18 juli 2014

Bericht uit Oekraïne




MEDIA EN POLITIEK - ANDERS GELEZEN
 
Ontving volgend bericht uit Oekraïne (bron: ministerie van Buitenlandse Zaken):“Een passagiersvliegtuig werd neergeschoten in de regio Donetsk door een ‘Buk’ raketsysteem”.
 
Op 17 juli werd een Boeiing 777 neergehaald in het Oostelijk deel van Oekraïne. Volgens de Oekraïense Generale Staf door een ‘Buk’ raketsysteem. Het vliegtuig vloog op een hoogte van 10 km. Het Oekraïense leger heeft in de oostelijke regio geen raketsysteem met dergelijke reikwijdte.

De leider van ‘terroristen Igor GIRKIN (Strelkov) verklaarde onmiddellijk na het dramatisch incident dat ze een Oekraïense jet hadden neergeschoten: ‘Een AN-26 werd neergeschoten. De brokstukken liggen ergens dichtbij de koolmijn in Torez. We hebben iedereen gewaarschuwd om niet in ons luchtruim te vliegen’.

Oekraïne zal de bewijzen leveren van een Russische betrokkenheid in de crash van de Boeing. De president van Oekraïne Petro Poroshenko wil een Nationale Commissie oprichten die samen met de internationale luchtvaartorganisatie en andere internationale organisaties het ongeluk onderzoek. De verantwoordelijken zullen moeten terechtstaan voor de rechtbank.
 
Tot zover het bericht. Uiteraard zal dit bericht tegengesproken worden door wie er mee verveeld zit en dat zijn vooralsnog Rusland en de opstandelingen.
 
Volgens een andere bron werd het vliegtuig ‘per vergissing’ neergehaald door de opstandelingen. Technisch is dat mogelijk vermits de opstandelingen niet enkel over de raketten maar ook over de nodige radarapparatuur beschikken. Toch is er nog een onbeantwoorde vraag: het raketsysteem, waarvan sprake, is normaal uitgerust met een veiligheidssysteem waardoor elke aanval ‘per vergissing’ op een burgervliegtuig wordt afgebroken. Om dat veiligheidssysteem te omzeilen is er gespecialiseerd personeel nodig. Of de opstandelingen dergelijke specialisten hebben is op dit moment niet geweten. Wie die wel heeft is het Oekraïense leger en de Russen. De vraag is of dit systeem inactief was of dat het onklaar werd gemaakt, zodat deze ‘vergissing’ mogelijk werd. 
 
Vermits de inlichtingendiensten nu op volle toeren draaien en de ene ‘gefabriceerde’ onthulling de andere zal tegenspreken, zal het een hele klus worden om de verantwoordelijkheden ondubbelzinnig vast te leggen.
 
De enigen die de middelen hebben om via de analyse van hun satellietbeelden de juiste plaats van het afvuursysteem te bepalen (en dus ook te weten wie het vliegtuig neerschoot) zijn de Amerikanen. De Russen weten dat en het maakt hen heel zenuwachtig.
 
Een les zou men alvast geleerd moeten hebben: dat boven conflictgebieden vliegen om commerciële redenen (goedkoper) totaal onverantwoord is.
 
Lees ook een analyse over de inlichtingendiensten op De Bron: VS – Duitsland: spionage onder vrienden
 
Pjotr

12 juli 2014

Over Vlaanderen

11 juli toespraak door Jan Verheyen
 
Uit de 11-juli toespraken selecteer ik telkens de toespraak die mij persoonlijk het meest aanspreekt. Ditmaal koos ik voor de toespraak van Jan Verheyen in het Brugse stadhuis. Een staande ovatie viel hem te beurt. De toespraak is ook  te lezen online . Veel leesplezier.

Is het u ook opgevallen hoeveel mensen de laatste weken zo trots waren? Trots om Belg te zijn. Het ging natuurlijk niet om een plotse uitbraak van diepgewortelde patriottistische gevoelens, een soort belgicistisch variant van het EboIa-virus, nee, het was een geval van massa-hysterie waar allicht menig aspirant-socioloog en psycholoog binnenkort op zal promoveren, massa-hysterie veroorzaakt door de prestaties van de Rode Duivels op het WK Voetbal in Brazilië. Daar heeft u vast en zeker iets over gelezen of gehoord, recentelijk. Ik zeg nu ‘de’ Rode Duivels maar eigenlijk moet het zijn ‘onze’ Rode Duivels. Het zijn ‘de’ Rode Duivels als ze, zoals de afgelopen twee decennia, met anderen in de middelmatigheid een sluimerend mediabestaan leiden.
 
Maar sinds de wonderlijke wedergeboorte onder Wilmots zijn het weer ‘onze’ Rode Duivels en zijn we er ‘trots’ op. Dat is massa-hysterie maar ook een vorm van collectivisme, een gevoel van verenigd zijn. Het succes van ‘onze’ Rode Duivels straalt af op ons allemaal en op de natie - België dus. En dat creëert een gevoel van nationale trots, chauvinisme, nog eens versterkt door het feit dat landen als België maar ook bv. Costa Rica, Algerije of Columbia, landen die zelden of nooit een item zijn op CNN tenzij bij uitzonderlijke rampspoed, voor één keer een positieve hoofdrol opeisen op het internationale toneel. Soms is de identificatie zelfs totaal: ‘we’ hebben goed gespeeld, hoor je dan zo’n met obesitas flirtende vijftiger roepen, terwijl hij in een te strak t-shirt in een polonaise slingert, een literblik Jupiler in de ene hand, een opblaasbare maar al lichtjes slap hangende drietand in de andere, het gezicht slordig rood/geel/zwart geverfd en met een Fellaini-pruik scheef op de kalende schedel. U kent vast het spreekwoord: succes heeft vele vaders, falen is een wees.
 
Al even voorspelbaar zijn de opiniestukken in kranten waarin het sportieve succes van de Rode Duivels en het feit dat een aantal van de spelers zowaar zinnen kan vormen in de beide landstalen onmiddellijk wordt gezien als een symbool van het ‘nieuwe’, frisse, moderne, speelse, veelkleurige België, een opgeluchte ‘yes, we can’, een ‘we zijn toch goed bezig’, een voluntaristische op-de-borst-klopperij. Ook daar bestaan termen voor, ik noem er een paar: projectie, wishful thinking, recuperatie. Het mag dan ook geenszins verbazen dat het regeringsvliegtuig overuren klopte om de doorgaans voetbalschuwe excellenties naar Brazilië te vliegen om zich daar te gaan wentelen in de volksgunst. Brood en spelen, nietwaar, en blijkt nu dat zelfs spelen alleen al volstaan.
 
Want ondertussen zwalpt dit land gezapig verder, tijdelijk verenigd door Koning Voetbal, maar in de realiteit nog altijd hopeloos verscheurd en in een diepe identiteitscrisis. De breuklijnen zijn legio: ze lopen tussen het noorden en het zuiden, tussen arm en rijk, tussen ondernemers en ambtenaren, en ook meer en meer tussen de zogenaamde high culture en de low culture. Het zijn vaak pijnlijke tegenstellingen, en met name in het culturele veld vaak onbegrijpelijke tegenstellingen, althans voor mij.
 
Het eerste luide, krachtige signaal kwam er op 21 januari 2011 in de nasleep van de verkiezingen van 2010 tijdens de lange, moeizame regeringsvorming. Het werd uitgezonden vanuit de KVS in Brussel, waar enige tientallen cultuurdragers het podium beklommen om daar onder de slogan ‘Niet in onze naam’ een hoogst onduidelijk discours te brengen. Ze claimden, en dat was wel slim, nadrukkelijk de begrippen ‘verdraagzaamheid’ en ‘solidariteit’, hier en daar struikelde zelfs iemand over het moeilijke woord ‘kosmopolitisch’, en insinueerden in één moeite door dat die begrippen haaks stonden op nationalisme, ergo ook op Vlaams-nationalisme en, waarom niet, nu we toch bezig zijn, Vlaams tout court.
 
De gemiddelde Vlaming is immers een naar volkse vulgariteit neigende, in te krappe trainingspakken geprangde, uit zijn neus vretende, angstvallig door de gordijnen van zijn lelijke fermette loerende kneuterige angsthaas – zoals we die ook geportretteerd zagen in bv. ‘Duts’ en ‘De Ronde’ en als typetje in nogal wat andere fictie -en humorprogramma’s. Het zijn interessante archetypes van hoe de intellectuele elite, onze eigen gauche caviar, de Vlaming ziet.
 
Ik herinner me dat dat die bonte avond in de KVS door de media werd gecoverd als een evenement van het grootste belang, en het dient gezegd : dat was een enorme opsteker voor de deelnemende artiesten. Het was tenslotte toch al een hele tijd geleden dat iets dat zich op een podium afspeelde enige maatschappelijke relevantie leek te hebben — de laatste keer was, als ik het goed heb, de opvoering van ‘De Stomme van Portici’ in de Munt op 25 augustus 1830.
 
Dat leidde onvermijdelijk tot hubris en een ware tsunami aan opiniestukken over de weerzinwekkende perversiteit van nationalisme, Vlaams-nationalisme en Vlaams, en hoe klein de stap wel is van vendelzwaaien naar uitroeiingskampen – ja, geen cliché werd geschuwd. Zelfs ik dacht toen : laten we dan toch maar zo snel mogelijk een regering vormen, want als ik nog één opiniestuk moet lezen van een theatermaker die meer opinies heeft dan dat er mensen in zijn zaal zitten, ga ik gillen.
 
En allemaal ook maar pleiten voor een compromis, want dat bleek in deze dus het hoogste goed te zijn. L’histoire se repète, wat dat betreft, want 2014 begint meer en meer op een slechte remake van 2011 te lijken. Raar, vind ik dat, want het grootste compliment dat je kunstenaars kunt geven is net dat ze eigenzinnig zijn, dat ze wars van toegevingen aan smaak, toegankelijkheid, commercie vooral ‘hun eigen ding doen’. Ik daag u uit één positieve recensie over een kunstwerk of een artiest te vinden waarin de woorden ‘eigenzinnig’ en/of ‘compromisloos’ niet voorkomen. En net die mensen trokken toen de straat op om van hun leiders te eisen wat ze zelf doorgaans met amper verholen minachting verfoeien : een compromis — begrijpe wie begrijpe kan. Eigenzinnigheid is dus in elk geval weer iets heel anders dan consequentie.
 
Maar het blijft fascinerend, dat absolute schrikbeeld voor het adjectief ‘Vlaams’ in de culturele sferen. Als zelfs pakweg Arno zich in interviews nadrukkelijk positioneert als belgicist en wel eens aanschuift voor een bouchée à la reine in Laken, mag je aannemen dat dezer dagen het zich outen als Vlaming – of daar gewoon al niet beschaamd voor zijn – het equivalent is van het uit de kast komen van Will Ferdy in de jaren stillekens. Overigens heeft het nog niet eens te maken met het al eerder beschreven begrip ‘trots’. Het volstaat om in Vlaanderen geboren te worden om Vlaming te zijn. Daar is, net als verjaren, geen verdienste aan. Het enige wat je moet doen om te verjaren is op de dag van je verjaardag ‘s ochtends levend wakker worden. Het is een feitelijkheid.

Vanwaar dan toch die drang van onze culturele en artistieke intelligentsia om dat bij voorkeur te negeren of, iever nog, beschaamd te verloochenen. Ik vermoed, het is maar een theorie, dat het nog altijd voor een groot deel te maken heeft met het collectieve trauma dat links heeft opgelopen op Zwarte Zondag, en de vele Zwarte Zondagen daarna. Het begrip ‘Vlaams’, zelfs het op zich neutrale adjectief ‘VIaams’ was plots bezoedeld, gekaapt als het ware door uiterst rechts. En vanuit een bijna Pavloviaanse reflex – rechts is fout, dus Vlaams is fout – en uit angst om uit de politiek-correcte kerk te worden gebannen, RENDEhttp://cdncache1-a.akamaihd.net/items/it/img/arrow-10x10.png onze elite in blinde paniek de andere kant uit alwaar zij zich – bien etonnées de se retrouver ensemble – aanschurkten tegen de monarchie. Waar in normale landen de artistieke wereld bijna per definitie kritisch staat tegenover kerk en staat, is ze hier verworden tot de schoothond van de meest anti-democratische instelling die er bestaat : het koningshuis, het laatste symbool van de erfelijke macht. Overigens vermoed ik dat het hier niet zozeer om een krachtig politiek statement gaat – de gemiddelde culturo is doorgaans alleen met politiek bezig als er een nieuwe subsidieronde aankomt – , dan wel een soort groepsgedrag waarvan het politieke gewicht niet hoger moet worden ingeschat dan de bereidheid opiniestukken en petities te ondertekenen waar de juiste namen al onderstaan, met andere woorden : als Tom Lanoye al heeft getekend. Het is in essentie zoals met sport of zoals met het stammengevoel in de oertijd : de meeste mensen willen nu eenmaal ergens deel van uitmaken, strength by numbers, het geborgen gevoel van tot een groep te behoren die hetzelfde denkt als jij, of eventueel zelfs voor jou denkt.
 
Ik heb dat met lede ogen zien gebeuren, omdat het volgens mij niet klopt : ik zie namelijk niet in waarom je niet Vlaams én verdraagzaam én solidair kan zijn én open naar de wereld, drie eigenschappen waarvan het alleenrecht nu arrogant wordt geclaimd door de leden van de politiek-correcte kerk. Aanmatigende onzin die ondertussen wel zo diep is doorgedrongen in het maatschappelijk discours dat het voor waarheid wordt aangenomen. Immers, als je iets maar lang genoeg en luid genoeg roept, en daarvoor ook een aantal welwillende media ter beschikking hebt, wordt het op den duur inderdaad ook voor waar aangenomen.
 
Welnu, ik wens dat hier te betwisten. De gemiddelde Vlaming is geen racist. De gemiddelde Vlaming heeft empathie en tekent petities en is zelfs bereid om op te stappen in een stille betoging als het perfect geïntegreerde vluchtelingengezin in zijn dorp waarvan de kinderen op de school van zijn kinderen zitten en de ouders deel zijn gaan uitmaken van het dorps -of wijkweefsel na drie jaar plots wordt uitgewezen. Maar de gemiddelde Vlaming verfoeit expliciet, georganiseerd profitariaat. En geef hem eens ongelijk.
 
De gemiddelde Vlaming is niet conservatief in de betekenis van bang en reactionair en ter plaatse trappelend. De gemiddelde Vlaming wil net vooruit, wil werken, de toekomst van hemzelf en de generaties na hem veilig stellen. Het lijken mij eerder zij die zich zo graag ‘progressief’ noemen die zich aanvleien tegen de inertie, die om de haverklap met verworven rechten schermen en desnoods het hele land lam leggen omdat ze godbetert hun verlofdagen niet gepland krijgen. Die wel heel hard roepen hoe progressief ze zijn maar in de praktijk keihard het egoïstische ‘après nous le déluge’ toepassen. En het is dat dat de gemiddelde Vlaming degouteert. En geef hem eens ongelijk.
En misschien is de gemiddelde Vlaming wel een beetje bang, ja. Bang omdat zijn toekomst en de toekomst van zijn kinderen dreigt gehypothekeerd te worden, letterlijk bijna, door een laf beleid. Daar is de gemiddelde Vlaming bang voor. En geef hem godverdomme eens ongelijk.
 
En we stonden erbij en we keken ernaar en we hebben het keer op keer laten gebeuren. We hebben toegestaan dat wanhopige mensen die op een foute partij stemden werden weggezet als verzuurde zeikerds, als mestkevers, terwijl de meesten gewoon een signaal uitstuurden, smeekten dat ook eens naar hen, naar hun noden zou worden geluisterd.
We hebben toegestaan dat dit absurde land zoveel regeringen creëerde dat het de facto onbestuurbaar is geworden. We hebben in Brussel iemand rondlopen die zichzelf, zonder er zelf bij in lachen uit te barsten, minister-president noemt. Er is een Brusselse minister van mobiliteit. Serieus. Er zijn steden van tien miljoen inwoners die bestuurd worden, en goéd bestuurd worden, door een burgemeester.
 
Brussel heeft een regering met een minister-president, een schepencollege met een burgemeester, en 19 gemeenten met nog een hele zwik gezagsdragers. Ze moeten daar het Congressenpaleis afhuren als moet worden vergaderd over langs welke kant van de weg de pmd-zak moet worden buitengezet.
KarI-Heinz Lambert, een sympathieke mens, daar niet van, en iemand die ik absoluut, zeker weten, de BARBECUEhttp://cdncache1-a.akamaihd.net/items/it/img/arrow-10x10.png zou toevertrouwen bij de jaarlijkse benefiet voor de plaatselijke voetbalploeg, is jarenlang minister-president geweest van de Duitstalige deelregering, hij is nu opgevolgd door Oliver Paasch. Hij beschikt over een vice-minister president en twee ministers en legt verantwoording af aan 25 parlementsleden. De Duitstalige gemeenschap in dit land telt ongeveer 60 000 mensen. Met alle respect, maar dat is een dorp.
 
We hebben toegestaan dat we aan de absolute wereldtop staan qua files, en wat doen we ? We zuchten en we staan een halfuur vroeger op. We hebben toegestaan dat justitie een tandeloze tijger is geworden, dat het migratiebeleid decennialang een chaos is geweest waar we nog generaties lang de gevolgen van zullen dragen, dat ons sociale systeem waar we zo trots op zijn en waar we niet weinig aan bijdragen is uitgehold en geplunderd en dat wie daar iets aan wil doen wordt uitgescholden als harteloos en asociaal.

We hebben ook toegestaan dat onze ondernemers en ZELFSTANDIGENhttp://cdncache1-a.akamaihd.net/items/it/img/arrow-10x10.png met de nek worden aangekeken, gewantrouwd, beknot, dat het begrip ‘de brave hardwerkende Vlaming’ niet langer de eretitel is die het zou moeten zijn, iets dat respect en bewondering afdwingt, nee, het wordt geringschattend en spottend, smalend uitgesproken, het is net geen scheldwoord geworden.
We hebben toegestaan dat veel uitingen van Vlaamse cultuur worden beschimpt, gekleineerd, genegeerd of actief gesaboteerd, en of dat nu gebeurt door de smaakpolitie, de muziekmaffia, of welke andere zelfuitgeroepen groep poortbewakers ook, het is misplaatst en unfair, intellectueel oneerlijk en getuigt van een pover zelfbeeld.
 
Een andere interessante vaststelling is dat die jammere breuklijn zich cultureel vertaalt in een aanscherping van de veronderstelde tegenstellingen tussen de zogenaamde high culture en de low culture. Grof gesteld komt het erop neer dat wie zingt in het Engels en/of wel eens in een rokerige club in een voorstad van London performt, meer au sérieux zal worden genomen dan de kloefkapper die in het Vlaams optreedt. ‘I Iove you’ is geloofwaardiger dan ‘Ik zie u graag’, dat fenomeen. Idem voor theater waar je toch alleen maar kan vaststellen dat het repertoiretheater bijvoorbeeld op een paar decennia tijd moedwillig is uitgeroeid, en het alternatieve – wat, voor alle duidelijkheid, nodig is en zuurstof levert aan een creatieve sector – de norm is geworden.
 
Idem voor film, waar een PRIJShttp://cdncache1-a.akamaihd.net/items/it/img/arrow-10x10.png op een festival waar je voorheen nog nooit van had gehoord in appreciatie zwaarder weegt dan hoge bezoekcijfers in eigen land. Ik citeer in dit verband graag een Vlaamse filmmaker die in een radio-interview beleefd werd gevraagd of het niet teleurstellend was dat er ondanks al die prijzen zo weinig mensen naar de film waren komen kijken. Ze zei : “Dat kan me niet zoveel schelen. Al komen er maar duizend mensen kijken, zolang het maar de juiste mensen zijn”.
 
Sta me toe dit te illustreren met een persoonlijke anekdote die ik gretig koester : in het begin van deze toen nog met hoop en gretigheid ingezette nieuwe eeuw, het moet in 2001 geweest zijn of daaromtrent, werd ik door de lezers van het weekblad ‘Knack’ , onderafdeling ‘Knack Focus’, uitgeroepen tot Man van het Jaar in de categorie Cultuur. Het was het jaar van mijn film ‘Team Spirit’, met bijna 400 000 bezoekers een eclatant populair succes – de ‘juiste’ mensen waren, vrees ik, thuis gebleven – dus u kan zich wellicht de identiteitscrisis binnen de redactie van Knack Focus voorstellen. Bij de uitreiking werd ik in het laudatio op subtiele wijze geschoffeerd en het jaar daarna werd het reglement aangepast : om dit soort uitschuivers te vermijden zouden voortaan de lezers niet langer worden geraadpleegd. De verschillende redacties zouden voortaan zélf nomineren en uit die genomineerden ook zélf de laureaat kiezen. Democratie, de stem van het volk, allemaal goed en wel maar we moeten daar ook niet in overdrijven, nietwaar.
 
Er zijn nochtans, geachte luisteraars, geen verschillende soorten verdraagzaamheid. Je bent verdraagzaam, of je bent het niet. Je kan niet alleen verdraagzaam zijn voor wie tot de eigen club behoort, en de rest herleiden tot lompe karikaturen. Ik denk ook niet dat iemand tégen ‘solidariteit’ is, alleen lijkt het me stilaan toch wel duidelijk dat je dat begrip moet definiëren en vooral organiseren. Want als je dat niet doet, stuikt het mooie systeem dat die solidariteit moet garanderen, in elkaar. En kunnen we niet meer solidair zijn omdat we niets meer hébben om het nobele principe van solidariteit in concrete daden om te zetten.
 
En ik geloof ook dat Vlamingen evenveel recht hebben op het uiten van hun eigen cultuur als pakweg Denen, Ieren, Portugezen, Corsicanen of Basken. Ik vind dat vanzelfsprekend, en ik vind zelfs dat dat los staat van trots of chauvinisme of nationalisme. Het is simpelweg een deel van wie we zijn. Het is de geschiedenis waar we deel van uitmaken. Het is de taal die we spreken Ik ben dus Vlaams, verdraagzaam, solidair en open voor de wereld en ik hoop van u hetzelfde. Ik wens u nog een prettige Vlaamse feestdag toe en een geweldige zomer.
 
Beter kon ik het alvast niet gezegd hebben. Een aangename Vlaamse feestdag toegewenst!
 
Pjotr
 

06 juli 2014

ACW, een stuitend gebrek aan solidariteit




MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN

 

Het Arco-dossier speelde zoals verwacht geen grote rol in de verkiezingsuitslag. Anders wordt het voor de regeringsonderhandelingen. Maar het gaat om veel meer dan geld. Daarom deze oproep tot ‘christelijke’ solidariteit.
 
Een dossier zonder goede kanten
 
Zoals Johan Cruyf ooit liet optekenen, ‘elk nadeel heb zijn voordeel’. Maar voor het ACW/Arco zit er  geen enkele goede kant aan. De essentie is bekend:

  • 800.000 gedupeerden, heel dikwijls ook vrijwilligers (of familie van) die actief zijn in de verschillende organisaties van de christelijke zuil.
     
  • ACW bonzen die mordicus volhouden dat hen nauwelijks iets te verwijten valt en weigeren hun verantwoordelijkheid op te nemen.
     
  • De roep om een politieke regeling (waarborgregeling) die de rechtstaat geweld aandoet en door de Europese Unie reeds werd afgewezen.
Kan men zoiets oplossen door, zoals aftredend minister van financiën Koen Geens verklaarde, in het regeerakkoord een schadeloosstelling op te nemen die wel aanvaardbaar is voor de EU? De Gordiaanse knoop is gekend: de Arco-aandeelhouders werden door het ACW misleid. Daar heeft de politiek niets mee te maken. Maar tegelijk heeft het ACW wel veel politieke macht om de gevolgen van hun onzorgvuldig beleid en de misleiding van zijn klanten af te wentelen op de gemeenschap.
 
Particratie rijmt niet met democratie
  
Dat CD&V in 2008 erin slaagde om eerst de regering en vervolgens het parlement te laten instemmen met een waarborgregeling voor de Arco-coöperanten (samen met de bescherming van het rode financiële vehikel Ethias), betekent nog niet dat zoiets vatbaar is voor herhaling. Vooral niet omdat de regering Di Rupo een parlementair onderzoek geweigerd heeft naar het grootste debacle ooit bij instellingen waar de politiek en het (al even sterk gepolitiseerde middenveld) een dikke vinger in de pap hebben. 
 
De beslissing van Di Rupo I om een parlementair onderzoek naar de catastrofe bij Dexia, ACW/Arco en de Gemeentelijke Holding te weigeren, zal voor altijd symbool staan voor een particratie die de democratie buiten spel zet. Het feit dat ook de lopende gerechtelijke onderzoeken konden uitgesteld worden tot na de verkiezingen, is een bijkomende aanwijzing voor de ontspoorde invloed van het ACW.
 
Wanneer er één les te leren valt uit dit schandaal, dan wel dat het hoog tijd wordt om de particratie uit te roepen tot publieke vijand nummer een van de democratie.
 
Maar ze zijn heel hardhorig in de partijcenakels en zelfs een zeer slim man als Koen Geens, aftredend minister van financiën, die veel beter weet, heeft blijkbaar geen moeite om ‘zijn klant’ met alle middelen te beschermen tegen een mogelijke aansprakelijkheid.
 
Nochtans is de uitspraak van de Europese Commissie heel duidelijk: dergelijke staatswaarborg kan niet. Beseffen Geens en het ACW dan niet dat elke poging tot vergoeding via de belastingplichtigen zonder een grondig onderzoek naar de ware verantwoordelijken totaal onaanvaardbaar is? Een rechtstaat onwaardig.
 
Democratie zonder rechtstaat kan niet
 
Wanneer een heel verstandig academicus, tegelijk advocaat met faam en aftredend minister van Financiën, het nodig vindt om te pleiten voor een regeling die dan nog in het regeerakkoord moet staan, dan zet hij de rechtstaat ‘on hold’. Na de uitspraak van de Europese Commissie en het weigeren van een parlementair onderzoek  is elke regeling die een belangengroep moet beschermen politiek niet meer te verkopen.
 
Luc Coene, voorzitter van de Nationale Bank, vindt het alvast niet kunnen. Daarenboven wijzen diverse specialisten op de mogelijke reacties van andere ‘slachtoffers die door deze regeling niet worden geholpen. Ondemocratisch, want een democratie zonder een (onafhankelijke justitie) rechtstaat is een karikatuur van zichzelf. En ook hier weer blijkt dat een te verregaande belangenvermenging tussen de partijpolitiek en het middenveld nefast is voor zowel de (parlementaire) democratie als de goede werking van een rechtstaat
 
Voor een solidaire christelijke zuil
 
De enorme wervingskracht van de christelijke deelorganisaties putten ze uit een sterk levende solidariteit in Vlaanderen. Hartverwarmende medemenselijke inzet voor wie het nodig heeft. Daar heeft het nooit aan ontbroken en hopelijk zal dat zo blijven.
 
De christelijke organisaties hebben zich verenigd onder één koepel, het ACW, nu beweging.net, om zo meer macht te kunnen uitoefenen op het (politiek) beleid. En dat ze machtig waren en ook vandaag nog zijn, blijkt maar al te duidelijk uit deze affaire. Maar vooral christelijke organisaties zouden moeten weten dat een bundeling van de krachten niet enkel geldt ‘in goede dagen’ maar ook ‘in kwade dagen’. Vandaag zit het ACW in zo’n moeilijke tijd.
 
Zelfs al zou het ACW niet meer over de middelen beschikken om zelf de gedupeerden te vergoeden, dan nog zijn er de zeer rijke deelorganisaties. Al was het maar omdat het grootste deel van de benadeelden ook vrijwilligers (of familie) zijn uit de eigen deelorganisaties. Beschermd door de wet mogen we niet weten (zelfs niet controleren) over hoeveel geld sommige van deze organisaties beschikken. Maar er zijn discrete aanwijzingen dat hun spaarpotjes gespekt zijn met meerdere tientallen miljarden euro. Het is zelfs geen waagstuk om te beweren dat deze deelorganisaties ook zonder een weerslag op hun dienstverlening, in staat zijn om de Arco-coöperanten zelf te vergoeden.
 
Wanneer de christelijke organisaties niet eens bereid zijn tot onderling solidariteit, waarom zouden de belastingbetalers dat wel moeten zijn?
 
Pjotr

30 juni 2014

Het DNA van de N-VA


 MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN

 

Hoe belangrijk is het DNA voor het succes van een politieke partij? Moet een partij haar eigenheid prijsgeven wanneer andere prioriteiten dat vereisen? Ook N-VA kan na haar electoraal succes deze belangrijke vragen niet ontwijken.
  
Twee overwegingen
 
In een vorig artikel had ik het over de moeilijkheid voor de N-VA om van een (Vlaamse) Beweging te evolueren naar een regeringspartij. Tevens stelden we openlijk de vraag of een regeringspartij nog tot nationalisme in staat is.
 
De geschiedenis van de Vlaamse Beweging en vooral de V-partijen toont aan dat men nooit met succes een duurzame ommeslag kon maken. Dat had uiteraard te maken met de weerstand van een anti-Vlaamsgezind establishment. Maar al evenzeer met het gebrek aan eensgezindheid tussen de Vlaamse politieke partijen.
 
In ‘Het succes van N-VA’, geschreven na de verkiezingen, stelden we vast dat de N-VA als partij wel de grote winnaar was maar de V-partijen samen verloren licht.
 
Inspraak beperkt tot de partijleden
 
Eenmaal de verkiezingen achter de rug maar vooraleer de regering aan de slag kan, hebben de partijleden het laatste woord. Voor de traditionele partijen met een goed uitgebouwd en gedisciplineerd netwerk is de goedkeuring van het regeerakkoord een louter formele aangelegenheid. Het laatste zegemoment vooraleer ingehaald te worden door de realiteit.
 
Toch kan zo’n confrontatie met het Belgisch compromissenbeleid, voor een partij waar het idealisme nog sterk aanwezig is,  heel gevoelig liggen. Het zou dus niet verbazen mochten talrijke N-VA-leden en -kiezers – die de informateursnota van De Wever maar niks vonden - heel blij waren met de afwijzing door de cdH.
 
Hoewel de vraag zich dus nog niet stelde, zou het mij verbazen mocht  de partijtop daarover nog niet heel hard hebben nagedacht. Want, stel u voor dat na moeizame onderhandelingen De Wever er toch in slaagt om een regeerakkoord overeen te komen en dat vervolgens door het partijcongres niet de vereiste twee derde meerderheid haalt. Ondanks het groot aantal functies die mogen ingevuld worden, is voor veel leden de inhoud van een regeerakkoord geen formaliteit.
 
Het DNA van de N-VA
 
Wat is typisch aan een Vlaams-nationalistische partij? Volgens Jean-Pierre Rondas, prominent lid van de Gravensteengroep, in een Knack interview (11/06) is het een partij die  streeft naar het (zoveel mogelijk) laten samenvallen van een natie met een staatsverband. Wat in België niet gelukt is in de afgelopen 185 jaar.
 
Het DNA van N-VA – datgene wat haar onderscheid van de andere partijen – is het nationalisme. Maar de partij evolueerde onder leiding van De Wever van een louter nationalistische partij naar een pragmatische Vlaamsgezinde machtspartij. Vlaamse autonomie is niet meer het doel maar het middel om de welvaart te kunnen in stand houden.  
 
Om electoraal aantrekkelijker te worden koos men voor een dubbelaanbod: het confederaal verhaal (met België als het kan) en een rechts socio-economisch programma (met een Belgische meerwaarde voor Vlaanderen). Het positief confederaal model diende om de Vlaamsgezinden naar de partij te lokken en daarin slaagde de partij wonderwel. Hoewel in een afgezwakte vorm behoort dit thema nog altijd tot het DNA van de partij.
 
Het socio-economisch programma daarentegen behoort helemaal niet tot wat we de ‘unique selling proposition’ van de nationalistische partijen kunnen noemen. De Wever verwees voor de verkiezingen regelmatig naar het Duitse voorbeeld. Daarvan weten we dat het op de sporen werd gezet door de socialistische Bondskanselier Gerhard Schröder. En zijn christendemocratische opvolgster, Angela Merkel, heeft deze politiek voortgezet.  
 
Maar er is nog iets aan het rechtse economisch programma waar men zich weinig vragen bij stelt: de rechtse onderstroom in Vlaanderen. Is dat wel zo? Ik durf dat te betwijfelen. Er bestaat wel een duidelijke onderstroom die berust op het groeiend ongenoegen met de (structureel verankerde) onrechtvaardigheden. De onrechtvaardigheid van het geldverslindend institutioneel kader dat Vlamingen benadeelt en Franstaligen voorrechten geeft waar ze geen recht op hebben. Vooral ook onrechtvaardigheid door de sociale en fiscale fraude. Dit wijdverspreid aanvoelen van onrechtvaardigheid overstijgt de tegenstelling tussen Links-Rechts, waar N-VA zich op baseert. Want, zo denken de mensen, of het nu de liberalen of de socialisten zijn die regeren, de ongelijkheid en onrechtvaardigheid stopt niet. De enen zijn minder solidair want betalen veel minder belastingen en de anderen graaien schaamteloos in de pot zonder zich af te vragen waar het geld vandaan komt en of het wel zal blijven komen.
 
Herstelbeleid is prioritair maar onhaalbaar
 
Normaal dus dat de N-VA zich in deze sociaal-economische materie moeilijker kan onderscheiden van de andere partijen. Daarenboven hebben de traditionele partijen meer ervaring en kunnen ze putten uit de terreinervaring van de zuilen. Dat de N-VA veel kritiek te verduren kreeg op haar socio-economische programma, mag niemand verbazen. Tijdens de verkiezingscampagne bleek trouwens dat de partij de feeling nog niet in huis heeft om dit verhaal op een genuanceerde manier te brengen. Men focuste op de misbruiken en scheerde soms iedereen over dezelfde kam. Een negatief verhaal – dat gretig door de anti-Vlaamse media werd uitvergroot - in plaats van een positief verhaal en dat zullen ze geweten hebben. Het verplichtte De Wever al op de verkiezingsavond zelf om afstand te nemen van zijn eigen socio-economisch programma. En het confederale verhaal diende te wachten, want een economisch herstelbeleid vereist prioriteit.
 
Maar is het ondertussen nog niet duidelijk genoeg geworden dat in zowat elk beleidsdomein de visies tussen Noord en Zuid verschillen? Is het niet getuigen van naïviteit dat opeens de MR federaal resoluut zou breken met de heersende meerderheid van de PS en cdH in Brussel en Wallonië? Het is niet omdat de Waalse patroons af en toe pleiten voor een ommekeer dat zoiets sneller zou kunnen dan bij voorbeeld het invullen van artikel 35 van de grondwet. Daar wachten we al meer dan twintig jaar op.
 
Alleen door de invoering van een confederaal model, waardoor de deelstaten verplicht worden zelf verantwoordelijkheid te nemen, kunnen er echte herstelmaatregelen genomen worden. Wie prioritair de socio-economische doelstellingen wil realiseren, zal blijven steken in de middelmatigheid inherent aan het Belgisch compromissenmodel. In elk geval is de afwijzing door cdH van De Wever zijn informateursnota een duidelijk signaal dat communautaire hervormingen tegenhouden veel belangrijker is dan het economische herstel van België.
 
Rik Van Cauwelaert in De Tijd (28/06):
‘Het optreden van de cdH-top maakt duidelijk dat de tijd is aangebroken voor de grote uiteenzetting van gemeenschap tot gemeenschap over wat ze nog samen willen doen. Het Overlegcomité is de passende plek voor zo’n gesprek dat maar best meteen kan beginnen’.
 
 
Kan de N-VA zonder een eigen DNA?
 
De vraag of de N-VA als regeringspartij kan vasthouden aan haar nationalistische droom, is vandaag brandend actueel. Nu is het duidelijk dat de Franstaligen (en niet alleen de cdH) in feite eisen dat de N-VA het artikel 1 (het streven naar een onafhankelijk Vlaanderen) in haar statuten schrapt vooraleer ze in aanmerking kan komen als regeringspartij. Voor heel veel Vlamingen komt dergelijk omfloerste uitsluiting van de macht ongetwijfeld over als zeer arrogant en ondemocratisch. Maar het is daarom niet minder reëel.
 
Met deze weigering van de Franstalige partijen stelt zich trouwens een probleem voor alle Vlaamse partijen. Telkens opnieuw verwachtende Franstaligen immers dat zij afstand zouden  nemen van de N-VA. Zij stellen een veto maar leggen de verantwoordelijkheid voor de vorming van een regering en het eventueel uiteenvallen van België bij de Vlaamse partijen. En ook nu weer wijst men, zoals in 2010) CD&V met de vinger. Heeft niemand van de media dat spelletje door? Wanneer zal men aan Vlaamse kant eens beseffen dat zoiets ongehoord is. Dat het getuigt van een totaal gebrek aan respect voor de Vlaamse kiezers en bewijst hoe ziek de Belgische democratie wel is.
 
Moet de N-VA nu haar artikel 1 van haar statuten schrappen omdat de Franstaligen dat eisen? Moet De Wever zijn partijleden oproepen om afstand te doen van hun droom en voortaan als machtspartij mee te werken aan de ombouw van België? Jean-Pierre Rondas probeerde in een lang gesprek met Knack-journalist Joël De Ceulaer een analyse te maken van wat er leeft binnen de N-VA: ‘N-VA is een partij die gemaakt is om de macht uit te oefenen. (…) N-VA is bijzonder realistisch wat betreft de machtsverwerving. Realistisch genoeg om te weten dat je daarvoor compromissen moet sluiten’. Rondas denkt dat de partijleden De Wever zullen volgen. Ter verduidelijking liet Rondas mij weten helemaal geen verdediger te zijn van het Belgisch compromissenmodel: ‘Het betekent helemaal iets anders dan het normale geven en nemen in het normale politieke leven’. Gelijk heeft hij, want de compromissen in de Belgisch context bewijzen enkel het totaal gebrek aan politieke solidariteit. Dit gebrek aan solidariteit heeft vele namen: ‘de institutionele atoombom bovenhalen om iets te krijgen’, het weggehoonde voorstel als  ‘inacceptable’ of ‘il ose’,  de arrogante ‘NON’, of de van alle verantwoordelijkheid ontdane demandeurs de rien, …
 
Maar Rondas voegt er een belangrijke opmerking aan toe: ‘De Wever is de enige met een project voor België 2.0’. Waarmee hij het confederale model bedoelt, of de invulling van artikel 35 van de grondwet. Daarmee belanden we opnieuw bij het DNA van N-VA. Dat sluit overigens perfect aan bij het ‘leitmotiv’ van de Gravensteengroep ‘Met België als het kan, zonder als het moet’. Ooit zullen de Vlaamse partijen zelf  moeten kiezen.
 
Pjotr