16 augustus 2014

Waarom ik wel over Oekraïne schrijf



Na een kwarteeuw  blijkt dat niet iedereen het beëindigen van de Koude Oorlog heeft verteerd. Er is dan ook veel veranderd sinds de val van de Berlijnse Muur in november 1989.
 
In tegenstelling met het Palestijns-Israëlisch conflict waar we een overvloed aan (meestal) eenzijdige informatie kregen, wordt veel minder gesproken en geschreven over de burgeropstand in Oekraïne. Nochtans is dat conflict voor Europa en dus ook voor België minstens even gevaarlijk.

De naweeën van de Koude Oorlog 


 

Na een kwarteeuw (zowat dezelfde tijd als er verliep tussen WO I en WO II) zijn de grenzen van de Russische invloedssfeer verder teruggedrongen naar het Oosten. Dat Poetin en een deel van de Russische elite het daarmee lastig hebben zou door het conflict in Oekraïne voor iedereen duidelijk moeten zijn. Toch blijkt men zich daar in Europa onvoldoende van bewust en dat kan wel eens ernstige gevolgen hebben voor onze welvaart.
 
In zijn overmoed heeft Europa gemeend dat het zomaar de vroegere Warschaupact landen kon inlijven. De val van de Berlijnse muur werd gevierd als een overwinning op het Sovjet-communisme. Een capitulatie van de Sovjet Unie waarvoor ze een prijs dienden te betalen: de ontmanteling van het Warschaupact (WP) en de versterking van de NAVO, het Transatlantisch bondgenootschap.
 
Van WO II wordt gezegd dat het een reactie was op de afstraffing van Duitsland door  de onverzoenlijke eisen van de overwinnaars. Zal ooit geschreven worden dat de eenzijdige geostrategische beslissingen van de VS en de Europese landen de oorzaak zijn van een nieuwe ‘koude oorlog’ of eventueel nog erger, een derde gewapend conflict met Rusland?
 
Na de implosie van de Sovjet-Unie haasten de vroegere WP-landen (de Baltische staten, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije) zich om lid te worden van de NAVO. Dat was veruit de meest prioritaire wens, want de dreiging van een Russische dominantie werd ook na de val van de Muur als heel reëel ervaren. Dat was alvast de grote overtuiging van al mijn collega’s defensieattachés uit deze landen. Een lidmaatschap van de EU was voor hen veel minder dringend. Toen heb ik mijn Tsjechische collega geantwoord dat de NAVO inderdaad belangrijk was voor de veiligheid, maar dat de EU kon zorgen voor meer welvaart. Of de EU nog in staat is om ook voor Oekraïne meer welvaart te brengen is vandaag veel minder evident.
 
Deze door Rusland als imperialistisch ervaren politiek veroorzaakte ook lokaal veel ongenoegen.  Dat er in de Russische grensgebieden, vooral in de Baltische staten en Oekraïne veel etnische Russen wonen, mocht geen hinderpaal zijn. De lokale banden met Rusland werden gemakshalve genegeerd en ook de ‘minorisering’ van de Russischtalige bevolking kon de euforie niet bederven. In Oekraïne was dat nochtans geen kleine minderheid, zo’n 40 % negeren is niet verstandig. De weigering om het Russisch als officiële taal te erkennen is niet alleen dom, het getuigt van minachting.

Een strategische keuze van de EU


 

Eind vorige eeuw botsten in de EU twee strategische visies. Aan de ene kant waren er de voorstanders van een verdieping van de Unie. Ze waren tegen een uitbreiding omdat dit de Unie zou doen verwateren. Aan de ander kant waren er de voorstanders van de uitbreiding. Een uitbreiding die perfect paste in hun visie dat Europa niet meer hoefde te zijn dan een economische unie met een zo groot mogelijke arbeids- en afzetmarkt.
 
Wij zouden niet voor niets Europa zijn mocht men daar geen compromis voor gevonden hebben. Uitbreiden én verdiepen tegelijk werd de nieuwe uitdaging. Na de invoering van de euro (Verdrag van Maastricht van 1992) kwam de uitbreiding er in 2004. Hoewel de euro reeds zorgde voor een EU met meerdere munten en dus minder ‘unie’, werden daar nog eens landen bij genomen die economisch bijlange nog niet op het peil stonden van de kernlanden. De recente financiële crisis drukte ons met de neus op de tekortkomingen van de huidige situatie. Het is duidelijk dat de bedenkers van dit dubbel spoor nog niet veel plezier beleefden aan hun voluntaristische keuze.
 
Welke rol de VS speelden in de besluitvorming tot uitbreiding van de EU is een ander onderwerp waar nog wel een en ander kan over geschreven worden. Ondertussen weten we wel dat de VS een (positieve) rol speelde in het tot stand komen van de EU.  Niemand die twijfelt dat ze ook vandaag nog altijd ‘vanuit de coulissen’ meebeslissen over het reilen en zeilen in Europa. Dat geldt uiteraard ook voor de crisis in Oekraïne.
 
De doorgevoerde uitbreiding, met alle verantwoordelijkheden die in geval van crisis ermee gepaard gaan, was nogal hoog gegrepen voor een Europa dat er niet eens in slaagde om een hechte politieke unie te worden. Het was voor de realisatie van deze strategische keuze afhankelijk van de VS want het ontbreekt de EU aan twee cruciale machtsinstrumenten: een geloofwaardige (afschrikwekkende) defensie en natuurlijke rijkdommen, meer bepaald energiebronnen.
 
Zonder een noemenswaardige defensie - ondanks de niet verwaarloosbare nationale defensiebudgetten – en een grote afhankelijkheid van externe energiebronnen kan Europa geen kordate geopolitieke strategie ontwikkelen. Daarenboven hangt de EU zowel monetair als economisch ‘vast aan’ (sommigen zullen schrijven ‘af van’) de VS. Door deze onhaalbare strategische dubbelkeuze degradeerde de EU zichzelf tot een machteloze toeschouwer die wel voluntaristische boodschappen de wereld in stuurt maar daarmee enkel de eigen onmacht kan verdoezelen.

Polarisatie versus goed nabuurschap


 

De denigrerende manier waarop men Poetin in de VS en Europa afschildert staat in schril contrast met de wijze waarop Duitsland de voorbije decennia streefde naar goed nabuurschap met Rusland. Wellicht werd deze toenadering niet zo geapprecieerd door de VS en was dat de reden waarom men de telefoon van Angela Merkel afluisterde. Een verlies van (een deel van) zijn Europese bondgenoten zou het aanzien van de VS als wereldmacht nog verder doen afkalven.
 
In elk geval kan men niet zeggen dat Rusland echt op het gaspedaal duwde in het Oekraïense conflict. Met de talrijke etnische Russen die er wonen heeft het zelfs een valabel argument om bezorgd te zijn over het lot van deze onderdrukte bevolkingsgroep. De enige kordate maatregel, de annexatie van de Krim,  was een volkomen normale reactie op de onlusten. Het volstaat om de geschiedenis van deze regio en het lot van de Krim-Tataren te lezen (hier). Rusland deed gewoon wat alle andere grootmachten in vergelijkbare omstandigheden zouden doen. Dat er op deze daad van agressie – want dat was het wel - slechts luid geblaf volgde, toonde aan dat zowel de VS als de EU beseften dat ze hierop moesten inbinden. Ook de VS zou dergelijke strategische positie nooit afstaan.
 
De vraag is of het conflict in Oekraïne een voldoende reden is om onze strategische keuze voor goed nabuurschap (de Duitse keuze) op te geven en te kiezen voor polarisatie (de VS keuze). Daarbij is het niet onbelangrijk te beseffen dat economische strafmaatregelen enkel twee van de drie partijen (de EU en Rusland) pijn zullen doen. De VS blijft grotendeels buiten schot, terwijl Duitsland, de voorstander van goed nabuurschap, nu het zwaarst zal getroffen worden. Wie neigingen heeft om hierin een afrekening te zien, kan wel enkele argumenten vinden.
 
In elk geval, zonder werkelijk een vuist te kunnen maken hebben we zelfs niet de keus om het politiek ‘hard’ te spelen. Wil de EU dat ooit kunnen moet het kiezen voor de uitbouw van een geloofwaardige defensie. Zonder deze inspanning is ons enig alternatief een goed nabuurschap waar we beiden, de EU en Rusland, bij winnen. De onderhandelingen over een handelsakkoord met de VS zullen ongetwijfeld duidelijk maken dat ook goede vrienden niet vallen voor onze ‘soft power’.
 
Ondertussen kunnen we alvast stoppen met klagen dat zowel vriend als vijand te weinig met ons rekening houden. Waarom zouden ze?

Oekraïne, een staat in ontbinding


 

Terwijl de media in België vooral focussen op de agressiviteit van Rusland en de rebellen, zijn er voldoende aanwijzingen dat ook het officiële Oekraïne in dit conflict mijlenver verwijderd staat van onze Europese waarden.
 
Toen Hitler in 1944 zijn Volkssturm oprichtte met mannen tussen 16 en 60 jaar was de hele wereld geschokt. Maar dat de Oekraïense regering vandaag precies hetzelfde doet en na de vijftigers nu ook zestigers oproept wekt zelfs de interesse niet van de westerse media.
 
Dat het Oekraïense leger zonder veel beperkingen klassieke artillerie inzet tegen steden waar de rebellen de macht over hebben, zorgt net zoals in andere conflicten waar men de mond wel van vol heeft, voor de dood van talrijke onschuldigen. Een vriend die vertrouwd is met de situatie ter plekke liet opmerken dat de vele honderdduizenden vluchtelingen (ook niet-Russen) voor 80 % de richting Rusland kozen en niet Kiev. Dat zegt veel over wat leeft onder de mensen in deze regio.

 

Een staat die zijn leger moet inzetten tegen zijn eigen bevolking is een staat in ontbinding.

 

Wanneer een Oekraïense journalist, Bogdan Burkovich op Hromadske.tv komt vertellen dat er in de pro-Russische Donbass regio teveel  mensen wonen die onproductief zijn en dus mogen vermoord worden wegens ‘overbodig’, lezen we hierover heel weinig. Pro-Kiev bronnen beweren dat deze uitspraak een ‘gemonteerde leugen’ is. Dat zou dan wel heel vervelend zijn voor de VS en Nederland die via hun ambassade in Kiev deze zender Hromadske.tv financieel ondersteunen.
 
Waar Europa eveneens blind voor blijft zijn de bedenkelijke figuren die aan de macht zijn in Kiev. Het minste dat we kunnen zeggen is dat er nogal wat ‘louche’ figuren aan de touwtjes trekken in een land waarvan corruptie zowat het voornaamste handelsmerk is. Onder meer de Dnipropetrovsk Clan laat zich weinig gelegen aan de problemen van de gewone mensen. Ze hebben slechts één doel: zichzelf verrijken en daartoe alle belangrijke politieke functies onder hun controle brengen en houden.
 
Dat het land niet eens zijn energiebehoeften kan betalen hoewel ze het Russisch gas krijgen aan een vriendenprijsje zegt veel over de lamentabele toestand van de economie. Dat ze spuwen op de hand die hen goedkope energie levert, klinkt ook bij ons vertrouwd. Dat alles belet Europa niet om voor deze Oekraïense oligarchen de rode loper uit te rollen. Wellicht geloofden ze hun eigen oren niet toen Guy Verhofstadt en zijn Nederlandse collega, VVD’er Hans van Baalen, hen in Kiev allerlei beloftes deden. Prof. Luc De Vos bestempelde hun optreden in HLN als ‘onvolwassen’. Voor wie De Vos beter kent is dat een streng oordeel, dat ik deel.
 
Ondertussen is het wel duidelijk dat Oekraïne helemaal niet klaar is voor een lidmaatschap van de EU. Maar toch vinden onze Europese verkozenen dat wij hen ten volle moeten steunen in een conflict waarvoor ze zelf verantwoordelijk zijn. Onze ‘vertegenwoordigers’ hebben er zelfs een handelsoorlog met Rusland voor over. Of worden we daartoe  gedwongen door de VS? Sommigen vinden een reden in het verleden en verwijzen naar de te grote toegeeflijkheid ten opzichte van Hitler indertijd. Mij lijkt dat fel overtrokken. Een escalatie van de economische sancties kan zelfs gevaarlijk zijn.

Kiezen voor de Duitse strategische visie


 

Wie een ‘oorlog’ begint moet op zijn minst weten welk eindresultaat hij hoopt te bereiken. Welnu, aan al die heldhaftige Europese politici heb ik daarover een eenvoudige vraag. Wat wilt u bereiken?
 
Dat Rusland de Krim teruggeeft? Forget it.
Dat Oekraïne zijn eigen bevolkingsgroepen respecteert in plaats van ze te willen vernederen? Prima, maar daarvoor moet men Rusland niet viseren maar Kiev.
Voorkomen dat Oekraïne uiteenvalt (uit schrik voor de eigen interne problemen)? Dat doe je niet door Kiev naar de mond te praten en ruzie te maken met Rusland.
 
Daarom mijn advies: doe helemaal niets. Op de eerste plaats omdat wij Oekraïne niets verschuldigd zijn. Vervolgens omdat Oekraïne eerst moet bewijzen dat ze onze steun waard zijn. En tenslotte, omdat we niet sterk genoeg zij om wat dan ook te forceren en dus altijd zullen verliezen naarmate het harder gespeeld wordt.   
 
In het slechtste geval (of het beste naargelang de invalshoek) zal Oekraïne dan uiteenvallen in twee afzonderlijke staten. Zal de etnische discriminatie verdwijnen en kan in beide nieuwe staten gewerkt worden aan een welvarende toekomst. Wie het dan beter zal doen zullen we  pas later weten, zoals dat ook het geval was met Tsjechië en Slowakije.
 
Voor mijn part is dat alvast een veel redelijker oplossing dan het zich amechtig vastklampen aan een staatsstructuur die zijn eigen burgers essentiële erkenning weigert en uiteindelijk als kanonnenvoer behandelt.


Pjotr

06 augustus 2014

Waarom ik niet over Gaza schrijf

MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN



Geen dag gaat voorbij of we worden overstelpt met dramatisch nieuws over de onmenselijke situatie in GAZA. De berichtgeving is overrompelend, maar het ontbreekt dikwijls aan nuance. Soms is het beter te zwijgen.

Precies omwille van mijn opgedane ervaringen tijdens gewapende conflicten, vind ik het zo moeilijk om over dit conflict te schrijven. Misschien helpt het wanneer ik verklaar waarom het zo moeilijk is.

Waar is die ‘goeie ouderwetse oorlog’




Vanzelfsprekend bestaat er geen ‘goeie’ oorlog, maar er zijn wel veel conflicten die door geweld beslecht werden. Op de oorlog volgde een wapenstilstand en een relatieve vrede. Dat is al een eerste verschil met wat er vandaag gebeurt in de Gaza-streek. Daar gaat het om een onmogelijk conflict zonder einde. De huidige dramatische ingreep van Israël in het leven van de Gaza-bewoners is ongetwijfeld niet de laatste. En daar zijn beide partijen verantwoordelijk voor.

Een ander reden om niet over dit conflict te schrijven, tenzij met veel nuance en veel terughoudendheid is het feit dat niemand een militaire oplossing wil, een ‘Endlösung’.


In Oekraïne riep onlangs een journalist van ultra-rechtse strekking op om het Russisch deel van de bevolking in Oostelijk Oekraïne te liquideren. Geen uitzondering en blijkbaar ook geen hinderpaal voor bevlogen EU-verkozenen om hen in Kiev kritiekloos  te prijzen als de verdedigers van de Europese waarden.

Iemand van De Bron omschreef de militaire situatie tussen Israël en Hamas als volgt: ‘Israël is militair zo sterk dat ze de Gaza-bevolking in zee kan drijven maar dat niet wil. Hamas kan de Israëli’s niet in zee drijven maar wil het wel’.



Hoe veraf is de klassieke oorlog waar enkel legers mekaar bekampten en waarbij de menselijke tol onder de burgerbevolking relatief beperkt bleef. Het veranderde helaas en het werd niet humaner. Integendeel, wat mij vandaag opvalt en iedereen zou moeten beroeren, zijn de emoties die aan de basis liggen van de gruwelijkheden. Maar het is geen recent fenomeen. De eerste wereldoorlog was de laatste die nog echt een zaak van legers was. Uitgevochten door soldaten die mekaar niet haatten maar gewoon opdrachten uitvoerden. Die met Kerstmis heel even samen bezinden tussen het prikkeldraad en de bommenkraters.

Tijdens de tweede wereldoorlog werden doelbewust burgerdoelwitten aangevallen (Londen, Dresden, Hiroshima en Nagasaki) om ‘het moreel’ van de tegenstander te breken. Burgers werden veel kwetsbaarder voor het militaire geweld.

Opnieuw veranderde de situatie toen volkeren met weinig middelen dienden op te tornen tegen de militaire overmacht van de tegenstrever. Ze gingen soms letterlijk ondergronds. Ze verscholen zich onder de bevolking, werden zelf de bevolking. Een Australische Vietnam-veteraan vertelde mij dat hij ooit ooggetuige was van een aanslag op een politieman. Een kind wandelde naar de politieman toe en ‘trok aan een koordje’.

Tijdens de oorlog in Joegoslavië (1992 - 2001) ontmoette ik in het vluchtelingenkamp dat wij  bouwden in Kroatië, een Bosnische vrouw die verkracht werd door een buurman en waarvan een van haar kleine kinderen voor haar ogen doodgeschoten werd. Dode ogen, een afschuwelijk beeld dat nooit helemaal van mijn netvlies zal verdwijnen.
Geen enkele militair is vandaag beter geplaatst om een mening te hebben over het Gaza-conflict dan om het even welke geïnteresseerde burger. De gewapende conflicten die overal opduiken zijn geen strijd meer tussen professionals, militairen, maar letterlijk burgeroorlogen. Oorlogen waarin burgers niet enkel slachtoffer zijn (collateral damage) maar ook medeverantwoordelijk en soms zelfs (minstens passieve) mededaders van gruwelijke acties.

Haat




In al die burgeroorlogen is er telkens één constante die terugkeert: haat. De stap die burgers zetten om gruwelijke misdaden te plegen komen telkens weer voort uit die (gecultiveerde) haat. Wanneer men zegt dat oorlog het slechtste in de mens bovenhaalt, dan is dat nog meer waar voor burgeroorlogen.

Wie eerlijk is zal moeten toegeven dat in dergelijke ‘oorlogsomstandigheden’ de Conventies van Geneve respecteren heel moeilijk wordt. Ook voor militairen die geconfronteerd worden met een onherkenbare vijand. En al zijn militairen meestal de meest gedisciplineerden onder de ‘daders’, ook zij kunnen niet altijd weerstaan aan die om zich heen grijpende verblindende haat.

Deze haat wordt ook gevoed door de frustratie van de zwakkere partij ten overstaan van een onoverwinnelijke tegenstander. De militaire technologie maakt dat militaire ‘grootmachten’ bij wijze van spreken vanuit een comfortabele zetel op duizenden kilometers van het gevaar, bedreigingen kunnen neutraliseren. Dat wakkert alleen maar die frustratie en de haat aan. Maar wanneer men daarenboven met al die opgekropte frustratie en haat veroordeeld is om dagelijks naast mekaar te blijven leven, zoals Joden en Palestijnen, wordt elk samenleven een hel. Dat is in feite al zo sinds de oprichting van de staat Israël in 1947.

Toen ik begin jaren negentig voor een prospectieopdracht naar Israël ging voorzag het programma ook een bezoek aan het land (onder andere het meer van Tiberias, Bethlehem, Jeruzalem). Onze begeleider was een gepensioneerde generaal en wat mij bijgebleven is van deze rondrit – naast de gedegen uitleg - was vooral de ingehouden woede bij de generaal en de ‘dreigende’ blikken bij de bezochte moslimbevolking. Toen was het al zo duidelijk dat ze mekaar naar het leven stonden en vandaag nog altijd staan. Vreselijk om zo te moeten leven, verschrikkelijk om in dergelijk klimaat kinderen groot te brengen die ooit zelf de wapens zullen moeten dragen om zich te verdedigen.

Opiniemakers met een paardenbril op




In De Morgen (25/07) schreef Ludo Abicht, docent Midden-Oosten aan de UAntwerpen een bijdrage onder de titel ‘Wie de Israëlische aanvallen aanklaagt, mag niet over de acties van Hamas zwijgen’. Hiermee getuigt hij niet enkel van empathie maar nuanceert hij wat daar gebeurt. En dat ontbrak heel dikwijls in andere bijdragen, die ofwel de Palestijnse dan wel de Israëlische zaak verdedigen. Hij schrijft: ‘Indien wij er niet in slagen zowel de Palestijnen als de Israëlische Joden aan onze humanistische principes te herinneren, zouden we beter onze mond houden’. Ondanks zijn zwijgen is zijn conclusie, dat we niet afzijdig mogen blijven, terecht. Alleen wordt het hoog tijd dat men beseft dat de Europese ‘soft power’ niet werkt in dergelijke situaties.

In Knack (4/08) verscheen een oproep aan de Belgische regering: Onze politici moeten ‘op de tafel te kloppen’ want anders zijn ze medeplichtig aan de aan gang zijnde genocide. “Wij snakken er naar om eens fier te zijn dat we in België wonen, een land met een regering die het opneemt voor de Palestijnen en die Israël op zijn plaats durft te zetten”. De lijst van ondertekenaars bestaat hoofdzakelijk uit bekende mensen uit de culturele sector (Tom Lanoye, Kristien Hemmerechts, …), de linkse ‘intellectuele elite’ (Walter Zinzen, Eric Corijn, …) en nogal wat Arabische namen waaronder Dyab Abou Jahjah. Ook Bert Anciaux ontbrak niet op het appel. Hun oproep bevat ook een dreigement: “Wij gaan u hier op afreken”.



Dat ze nogal selectief zijn met hun oproep deert hen duidelijk niet. Erger is dat er momenteel wel echte genocides - waar de bewoners niet vooraf worden verwittigd - bezig zijn in andere landen waar ze zedig over zwijgen. Mogen we even herinneren aan ons eigen Belgisch falen in Rwanda? Waar was onze intellectuele en culturele elite toen sp.a minister van Buitenlandse Zaken, Willy Claes, eenzijdig de Belgische blauwhelmen terugtrok uit Rwanda en zo een genocide vergemakkelijkte? Daar en toen hadden we wel het verschil kunnen maken, niet door op tafel te kloppen maar door militair ingrijpen. Maar nu moeten we op tafel kloppen? Alsof die Europese soft power al veel succes heeft gekend.

D
ezelfde dag dat hun oproep verscheen in Knack, kon men op Twitter de bekentenis van een Italiaanse journalist lezen. Eenmaal buiten Gaza liet hij weten dat een VN-school wel degelijk door Hamas werd beschoten en alle aanwijzingen heel snel werden opgeruimd zodat niemand het zou weten.

Het gevaar van eenzijdige oproepen zoals deze in Knack is dat ze mobiliserend werken in eigen land en zo net datgene aanwakkeren wat men wil vermijden: de polarisering tussen de Joodse en Palestijnse gemeenschap in eigen land. Antwerps burgemeester De Wever waarschuwde hier reeds voor. Uiteraard was deze waarschuwing voor N-VA-tegenstanders zoals Tom Lanoye geen hinderpaal maar eerder een bijkomende stimulans om te ageren. Maar hun eenzijdige oproep bewijst dat ze met twee maten en gewichten werken en daarom elke geloofwaardigheid verliezen. Zij hebben alvast de kans gemist om te zwijgen.



Pjotr


 


 


 


 


 


 


 


 


 

29 juli 2014

VS - Duitsland: spionage onder vrienden

MEDIA EN POLITIEK         ANDERS GELEZEN
 
Spionage, het is van alle tijden en daar zijn zelfs vriendschappelijke banden niet tegen bestand. Met het opkomend terrorisme herleefden de inlichtingendiensten en zijn spionnen terug van nooit weggeweest.
 
Diplomaten als officiële spionnen
 
De officiële opdracht van een diplomaat bestaat uit het behartigen van de staatsbelangen bij een andere staat (bilateraal) of een internationale instelling (internationaal). Dat betekent onder meer dat diplomaten informatie verzamelen over het land waar hij/zij geaccrediteerd is, dat van belang kan zijn voor het eigen land. Het zal dus van de onderlinge relaties tussen de twee staten afhangen welke informatie men van de diplomaten verwacht. Tussen bevriende landen heeft de diplomatie vooral een opbouwende rol ter versterking van een gemeenschappelijke “win-winsituatie”. Maar diplomaten gedetacheerd in landen waarmee de relaties gespannen zijn – of waar een dreiging van uitgaat – zullen uiteraard een heel ander soort informatie zoeken en doorspelen aan de eigen regering. En voor alle duidelijkheid, deze informatie gaat over alle mogelijke domeinen, niet alleen defensie en veiligheidsproblemen. Dat hierover hoogst uitzonderlijk iets in de media aan bod komt, is normaal. Het omgekeerde is dat niet. 
 
Soms worden diplomaten zelfs gebruikt om interne politieke geschillen te beslechten. Een anekdote die mij altijd zal bijblijven was de komst van een Belgisch topdiplomaat naar Wenen. Namens de minister van Buitenlandse Zaken (Louis Michel, MR) kwam hij de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken ‘mondeling’ informeren dat het initiatief van de Belgische minister van Defensie (André Flahaut, PS) om formele samenkomsten te organiseren met de EU-defensieministers niet gedragen werd door de Belgische regering. Duidelijker kon de boodschap niet zijn: Oostenrijk kon gerust het voorstel  afwijzen. Mocht dat bekend geworden zijn, zou het ongetwijfeld een hele rel hebben veroorzaakt. Hoewel, ook in de Belgische diplomatie is surrealisme nooit ver weg.
 
Het pikante aan deze interventie was dan nog dat de Oostenrijkse minister van Defensie, Herbert Scheibner, behoorde tot de FPÖ (de partij van Haider). Deze partij werd  (vooral) door Franstalig België geboycot wegens haar ‘nazistische sympathieën’. Volgens de toenmalige chef van defensie diende deze hetze vanuit Franstalige hoek eveneens om de Vlamingen nog eens te herinneren aan hun collaboratieverleden.
 
Samen met de diplomaten van het departement Buitenlandse Zaken, telt een ambassade meestal ook een aantal ‘attachés’ met het statuut van diplomaat.  Ook zij hebben als opdracht om de staatsbelangen – maar dan beperkt tot hun domein – te behartigen.
 
Voor defensieattachés verschilt deze opdracht uiteraard zeer sterk wanneer men geaccrediteerd is in een bevriend land of een land waarvan een bedreiging uitgaat voor de eigen veiligheid. De militaire inlichtingendienst – waarvan in België alle defensieattachés administratief afhangen – is uiteraard slechts geïnteresseerd in informatie over de veiligheid van België en meer bijzonder deze van Belgische militairen in buitenlandse opdrachten. Maar dat betekent niet dat een defensieattaché in een bevriend land hierin geen rol speelt. Sommige bevriende landen hebben een veel grotere terreinervaring in bepaalde conflictgebieden (zoals België in zijn gewezen koloniën) en dan is het niet uitgesloten dat een attaché eveneens interessante informatie kan verzamelen. In Londen zit men soms dichter bij informatie over een derde land dat behoort tot het Britse Gemenebest (Commonwealth of Nations), dan in het bedoelde land zelf. Zo is ook Oostenrijk door zijn geschiedenis veel vertrouwder met de Balkan dan wij. Een samenwerking in Bosnië-Herzegovina met Oostenrijk was daarom voor Defensie een goede zaak.  
 
Het belangrijkste verschil tussen  een defensieattaché en een zogenaamde spion  is dat de eerste zich (formeel althans) beperkt tot het exploiteren van de ‘publieke bronnen’, terwijl een spion vooral clandestiene bronnen (informanten) gebruikt om informatie te verzamelen. Maar de scheidslijn is soms dun en er zullen altijd schemerzones blijven. Daarom voorziet de Conventie van Wenen, die het diplomatieke verkeer regelt, onder meer in beperkingen inzake onaangekondigde verplaatsingen van diplomaten.
 
Manco in samenwerking van inlichtingendiensten
  
Grote landen zoals de Verenigde Staten, Rusland en China hebben naast hun diplomaten, waaronder defensieattachés, ook officiële vertegenwoordigers van hun inlichtingendienst. Dat beperkt zich niet tot de landen die een bedreiging vormen voor de staatsbelangen. Ook in bevriende landen, zoals het geval is in Duitsland, Frankrijk, België, … zijn er vertegenwoordigers.
 
Reden van deze bilaterale ‘samenwerking’ tussen inlichtingendiensten is het ontbreken van een overkoepelende samenwerking via de NAVO of een andere veiligheidsorganisatie. Hoewel de NAVO nu reeds 65 jaar bestaat ontbreekt het nog steeds aan vertrouwen om het inlichtingenwerk gemeenschappelijk te organiseren. Dat is betreurenswaardig, maar wel de realiteit. Ondanks de recente terroristendreiging die dwingt tot een betere  samenwerking, blijft het (politiek) wantrouwen tussen bevriende landen nog altijd groot.
 
Maar er speelt nog een ander belangrijke factor: het huizenhoge onderlinge wantrouwen van de inlichtingendiensten. Het gevolg is dat heel wat samenwerkingsmogelijkheden verhinderd worden door deze diensten zelf. De barrières die op het terrein soms worden opgeworpen hebben meestal een goede reden. Maar soms zijn ze veel schadelijker dan de verspreiding van de informatie. Voor politici is het daarenboven quasi onmogelijk om na te gaan of een inlichtingendienst niet een eigen agenda gaat volgen.
 
Meestal gaat het ook over het bekomen van meer geld en meer mankracht. Dan kan iets niet weten een goed argument zijn. Beter dan open te staan voor samenwerking. Want voor alle duidelijkheid, en zeker inzake veiligheidsproblemen zou er geen enkele goede reden mogen zijn om niet veel beter samen te werken. Het wantrouwen zit duidelijk niet alleen bij de politici, maar ook (en vooral) bij de inlichtingendiensten zelf. Een wereld die leeft van wantrouwen en bedrog. Het zou daarom niemand mogen verbazen dat de Amerikaanse veiligheidsdienst Duitse politici afluisterde. Een gewezen medewerker van deze veiligheidsdienst (NSA) verklaarde aan een vriend: “Listen, we have to know what the Germans are doing. The Germans are doing a lot and they do not tell us everything.” Wie een beetje vertrouwd is met deze wereld weet dat deze achterdocht niet enkel leeft tussen Amerikanen en Duitsers, maar evenzeer onder Europese ‘vrienden’. Of denkt u dat Frankrijk de EU meer vertrouwt dan het VK of de VS?
 
Het US afluisterschandaal met Duitsland
 
Na het bekend worden van het afluisteren van de mobiele telefoon van kanselier Angela Merkel door de NSA, ontstond geen nieuwe situatie. Maar de bekendmaking maakt wel duidelijk dat de Amerikanen hun meest onderdanige Europese partner sinds WO II, behandelen als een potentieel gevaar voor hun eigen land. Dat kan moeilijk zonder politieke gevolgen blijven. Daarom verdient dit incident meer aandacht dan de reguliere media eraan besteden.
 
Volgens ontvangen mails met verwijzingen naar reporters van bloomberg.net, heeft de Amerikaanse ambassadeur John Emerson, op 9 juli laatstleden Duitsland aangeboden om voortaan dezelfde voorrechten te hebben als de actuele bevoorrechte partners van de ‘Five Eyes Intelligence Communitiy’, zijnde de VS, het VK,  Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Dit voorstel tot  ‘wiedergutmachung’ is eigenlijk een beetje absurd. Hoe kan men iemand bespioneren en vervolgens hem als schadeloosstelling toelaten tot het clubje waar alleen betrouwbare vrienden bij horen. Dit komt bij mij zelfs over als ondoordacht, want wat dan met Frankrijk, Nederland, …? Of dacht men dat dit aanbod niet publiek zou bekend worden?
 
Ook CIA Directeur John Brennan was bereid om een bezoek te brengen aan Berlijn om de plooien glad te strijken. Maar voor Merkel en haar regering was het allemaal te weinig en te laat. Dus werd het hoofd van de CIA in Berlijn verzocht om het land te verlaten. Dat is net iets minder gênant dan de verklaring van ‘persona non grata’ volgens de Conventie van Wenen over de diplomatieke verkeer. Maar als signaal dat Duitsland misnoegd is kan  het tellen. Dat er in Moskou geapplaudisseerd werd, bewijst dat dit incident veel meer is dan een fait divers.
 
De Duitse minister van financiën, Wolfgang Schäuble, die indertijd nog mee de eenmaking van Duitsland onderhandelde, verklaarde over dit schandaal op 9 juli: ‘It makes you want to cry’.
 
Hoog tijd voor bezinning, zowel in Berlijn als in Washington.
 
De VS én de EU gooien eigen ruiten in
 
Hoe belangrijk dit schandaal wel is, kan moeilijk nu al ingeschat worden. Het is wel geen alleenstaand accident. Door de gewijzigde strategie van de USA, die vooral focust op goede relaties met de opkomende machten in het Oosten, wordt Europa minder belangrijk. Temeer daar Europa nooit bereid was om, zoals de Amerikanen meermaals vroegen, hun defensie-inspanningen op te drijven. Over de lusten en de lasten wordt in kringen van rabiate VS-haters nooit een debat gevoerd. Tenzij om de defensie uitgaven nog meer te beperken.
 
Anderzijds staat ook in Duitsland de tijd niet stil en groeit het verzet tegen eenzijdige Amerikaanse beslissingen (zoals de inval in Irak). Het kan ook zijn dat Europa het Nabije Oosten anders bekijkt dan de VS. Het waren wel Europese staten (vooral Groot-Brittannië en Frankrijk) die daar arbitraire staatsgrenzen trokken op stafkaarten en niet de Amerikanen. En toch verwachten de Europeanen nu dat de VS het historisch mismeesterde territoriaal probleem zouden oplossen.
 
Zelfs in de periferie van Europa hebben de USA een andere visie zoals recentelijk bleek na het uitbreken van de crisis in Oekraïne. Dat zorgt voorlopig enkel voor veel gegrom binnenskamers, maar hoopvol voor een betere samenwerking is het niet.
 
Ook de financiële crisis die Europa recent teisterde en die door de USA veroorzaakt werd (de vastgoedbubbel), heeft het onderlinge vertrouwen geschaad. Dat  speelt achter de schermen ongetwijfeld mee. Het wordt dus uitkijken naar het resultaat van het opgestarte handelsoverleg tussen de EU en de VS. Wees maar zeker dat beide partijen permanent hun oor te luisteren leggen om te weten te komen wat de tegenpartij denkt.
 
Een andere oorzaak die zorgde voor een gewijzigde strategische visie is de toenemende Europese afhankelijkheid van externe energiebronnen. Daardoor werd Rusland opnieuw belangrijk voor Europa en in het bijzonder voor Duitsland. Daarom is het Rusland van Putin nog altijd geen betrouwbaarder partner dan de VS. Wie dat wel denkt, maakt een foute inschatting die ons in de toekomst zou kunnen opzadelen met nog meer problemen..
 
En China, dat door enorme investeringen in de USA al de Amerikaanse  machtspositie ondergroef, lijkt nu ook zijn weg gevonden te hebben naar Europa. Economisch zijn zowel Rusland als China heel belangrijke partners geworden en dat knaagt vanzelfsprekend aan de hegemonie van de USA (en niet te vergeten de ‘Londense City’). De dag dat Amerika ons dwingt om te kiezen, zou het wel eens snel kunnen gedaan zijn met het modieuze ‘VS-bashing’.
 
De Europese belangensfeer is in elk geval niet meer zo duidelijk gericht op de VS. Zelfs al zijn we economisch een absolute wereldspeler, zonder een sterk Amerika kan Europa evenmin de wereldwijde uitdagingen oplossen.
 
Het is gemakkelijk om het verleden te vergeten. Maar het is hypocriet wanneer precies diezelfde groupuscule (de rabiate anti-VS stemmen) zo vergeetachtig zijn wanneer het gaat om wat de Amerikanen voor ons deden maar in eigen land blijvend het verleden oprakelen wanneer het hen goed uitkomt. Anders gelezen: ‘Den Duits’ kunnen we nooit vergeven en daarom kunnen we ook de Amerikanen  niet vergeven dat ze van onze vijand hun vrienden maakten.
 
Dat de Amerikanen niet erg geloven in de meerwaarde van de diplomatie en sneller naar de grote middelen grijpen werkt velen in Europa op de zenuwen. En het klopt dat de VS zich nogal eens als cowboys gedragen en van de weeromstuit niet geliefd zijn. En dan vergeten ze wel eens de voordelen van de diplomatieke relaties. Zopas nog wees Dirk Rochtus in een bijdrage in Knack online erop ‘dat de Washington in tien Latijns-Amerikaanse landen niet eens een ambassadeur heeft’. En in Afrika is China omnipresent. Door de diplomatieke inspanningen af te bouwen verhoogt men alvast niet het vertrouwen. Het ‘bevriende buitenland’ wordt alsmaar kleiner.
 
Tegenover de Amerikaanse cowboys staat echter de Europese wankelmoedigheid wanneer er zich gemeenschappelijke geostrategische uitdagingen aandienen. Het wordt hoog tijd dat de Europese politieke wereld beseft dat er van die zo geroemde ‘soft power’ niemand wakker ligt. Het onthoofden, verkrachten, vermoorden gaat onverminderd door.  Ook hoog tijd dat men beseft dat de enorme financiële steun aan crisisgebieden vooral het status quo dient en nauwelijks bijdraagt tot de oplossing. Soms zelfs een oplossing in de weg staat.
 
Hoog tijd voor bezinning, zowel in Brussel als in Washington, Moskou en Peking.

Pjotr

20 juli 2014

F-35 bewijst zijn 'stealth' capaciteit


MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN

Het voornaamste nieuwe kenmerk van de Joint Strike Fighter of F35 van Lockheed is de ‘stealth’ capaciteit. Onzichtbaarheid en dat hebben ze zopas met succes bewezen.
 
Stel u even volgende situatie voor: de grootste autoshow ter wereld opent in Genève zijn deuren. Mercedes heeft in de aanloop naar dit autosalon een grootse promotiecampagne gevoerd om zijn allernieuwste ‘kroonjuweel’, de F1-bolide M35, aan te kondigen. Volgens de promotiedocumentatie is het een superbe wagen. De autorecensenten die er een ritje mochten mee maken zijn ‘in de wolken’. Wat een schitterende sportwagen! Over de technologie wordt enkel in superlatieven geschreven. De F1-piloten dromen weg bij de gedachte dat ze ooit de teugels van zo’n machtig beest zullen mogen vieren.
 
Deze auto berooft niet alleen de toekomstige piloten van hun kritische zin. Ook politieke beleidsmakers en captains of industry die hopen een graantje mee te pikken, verliezen het contact met de werkelijkheid bij zoveel superlatieven. En in Genève wacht niet enkel een schitterende auto maar al even prachtige lijven die de schoonheid van de auto net niet in de schaduw stellen. Voor al wie interesse heeft en het geld om een vloot M35’s te kopen, wordt de rode loper uitgerold. De champagne zal vloeien want, voor wat hoort wat. Iedereen is immers koopbaar.
 
Tot zover het goede nieuws.
 
Criticasters van het eerste uur hebben zo hun twijfels over de M35. Naar het schijnt zijn er nogal wat problemen met enkele hightech-toebehoren die nog niet geïnstalleerd werden in de prototypes. Meer zelfs, onlangs dienden de reeds geproduceerde exemplaren aan de ketting gelegd te worden wegens ‘technische problemen’. Sommige kopers maken zich zorgen omdat ze nog altijd niet weten hoeveel de totale kostprijs zal zijn. Kochten ze een kat in een zak?
 
Daarom togen ze vol verwachting naar Genève waar ze eindelijk zelf de M35 zouden kunnen bewonderen. Allen daarheen.
 
Helaas, bij aankomst hangt aan de stand van Mercedes een groot zwart doek. Vastgehouden door twee verveeld kijkende bodybuilders. Van de M35 géén spoor te bekennen, zelfs geen rubberspoor.
 
Terug naar de werkelijkheid.
 
Het Amerikaanse gevechtsvliegtuig (fighter bomber) F-35 wordt aangekondigd voor de grootste luchtvaartshow ter wereld: de Farnborough International Airshow’. In London hangen de metrostations vol met affiches die de aanwezigheid van de F-35 op de prestigieuze show aankondigen. Reeds maanden draait de lobbymachine op volle toeren om klanten te ronselen. Geen enkele ‘promotietechniek’ wordt geschuwd. De Amerikaanse regering ondersteunt deze campagne met reden: hoe meer vliegtuigen ander landen kopen hoe minder ze zelf zullen moeten betalen voor hun toestellen. Transatlantische solidariteit heet dat.
 
Over de F-35 is niet iedereen enthousiast. Ook hier wijzen critici op de vele problemen die nog moeten opgelost worden. Zopas werden de bestaande exemplaren aan de grond gehouden wegens 'technische problemen'. Farnborough wordt het gedroomde evenement om de criticasters van antwoord te dienen. Nu zullen we eindelijk het vliegtuig zelf kunnen bewonderen. Uitleg krijgen van specialisten ‘die weten waar ze over spreken’ en de criticasters voor goed de mond snoeren. Allen daarheen.
 
Helaas, bij aankomst staat de stand van vliegtuigbouwer Lockheed ogenschijnlijk leeg op één klein bordje na, met de vermelding ‘F-35 Stealth capacity’. De toegestroomde journalisten geloven hun eigen ogen niet.
 
Hoewel reeds door verschillende landen besteld, blijkt het vliegtuig nog niet ‘toonbaar’ aan de wereld. Men zou  voor minder ongerust worden.
 
Deze bijdrage verscheen ook op De Bron
 
Pjotr