ANDERS GELEZEN
Het was opnieuw feest voor al wie houdt van straffe uitspraken en dito beslissingen.
De Vlaamse regering besliste dat er een tunnel komt in plaats van De Lange Wapper brug. Maar of dat ook zo is zullen we pas weten in de (zomer) komkommertijd en dan is het makkelijker om een of andere beslissing te beslissen. Er zijn een paar voorwaarden maar er komt geen studie dus zullen ze wel niet zo belangrijk zijn. Als er maar een oplossing is, zegt Bart De Wever en Kris Peeters is niet getrouwd met een tunnel of een brug. Beslist een tunnel, maar elkeen heeft recht op wat tijd om de ondergrondse bocht te nemen.
De bevoegde Vlaamse minister Bourgeois besliste dat de drie recalcitrante burgemeesters uit de Rand niet benoemd worden. Pataat!
Tegenover deze Vlaamse dadendrang is er de aankondigingspolitiek van de federale regering: dS bloklettert op de voorpagina (1/04) dat er eindelijk een akkoord is over de hervorming van Justitie. Het is geen historisch akkoord. Daarvoor is het teveel afgezwakt.
Guy Tegenbos doet er nog een schepje bovenop: de vijf regeringspartijen raakten het eens over een afgeslankte versie van zijn justitiehervorming. Waw! De titel van zijn commentaar: ‘Vijf op een rij uit schaamte’.
De beslissing van Bourgeois zorgt voor een virulente reactie van Mangain. Waarop we twee moedige standpunten noteerden: dat van premier Yves Leterme en dat van Didier Reynders (MR). De eerste vindt dat ze alle twee – Bourgeois én Mangain – in de fout gingen en de tweede vindt dat alleen Bourgeois in de fout ging. De rest, brave gematigde Vlamingen staken even hun kop uit het venster en zo zeiden ze, ‘vonden het erg wat Mangain zei’ waarna ze snel weer verdwenen in hun wereld van communaautaire onmacht. Zowel Leterme als Reynders zijn tenminste zo eerlijk om de waarheid te zeggen: dat het allemaal draait om aan de macht blijven; voor de ene is zijn postje houden belangrijk voor de mensen en voor de andere zijn de stemmen van het FDF belangrijker dan het samenwerkingsfederalisme.
In Oostenrijk zijn er ongeveer 200 (zwarte) generaals bij het leger en evenveel (rode) directeurs-generaal bij de politie en de veiligheidsdiensten. Het resultaat van een particratie die de postjes verdeelt op basis van een afgewogen ‘Proporz’regeling tussen socialisten en christendemocraten sinds 1955 (tot Haider erbij kwam in 2000). Inclusief de verplichte partijkaart. Zo ontstond een nomenclatura. Voeg daarbij een verticale structuur en er ontstaat geheid een corporatistisch waterhoofd. Dat is precies wat er aan de hand is met Justitie in ons landje. Te veel centralisatie (kleurpotloden en WC papier bestellen in Brussel), te veel baronieën zonder organisatorische autonomie noch verantwoordelijkheid. Ik herinner mij de militaire erehaag aan de kathedraal in Antwerpen op 15 november en de eindeloze sliert met in grote dienstwagens aangevoerde magistraten in plechtig middeleeuws ornaat. Bijna vergeten, er is ook de slechte wetgeving, denk maar aan BHV.
Het principe – van de hervorming - is beslist, staat zwart op wit in de krant (dS 1/04), er komen 16 in plaats van 27 gerechtelijke arrondissementen. De Clerck heeft een concreet voorstel van schaalvergroting uitgetekend, maar hierover bestaat klaarblijkelijk nog geen akkoord tussen de meerderheidspartijen. ‘Vertrekkende van het voorstel van de minister gebeurt er nog een finaal overleg over de definitieve verdeling’, staat in de mededeling van de minister. (…) De hervorming zal zich sowieso over ettelijke jaren, zelfs een decennium uitstrekken. Wat zal daar ooit van komen? In elk geval is de splitsing van het gerechtelijk arrondissement BHV niet beslist. Mogen verder ook nog hun goesting doen: de vrederechters, dank zij Open VLD en de rechters van de arbeidsrechtbanken, dank zij de PS. De aangekondigde eenheidsrechtbank komt er evenmin.
Men zou zo denken dat er nogal wat stof was om de opiniebladzijden te vullen met scherpe pennen. Het onvermogen van de federale regering wordt zo stilaan surrealistisch. Fout! Niet in dS waar zowel Marc Reynebeau, Dave Sinardet als Rik Torfs elk op hun manier olie op de golven gieten. Voor Sinardet is Mangain ver over de schreef gegaan maar het zijn ‘tactische uitspraken’. Het is maar een politiek spelletje, dus mensen niet teveel belang aan hechten – waar hij wel een groot artikel over pleegt. En Bourgeois is ook fout natuurlijk. FDF en N-VA zijn natuurlijke partners tegen een onderhandelde oplossing voor BHV. Wat Sinardet daarbij vergeet? Dat N-VA de Grondwet aan zijn zijde heeft en Mangain enkel Reynders. Of toch niet, er zijn vooral de honderdduizend Franstaligen die niet in Vlaanderen willen leven, enkel wonen. Wat belgicisten niet graag horen en dus vergaten te melden is het dreigement van Mangain in LLB: Nous allons sensibiliser l’opinion publique internationale et européenne. Is dat het resultaat van een goed functionerend land, als ‘landgenoten’ zich bedreigd voelen (in hun superioriteit) en zich wenden tot internationale instanties? Wanneer zal Sinardet & Co erkennen dat België een parlementaire democratie is. Of toch voldoende democratie om de grondwet en een volkomen legaal politiek besluitvormingsproces te respecteren.
Reynebeau houdt het iets korter: Mangain zijn vergelijking met de Duitse bezetting is het bewijs van zijn gebrek aan argumenten. Reductio ad hitlerum, schrijft hij. Ik herinner mij een opiniemaker/columnist (dS 18/09/2007) die eveneens bij gebrek aan voldoende argumenten over de schreef ging. Toen sprak hij van een Fehlleistung, de Freudiaanse verspreking, één van de vier kanalen waarlangs volgens doctor Freud het onderbewuste te betrappen is. De zondaars: N-VA politici. Reductio ad freudum, of zoiets? Of wat te zeggen van belgicist Decroo die het vroeger al had over zwakzinnigen wegens andersdenkend. Welke deugdelijke argumenten hebben de verdedigers van DIT geldverslindend Belgisch politiek systeem nog wel, behalve massa’s olie om op de golven te gieten?
En zeggen dat de olieprijs opnieuw gestegen is.
Pjotr
ANDERS GELEZEN verschijnt wekelijks op maandag/dinsdag
02 april 2010
27 maart 2010
Vlaamse en Waalse bruggenbouwers
ANDERS GELEZEN
Vroeg of laat zal iemand rechtstaan en vragen: waarover gaat het eigenlijk?
Peter Vandermeersch schreef op 2 januari 2003 in dS, ‘De Standaard, zo geloven we, moet zich niet onderscheiden door ideologische of politieke voorkeuren. Wél door de juiste, genuanceerde en gecontroleerde weergave van de feiten. Door gedegen duiding en scherpe analyse’. Voorwaar een hele opgave waar dS helaas niet in slaagt. Vooral niet wanneer het gaat over belangrijke maatschappelijke onderwerpen, zoals de multiculturele problemen, de communautaire dossiers zoals BHV en de diverse initiatieven om de ontnederlandsing van Vlaanderen tegen te gaan.
Waar de krant evenmin in slaagt ‘Door de kolommen van de opiniepagina open te stellen voor de meest verscheiden en uiteenlopende meningen. Door dwarse en kritische commentaren’. Het overwegend aanbod van belgicistische, soms anti-Vlaamse stemmen met daarop reacties die zich beperken tot reageren op in plaats van zelf een correcte analyse te maken, resulteren in een aantal bladzijden welles nietes bijdragen waarvan de informatieve waarde ondergeschikt is aan de scherpe pen. Tabloïdjournalistiek door BV en BJ (Bekende Journalisten)!
Er is een uitgebreid artikel van Marc Reynebeau (dS 22/03) met een begrijpelijke uitleg over het wonen in eigen streek maar met een ‘teneur’ die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: het is er gekomen onder Vlaams-nationalistische druk, wat zoals wij reeds weten volstaat voor Reynebeau om het af te schieten. Tegelijk geeft hij toe dat deze nieuwe regel géén taalvereiste inhoudt en dus enkel dient om lokale inwoners te beschermen tegen druk van buitenuit. Reden overigens waarom ook burgmeesters van de traditionele partijen – toch geen nationalisten – hieraan meewerken.
Het nieuwe argument in zijn bijdrage is de problematiek van ‘internationale inwijkelingen’ die vanuit de ganse EU gaan wonen in de Rand omdat Brussel duidelijk niet zo aantrekkelijk is. Maar met die ‘buitenlanders’ die hier een periode wonen zijn de problemen niet dezelfde als met de landgenoten. Zij weten dat ze in een Nederlandstalige gemeente wonen en eisen niets, integendeel, ze leren enkele woordjes Nederlands om hun boodschappen te kunnen doen in de buurt en organiseren zich sociaal onder mekaar zoals dat in elke hoofdstad gebeurt waar een grote internationale gemeenschap leeft. De VN hoofdzetels in Wenen, Genève, New York en de EU en NAVO in Brussel. Wat wél verschilt is dat de meeste ambassadeurs de taal kennen van het land, zelfs als dat Kroatië is of Litouwen, maar dat in België nog te veel ambassadeurs het Nederlands onkundig zijn. De Nederlandstalige meerderheid mag best meer op zijn strepen staan in deze zaak.
Wie echter de onweerstaanbare drang voelt om van elke onduidelijkheid en elk incident een zootje te maken, kan altijd terecht in dS en Le Soir, het samenwerkingsverband waar iedereen die ‘past in het maatschappelijk denken van de krant’, een loopje mag nemen met de waarheid en waarbij elke voetnoot of nuancering door de redactie schittert door afwezigheid. De laatste tijd is Lukas Vander Taelen (Groen!) zowat het genie onder de opiniemakers, dat dS inzet om de Vlamingen wegwijs te maken in de problematiek van de Wooncode en het bevorderen van wonen in eigen streek. Waarom die burgemeesters dit willen toepassen? Om het Vlaams karakter ter ondersteuning van het samenleven in hun gemeente te bevorderen. En dat heeft enkel en alles te maken met de ONWIL van de Franstalige landgenoten om zich te integreren door op zijn minst de taal van de streek te spreken. Deze discussie zou nooit bestaan hebben mochten de Franstaligen zich een beetje moeite hebben getroost om het Nederlands te aanvaarden als de gangbare taal, in het gemeentehuis, voor het sociale leven en in de buurtwinkels. Wallonië heeft toch geen probleem met de Vlamingen, waarom wij wel met de Franstaligen?
Peter Vandermeersch klopt zichzelf graag op de borst en schrijft in zijn commentaar op 25/03 over Le Soir en dS: We zijn de kranten die – in verslag, analyse en commentaar – de staatsvorming van dit land hebben helpen bepalen. We zien onszelf als de plaats waar de grote maatschappelijke debatten moeten worden gevoerd. (…) Het zal u misschien verwonderen, maar ook ik vind die Vlaamse wooncode een ‘gaffe'. Het onderdeel ‘wonen in eigen streek' van het Vlaamse grond- en pandendecreet vind ik misplaatst. Ziedaar de redactionele bijdrage van de hoofdredacteur: ‘IK VIND’. Wel wat hij vindt is zijn goed recht maar het hoort wel thuis in de rubriek opinies en niet in een commentaarstuk van een hoofdredacteur. Die VINDT niets, maar zijn commentaar schittert door de feitelijke gegevens en een degelijke argumentatie die resulteert in een beter begrip. Ik zal maar géén voorbeelden geven …
De verontwaardiging van Béatrice Delvaux, hoofdredactrice Le Soir, is groot (dS 26/03, opiniebladzijde). ‘Wij geloven in de vermenging, de communicatie, de dialoog. Wij zijn ervan overtuigd dat het separatisme een blijk zou zijn van een verschrikkelijk menselijk falen, want het zou een mislukking van mensen zijn die te trots, te egoïstisch, te navelstaarderig zijn om manieren te vinden om op een respectvolle manier samen te leven’. Waar ze duidelijk niet in gelooft is de noodzaak om de taal te spreken van de ander. Zijn vermenging in het Frans, communicatie in het Frans en dialoog in het Frans dan het ultiem bewijs van een respectvolle samenleving?
Dan volgt het tweede argument: de mensenrechten van de Franstaligen zijn geschonden. Dat bekrompen Vlaanderen waar men alleen Nederlands wil spreken. Je moet het maar durven als krant van een taalgemeenschap die nergens het Nederlands respectvol behandelt (niet in Brussel ondanks de officiële tweetaligheid; het is aan het verbeteren zegt men al járen) en niet in Wallonië waar sinds de vorige eeuw alle inwijkelingen worden verfranst. Au nom de la liberté, fraternité & égalité, waarvan ééntaligheid de emanatie is, ten minste in Wallonië!
Tenslotte herneemt ze haar argumenten: Ten eerste: 'Het democratische model vereist dat alle leden van een maatschappij volgens dezelfde principes en wetten behandeld worden.' Ten tweede: 'De reactie op de geobsedeerden van de zuiverheid van het bloed, de heiligheid van de grond en de eenheid van het geloof is niet de wet van de vergelding, maar een serene en vastbesloten gehechtheid aan de waarden van gelijkheid, openheid en moderniteit.'
Wie zoveel kwaadheid ziet in de ander, kan niet op een geloofwaardige manier grote waarden verdedigen.
Bruggen bouwen?
Pjotr
ANDERS GELEZEN verschijnt op maandag/dinsdag
Vroeg of laat zal iemand rechtstaan en vragen: waarover gaat het eigenlijk?
Peter Vandermeersch schreef op 2 januari 2003 in dS, ‘De Standaard, zo geloven we, moet zich niet onderscheiden door ideologische of politieke voorkeuren. Wél door de juiste, genuanceerde en gecontroleerde weergave van de feiten. Door gedegen duiding en scherpe analyse’. Voorwaar een hele opgave waar dS helaas niet in slaagt. Vooral niet wanneer het gaat over belangrijke maatschappelijke onderwerpen, zoals de multiculturele problemen, de communautaire dossiers zoals BHV en de diverse initiatieven om de ontnederlandsing van Vlaanderen tegen te gaan.
Waar de krant evenmin in slaagt ‘Door de kolommen van de opiniepagina open te stellen voor de meest verscheiden en uiteenlopende meningen. Door dwarse en kritische commentaren’. Het overwegend aanbod van belgicistische, soms anti-Vlaamse stemmen met daarop reacties die zich beperken tot reageren op in plaats van zelf een correcte analyse te maken, resulteren in een aantal bladzijden welles nietes bijdragen waarvan de informatieve waarde ondergeschikt is aan de scherpe pen. Tabloïdjournalistiek door BV en BJ (Bekende Journalisten)!
Er is een uitgebreid artikel van Marc Reynebeau (dS 22/03) met een begrijpelijke uitleg over het wonen in eigen streek maar met een ‘teneur’ die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: het is er gekomen onder Vlaams-nationalistische druk, wat zoals wij reeds weten volstaat voor Reynebeau om het af te schieten. Tegelijk geeft hij toe dat deze nieuwe regel géén taalvereiste inhoudt en dus enkel dient om lokale inwoners te beschermen tegen druk van buitenuit. Reden overigens waarom ook burgmeesters van de traditionele partijen – toch geen nationalisten – hieraan meewerken.
Het nieuwe argument in zijn bijdrage is de problematiek van ‘internationale inwijkelingen’ die vanuit de ganse EU gaan wonen in de Rand omdat Brussel duidelijk niet zo aantrekkelijk is. Maar met die ‘buitenlanders’ die hier een periode wonen zijn de problemen niet dezelfde als met de landgenoten. Zij weten dat ze in een Nederlandstalige gemeente wonen en eisen niets, integendeel, ze leren enkele woordjes Nederlands om hun boodschappen te kunnen doen in de buurt en organiseren zich sociaal onder mekaar zoals dat in elke hoofdstad gebeurt waar een grote internationale gemeenschap leeft. De VN hoofdzetels in Wenen, Genève, New York en de EU en NAVO in Brussel. Wat wél verschilt is dat de meeste ambassadeurs de taal kennen van het land, zelfs als dat Kroatië is of Litouwen, maar dat in België nog te veel ambassadeurs het Nederlands onkundig zijn. De Nederlandstalige meerderheid mag best meer op zijn strepen staan in deze zaak.
Wie echter de onweerstaanbare drang voelt om van elke onduidelijkheid en elk incident een zootje te maken, kan altijd terecht in dS en Le Soir, het samenwerkingsverband waar iedereen die ‘past in het maatschappelijk denken van de krant’, een loopje mag nemen met de waarheid en waarbij elke voetnoot of nuancering door de redactie schittert door afwezigheid. De laatste tijd is Lukas Vander Taelen (Groen!) zowat het genie onder de opiniemakers, dat dS inzet om de Vlamingen wegwijs te maken in de problematiek van de Wooncode en het bevorderen van wonen in eigen streek. Waarom die burgemeesters dit willen toepassen? Om het Vlaams karakter ter ondersteuning van het samenleven in hun gemeente te bevorderen. En dat heeft enkel en alles te maken met de ONWIL van de Franstalige landgenoten om zich te integreren door op zijn minst de taal van de streek te spreken. Deze discussie zou nooit bestaan hebben mochten de Franstaligen zich een beetje moeite hebben getroost om het Nederlands te aanvaarden als de gangbare taal, in het gemeentehuis, voor het sociale leven en in de buurtwinkels. Wallonië heeft toch geen probleem met de Vlamingen, waarom wij wel met de Franstaligen?
Peter Vandermeersch klopt zichzelf graag op de borst en schrijft in zijn commentaar op 25/03 over Le Soir en dS: We zijn de kranten die – in verslag, analyse en commentaar – de staatsvorming van dit land hebben helpen bepalen. We zien onszelf als de plaats waar de grote maatschappelijke debatten moeten worden gevoerd. (…) Het zal u misschien verwonderen, maar ook ik vind die Vlaamse wooncode een ‘gaffe'. Het onderdeel ‘wonen in eigen streek' van het Vlaamse grond- en pandendecreet vind ik misplaatst. Ziedaar de redactionele bijdrage van de hoofdredacteur: ‘IK VIND’. Wel wat hij vindt is zijn goed recht maar het hoort wel thuis in de rubriek opinies en niet in een commentaarstuk van een hoofdredacteur. Die VINDT niets, maar zijn commentaar schittert door de feitelijke gegevens en een degelijke argumentatie die resulteert in een beter begrip. Ik zal maar géén voorbeelden geven …
De verontwaardiging van Béatrice Delvaux, hoofdredactrice Le Soir, is groot (dS 26/03, opiniebladzijde). ‘Wij geloven in de vermenging, de communicatie, de dialoog. Wij zijn ervan overtuigd dat het separatisme een blijk zou zijn van een verschrikkelijk menselijk falen, want het zou een mislukking van mensen zijn die te trots, te egoïstisch, te navelstaarderig zijn om manieren te vinden om op een respectvolle manier samen te leven’. Waar ze duidelijk niet in gelooft is de noodzaak om de taal te spreken van de ander. Zijn vermenging in het Frans, communicatie in het Frans en dialoog in het Frans dan het ultiem bewijs van een respectvolle samenleving?
Dan volgt het tweede argument: de mensenrechten van de Franstaligen zijn geschonden. Dat bekrompen Vlaanderen waar men alleen Nederlands wil spreken. Je moet het maar durven als krant van een taalgemeenschap die nergens het Nederlands respectvol behandelt (niet in Brussel ondanks de officiële tweetaligheid; het is aan het verbeteren zegt men al járen) en niet in Wallonië waar sinds de vorige eeuw alle inwijkelingen worden verfranst. Au nom de la liberté, fraternité & égalité, waarvan ééntaligheid de emanatie is, ten minste in Wallonië!
Tenslotte herneemt ze haar argumenten: Ten eerste: 'Het democratische model vereist dat alle leden van een maatschappij volgens dezelfde principes en wetten behandeld worden.' Ten tweede: 'De reactie op de geobsedeerden van de zuiverheid van het bloed, de heiligheid van de grond en de eenheid van het geloof is niet de wet van de vergelding, maar een serene en vastbesloten gehechtheid aan de waarden van gelijkheid, openheid en moderniteit.'
Wie zoveel kwaadheid ziet in de ander, kan niet op een geloofwaardige manier grote waarden verdedigen.
Bruggen bouwen?
Pjotr
ANDERS GELEZEN verschijnt op maandag/dinsdag
15 maart 2010
Kuifje in Kongo
ANDERS GELEZEN
De Democratische Republiek Congo was opeens wereldnieuws in België. Toen Yves Leterme, eerste minister, aan de pers meedeelde dat Koning Albert II zou aanwezig zijn op de ‘herdenking’ van 50 jaar onafhankelijkheid van Zaire, later DRC werd hem niet eens het voorrecht gegund om als primus inter pares deze regeringsbeslissing publiek kond te doen. Voor hem hadden de PS, bij monde van Laurette Onckelinckx en het CDH, bij monde van Joëlle Milquet reeds hun standpunt bekend gemaakt en dus konden Leterme en het restant van zijn regering enkel nog ja-knikken. Het deed mij terugdenken aan de mysterieuze apotheek in mijn geboortestad Wervik waar op de toog een beeldje van een zittend negertje stond dat met het hoofd knikte telkens iemand een cent deponeerde in zijn buik. Lernout & Hauspie hadden toen de spraaktechnologie nog niet zo goed onder de knie, anders had hij wellicht dankuwel gepreveld. Het was de tijd dat het album Kuifje in Congo verscheen. Geheel passend in de stijl van de kolonisator.
Onze generositeit in die dagen bestond uit aalmoezen, zilverpapier, kleurpotloden en ander schoolgerief van de bekende Brusselse koninklijke leverancier Pelletier. Deze firma die zich rijk verdiende aan ‘den Kongo’, werd door de volgende generatie bijna compleet verbrast. Onderwijl schraapte de Belgische elite, onder het welwillend oog van het Koningshuis der Belgen, de ertsen letterlijk en figuurlijk uit de buik van dit rijke land. Het hoeft geen betoog dat de centjes in de buik niet opwogen tegen het erts dat uit de buik werd gehaald. Van daar de vele littekens in het Congolese landschap.
Vandaag zijn wij weer vriendjes. Hoewel niemand juist weet wie er bevriend is met wie en alvast Kabila nummer twee daar helemaal niet van wakker ligt maken de ministers – vier op een rij zoals het past voor een belangrijke ex-kolonisator – hun opwachtingen in de hoofdstad voor een ontmoeting met de democratisch verkozen en dus legitieme leider van de DRC. Pieter De Crem mag als laatste nog wat stof doen opwaaien door de legerleiding uit te nodigen voor een défilé op het paleizenplein in Brussel. Daar zijn ze sinds André Flahaut al zoveel rare vogels gewoon, dat het jammer zou zijn mochten deze exotische soldaten niet meedoen. Aan de heren politici die het hier niet mee eens zijn, toch maar de aandacht vestigen op het gevaar beschuldigd te worden wegens racisme.
Wie ditmaal absoluut géén bezwaar heeft tegen dit voorstel is André Flahaut, nochtans niet het beste vriendje van Pieter. Op zijn blog laat Flahaut weten het bezoek ten volle te steunen. Een uittreksel:
Face à cette réponse positive, il est nécessaire de réfléchir. Réfléchir, par exemple, à ne pas poser des actes qui pourraient être interprétés d’une manière à porter atteinte à la pérennité des relations bilatérales entre les deux Etats. Albert en Leterme zijn dus verwittigd dat zij het daar niet al te bont moeten maken, door kritische publieke verklaringen af te leggen en Kabila tegen de haren te strijken.
Il est indispensable d’assurer une réelle compréhension ainsi qu’une bonne préparation de cette réponse, par ailleurs hautement symbolique. Pour rappel, la République Démocratique du Congo est un Etat souverain qu’il convient de considérer comme tel. (…) Notre responsabilité est de faire en sorte que cet anniversaire soit le moment de marquer un nouveau point de départ pour les relations entre la RD Congo et la Belgique.
Terwijl er in Vlaanderen nogal wat kabaal is omtrent dit bezoek weet Franstalig België en Flahaut reeds tot wat dit bezoek moet dienen : Si la RD Congo souhaite le soutien de l’Etat belge sur divers thèmes, tels que la sécurité, la justice ou encore la gouvernance, il faut mobiliser l’énergie nécessaire pour s’engager dans des partenariats dans ces domaines. De laatste paragraaf leest als volgt : Nous pourrions appeler cette fructueuse initiative : « Propositions pour un nouveau partenariat stratégique préférentiel entre la Belgique et la République Démocratique du Congo ». N’est-ce pas le plus beau cadeau que la Belgique puisse offrir au peuple congolais qui soufflera les bougies de ses cinquante ans d’indépendance ?
Dat precies Flahaut zijn persoonlijke steun verleent aan dit bezoek is opvallend, want hij is toch de grootste vijand van al wie de zwakkeren bedreigt. Hoeveel vliegtuigreizen organiseerde hij niet naar de NAZI kampen terwijl hij nu de miljoenen slachtoffers in Oost Congo straal negeert. Priorité à la Paix was zijn lijfspreuk toen hij defensieminister was. Vandaag heet het voor de minister van staat, priorité à la souveraineté d’un pays.
Zouden nog altijd dezelfden daar beter van worden?
Pjotr
ANDERS GELEZEN verschijnt wekelijks op maandag/dinsdag
De Democratische Republiek Congo was opeens wereldnieuws in België. Toen Yves Leterme, eerste minister, aan de pers meedeelde dat Koning Albert II zou aanwezig zijn op de ‘herdenking’ van 50 jaar onafhankelijkheid van Zaire, later DRC werd hem niet eens het voorrecht gegund om als primus inter pares deze regeringsbeslissing publiek kond te doen. Voor hem hadden de PS, bij monde van Laurette Onckelinckx en het CDH, bij monde van Joëlle Milquet reeds hun standpunt bekend gemaakt en dus konden Leterme en het restant van zijn regering enkel nog ja-knikken. Het deed mij terugdenken aan de mysterieuze apotheek in mijn geboortestad Wervik waar op de toog een beeldje van een zittend negertje stond dat met het hoofd knikte telkens iemand een cent deponeerde in zijn buik. Lernout & Hauspie hadden toen de spraaktechnologie nog niet zo goed onder de knie, anders had hij wellicht dankuwel gepreveld. Het was de tijd dat het album Kuifje in Congo verscheen. Geheel passend in de stijl van de kolonisator.
Onze generositeit in die dagen bestond uit aalmoezen, zilverpapier, kleurpotloden en ander schoolgerief van de bekende Brusselse koninklijke leverancier Pelletier. Deze firma die zich rijk verdiende aan ‘den Kongo’, werd door de volgende generatie bijna compleet verbrast. Onderwijl schraapte de Belgische elite, onder het welwillend oog van het Koningshuis der Belgen, de ertsen letterlijk en figuurlijk uit de buik van dit rijke land. Het hoeft geen betoog dat de centjes in de buik niet opwogen tegen het erts dat uit de buik werd gehaald. Van daar de vele littekens in het Congolese landschap.
Vandaag zijn wij weer vriendjes. Hoewel niemand juist weet wie er bevriend is met wie en alvast Kabila nummer twee daar helemaal niet van wakker ligt maken de ministers – vier op een rij zoals het past voor een belangrijke ex-kolonisator – hun opwachtingen in de hoofdstad voor een ontmoeting met de democratisch verkozen en dus legitieme leider van de DRC. Pieter De Crem mag als laatste nog wat stof doen opwaaien door de legerleiding uit te nodigen voor een défilé op het paleizenplein in Brussel. Daar zijn ze sinds André Flahaut al zoveel rare vogels gewoon, dat het jammer zou zijn mochten deze exotische soldaten niet meedoen. Aan de heren politici die het hier niet mee eens zijn, toch maar de aandacht vestigen op het gevaar beschuldigd te worden wegens racisme.
Wie ditmaal absoluut géén bezwaar heeft tegen dit voorstel is André Flahaut, nochtans niet het beste vriendje van Pieter. Op zijn blog laat Flahaut weten het bezoek ten volle te steunen. Een uittreksel:
Face à cette réponse positive, il est nécessaire de réfléchir. Réfléchir, par exemple, à ne pas poser des actes qui pourraient être interprétés d’une manière à porter atteinte à la pérennité des relations bilatérales entre les deux Etats. Albert en Leterme zijn dus verwittigd dat zij het daar niet al te bont moeten maken, door kritische publieke verklaringen af te leggen en Kabila tegen de haren te strijken.
Il est indispensable d’assurer une réelle compréhension ainsi qu’une bonne préparation de cette réponse, par ailleurs hautement symbolique. Pour rappel, la République Démocratique du Congo est un Etat souverain qu’il convient de considérer comme tel. (…) Notre responsabilité est de faire en sorte que cet anniversaire soit le moment de marquer un nouveau point de départ pour les relations entre la RD Congo et la Belgique.
Terwijl er in Vlaanderen nogal wat kabaal is omtrent dit bezoek weet Franstalig België en Flahaut reeds tot wat dit bezoek moet dienen : Si la RD Congo souhaite le soutien de l’Etat belge sur divers thèmes, tels que la sécurité, la justice ou encore la gouvernance, il faut mobiliser l’énergie nécessaire pour s’engager dans des partenariats dans ces domaines. De laatste paragraaf leest als volgt : Nous pourrions appeler cette fructueuse initiative : « Propositions pour un nouveau partenariat stratégique préférentiel entre la Belgique et la République Démocratique du Congo ». N’est-ce pas le plus beau cadeau que la Belgique puisse offrir au peuple congolais qui soufflera les bougies de ses cinquante ans d’indépendance ?
Dat precies Flahaut zijn persoonlijke steun verleent aan dit bezoek is opvallend, want hij is toch de grootste vijand van al wie de zwakkeren bedreigt. Hoeveel vliegtuigreizen organiseerde hij niet naar de NAZI kampen terwijl hij nu de miljoenen slachtoffers in Oost Congo straal negeert. Priorité à la Paix was zijn lijfspreuk toen hij defensieminister was. Vandaag heet het voor de minister van staat, priorité à la souveraineté d’un pays.
Zouden nog altijd dezelfden daar beter van worden?
Pjotr
ANDERS GELEZEN verschijnt wekelijks op maandag/dinsdag
10 maart 2010
Talent, hard werken en het juiste toeval
ANDERS GELEZEN
In Knack (03/03) besluit Peter Van Rompuy zijn column ‘Begraaf uw talenten niet’ met volgende paragraaf: Hoe veel rijker zijn we niet als we alle talent ontketenen? Daarvoor mogen we niet alleen wachten op de overheid of big business. De beste hefboom hebben we zelf in handen. Hard en zinvol werk, dat geduldig wacht op het juiste toeval. Hij kan alvast niet klagen dat het juiste toeval hem voorbijliep.
Zijn bijdrage legt een hele weg af, beginnend met het boek van Malcolm Gladwell waaruit blijkt dat geboren worden in het begin van het jaar de weg naar succes verkort. Daar ben ik dus al benadeeld, maar geen nood, hard werken loont. Bill Gates en The Beatles waren workaholics en zie ze werden wereldberoemd en rijk. Dalen we vervolgens af naar de gewone mensen, dan blijkt dat we in Europa steeds minder werken. Dat is de echte bom onder onze innovatiekracht.
En toen viel de verwarming uit. Belde ik mijn brandstofleverancier om snel de tank bij te vullen. Even luisteren naar zijn verhaal.
Peter is nog jong, een dertiger die de stap zette naar het ondernemerschap. Hij verkoopt brandstof voor de verwarming en heeft dank zij zijn vriendelijkheid en inzet een aardig lokaal cliënteel opgebouwd. Toen ik hem belde was het acht uur ’s avonds en ik hoorde dat hij nog bij een klant aan het leveren was. Het zou voor morgenvroeg zijn. De ganse dag van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat diende hij mensen te depanneren die verrast werden door de strenge winter. ’s Morgens om 8 uur was hij er en ik wou hem een beetje opfleuren door te zeggen dat hard werken ook geld in het laatje brengt. Had ik beter niet gedaan. Blijkt dat hij bij heel veel klanten wel levert maar niet betaald wordt. Dat bedrijven bij hem voor tienduizenden euro’s in het krijt staan. Zijn grote schrik was dat een van zijn grootste schuldenaars failliet zou gaan. Als een waterval kwamen de kleine verhalen van mensen die zelfs geen 1000 liter kunnen betalen en vragen om ‘morgen te betalen’. Hoe zouden ze?
Wie maalt er nu om de frustratie van hardwerkende kleine zelfstandigen? Schrik moeten hebben om zelf failliet te gaan, mee gezogen te worden door de armoede van anderen, dikwijls de groten. Hij vertelde het verhaal van iemand die kranten en weekbladen naar de krantenwinkels brengt voor een hongerloon. Want terwijl die weekbladen en krantenbedrijven met de rechterhand terecht wijzen op de erger wordende armoede, zetten ze de onderaannemingen met de linkerhand het mes op de keel. In naam van de bedrijfsresultaten. Misschien zou zo’n verhaal eens in de krant moeten staan. Geef toe als je een ganse nacht onder de baan bent geweest en er schiet na aftrek van de kosten bijna niets meer over, dan is hard werken en geduldig wachten op het juiste toeval wel een heel wereldvreemde gedachte. Oh ja, één van zijn camions ligt aan de ketting in de garage, tot hij kan betalen.
De kleine middenstander heeft Vlaanderen mee helpen rijk worden. Hij is er zelf ook veel beter van geworden maar sommigen werden wel tot armoede veroordeeld na jarenlang hard werken. Wie herinnert zich nog de vlasteelt in de Leiestreek tussen Kortrijk en Wervik. Een bloeiende handel die door de laksheid van de regering ten aanzien van de dumpingprijzen van het Russische vlas definitief gekelderd werd. Sommigen stapten snel over op leemplaten en vloerbekleding en werden superrijk. De meesten echter konden na het betalen van het werkwolk alleen nog het kleingeld uit de kassa halen. Toen ging men nog niet rijk failliet.
Neen, ik ben geen pessimist, maar als Rik Van Cauwelaert in zijn wekelijkse bijdrage heel dikwijls wijst op de slechte economische situatie en het falend beleid, lijkt dat niet zo erg te zijn. Tot men het tegenkomt in levende lijve. Het leven is niet elke dag mooi, zei Kristien Hemmerechts gisteren bij Phara op Canvas. Steeds meer mensen geven haar gelijk.
Pjotr
ANDERS GELEZEN verschijnt wekelijks op maandag/dinsdag
In Knack (03/03) besluit Peter Van Rompuy zijn column ‘Begraaf uw talenten niet’ met volgende paragraaf: Hoe veel rijker zijn we niet als we alle talent ontketenen? Daarvoor mogen we niet alleen wachten op de overheid of big business. De beste hefboom hebben we zelf in handen. Hard en zinvol werk, dat geduldig wacht op het juiste toeval. Hij kan alvast niet klagen dat het juiste toeval hem voorbijliep.
Zijn bijdrage legt een hele weg af, beginnend met het boek van Malcolm Gladwell waaruit blijkt dat geboren worden in het begin van het jaar de weg naar succes verkort. Daar ben ik dus al benadeeld, maar geen nood, hard werken loont. Bill Gates en The Beatles waren workaholics en zie ze werden wereldberoemd en rijk. Dalen we vervolgens af naar de gewone mensen, dan blijkt dat we in Europa steeds minder werken. Dat is de echte bom onder onze innovatiekracht.
En toen viel de verwarming uit. Belde ik mijn brandstofleverancier om snel de tank bij te vullen. Even luisteren naar zijn verhaal.
Peter is nog jong, een dertiger die de stap zette naar het ondernemerschap. Hij verkoopt brandstof voor de verwarming en heeft dank zij zijn vriendelijkheid en inzet een aardig lokaal cliënteel opgebouwd. Toen ik hem belde was het acht uur ’s avonds en ik hoorde dat hij nog bij een klant aan het leveren was. Het zou voor morgenvroeg zijn. De ganse dag van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat diende hij mensen te depanneren die verrast werden door de strenge winter. ’s Morgens om 8 uur was hij er en ik wou hem een beetje opfleuren door te zeggen dat hard werken ook geld in het laatje brengt. Had ik beter niet gedaan. Blijkt dat hij bij heel veel klanten wel levert maar niet betaald wordt. Dat bedrijven bij hem voor tienduizenden euro’s in het krijt staan. Zijn grote schrik was dat een van zijn grootste schuldenaars failliet zou gaan. Als een waterval kwamen de kleine verhalen van mensen die zelfs geen 1000 liter kunnen betalen en vragen om ‘morgen te betalen’. Hoe zouden ze?
Wie maalt er nu om de frustratie van hardwerkende kleine zelfstandigen? Schrik moeten hebben om zelf failliet te gaan, mee gezogen te worden door de armoede van anderen, dikwijls de groten. Hij vertelde het verhaal van iemand die kranten en weekbladen naar de krantenwinkels brengt voor een hongerloon. Want terwijl die weekbladen en krantenbedrijven met de rechterhand terecht wijzen op de erger wordende armoede, zetten ze de onderaannemingen met de linkerhand het mes op de keel. In naam van de bedrijfsresultaten. Misschien zou zo’n verhaal eens in de krant moeten staan. Geef toe als je een ganse nacht onder de baan bent geweest en er schiet na aftrek van de kosten bijna niets meer over, dan is hard werken en geduldig wachten op het juiste toeval wel een heel wereldvreemde gedachte. Oh ja, één van zijn camions ligt aan de ketting in de garage, tot hij kan betalen.
De kleine middenstander heeft Vlaanderen mee helpen rijk worden. Hij is er zelf ook veel beter van geworden maar sommigen werden wel tot armoede veroordeeld na jarenlang hard werken. Wie herinnert zich nog de vlasteelt in de Leiestreek tussen Kortrijk en Wervik. Een bloeiende handel die door de laksheid van de regering ten aanzien van de dumpingprijzen van het Russische vlas definitief gekelderd werd. Sommigen stapten snel over op leemplaten en vloerbekleding en werden superrijk. De meesten echter konden na het betalen van het werkwolk alleen nog het kleingeld uit de kassa halen. Toen ging men nog niet rijk failliet.
Neen, ik ben geen pessimist, maar als Rik Van Cauwelaert in zijn wekelijkse bijdrage heel dikwijls wijst op de slechte economische situatie en het falend beleid, lijkt dat niet zo erg te zijn. Tot men het tegenkomt in levende lijve. Het leven is niet elke dag mooi, zei Kristien Hemmerechts gisteren bij Phara op Canvas. Steeds meer mensen geven haar gelijk.
Pjotr
ANDERS GELEZEN verschijnt wekelijks op maandag/dinsdag
Abonneren op:
Posts (Atom)