23 juni 2014

Spuugzat maar in goed gezelschap


 


MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN
 
In de media klonken de Franstalige beschuldigingen aan het adres van de informateur, oh zo vertrouwd: De Franstalige partijen vertrouwen Bart De Wever niet. En dus zal het zijn schuld zijn wanneer zijn informatieopdracht mislukt.
Wij zijn blijkbaar zo verdoofd door die permanente beschuldigingen dat ook de Nederlandstalige media deze als waarheid publiceren. Zonder een woord van kritiek, zonder dat iemand zich afvraagt of de Franstaligen wel te vertrouwen zijn.   Hoog tijd dat de Vlaamse media op hun strepen staan en de Franstalingen ‘namens hun weldenkende lezers’ eens  wijzen op hun totaal gebrek aan politieke solidariteit.



Mia Doornaert is het spuugzat
In De Standaard van 16 november 2007 schiet barones en columniste Mia Doornaert in een ‘Franse coleire’. Zo schrijft ze: ‘En wat ik spuugzat ben - ras-le-bol - zijn de voortdurende Franstalige beschuldigingen, die overigens niet beperkt blijven tot de PS, over het zogenaamde imperialisme van de Vlamingen. Bij mijn weten zijn het niet de Vlamingen die de taalgrens voortdurend negeren en aanvechten. … Het stoort me telkens weer hoe ze, als in veroverd terrein, winkels binnenkomen en in het Frans beginnen, zonder zelfs de elementaire beleefdheid om ten minste te vragen 'spreekt u Frans'? En voor we het weten, is er een beduidende Franstalige 'minderheid' die faciliteiten en later aansluiting bij Brussel gaat eisen. En die dan de Vlamingen voor imperialisten of fascisten zal uitmaken als zij respect voor de taalgrens vragen'.



We zijn ondertussen zeven jaar verder en aan de beschuldigingen is er nog altijd geen einde gekomen. Ondanks de zogezegde splitsing van BHV blijft Franstalig Brussel onverdroten een imperialistische politiek volgen: via de ‘metropolitane gemeenschap’ en expansieplannen op de Heizelvlakte die gedeeltelijk in Vlaanderen ligt. Dank zij de zesde staatshervorming worden de Brusselse Vlamingen nog meer geminoriseerd.


Vlamingen zijn PS dictaat spuugzat
Hoever staan we met de regeringsvorming? Aan het begin van een lange lijdensweg als we de PS-kopstukken Di Rupo en Magnette mogen geloven. Nadat ze beslisten om met CDH een Waalse en Brusselse regering te vormen – wat hun goed recht is – willen ze nu ook de federale onderhandelingen saboteren. Pure arrogantie, niet vanuit de onderbuik zoals de flamboyante Magnette soms doet denken, maar gesteund op een ondemocratische machtsverdeling in het parlement en gevoed door een ervaren denktank die gewoon is om de lakens uit te delen. Zijn we het vergeten dat diezelfde Magnette eind 2013 in Charleroi zijn militanten duidelijk maakte waarvoor hij staat[1]: ‘Deze fascisten uit het Noorden denken dat ze het recht hebben om ons te controleren omdat ze ons steunen. De dwazen (imbéciles) hebben geluk dat we de belastingen niet in het Noorden alleen kunnen verhogen’.


Magnette vergiste zich. Di Rupo I bewees dat het wel mogelijk is om pestbelastingen op te leggen die (hoofdzakelijk) de Vlamingen treffen.


Wie denkt dat onze solidariteit geapprecieerd wordt dwaalt. Ook Onckelinx maakte duidelijk waarvoor haar partij staat (januari 2014 in Schaarbeek voor de eigen achterban): 'ons enig doel moet zijn om de Vlaamse koe gedurende nog een tiental jaren uit te melken'.




Wanneer men hoort welke veto’s zowel MR (geen communautair luik) en CDH (geen omslag inzake index en beperking in de werkloosheid) stellen, dan kan men slechts één zaak vaststellen: ALLE Franstalige partijen bewijzen dat ze helemaal geen rekening willen houden met de verkiezingsuitslag in Vlaanderen. Dit ontstellend gebrek aan politieke solidariteit, Franstalige veto’s en grendels, terwijl alle Vlaamse eisen van tafel geveegd worden als ‘inacceptable’, is aanstootgevend. Welke weldenkende Vlaming wil nog verder met zoveel onwil? Spuugzat.


Volksbedrog zijn we allemaal spuugzat
‘Alles kaat koet’ was zowat de mantra waarmee Di Rupo zijn regeringswerk verdedigde. En de minister van Financiën – inderdaad geen gewone – slaagde erin om deze boodschap met een kwinkslag en veel aplomb te verkopen als de grote waarheid. Zelfs een kaalgeschoren minister van Defensie was overtuigd van het goede werk dat Di Rupo I leverde. Dan was er nog een staatssecretaris die de grootste prestatie van de regering mocht te boek stellen: de zesde staatshervorming. Ooit aangekondigd als een raspaardje (waarvoor de Vlamingen geen duit zouden betalen, dixit een Vlaamsgezinde burgemeester in Vlaams Brabant voor de verkiezingen), maar tijdens de onderhandelingen verfrommeld werd tot een scheve dromedaris. Volksbedrog zoals vader Eyskens in 1970 (de grendels) en Jean-Luc Dehaene in 1993 (de scheefgetrokken zetelverdeling) voordeden. Voorwaar een palmares waarop men als staatsman fier kan zijn.




Het houdt niet op. Elke dag horen we wel ergens hoe afspraken niet gerespecteerd worden. Hoe het geld voor Brussel door de Franstaligen afgewend wordt van het afgesproken doel. En nu de verkiezingen achter de rug zijn blijkt opnieuw dat die ‘alles kaat koet’ show puur volksbedrog was. Nu blijkt dat de besparingsnorm niet werd gehaald en er een bijkomend gat van bijna 2 miljard euro moet gevuld worden. Oeps, de niet-gewone minister van financiën had het tijdens de begrotingscontrole voor de verkiezingen niet gezien.


En zie, Europa ontdekt dat de Waalse schuld ietsjes hoger ligt: zo’n 5,5 miljard euro waardoor de totale schuld van deze PS regio oploopt tot 16,7 miljard euro. Wie dus denkt dat ‘la grande dame’ Onckelinx zich een beetje liet gaan, toen ze duidelijk maakte dat ze Vlaanderen eerst wou leegmelken, is ronduit naïef.


Spuugzat al die calimero’s
Wordt het niet hoog tijd dat al die Vlaamse calimero’s in de politieke wereld en de media zich eens beraden over hun denkkader? Wat betekent België nog zonder Franstalige politieke solidariteit? Waartoe dient Vlaamse financiële solidariteit wanneer het toch maar de perverse bedoeling blijkt te zijn om Vlaanderen te verarmen?




Vandaag vraagt CD&V aan De Wever om eerst te bewijzen dat hij een federale regering kan maken vooraleer zich te engageren op Vlaams niveau. ‘Bartje’ moet doen wat ze zelf niet meer kunnen, België laten rekening houden met de Vlaamse belangen. En lukt hij, dan pas door zelf eerst zijn kiezers te bedriegen. Lukt het niet zullen ze hem een staatsbegrafenis bezorgen en met het tripartite regeringschip zijn as uitstrooien in de Schelde ter hoogte van Sint Anneke. Inclusief de traditie om een borreltje te heffen bij het kiezen van het ruime Belgisch sop.




Hoog tijd dat de Vlaamse politieke families duidelijk maken dat het zo niet verder kan. Dat ze die Franstalige veto’s en grendels spuugzat zijn. Dat ze de hangmatcultuur en onverantwoord omspringen met gekregen geld, spuugzat zijn. Kortom dat ze de PS dictatuur spuugzat zijn. Een dictatuur waarvan de grootste slachtoffers de Walen zijn en de grootste profiteurs de Franstalige politieke kaste. Socialisten die teren op de kansarmen en zich verrijken op een economisch kerkhof. Over ongelijkheid gesproken!
 
Pjotr 



[1] De citaten in dit  artikel werden overgenomen uit de Babbelkrant N° 1456/16.6.2014. Verantwoordelijke uitgever Roger Vanderweyden.


 

 
 





17 juni 2014

Bezint eer ge begint - Woord vooraf

Anders Gelezen biedt u het derde deel van 'Bezint eer ge begint'. Een aanzet die hopelijk zal uitmonden in een heus debat over de parlementaire democratie. Mag ik hopen dat enkele lezers van Anders Nieuws hun kennis over een of ander 'weeffout' zullen willen delen? De Bron bundelt al deze bijdragen, naast deze geschreven door de redactie en externe specialisten. Alvast dank voor uw belangstelling.
Met Jan Becaus heeft N-VA een Bekende Vlaming aan de haak geslagen. Zijn intrede als gecoöpteerd senator zal het 'imago' van betrouwbare partij versterken. Wat mij vooral trof was zijn motivatie om voor de N-VA te kiezen: niet het sociaal-economisch programma maar de hervorming van het land. Het confederalisme. Dat is zowat de tegengestelde motivatie van die andere TV-coryfee, Siegfried Bracke. Zou er bij N-VA nog iemand zijn die denkt dat men zonder het confederaal verhaal zo groot kon worden? Dat schept ook verplichtingen en met deze 'trofee' bewijst Bart De Wever alvast dat hij zich daar heel goed van bewust is.
Jammer voor Huub Broers die zijn plaats verliest maar hopelijk wel gecompenseerd wordt nu de N-VA zoveel lekkers te verdelen heeft. Maar dat De Wever de expertise van grondwetspecialist Matthias Storme in de senaat niet nodig vindt, is veelzeggend. Als partijvoorzitter weet hij uiteraard maar al te goed wie en waar de beslissingen genomen worden. Net dat verontrust mij.
Over de onderhandelingen en voor wat ze waard zijn, mijn bedenkingen: CD&V heeft zich zo sterk geëngageeerd om met N-VA scheep te gaan dat een mislukken van De Wever federaal vooral voor CD&V een ramp zou zijn. Hoe kan ze nu nog rechtvaardigen om opnieuw met de PS in zee te gaan (tenzij om te verdrinken)? Voor Open VLD is dat minder erg inzake perceptie maar programmatorisch een nieuwe ramp waar zelfs de 'overroepen' Maggie de meubels niet zal kunnen redden.
Aan Waalse kant kan ik mij nauwelijks voorstellen dat de MR alleen zou durven samengaan in een Vlaamse N-VA regering. Ze weten ondertussen ook wel dat het federale niveau hooguit nog enkele jaren belangijk zal zijn en hun afwezigheid in Wallonië en Brussel dubbel zwaar zal wegen. Dan nog liever aan de leiband samen met de PS op regionaal niveau. cdh? De Chasseurs Ardennais heb ik nog nooit weten hun broek afdoen en al zeker niet voor een CD&V onder leiding van Unizo-man Kris Peeters.
Voorlopige conclusie: een mislukking van De Wever zou wel eens de confederale opdeling heel nabij kunnen brengen. Alle macht aan de regio's mét behoud van het Vlaamse manna, zou alvast een godsgeschenk zijn voor de kartels PS/cdh en N-VA/CD&V. Dan hoeft het gebroddel van de zesde staatshervorming niet meer en krijgt de senaat als forum van de gemeenschappen een formidabele uitdaging. En voor een duurzame communautaire vrede zullen ze zelfs in Laken heel graag de beste champagne bovenhalen.
 
Pjotr

Een betere parlementaire democratie


Bezint eer ge begint

MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN

 

Deel 3  Een betere parlementaire democratie
Met een eerste artikel over de zetelverdeling openden we, begin februari een debat. Bediscussieerbare politieke beslissingen en teveel scheeftrekkingen verlagen de democratische legitimiteit van de instellingen.
 


Is de parlementaire democratie enkel nog een slogan?
In een interview gepubliceerd door Der Spiegel online is de Amerikaanse politoloog Yascha Mounk (Harvard University) zeer kritisch over de huidige invulling van het begrip democratie: ‘Democratie is een leeg begrip geworden. We kunnen hoogstens spreken over een oorspronkelijk (Amerikaanse) ‘representatieve republiek’, die verworden is tot een ‘plutocratie’ waar de rijken hun wil opdringen aan de hele bevolking. De EU bestempelt hij als een ‘technocratie’.
Zelfs de toekomst ziet hij niet rooskleurig. De wereldmacht was de laatste 250 jaar in de handen van een democratisch land (Groot-Brittannië en nadien de Verenigde Staten). Maar binnenkort is dat met China niet langer het geval. Hij vraagt zich af waarom wij ‘geloven’ dat ons democratisch systeem het enige goede zou zijn.
Maar omdat het vertegenwoordigende systeem toch ook veel goede kanten heeft, ziet hij wel nog een toekomst. Op voorwaarde dat de politieke wereld er in slaagt om het volk ‘tevreden te stellen’. Iets waar de politiek momenteel niet meer in slaagt, aldus Mounk.
Politologen zien geen probleem in zetelverdeling
In De Standaard online (28/05) laat politoloog Bouteca (UGent) opmerken “‘Het systeem-D’Hondt is niet perfect. Dat geldt trouwens ook binnen Vlaanderen en Wallonië. De MR haalt in Luik met 158.000 stemmen zes zetels, de PS met 187.000 stemmen ook zes zetels’. Ook zijn collega Carl Devos heeft weinig goesting om hierover een debat te voeren. De zetelverdeling gebeurt op basis van de bevolkingsaantallen in de gewesten en op dat niveau is er volgens hem geen scheeftrekking tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Waar hij wel meer belangstelling voor heeft is een discussie over het globale kiesstelsel, bv. over de afschaffing van de lijststem.
Toch wel eigenaardig dat vakmensen een onderdeel van hun vakgebied onvoldoende interessant vinden. Ook de politieke wereld staat blijkbaar niet te trappelen om hierover een debat te voeren. Het is maar de vraag of het ook zo irrelevant zou zijn mocht het resultaat van de scheeftrekking in het nadeel van de Franstalige partijen uitvallen.
 De discussie uitbreiden
Ingaande op de wenk van hoogleraar Carl Devos zullen we het onderzoek niet beperken tot de scheeftrekking bij de zetelverdeling - die wel degelijk in het nadeel van de Vlaamse gemeenschap werkt - maar zoeken naar mogelijkheden om  de parlementaire democratie een groter maatschappelijk draagvlak te geven. Dit deel zal dus een vervolg krijgen en meerdere ‘weeffouten’ bespreken.
Laten we starten met een zo breed mogelijke situatieschets. Waarom is de parlementaire democratie in België wat ze is ? Een onmachtige ‘Hoge Vergadering’ aan de leiband gelegd door de particratie en een grondwettelijk vergrendeld systeem dat ook geen parlementaire meerderheid meer erkent.
Vanuit het perspectief van de kiezers is het al even erg: door de compromissen die achteraf gesloten worden, kunnen ze vooraf niet eens weten waarvoor ze kiezen. Daarenboven wordt, via allerlei partijpolitieke achterpoortjes, de uitslag gemanipuleerd. Wie deze weeffouten (het zijn niet altijd onrechtvaardigheden) niet relevant vindt, kan ook geen aanspraak maken op het voorrecht van een goedwerkende parlementaire democratie. Een privilege dat te belangrijk is om over te laten aan de politici alleen, wat nu wel het geval is.
Eerste weeffout:
Niet het volk kiest zijn vertegenwoordigers
Enkel de kiesgerechtigden (moeten) mogen kiezen en worden dan verondersteld ‘de keuze van de hele bevolking’ te vertegenwoordigen. Dat niet heel het volk kiesgerechtigd is – denk maar aan de minderjarigen - is op zich geen probleem, voor zover er geen ondemocratische consequenties aan verbonden zijn.
Die zijn er echter wel. Zo zijn er kiesgerechtigden die een geldige (blanco) stem uitbrengen, maar waarvan de stem politiek wordt beschouwd als een ongeldige stem. Zo vermindert men het aantal ‘kiesgerechtigden’ en sluit men tevens ‘hun’ deel van de bevolking uit. In 2014 waren er 412.951 blanco en ongeldige stemmen of het equivalent van ongeveer 12 zetels. Een opsplitsing tussen de blanco en de ongeldige stemmen is niet beschikbaar, wat op zich al een aanwijzing is voor het gebrek aan belangstelling voor deze ‘proteststemmen’.
Er zijn ook de ‘verloren’ stemmen van kleine partijen die deels door een arbitraire (voordelig voor de grote partijen) beslissing genegeerd worden. Ook deze stemmen vertegenwoordigen een evenredig deel van de bevolking, dat daardoor eveneens politiek monddood wordt gemaakt. In 2014 waren er 380.454 verloren stemmen, of het equivalent van ongeveer 10 zetels.
Ook het tweede deel van de titel de ‘vertegenwoordigers’ klopt niet helemaal. Immers, de verkiezing van de volksvertegenwoordigers wordt a priori gemanipuleerd door de politieke partijen (die de plaats op de lijst bepalen en door het bestaan van een lijststem) en a posteriori door meerdere mogelijkheden open te laten om ‘onverkozenen’ toch een zetel cadeau te doen.
Tweede weeffout:
De parlementariërs vertegenwoordigen het volk niet
De huidige kieswetgeving gaat ervan uit dat de volksvertegenwoordigers het hele volk vertegenwoordigen. En om de volledige bevolking goed te kunnen vertegenwoordigen meende men dat er voor de Kamer 150 volksvertegenwoordigers nodig waren.
Het argument daarvoor is dat de wetgeving die in de Kamer als ‘Wetgevende Macht’ tot stand komt, geldt voor de ganse bevolking. Althans in theorie. Een consequentie daarvan is echter dat het resultaat van de verkiezing – toch het enige moment dat de kiezer werkelijk meetelt in een parlementair systeem – scheefgetrokken wordt. En of dat nu communautair is of niet, verandert niets aan deze weeffout. Zonder te willen vooruitlopen op het verder debat weten we dat de volkstelling van 1991, die door toenmalig premier Jean-Luc Dehaene aanvaard werd als basis voor de zetelverdeling tijdens de Sint Michielsakkoorden in 1993, nogal wat inwoners betreft die ‘uitgesloten zijn van stemrecht’ omdat ze niet voldoen aan de voorwaarden. Maar via deze volkstelling worden deze niet-rechthebbenden de facto wel als bevolking meegeteld en zorgen ze voor bijkomende zetels in deze kiesomschrijving.
Maar de belangrijkste weeffout is een duidelijke afhankelijkheid van de eigen partij. Een volksvertegenwoordiger wordt niet verondersteld zijn eigen mening of deze van zijn kiezers te verdedigen, maar wel die van de partij. Deze slaafsheid is geen uiting van te weinig moed bij de verkozene, maar van de almacht van de particratie. Immers, het zou bijzonder unfair zijn om van de individuele parlementariër te verwachten dat hij zijn eigen inkomen op het spel zet, gewoon om een goede vertegenwoordiger van het volk te kunnen zijn. De weeffout zit bij de verstikkende almacht van de partij.
 Dictatoriale macht is ook in zogezegde democratische structuren en organisaties anti-democratisch en verwerpelijk.

Derde weeffout:
De kiezers weten niet waarvoor ze kiezen
Zonder een meerderheidsstelsel (zoals dat bestaat in onder meer Groot-Brittannië) weten we dat de afzonderlijke partijprogramma nooit kunnen uitgevoerd worden. Structureel boerenbedrog die van de verkiezingen een (volgens sommige ministers van staat) obligate verplichting maakt, die daarna best zo snel mogelijk genegeerd wordt. Daardoor diende ook de inspanning van de media om alle afzonderlijke partijvoorstellen te berekenen hooguit hun eigen commercieel belang.
Toch blijft het opmerkelijk dat ook Bart De Wever, wiens partij symbool staat voor ‘politieke vernieuwing’, op het debat van de partijvoorzitters de avond na de verkiezingen ronduit zegt dat zijn electorale voorstellen geen breekpunten bevatten. Een boodschap die alvast op veel manieren kan gelezen worden.
Vierde weeffout:
Grondwettelijke grendels  hollen het parlementair systeem compleet uit.
Het parlementair systeem gaat uit van een besluitvorming op basis van meerderheden. Voor bepaalde materies kunnen bijzondere meerderheden verdedigbaar zijn. Elk democratisch systeem kent vormen van bescherming voor de minderheid. Maar in België is dat verworden tot een vergrendeling die elke verandering van de institutionele weeffouten extreem zwaar vertraagt of zelfs onmogelijk maakt.
De enige mogelijkheid om nog ‘vooruit’ te kunnen gaan is de politieke solidariteit van alle gemeenschappen. Om de grendels enkel te gebruiken wanneer er ondemocratische beslissingen zouden genomen worden waardoor universele grondrechten, zoals de mensenrechten, zouden geschonden worden. In België zijn die echter niet daarvoor bedoeld. In België dienen ze enkel om de voorrechten van de Franstalige minderheid te beschermen en om de meerkosten van de financiële onverantwoordelijkheid te blijven compenseren via een verplichte en ondoorzichtige solidariteit.
Pleidooi voor een betere parlementaire democratie
Even aandacht voor een aspect dat weinig aan bod komt. Na de verkiezingen zijn heel veel mensen blij wanneer ze ‘bij de winnaars zijn’ en ontgoocheld wanneer ‘hun’ partij verloren heeft. Hoewel louter emotie is dat naar mijn aanvoelen een heel belangrijk fenomeen. Het kan zelfs een bron zijn van hevige discussies en ja zelfs in de beste families wrevel veroorzaken. Daar komt dan nadien nog bij ‘dat het altijd dezelfden zijn die terugkeren’. Het is dé oorzaak van frustratie die zorgt voor een (onterechte) afkeer van ons parlementair systeem. Daar zouden ook onze politici eens moeten aan denken wanneer ze ons telkens opnieuw bedotten met grote beloftes en nadien steeds dezelfde mensen hun verkiezingsvoorstellen ongegeneerd overboord gooien als ballast.
Met deze bijdrage willen wij het publieke debat openen. Wij zijn overtuigd dat de parlementaire democratie niet voorbijgestreefd is. Wel is het hoog tijd om de weeffouten aan te pakken.
De kernredactie van De Bron, versterkt met externe experten, wil hierin een stimulerende rol spelen. Alle bijdragen hierover worden samengebracht en zijn te lezen in het dossier ‘Parlementaire democratie’. Dit artikel vindt u hier
Wie wil meewerken aan dit debat kan zich melden bij pierre.therie@telenet.be
Pjotr

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12 juni 2014

De meerwaarde van gemotiveerd personeel


 
MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN

 
Door de toenemende concurrentie worden werknemers al te dikwijls herleidt tot ‘loonkosten’. Hoog tijd dat werkgeversorganisaties en topindustriëlen het belang van gemotiveerd personeel weer op het voorplan stellen.
 Economische onheilstijdingen
Delhaize sluit enkele winkels. Tweeduizendvijfhonderd medewerkers verliezen hun werk. Maar er komen geen naakte ontslagen, dat is de belofte. Besparingen ondanks winst omdat het een preventieve maatregel is. Want de personeelskosten liggen te hoog. En de concurrentie is moordend. Ivan Sabbe (in Terzake) vertrouwd met de distributiesector, vindt dat Delhaize nog een toekomst heeft, want een goed imago en gemotiveerd personeel. Alleen zijn ze bij Delhaize een beetje te vrijgevig geweest tijdens de voorbije COA-onderhandelingen. En het personeel krijgt geld om polyvalent te zijn maar daar is in de praktijk weinig van te merken. Kan ik wel geloven want veel van die vriendelijke dames aan de kassa zie zelfs ik echt niet sleuren met zware bakken drank.
Unizo-topman Van Eetvelt liet weten dat al die vormen van tijdskrediet eens moeten herbekeken worden. De boodschap is duidelijk: mensen moeten wat harder werken.
Tegenover al die onheilsboodschappen uitgaande van de werkgevers, staat er een andere werkelijkheid waarmee de consument in toenemende mate mee geconfronteerd wordt: een absoluut gebrek aan service bij de bedrijven. Na vijftien pogingen om telefonisch contact te hebben met een Pearl Vision winkel gaf ik er de brui aan. Al die callcenters met personeel dat niet eens weet waar de vraag over gaat. Spuugzat ben ik het. Winkels waar men nauwelijks nog personeel vindt om uitleg te vragen. Komaan we zijn weg. Een TV kopen bij Makro, Krefel, Vandenborre, … de keuze viel op … wegens ‘de beste service’.
En de kleine middenstander valt af omdat zijn inkoopprijs en dus ook zijn verkoopprijs te hoog ligt. Hij kan niet concurreren met de grotere spelers. Een dienst na verkoop  is voor steeds meer mensen belangrijker geworden dan het product. Het komt toch allemaal uit China of Taiwan. En de waarborg wordt door de merken zelf geregeld.
Stress en burn-out een genegeerd signaal
En dan is er nog die andere onheilsboodschap die de media nauwelijks beroert: In Nederland berekende men dat stress en burn-out bij werknemers zo’n vier miljard euro per jaar kost. Hoe het er in Vlaanderen uitziet, kwam ik niet te weten, maar het aantal zelfmoorden ligt heel hoog. West-Vlaanderen staat zelfs aan de top, wereldwijd.
Van Eetvelt heeft wellicht gelijk dat er nogal wat mensen gemakkelijk gebruik maken van het tijdskrediet. Maar waar hij zedig over zwijgt is het tijdskrediet dat voor de (grotere) bedrijven heel veel geld opbrengt. Namelijk dank zij vooral middenkaders die overstappen naar ‘viervijfden’ maar in de praktijk wel dezelfde verantwoordelijkheden en evenveel werk moeten verrichten. Dat is geen flexibiliteit meer maar een rendementsverhoging van 20 % die daarenboven nog minder kost.
Een andere truuk is om de premies te reduceren door gewoon de beoordelingsnormen te verstrengen. Dat leidt soms tot hilarische situaties waarbij een medewerker door het tweede hoger niveau tijdens een voorafgaande bespreking een ‘vier’ krijgt maar de chef die de fiche diende in te vullen slechts een ‘drie’ gaf omdat datzelfde hoger niveau hem dat zo opgedragen had: vier wordt drie. Zo straft men diegenen die wel nog willen hun werk goed doen.
De roep naar een motiverend personeelsbeleid vanuit de werkvloer is oorverdovend. Maar niemand heeft er nog tijd voor. In veel grote bedrijven houdt de top zich enkel nog bezig met cijfers, de beurswaarde, cashflow, noem maar op. Werknemers zijn daar geen issue behalve hun ‘kostprijs’. De kaders krijgen van daaruit weinig of geen steun. Ze zijn doorgaans ook niet voldoende gevormd of krijgen de tijd niet om ervaring op te doen als ‘leider’. Het is steeds meer elk voor zich. Teamgeest? Daar werd tot voor een paar jaar nog in geïnvesteerd. Nu veel minder. Concurrentie onder de werknemers is misschien goed op korte termijn maar kan een bedrijf ruïneren. Alleen, om dat in de gaten te houden is er ook niemand meer. Zijn werk goed doen? Meestal ligt de norm veel lager. Geen al te zware fouten maken is ook al goed. De wraak van de werknemers. Ook al gooien ze daarmee op langere termijn hun eigen ruiten in. Fier zijn op het bedrijf waar men werkt? Hoeveel dergelijke bedrijven zijn er nog?
De jongeren zijn anderzijds ook niet meer zo fanatiek werklustig als ‘vroeger’. Wat wil je, ze zien steeds meer jongeren die een mooi leventje leiden zonder zich moe te maken. Het klinkt niet politiek correct, maar het is wel een werkelijkheid. Mag ik daar nog een pertinente opmerking van een lezer aan toevoegen: ‘als het van de politici afhangt moeten de ouderen langer werken zodat de staat de werklozensteun van de jongeren zou kunnen  betalen’. Het is maar hoe je de realiteit bekijkt.
Ook de overheid stelt teleur in plaats van te motiveren
Het is geen prettig vooruitzicht om dagelijks de dag te beginnen met het aanschuiven in files en vooraf niet te weten wanneer men op het werk zal aankomen. Voor de werkgever is dat niet ‘zijn’ probleem, maar is het dan wel het probleem van de werknemer?
Zelfs met het openbaar vervoer is er geen garantie dat de trein op tijd zal aankomen. En oh wee, als men een aansluiting niet mag missen. Mag het dan verbazen dat velen reeds gestrest zijn vooraleer ze aan hun dagtaak beginnen? 
De Belgische overheid voelt zich geroepen om zowat elk facet van het leven te organiseren, van de geboorte tot de dood. Maar evoor zorgen dat de mensen in de best mogelijke omstandigheden kunnen hun boterham verdienen is daar blijkbaar niet bij. Hoog tijd dat de overheid voorrang geeft aan haar kerntaken. Mobiliteit is er zo een.
De werkelijkheid heeft twee gezichten
Weet u waarom Vlaanderen het altijd beter deed dan de omliggende landen? Omdat de meeste kleine bedrijven zorgzamer omspringen met hun personeel. Omdat het personeel een echte meerwaarde is.
Weet u waarom Vlaanderen economisch het steeds moeilijker krijgt? Omdat de bedrijven te kleinschalig zijn en niet meer kunnen optornen tegen bedrijven met een veel grotere omzet. Zelfs een succesvol distributiebedrijf als Colruyt is een minispeler vergeleken met concurrent Lidl.
Voor sommige bedrijven is het kiezen tussen groter worden of overgenomen worden. Voor anderen zijn er ‘niches’ waarin ze kunnen overleven en zelfs bloeien. Maar voor alle bedrijven zullen gemotiveerde  werknemers altijd een grote meerwaarde hebben. Daar is de laatste tijd veel te weinig belangstelling voor.
Wanneer de Vlaamse beleidmakers, ondernemersorganisaties en topindistriëlen dat niet meer inzien, verdwijnt elke hoop op welzijn en welvaart.
 
Pjotr