15 januari 2015

Charlie is tegen de sharia


MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN


 

Europa heeft dringend leiders nodig die duidelijkheid durven  scheppen over de Islam en de sharia: een strijd tegen onwetendheid. Er is geen nood aan meer oorlogswapens maar aan een algemene morele mobilisatie.

Zekerheden


Bij onze soms nogal frustrerende pogingen om de wereld rondom ons te verstaan zijn we voortdurend op zoek naar uitwegen, naar zekerheden. De meest effectieve uitweg is religie. De godsdienst geeft, met zijn axiomatische constructen, antwoord op al de rondvliegende existentiële vragen en biedt een solide fundament voor het leven. De redenering is aan de basis vaak simpel: Waarom? Daarom! Dat wordt natuurlijk verpakt in dikke theologische traktaten, maar die veranderen aan de essentie ook niets. Maar men moet de gevolgen niet uit het oog verliezen. We gaan namelijk de antwoorden die de religie gaf – en die we nu verwerpen – niet vinden. Maar we zijn wel onze ‘zekerheid’ kwijt.
 
Een van onze grootste zwakten is dat wij – bij gebrek aan fundamentele zekerheden – menen iedere stap te moeten rechtvaardigen. We doen dat vanuit een zeer slecht begrepen bouwvallige axiomatische constructie van elementen zoals ‘mensenrechten’, ‘godsdienstvrijheid’, ‘multiculturaliteit’, ‘gelijkheid’ etc. We hebben daarover ook onder elkaar allerminst een consensus. Daardoor gaat het hele gebouw aan het wankelen en is de mogelijkheid dat onze cultuur gewoon geliquideerd, opgevreten wordt, heel reëel.’

De sharia


Vraag islamdeskundigen om over een of ander aspect van de Islam te spreken en u mag er minstens een halve dag voor vrijmaken. Men is het wel unaniem over eens dat de sharia geen louter religieuze regels bevat maar ook een maatschappelijke normering.
 
Over de sharia schrijft Wikipedia: ‘Sharia is in de eerste plaats een religieuze plichtenleer die het menselijk handelen in wereldse en religieuze zaken bepaalt, zowel in de relatie van mensen onderling als van mens tot God. Hoewel het eindoordeel over het menselijk handelen door de Koran bij God gelegd wordt, omvat de sharia ook sancties om het juiste handelen af te dwingen wanneer daar een maatschappelijk belang mee is gediend.’
 
Ongeacht de verschillende interpretaties is de sharia, een dwingende tekst die dus ook wereldse zaken regelt en als dusdanig een vorm van rechtssysteem is, inclusief sharia-rechtbanken. Daar waar de beleving van andere godsdiensten een privéaangelegenheid is en gebedshuizen heeft voor de ‘gemeenschapsbeleving’, beperkt de Islam zich niet tot het privéleven van alleen maar de gelovigen. De Islam bezet  de publieke ruimte via de sharia en veroorzaakt een duidelijke segregatie tussen ‘gelovigen’ en ‘ongelovigen’. Voor die laatste categorie voorziet de sharia (in de door de Islam gedomineerde staten) zelfs een heus apartheidsregime.
 
Terwijl wij, kinderen van de Verlichting, godsdienst zien als een privé-aangelegenheid zien moslims de Islambeleving als een religieus én maatschappelijk engagement. Dat daar omfloerst over wordt gedaan is doelbewust en krijgt de duidelijke steun van de politiek correcte verdedigers van een multiculturele samenleving. Men negeert dat de sharia in contradictie is met onze democratische rechtsorde. Daar was zelfs het Europees Hof in 2003 en 2004 al heel duidelijk over.

Stel de sharia strafbaar


De onwetendheid van veel gewone mensen bewijst hoezeer de Islam in Europa erin geslaagd is om zich voor te doen als een onschuldige ideologie. Nochtans zijn er voldoende feiten die aantonen dat het militante deel van de Islam terreur en dood niet schuwt. Een kleine opsomming van de aanslagen gepleegd door moslimterroristen laat daarover geen twijfel bestaan: The Beltway Snipers, The Fort Hood Shooter, The Underwear Bomber, The U-S.S. Cole Bombers, The Madrid Train Bombers, The Bali Nightclub Bombers, The London Subway Bombers, The Moscow Theatre Attackers, The Boston Marathon Bombers, The Pan-Am flight #93 Bombers, The Air France Entebbe Hijackers, The Iranian Embassy Takeover, The Beirut U.S. Embassy Bombers, The Libyan U.S. Embassy Attack, The Buenos Aires Suicide Bombers, The Israeli Olympic Team Attackers, The Kenyan U.S, Embassy Bombers, The Saudi, Khobar Towers Bombers, The Beirut Marine Barracks Bombers, The Besian Russian School Attackers, The First World Trade Center Bombers, The Bombay, Mumbai, India Attackers, the Achille Lauro Cruise Ship Hijackers, The Nairobi, Kenya Shopping Mall Killers, The September 11th 2001 Airline Hijackers, The Sydney, Australia Lindt Cafe Kidnapper, The Peshawar, Pakistani School Children Killers, Boko Haram massacres and children abduction, Nigeria, ISIS slaughtery, Iraq and Syria.
 
Deze lijst maakt alvast duidelijk dat het niet om ‘enkelingen’ gaat en niet om ordinaire misdadigers die niets met de Islam te maken hebben. Wie dat blijft ontkennen is niet dom maar te kwader trouw.
 
De recente poging van Justitie minister Koen Geens op Canvas om dat wereldwijde terroristisch geweld te relativeren door te verwijzen naar de Duitse Rote Armee Fraction en de CCC in eigen land lijkt daarbij lachwekkend, ware het niet dat zijn uitspraak getuigt van een totale morele ontwapening en vooral uit de mond van een verstandig man onbegrijpelijk is.
 
Zo kan het dat mensen - zoals een lezer mij liet weten - denken dat ‘99% van de moslims tegen de sharia zijn. Ze zijn er de eerste slachtoffers van.’ Hieraan toevoegend dat deze vraag stellen zelfs overbodig is: ‘Je vraagt ook niet aan de christenen wat ze van de Inquisitie vinden.’ Hoe oprecht deze overtuiging ook is, ze is het resultaat van de aanhoudende desinformatie of aan een gebrek aan belangstelling.
 
Daarom is het absoluut noodzakelijk dat er klaarheid komt. Voor politieke partijen en de media die om de haverklap politieke polls organiseren kan het weinig moeite kosten om vast te stellen hoeveel gematigde moslims voor of tegen de sharia zijn. Publiceer die resultaten zodat er niet meer hoeft gespeculeerd te worden. Meten is weten.
 
En wanneer uit dit onderzoek blijkt dat er inderdaad veel moslims tegen de sharia zijn, dan hebben we een voldoende reden om hen en onze eigen waarden en normen te beschermen door de uitvoering van alle maatschappelijke regels in de sharia strafbaar te stellen. Dergelijk voorbeeld van geslaagde integratie (Vlamingen die de gematigde moslims beschermen in plaats van ze te beschimpen) zal ongetwijfeld een grote navolging kennen in de andere Europese landen waar ook heel veel gematigde moslims wonen.
 
In een brief van Charly Hebdo aan M. Mohammed Moussaoui, Président du C.F.C.M (Conseil Français du Culte Musulman) maakt Caroline Alamachère heel duidelijk waarover het gaat (citaat in Frans):
Vous déclarez que « Pour les Musulmans, le simple fait de caricaturer le Prophète est, en soi, inacceptable et blessant »  Blessant, je le conçois, mais inacceptable?
Ce qui est inacceptable, c'est d'Interdire le Divorce,
Ce qui est inacceptable, c'est d'Autoriser la Polygamie,
Ce qui est inacceptable, c'est de Considérer que la Femme est inférieure à l'homme,
Cequi est inacceptable, c'est d'Enfermer les Femmes sous des Linceuls noirs,
Ce qui est inacceptable, c'est de Refuser à la Femme d'épouser l'homme de son choix, pour lui faire épouser celui que sa famille a choisi pour elle,
Ce qui est inacceptable, c'est qu'il existe un «Conseil Européen de la Recherche et de la Fatwa décrétant les Fatwas ayant pour Vocation d'être appliquées en France».
 
Tot zover het citaat. De volledige tekst wordt meegestuurd naar de abonnees van ‘Anders Gelezen’.
 
De gebrekkige kennis van heel veel Vlamingen is ongetwijfeld te wijten aan onze media die nauwelijks kritische bijdragen over de islam durven publiceren. Mede daardoor werd het provocatieve weekblad Charlie Hebdo een uitzondering en een gemakkelijker slachtoffer van het islamistisch terrorisme. Het zou getuigen van een moreel réveil mochten  onze media ook een cartoon publiceren waarin ze zichzelf voorstellen zoals ze zich in werkelijkheid gedragen: Nous ne sommes pas Charlie! 
 
Daarom, wie eens een gematigde moslim, Abdennour Bidar, wil lezen:

 

Morele mobilisatie


Dank zij een morele mobilisatie zou een discussie over de sharia zo kunnen verlopen:
A: Sharia is hier verboden.
B: Maar de sharia is een integraal deel van mijn godsdienst. Je beknot dus mijn godsdienstvrijheid?
A: Et alors? (hier hoort een lichtjes verveelde gelaatsuitdrukking bij)
B: Waarom is het verboden?
A: Omdat het onze normen niet respecteert.
B: Maar onze normen eisen juist sharia! Zijn onze normen dan minder belangrijk dan die van jullie?
A: Hier wel!
B: Waarom?
A: Omdat dit ons land is!
B: Hoezo jullie land? De wereld is van iedereen! (Bedoeld is: de wereld is van de moslims. Maar daar iedereen op de duur moslim zal worden…)
A: Hier niet!
 
Is dit het einde van het debat? Zou het moeten zijn!
 

Omdat een eigentijdse vredelievende Islam geen sharia nodig heeft.


 

Pjotr

 

 

 

12 januari 2015

Dat was géén zinloos geweld



 
MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN

 

Is 7 januari 2015 een dag waarop Europa wakker schoot? Na de eerste unanieme reacties van afschuw over de aanslag op de redactie van Charlie hebdo, leek het alsof iedereen slachtoffer was van enkele losgeslagen islamisten.

Woensdag 7 januari 2015


Frankrijk en de wereld schrikken op bij de moorddadige aanval op de redactie van Charlie hebdo door islamistische daders. De belangstelling van de media is overweldigend en cartoonist Marec (Het Nieuwsblad) noemt deze aanslag de ‘nine – eleven’ 9/11 voor Europa. Hierbij gaan de media voorbij aan de even gewelddadige aanslagen die vroeger al plaatsvonden in Madrid, London, … en ook in de toekomst zullen doorgaan. Ze gaan ook voorbij aan het duizend maal erger islamistisch geweld waar miljoenen mensen in het Midden-Oosten slachtoffer van zijn.
 
Opdat deze dag de geschiedenis zou ingaan als een keerpunt voor Europa is er meer nodig dan emotionele reacties en lijkbiddersgezichten. Nog dezelfde dag leek het erop dat we vooral de pijnpunten niet mogen benoemen. Dat we vooral geen politiestaat mogen worden. Dat we al helemaal de fout niet mogen maken om zoals de Amerikanen in 2001 na 9/11 een ‘War on terror’ te beginnen.   

Canvas 7 januari 22.30 u 


Dezelfde avond ontvangt Kathleen Cools in Reyers Laat vier gasten om commentaar te geven bij deze terroristische aanslag: symbolisch rechts van Cools aan tafel, barones Mia Doornaert en burgemeester Bart De Wever, bien étonné de se retrouver ensemble, en links van haar Meyrem Almaci, voorzitter Groen en stand-up comedian(t) Alex Agnew.
 
Het is wellicht voor het eerst in haar leven dat Mia Doornaert twee van haar stokpaardjes tegelijk mag berijden: haar voorkeur voor het rechtse gedachtegoed en haar afkeer voor de islam. Komt daar nog bij dat ze dank zij haar jarenlang verblijf als correspondente in Parijs als geen ander het Franse reilen en zeilen kent.
 
Bart De Wever, die reeds meermaals aan de alarmbel trok naar aanleiding van de geradicaliseerde jongeren die vanuit ons land naar Syrië trokken, vond hier een duidelijk voorbeeld van wat ook ons te wachten staat. Zijn gemakkelijkste debat ooit en hoewel ingehouden klonk het een beetje als ‘ziede wel dat ik gelijk heb’.
 
Dat hij met veel ja-geknik het pleidooi van Mia Doornaert steunde en omgekeerd deed mij bijna denken dat ze best wel goede vriendjes konden zijn. Maar helaas, ondanks het ongemeen belang van het onderwerp, kon de barones in Doornaert het niet laten om tussendoor op te merken dat ze node naast een separatist zat want zo zei ze ‘ik wil België behouden’. Ze had het zelfs over de mooie schoenen die ze in het Nederlands in Brussel koopt. Wat een hele ervaring moet geweest zijn. Zo zelfzeker ze spreekt over internationale politiek, zo verkrampt is ze over de Belgische (politieke) ziekte.
 
Ter linkerzijde zat Almaci erbij als een geslagen hond. De koude Noorderwind sloeg haar om de oren en haar pleidooi voor ‘verenigen in plaats van verdelen’ verdronk in het verbale geweld van de rechterkant. Hoewel ze het ongetwijfeld oprecht meende kon ik mij toch niet van de indruk ontdoen dat ze ook de bui zag hangen. Haar partij had immers de groene geitenwolensokkenstrijd verlegd naar een meer linkse multiculturele strijd om de allochtoon. En zo een terroristische aanval van ‘geloofsgenoten’ is niet direct de beste propaganda voor het tot nog toe gevolgde gedoogbeleid van verenigd links. Dat zowel Doornaert als De Wever hard op deze nagel bleven kloppen deed haar vertwijfeld met het hoofd schudden.
 
Naast haar zat komiek Agnew vooral bekend omdat hij tijdens zijn optredens al even graag heilige huisjes sloopt en daarbij zijn ‘mond niet wast’. Van alle vier was hij ongetwijfeld de meest originele van de groep. Geweld kan niet en voor de rest is de vrije meningsuiting absoluut. Ook de reacties erop. Zo simpel is dat voor een komiek. Maar volgens hem ging het bij die ‘jongeren’ (van 32 en 34 jaar) niet om godsdienst, want zou dat geen reden zijn, dan zouden ze wel een andere reden zoeken om te moorden. Mijn mond viel open voor zoveel originaliteit: ge moet er maar opkomen. En de overtuiging waarmee hij zijn stelling verdedigde doet vermoeden dat hij dat zelf geloofde.

Taqiyya, een leugentje om bestwil


Eveneens op Canvas kwam de toonaangevende voorzitter van het Platform van Vlaamse Imams, Khalid Benhaddou, verklaren dat de profeet Mohammed vaak het slachtoffer was van geweldplegingen, scheldpartijen en beledigingen maar daar nooit met geweld op had willen reageren. Dat om duidelijk te maken dat de Islam waarvan hij een vooraanstaand lid is, helemaal niets heeft met geweld. Integendeel.
 
Dat volstond ruimschoots voor Eddy Daniels, islamdeskundige, om in zijn bibliotheek te duiken en uit zijn rijke voorraad aan voorbeelden te putten om brandhout te maken van deze totaal foute informatie van de imam die door de VRT journalist van dienst geslikt werd als waarheid. Een citaat uit Daniels bijdrage: “Onder andere de charismatische dichteres Asma bint Marwan van de Banu Khatma, die ervoor gezorgd had dat haar clan niet mee uitgerukt was naar Badr, nam het woord. 'Verwachten jullie veel goeds van die profeet?', zo zong ze, 'nadat hij onze eigen leiders heeft vermoord, als een uitgehongerde wolf die zich op een vleesschotel stort? Is er dan niemand met voldoende eergevoel die hem onverwacht aanpakt en de hoop vernietigt van de onnozelaars die hun hoop op hem stellen?' Toen Mohammed hiervan hoorde, zegde hij: 'Wie zal mij verlossen van de dochter van Marwan?” En Daniels besluit zijn artikel met : ‘De bewering van Khalid Benhaddou dat de profeet geen geweld toestond als hij beledigd werd, klopt dus van geen kanten. Het gaat duidelijk om taqiyya, het recht van moslims om te liegen als zij daarmee het geloof en de profeet verdedigen.’

Het zoveelste ‘faits divers’?

Zal deze aanslag een kentering teweeg brengen? Zullen de moslims de gewelddadigheid van hun Profeet en van de islamisten afzweren? Zijn ze bereid om ten minste in Europa de sharia ondergeschikt te maken aan de Europese cultuur, de waarden van de Verlichting en de wetten van onze rechtsstaat? Dat zijn de vragen die de media moeten stellen. Dat zijn de vragen waarop de gematigde moslims moeten antwoorden willen ze geloofwaardig zijn.
 
Het spijt mij, maar ik zie ook nu geen enkele aanduiding dat zoiets op komst is. Integendeel, het lijkt erop dat de moslims in Europa zich zullen wentelen in een slachtofferrol waarbij ze ongetwijfeld zullen mogen rekenen op veel begrip van de politiek correcte media (waaronder duidelijk de VRT). Omdat nu al de beschuldigende vinger opnieuw richting de ‘onverdraagzame Europeanen’ wijst in plaats van komaf te maken met alles wat niet strookt met onze cultuur.
 
Overigens is het een beetje hypocriet van onze traditionele media om nu, hoewel terecht, moord en brand te schreeuwen omwille van de aanslag op de vrije meningsuiting, maar ondertussen al jarenlang de publicatie van opinies (niet alleen van politieke partijen) censureren wanneer die niet overeenstemmen met de eigen overtuiging.
 
Verdraagzaamheid als eenrichtingswijzer is geen goed signaal. Maar waar ik het meest moeite mee heb is dat de islam net als de communistische doctrine veel te weinig belangstelling heeft voor zelfontplooiing en ambitie. Zelfrespect in plaats van een martelaarsrol. Het kordaat aanpakken van een gebrek aan arbeidsethiek, te beginnen in de familie.

Clash of civilisations


Met deze aanslag wordt opnieuw bewezen dat de ‘Class of Civilisations’ van Huntington geen gratuite voorspelling was. Ditmaal (nog) geen legers maar ongrijpbare terroristen die door hun aanhangers geprezen worden als helden.
 
Terwijl de bange blanke man vooral niet wil provoceren en daarom steeds meer toegeeft aan de wensen van de moslims in Europa, zijn er gelukkig toch nog mensen die durven een streep trekken. Ten bewijze een citaat uit het editoriaal geschreven door Alexis Brézet, redactiedirecteur van ‘Le Figaro’: “We hebben die oorlog lang niet willen zien. Het gebeurde toch allemaal zo ver van ons bed niet waar?, binnen de grenzen van Syrië, Irak, Nigeria of Libië. Uit schroom – en zonder twijfel ook uit angst – waagden we het zelfs niet zijn naam te noemen. De brengers van het slechte nieuws, die zich door de algemene afspraak niet lieten intimideren, werden prompt gediskwalificeerd. (…) Geconfronteerd met de oorlog is onze eerste plicht eenheid. Welke ook onze afkomst, onze mening, onze religie onze politieke overtuiging moge zijn, wij moeten onmiddellijk en zonder enige reserve de heilige eenheid uitroepen. Niets kan rampzaliger zijn in deze tijd van beproeving die door ons land trekt, dan onze tegenstander ook nog gekibbel op laag niveau of politieke verdeeldheid cadeau te doen. (…)Maar onze tweede plicht is ons te bewapenen. Moreel eerst en vooral. Hoe kunnen we onze waarden verdedigen indien we niet overtuigd zijn van hun voortreffelijke waardigheid? Vervolgens ook politiek en juridisch: te lang hebben we, in naam van een pervers humanisme en een ontspoord antiracisme, lankmoedigheid getoond tegenover onze ergste vijanden.
Die ‘verloren kinderen van de jihad’, de fanatici die zich op Internet ontketenen, maar ook invloedrijke groepen, die, bekleed met het klatergoud van hun ‘maatschappelijke’ opdracht, in alle openheid samenzweren tegen ons land en zijn veiligheid. Tegen die mensen moeten we optreden. Zonder zwakheid noch weekhartigheid. Als er dan toch oorlog is, dan moeten we hem winnen.” Einde citaat, einde Anders Gelezen.
 
Pjotr 

07 januari 2015

Deel 2 Alle eieren in één mand


F35 - Dossier vervanging F16



In een vorig artikel zochten we naar de redenen voor de Amerikaanse keuze voor één vliegtuigtype (herlees hier). In deze bijdrage vragen we de Nederlandse gewezen politiek analist en adviseur Peter Paul de Waal of dat wel een goed idee is.

Inleiding


 

In vorige bijdrage eindigden we met een dubbele vraag: (1) of de Belgische Luchtmacht voor dezelfde uitdagingen staat als de VS en dus best ook voor de JSF kiest en (2) of het toch beter is om verschillende vliegtuigtypes te kunnen inzetten in een internationaal (NAVO-) verband. In deze bijdrage zoeken we naar een antwoord op de laatste vraag: alleen maar de JSF of een gevarieerd ‘fighter’ arsenaal?
 
Hoewel we heel wat interessante informatie ontvingen uit het netwerk van  gevechtspiloten, willen we hier het woord geven aan iemand die niet ‘belast’ is door eigen ervaringen en de daaraan verbonden (voor)oordelen. Ten gronde is deze keuze een strategische politieke keuze die niet enkel berust op technische gegevens. 

Interview


 

Meneer de Waal, blijkbaar bent u niet alleen specialist in de politieke besluitvorming maar tevens een zeer geïnteresseerd en actieve Nederlander als het gaat over de Nederlandse keuze voor de JSF gevechtsvliegtuig. Van waar die interesse?  
Vanaf kindsaf aan ben ik gefascineerd door de krijgsmacht en het fenomeen oorlog. Niet op een perverse manier. Oorlog lijkt mij iets afschuwelijks. Juist daarom moet het in mijn ogen met alle mogelijke middelen en op alle wijzen voorkomen worden. Militaire afschrikking is daarbij maar één middel, maar tevens het meest complexe - ook in moreel opzicht - en daarom voor mij het meest interessante.
 
Ik heb het mijn zaak gemaakt, om het naadje van de kous te weten over militair materieel, organisatie, opleidingen, trainingen, doctrine en strategie. Omdat onze militairen het waard zijn, dat wij – burgers – zich voor hun veiligheid inspannen.
 
Tijdens mijn studie bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit heb ik mij verder gespecialiseerd in strategische studies, internationale betrekkingen en het Nederlandse defensiebeleid. Ik heb knarsetandend aangezien hoe vanaf 1991 de Nederlandse krijgsmacht werd uitgekleed, en keuzes werden gemaakt, ook op gebied van materieelbeleid, die onverstandig zijn.
 
Hoe verliep het politiek besluitvormingsproces over de opvolging van de F16 in Nederland?
Het strekt te ver, om dat tot in detail te beschrijven. Feit is, dat de Koninklijke Luchtmacht (KLu) van meet af aan de JSF wilde hebben, gericht als de top is op de USAF, en aanvankelijk was ik ook overtuigd van het JSF programma. Maar naarmate de kosten steeds verder opliepen en steeds meer terechte kritiek op het ontwerp en het programma zelf ontstond, werd de besluitvorming ondoorzichtiger en speelde zich af in achterkamers. Vele belangen, met name die van de Nederlandse luchtvaartindustrie – of wat daar van resteert – speelden een belangrijke rol.
 
Uit niets bleek echter, dat er kritisch naar de doctrine werd gekeken, waaruit dit toestel voortkwam. Ook de snel veranderende strategische en geopolitieke omgeving speelde geen rol in de beraadslagingen. Men, d.w.z. de top van de KLu, het ministerie van Defensie, opeenvolgende kabinetten en het luchtvaartcluster voeren blind op de USAF en het Pentagon. Tot dusver was dat altijd goed gegaan. Maar vertrouwen in de Amerikaanse visie en wijsheid kan te ver doorschieten, zoals in dit geval. De besluitvorming werd door tunnelvisie gedomineerd.
 
Is er bij de bevolking interesse voor dit dossier of is het een dossier dat enkel de politieke wereld en defensie interesseert?
De bevolking vindt iedere cent die aan defensie gespendeerd wordt teveel, dus daar maak ik mij geen illusies over. En ik heb menig politicus zulke aperte nonsens over dit onderwerp horen uitkramen, dat ik mij afvraag of de politiek wel voldoende belangstelling heeft voor defensie. Ook zij kijken alleen naar de financiën.
 
Wat zijn uw voornaamste bezwaren tegen éénenkel type vliegtuig voor de NAVO-bondgenoten?
 
Men moet nooit op één paard wedden, tenzij het een uitmuntend paard is dat zichzelf keer op keer heeft bewezen.
 
De F-35 is ontworpen rond aannames, die nog nooit in een oorlog tegen zogeheten “near peer” tegenstanders – dat wil zeggen, landen met een grote en moderne krijgsmacht – zijn beproefd of bewezen. Zelfs het testprogramma van de F-35 is nog lang niet zover, dat men het toestel in complexe scenario’s tegen de meest geavanceerde technologie van eigen bodem heeft getest. Maar inmiddels is het programma zo duur geworden, dat men niet meer wil omkeren. Dat betekent effectief, dat de VS en veel van hun bondgenoten zich nu al afhankelijk hebben gemaakt van één toestel, dat op geen enkele wijze heeft aangetoond dat het kan doen, wat het moet kunnen doen. Dat is niet alleen curieus, het is levensgevaarlijk.
 
Ten tweede bezit het toestel geen enkele aerodynamische eigenschap waarmee het zich uit precaire situaties zou kunnen redden, mochten de twee technologische pijlers waarop het ontwerp is gebaseerd – stealth en superieur situationeel overzicht – ontoereikend blijken te zijn of door storingen niet functioneren. Om een vergelijking te maken: als een autofabrikant zo op airbags vertrouwt, dat hij deze niet meer beproeft met crash test dummies, zou geen overheid toestaan dat het model op de markt kwam. Bij de F-35 neemt men voetstoots aan dat alles zal functioneren zoals de fabrikant op basis van onbewezen aannames belooft. Ik ben een gelovig mens, maar in militaire aangelegenheden zeg ik: vertrouwen is goed, controle is beter.
 
Over welke troeven beschikt de JFS?
De F-35 beschikt over een behoorlijke radar, de APG-81 en een heel vernieuwend en interessant systeem van Northrop Grumman, dat het AN/AAQ-37 Distributed Aperture System wordt genoemd.  Voorts is er geen enkel compromis gedaan aan de lage radar reflectie van het toestel. Men zou de F-35 het best kunnen omschrijven als een doorontwikkeling van de F-117 Nighthawk en een broekzak formaat verkennings- en doelopsporingstoestel tegelijk. De vlieger zal ook over ongekend hoog omgevingsbewustzijn kunnen beschikken. Dat maakt het een waardevolle “force mulitplier” – een systeem dat veel toevoegt aan de eigen slagorde.
 
Welke zijn de voornaamste zwaktes van dit revolutionair concept?
Het is geen jachttoestel. Daarvoor is het niet snel en wendbaar genoeg. De wendbaarheid is te vergelijken met dat van een vrachttoestel als de Hercules. http://www.flightglobal.com/news/articles/reduced-f-35-performance-specifications-may-have-significant-operational-381683/ En dat is zorgwekkend. Want de laatste generaties Russische en Chinese toestellen, die naar potentiële tegenstanders worden geëxporteerd, zijn dat wel. Bovendien beschikken die ook over zeer geavanceerde sensoren en uitstekende wapens. De kans is groot, dat de superieure eigenschappen van de F-35, stealth en situationeel bewustzijn? door technologie sneller worden achterhaal dan wordt verwacht.
 
Vergeet niet, dat het toestel al meer dan tien jaar in ontwikkeling is en dat stealth geen noviteit meer is. Als die eigenschappen niet meer doorslaggevende factoren zijn, hou je een slecht gevechtstoestel over.
Komt bij dat het toestel ontzettend duur is, zowel in aanschaf als onderhoud. Een woordvoerder van de USN, NAVAIR-Command stelde enige tijd geleden, dat de F-35C zo’n 40% duurder in onderhoud is, dan de F-18E/F Super Hornet. En dat is, met zijn twee motoren al een duurder toestel om te onderhouden dan de huidige F-16.
 
Als de technologie die de F-35 levensvatbaar maakt, eerder wordt achterhaald dan verwacht, heeft iedere F-35 gebruiker dus een heel duur toestel aangeschaft dat door zijn concept juist kwetsbaarder is in plaats van veiliger. Daar wil ik geen Nederlandse vliegers in laten vechten.
 
Tenslotte, Nederland koos voor de JSF F35 Lighning II. Zou u deze keuze ook aanbevelen voor België?
Nee, absoluut niet. De F-35 is in financieel opzicht een koekoeksjong. Voor landen als Nederland en België, die toch al geen riant defensiebudget hebben, zal dit kostbare toestel ten koste gaan van andere posten op de begroting. Denk aan materieel voor de landmacht, zeemacht en andere onderdelen van de luchtmacht. Maar denk ook en vooral aan training, opleiding, onderhoud en logistiek.
 
Als ik de Belgische regering zou mogen adviseren, dan zou ik ervoor pleiten om eerst maar eens te zien hoe de Nederlandse ervaringen zullen zijn over enkele jaren. In tussentijd zou het Belgische luchtwapen interim toestellen kunnen leasen van bijvoorbeeld de USAF. Door de bezuinigingen in de VS, staan momenteel enkele smaldelen F-16’s aan de grond. Zo kan de Belgische regering tijd kopen, om een gedegen keuze te maken.
 
Nu moet ik eerlijk zeggen, dat de alternatieven beperkt zijn. Gezien de potentiële toekomstige tegenpolen van Russische of Chinese makelij, superwendbare toestellen zijn, met steeds betere sensoren en wapens. Ook hun luchtverdedigingsraketten zijn bijzonder gevaarlijk. Als die geëxporteerd worden en wij tegen een land met zulke wapens moeten gaan vechten, is het de vraag of toestellen als de Rafale, Gripen NG, Typhoon of andere 4de generatie jachtvliegtuigen daar tegen opgewassen zijn. Maar er zit gelukkig nog veel groeipotentieel in deze toestellen. Iets dat de F-35 eigenlijk alleen op gebied van sensoren en software kan bieden, niet qua vliegprestaties.
 
Vanzelfsprekend is de vervanging van de gevechtsvliegtuigen slechts een van de vele uitdagingen inzake veiligheid (denk maar aan het terrorisme). In dat licht lijkt de keuze voor een gevechtsvliegtuig van ondergeschikt belang. Echter, als het erop of eronder is, kan juist dat ene besluit van doorslaggevend belang zijn. Ik wens de Belgische Luchtmacht en het Belgisch kabinet van Defensie alvast veel wijsheid toe.

Alle eieren in één mand


 

Zonder vooruit te lopen op de vraag of België ook moet kiezen voor hetzelfde vliegtuig, is er nog een belangrijke dubbelreden waarom we deze keuze moeten in vraag stellen: (1) één van de opdrachten waarvoor de JSF duidelijk niet ontworpen werd, en veel te duur voor is, is de steun aan grondtroepen, ‘Close Air Support’. Terwijl (2) de meest voor de hand liggende opdrachten voor onze luchtmacht zich zullen afspelen in conflictgebieden waar deze opdracht heel belangrijk zal blijven. Kosovo, Libië, Irak, Afghanistan, Syrië, … allemaal opdrachten waar naargelang de noodzaak, eerst de luchtverdediging werd opgerold door de VS en pas nadien beroep gedaan werd op versterking van NAVO-partners. Daar is zelfs een zeer goede reden voor: de JSF F35A voor de Amerikaanse Luchtmacht (USAF) is niet dezelfde als deze die te koop zijn voor andere landen waaronder België.
 
Voorts wijzen gewezen gevechtspiloten erop dat het voor een tegenstander moeilijker is om geconfronteerd te worden met verscheiden types, elk met hun verschillende mogelijkheden. Ook de ontwikkeling van verdedigingssystemen is gemakkelijker wanneer men slechts met één vliegtuigtype te maken heeft.

Over de besluitvorming


 

Luitenant-generaal Claude Van de Voorde, kabinetchef Defensie, liet mij weten dat de minister elk contact met vertegenwoordigers van de industrie weigert om de procedure zijn normale gang te laten gaan.
Dat belet niet dat er  tot en met december verschillende vergaderingen plaatsvonden met vertegenwoordigers van Defensie, van de aanbieders waaronder Lockheed Martin, van de vertegenwoordigers van de Belgische defensie-industrie en bedrijven, en het federaal Ministerie van Economie. Uit berichten van de FLAG (Flemish Aerospace Group vzw), Skywin (Waalse tegenhanger) en BSDI (Belgische defensie-industrie) kunnen we afleiden dat deze samenkomsten geleid hebben tot minstens één vergadering in december van een werkgroep die het juridisch kader voor de industriële en andere  economische return, moet vastleggen zonder dat de aankoop zelf in het gedrang komt. Deze bekommernis is ingegeven door de nieuwe Europese wetgeving terzake. Maar ook deze nieuwe wetgeving, laat wel degelijk ruimte toe, gezien het gaat om een contract “van regering tot regering”, in casu de Amerikaanse en Belgische regering, en niet de firma Lockheed Martin.
 
Hoewel de minister (en zijn kabinet?) hier niet direct bij betrokken zijn, mag men dergelijk discrete tussenstappen in de besluitvorming niet bagatelliseren. Het is via dit sluipend proces dat de Belgische bedrijven, net als de Nederlandse overigens, grote druk kunnen uitoefenen op officiële instanties en personen.
 
Wat het ook wordt, dit is een complex dossier vol wolfijzers en schietgeweren waar de regering wel eens haar tanden op kan stukbijten. Hopelijk heeft men geleerd van grote dossiers zoals het Oosterweel debacle, dat transparantie op termijn veel meer voor- dan nadelen biedt en men de ‘ondergeschikte’ beleidsniveaus en drukkingsgroepen geen vrije hand mag laten. Laat staan dat - zoals in het Oosterweel dossier waar men eerst koos voor een brug - de keuze voor de JSF al gemaakt is (door de Defensiestaf) en het volstaat om enkel nog ‘een politiek draagvlak’ te vinden. Het klopt zelfs niet dat alle luchtmachtgeneraals het hiermee eens zijn, maar 'criticasters' worden vriendelijk verzocht zich gedeisd te houden.
 
Met ‘Anders Gelezen' willen wij alvast dit dossier blijvend kritisch opvolgen.
 
In een volgende bijdrage zullen we ons buigen over die andere vraag, of de Belgische Luchtmacht voor dezelfde uitdagingen staat als de VS en of de keuze voor een andere kandidaat een gebrek is aan transatlantische solidariteit.

Pjotr, alias voor Pierre Rherie, kolonel stafbrevethouder o.r., gewezen defensieattaché 

 





 

 

 

 

28 december 2014

In de luwte van het aflopend jaar



MEDIA EN POLITIEK  ANDERS GELEZEN


 

Naar jaarlijkse gewoonte sluiten we het jaar af met enkele overwegingen die alvast voor mij het binnenlands politiek nieuws van 2014 samenvatten.
 

Het politiek jaar


2014 werd ongetwijfeld het jaar van Bart De Wever en zijn partij, de N-VA. De verkiezingen werden gewonnen met een grote voorsprong en N-VA werd de grootste partij van Vlaanderen en België. De Vlaamse regeringsvorming was eigenlijk een afknapper. Het onnodig getreuzel werd enkel doorbroken dank zij de PS die, met steun van cdh, hun macht op het regionale niveau bestendigden en zich daarbij weinig gelegen lieten aan de federale situatie. Ze waren bij het ‘Institut Emile Vandervelde’, de studiedienst van de PS, duidelijk niet van plan om rekening te houden met de Vlaamse verkiezingsuitslag. Dat de Franstaligen eerst hun keuze dienden te maken vooraleer een aarzelende CD&V over de streep kon getrokken worden, was een eerste signaal dat bij CD&V niet Vlaanderen maar België nog altijd voorgaat. Het tweede signaal kwam er toen ook de Open VLD, hoewel overbodig, op Vlaams niveau mocht meedoen om federaal te kunnen slagen.
 
Open VLD kon het electoraal verlies gelukkig beperken dank zij de monsterscore van Maggie De Block die, o ironie, met haar strenger migrantenbeleid, veel stemmen afsnoepte van het Vlaams Belang.
 
Voor sp.a was het een annus horribilis. In plaats van een wederopstanding bevestigden de verkiezingen alleen maar de algemeen gedeelde perceptie van een partij zonder boodschap. Een zwalpend schip met een schipper die de situatie niet meer meester is en nauwelijks een muiterij kan afhouden.
 
Klein Links kwam wel aan de venster piepen maar veel stelt het allemaal niet voor. Ook Groen onder leiding van de sympathieke Van Besien gooide geen hoge ogen. Ze mogen nochtans niet klagen over een gebrek aan sympathie bij de media.  
 
Begrijpelijk dat na het succes van N-VA, Open VLD en CD&V weinig zin hadden om federaal opnieuw met de PS scheep te gaan. Zeker niet voor Open VLD, maar minder evident voor CD&V dat kost wat kost ‘aan de macht’ wil blijven om het ARCO-lijk op te ruimen zonder nog meer schade voor het ACW. Maar het alternatief, onderhandelen met zo’n ballast op de rug met een sterkere en meer ervaren tegenstander (N-VA) dan in 2009, was al evenmin een cadeau.
 
Het regeerakkoord werd naar aloude traditie een compromis dat niet direct enthousiast onthaald werd. Het communautaire verdween in de koelkast en het sociaaleconomisch luik oogt als een onvoldragen werkstuk met als grootste ‘losse eind’ de communautaire ballast van de vorige regering: de zesde staatshervorming die voor de enen niet hoeft (wegens nadelig voor Vlaanderen) en wat wel mag voor de anderen (Wallonië) financieel niet kan. Daardoor zal er niets veranderen aan de grootste Vlaamse bekommernis: de steeds zwaarder doorwegende financiële transfers. Daardoor moet Vlaanderen de broodnodige investeringen in sociale en economische doelstellingen op de lange baan schuiven. Maar blijkbaar zijn de wachtrijen en files nog niet lang genoeg, de scholen nog niet helemaal ingestort, … Kortom, het doet blijkbaar nog niet genoeg pijn. 
 
De federale regering - zonder de socialisten - waarvan De Wever droomde werd realiteit. Maar ondanks deze ‘toverformule’, blijkt nog maar eens hoe moeilijk het is om voor heel  België eenduidige politieke keuzes te maken. Na onderhandelingen die al bij al vlot verliepen kan geen enkele partij victorie kraaien.  Het werd een compromis met een veel minder uitgesproken rechts beleid dan sommigen verwachtten van de drie partners MR, Open VLD en N-VA.
 
De indexsprong kan men moeilijk zien als een rechtse overwinning vermits niemand minder dan de overleden J.L. Dehaene hiervoor  al pleitte in volle verkiezingstijd. Problematisch werd het toen CD&V vanaf de eerste tekenen van sociaal verzet zichzelf ging profileren als ‘het sociale gelaat’ van deze regering en zo de solidariteit binnen de regering onder druk zette.
 
Maar nog veel belangrijker voor de toekomst lijken mij de taboes die overeind bleven. Het is daarom niet ondenkbaar dat de voorgenomen maatregelen van deze onuitgegeven coalitie ten gronde onvoldoende verandering zullen brengen.
 
Een regering met aan Franstalige kant slechts één partij, die regionaal in de oppositie zit, en aan Vlaamse kant een grote partij zonder regeringservaring op federaal niveau zorgt voor heel wat problemen. Dat verschillende MR en N-VA ministers  geen ervaring hebben is onvermijdelijk. Dat sommigen het mikpunt zijn van allerhande aanvallen is al evenmin een verrassing in dit landje waar tolerantie slechts voor de ‘goeden’ weggelegd is. Maar dat zelfs een minister in functie (Jan Jambon, minister van Binnenlandse Zaken) door twee belangrijke PS burgemeesters (Paul Magnette en Yvan Mayeur) beschouwd wordt als persona non grata is ongehoord. Hier stelt zich de fundamentele vraag of de PS nog wel een democratische partij is. Het is trouwens niet de eerste keer dat deze partij haar gebrek aan burgerzin etaleert. Meer voorbeelden hiervan kan u lezen in ‘Burgerzin in de PS-staat’. 
 
N-VA heeft niet alleen een tekort aan ervaring, de partij heeft ook heel wat moeite om geschikte medewerkers te vinden. De schrik voor een fatwa door sommige Belgischgezinde milieus voor wie het aandurft om te collaboreren met de vijand, de N-VA, is helaas niet ongegrond.
 
Evenmin vergeten is de politisering van de administraties die eveneens in het nadeel speelt van nieuwe partijen zoals N-VA. Het zou trouwens kunnen dat deze situatie aanleiding geeft tot nog meer politisering in plaats van minder. Met het geld dat de politieke partijen zichzelf toeschuiven is dat alvast financieel geen enkel probleem.

Taboe blijft overeind


Ondanks de vaststelling dat het regeerakkoord vele aanzetten bevat om uit het dal te kruipen, blijft een hardnekkig taboe overeind: De tweedeling van het middenveld tussen de vakbonden en de ondernemers. Tussen de ‘verdedigers’ van de armen en zwaar getroffen medemensen en de verdedigers van de ‘asociale’ rijken. Deze tegenstelling die ook het maatschappelijk weefsel aantast bezorgt vooral CD&V koppijn. Immers, samen met de socialisten hebben vooral zij er in de afgelopen decennia voor gezorgd dat de huidige aangeklaagde ‘onrechtvaardigheid’ in wetten en decreten werd vastgelegd en het profitariaat zowel aan de bovenkant als de onderkant van de maatschappij welig kan tieren.      
 
Hoewel er helemaal geen sprake was van een vermogenswinstbelasting, werd CD&V door de vakbondsvleugel gedwongen om deze na de onderhandelingen alsnog op tafel te leggen. Dat het slechts om een symbolische belasting zal gaan en geen mirakeloplossing kan zijn, zal weldra blijken.
 
De maatschappelijke wrevel gaat echter over een taboe dat rust op transparantie. We mogen niet weten hoeveel de rijken bezitten en we mogen niet weten hoeveel geld het sociale middenveld bezit. Daarover gaat het in werkelijkheid: de angst bij de rijken voor een vermogenskadaster waardoor iedereen kan weten wat ze ‘verdienen’ en evenzeer de angst van de vakbonden voor rechtspersoonlijkheid en een transparante boekhouding.
 
Zolang de vakbonden elke verantwoordelijkheid weigeren en hun financiële middelen beheren zoals vermomde bankiers - en ondertussen bewezen evengoed te kunnen sjoemelen als echte bankiers - missen ze elke morele autoriteit om zich op te werpen als de verdedigers van  solidariteit en rechtvaardigheid. Rechtvaardigheid zonder verantwoordelijkheid is net als drie Weesgegroetjes na de biecht. Een introspectie van de vakbondsleiders is onafwendbaar. Het kan hen helpen om dit artikel ‘Waarom we vakbonden nodig hebben’ eens te lezen.
 
Dat de politieke wereld – zowel de Wetgevende als de Uitvoerende Macht – de mogelijkheid open liet om zich niet solidair te gedragen, maakt van de politici de voornaamste schuldigen voor de toenemende ongelijkheid. Maar het is al even populistisch om de mensen te laten geloven dat een rijkentaks de oplossing is voor het tekort aan geld om de armen te ondersteunen.

Enkele belangrijke dossiers


Voor een regering zijn er niet alleen de partijprogramma’s die bepalen welke problemen ze willen of moeten oplossen. Er zijn de lijken in de kast. Met deze onuitgegeven federale regering  is er nu ten minste één partij die zich niet bezwaard voelt door de eigen schuld aan de huidige situatie. Hoewel de N-VA niet anders kan dan publiekelijk de schuldvraag niet te stellen, zal ze toch afgerekend worden op de manier waarop ze al die lijken een definitieve begrafenis zal geven. In het afgelopen half jaar was daar nog weinig van te merken.
 
Meer democratie
Hoewel N-VA pleit voor de afschaffing van de senaat kwam er een compromis uit de bus dat niemand bevredigt en nog het minst van al de senatoren die daar hun tijd zitten te verdoen. Maar de democratie versterken vereist veel meer dan het reduceren van het aantal politici. De macht van de particratie moet aangepakt worden. De partijfinanciering gevoelig verminderen zou al een stap in de goede richting zijn. Daartegenover moet er een instelling komen die elke politieke partij toegang geeft tot dezelfde correcte gegevens. Gedaan met machtige studiediensten die belangrijke gegevens (via gepolitiseerde administraties en partijpolitiek gelinkte organisaties) voor zich houden en zo het algemeen belang reduceren tot het partijbelang of nog erger, het belang van de eigen organisatie.
 
Over de ondemocratische zetelverdeling (en dus de macht) blijven de media angstvallig zwijgen. Hoewel deze scheeftrekking al evenzeer onrechtvaardig is en op de schop moet. Wie hierover meer informatie wil inclusief structurele oplossingen, kan dit hier vinden.
 
Rechtvaardige belastingen
Hopelijk komt er in dit dossier een echte doorbraak. Maar het was alvast niet voor 2014 en weldoordachte oplossingen vragen meer dan een kortzichtige reactie op de waan van de dag. Het kan overigens ook blijven bij rommelen in de marge. Niemand pijn doen.
 
Het energiebeleid
Kan u zich inbeelden dat een land waarvan het Bruto Nationaal Product per persoon bij de hoogste ligt ter wereld niet in staat is om de energievoorziening te garanderen? In België werd nooit een ernstig energiedebat gehouden. Verhofstadt (uitstap kernenergie en de gouden handdruk voor de Franse energiereus GDF Suez) en Vande Lanotte (hernieuwbare energie) hebben in dit dossier meer kwaad dan goed gedaan.
 
Het probleem ten gronde overstijgt uiteraard België en zelfs de EU. Zonder eigen energiebronnen zijn wij de speelbal van zij die aan de olie- en gaskranen zitten. En dan zijn er nog de adepten die met alle macht de nucleaire energie willen bannen. Momenteel nog altijd de belangrijkste stabiele en milieuvriendelijke energiebron die ons kan beschermen tegen internationale chantage. Chantage waaraan ook de aankoop van enkele nieuwe gevechtsvliegtuigen weinig kan veranderen.  
 
Het milieudebat is al even zwanger aan geloofbelijdenissen als het energiedebat. Elke voorzichtig geformuleerde bedenking dat de mens misschien niet de voornaamste oorzaak zou zijn van de klimaatwisselingen wordt weggezet als ketters. Nochtans komen we met dat ‘geloof’ niet dichter bij de waarheid. We weten het gewoon niet en sommigen willen het ook niet weten. Maar dat hiermee veel geld te verdienen valt, kan niemand ontkennen.
 
Het mobiliteitsprobleem
Dat dit probleem zich vooral voordoet in het dichtbewoonde Vlaanderen en daardoor van de federale regering proportioneel veel meer geld had moeten krijgen was ongetwijfeld een voldoende reden voor de Franstaligen om akkoord te gaan met de regionalisering van deze bevoegdheid. Nu deze zware last al een tijdje geregionaliseerd is, blijkt dat Vlaanderen onvoldoende geld heeft om de nog toegenomen mobiliteitsproblemen op te lossen.
 
De eerlijkste manier zou zijn om de inkomsten die mobiliteit kan genereren eveneens te regionaliseren. Een Vlaamse kilometerheffing of forfait voor iedereen die het wegennet  gebruikt zou niet alleen veel rechtvaardiger zijn, het zou ook meer geld opbrengen voor wie meer wegeninfrastructuur ter beschikking stelt; Vlaanderen dus. Verkeersboetes worden dan aangewend daar waar ze geïnd worden.
 
Een spoorwegennet zal veel efficiënter kunnen, mits het afgestemd is op de grote assen voor het goederenvervoer (van en naar de zeehavens) en verder vooral het personenvervoer opvangen via een netwerk tussen de centrumsteden. Rond de grote steden, Antwerpen en Gent, kan het doorgaand verkeer maximaal gescheiden worden van het lokale verkeer en door verplichte verkeersassen op te leggen voor het zwaar vervoer. Het zijn slechts bedenkingen, maar toch …
 
Oosterweel   
Dat is een voorbeeld van archaïsche besluitvorming (eerst kiezen voor een brug en dan verbaasd zijn wanneer de vox populi niet volgt). Maar eenmaal een beslissing werd genomen, is het onverantwoord om – zoals Patrick Janssens deed in dit dossier - hierop terug te komen. Daardoor zullen gedurende vele bijkomende jaren nog miljoenen ‘werkuren’ verloren gaan in files die zelfs nooit zo lang hadden moeten worden ware de Liefkeshoektunnel zoals voorzien ook verbonden met de E17 richting Gent.
 
Een catastrofale politieke besluitvorming zoals ook projectleider Lode Franken schreef in De Standaard (24/12): “Dat er een brug moest komen, dat was niet onze keuze. Dat bepaalt de opdrachtgever. Dat was de politiek-maatschappelijke keuze die een paar jaar eerder gemaakt was. Wij proberen alleen maar zo goed mogelijk te doen wat men ons vraagt. Als je zo’n project in de markt zet, is het niet de bedoeling dat je dat om de zoveel tijd compleet omgooit.”  

 

Het falen van de media


De grote maatschappelijke beroering met stakingen en betogingen die goed opgevolgd worden gaat over onrechtvaardigheid. De ‘werkende mens’ wordt gepakt terwijl de rijken en grootverdieners (inclusief de grote firma’s) nauwelijks belastingen betalen. Over minder belastingen op arbeid en meer op financiële inkomsten is er nochtans nauwelijks discussie. Maar wanneer zelfs de door ons gesponsorde media het debat vervuilen en populistische praat verkopen wordt een degelijk debat onmogelijk gemaakt. Dan wordt het een provocatie. Tim Pauwels, de nieuwe presentator van De Zevende Dag en klaarblijkelijk een fervente sympathisant van N-VA, slaagde erin Bart De Wever volgende vraag te stellen:
“Laat ons het nu eens hebben over het belangrijkste argument van de vakbonden: het is onevenwichtig. Neem nu eens de rentenier met een winkelpand op de Meir in Antwerpen. Die verhuurt dat aan een internationale keten. Ja, huurgelden worden niet belast. Dat zit waarschijnlijk in een patrimoniumvennootschap. Als ie het ooit verkoopt géén meerwaardebelasting op aandelen, successierechten wordt wel opgelost. Als het pand meer dan 5 jaar in bezit is geweest géén meerwaarde op de verkoop ervan. Dat zijn  dingen die in het buitenland wel bestaan. Hoe draagt die rentenier nu bij aan de inspanning die we allemaal leveren?”
Daar kon zelfs een mondige Bart De Wever geen afdoend  antwoord op geven. Omdat het antwoord veel te lang zou zijn en Tim Pauwels het toch niet zou begrijpen (anders zou hij dergelijke vraag niet stellen). Maar vooral omdat de voorstelling van Pauwels totaal fout was. Een omstandig antwoord hierop kregen we later van Ivan Van de Cloot (denktank Itinera). Elk van de beweringen van Pauwels werden door zijn argumenten van de tafel geveegd. Nadien volgde een veelzeggende stilte.
 
De media hebben in dergelijke maatschappelijke debatten een belangrijke rol: duiding geven, kromredeneringen ontmaskeren en vooral niet als woordvoerder de slogans van een of andere actiegroep via hun megafoon versterken. Ook in 2014 hebben veel redacties en journalisten dat nog niet in de vingers, mocht het al ooit hun bedoeling geweest zijn.
 
In de luwte van het aflopend jaar hebben we nood aan een rustpauze. Afstand nemen, tijd om te delen met mensen die ons lief zijn, vriendschap die geeft en vergeeft.

En dan, met een open geest klaar staan voor een nieuw en ongetwijfeld even uitdagend jaar.

 

 
Pjotr