“Mijnheer Therie,
De toezeggingen werden door dh Leterme onderhandeld en bekomen. De voorzitters van de franstalige partijen hebben hun houding aan dh Peeters bevestigd. Dit was een voorwaarde om de dialoog van gemeenschap tot gemeenschap aan te vangen”. (23/09 CDenV toppoliticus)
Met de knieval van Leterme en (een zéér beperkte groep binnen) CDenV “omdat het onverantwoord zou zijn om België zonder regering te laten” wordt de betekenis van het woord staatsmanschap opnieuw erg actueel. Nochtans is het volgens Van Dale een woord waar men alle kanten mee uit kan: “een staatsman is iemand die blijk geeft van bekwaamheid om een staat te regeren”.
Wat de media over de huidige situatie schrijven is niet fraai en voor de weldenkende Vlamingen ongetwijfeld terecht. Maar het is goed om méér dan één krant te lezen, méér dan één groot gelijk. De situatie eens Anders te bekijken.
In De Standaard wordt de G4 (Leterme, voorzitter Marianne Thyssen, vicepremier Jo Vandeurzen, Vlaams minister-president Kris Peeters), aangevuld met Herman Van Rompuy aangeduid als de verantwoordelijken voor de beslissing om te kiezen voor regeren en onderhandelen en zo het kartel op te offeren. Vooral Herman Van Rompuy, die zoals genoegzaam bekend grote vraagtekens plaatste bij de bekwaamheid van de jonge garde, heeft met zijn autoriteit gewogen op deze, vooral voor Yves Leterme als de vader van het kartel, bijzonder pijnlijke beslissing.
Op de webstek van De Morgen verscheen een stukje van Bart Eeckhout onder de titel “En toen verdwaalde de CD&V in zijn eigen plot”. Daarin schrijft hij onder meer het volgende: “Het is een noodlottige plot waarin de Vlaamse christendemocraten uiteindelijk toch verstrikt zijn geraakt: het niet willen kiezen tussen de boter (een electoraal lonend, radicaal programma) en het geld van de boter (het regeringsleiderschap)”. En verder, “Door te kiezen voor de dialoog van de gemeenschappen, lijkt de leiding van CD&V alsnog de weg van het compromis te willen bewandelen… De partijtop lijkt eindelijk gekozen te hebben, en moet hopen dat de basis volgt, ontwakend met een kater na de roes die hen door hun eigen leiders is ingelepeld”.
Blijven nadenken. Daarom enkele kanttekeningen waarbij ik mijn pen eens niet in bedwang wil houden.
Dat Herman Van Rompuy samen met enkele CVP coryfeeën moeite hebben met de evolutie in het maatschappelijk (Vlaams) denken binnen CD&V heeft NIETS te maken met staatsmanschap maar ALLES met de eigen frustraties: zijn onvermogen (en met hem alle prominente politici van de voorbije generaties) om tot een goed georganiseerde staat te komen via het Belgisch compromismodel. Er werden politieke compromissen gesloten in achterafkamertjes, die vooral de belangen van de machtige zuilen en de Belgische elite moesten beschermen, maar zonder voldoende maatschappelijk draagvlak in beide gemeenschappen waardoor de polarisatie toenam en het gemeenschappelijk draagvlak verkleinde. Natuurlijk is er vooruitgang geboekt maar het resultaat staat nog altijd bekend als de ‘Belgisch ziekte’. Een onefficiënte staatsstructuur die de graaicultuur organiseerde via allerhande instellingen die vooral een profiterende elite moesten dienen, inclusief de exploderende politieke klasse en hun partijapparaten. Is dat staatsmanschap? Het doet mij meer denken aan een legale plundertocht op de kap van de hardwerkende bevolking. We danken hieraan niet alleen een slecht functionerende staat maar ook een staatsschuld die elke beleidsruimte ontneemt aan die toch zo verguisde jonge garde net nu zij de echte uitdagingen niet meer kunnen voor zich uit schuiven zoals hun voorgangers, inclusief de vorige Paarse regeringen onder Verhofstadt. Zij zijn er zelfs in geslaagd om een ongrondwettelijke kieswet in te voeren. Staatsmanschap?
Mark Eyskens prijst zich vanuit zijn riant dakappartement te Knokke gelukkig want wij zijn een van de meest welvarende landen van het melkwegstelsel. Laten we het zo houden. Precies deze mantra van iemand die ‘binnen’ is zal veel kwaad bloed zetten bij de talrijke armen die ook in het rijke Vlaanderen niet verminderen, en bij de hardwerkende dertigers en veertigers die zich de benen onder het lijf lopen om toch maar hun werk te kunnen combineren met een beetje “quality time” met vrouw en kinderen. Hij negeert de wachtlijsten voor hulpbehoevenden, de talrijke ontspoorde jongeren net wegens te weinig geborgenheid en aandacht en dan zijn er nog de veel te talrijke zelfdodingen. Het zijn allemaal symptomen van een maatschappij die uit balans is, ook al is de begroting in evenwicht. Neen, mijnheer Eyskens, die bevolking kan niet op zijn lauweren rusten zoals u!
Ter herinnering, Herman Van Rompuy is in augustus 2007 als een Apostel naar de Franstaligen toegestapt in de hoop dat ze redelijk zouden zijn. Het bleef echter NON en ze hebben hem (en het kartel) vanuit hun “staatsmanschap” als een Lam naar de slachtbank gevoerd. Toen had CD&V moeten beseffen dat een onderhandelde oplossing onmogelijk was. Dat Leterme opnieuw het voortouw moest nemen bestempelde ik daarom als een karaktermoord. Ik citeer uit mijn artikel (1/10/07):
“De Heer Yves Leterme werd zondag (30 sep) omstreeks 17 u gestorven” met als commentaar “De oorzaak van de huidige crisis gaat terug naar het gebruik van het staatsbedreigende communautaire dossier als verkiezingspropaganda én het onmiskenbaar succes ervan. Dat een breed gedragen centrumpartij als CD&V, en vooral zijn voorman Yves Leterme het aandurfde om de huidige staatsinstellingen en daarmee “la Belgique” in vraag te stellen is voor sommige kringen wellicht ondraaglijk”. … Zou zijn afgang geen goede les zijn voor de volgende kandidaten? … Het leuke aan dit spelletje staatsraison is dat men altijd wint, want als Leterme toegeeft en zijn woord breekt, dan mag hij nog slagen in een regeringsvorming ZONDER een grondige staatshervorming, “het volk” zal hem wel liquideren in 2009: immers, wie zal die mens nog geloven?!
Niet de Vlamingen zijn de slechterikken in België maar de Franstaligen die de dialoog 15 maand lang weigerden. Capituleren is vanuit deze invalshoek zowat het slechtste wat men kan doen; het is niet christelijk, noch democratisch maar helaas wél typisch ‘Vlaams’. Op mijn vraag aan een prominent CD&V politicus welke concrete garanties ze ditmaal hadden om de onderhandelingen tussen de gemeenschappen aan te vatten, schreef hij volgend antwoord: “Mijnheer Therie, De toezeggingen werden door dh Leterme onderhandeld en bekomen,. De voorzitters van de franstalige partijen hebben hun houding aan dh Peeters bevestigd. Dit was een voorwaarde om de dialoog van gemeenschap tot gemeenschap aan te vangen”. Ik moet mij dus tevreden stellen met een antwoord zonder concrete aanwijzingen en volgens andere bronnen blijkt dat er ook geen harde garanties zijn. Het énige waarop CD&V mag hopen voor juni 2009 is de goedkeuring van de borrelnootjes (die al in februari 2008 werden onderhandeld maar vervolgens door de Franstaligen geblokkeerd)) en wellicht nog enkele wijzigingen in de marge die CD&V moet toelaten om dit als een grote overwinning te verkopen aan het kiezersvolk.
Over de splitsing van BHV staat in de nota van de drie wijzen dat er zal onderhandeld worden. Blijkbaar heeft CD&V daar géén moeite mee? Nochtans zullen veel CD&V leden dat niet aanvaarden en voor de NV-A is het een voldoende reden om zelfs niet te beginnen aan de onderhandelingen.
Pacificatie versus confrontatie.
Als er één keuze is die CD&V nooit heeft kunnen of willen maken is het wel deze. Er is nochtans geen middenweg, een beetje dialogeren, dan weer ontslag nemen om wat later opnieuw te onderhandelen en nogmaals zijn ontslag aan te bieden. Overigens, is het een christelijke inspiratie om wantoestanden met de mantel der liefde te bedekken? Is toegeven aan het georganiseerd profitariaat en laksheid ten overstaan van zij die de wetten aan hun laars lappen of zich niet willen integreren een blijk van verdraagzaamheid of net het omgekeerde: het ondergraven van het maatschappelijk draagvlak en de solidariteit? Waarom moet Vlaanderen blijven betalen voor DIT België?
Blijkbaar beseft men aan Franstalige zijde dat een grondige staatshervorming en beter bestuur op korte termijn niet pijnloos kan zijn; vooral niet voor zij die van de Vlaamse solidariteit misbruik maken. Er bestaat géén win win situatie en het is daarom ook begrijpelijk dat de Franstaligen weigeren te onderhandelen. Tenzij ‘het hen niks kost’, wat neerkomt op een impliciete weigering om stappen te zetten naar beter bestuur. Of zoals Milquet het zei: « nous ne sommes pas ici pour faire avancer les choses que nous ne voulons pas).
Kris Peeters vroeg zich in Gent (RUG; 23/9) af wat het alternatief was? Wel mijnheer Peeters, het alternatief is eenvoudig: NON beantwoorden met NEEN en NIET in een regering stappen zonder een grondige staatshervorming. Dat is perfect mogelijk én democratisch veel geloofwaardiger. Tenzij u ook beweert dat de communautaire crisis de oorzaak is van de gestegen olieprijzen en de malaise op de financiële markten. Een zakenkabinet gecontroleerd door een wettelijk verkozen parlement zou veel beter kunnen dan de huidige regering Leterme I.
Herman Van Rompuy schreef mij ooit ‘dat zonder de CD&V er géén staatshervorming zou komen’. Blijkbaar is dat met de CD&V evenmin mogelijk en zullen weldenkende Vlamingen die een Ander (of geen) België willen een andere keuze moeten maken in 2009.
Dames en Heren politici van CD&V,
Zou u mij kunnen zeggen waarom de Franstaligen wel NON mogen zeggen en de Vlamingen onverantwoordelijk zijn als ze NEEN zeggen? Dat het staatsbelang blijkbaar enkel voor Vlaamse politici geldt en ze daarvoor ook nog veel moeten betalen?
Een geloofwaardig antwoord op die vragen zou veel weldenkende Vlamingen plezier doen.
Pjotr
Anders Nieuws
24 september 2008
03 september 2008
Brief aan de Heer Rudy Demotte
Geachte Heer Minister President,
Ik las met veel aandacht uw artikel in De Standaard en La Libre Belgique (3/9) over uw standpunt inzake de verdere communautaire onderhandelingen. Ik stuur u deze brief met enkele bedenkingen maar vooral met vragen waarop wellicht veel weldenkende Vlamingen zeer graag een antwoord zouden krijgen.
U heeft gelijk dat het niet aan Kris Peeters is om te bepalen wie de Franstaligen zal vertegenwoordigen. Maar u zegt wel wie er moet inzitten, namelijk Brussel en het federale niveau, want zoals u het zegt ‘het zijn tenslotte de federale kamerleden die de voorstellen zullen moeten goedkeuren’. Met ander woorden U legt aan de Vlamingen op wie hun vertegenwoordigers moeten zijn op deze onderhandelingen, tenzij u enkel dacht aan de Franstalige Brusselaars en dito kamerleden. Daarom mijn eerste vraag: Maakt u niet dezelfde fout als uw collega Kris Peeters?
Op het einde van dezelfde paragraaf zegt u “En ja, op een bepaald moment zal men ook moeten terugkoppelen naar de partijvoorzitters. In een asymmetrisch samengestelde regering is dat nodig.' Deze uitspraak geeft mij de indruk dat die onderhandelingen uiteindelijk helemaal geen toekomst hebben als ze niet passen in de (electorale) afwegingen van de politieke partijen. Maar is nu net niet gebleken na 15 maand vruchteloos onderhandelen dat de partijpolitieke standpunten tussen Franstaligen en Vlamingen maar ook onderling helemaal niet te verzoenen zijn? Omdat elk electoraal gewin van de ene onvermijdelijk verlies voor de andere betekent. Zou u mij kunnen verduidelijken hoe ik uw uitspraak wél moet begrijpen?
Maar mijn grootste bekommernis gaat over de grond van de zaak. U stelt namelijk dat de Vlamingen onvoldoende respect hebben en niet soepel zijn - laat die dogma’s varen – en daar heb ik begrip voor. Helaas begrijp ik dan niet dat u zelf taboes stelt. Even aan halen:
- BHV splitsen via de parlementaire weg is onaanvaardbaar (eerder standpunt);
- Aan de interpersoonlijke solidariteit mag er niet geraakt worden (artikel)
- Geen overdrachten zonder bijkomende middelen (artikel)
Uit deze opsomming blijkt dat u eigenlijk weigert te onderhandelen over de drie essentiële zaken die alle weldenkende Vlamingen willen veranderen via de staatshervorming. Omdat ze – volgens onze inzichten – essentieel zijn voor een goede samenleving en een gemeenschappelijke welvarende toekomst. Met andere woorden wij willen respect voor onze cultuur en taal, de kostprijs van de huidige transferten is wel een probleem voor Vlaanderen en subsidiariteit moet gekoppeld worden aan eigen financiële verantwoordelijkheid.
Gezien u niet wil praten over wat wij net wel willen bespreken vraag ik mij af waartoe deze onderhandelingen nog kunnen leiden, onafgezien wie er aan tafel zit. Zou u mij toch hoop kunnen geven?
Mag ik alvast hopen op een antwoord?
Hoogachtend,
Pjotr
Ik las met veel aandacht uw artikel in De Standaard en La Libre Belgique (3/9) over uw standpunt inzake de verdere communautaire onderhandelingen. Ik stuur u deze brief met enkele bedenkingen maar vooral met vragen waarop wellicht veel weldenkende Vlamingen zeer graag een antwoord zouden krijgen.
U heeft gelijk dat het niet aan Kris Peeters is om te bepalen wie de Franstaligen zal vertegenwoordigen. Maar u zegt wel wie er moet inzitten, namelijk Brussel en het federale niveau, want zoals u het zegt ‘het zijn tenslotte de federale kamerleden die de voorstellen zullen moeten goedkeuren’. Met ander woorden U legt aan de Vlamingen op wie hun vertegenwoordigers moeten zijn op deze onderhandelingen, tenzij u enkel dacht aan de Franstalige Brusselaars en dito kamerleden. Daarom mijn eerste vraag: Maakt u niet dezelfde fout als uw collega Kris Peeters?
Op het einde van dezelfde paragraaf zegt u “En ja, op een bepaald moment zal men ook moeten terugkoppelen naar de partijvoorzitters. In een asymmetrisch samengestelde regering is dat nodig.' Deze uitspraak geeft mij de indruk dat die onderhandelingen uiteindelijk helemaal geen toekomst hebben als ze niet passen in de (electorale) afwegingen van de politieke partijen. Maar is nu net niet gebleken na 15 maand vruchteloos onderhandelen dat de partijpolitieke standpunten tussen Franstaligen en Vlamingen maar ook onderling helemaal niet te verzoenen zijn? Omdat elk electoraal gewin van de ene onvermijdelijk verlies voor de andere betekent. Zou u mij kunnen verduidelijken hoe ik uw uitspraak wél moet begrijpen?
Maar mijn grootste bekommernis gaat over de grond van de zaak. U stelt namelijk dat de Vlamingen onvoldoende respect hebben en niet soepel zijn - laat die dogma’s varen – en daar heb ik begrip voor. Helaas begrijp ik dan niet dat u zelf taboes stelt. Even aan halen:
- BHV splitsen via de parlementaire weg is onaanvaardbaar (eerder standpunt);
- Aan de interpersoonlijke solidariteit mag er niet geraakt worden (artikel)
- Geen overdrachten zonder bijkomende middelen (artikel)
Uit deze opsomming blijkt dat u eigenlijk weigert te onderhandelen over de drie essentiële zaken die alle weldenkende Vlamingen willen veranderen via de staatshervorming. Omdat ze – volgens onze inzichten – essentieel zijn voor een goede samenleving en een gemeenschappelijke welvarende toekomst. Met andere woorden wij willen respect voor onze cultuur en taal, de kostprijs van de huidige transferten is wel een probleem voor Vlaanderen en subsidiariteit moet gekoppeld worden aan eigen financiële verantwoordelijkheid.
Gezien u niet wil praten over wat wij net wel willen bespreken vraag ik mij af waartoe deze onderhandelingen nog kunnen leiden, onafgezien wie er aan tafel zit. Zou u mij toch hoop kunnen geven?
Mag ik alvast hopen op een antwoord?
Hoogachtend,
Pjotr
15 augustus 2008
Europa en de boze wereld
Een goede vriend leende mij het boek “Failed States” van Noam Chomsky. Alleen al de naam van de auteur stuit bij sommigen op afwijzing. In dit geval is het zelfs onvermijdelijk, want wie een uitgesproken mening heeft over wereldmacht en oorlog, zoals de Bush regering, kan niet anders dan even duidelijke antikrachten oproepen. Gelukkig maar. Het is één van mijn weinige vaste overtuigingen dat net zoals de fysieke wet van de zwaartekracht de slinger pas tot rust laat komen in het midden, ook in de menselijke gedragingen en relaties een wetmatigheid bestaat waardoor elke verbreking van het maatschappelijk evenwicht aanleiding geeft tot voldoende reacties voor het vinden van een nieuw evenwicht.
Chomsky heeft gelijk als hij stelt dat de USA haar machtpositie heeft misbruikt om de oorlog in Irak te voeren én dat ze daarbij veel oorlogsrechtsregels niet respecteerden is zelfs geen geheim. Daarom erkent de Amerikaanse regering het internationaal strafhof in Den Haag niet, hoewel ze (terecht) juichen als oorlogsmisdadigers zoals Karadzik eindelijk voor het Hof komen. Geen nood op voorwaarde dat oorlogsmisdadigers in eigen land worden voor de rechter gebracht, maar is dat realistisch?
Zelfs de meest anti Amerikaanse westerling zal het wel niet leuk gevonden hebben dat de Twin Towers in New York werden vernield door een groep terroristen die zich ongemoeid konden organiseren en hun terreurdaden voorbereiden in landen waar de staatsordening ondergeschikt is aan religieus extremisme.
Door het oorlogsgeweld in Georgië wordt Europa opnieuw geconfronteerd met staatsgeweld, ditmaal van de andere wereldspeler, Poetins Rusland.
De Koude oorlog was een aberrante situatie maar zorgde niettemin voor een rustgevend evenwicht. De implosie van het Sovjetrijk – vooral door de economische gevolgen van de wapenwedloop - heeft dit geostrategisch evenwicht verstoord. De gevaarlijke Siberische beer werd een aan de leiband gehouden circusbeer die nog wel kunstjes mocht vertonen maar er verder niet meer toe deed. Weinigen in het Westen deden moeite om te begrijpen wat er toen moet omgegaan zijn in de vernederde Russische zielen. Van grootmacht naar quantité négligable! De lessen uit de vernedering van Duitsland (en Oostenrijk) na WO I zijn we blijkbaar opnieuw vergeten.
Etnisch nationalisme leidde tot het uiteenvallen van het Sovjetconglomeraat en werd aangemoedigd, ook door landen die nationalisme verwerpen. Terecht konden sommige landen deel worden van onze wereld. Maar dat deze landen, Polen, de Baltische Staten, Hongarije, … niet direct overtuigd waren dat oorlog geen optie meer was, mag ons toch niet verbazen. Dat het hun voornaamste betrachting was om eerst lid te worden van de NAVO (omwille van de Amerikaanse veiligheidsparaplu) maakte dit duidelijk.
Oorlog is niet aanvaardbaar !
Vanuit deze absoluut positieve wereldvisie kijken wij naar de buitenwereld en zijn telkens opnieuw verbaasd over zoveel leed.
Tegelijk met het bannen van het begrip ‘oorlog’ in onze leefwereld heeft de EU ook alle spelregels van deze boze wereld verworpen. Dat is goed nieuws, want op die manier kunnen wij het lichtend voorbeeld zijn voor een wrede wereld die het nog niet zover gebracht heeft om af te stappen van geweld als middel om het eigen gelijk te realiseren.
Mahatma Ghandi deed het ons wel voor met zijn succesvol geweldloos verzet. Maar misschien kon dat slechts omdat India door de Engelsen toch enige mate van ‘gentlemenlike’ gedrag en discipline hadden aangeleerd en blijkt dit recept niet te werken in Poetin’s Rusland noch in het hedendaagse China en evenmin in landen waar een dictator zich onaantastbaar waant.
Wat doe je met deze nobele visie ?
Mia Doornaert schreef zopas in De Standaard: “Opnieuw blijkt dat 'de macht uit de loop van een geweer komt', om de woorden aan te halen van Mao Zedong die door zoveel West-Europese intellectuelen de hemel werd in geprezen”. En verder “Aan haar (EU) 'zachte waarden' hebben Peking en Moskou duidelijk geen boodschap. Ze zien de EU als een softie. En eerlijk gezegd, dat heeft de Unie aan zichzelf, of liever aan haar lidstaten te danken. Appeasement werkt niet met bullebakken”. Duidelijke taal, maar wat doe je eraan?
Een ding zou deze crisis ons moeten leren: wanneer men al te zeer afhankelijk is van anderen – zoals Europa voor haar energie – dan is de meest dwingende opdracht om deze afhankelijkheid te herleiden tot aanvaardbare proporties. Dat is de beste strategische reactie op de oorlog in Georgië en zou de absolute topprioriteit van Europa moeten zijn, als het in de toekomst wel invloed wil hebben op de boze buitenwereld. De zwakheid van Europa is ook maar niet in de eerste plaats het gebrek aan militaire macht maar de onenigheid om gemeenschappelijk vernieuwend te denken en handelen. Alleen al te weten dat Rusland de kraan kan dichtdraaien zou niet alleen voormalig Duits bondskanselier Schröder, momenteel bezoldigde in Russische dienst, mogen verontrusten.
Enkel als we enig gewicht op de weegschaal kunnen leggen, kan (proactieve) diplomatie een alternatief zijn. Dat in onderhandelingen de ‘tegenpartij’ zonder duidelijke druk kan overtuigd worden om toegevingen te doen is een softe utopie waarvan onder meer de huidige crisis in België een sprekend voorbeeld is.
De positieve wereldvisie van een machteloze is niet relevant.
Pjotr
Chomsky heeft gelijk als hij stelt dat de USA haar machtpositie heeft misbruikt om de oorlog in Irak te voeren én dat ze daarbij veel oorlogsrechtsregels niet respecteerden is zelfs geen geheim. Daarom erkent de Amerikaanse regering het internationaal strafhof in Den Haag niet, hoewel ze (terecht) juichen als oorlogsmisdadigers zoals Karadzik eindelijk voor het Hof komen. Geen nood op voorwaarde dat oorlogsmisdadigers in eigen land worden voor de rechter gebracht, maar is dat realistisch?
Zelfs de meest anti Amerikaanse westerling zal het wel niet leuk gevonden hebben dat de Twin Towers in New York werden vernield door een groep terroristen die zich ongemoeid konden organiseren en hun terreurdaden voorbereiden in landen waar de staatsordening ondergeschikt is aan religieus extremisme.
Door het oorlogsgeweld in Georgië wordt Europa opnieuw geconfronteerd met staatsgeweld, ditmaal van de andere wereldspeler, Poetins Rusland.
De Koude oorlog was een aberrante situatie maar zorgde niettemin voor een rustgevend evenwicht. De implosie van het Sovjetrijk – vooral door de economische gevolgen van de wapenwedloop - heeft dit geostrategisch evenwicht verstoord. De gevaarlijke Siberische beer werd een aan de leiband gehouden circusbeer die nog wel kunstjes mocht vertonen maar er verder niet meer toe deed. Weinigen in het Westen deden moeite om te begrijpen wat er toen moet omgegaan zijn in de vernederde Russische zielen. Van grootmacht naar quantité négligable! De lessen uit de vernedering van Duitsland (en Oostenrijk) na WO I zijn we blijkbaar opnieuw vergeten.
Etnisch nationalisme leidde tot het uiteenvallen van het Sovjetconglomeraat en werd aangemoedigd, ook door landen die nationalisme verwerpen. Terecht konden sommige landen deel worden van onze wereld. Maar dat deze landen, Polen, de Baltische Staten, Hongarije, … niet direct overtuigd waren dat oorlog geen optie meer was, mag ons toch niet verbazen. Dat het hun voornaamste betrachting was om eerst lid te worden van de NAVO (omwille van de Amerikaanse veiligheidsparaplu) maakte dit duidelijk.
Oorlog is niet aanvaardbaar !
Vanuit deze absoluut positieve wereldvisie kijken wij naar de buitenwereld en zijn telkens opnieuw verbaasd over zoveel leed.
Tegelijk met het bannen van het begrip ‘oorlog’ in onze leefwereld heeft de EU ook alle spelregels van deze boze wereld verworpen. Dat is goed nieuws, want op die manier kunnen wij het lichtend voorbeeld zijn voor een wrede wereld die het nog niet zover gebracht heeft om af te stappen van geweld als middel om het eigen gelijk te realiseren.
Mahatma Ghandi deed het ons wel voor met zijn succesvol geweldloos verzet. Maar misschien kon dat slechts omdat India door de Engelsen toch enige mate van ‘gentlemenlike’ gedrag en discipline hadden aangeleerd en blijkt dit recept niet te werken in Poetin’s Rusland noch in het hedendaagse China en evenmin in landen waar een dictator zich onaantastbaar waant.
Wat doe je met deze nobele visie ?
Mia Doornaert schreef zopas in De Standaard: “Opnieuw blijkt dat 'de macht uit de loop van een geweer komt', om de woorden aan te halen van Mao Zedong die door zoveel West-Europese intellectuelen de hemel werd in geprezen”. En verder “Aan haar (EU) 'zachte waarden' hebben Peking en Moskou duidelijk geen boodschap. Ze zien de EU als een softie. En eerlijk gezegd, dat heeft de Unie aan zichzelf, of liever aan haar lidstaten te danken. Appeasement werkt niet met bullebakken”. Duidelijke taal, maar wat doe je eraan?
Een ding zou deze crisis ons moeten leren: wanneer men al te zeer afhankelijk is van anderen – zoals Europa voor haar energie – dan is de meest dwingende opdracht om deze afhankelijkheid te herleiden tot aanvaardbare proporties. Dat is de beste strategische reactie op de oorlog in Georgië en zou de absolute topprioriteit van Europa moeten zijn, als het in de toekomst wel invloed wil hebben op de boze buitenwereld. De zwakheid van Europa is ook maar niet in de eerste plaats het gebrek aan militaire macht maar de onenigheid om gemeenschappelijk vernieuwend te denken en handelen. Alleen al te weten dat Rusland de kraan kan dichtdraaien zou niet alleen voormalig Duits bondskanselier Schröder, momenteel bezoldigde in Russische dienst, mogen verontrusten.
Enkel als we enig gewicht op de weegschaal kunnen leggen, kan (proactieve) diplomatie een alternatief zijn. Dat in onderhandelingen de ‘tegenpartij’ zonder duidelijke druk kan overtuigd worden om toegevingen te doen is een softe utopie waarvan onder meer de huidige crisis in België een sprekend voorbeeld is.
De positieve wereldvisie van een machteloze is niet relevant.
Pjotr
08 augustus 2008
Brief aan Luckas Vander Taelen
Geachte Heer,
In de krant De Morgen schreef u een column onder de titel “Een zachte vorm van etnische purificatie” waarmee u Prof Vermeersch (samen met Bart De Wever) beschuldigt van een weliswaar zachte vorm van etnische purificatie. Om het met de ‘Van Dale’ in de hand zeer duidelijk te stellen: uw bewering betekent dat u hen beschuldigt van een poging tot etnische zuivering, want een ‘zachte vorm’ van purificatie bestaat niet. Ik begrijp wel dat u deze toevoeging nodig heeft om uw uitspraak wat aanvaardbaarder te maken; om deze zwaar beladen woorden te kunnen gebruiken zonder risico op een juridische aanklacht. U weet best dat de doorsnee lezer ‘etnische purificatie’ zal onthouden en zo heeft u alvast publiekelijk uw gram gehaald. Dat is intellectuele oneerlijkheid.
Wanneer u het heeft over “de hitserige communautaire sfeer”, dacht ik dat u het vooral zou hebben over de Franstalige media die woorden als nazi’s, fascisten en separatisten hanteren zonder enige nuance of bezinning over hun woordkeuze. Dat u als historicus gaat steigeren als Vlamingen verwijzen naar hun lange ontvoogdingsstrijd maar niet als Franstaligen voortdurend refereren naar de onzalige collaboratie getuigt van een selectieve verontwaardiging. Beide zijn verwerpelijk, alleen blijkt onze taal en cultuur ook vandaag nog problematisch in uw stad!
Verder en ik citeer u, “Is hun (Vlamingen) culturele zelfbewustzijn dan zo klein dat ze geloven dat ze hun eigenheid verliezen als er al eens Frans gesproken wordt bij de bakker?” Mocht uw werkelijkheid, dat er ‘al eens Frans gesproken wordt’ juist zijn, zou er geen communautair probleem zijn in Vlaams Brabant. Maar als men in eigen gemeente zelfs niet meer in het Nederlands kan bediend worden bij de bakker, dan volstaat het niet meer om zoals u de situatie een beetje te verdoezelen en godbetert de Vlamingen een schuldgevoel aan te praten. De werkelijkheid Mijnheer Vander Taelen is dat de Franstaligen rondom Brussel een taalpurificatie doorvoeren terwijl u de Vlamingen met de vinger wijst als ze de taalwetten toepassen.
Maar zoals dikwijls komt de ware reden voor uw bezorgdheid pas op het einde aan bod: dat de Vlamingen Brussel zouden kunnen laten vallen en dat dit wel eens zeer vervelend zou kunnen zijn voor de Vlamingen die er leven. Dat u in die ‘goede stadsgenoten’ blijkbaar weinig vertrouwen heeft begrijp ik perfect. Want een Brussel zonder inspraak van Vlaanderen zou binnen de kortste keren een exclusief Franstalige stad zijn. Als historicus weet u dat de Franstaligen op gebied van imperialisme – ook in uw stad - de geschiedenis tegen hebben. Trouwens, dat zoals u beweert “een verpletterende meerderheid wel vindt dat ze Nederlands moeten spreken in Vlaanderen”, wordt door geen enkele Franstalige politicus, van Di Rupo over Demotte tot en met Reynders, publiekelijk toegegeven. Integendeel, uit alles wat ze zeggen en doen blijkt dat ze onverkort achter deze taalextremisten staan. Medeplichtigheid of uitdrukking van een eensgezinde overtuiging?
Ik heb één belangrijke vraag voor u: hoe ziet u, Vlaamse Brusselaar, zelf de toekomst van Brussel?
Als u werkelijk bezorgd bent voor de toekomst van de Vlaamse Brusselaars dan zou u al uw energie moeten gebruiken om van Brussel een goed georganiseerde en veilige internationale ontmoetingsplaats te maken in plaats van mee te heulen met een allegaartje middeleeuwse baronnen die een modern en efficiënt beheer in de weg staan. Zijn het niet de Franstaligen uit Brussel die de ganse boel verpesten, ook in Vlaanderen? Zou u zich niet beter inzetten voor een tweetalige hoofdstad waar ook Vlamingen zich thuis voelen, bij de bakker en de beenhouwer? Het zou alvast de welwillendheid vanuit Vlaanderen doen toenemen.
Want, in tegenstelling tot wat sommige Vlaamse Brusselaars beweren, weten zeer veel weldenkende Vlamingen heel goed wat ze van hun hoofdstad verwachten: een Vlaamsvriendelijke ontmoetingsplaats, hoofdstad (of noem het district zoals Hans Bonte) ten dienste van twee confederale gemeenschappen. Ook in de praktijk is dat niet zo moeilijk als men graag beweert, maar strookt deze visie wel met het soms megalomane beeld dat de Brusselaars van zichzelf en hun stad hebben? Dat hadden ik en mijn lezers heel graag geweten.
Wees gerust beste Luckas, de Vlamingen zullen Brussel niet laten vallen, het zullen de Franstaligen zijn die u, lang voordien, zullen wandelen sturen. Tenzij, ja tenzij je hun taal spreekt, want zo hoort dat helaas nog altijd in uw multiculturele baronie.
Hopelijk heb ik in deze wel ongelijk!
Met vriendelijke groet,
Pjotr
In de krant De Morgen schreef u een column onder de titel “Een zachte vorm van etnische purificatie” waarmee u Prof Vermeersch (samen met Bart De Wever) beschuldigt van een weliswaar zachte vorm van etnische purificatie. Om het met de ‘Van Dale’ in de hand zeer duidelijk te stellen: uw bewering betekent dat u hen beschuldigt van een poging tot etnische zuivering, want een ‘zachte vorm’ van purificatie bestaat niet. Ik begrijp wel dat u deze toevoeging nodig heeft om uw uitspraak wat aanvaardbaarder te maken; om deze zwaar beladen woorden te kunnen gebruiken zonder risico op een juridische aanklacht. U weet best dat de doorsnee lezer ‘etnische purificatie’ zal onthouden en zo heeft u alvast publiekelijk uw gram gehaald. Dat is intellectuele oneerlijkheid.
Wanneer u het heeft over “de hitserige communautaire sfeer”, dacht ik dat u het vooral zou hebben over de Franstalige media die woorden als nazi’s, fascisten en separatisten hanteren zonder enige nuance of bezinning over hun woordkeuze. Dat u als historicus gaat steigeren als Vlamingen verwijzen naar hun lange ontvoogdingsstrijd maar niet als Franstaligen voortdurend refereren naar de onzalige collaboratie getuigt van een selectieve verontwaardiging. Beide zijn verwerpelijk, alleen blijkt onze taal en cultuur ook vandaag nog problematisch in uw stad!
Verder en ik citeer u, “Is hun (Vlamingen) culturele zelfbewustzijn dan zo klein dat ze geloven dat ze hun eigenheid verliezen als er al eens Frans gesproken wordt bij de bakker?” Mocht uw werkelijkheid, dat er ‘al eens Frans gesproken wordt’ juist zijn, zou er geen communautair probleem zijn in Vlaams Brabant. Maar als men in eigen gemeente zelfs niet meer in het Nederlands kan bediend worden bij de bakker, dan volstaat het niet meer om zoals u de situatie een beetje te verdoezelen en godbetert de Vlamingen een schuldgevoel aan te praten. De werkelijkheid Mijnheer Vander Taelen is dat de Franstaligen rondom Brussel een taalpurificatie doorvoeren terwijl u de Vlamingen met de vinger wijst als ze de taalwetten toepassen.
Maar zoals dikwijls komt de ware reden voor uw bezorgdheid pas op het einde aan bod: dat de Vlamingen Brussel zouden kunnen laten vallen en dat dit wel eens zeer vervelend zou kunnen zijn voor de Vlamingen die er leven. Dat u in die ‘goede stadsgenoten’ blijkbaar weinig vertrouwen heeft begrijp ik perfect. Want een Brussel zonder inspraak van Vlaanderen zou binnen de kortste keren een exclusief Franstalige stad zijn. Als historicus weet u dat de Franstaligen op gebied van imperialisme – ook in uw stad - de geschiedenis tegen hebben. Trouwens, dat zoals u beweert “een verpletterende meerderheid wel vindt dat ze Nederlands moeten spreken in Vlaanderen”, wordt door geen enkele Franstalige politicus, van Di Rupo over Demotte tot en met Reynders, publiekelijk toegegeven. Integendeel, uit alles wat ze zeggen en doen blijkt dat ze onverkort achter deze taalextremisten staan. Medeplichtigheid of uitdrukking van een eensgezinde overtuiging?
Ik heb één belangrijke vraag voor u: hoe ziet u, Vlaamse Brusselaar, zelf de toekomst van Brussel?
Als u werkelijk bezorgd bent voor de toekomst van de Vlaamse Brusselaars dan zou u al uw energie moeten gebruiken om van Brussel een goed georganiseerde en veilige internationale ontmoetingsplaats te maken in plaats van mee te heulen met een allegaartje middeleeuwse baronnen die een modern en efficiënt beheer in de weg staan. Zijn het niet de Franstaligen uit Brussel die de ganse boel verpesten, ook in Vlaanderen? Zou u zich niet beter inzetten voor een tweetalige hoofdstad waar ook Vlamingen zich thuis voelen, bij de bakker en de beenhouwer? Het zou alvast de welwillendheid vanuit Vlaanderen doen toenemen.
Want, in tegenstelling tot wat sommige Vlaamse Brusselaars beweren, weten zeer veel weldenkende Vlamingen heel goed wat ze van hun hoofdstad verwachten: een Vlaamsvriendelijke ontmoetingsplaats, hoofdstad (of noem het district zoals Hans Bonte) ten dienste van twee confederale gemeenschappen. Ook in de praktijk is dat niet zo moeilijk als men graag beweert, maar strookt deze visie wel met het soms megalomane beeld dat de Brusselaars van zichzelf en hun stad hebben? Dat hadden ik en mijn lezers heel graag geweten.
Wees gerust beste Luckas, de Vlamingen zullen Brussel niet laten vallen, het zullen de Franstaligen zijn die u, lang voordien, zullen wandelen sturen. Tenzij, ja tenzij je hun taal spreekt, want zo hoort dat helaas nog altijd in uw multiculturele baronie.
Hopelijk heb ik in deze wel ongelijk!
Met vriendelijke groet,
Pjotr
Abonneren op:
Posts (Atom)