28 juni 2011

Over Bart Haider en Jorg De Wever

ANDERS GELEZEN


Wenen, oktober 1999. De verkiezingen in Oostenrijk zijn een eclatant succes geworden voor Haider en zijn Freiheitliche Partei Österreich, FPÖ; 26,9 % halen ze. Deze zwarte zondag voor de socialisten en christendemocraten die sinds 1955 – het einde van de bezetting door de Sovjet-Unie – de macht onderling verdeelden, kwam niet uit de lucht vallen. Al te lang usurpeerden de twee traditionele partijen alle politieke macht en de eruit voortvloeiende boni. De ambtenarij werd een waterhoofd met steeds meer generaals – zo’n 250 bij Defensie alleen al. Elke ambtenaar diende lid te zijn van een van beide partijen om promotie te kunnen maken. Defensie was in handen van de christendemocraten, Binnenlandse Zaken zag rood van onder tot boven. Maar niet alleen de jobs werden politiek verdeeld. Wenen heeft een enorm areaal sociale woningen waarvoor de partijkaart als sleutel op de deur diende. De Groenen voerden wel oppositie maar het zou de rechtse populistische FPÖ zijn die zorgde voor een doorbraak; eindelijk. Het werd een regering van christendemocraten en Freiheitlichen. In het verzet vanuit de andere EU lidstaten tegen de machtsdeelname van de FPÖ was België haantje de voorste. Tenminste voor Franstalig België waarbij Louis Michel als buitenlandminister en André Flahaut als defensieminister met veel verbaal geweld gans Oostenrijk schoffeerden.

Brussel,juni 2011. Olivier Mangain vergelijkt Bart De Wever met Jorg Haider. Die laatste was – ondertussen gestorven in een auto-ongeval - voor de Franstaligen niet enkel een rechts extremist maar vooral de fascist die sympathiseerde met het nazisme. Een kwalijke vergelijking die de media nauwelijks opmerkten. Even anders lezen.

Ik ken geen twee mensen die zoveel van mekaar verschillen als Jorg Haider en Bart De Wever. Haider, van rijke afkomst was een atletische sportieveling en tegelijk een dandy die kickte op snelle wagen en op andere mannen zoals bleek uit de bekentenissen van zijn homo-vriend na zijn begrafenis. Haider was de vlees geworden marketeer die zijn verkiezingscampagnes organiseerde als één groot feest. Zo had hij het geleerd in de Verenigde Staten: wervelende shows die de anti-migrantenpolitiek – de core business van het FPÖ - dienden te versterken. Het eigen volk van Oostenrijk kreeg een stem die vooral luid weerklonk en uiteindelijk veel Oostenrijkers in het kieshokje kon bekoren. Ongetwijfeld voor een deel door het ongenoegen en het vooruitzicht op verandering.

Wie zich Bart De Wever kan voorstellen als een drooggetrainde sportieveling en dandy die kickt op snelle wagens moet heel veel verbeeldingskracht hebben. De pracht en praal van Haider zijn aan De Wever al evenmin besteed. En de verkiezingscampagne met als thema ‘verandering nu’ kan niet eens tippen aan de shows van het Oostenrijkse FPÖ. Maar ze hebben wel iets gemeen: het eclatante verkiezingssucces van de N-VA in 2010 kwam evenmin als Haiders succes in 1999 uit de lucht vallen. Bij ons veroorzaakte de aanslepende communautaire malaise (door onzalige compromissen die de problemen voor zich uit schoven) een breuk met wat steeds meer Vlamingen wilden. België als staat verloor bij een groeiend deel zijn maatschappelijke meerwaarde. De toenemende macht van de politieke partijen die decennialang vooral met zichzelf bezig waren – ook al verpakte men dat graag als het staatsbelang – deed hen geloven in hun eigen verzinsels zoals Rik Van Cauwelaert het onlangs plastisch uitdrukte. Ze merkten niet eens dat de mensen hen niet meer volgden. Alles bleef bij het oude en tenslotte verloren de traditionele partijen hun geloofwaardigheid. Bart De Wever is, meer dan Haider ooit was, dé geloofwaardige man voor veel Vlamingen die zich niet zal laten omkopen zoals zoveel Vlaamse premiers voor hem wel deden.

Wie de moeite zou doen om de politieke programma’s van FPÖ en N-VA te vergelijken zou vaststellen dat ze mijlenver van mekaar staan, maar daar is het Mangain en met hem heel veel Franstaligen niet om te doen. Bart De Wever is voor Mangain en Co net als Haider de nazi-sympathisant die, stelt u voor, ooit Le Pen de hand drukte. Het doet mij terugdenken aan al die ambassadeurs, waaronder de Belgische van socialistische signatuur dan nog, die Haider met alle égards ontving in zijn residentie voor een diner. Wat indertijd Louis Michel en Flahaut deden, Haider als symbool zien en de ganse Oostenrijkse bevolking schofferen, is precies wat Mangain vandaag doet: via De Wever alle Vlaamsgezinden nog maar eens beledigen. Het is verbijsterend dat zoveel Franstaligen meegaan in zijn retoriek, zonder te beseffen hoe onredelijk en onverdraagzaam ze zijn. Het is ronduit schandalig dat de Vlaamse traditionele partijen liever hun tong afbijten dan de uitspraken van Mangain – waaronder de vergelijking met Haider - ongenuanceerd te veroordelen en niet te minimaliseren. Een partijvoorzitter verstond het zelfs om De Wever een deel van de schuld toe te schuiven, want, had hij de MR en het FDF niet aan de onderhandelingstafel geroepen? Zielig maar helaas oh zo Vlaams.

Komt er ook eenzelfde epiloog?
De FPÖ van Haider verging het minder goed door de regeringsdeelname maar na heel wat interne tribulaties die een flinke daling veroorzaakten, zit het vandaag opnieuw met een electoraal aandeel van ongeveer 25 %. Een stabiele partij waar ook de Micchels en Flahauts hebben leren mee leven. Nu nog Mangain.
Daarom wil N-VA zich nestelen in de lokale besturen om zo beter verankerd te zijn in de lokale gemeenschap. Concurrentie voor de sterke CD&V in talrijke gemeenten en de SP.A in de grote steden. Wellicht lukt het maar er loeren ook gevaren. Zoals de FPÖ riskeert N-VA om zelf een gevestigde partij te worden waar de mandatarissen vooral uit zijn op postjes. In Affligem bij voorbeeld blijkt dat een deel van N-VA het kartel wil opzeggen met CD&V, maar niet om beter verankerd te zijn: de opportunistische lokale partijvoorzitter wil vooral zichzelf in de beste uitgangspositie brengen voor de verkiezingen met zo weinig mogelijk concurrentie, terwijl enkele hardwerkende N-VA raads- en OCMW leden heel veel respect kregen voor het geleverde werk binnen het kartel en niets liever willen dan zich verder gezamenlijk in te zetten. Stappen ze over naar CD&V dan dreigt de nederlaag. Dat het N-VA partijbestuur meer denkt in strategische termen en hierdoor lokale opportunisten steunt in plaats van de ‘verankerde’ basis te versterken zou haar wel eens zuur kunnen opbreken.

Pjotr
Anders Gelezen

19 juni 2011

Blijven aandringen

ANDERS NIEUWS

De afgelopen maanden werden door diverse politieke actoren en commentatoren de communautaire onderhandelingen voorzien van heel veel discussievoer. Scherpe tegenstellingen waren nooit ver weg, soms uitvergroot zodat de tegenpartij er gretig nieuwe brandstof in vond voor een volgend rondje stokebrand spelen. Door de voortdurende impasse – een bewijs van democratie voor de enen, het tegendeel voor de anderen – dreigt een nieuw rondje publiek theater te volgen door stuurlui die het volgens hun eigen zeggen goed voor hebben met de democratie: de G1000. Dat hun discours perfect aansluit bij het actuele België – zo leest alvast de lijst van de initiatiefnemers – en het de bedoeling is om een nieuwe maatschappelijke meerderheid te laten spreken, doet vermoeden dat ze geen genoegen nemen met wat de kiezers hebben beslist op 13 juni 2010. Verkiezingen zijn blijkkbaar niet meer van deze tijd. Het risico is groot dat het slechts een poging is om een andere maatschappelijke meerderheid te presenteren als alternatief voor de fout ervaren verkiezingsresultaten van 2010 én deze van 2007 die door de kartelvorming van CD&V / NV-A en het uitgesproken Vlaams programma, al evenzeer werden verguisd. Het zal moeilijk zijn om de perceptie van vooringenomenheid te voorkomen vermits elke Vlaamsgezinde stem die niet a priori België vooropstelt niet bij het initiatief werd betrokken. Wat België nodig heeft werd reeds decennia geleden door een elitaire groep – de Coudenberg groep – geanalyseerd en op schrift gesteld: de Belgische ziekte waar anno 2011, zo’n 22 jaar later weinig aan veranderde, integendeel, in sommige domeinen verergerde. Misschien zouden de initiatiefnemers beter eens ‘Naar een ander België?’ lezen en de pijnpunten oplossen.

De argumentatie die een van de initiatiefnemers, David Van Reybrouck, (onder meer in De Tijd 18/06) geeft, namelijk dat we nu leven in een nieuwe tijd waarin de burgers meer betrokkenheid tonen via de sociale netwerken en waarin verkiezingen niet meer passen is interessant. Maar de gedachte dat verkiezingen in deze ‘nieuwe tijd van Twitter en andere sociale netwerken’ niet meer voldoen blijft voorlopig onbewezen en is een wankele basis om met een grootscheeps initiatief een nieuw maatschappelijk draagvlak te creëren. Trouwens wie de tekst aandachtig leest kan het initiatief ook begrijpen als een poging om het chaotisch en ongecontroleerd verloop van de informatie via deze nieuwe kanalen, onder controle te brengen. Paternalisme in zijn nieuwe vorm. Maar laten we positief blijven en hopen dat wat politici en het kiezersverstand niet vermocht, dank zij deze nieuwe tijd wel mogelijk zal zijn.

Wat België eigenlijk nodig heeft, maar steevast geweigerd wordt door allen die belang hebben bij de huidige situatie, is een eerlijke analyse van de problemen zoals ze gegroeid zijn in de loop van de laatste veertig jaar én een toekomstgericht concept. Wanneer Frank Vandenbroucke nu reeds (Knack) waarschuwt dat de nieuwe financieringswet een complexe draak wordt die de federale aanpak niet zal vooruit helpen toont aan dat de huidige onderhandelingen blijven drijven op het minimalistisch denken aan beide kanten van de taalgrens. Kan dat de conclusie zijn van een grondige analyse van wat er fout loopt?

Dat België aanvankelijk niet het vaderland was van de Vlamingen en de collaboratie tijdens WO II – nochtans even erg in Wallonië volgens historica Plore Pilsnier - voor een stuk veroorzaakt werd door het gebrek aan een warme thuishaven die een natie moet zijn, kan enkel door kortzichtigheid of, erger, kwaadwilligheid, ontkend worden. Het heeft zowel Vlaanderen als België getekend maar deze analyse heeft niets meer te maken met wie geboren is na de oorlog en vooruit kijkt. Wat we vandaag nodig hebben is de afronding van een politiek proces dat op de meest expliciete manier werd in gang gezet door de splitsing van de unitaire politieke partijen. Zij hebben – proefondervindelijk - als eersten in de praktijk van de machtsuitoefening beseft dat er geen gemeenschappelijk land meer te bezeilen viel. Wie nu deze politici de schuld geeft van de boedelscheiding negeert de communautaire problemen die toen reeds aan de basis lagen van deze verregaande beslissing. Daarom wordt het hoog tijd om duidelijkheid te scheppen: politici en stuurlui aan de wal die halsstarrig de huidige generatie blijven met de vinger wijzen lijden aan een erge vorm van blindheid of dementie. Daar bestaan medicamenten voor ... . Overigens, deze splitsing kwam er zonder veel ophef omdat ook bij de bevolking eenzelfde gevoel leefde. Het was niets nieuws; slechts de bevestiging dat België nooit één land, één natie is geweest. Ondanks de vele pogingen van een elite – honderd jaar hadden ze ervoor - die zich helemaal niet bekommerde om de noden van de Vlamingen en zich vandaag tegen heug en meug neerlegt bij deze evolutie, in de hoop dat ze niet al hun privileges zullen kwijtspelen door een efficiënter bestuur. Hadden ze zich eerder bekommerd om de tweespalt in plaats van te luisteren naar de francofone bovenlaag die nooit verder is geraakt dan een utopische invulling de Belgische ‘friet en chocolade’ natie, had het anders kunnen lopen.

Gedurende gans het proces van unitaire naar federale staat stond er helaas een rem op: in het achterhoofd van de hoofdrolspelers uit de traditionele partijen, zowel aan Vlaamse als Franstalige kant, mocht het Belgisch staatsbestel niet geschaad worden. Dit had voor gevolg dat de regio’s eigenlijk nooit volledig de vrije hand kregen en er altijd wel ergens een regeltje was waarvoor men afhankelijk bleef van het federale niveau. Het ergste was dat in diezelfde periode de Vlaamse federale meerderheid verkocht werd voor een bord linzensoep. Dat gewezen premier Wilfried Martens in zijn dagboek hiernaar verwijst mag gelezen worden als een bekentenis zonder meer.

Vandaag leeft in Vlaanderen een meerderheid die verder wil gaan. Die echte veranderingen wil in plaats van het loodgieterswerk van de laatste decennia. Maar kunnen de Octopus nota en de Vlaamse regeringsverklaring, waar vooral CD&V naar verwijzen, nog wel dienen als basis voor dit nieuwe verhaal? Kunnen deze besluiten de basis vormen voor een echte samenleving waar Franstaligen en Vlamingen mekaar niet langer permanent voor de voeten lopen? Het antwoord dat ook de politici van het kartel CD&V/NV-A beseffen luidt, neen. Is een complexe financieringswet een toekomstverhaal? Zijn de verdere versnippering van bevoegdheden in plaats van een opsplitsing van de beleidsdomeinen een duurzame oefening? Moet het herhaald worden dat een land die naam waardig enkel kan gebaseerd zijn op verantwoordelijk bestuur, wederzijds respect en vrijwillige samenwerking in plaats van een gedwongen huwelijk dat leidt tot een wederzijds afblokken?

Dames en Heren Franstalige en Vlaamse politici, stop jullie machtspelletjes en bewijs uw vooruitziendheid – progressiviteit zo u wil - door over te stappen naar een Belgische confederatie waar ieder zijn eigen potje kookt, solidair maar geen carte blanche, en de samenwerking zich beperkt tot beleidsdomeinen in plaats van het verder in schijfjes snijden van bevoegdheden om toch maar het federale te redden. Te redden van wat?

Pjotr
ANDERS GELEZEN

16 juni 2011

Enkele overwegingen

ANDERS GELEZEN

Heuglijk nieuws! dS heeft een nieuwe ombudsman, Tom Naegels. Als columnist liet hij zich reeds opmerken en nu mogen we van hem verwachten dat hij de kritiek van de lezers ernstig zal nemen. Dat is alvast zijn intentie. Het was daarom een kleine moeite om hem via mail te feliciteren met zijn opdracht en hem meteen de nieuwe e-versie van mijn boek “dS anders gelezen” op te sturen. Ik hoop dat hij als ombudsman meer belangstelling en respect heeft voor de overwegingen van een lezer dan de redactie die zich hult in een stilzwijgen onder het motto ‘spreken is zilver, doodzwijgen is goud’. Wordt vervolgd?

Enkele heren van stand kwamen reeds tot de conclusie dat verkiezingen een te grote rol spelen in de nationale politiek. En dan nog al die versnippering! De huidige impasse biedt hen de kans om te schieten op het kiessysteem. Opnieuw heet het dat de politieke partijen als konijnen gefixeerd worden door de lichtbak, de verkiezingen. Dat klopt en het wordt hoog tijd dat men zich hieromtrent vragen stelt. De juiste vragen. Eén reden weten ze want ze hebben het zelf gewild: de partijdotaties waardoor de kiezers in de eerste plaats geld betekenen voor de instandhouding van de partij. Daardoor werd de particratie meteen de geldbron voor het politiek leven van de partijgenoten die zo herleid werden tot partijvazallen. Deze dotatie zorgt voor een ongelooflijke behoudsgezindheid en het geld - dat vele monden voedt – werd belangrijker dan de boodschap. Daarenboven zorgt ze voor kortzichtigheid en schuwt men alle risico’s die zouden kunnen leiden tot een reductie van de partij-inkomsten. Net zoals een bedrijf kan ook een partij niet functioneren wanneer het afhankelijk is van onzekere inkomsten. Wie de moeite doet om hierover na te denken zou kunnen tot volgende conclusie komen: partijen hebben zoveel eigenbelangen dat ze nauwelijks nog kunnen bezig zijn met het algemeen belang. Net zoals de nomenclatura in Oostenrijk het resultaat was van een onderlinge machts- en geldverdeling tussen socialisten en christendemocraten, zo heeft de particratie in België, dank zij hun geld, een afstompend effect gehad op de partijleden en sympathisanten. Het doet mij terugdenken aan de communistische tijd waar individuen elk initiatief schuwden om buiten de lijntjes kleurden. Waar apathie een vorm van overleven was. Schaf in godsnaam die dotaties af of herleidt ze tot een minimaal gedeelte van de inkomsten. Laat leden zelf voor hun geld zorgen, opdat ze ook een stem zouden hebben!

Zopas gehoord op Radio 1, Deleuze (Ecolo) heeft geen bezwaar tegen NV-A deelname aan de regering, want het is een democratische partij die veel stemmen haalde. Een beetje kritische journalist had hem kunnen vragen of er dan wel ondemocratische partijen bestaan in België. Want laten we wel wezen, toen Groen, gesteund door de andere traditionele politieke partijen, indertijd het Vlaams Belang de toegang tot machtsdeelname ontzegden, betekent nog niet dat de partij en de verkozenen niet democratisch zijn. Een politiek cordon sanitaire, omwille van het programma van deze partij, heeft het voordeel van de duidelijkheid en is democratisch, maar het nadeel is wel dat aan de onderhandelingstafel elke stem voor het VB een verloren stem is. Dat de media echter het VB uitsluiten is een heel ander verhaal. Dergelijke uitsluiting betekent het monddood maken van een democratische partij en dat zou voor iedereen die belang hecht aan de vrije meningsuiting wel een groot probleem moeten zijn.

Fhilippe Van Parijs, PAVIA woordvoerder in dS 14/06, is gerust in het voortbestaan van België want zo bloklettert dS: ‘Omdat Brussel ons Jeruzalem is’. Misschien zou hij dan eens moeten duidelijk maken wie de Joden en de Palestijnen zijn in zijn verhaal. Wie aan expansionisme doet? Het inspireerde Johan Sanctorum alvast om in zijn gekende stijl een wederwoord te schrijven; De “ondeelbaarheid van Jeruzalem” (te lezen in Res Publica). Het leest zo: In wezen bespeelt hij oude, versleten thema’s: de non-identiteit van België is zijn eigenlijke identiteit, het institutioneel-complexe zijn rijkdom. Er is geen organische cohesie, enkel een “solidariteit” die moet worden opgelegd. Dat is een perverse redenering die het blijft doen bij oude Belgicisten: het sympathieke van een kunstnatie. Alleen het surrealisme werd even niet van stal gehaald, om te bewijzen hoe kunstzinnig inefficiënt bestuur kan zijn. (…) Drie frontale aanvallen in drie dagen op het Vlaams republikanisme, in dé krant die zich het label “kwaliteitskrant” aanmeet. Dat kan geen toeval zijn. En alle drie hebben ze iets van een tragi-komisch gespartel tegen de logica van de geschiedenis in. De van de pot gerukte metafoor van “Brussel als ons Jeruzalem”, voorbestemd om gedeeld te worden door een Vlaamse en een francofone “etnie” (sic), maakt van een simpele boedelscheidingsoperatie een mystiek taboe.

Het initiatief van historicus David Reybrouck en PAVIA lid Dave Sinardet samen met enkele Vlaamse vedetten om die onmachtige politici aan de kant te zetten en via het initiatief G1000 aan de goegemeente te laten weten hoe de staatshervorming er moet uitzien, heeft veel weg van een antidemocratisch initiatief van een elite die zich verheven voelt boven politiek en maatschappij. In Doorbraak reageerde Roger Van Houtte (gewezen journalist en NV-A medewerker) hierop bijzonder scherp: Er is een duidelijke afwijzing van de representatieve democratie, nochtans een vertrekpunt in alle westerse democratieën. De G100 spreekt onomwonden van de 'dictatuur van de verkiezingen'. Er zijn in België lokale verkiezingen (gemeenteraden en provincieraden samen), deelstaatverkiezingen (dan nog samen met de Europese) en federale verkiezingen. Niet meer dan in een ander democratisch bestel. “Democratie is verworden tot de dictatuur van de verkiezingen”, zo staat het zwart op wit als conclusie van deze ‘burgeranalyse’. (…) Er groeit wel degelijk een soort beweging, die men naar analogie van de eurosceptische beweging met een neologisme ‘demosceptisch’ zou kunnen noemen, nog in de hand gewerkt door peilingen die al jaren bestaan en nu plots ook een gevaar zijn, terwijl ze dat vroeger nooit waren, zeker niet in de dominante media. Maar die peilingen geven vooralsnog geen enkele hoop voor de voorstanders van het Belgische consensusmodel, wel integendeel.Hier speelt de bittere ontgoocheling omdat België zich maar niet kan herpakken. Het is dus echt de schuld van de kiezer. Een door marketeers gekozen elite van 1000 - een oligarchie (ολιγος (oligos) = weinig en αρχειν (archein) = heersen) zoals Aristoteles dat in het oude Griekenland noemde - moet dan in de plaats komen van de vertegenwoordigende democratie. Als je tegen de initiatiefnemers zou zeggen dat dit een beetje ruikt naar de jaren dertig in Duitsland, zouden ze briesen van verontwaardiging.
De eerste ondertekenaars zijn met 26, vrijwel allemaal komende uit de artistieke en de mediawereld, met nog een paar docenten, studenten en postmoderne marketing-managers. Er zijn er 13 bij met Nederlands als ‘moedertaal’ en zelfs één met een dubbele moedertaal Turks-Nederlands. (…) maar als men per se een uitverkoren groep van 1000 mensen wil selecteren, die deze vorm van burgerdemocratie moeten belichamen, dan zouden daar ongeveer 600 Vlamingen moeten bij zijn en van die 600 ook stilaan 250 die aansluiting vinden bij het Vlaams-nationalisme. En dan moet je geen genoegen nemen met alleen maar prof. Sinardet of prof. Van Drooghenbroeck of docenten en assistenten van de ULB en de UCL, maar dan moet je ook prof. Storme of Vuye of Maddens in uw rangen hebben.


Over Sinardet las ik in Trends dat hij zichzelf situeert als een Vlaamsgezinde die meer zou splitsen dan herfederaliseren. Toch bizar dat zoveel anderen hem anders zien; als een Belgicist die zijn column in dS vooral misbruikt als PAVIA lid. Een politiek heraut in plaats van een neutraal academicus.Opvallend anders dan zijn collega hoogleraar Carl Devos – nochtans ook lid van de PAVIA groep – die zoals een lezer in dS online opmerkte “En voor wie neutraliteit in een politicoloog als hoogste goed ziet is er nog altijd de onvolprezen Carl Devos, die altijd zijn best doet om zijn eigen meningen weg te cijferen.” Sinardet daarentegen geeft meer blijk van politieke vooringenomenheid en iemand die kickt op publieke optredens. Jammer dat hij veel zinnige commentaren afwisselt met een anti-Vlaamse retoriek.


Pjotr
ANDERS GELEZEN

13 juni 2011

Een jaartje later

ANDERS GELEZEN

Voorpagina dS op vrijdag 10 juni: Nieuwe NV-A – kiezer minder Vlaams. Eindelijk wordt gedeeltelijk de sluier gelicht over de enquête die gevoerd werd door de KULeuven na de verkiezingen van 13 juni 2010. Toen Dave Sinardet hierover reeds berichtte in 2010 vroeg ik hem om uitleg over de methode en de gestelde vragen. Deze waren toen niet beschikbaar voor het gewone volk, comfortabel voor de academicus die dan mag pronken met zijn kennis, maar niet zo leuk voor de kritische lezers.

Verbazingwekkend dat DS hier groot nieuws van maakt vermits zowat een jaar geleden deze peiling reeds onderhevig was aan zware kritiek, onder meer in Knack. Even de twee belangrijkste bezwaren herhalen:
Tussen de stemming in juni 2010 en de enquête liggen minstens drie maand (na het zomerverlof) en een groot deel van de ondervraagden werden pas dit jaar gecontacteerd. Is het fout te denken dat de doorsnee kiezers dan al een beetje vergeten zijn waarom ze voor NV-A stemden, of achteraf hun motivatie veranderden?
Tweede bezwaar, de opsplitsing van de intenties per onderwerp verbergt soms de samenhang tussen socio-economische en communautaire onderwerpen. Het isoleren van de communautaire problemen is fout want ook de problemen met Justitie, het arbeidsbeleid, migratie en belastingen kunnen evengoed gelezen worden als een onderdeel van de communautaire problemen omdat de visie tussen Noord en Zuid in elke van deze domeinen verschillen. Bewust of onbewust wordt zo de communautaire factor gereduceerd tot een niveau die niet overeenstemt met de realiteit. De recente peilingen naar de kiesintenties - één jaar na de verkiezingen - maken duidelijk dat de bevolking alvast meer belang hecht aan de globale communautaire problemen dan vele Belgischgezinde opiniemakers in de Nederlandstalige pers ons willen doen geloven.

Zaterdag 11 juni, aan de vooravond van de eerste verjaardag van de laatste federale verkiezingen kreeg DS “Een postzak brieven voor Di Rupo en De Wever”. Interessante lectuur, maar dan anders gelezen.
De voor- en tegenstanders van De Wever even tellen:
Welgeteld twee steunen De Wever en NV-A in hun brief aan De Wever/Di Rupo (Jan Verheyen en Ignace Van Doorselaere, CEO Van De Velde). Eén moedige (JP Rondas) verstaat het zelfs om Di Rupo onverkort als de schuldige aan te wijzen voor de impasse. De overgrote meerderheid van de briefschrijvers die dS selecteerde (?) behoren, al of niet omfloerst, niet tot de politieke vriendenkring van De Wever. Hieronder enkele politici, zoals Herman Van Rompuy met een haiku, Philippe Moureaux en verbeten NV-A criticus Karel De Gucht. Dan negeer ik nog de brief van ‘nooit weggeweest’ Miet Smet, CD&V. Van de kunstenaars weten we dat ze een hekel hebben aan De Wever en CO. Brigitte Raskin verstaat het zelfs om toe te geven dat ze niet precies weet waar de knoop zit, maar het belet haar niet om De Wever te verwijten dat hij niet de man van kaliber is die de knoop kan ontwarren of desnoods door te hakken. “U kunt een goed historicus zijn, u bent geen goed politicus, laat staan een staatsman”. Bravo Brigitte dat u hem eens flink de oren wast, tenminste als u ons ook wil laten weten welke staatsman wel boven de partijpolitiek uitstijgt? Maar de mooiste selectie – althans volgens de redactie van dS - is ongetwijfeld de protestsong van Daan. “Jouw land is niet mijn land want jouw land is een landmijn”. dS vond deze song zo geweldig dat ze deze niet enkel publiceert maar ook nog eens een download gratis aanbiedt aan de lezers. Ongetwijfeld met een meegaande knipoog naar Thomas Leysen, grote baas van dS, die al evenmin een vriend is van NV-A en De Wever. Kortom dS als establishment krant op zijn best.

Na al die commentaren vragen de lezers zich ongetwijfeld af waarom de pers in Vlaanderen zoveel schroom heeft om de Franstaligen en Di Rupo in het bijzonder te ontzien, terwijl in Wallonië alleen NV-A de schuldige is. Laat het duidelijk zijn: heel veel bekende en minder bekende Vlamingen (de meerderheid) wiens mening weinig aan bod komt willen niet langer dat de PS de toon zet in België. Deze onderstroom is voor elke weldenkende Vlaming duidelijk: hoog tijd dat Vlaanderen zelf mag beslissen over zijn toekomst.

Ook de buitenlandse pers deed beroep op Belgische politici (o.a. Leterme en Vande Lanotte) om de politieke impasse voor hun lezers te verduidelijken. Dat Leterme in Trouw vindt dat het niet normaal is dat hij als premier in lopende zaken hard moet werken terwijl de anderen (lees De Wever) niks doen zal veel kwaad bloed zetten.

Ik begin mij zo stilaan af te vragen of sommigen binnen CD&V eigenlijk wel een oplossing willen met NV-A. Het zou de persoonlijke ambities van enkele tenoren alvast goed uitkomen mocht dat niet gebeuren. De onderlinge discussies aan Vlaamse kant doen mij denken aan een pertinente opmerking van blogger Filip van Laenen die onlangs schreef dat de Vlamingen front vormen om mekaars eisen af te zwakken terwijl de Franstaligen deze blokvorming gebruiken om hun partijpolitieke eisen op te tellen.

We staan gewoon nergens en dat is niet eens een slecht teken voor wie wel een compromis wil als het ook beter bestuur en veel meer autonomie betekent voor Vlaanderen.

Pjotr
ANDERS GELEZEN