03 oktober 2014

F35, een nieuwe generatie vliegtuigen


Media en politiek    anders gelezen


 

 

Deze bijdrage werd gepubliceerd op De Bron (met foto's) en is binnenkort op aanvraag ook beschikbaar in het Engels. 


PIERRE THERIE – De gedoodverfde kandidaat als opvolger voor de F16 is de Joint Strike Fighter (JSF) of F35 van Lockheed Martin. Een exclusief gesprek met Yung A. Le,  Director Business Development – Northern Europe, over de kostprijs en nog veel meer.



Ter inleiding


 

Onlangs besliste de Belgische regering om de F16 te vervangen door een nieuw gevechtsvliegtuig. De grootste kanshebber (hoewel dat formeel ontkend wordt) is de JSF of F35 Lightning II. In de traditionele media hoorden en lazen we vooral politiek-geïnspireerde kritiek, wegens ‘niet nodig’ of ‘te duur’. Op diverse fora regende het kritische technische bemerkingen, meestal geschreven door gewezen piloten. En vooral heel veel vragen. Tijd voor enkele antwoorden. Daarom hadden we een drie uur durend exclusief onderhoud met Yung A. Le en Danny Van de Ven (BRIDAN consultancy) op de zetel van Lockheed Martin aan de Louizalaan te Brussel.  

 

Op die andere cruciale politieke vraag, of België al dan niet moet kiezen voor de JSF/F35A, wordt hier niet ingegaan. Maar geen nood, ook daaraan zullen we de nodige aandacht besteden. Want het gaat om veel geld, maar niet alleen om geld.

 

Voorbeschouwingen


Een strategische visie


Alleen grote staten, zoals de VS, slagen erin om een strategische visie op lange termijn te ontwikkelen en daarvoor ook nog de nodige financiële middelen te voorzien. Voor de strijdkrachten van een land dat de ambitie heeft om wereldleider te zijn en te blijven, is de opdracht eenvoudig en tegelijk uiterst uitdagend: steeds beschikken over meer en betere operationele capaciteiten dan de potentiële tegenstanders.

 

In deze evolutionaire militaire visie is de F35 één van de cruciale wapensystemen. Daarenboven is dit vliegtuig een overgangsoplossing, in afwachting dat onbemande vliegtuigen de hoofdrol overnemen van bemande. Wat niet belet dat er, weliswaar in mindere mate, altijd bemande vliegtuigen nodig zullen blijven. 

 

Met de toenemende militaire capaciteiten van de potentiële tegenstanders is de Amerikaanse regering blijkbaar tot de conclusie gekomen dat de bestaande vliegtuigen van de vierde generatie, zoals de Amerikaanse F18 Super Hornet (in gebruik sinds 2007) en de F22 Raptor (in gebruik sinds 2005)  niet meer voldeden. Ook de andere kandidaten voor de opvolging van de F16 zijn  van dezelfde (voorbijgestreefde?) generatie: de geciteerde F18 (US), de Eurofighter (GE/UK), de Rafale (FR) en de Zweedse JAS39 Gripen.

Daarom dus de F35, ‘The Centerpiece for 21st Century Global Security’, een nieuwe generatie die ontworpen werd om wel een antwoord te bieden op de nieuwe bedreigingen.

 

Dat deze ‘never-ending’ wapenwedloop voor grote vliegtuigbouwers zoals Lockheed Martin noodzakelijk is voor hun overleven, is wellicht een argument dat meespeelde. Maar dat is ook het geval voor de concurrenten.

 

Belangrijke keuzes 

De VS hebben een traditie om permanent aanpassingen aan het bestaand materieel te ontwikkelen. Maar slechts wanneer er een ‘window of opportunity’ is (lees als er vraag naar is) worden deze verbeteringen ook effectief op de markt gebracht. Het is zelfs een vanzelfsprekend gegeven geworden dat dure gevechtsvliegtuigen permanent geüpgraded worden. In militair jargon heet dat een ‘block’. Wie op Wikipedia zoekt naar de upgrades voor de F16 zal verbaasd staan over de talrijke verbeteringen die dit vliegtuig onderging in de loop van zijn operationeel leven.

 

Met de F35 gaat men een nieuwe weg op. In plaats van te kiezen voor upgrades koos men voor een totaal nieuw concept. Dat verklaart wellicht de (te) lange ontwikkelingsperiode. Daarenboven werden twee cruciale beslissingen genomen.

  • Voor het eerst wordt slechts één vliegtuigtype gebouwd dat moet voldoen aan de specifieke eisen van drie verschillende gebruikers: de Air Force, de Mariniers en de Navy. Daarom werden drie varianten voorzien: de klassieke F35A voor de Luchtmacht. De F35B (verticale landing) voor de Mariniers (Special Forces)  en de F35C (Navy versie voor vliegdekschepen)
     
  • De tweede beslissing was om het vliegtuig samen met partners te ontwikkelen en te bouwen. De naam ‘Joint Strike Fighter’ staat dus voor zowel de gemeenschappelijke ontwikkeling als voor het gemeenschappelijk gebruik van de F35.
     

 

Kennismaking met de JFS / F35 Lightning II


 

 

Onderstaande informatie is de neerslag van het onderhoud met Mr Yung Le, Business Devellopment Lockheed Martin.

De ontwikkeling


Het gedeelte "concept and study” van het programma werd opgestart in het begin van de jaren 90 met het programma JAST tussen de US en de UK. De winnaar van het JSF programma werd aangekondigd in 2001 met de onmiddellijke start van de fase ‘System Development and Demonstration’ (SDD) nadat Lockheed Martin werd geselecteerd. De USA heeft daarna andere partners uitgenodigd om deel te nemen aan het programma. Deze landen, naast de USA en UK, zijn: Canada, Denemarken, Nederland, Noorwegen, Italië, Turkije en als laatste Australië. Door deelname aan de ontwikkeling, waarvoor ze betalen maar ook inbreng hebben, zijn deze landen verzekerd van deelname aan de industriële productie. Elk land produceert een onderdeel van het vliegtuig. Voor Nederland is dat de firma Fokker Aerostructures dat onderdelen van de structuur (deuren, …) bouwt en de ganse bekabeling levert. Landen die niet deelnamen aan deze ontwikkeling (en investering) kunnen dus nog enkel deelnemen als subcontractant. Voor België levert Barco de schermen in de cockpit. Zopas heeft Barco echter zijn militaire divisie verkocht aan een Amerikaans bedrijf. In totaal zijn er momenteel bijna 1500 bedrijven  betrokken bij de productie. 

 

Volgens Yung Le ligt de ontwikkeling op schema, ondanks de diverse moeilijkheden die onvermijdelijk zijn bij dergelijk vernieuwend project. Gevraagd naar de belangrijkste actuele uitdaging verwees hij naar de fusie van de enorme hoeveelheid informatie (via de sensoren) die de piloot moet ‘managen’.

 

Volgens zijn informatie zal in 2017 de ontwikkeling afgerond zijn en is de definitieve versie van de F35 klaar voor productie. Wat nadien volgt wordt opgenomen in upgrades (de fameuze blocks).

 


De vijfde generatie


Wat is het verschil tussen de vierde en vijfde generatie?

 

Wat de F35 onderscheidt van de bestaande vliegtuigen is hoofdzakelijk zijn eigen beschermingscapaciteit. Daardoor kan het dieper in vijandig gebied opereren. Deze capaciteit is te danken aan een combinatie van lage zichtbaarheid (stealth), performante sensoren die in een breed spectrum ver vooruit kunnen waarnemen, de mogelijkheden om radarinstallaties (ook punctueel) te storen (Electronic Warfare - jamming) en tenslotte de hoge graad van informatiedeling.

 

Enkele voorbeelden om deze capaciteiten te illustreren:

Voor een vliegtuig geldt het principe: als eerste kunnen zien en als eerste kunnen schieten. Welnu de vliegtuigen van de vierde generatie zijn ongeveer in balans met de capaciteiten van de potentiële tegenstanders, terwijl de F35 veel vroeger de tegenstreven kan zien en aanvallen (in geval van radars, vernielen of ontwijken).  

 

Door de zeer lage zichtbaarheid (volledige onzichtbaarheid bestaat niet) wordt de effectieve radius waarin radars het vliegtuig kunnen ontdekken veel kleiner terwijl de piloot zelf door de sensoren zelf meer radarlocaties kan ontdekken en dus vermijden.

 

Door de automatische real-time gegevensuitwisseling over de omgeving kan sneller ingespeeld worden op bedreigingen.

 

Maar precies deze toegenomen mogelijkheden vergen van de piloot andere capaciteiten dan actueel het geval is. Waar een piloot in de vroege jaren dank zij zijn behendigheid als ‘vliegenier’ een oorlogsheld kon worden, is dat nu nauwelijks nog het geval. De F35 piloot zal veel minder vliegenier zijn en veel meer een manager van informatie. Ook dat is een aanwijzing dat de F35 een stap is op weg naar onbemande vliegtuigen.

 
De opdrachten

De F35 is ontworpen voor de uitvoering van volgende opdrachten:

Air-to-Air (fighter);

Air-to-Ground (bomber);

Intelligence, Surveillance and Reconnaissance (Inlichtingen verzamelen, bewakingsopdrachten en verkenningsopdrachten);

Electronic attack (aanvallen van electronica)

Command and Control (Commandocentrum voor operaties).

 

Op de vraag of de F35 het enige vliegtuig is dat in de toekomst gebruikt kan worden voor nucleaire opdrachten kreeg ik volgend antwoord: “Dat is een vraag die enkel kan beantwoord worden door de Amerikaanse regering. Maar zo voegde hij er aan toe: de F35 zal binnen afzienbare tijd wel nog het enige gevechtsvliegtuig zijn waarover de US Air Force zal beschikken.

 

Wanneer enkel nog NAVO partners die beschikken over de F35 zouden belast kunnen worden met nucleaire opdrachten, roept dat een interessante vraag op: wat met de NAVO-landen die geen F35 hebben?

 

De prijs


Zowat iedereen verwijt Lockheed Martin (en de Amerikaanse regering) om geen klare wijn te schenken. Wij deden de moeite om het te vragen en kregen wel een duidelijk antwoord.

 

Vooreerst maakte Yung Le duidelijk dat Lockheed Martin wegens de veiligheidsvoorschriften enkel mag verkopen aan de Amerikaanse regering. Daarom wordt alleen onderhandeld met de VS-regering over de prijs (ook voor vliegtuigen van andere landen). Dus ook wanneer België beslist om de F35 te kopen zal het de Amerikaanse regering zijn die over de prijs zal onderhandelen met Lockheed.

 

Er bestaan heel wat misverstanden en de bedragen die aangehaald worden variëren van 100 tot 150 miljoen euro per vliegtuig. Deze misverstanden hebben vooral te maken met twee verschillende prijzen: de kostprijs voor één vliegtuig (URF, Unit Recurring Flyaway per aircraft) en de systeemprijs (of programmaprijs). Deze laatste omvat naast het vliegtuig alles wat nodig is om het vliegtuig operationeel te maken: een initiële stock wisselstukken, initiële fabriekssteun, uitrusting voor het onderhoud, simulatoren, opleiding piloten en technisch personeel, wapens en IT ondersteuning. Dit complete pakket verschilt van land tot land en wordt expliciet vermeld in de overeenkomst die elk land sluit (LOA – Letter of Offer and Acceptance) met de Amerikaanse regering. Deze LOA heeft een af te spreken looptijd van meerdere jaren.

 

De URF prijs (de naakte stuksprijs)

Voor het eerste vliegtuig werd in 2007 ongeveer 250 miljoen dollar betaald. In 2013 bestelde het Amerikaanse ministerie van defensie 29 vliegtuigen en budgetteerde daarvoor (per stuk) ongeveer 125 miljoen dollar. De werkelijke prijs lag daar iets onder, aldus Yung. In 2014 werden 29 F35 besteld en momenteel zijn de onderhandelingen over de prijs nog niet afgerond. Naarmate de aantallen toenemen zal de prijs per stuk gevoelig dalen en zal na het beëindigen van de ontwikkeling (2017) een exemplaar (bestelling in 2018) nog hooguit 85 miljoen dollar of zo’n 70 miljoen euro kosten. Dat zijn ten minste de vooruitzichten.

 

Die 85 miljoen dollar is de prijs die de US (en de partnerlanden) betalen. Voor België is de prijs dezelfde maar dient een ‘kleine’ (dixit Yung) meerprijs betaald te worden als aandeel in de ontwikkelingskosten. Hoeveel dat supplement zal bedragen is onderwerp van de onderhandelingen met de Amerikaanse regering.

 

De systeemprijs

Vermits deze voor elk land verschillend is en voor een deel buiten de competentie van Lockheed Martin valt, baseren we ons op één concreet geval. Namelijk Zuid Korea dat binnenkort een LOA voor 40 vliegtuigen zal afsluiten en daarvoor een budget van 7,1 miljard dollar of ongeveer 5,7 miljard euro voorzag. De systeemprijs bedraagt dus zowat 142,5 miljoen euro per vliegtuig. Voor de berekening van de systeemprijs die België zal moeten betalen is het dus nog te vroeg, maar nog niet te laat om alvast alle kandidaten te beoordelen op basis van hun systeemprijs.

 

Deze informatie maakt duidelijk dat wie alleen spreekt over een vliegtuigprijs aan misleiding doet.

 

Over de exploitatiekosten voegde Yung Le nog een opmerking toe: namelijk dat een vliegtuig waarvan  meer dan drieduizend exemplaren worden geproduceerd veel goedkoper is inzake exploitatiekosten dan een vliegtuig dat slechts in ‘honderdtallen’ wordt gebouwd. Zijn bewering lijkt echter niet in overeenstemming met de bevindingen van het US Government Accountability Office (USGAO) waar men de ‘Operating & Support cost’ voor de F35 berekende voor het fiscaal jaar 2010, maar voor het maximum voorzien aantal vliegtuigen dat pas in 2040 zal bereikt worden. Volgens deze officiële bron bedraagt de jaarlijkse O&S kost 19,9 miljard dollar. Vermits volgens de gegevens van Lockheed de VS voorziet om 1763 F35A, 420 F35B en 260 F35C (samen 2.443 vliegtuigen) te kopen, komt deze jaarlijkse O&S kost op meer dan 8 miljoen dollar of ongeveer 6,7 miljoen euro per vliegtuig.

 

Hiermee geconfronteerd verwees Yung Le naar een reactie van het  ‘F35 Joint Program Office’. Daarin verwijzen ze naar de continue verbeteringen die in het ‘life cycle’ programma gerealiseerd werden sinds het gebruikte referentiejaar 2010. Alleen al in 2013 werden 200 verbeteringen aangebracht in de onderhoudsactiviteiten, inclusief technische vernieuwingen waardoor de maintenance sneller en goedkoper wordt. Ter afsluiting schrijft men dat verdere inspanningen zullen zorgen voor een verdere daling van de ‘life cycle cost’: “Finding efficiencies and improving processes in a program as complex as F-35 is a constant challenge that requires tremendous vigilance and oversight - the F-35 Joint Program Office will remain engaged and continue to leverage progress that supports affordable sustainment solutions for the U.S. services and our partner nations."

 

Deze reactie is ongetwijfeld een positief signaal maar het blijft wel een grote uitdaging om de exploitatiekosten op een aanvaardbaar niveau te krijgen.

Compensaties


Vermits de US en de partnerlanden de productie onder mekaar verdeelden blijft er voor firma’s van andere landen (waaronder België) enkel de mogelijkheid over om voor een van de gecontracteerde firma’s een opdracht als toeleverancier in de wacht te slepen. Maar hierover was Yung Le zeer duidelijk: dat is geen kwestie van compensatie (waarover kan onderhandeld worden). De keuze gebeurt louter op basis van commerciële en technische voorstellen. Hij verwees hierbij naar Barco dat zo’n contract in de wacht sleepte. (nvdr: Barco verkocht zopas zijn militaire divisie aan een Amerikaans bedrijf).   

Problemen? Welke problemen?


De waslijst met technische vragen zoals die te vinden is op diverse websites (zoals deze) is lang. Het was niet mogelijk om Yung daarmee te confronteren maar toch enkele vragen die we in volgende bijdragen ongetwijfeld nog verder zullen uitdiepen.

 

Vooraleer in te gaan op de vragen maakte Yung Le duidelijk dat er voor de VS en zijn firma heel veel op het spel staat. Wat er ook gezegd wordt, de VS zullen hun ontwikkelingspartners niet in de steek laten en het project omwille van welke problemen dan ook stopzetten, zoals sommige critici graag zouden hebben. Trouwens, zo stelde hij de retorische vraag: wat is het alternatief?

 

Daarenboven merkte hij op dat de ontwikkeling van een project waarin zo veel spitstechnologie verwerkt zit, onvermijdelijk geconfronteerd wordt met onvoorziene uitdagingen. Dat was ook in het verleden telkens het geval.

 

Een belangrijke vraag waarop ik geen duidelijk antwoord kreeg is of de ‘window of opportunity’ (of het nu het juiste moment is om de F35 in gebruik te nemen) wel erg smal geworden is. Enerzijds zijn de tegenstanders in de meeste conflicten helemaal niet uitgerust om het hoofd te kunnen bieden aan de huidige generatie gevechtsvliegtuigen (volgens een bron waren er geen verliezen meer sinds de Vietnam-oorlog en dus is de F35 nog niet noodzakelijk). Anderzijds komt de F35 door zijn lange ontwikkelingsperiode (nu al meer dan twintig jaar) wellicht te laat. Vooral de belangrijkste eigenschap, de onzichtbaarheid (stealth), zou wel eens relatief snel kunnen gecounterd worden door de evolutie in de radartechnologie (passieve radars). En laat het nu net de ‘stealth’ capaciteit zijn die zorgt voor beperkingen inzake nuttige lading (bewapening) en actieradius.

 

Dat leidt tot een nogal opmerkelijke conclusie, namelijk dat de F35 hoofdzakelijk bedoeld is voor een eventuele toekomstige oorlog met Rusland en/of China als tegenstanders. Immers enkel deze twee landen zullen binnen afzienbare tijd in staat zijn om de huidige vierde generatie gevechtsvliegtuigen te overklassen. Zouden er dan toch (Amerikaanse) generaals zijn die de komende in plaats van de voorbije oorlog voorbereiden? Of deze ontwikkeling ook zal zorgen voor de nodige afschrikking, dan wel drempelverlagend werkt ‘om ten strijde te trekken’ is een andere niet onbelangrijke overweging. 

 

Op de vraag in hoeverre de ontwikkeling van de software problemen stelt, antwoordde hij dat de vliegtuigen in gebruik geen problemen hebben en dat software zoals bij elk project altijd mee evolueert en dat ook hier het geval zal zijn.

 

Waarom werd ‘een stap achteruit’ gezet en gekozen voor éénenkele motor, daar waar de recentste vliegtuigen allemaal meer dan één motor hebben? Deze keuze is volgens Yung Le gerechtvaardigd omdat de bedrijfszekerheid en de kracht van de  motor toegenomen is. Een academisch onderlegde bron heeft daar echter grote twijfels bij. En het was alvast heel vervelend dat er tijdens de testen een motor in brand vloog en er sindsdien strenge gebruiksbeperkingen zijn. Trouwens, door dit incident miste de F35 deze zomer zijn ‘entree’ op de belangrijkste vliegtuigshow in Farnborough, Engeland. Daarover verscheen reeds een artikel op De Bron.  


Nabeschouwingen


 

Zoals aangegeven in het begin van het artikel was de vraag of België beter kiest voor de F35 of voor een bestaand vliegtuigtype, niet aan de orde. Maar na deze kennismaking met de JSF/F35 zijn er wel een paar vragen bij gekomen.

 

Zo lijkt het erop dat de keuze van de opvolger voor de F16 niet enkel een kwestie van militaire prioriteiten of centen is, maar voor alles een politieke keuze. In feite is het een zaak van (al of niet) vertrouwen in de technologische keuzes van deze vliegtuigbouwer en zijn partners, en een blijk van solidariteit met de Amerikaanse politieke keuze.

 

Die roep om solidariteit kan door de Europese NAVO-leden niet zomaar genegeerd worden. Opvallend in dit dossier is opnieuw de vaststelling dat de EU een militaire dwerg is die bij gebrek aan ‘politieke aandacht’ blijft achterop hinken. Bizar dat juist zij die weigeren om een sterker defensiecapaciteit uit te bouwen en liever schuilen onder de VS paraplu nu de grootste tegenstanders zijn van de inspanning die de VS doen om ons ook in de toekomst beschutting te kunnen bieden.

 

Anderzijds is de keuze voor de F35 tegelijk een afwijzing van de andere West-Europese kandidaten. Het is, net zoals in het verleden met de keuze voor de F16, altijd een beetje kiezen tussen solidariteit met de VS (NAVO) of met de EU.

 

Daarenboven is er de vraag naar samenwerking met Nederland (die koos voor de F35A) die bij de uiteindelijke politieke keuze ongetwijfeld ook een rol zal spelen. Hoewel België daarom niet noodzakelijk dezelfde keuze moet maken, is de synergie wellicht het groots wanneer ook wij kiezen voor de F35A.

 

Hoe dan ook, de keuze van een opvolger voor de F16 zal niet eenvoudig zijn. De grote budgettaire impact over een lange periode van deze ‘aankoop van de eeuw’ verplicht de regering om een duidelijke en coherente politieke visie op lange termijn te bepalen. Daarbij mag een publiek debat geen vrijblijvende democratische oefening zijn. Aan dit  debat zal De Bron/Anders Nieuws in elk geval actief deelnemen.

 

Kiezen voor de F35 is kiezen voor de hegemonie van de VS. Maar hebben we als geostrategische militaire profiteurs wel een andere keuze?

 

Pjotr

27 september 2014

De universiteit en pinten pakken


 

MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN


  

Populisme of toch even nadenken


 

Michel Verscheuren, een voorbeeld van selfmade man van de liberale familie had nooit moeite om zijn gedacht te zeggen. Wat dacht u van deze uitspraak over de verhoging van het inschrijvingsgeld: 'Om te zeuren en te zuipen hebben ze altijd geld en tijd, maar niet om het verhoogde inschrijvingsgeld te betalen.'Zouden we ons vergissen wanneer we denken dat er veel applaus was op de liberale banken? Van populisme heeft hij alvast geen last.
 
Gelukkig zijn er ook andere meningen zoals deze van lezer E.S. van ‘Anders Gelezen’:
Probleem : het hoger onderwijs heeft heel veel studenten en dat kost bakken met geld.
Oorzaak : Er zijn te veel studenten die daar niet thuishoren wegens onvoldoende capaciteiten, zowel intellectueel als qua werkethiek.
Oplossing: het inschrijvingsgeld verhogen
Commentaar: Als ge nu een voorbeeld zoekt van een stompzinnige maatregel, die bovendien het probleem niet oplost, wel integendeel, dan is het dat wel.
 Het resultaat gaat zijn dat slimme kinderen van armere ouders uit de boot vallen, maar dat domme fils-à-papa’s nog altijd een paar jaarkes de student gaan mogen uithangen op ons kosten. Netto resultaat : negatief.’
Wat zijn dan wel mogelijke oplossingen? Wel, een simpele algemene toelatingsproef (zonder numerus clausus) zou al héél veel kaf van het koren scheiden. Dat kan toch niet moeilijk te organiseren zijn, de universiteiten zijn toch uitermate vertrouwd met het organiseren van  examens? Een IQ test bijvoorbeeld.
Wat ge ook kunt doen is een (ruime) numerus clausus installeren voor die opleidingen waar ge niks mee zijt op de arbeidsmarkt.  Ik denk aan pol & soc of filosofie of archeologie of …  Dat zijn geen opleidingen, dat zijn uit de hand gelopen hobbyprojecten en daar moet een gemeenschap niet massaal in investeren, zoals nu het geval is.
 Nog een andere weg is het hoger onderwijs via het internet. In de US zijn daar al goede voorbeelden van. En of een prof nu voor een aula van 200 man zijnen uitleg zit te doen of voor een camera met aan de andere kant 200 kijkers is hetzelfde, maar het laatste is veel goedkoper wegens minder infrastructuur nodig. Technologieën als Google Hangout maken dit zelfs volledig interactief voor die 1% van de studenten die vragen stellen tijdens de les. En ge kunt als student de beelden nog eens herbekijken als ge het de eerste keer niet gesnapt hebt. Studeren kan dan ook van thuis uit, wat het voor de ouders ook goedkoper maakt. En de democratisering van het onderwijs – het stokpaardje van de politici –bevordert.
 
Tot daar twee uiteenlopende meningen waarvan de tweede ons doet nadenken terwijl de eerste ons vooral wil verhinderen om na te denken.
 
Het is verbazingwekkend dat ook N-VA, waarvan ik dacht dat ze de efficiëntie en de meritocratie zouden bevorderen,  al evenzeer gebeten lijkt door begrotingscijfertjes. Trouwens wanneer men het belang inziet van Onderzoek en Ontwikkeling en daar extra geld voor veil heeft, is het contradictorisch om het hoger onderwijs duurder te maken. Dan getuigt een uitleg achteraf dat ‘er niemand uit de boot zal vallen’ niet van kordaat bestuur. Het wordt een kwalijke gewoonte want tijdens verkiezingscampagne bleek ook al dat het economisch luik al snel gerelativeerd werd als kiespraat. Uiteindelijk bleef er enkel nog een beetje ‘bric à bracke’ over. Tot De Wever de avond van de verkiezingen ook dat in de vuilbak gooide.

 

Efficiëntie en meritocratie


Efficiëntie zorgt voor minder uitval en meer aandacht voor de economische noden. De meritocratie voorop stellen betekent dat we iedereen die de capaciteiten heeft kansen moeten bieden ongeacht de achtergrond.
 
Dan zij er wel betere manieren om deze principes toe te passen:
 
Efficiëntie door afstemming op de maatschappelijke en economische noden kan door de studenten die richtingen kiezen waar nood aan is financieel te bevoordelen en andere richtingen zonder directe toekomst duurder te maken. Dat kan op een soepele manier zodat het zonder veel administratieve rompslomp kan aangepast worden aan de wisselende noden.
 
Meritocratie kan men bevorderen door een numerus clausus in te voeren die niet bindend is, maar wel financiële gevolgen heeft. Wie niet kan bewijzen dat hij het potentieel heeft mag toch beginnen maar de persoonlijke bijdrage ligt aanvankelijk veel hoger. Zo zullen ook de rijke ouders beseffen dat het in het leven niet volstaat om rijk te zijn. Wie slaagt in de richtingen die belangrijk zijn hoeft dus helemaal niet meer te betalen. Het mag zelfs minder zijn.
 
Mocht ik een academisch gevormde medewerker mogen kiezen, dan zou ik graag een student hebben die kan zuipen en ook nog slaagt in zijn examens. Een boekenwurm die alleen maar studeert, zal waarschijnlijk meer weten maar er minder mee doen.   
 
Anders gelezen, zou het voor de verandering niet slecht zijn mochten politici zelf wat inventiever zijn. Besparen, het kán anders.
 
Pjotr   

09 september 2014

Het warme Vlaanderen wordt bedreigd



MEDIA EN POLITIEK   ANDERS GELEZEN











 

EINSTEIN uitspraak over toekijken en niets doen.jpg

 

Herinnert u zich de heisa rond ‘De Blokkendoos’? Wellicht slechts heel vaag, want veel mediabelangstelling was er niet. Nochtans raakt het onze warme Vlaamse maatschappij in de kern.

Het warme Vlaanderen onder druk

De Blokkendoos was een kleuterschooltje in Antwerpen waar een jonge Vlaamse schooljuf valselijk beschuldigd werd van kindermisbruik door de allochtone ouders van enkele kinderen. Ze verloor haar job en lijdt nog steeds onder het haar aangedaan onrecht, zoals bleek uit een artikel in DS (8/09).

In dit artikel vertelt de kinderjuf Magalie Alpaers een ontroerend verhaal over onrecht. Maar het was meer dan een pijnlijke zaak voor de kinderjuf. De kleuterschool diende gesloten te worden.  Blijkbaar maakten deze allochtone ouders veel meer brokken dan het onrecht dat ze een juffrouw aandeden. Alleen, waar bleven de procedures van de overheid tegen de allochtone ouders die volgens de kranten 'hysterisch' te werk gingen. Is hysterie misschien een voldoende verschoningsgrond voor sommige bevolkingsgroepen?

Veel erger nog dan de lokale impact zijn de gevolgen voor de ganse Vlaamse scholengemeenschap en bij uitbreiding de ‘warme’ Vlaamse samenleving waar onder meer CD&V mee uitpakte tijdens de laatste verkiezingsperiode. Door een  kinderjuf te beschuldigen van misbruik wordt het voor elke schooljuf of schoolmeester uitkijken om kinderen eens een warme knuffel te geven. Welke juf durft het nog aan om even ‘mama’ te zijn voor het kleintje wanneer dat nodig blijkt. Door dergelijke onterechte beschuldigingen van allochtonen, die de warme Vlaamse samenleving duidelijk niet genegen zijn, dreigen wij een essentieel onderdeel van onze cultuur te verliezen. Een warme leefwereld, dat leer je niet uit de leerboeken. Dat is een geschenk die alleen warme mensen in verbondenheid kunnen geven door zichzelf te zijn en zich oprecht te geven in hun opvoedende opdracht..

Daarom is dit lokaal incident zoveel belangrijker dan een fait divers die de media erin zien. Daarom ook is het zo onbegrijpelijk dat de traditionele media hier niet méér aandacht aan besteedden. Ergerlijk omdat dit vooral het gevolg is van een gebrek aan durf om allochtonen terecht te wijzen. Het gevolg van een totaal misplaatste politiek-correcte (poco-)houding.  

Nood aan moedige redacties

In het archief van DS online vinden we onder de zoekterm 'De Blokkendoos' 173 resultaten en vonden we zeven inhoudelijke artikels over deze zaak. Politiek correct, heet dergelijke summiere berichtgeving.

In werkelijkheid gaat het om  een gebrek aan moed. Zoals dat ook het geval was bij het schandaal in de Engelse stad Rotherham. In DS, toch een toonaangevende krant, stonden (tot op 8/09) over dit schandaal waarbij meer dan duizend kinderen werden misbruikt, drie artikels in de gedrukte krant en evenveel in DS+. In het archief leverde de zoekterm 'Rotherham' 41 resultaten op. Daarenboven vonden we geen enkele bijdrage die zich zonder aarzeling afzet tegen het gedrag van de allochtone daders. Eén artikel draagt als titel "Misbruik toegedekt uit angst voor racisme?" (28/08). Jawel, met een vraagteken, terwijl de Engelse kranten reeds geruime tijd duidelijk maakten dat het over bijna uitsluitend Pakistaanse daders gaat. En dat iedereen die wist wat er gaande was verweten werd gezwegen te hebben uit schrik om voor racistisch versleten te worden.


Zalvend voor allochtonen, slaande voor de kerk  

Maar DS kan wel kritisch zijn en ‘er vol voor gaan’. Dat hoort ook zo, maar niet op basis van emoties en vooroordelen. Dat bewees de krant toen het ging over kindermisbruik in de kerk. Weg was elke terughoudendheid. De zoekterm 'bisschop Roger Vangheluwe' levert maar liefst 767 resultaten op. De zoekterm 'operatie kelk' over het gerechtelijk onderzoek leverde 206 vermeldingen op. Het kan wel zijn dat kindermisbruik in eigen land belangrijker is voor een redactie dan duizend kinderen in Engeland. De krant bewijst daarmee wel dat ze selectief is in haar verontwaardiging. In elk geval is de wanverhouding veelzeggend. In DS (maar ook in Knack? De Morgen en op VRT) domineren (anti-klerikale) linkse invalshoeken.

Het poco-gedrag van DS redactie  is onbegrijpelijk. En laten we dat voor één keer niet minimaliseren: hier is meer aan de hand dan de schrik om de gemoederen op te hitsen. Het duidt op indoctrinatie wanneer een krant of magazine  zijn lezers niet of onvoldoende informeert over alle invalshoeken. Indoctrinatie wanneer men argumenten en feiten negeert, weglacht of relativeert wanneer ze niet stroken met het maatschappijbeeld van de eigen redactie – of ten minste van diegenen die beslissen wat er in de krant komt of niet. Intellectuele oneerlijkheid wanneer men de eigen overtuiging als norm neemt voor goede journalistiek. Wat is dan nog het verschil met de zo verguisde De Standaard van weleer? Daar kwam men minstens openlijk uit voor de gekozen invalshoek: AVV – VVK.

Is dat niet de verklaring waarom steeds meer waarheidszoekende lezers wat anders willen lezen dan die voorgekauwde en voorspelbare opinies in de kranten en weekbladen? Hun falen opent in elk geval mogelijkheden voor nieuwssites die niet gepamperd willen worden door de overheid en wel de moed hebben om alle meningen – ook controversiële - aan bod te laten komen. Om, hoe durven ze, kritiek te hebben op de  gezagsgetrouwe media.

Pjotr



04 september 2014

Spionage onder vrienden (2)




MEDIA EN POLITIEK   ANDERS GELEZEN


 

In een vorig artikel hadden we het over de Amerikanen die de Duitse bondskanselier, Angela Merkel, afluisterden. Vervelend, maar niemand werd er armer door. Dat gebeurde ooit wel met heel veel Vlamingen.
 

VS – Duitsland: 1 – 1

 
De Amerikaanse NSA-medewerker was nauwelijks het land uit en Duitsland moest met beschaamde kaken toegeven dat haar eigen BND (Bundesnachrichtendienst) al even nieuwsgierig was en ‘toevallig’ de Amerikaanse Buitenlandminister, John Kerry, tijdens zijn rondreis in het Midden- Oosten had afgeluisterd.
 
In Der Spiegel online verscheen een bijdrage waar de BND als ‘Die verdorbenen Dienste’ – verdorven dienst – wordt afgeschilderd. Zij ‘bewaken’ immers ook een andere Navo-bondgenoot, Turkije. Hun conclusie laat geen twijfel over: de Duitse spionage diensten werken klaarblijkelijk buiten elke democratische controle. Tja, dat is geen groot nieuws meer sinds nine-eleven 2001 (de aanslag op de Twin Towers in NY). Vanaf dan kregen alle inlichtingendiensten groen licht om  het terrorisme met ‘alle mogelijke’ middelen te bekampen. Toen hebben we niemand horen klagen en ondertussen is de wereld er niet veiliger op geworden.
 
Dat Duitsland niet zo’n groot vertrouwen heeft in Turkije mag ons niet verbazen. Zopas nog  lazen we in een analyse door Prof Bernard Lugan over de situatie in Libië onder meer het volgende: In het westen zijn de moslimbroeders (Misrata militie) en de salafisten – overbewapend door Qatar en Turkije - aan de winnende hand. In andere publicaties is dan weer sprake van Turkse steun aan de IS. Turkije mag dan wel een Navo-bondgenoot zijn, daarom zijn het nog niet onze (Europese) vrienden.
 
Voor de mensen in de straat zijn al die ‘mogelijke’ activiteiten niet belangrijk zolang ze enkel die barbaarse terroristen treffen. Maar spionage is helaas niet altijd zo secuur en ook in deze strijd is er nogal wat ‘collateral damage’.

VS – België: 8.000.000.000 – 0

 
Iedereen herinnert zich nog het failliet van het spraaktechnologiebedrijf Lernout & Hauspie in 2001. Ooit geraamd op 8 miljard euro, werd het enige Vlaamse hoogtechnologisch bedrijf dat zijn tijd vooruit was, een gewilde  prooi van onze goede Amerikaanse vrienden. Dat het volgens mede-oprichter Jo Lernout net hun technologie is die de NSA vandaag toelaat om gigantisch veel gesprekken gelijktijdig af te luisteren en te verwerken, is cynisch. Maar veel pijnlijker is de grote collateral damage. De talrijke gewone mensen die veel geld verloren. Na de voorraad uranium die vanuit Belgisch Congo verhuisde naar de VS is dat ongetwijfeld het op-een-na mooiste geschenk dat de Verenigde Staten ooit ontvingen van België. Het eerste leverde ons het nucleair onderzoekscentrum op in Mol. Of er ooit een compensatie komt voor L&H blijft een open vraag.
 
Hoe performant deze technologie wel is, deed Le Monde uit de doeken (vrije vertaling): “De gebruikte technieken zijn gekend onder de codes DRTBOX en WHITEBOX. De karakteristieken van deze methodes zijn niet gekend, maar we weten dat via de eerste code tussen 10 december 2012 en 8 januari 2013 er 62,5 miljoen telefonische gegevens werden verzameld en 7,8 miljoen via de tweede code. (…) Wereldwijd werden tussen 8 februari en 8 maart 2013, 124,8 miljard telefonische gegevens en 97,1 miljard numerieke gegevens verzameld.”
 
Deze informatie dankt Le Monde aan Edward Snowden, ex-medewerker van de NSA en klokkenluider.
 
Over de onthulling in Le Monde schreef Jo Lernout het volgende: 70 miljoen gesprekken op één maand tijd… Reken even mee: gesteld dat daarvan minstens de helft in het Frans gevoerd zijn, komt dat neer op 35 miljoen gesprekken op één maand, of ongeveer 1 miljoen per dag. Aan gemiddeld 2 minuten per gesprek levert dat per dag 2 miljoen minuten Franstalige gesprekken die moeten beluisterd worden, door mensen die in shifts van 8 uur per dag werken, dus zouden er bij de NSA minstens 250.000 Franstalige spionnen moeten werken om te luistervinken.
 
Zonder spraakherkenningstechnologie is zoiets overduidelijk onmogelijk. Hoe werkt het dan wel? Een batterij servers slaat al die gesprekken op, en spraakherkenning zet die vervolgens om in geschreven tekst, en vertaalsoftware vertaalt die dan van het Frans naar het Engels, zodat de NSA heren er via sleutelwoorden en semantische zoekrobotten (die op betekenis zoeken) relevante gesprekken kunnen uitlichten voor nader onderzoek.
Wie bezat destijds spraakherkenning die gesproken Frans accuraat kon omzetten in tekst? 2 keer raden… Wie bezat er destijds vertaalsoftware die deftig kon vertalen van het Frans naar het Engels? 2 keer raden… Wie bezat er destijds semantische zoektechnologie? 2 keer raden… Wie bezat de Dictaphone- servers waar onder andere al die afgetapte gesprekken worden opgeslagen? Juist ja, Dictaphone was ook een Lernout & Hauspie bedrijf…”
 
Hij besluit als volgt: “Begint het te dagen waarom de NSA (nvdr National Security Agency) via Echelon (voorloper van het huidige Prism-spionage systeem) Lernout & Hauspie bespioneerde, en samenwerkte met de zeer ethische (Wall Street Journal) WSJ-journalisten? Het enige wat ze moesten doen was wat stokken (?) verzamelen om een hond te slaan, en vervolgens de rest van het afslachten door landgenoten van Jo en Pol laten doen.
Dank u, oh dierbaar, moedig en visionair België, voor de steun die we destijds genoten, en voor het neersabelen van 2 ondernemers die wel de wereldtop op vlak van bovenvermelde technologie gerealiseerd hadden, en voor het helpen “redden” van alvast een Belgisch kroonjuweel. Leg het maar uit aan Hollande en Merkel. C’est formidable en wunderbar.”


Over deze spionagezaak schreven de journalisten René De Witte en Luc Van Aelst in 2010 het boek ‘Lernout & Hauspie: Top Secret’. ISBN: 9789089311764. Het is echter niet meer beschikbaar wegens ‘uitverkocht’.

Spionage of grootspraak

 
Tot zover de beschuldiging van ‘spionage onder vrienden’. Maar klopt die ook?
 
Lernout zijn verwijzing naar de NSA als zouden zij gewild stokken in de wielen gestoken hebben is een onbewezen beschuldiging. Maar voor veel mensen volstaat ‘geloven dat’ om de werkelijkheid te laten passen in hun overtuiging. Dat de van fraude beschuldigde oprichters werden veroordeeld door een Belgische rechtbank, gebeurde wel op basis van bewijzen. Alleen de niet zo fraaie rol van de KBC bank bleef onderbelicht, maar dat is hier niet aan de orde.
 
De bewering van Lernout als zou de NSA zonder de inbreng van L&H vandaag niet in staat zijn om zo massaal telefoongesprekken en andere data te kunnen afluisteren, is grootspraak. Het klopt volgens een goedgeplaatste bron heel duidelijk niet. Zelfs Lernout weet maar al te goed dat zijn bedrijf niet alleen was op de markt van de spraaktechnologie. Dat de Amerikanen, waarmee hij overigens goede contacten had, toen ook zeer actief waren staat buiten kijf. Het MIT (Massachusetts Institute of Technology) beschikte over een  afdeling computerwetenschappen en over de ‘Lincoln Laboratoria’. Op hun webstek staat te lezen dat het ‘MIT Lincoln Laboratory’ een onderzoeks- en ontwikkelingslabo is dat gesponsord wordt door de federale overheid (lees hier gerust het NSA), met als doel hoogtechnologische toepassingen  te ontwikkelen voor problemen van nationale veiligheid.” Spraakherkenningstechnologie is daar één van.
 
Toen L&H failliet ging in 2001 waren ze bijlange nog niet zo ver als Lernout in zijn reactie laat uitschijnen. Dat ze met hun deugdelijke innovatieve concepten op de goede weg waren en ongetwijfeld ooit tot commerciële  toepassingsmogelijkheden zouden komen is heel waarschijnlijk. Maar het heeft wel nog jaren geduurd vooraleer de beschikbare know-how (die gelukkig niet verdween met het failliet van het bedrijf) zo ver geëvolueerd was dat deze technologie ook toepasbaar werd en inderdaad ook door de NSA vandaag wordt gebruikt.
 
Een vriend die deze tekst vooraf las, verwoordde de situatie als volgt: “Voor mij zijn Lernout en Hauspie typische tragische figuren uit een klassiek Grieks drama. Ze waren bezeten door een idee. Door de kracht van hun bezetenheid hebben ze hun imperium kunnen bouwen. Maar diezelfde bezetenheid dreef ze tot de hybris die ze alles deed verliezen. Dat had Sophocles nog moeten kunnen meemaken. Het waren heel zeker geen schurken, maar ze waren even zeker ook niet de slachtoffers van een samenzwering. Ik wil graag geloven dat heel die affaire ‘sommige mensen’ goed uitkwam. Maar van hier af wordt het speculatie.”
 


Dat alles belet niet dat inlichtingendiensten zoals de NSA belangstelling hebben voor elke technologische ontwikkeling die nuttig kan zijn voor de nationale veiligheid. Dat ze via het MIT of welke instelling dan ook een vinger aan de pols houden is niet waarschijnlijk maar een zekerheid. We weten al langer dat bedrijven – zoals L&H - in bevriende landen daar geen uitzondering op zijn. Overigens, dat de NSA ook over alle landsgrenzen heen beroep doet op specialisten van het hoogste niveau is al even vanzelfsprekend. De schuld van het financieel debacle bij de Amerikanen leggen is echter pure speculatie.




Maar ook zonder de aantijging van ‘spionage onder vrienden’, blijft het pijnlijk dat België zelf het belang van deze voor de deur staande hoogtechnologische doorbraak onvoldoende onderkende. Wanneer men de inspanningen voor het redden van financiële bedrijven of het bevriende middenveld vergelijkt met de onverschilligheid bij het failliet van L&H, is het duidelijk dat België als staat meer had kunnen en moeten doen. Men had het bedrijf tegen zichzelf moeten beschermen en desnoods tijdelijk nationaliseren. Dat vooral de gewone mensen slachtoffer werden van het L&H-failliet terwijl de  machtige financiële spelers grotendeels buiten schot bleven, lijkt wel een constante in de Belgische samenleving. Hier ging niet alleen een bedrijf failliet maar ook het moreel gezag van het Belgisch establishment kreeg een knauw. 

 
Voor de gedupeerde aandeelhouders is er een magere troost: ook zonder L&H kunnen spionagediensten zoals de NSA uw telefoongesprekken  afluisteren.
 
 
Pjotr