeite gedaan om de prijzen voor het volledige pakket te vergelijken (de voorgestelde vervangingsproducten in plaats van Unilever producten) en kwam tot de vaststelling dat de klant 290 euro moet betalen in plaats van 240 euro. Zo goedkoop lijken alle vervangingsartikelen dus niet te zijn!

Pjotr